Waw magazine

Waw magazine

Menu
  • /
  • /
  • /

Le Grand Curtius

 

Het sneeuwt niet meer op Luik,  een cultuurwind blaast de vlokken

 

wat is er in Luik aan de hand? Een paar jaar geleden leek de stad vastgeroest in haar verleden. Ze stond, handen in de zakken, te turen naar de Maas die traag voorbijgleed. Ze mijmerde over de tijd toen de gouden muntjes schitterden, maar toen nog niet door hun afwezigheid. En opeens gebeurde het. Niemand had het zien aankomen, maar opeens was de stad daar weer, getooid als de mooiste prinses. Met de steun van het Waalse Gewest en op basis van een strategisch plan en een stadsproject, is ze erin geslaagd haar financiën te saneren en haar economische dynamiek terug te vinden. Met 107.000 werknemers en 10.000 bedrijven baant ze zich vandaag een weg naar de top als culturele metropool op het kruispunt van de grote Europese stromingen. En ze heeft het terrein al goed voorbereid. De manege van de Fonckkazerne is vernieuwd en opnieuw ingericht, de projectoren van de Grignoux-bioscoopzalen flikkeren in het hart van de stad, het station van Guillemins, gebouwd door Santiago Calatrava, zal binnenkort de HST verwelkomen, en de Médiacité en haar Pôle Image verrijzen niet ver van het park la Boverie uit de grond. Er is ook al een lijst van stadspareltjes die binnenkort worden opgeknapt: het Théâtre de la Place, de Opera, het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst, het Grétrymuseum, enz. weer één geheel. Tussen 1904 en 1909 was het “paleis” al gerestaureerd door architect Lousberg, die de toren helemaal liet verbouwen. Dit gebouw is typisch voor de Maasarchitectuur van de 17de eeuw, met kruisramen met zes tot negen openingen, opgetrokken in kalk- en baksteen, onder een hoog dak van leisteen, dat rijkelijk versierd en verguld is. De mascarons van Maaslandse turfkrijtsteen die de gevel sieren, voegen decoratieve en symbolische elementen toe aan de prachtige decoratie binnenin. Maar vandaag vieren we feest voor het Grand Curtius. Met de steun van de subsidiërende overheden is de stad geslaagd in een reusachtige uitdaging: op één plek, in een totaal gerestaureerd architecturaal pareltje, heeft ze de prestigieuze collecties samengebracht van de Musea voor Archeologie en Kunstnijverheid, het Glasmuseum, het Wapenmuseum, en het Museum van Religieuze Kunst en Kunst uit de Maasstreek. Op 6 maart 2009 zal het publiek kennis kunnen maken met dit geheel, dat kunst en geschiedenis van het Land van Luik slim aan elkaar koppelt. En met een lekkere peket erbij wordt het genieten. (meer info)

 

  • /

Aat (Ath), de hoofdstad van het Pays vert beschikt over een aantal pronkstukken: de donjon uit de 12de en het barokke stadhuis van Cobergher uit de 17de eeuw. Deze twee voortreffelijk gerestaureerde parels waken over de reuzen, die andere parels die door de Unesco erkend zijn als meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid.

De man aan wie we het ontstaan van  Aat te danken hebben, is B o u d e w ij n I V, h e r t o g v a n Henegouwen. De bouw van het kasteel (of de toren) Burbant is ongetwijfeld zijn levenswerk. De overblijfselen van het kasteel maken het mogelijk om zijn levensloop te reconstrueren. Boudewijn IV, bijgenaa md ‘de Bouwer ’, had va n Gilles de Trazegnies, een notabele uit de streek, moerasland gekocht. Daarmee wou hij enerzijds zijn domein beschermen tegen vijanden uit het noorden (waar geen afgebakende grens was), en anderzijds de adellijke families die (te) graag hun vrijheid wilden behouden, in de gaten houden en onderwerpen aan zijn hertogelijke gezag. De Anglo-Normandische donjon is in 1166 opgetrokken op de plaats waar de twee Denders samenvloeien. Het is een reusachtig schip dat waakt over een uitgestrekt gebied dat zich in de loop der tijden zal ontwikkelen tot wat nu de stad Aat met zijn achttien gemeenten is. In eerste instantie had dit imposante bouwwerk dus een strategische functie: het moest de naburige graafschappen ervan weerhouden te gulzig te worden. Met zijn hoogte van 20 meter, zijn lengte van 14,4 meter en zijn muren van 4 meter dik heeft het wel meer dan één hertog afgeschrikt. Het gebouw was vroeger omringd door slotgrachten en grondophogingen en had alleen een defensieve functie. Daarom waren er ook geen wapenarsenalen aanwezig. Geen machicoulis (vierkante openingen in de torenomloop), geen schietgaten, en alleen maar een paar openingen om licht naar binnen te laten. Rond de toren lag het hoofdgebouw of opperhof. De toren had geen deuren en je kon er alleen in met inschuifbare ladders, die nu zijn vervangen door trappen. In de kelderverdieping zonder raamopeningen werden reserves en proviand bewaard voor de kasteelheer en zijn gasten. Dit is later een gevangenis met twee cellen geworden: de Hel en het Paradijs. In het Paradijs was er daglicht, in de Hel heerste absolute duisternis. Afhankelijk van het vergrijp – een struikrover of een dief die met de hand in een zak werd betrapt – kwam de gevangene in de ene of de andere cel terecht. Het hoofdvertrek op de tweede verdieping was gereserveerd voor de kasteelheer en zijn gezin. Daar ontving hij zijn gasten, die zelfs over een bepaalde mate van comfort beschikten, waaronder latrines. Deze grote woonkamer is 7 meter lang en, als je het stenen gewelf en de boog meetelt, meer dan 4 meter hoog. Het verleent de kamer een bepaalde akoestiek en geluidsisolatie. Het plankier is er nu niet meer, maar op de twee tegenoverliggende muren zien we de rand nog waarop de kamerbrede lemen vloer rustte, als voorzorgsmaatregel tegen brand. Deze woonkamer werd verfraaid met een gigantische schoorsteen waarvan de haard op de gelijkvloerse verdieping begon en diende om te verwarmen, te koken en de verschillende verdiepingen te verlichten.

Sterrenstad

Helemaal boven in de Burbant-toren komen we op het terras in de openlucht. Het was destijds een strategische plaats, omdat je door de hoogte en het panoramische zicht van 360 graden de vijand of verdachte bewegingen kon opmerken. De nieuwsgierige bezoekers zoals wij hebben er nu een kijk op het omliggende landschap, waarin je nog vaag de overblijfselen van bepaalde omwallingsmuren en kazematten kunt zien. In de 17de eeuw (1668-1674), tijdens het Franse bewind, werden rond de stad versterkingen in stervorm aangelegd. Vauban, de befaamde ingenieur van Lodewijk XIV, liet een imposante verdediginslinie aanleggen met 8 vestingen die verbonden zijn door courtines die op hun beurt beschermd worden door tenailles en halvemanen. Het is een typische opstelling voor Vauban. We kunnen je niet genoeg een bezoek met gids aanraden. Je zult er ontdekken tot wat grootse mensen in staat waren, zowel op architecturaal vlak (zoals het stadhuis van Cobergher – hiertegenover) als op het vlak van militaire bouwkunde. Op dit parcours leer je veel over de ontwikkeling, de bloei, de oorlogen en de plagen die het Land van Aat hebben gemarkeerd.

Het stadhuis van Cobergher

Het barokke stadhuis van Aat werd tussen 1616 en 1624 gebouwd op vraag van de aartshertogen Albert en Isabelle. Het is opgetrokken uit gehouwen natuur-, bak- en leisteen. De streek (vooral de Aatse deelgemeente Maff le) was bekend omdat er steen werd bewerkt die heel vaak in de bouw werd gebruikt. Vandaag de dag geeft het gebouw een verzorgde indruk. Dat zou niet het geval zijn als het in de jaren 80 niet zogoed als helemaal verbouwd was. Het was zo erg vervallen dat er energiek moest worden opgetreden. Er zijn maar enkele bouwelementen bewaard kunnen blijven, onder andere de lapidaire inscripties (handtekening van de steenhouwers) die je in de grote schoorsteen van de Salle des Pas Perdus (grote hal) ziet, en de monumentale trap. Op de verdieping bevinden zich de trouwzaal, de grote salon en een vergaderzaal. Het stadhuis heeft vooral een conserverende functie voor het erfgoed en wordt gebruikt voor officiële gebeurtenissen zoals huwelijken, tentoonstellingen, recepties en vergaderingen. De gemeentelijke administratie is ondergebracht in de rue de Pintamont, in het vroegere oudeliedenhuis, op een paar passen van de zetel van het Reuzenhuis, dat is gevestigd in de prachtige vroegere woning van de familie Cambier. Onder het gebinte vinden we het rijkelijk gedocumenteerde Museum van het Kaatsspel. Je ontdekt er de hele geschiedenis en de evolutie van deze feestelijke volkssport die meestal op zondag in de buitenwijken en omliggende dorpen wordt gespeeld. Ook vandaag nog lokt ‘la balle belotte’ grote massa’s. De gezinnen kleden zich niet meer ‘op z’n zondags’ zoals vroeger, maar ze komen nog altijd samen om de spelers aan te moedigen. En niet alleen met hun stem. Er worden grote geldsommen op tafel gelegd. Het architecturale geheel van de stadskern is het echte zenuwcentrum. Het is de bevoorrechte getuige van feesten, volks amusement en natuurlijk ook de traditionele donderdagmarkt waar de Aatenaars en de inwoners van de fusiegemeenten samenkomen.De opeenvolgende restauraties hebben de marktplaats een zeker cachet gegeven, maar voor de rest is er in de loop van de eeuwen weinig veranderd. Al in de middeleeuwen trok de markt linnenhandelaars, schrijnwer - kers, kantwerksters, goudsmeden en natuur - lijk ook vaste klanten aan.

Het Reuzenhuis

De stad Aat heeft een aantal opmerkelijke overblijfselen, waaronder een parel van een onschatbare schoonheid: het Reuzenhuis. Het is de oude woning va n de fa milie Cambier, die destijds gespecialiseerd was in de productie van stoelen, die bijgedragen hebben tot de groei van de stad Aat. Dit herenhuis herbergt nu het Museum van de Reuzen, met zeldzame archieven, visuele documenten en voorwerpen die refereren aan de lange geschiedenis van reuzen, zowel van Aat als van andere plaatsen. Op de gepla - veide binnenplaats staat het huis in Lodewijk XV- en XVI-stijl naast een ander in renais - sancestijl. Als je voorbij de witte gevel over de drempel van deze ondernemerswoning stapt, word je verblind door de ruime en hel - dere hal die helemaal bezet is met wit en zwart marmer. In het verlengde van de hal vind je een grote kamer met een erkerraam dat toegang geeft tot de tuin, die bewaard is gebleven. Sinds 2000 verwelkomt het huis reuzen en hun legendes. Er is een verzameling kort - films en er zijn multimediale infozuilen. En, echt waar, als je in een smal stuk onder een reusachtige korf met videobeelden gaat staan, beleef je – alsof je er zelf bij bent – wat de reuzendragers in optochten ervaren. Bovendien krijgt het jonge publiek alle aan - dacht, met workshops rond verhalen vertel - len, rotan vlechten om de korven van reuzen te maken, boetseren van reuzenhoofden, enz. Kinderen zijn met hun ouders, scholen of andere groepen dus welkom in de fascine - rende wereld van reuzen en optochten, die Aatenaars voor geen goud zouden willen mis - sen (zie hiernaast). ■

 

  • /

Een duik nemen in het bad van Diana in de Ninglinspo, de Rubicon oversteken in de grotten van Remouchamps. Een tank aaien voor het museum van La Gleize, een safari doen in Aywaille of de côte de la Redoute beklimmen met een elektrische fiets. Aan jou de keuze. En er is nog meer te doen.

Door de eeuwen heen hebben twee rivieren, de Ourthe en de Amblève, de natuur van de Condroz, de Famenne, de Calestienne en de Ardennen uitgegraven en er grandioze panorama’s mee gemaakt. Onder de indruk van al die schoonheid heeft de mens het dan overgenomen. Uit de mooie blauwe steen, eigen aan de streek, bouwde hij lieflijke dorpen en imposante kastelen. Het is maar dat je het weet voor je met je rugzak vertrekt, maar het land van Ourthe en Amblève, in het zuiden van de provincie Luik, bestaat uit dertien gemeenten. Het is 70.000 hectaren groot en telt 100.000 inwoners. Negen gemeenten liggen in de valleien van Ourthe en Amblève zelf (Anthisnes, Aywaille, Comblain-au-Pont, Esneux, Ferrières, Hamoir, Ouffet, Sprimont, Stoumont). Tel daar nog Lierneux bij in het zuiden, Clavier in het westen, Chaudfontaine en Trooz in het noorden. Chaudfontaine is het dichtst bevolkt, Stoumont heeft de grootste oppervlakte en Aywaille is het toeristische centrum. Ze gaan er hier prat op dat ze niet één maar twee toeristische vlaggenschepen tellen: de Monde Sauvage en de grotten van Remouchamps. Attracties bij uitstek voor gezinnen, natuurlijk. Net als de grot van l’Abîme in Comblain-au-Pont en het Domein van Palogne in Ferrières: allebei behoren ze tot het uitzonderlijk patrimonium van Wallonië. En dan is er nog het bedevaartsoord Banneux en het Château des Thermes in Chaudfontaine, die ook een groot aantal bezoekers aantrekken. In de streek zijn er ook nogal wat musea. Eentje van het bier in Anthisnes, bijen in Tilff,treinen in Sprimont, oldtimers in Trooz, het molen- en bakkerijmuseum in Aywaille, beelden in het park van Comblain-au-Pont en het speelgoedmuseum in Ferrières. En dan mogen we zeker het museum ‘December 1944’ niet vergeten in La Gleize (Stoumont). Dat is helemaal gewijd aan het Ardennenoffensief en meer bepaald aan de gevechten tussen de 1ste SS Pantserdivisie en de Amerikaanse parachutisten van de 82ste Airborne.

Het land waar het water zingt en de Ourthe zich in bochten wringt

Maar deze landelijke, groene streek geeft pas al haar geheimen prijs als je haar bossen en velden doorkruist. Te voet, met de fiets, te paard, met de auto, per trein(tje), met de kajak of zelfs met ski’s (Stoumont en Lierneux). Je zal betoverende landschappen zien. Het uitzicht vanop de Congo naar de bocht van de Ourthe in Esneux bijvoorbeeld. De bruggen en tunnels werden gebouwd met werkkrachten die uit onze voormalige kolonie naar hier gehaald werden, wat dit stukje Amblève de bijnaam ‘Congo’ opleverde. Of de natuurlijke baden van de Ninglinspo in Nonceveux. Als je in de buurt van Deigné bent, een van de mooiste dorpen van Wallonië, kan je zelfs het water onder de grond horen zingen. Een geologisch fenomeen dat eigen is aan kalkgronden. Als je zolen versleten zijn na honderden kilometers wandelingen die de toeristische dienst je had voorgesteld, is het tijd om je moede hoofd te ruste te leggen in een van de 3.000 bedden die hier in de streek op jou staan te wachten. Keuze genoeg: hotels, gîtes, kamers, jeugdherbergen, campings… Ga zitten, rust wat en drink een fris streekbiertje. Een Elfique bijvoorbeeld, of een blonde Cervoise d’Anthisnes. “Het toerisme is, samen met de landbouw, de steengroeves en de bosbouw een van de belangrijkste economische pijlers van de streek, legt Jacques Lilien uit. Lilien is de directeur van GREOA, de organisatie die de dienst voor toerisme beheert (zie hiernaast). Zowat 200.000 bezoekers zakken jaarlijks naar hier af om te genieten van al het fraais dat deze streek te bieden heeft. Denk maar aan de middeleeuwse evocaties in Comblain-au-Pont of Remouchamps, het internationaal jazzfestival van Comblain-la-Tour, het Bucolique Festival in Ferrières, de Beach Days in Esneux of niet te missen, het kaasfestival van Harzé, dat op zich goed is voor een kwart van alle toeristen.”

HIER ONTSTOND DE TOERISTISCHE DIENST

In 1972 werd de GREOA opgericht, (Groupement Régional Économique des vallées de l’Ourthe et de l’Amblève), met als doel de economische en sociale belangen van deze streek te verdedigen, ontwikkelen en promoten. Aanvankelijk was het een losse organisatie, maar gaandeweg kwam er meer structuur in. Er kwamen lokalen, personeel en computers. Momenteel bestrijkt het dertien gemeenten in de provincie Luik (zie vorige pagina). De vzw is een soort studiebureau. Er wordt samengewerkt met lokale verenigingen, met de universiteit van Luik, met de faculteit Landbouwwetenschappen van Gembloux, met verschillende diensten van de Waalse regio, voornamelijk op het gebied van ecologie. Verder helpt ze ook bedrijven, vooral wat toeristische ontwikkeling betreft en beheert ze de dienst voor toerisme van het land van Ourthe en Amblève. Die werd in september 2000 opgericht. Ten slotte is de GREOA actief in verschillende programma’s tegen sociale uitsluiting..

GREOA asbl : Place de Chezy, 1

B-4920 Harzé

+32 (0)4 384 67 88

www.greoa.be

EEN NIEUWE APP

De toeristische dienst van het land van Ourthe en Amblève heeft een gratis nieuwe app laten ontwikkelen. De app is ontwikkeld voor smartphones en iPhones, maar is compatibel met tablets en iPads. Daarmee wil ze de dienstverlening aan de bezoekers verbeteren en initiatieven in het zonnetje zetten die een kwaliteitslabel gekregen hebben (‘Wallonie Destination Qualité’) van het commissariaatgeneraal voor toerisme. Deze app heet Ourthe-Amblève en is in de drie landstalen beschikbaar. Hiermee kunnen bezoekers, zonder dat er een internetverbinding aan te pas komt, alle informatie opzoeken van meer dan 500 toeristische aanbiedingen in de streek. Wandelingen, ontspanning, verblijf, restaurants… Daarnaast vind je er ook een agenda van alle geplande activiteiten in de streek. Eigenlijk is het een aanvulling van alle informatie die je kan krijgen bij de dienst voor toerisme. De app is vooral nuttig voor wandelingen. Je kan die downloaden en helemaal volgen met behulp van de gpsfunctie van jouw toestel. Je kan er ook bijvoorbeeld het restaurant mee bellen dat je juist op je gids bekeken had. Deze gebruiksvriendelijke app is ontworpen door een Luiks bedrijf, DJM Web. We hadden het al over hen in WAW nummer 18 van september 2011. “We zijn heel trots op deze app, zegt Domi Maes, de managing director. We hebben voor het eerst gebruik kunnen maken van de gegevens van PIVOT. Dat is de enorm uitgebreide database van het commissariaatgeneraal voor toerisme. Het volstaat niet om een grafisch mooie site af te leveren. Belangrijker is dat de gegevens actueel zijn en dat ook blijven. Dat alles ook klopt. Een app moet een instrument zijn dat de hele tijd door evolueert. Bij deze is dat het geval en we zijn daar erg blij om.” Je kan deze app downloaden via de App Store of de Google Play Store. Of via de website van de dienst voor toerisme (Espace Presse, Actualités) Het downloaden gaat vanzelf. Als er staat ‘een nieuwe mobile app’ klik je op ‘meer weten’ en scan je een van de codes onder aan de pagina.

MET DE FIETS DOOR OURTHE EN AMBLÈVE

Met de fiets door de streek van de Ourthe en de Amblève? Niet echt vanzelfspre - kend, toch? De mensen van de toeristische dienst nodigen iedereen nochtans uit om op die manier van de geweldige landschappen te komen genieten. Zonder badpak of pedalo. De twee rivieren hebben in de loop der tijden een brede route uit het land - schap gesneden. Die route smeekt om aan zijn oevers te komen fietsen. Zo werden 40 kilometer RAVelwegen aangelegd langs de Ourthe. RAVel, dat is het netwerk van trage wegen die je overal in Wallonië vindt. De Amblève is zich daarop aan het aansluiten. “Onze regio is zowat de achtertuin van de Luikenaars en zelfs van Nederlanders uit de streek van Maastricht. Die mensen moeten bij het kleinste zonnestraaltje naar hier kunnen afzakken om in alle rust te genieten,” legt Jacques Lilien uit, de directeur van GREOA. “Wij willen Aywaille, ons toeristische centrum, verbinden met de stad van Tchantchès (Luik, n.v.d.r.), door middel van dat netwerk van trage wegen. Luik en Comblain-au-Pont zijn al op die manier met elkaar verbonden. De RAVel 5 volgt de Ourthe, die een magnifieke bocht maakt in Esneux. Langs de Amblève moet er nog maar zeven kilometer aangelegd worden tot Aywaille. Die werken zijn gepland, maar men wacht op de subsidies. Verderop verbindt het wandel- en fietspad La Voie des Aulnes Aywaille met Remouchamps. Er zijn zelfs plannen om tot Fonds de Quarreux te gaan en zelfs nog verder… ” Maar terug naar de Ourthe. Tussen Comblain-auPont en het domein van Palogne in Vieuxville moet er nog een tiental kilometer worden aangelegd. Zes tussen Comblain-la-Tour en Hamoir en drie tussen Hamoir en Sy. “De eerste strook is het belangrijkste. Het geld is er, maar er is nog een milieuvergunning nodig, omdat het traject door een natuurgebied loopt,” legt de directeur uit. “Ook de tweede strook is gepland. Ideaal zou zijn om die door te trekken tot Durbuy, maar daar hebben wij niets over te zeggen.” Het mag wel duidelijk zijn dat waar die RAVelstroken nog niet zijn aangelegd, het niet de bedoeling is dat je daar je fiets op je schouders neemt en door het water verder huppelt. De Rando-Véloroutes nemen het daar over, zowel langs de Ourthe als langs de Amblève.

Toeristische trekpleisters en musea verbinden

Het is natuurlijk niet de bedoeling van de toeristische diensten om alleen maar waterlopen te volgen. Er zijn nog andere projecten die het binnenland doorploegen. Zo is er het oude buurtspoorwegennet dat het tracé tussen Ferrières en Comblain-la-Tour zou kunnen laten herle - ven. Of nog de CyclOVA, een fietsknooppuntennetwerk van zowat 300 kilometer. “Het is onze filosofie om grote toeristische trekpleisters en musea te verbinden. Daarbij kunnen we gebruik maken van plaatselijke logeerplaatsen zoals bijvoorbeeld de gîtes Bien - venue Vélo die er speciaal op gericht zijn om fietsers te ontvangen,” licht Jacques Lilien toe. “We hebben een netwerk uitgetekend van toffe, kleine wegen die je langs dorpjes voeren, ver weg van het drukke verkeer. Dat project wordt gesteund door GREOA en de toeristische dienst. Dat hoeft overigens niet veel te kosten. Er is een reële kans dat het subsidies krijgt van het Europees regionaal investeringsfonds (Feder).” Het is dus maar logisch dat de verantwoordelijke personen over heel de streek fietsverhuurpunten aan het inplanten zijn. Je vindt er al op het domein van Palogne (Ferrières), aan het kasteel van Harzé (Aywaille) en aan de camping Le Rocher de la Vierge in Comblain-la-Tour (Hamoir). Maak je geen zorgen als je het terrein wat te steil vindt. Ze verhuren ook elektrische fietsen.

De natuur van deze streek kun je te voet, per fiets, te paard, met de auto, een treintje of zelfs per kajak of op ski’s verkennen. Haar geheimen liggen dan aan je voeten.

 

DE NOÛ BLEÛ, EEN UNIEK NIEUW GROTTENCOMPLEX IN SPRIMONT

We hadden al de grot - ten van Remouchamps en de grot van l’Abîme in Comblain-au-Pont. Misschien krijgt het land van Ourthe-Amblève er binnenkort een nieuwe ondergrondse attractie bij. Dat is best mogelijk, maar vooraleer het zover is, zal er nog heel veel water van de stalactieten naar bene - den druipen. In Chanxhe (Sprimont) hebben twee speleologen in december 2012 een uniek grotten - complex ontdekt. Dat hebben ze Le Noû Bleû gedoopt. De speleologen van de plaatselijke club Ourthe-Amblève onder - zoeken al zestig jaar de ondergrondse rivier waar het water terechtkomt dat er via verdwijngaten in de vallei ingaat. Het mondt verder uit in Le Lac Bleu in Chanxhe. De grot zelf is 800 meter lang, maar er zijn minstens drie kilometer galerijen. Ze is van een adembenemende schoonheid en ook van groot wetenschappelijk belang. Maar de ingang van de grot ligt in een steengroeve die nog altijd ontgonnen wordt. “We hebben er anderhalf jaar over gedaan voor we de ontdekking bekendmaakten. We wilden voorzichtig zijn en goede afspraken maken met de exploitant van de groeve, de eigenaars van het terrein, de speleologen en de wetenschappers,” legt Claude Ancion uit, burgemeester van Sprimont en voor - zitter van GREOA. “De ingang van de grot wordt nu afgeschermd en alleen een paar specialisten mogen erin afdalen om de grot verder te onderzoeken. Als het publiek ooit al binnen zou mogen, moet er toch eerst een andere ingang gevonden worden. De speleologen hebben zich stroomop- en stroomafwaarts gewaagd, maar aan beide kanten zijn ze op gan - gen gestuit waar geen mens doorgeraakt. Nu is het dus aan de duikers. Maar ook de wetenschappers moeten de kans krijgen om heel deze grot te exploreren.

SPORT, NATUUR EN GESCHIEDENIS IN HET DOMEIN VAN PALOGNE

Uit het zicht van de weg die Durbuy en Aywaille met elkaar verbindt, aan de oevers van de Ourthe en de Lembrée, vind je in Vieuxville (Ferrières) het domein van Palogne. De twee rivieren hebben er zich door de eeuwen heen een weg gebaand door de kalksteen. Daar duikt tussen de rotsen een imposant middeleeuws bouwwerk op, de burcht van Logne. De burcht was lange tijd eigendom van de prins-abten van Stavelot. Het trotse bouwwerk heeft nog als schuilplaats gediend voor Guillaume de la Marck, de beruchte ‘Sanglier des Ardennes’ en zijn bandietenbende, toen die in 1482 het Prinsdom Luik onveilig maakten. Nu stroomt er geen bloed meer door de bedding van de rivieren. Het heeft plaatsgemaakt voor het vreedzame water. De rust is weergekeerd en het gebied is omgevormd tot een van de volledigste attracties van de streek. “Het is hier altijd mooi weer en de natuur is fantastisch.” Aan het woord is François Froment, al zes jaar directeur van het domein van Palogne. Vroeger was hij marketingdirecteur van Monde Sauvage in Aywaille, daarna was hij verantwoordelijk voor groepen in de abdij van Stavelot. Het domein van Palogne is een provinciaal domein dat beheerd wordt door de vzw Toeristische domeinen van de Vallon en de Lembrée. François regisseert hier alles. Wat waar hoort, de infrastructuur, het onthaal van de groepen, de veiligheid… Omdat het seizoen uitzonderlijk vroeg begint is hij nog optimistischer dan anders. In de paasvakantie mocht hij hier nog 220 deelnemers ontvangen aan de 4de Nutriraid. Dat is een wedstrijd die je met zijn tweeën doet: 11 kilometer lopen, tussen Palogne en Barvaux, 7,5 kilometer kajak op de Ourthe tussen Barvaux en Palogne en dan nog eens 36 kilometer met de mountainbike in de bossen. Als iedereen goed en wel vertrokken is, kan François even uitblazen met een lasagne op het terras van de taverne Al gatte d’or. Dat restaurant was driehonderd jaar geleden nog de oude hoeve van Palogne. “Al sinds het begin van de 20ste eeuw is deze plek een aantrekkingspool voor toeristen die op zoek zijn naar rust en stilte aan de rand van het water, weet de ex-boekhouder ons te vertellen. We rekenen elk jaar op zowat 100.000 bezoekers. We mikken vooral op scholen en gezinnen. Maar ook op groepen, die we te logeren kunnen leggen in de drie gîtes, samen goed voor 120 bedden.” “Dit domein heeft drie attractiepolen, gaat François verder. Sport, natuur en geschiedenis. Sport, dat is de minigolf, kajak, verhuur van mountainbikes en elektrische fietsen, klimmen, deathride, boog- en katapultschieten, speleologie en dan vergeet ik bijna het speelpark voor de kleinsten. Mensen die van de natuur houden, zullen zeker gecharmeerd worden door de prachtige landschappen in de buurt en de vele wandelingen die je hier kan maken. Je kan het kronkelende water volgen of genieten van de panorama’s op de heuvels of mooie dorpen ontdekken: Sy, Verlaine, Izier, Ozo.”

De legende van de gouden geit

Je kan hier ook verschillende leerrijke activiteiten beleven. Rond valkerij, de prehistorie, de middeleeuwen of oude ambachten. Maar niemand kan uiteraard om de imposante burcht heen, die zwaar te lijden heeft gehad onder de bombardementen van Karel V in 1521. Vooral zij die gek zijn op geschiedenis en oude ruïnes. “De bezoekers kunnen de grachten ontdekken, de kelders, de versterkte grotten, de overblijfselen van muren en torentjes, gaat de directeur verder. Zo’n bezoek gaat gepaard met een heuse schattenjacht, gebaseerd op de legende van de gouden geit. Zowel kinderen als volwassenen beleven daar veel plezier aan. We raden de toeristen ook aan om het archeologisch museum te bezoeken in de boerderij La Boverie, aan het begin van de weg die naar het domein leidt.”

Schatten in de put

Houten kommetjes, koperen pannen, tinnen zoutvaatjes, leren schoenen, wapens, bommen, zakzonnewijzers… het is een quasi onuitputtelijke voorraad die je in het museum van de burcht van Logne vindt. Men heeft hier op de bodem van een 70 meter diepe put, zonder overdrijven, honderden gebruiksvoorwerpen gevonden die elk een verhaal vertellen over het dagelijkse leven in het kasteel. Die put was gegraven om water uit de rivier te halen, met behulp van een traprad dan nog wel. Toen het kasteel werd aangevallen door de troepen van Karel V, gooiden de bewoners van het kasteel al hun kostbaarheden in die diepe, gapende bek. Daarover kwam nog een laag steenslag van wel 50 meter dik. Dat verklaart niet alleen waarom het eeuwen geduurd heeft voor men deze archeologische schatkamer ontdekte, maar ook waarom het nog eens vijftien jaar geduurd heeft om al die stukken weer naar boven te krijgen. Tegenwoordig wordt de schat – want dat is het – tentoongesteld op de eerste verdieping van het museum. De tweede verdieping is helemaal gewijd aan de Merovingische begraafplaats van Vieuxville, een van de oudste Merovingische begraafplaatsen van Europa.

RONNY BROOSHEEFT EEN GOED OOG IN DE VALKERIJ

Ronny Broos. Dat is nu eens echt iemand die een ereplaats verdient tussen alles wat het domein van Palogne te bieden heeft. Hij is niet zo groot als de burcht, maar met zijn twee meter nu ook niet direct klein te noemen. Hij is ook niet zo oud, al heeft hij toch de gezegende leeftijd van 67. Ronny is afkomstig uit Antwerpen. Helemaal in zijn eentje vertegenwoordigt hij de drie attractiepolen van het domein: natuur, sport en geschiedenis. Ronny is een valkenier. Dat is niet zijn beroep - eigenlijk is hij industrieel radioloog - maar zijn passie. Vroeger zette hij zijn roofvogels in om af te rekenen met meeuwen die massaal afkwamen op de stortplaatsen in de Kempen. Later koos hij voor de sierlijke kant van de valkerij. Hij was in 1993 verantwoordelijk voor de eerste valkenshow van Parc Paradisio (dat nu Pairi Daiza heet) . “Ik had toen 110 roofvogels, waarvan ik er een zestigtal gebruikte in mijn shows. Ik deed dat natuurlijk niet alleen, er waren nog andere valkeniers. Ik heb dat acht seizoenen gedaan. In 2001 ben ik vertrokken met mijn vogels. Ik vond dat er te veel shows waren naar mijn zin.” In 2002 kwam Ronny terecht bij Monde Sauvage in Aywaille. Daar bleef hij maar één seizoen, net de tijd om zijn show uit te bouwen. Het jaar daarna verkocht hij de helft van zijn vogels en ging hij op zoek naar andere oorden. Dat werd dan Palogne, waar de directeur bereid was om een deel van het domein ter beschikking te stellen. “Dit spektakel is meer opvoedkundig. Het is vooral gericht op kinderen die op bosklassen zijn. Ik leer hen de vogels beter te begrijpen. Hoe ze leven, wat hun gewoonten zijn. Wist je bijvoorbeeld dat maar weinig mensen het verschil kennen tussen dag- en nachtroofvogels? Dat ze het verschil niet zien tussen een bosuil en een ransuil? Nochtans zijn de roofvogels de barometers van de natuur. Maar als je een grote show doet voor duizend mensen, met geluid en andere effecten, dan leren ze niets. Dan is het alleen maar een spektakel.” Als je dus een ander beeld wilt op de wereld van de valkerij, kom dan naar Palogne. Maar wacht niet te lang. Want na veertig jaar denkt Ronny eraan om ermee op te houden. Om dan vrij te zijn, vrij als een vogel.

IN DE ‘AVOUERIE’ VAN ANTHISNES MAAKTE DE RECHTSPRAAK PLAATS VOOR PROEVERIJEN

Eerlijk gezegd, wij wisten ook niet hoe een middeleeuwse ‘avouerie’ eruit zag. Tenminste, voor we door het dorpje Anthisnes wandelden. Aan de kant van de weg, als je van Comblain-au-Pont komt, wenkt ons een zonovergoten terrasje dat zowat tegen een kasteel aanleunt. Een leuk duo, je kan er niet aan voorbij. Éric Hendrikx is de gids die de bezoekers meeneemt tot boven in de 12de eeuwse donjon. Hij legt ons uit wat die avouerie is. “Dit is het kasteel van de avouerie van Anthisnes. Het begrip avouerie gaat terug tot in de Karolingische tijden. Het was een instituut dat geleid werd door een ‘avoué’, een soort advocaat. Die moest kerkelijke eigendommen beschermen en vertegenwoordigen. Blijkbaar ging het hier, in Anthisnes, om verschillende stukken grond die sinds de 12de eeuw toebehoorden aan de abdij van Waulsort, in de buurt van Dinant.” Éric neemt ons mee tot in de diepste krochten van het kasteel, doorheen 2000 jaar geschiedenis. In de tijd van de Romeinse bezetting van deze streken lag dit dorp op de as Reims – Keulen. Het beleefde toen zijn eerste glorietijd. De naam is afkomstig van Villa Anteus of Antina. De rechten van de avouerie werden achtereenvolgens uitgeoefend door de hertogen van Limburg (provincie Luik) en de graven van Houffalize, vooraleer in 1292 over te gaan in de handen van ridder Thomas-Corbeau van Villers, die de naam Thomas Corbéal van Antine aannam. Zijn familie heeft hier eeuwenlang de plak gezwaaid.

Opgehangen in het bos van Tolumont

“De heer van Anthisnes beschikte over hoge, midden- en lage justitie. Hij kon een tribunaal instellen voor burgerlijke en strafrechtelijke zaken,” gaat onze gids verder. “Aanvankede vzw ‘l’Avouerie d’Anthisnes’ het gebouw overnam. Nu zorgen zij voor onderhoud en restauratie. Een biermuseum in de donjon “Ik ben verantwoordelijk voor de projecten van de vzw”, bekent de nieuwe kasteelheer, die overigens toerisme gestudeerd heeft. “Onze inkomsten komen van de verhuur van zalen, de organisatie van concerten en andere evenementen, de verkoop van streekproducten en uiteraard van de bezoekers aan het kasteel en het bier- en péketmuseum.” Dat museum bevindt zich al zeven jaar in de donjon en maakt deel uit van elk bezoek. De toeristen kunnen hier over vier verdiepingen de verschillende biersoorten ontdekken en ook de verschillende manieren hoe er in België bier wordt gebrouwen. “In de middeleeuwen waren hier overal brouwerijen”, gaat Éric verder. “Daarom heeft een groep jongeren van het dorp in 1983 het idee opgevat om een oud bierrecept opnieuw te gebruiken. Ze hebben het ‘La Cervoise de l’Avouerie’ genoemd. Een licht, goudkleurig bier van hoge gisting met maar 5,2% alcohol. Maar met veel meer smaak dan een pils, omdat er meer kruiden en aromaten worden toegevoegd, zoals koriander en geraspte sinaasappelschil. Het bier wordt niet hier gebrouwen, maar in Silly, in Henegouwen.” Leuk meegenomen: bij een bezoek aan het kasteel en het museum van de Avouerie, is een degustatie van het fameuze bier in de prijs inbegrepen. “Ook de vrouwen zijn er dol op” verzekert Éric ons. Hij heeft zich niet onbetuigd gelaten en brouwt ook zelf bier, samen met Christophe Sarlet, ook een inwoner van Anthisnes. “Ter gelegenheid van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog hebben we een speciaal biertje gebrouwen, en we hebben dat Belgo-Russe gedoopt. Het is een bier waarin stukjes eikenschors zijn geweekt. Eik die op zijn beurt dan weer doordrenkt is van wodka. We toosten ermee op de Belgische lichte voertuigen die naar het front in Rusland waren gestuurd. Hier waren ze immers nutteloos want door de vele loopgraven geraakten ze geen meter verder. We hopen dat we er de Russische gemeenschap in België warm voor krijgen.” Waarmee weer eens bewezen is, dat de Avouerie voor iedereen brouwt.

STREEKPRODUCTEN

Je vindt een overvloed van streekproducten in de winkel van de avouerie. Vis, boerderijproducten, champignons, slakken, zelfgemaakte confituur, charcuterie, mineraal water en speciale bieren. Je boodschappenmandje zal sneller vol zijn dan je denkt. Er zijn in elk geval drie streekproducten die je niet mag vergeten mee naar huis te nemen: eend (rillette, cassoulet, eendenmaag) van het huis ‘Au canard gourmand’ in Fraiture (Sprimont). Frambozen- of pruimenconfituur van de bioboerderij van Targon, in Villers-aux-Tours (Anthisnes) en honing van de “Ruchers des Trois Vallées” in Burnontige (Ferrières).

De Rascasse, Casino en Portier in Monaco, de Karrussel op de Nürburgring, de Tamburello in Imola, de Blanchimont en La Source in Francorchamps. Namen van wereldberoemde bochten die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken van alle liefhebbers van de Formule 1. Mythische bochten die allemaal deel uitmaken van al even mythische circuits.

En dan is er de Raidillon, die waanzinnig steile helling die op het circuit van Francorchamps de reputatie van scherprechter heeft gekregen. Dit is de plaats op het hete asfalt waar volgens Dan Gurney, winnaar van de Belgische F1 Grand Prix in 1967, de jongens van de mannen worden gescheiden. Deze legendarische bocht werd aangelegd in 1939 en is wellicht de eerste bocht in Europa die werd aangelegd voor de auto- en motorencompetitie. Dat wil zeggen dat de Raidillon dit jaar zijn 75ste verjaardag viert

Eerst geplet worden, dan vliegen

De Raidillon is een aaneenschakeling van een linkse, rechtse en opnieuw een linkse bocht, gekenmerkt door een duizelingwekkende stijging van de bocht naar rechts, waar je links uitkomt en die daarna uitgeeft op een lange rechte lijn. Als de chauffeur dus met zowat 300 kilometer per uur aankomt waar de bochtenreeks begint, doemt daar plots die muur voor hem op met een helling van 17%. In de bocht wordt hij eerst in zijn cockpit platgedrukt met een laterale kracht van 4G. Even ziet hij de lucht, om dan weer met een kracht van 1G omhoog gekatapulteerd te worden, waarna het aan het einde van de bocht net is of hij vleugels krijgt omdat de wagen zich daar volgens de ingenieurs bijna in een toestand van gewichtloosheid bevindt. De betreurde Jacques Villeneuve was een grote fan van de Raidillon: “Bij elke passage is er een gevecht tussen je overlevingsinstinct dat je beveelt om je voet van het gaspedaal te halen en de zin om je grenzen te verleggen. Je moet heel moedig zijn, telkens als je deze beklimming aanvat. Maar als dat risico er niet zou zijn, zou het rijden ook niet zo’n fantastisch gevoel geven.”

De Oude Douane gaat eruit

In 1920 vatten Jules de Thier, directeur van de krant La Meuse en zijn vriend Henry Langlois Van Ophem, voorzitter van de sportcommissie van de Koninklijke Belgische Automobielbond R.A.C.B., het idee op om een autocircuit aan te leggen in Francorchamps. Ze hadden er geen idee van dat ze daarmee de naam van deze kleine gemeente in gouden letters zouden bijschrijven in de annalen van de auto- en motorencompetitie. Met de steun van de burgemeester van Spa, Joseph de Crawhez, werd het circuit zelf snel aangelegd. De wegen die Malmedy, Stavelot en Francorchamps met elkaar verbonden, waren vlug klaar en vanaf 1921 werd er al geracet op het bijzonder snelle, ruim vijftien kilometer lange circuit. Francorchamps opende als eerste een nieuw tijdperk van circuits. In 1922 volgde dat van Monza in Italië, in 1927 de Nürburgring in Duitsland, terwijl het stratencircuit van Monaco werd ingehuldigd in 1929. In de ogen van zijn makers moest het circuit van Francorchamps op alle vlakken een must worden in het autowereldje, maar vooral ook het snelste. En net daar wrong het schoentje. Want een van de bochten, of beter gezegd, een haarspeldbocht in de buurt van de Eau Rouge, die de Oude Douane genoemd werd, vertraagde de piloten aanzienlijk. De racebazen besloten dan maar om in 1939 die bocht door te snijden en te vervangen door een lange, steile bocht naar rechts. Daar komt ook de naam Raidillon (steile helling) vandaan. Daarmee kwam ook de droom uit van Henry Langlois die het circuit negentien jaar eerder had uitgetekend. “De ligging van de vallei van de Eau Rouge is ideaal. We kunnen de helling van Burenville helemaal volgen.” En zo geschiedde. 

Liefde voor het snelste circuit ter wereld

De sterren van die tijd hadden die wijziging snel onder de knie, ondanks het feit dat het er nu veel gevaarlijker was geworden. Vergeet niet dat de bolides in die tijd tot 300 kilometer per uur konden halen, terwijl de racers niet eens een gewone veiligheidsgordel droegen. De Italiaan Tazio Nuvolari reed eerst met Saroléa-motoren, voordat hij een succesvolle carrière in de automobielsport begon. Hij stak zijn bewondering voor deze bocht niet onder stoelen of banken: “Deze nieuwe bocht maakt het tracé nog veel selectiever, want hier komt de wegligging van een wagen het best tot uiting. Precies op een plaats waar er altijd veel toeschouwers staan.” Die toeschouwers zullen dan toch nog tot na de oorlog moeten wachten om de nieuwste bocht te komen bewonderen, ook al omdat er door de gevechten redelijk veel schade was aangericht aan de installaties op en rond het circuit. Er worden een nieuwe piste en nieuwe tribunes gebouwd en in 1946 wordt het nieuwe Nationaal Circuit van Francorchamps ingehuldigd. Een tijdelijk bestuur neemt de zaken waar. Twee jaar later wordt de intercommunale van het circuit opgericht. Die bestaat uit de provincie Luik, de vijf gemeenten langs het circuit, de Belgische overheid, de Koninklijke Automobielclub van België en de Belgische motorrijdersfederatie FMB. 

De racebazen besloten dan maar om in 1939 die bocht door te snijden en te vervangen door een lange, steile bocht naar rechts. Daar komt ook de naam Raidillon (steile helling) vandaan. Daarmee kwam ook de droom uit van Henry Langlois die het circuit negentien jaar eerder had uitgetekend.

 

Een spektakel over heel de lijn

Maar in de loop der jaren gingen de racewagens door allerlei technologische verbeteringen almaar sneller door de bochten, terwijl de uitwijkstroken langs de Raidillon niet meer aangepast waren aan die hoge snelheden en te smal bleken. De weg werd daarom verbreed in 1970, maar de belangrijkste aanpassing vond plaats in 1983, toen de bocht 10 meter naar rechts werd opgeschoven. Op die manier werd de hoek van de bocht verkleind, maar tegelijkertijd en misschien zelfs tegenstrijdig daaraan, verhoogde dat de snelheden in de bocht. Met als gevolg dat er uitgebreide uitwijkstroken bijkwamen, mogelijk gemaakt door de verplaatsing van de bocht, en dat daardoor het spektakelgehalte over heel de lijn toenam. Zo zullen de liefhebbers van Formule 1 zich nog lang de ongeziene inhaalbeweging herinneren van Mark Webber, toen die tijdens de Grand Prix van 2011 met zijn Red Bull de Ferrari van Fernando Alonso het nakijken gaf. En er zullen zeker mensen zijn die dromen van een terugkeer van de Moto GP naar Francorchamps om opnieuw de homerische gevechten te beleven tussen de Marquez, Lorenzo’s, Rossi’s en andere Pedrosas van deze wereld. Terwijl ze zich de even heroïsche duels herinneren van mannen zoals Surtees, Hailwood, Agostini of Read. Maar dat is weer een ander verhaal. .

Het geheugen van de mythe: René Bovy! 

WAW stelt u het vervolg van dit verhaal voor aan de hand van onze gids, die al even mythisch is als het circuit: René Bovy, levend geheugen van Francorchamps en zijn geschiedenis. René Bovy, geboren in 1922, in de bocht van Masta – midden op het circuit - was de eerste secretaris- penningmeester van het Nationaal Circuit van Francorchamps. Hij kent er alle plekjes en heel de geschiedenis op zijn duimpje. Tot vandaag bezielt hij, samen met onder meer Herman Maudoux en Pierre Christophe het Museum van het Circuit. Met zulke mannen is het einde van de legende van Francorchamps nog lang niet in zicht.

  • /

Relab

Het Relab, het eerste Fab Lab van Wallonië, is een digitale werkplaats die openstaat voor het publiek en tevens een plaatselijke creatieve ontwikkelingsstructuur. Het speciale karakter van het Relab schuilt in het gebruik van teruggewonnen materialen als grondstof en in het bestuderen van nieuwe sociale, creatieve en zuinige upcycling-methodes, in combinatie met nieuwe digitale productie‑ en communicatiemiddelen. Als dat niet ongewoon is!

www.relab.be

 

 

 
Schöffertoren

De Schöffertoren werd in 1961 opgericht in het park van La Boverie. Die cybernetische toren is het werk van de Frans-Hongaarse kunstenaar Nicolas Schöffer en vormt een abstract beeldhouwwerk van 52 meter hoog, dat bestaat uit een luchtig geraamte van stalen buizen. Dat geraamte is voorzien van bladen van verschillende vormen en afmetingen en wordt bewogen door motoren die worden gestuurd door een elektronisch brein. Behalve de metalen structuur, steunt de beweging van het cybernetisch toestel op drie organen: een verlichtingssysteem, een geluidsysteem en, om alles te besturen, een elektronisch brein dat drie actietypes opstart: beweging, muziek en verlichting van de toren. Alleszins ongewoon!

 


Inter-geallieerdenmonument

Dat de Luikse chocolade de Weense overtroefde, komt doordat onze dappere Luikenaars en de Vurige Stede tijdens de Eerste Wereldoorlog bijzonder veel moed aan de dag legden. Minder anekdotisch is dat het toen zwaar vernielde Luik werd uitgekozen voor het oprichten van het eerste Inter-geallieerdenmonument als aandenken aan de Eerste Wereldoorlog. De werken begonnen in 1928 onder het toeziend oog van de Antwerpse architect Jozef Smolderen. Dat religieus gebouw in neo-byzantijnse stijl (dat de Luikenaars verkeerdelijk ‘basiliek’ noemden) werd ingewijd in 1936. De koepel ervan bestaat uit 13 ton vellen Katangees koper (uit ex-Belgisch Congo), die waren gewalst in de fabrieken van ‘Cuivre et Zinc’ uit Chênée. Historisch en... ongewoon!
 

 

 
Get Out

‘Live Escape Game GetOut!’, een onderzoeksteamspel, in Luik dient om uw geschiktheid voor samenhang en teamspel te testen. Tijdens dat levensgrote ontsnappingsspel vormen uw scherpzinnigheid als detective en uw team de beste bondgenoten om te ontsnappen uit de kamer vol aanwijzingen. Om binnen de limiet van 60 minuten vrij te komen, moet u een stevig team vormen. Vind de aanwijzingen, bestudeer ze en leg de verbanden ertussen bloot. Vanuit eenieders standpunt en door de mening van elke inspecteur zal de sleutel van het raadsel geleidelijk aan het licht komen. Het succes van uw onderzoek zal te danken zijn aan de vele aanwijzingen rondom u, maar ook aan uw zin voor samenhang en uw teamgeest, waardoor u tijdens het spel de betekenis van en het verband tussen elke aanwijzing zult begrijpen. Ongewoon en... ludiek!

http://getoutliege.be

Het veld van mogelijkheden

Dit is een project voor biologische groenteteelt en zelf oogsten op basis van het vertrouwensprincipe tussen de consument/speler en de producent. Biologisch en... ongewoon!

www.champdespossibles.be
 
 
Schuilplaats tegen luchtaanvallen en de "Cité-Miroir" (Spiegelstad)

Onder de spiegel ligt de schuilplaats. Een vreemde band tussen een vroeger zwembad en een museum dat aan de Tweede Wereldoorlog en de sporen ervan gewijd is. Als bijkomend pedagogisch document ligt er een schuilplaats tegen luchtaanvallen onder het zwembad dat omgevormd werd tot een monument tegen vergetelheid en banalisering. Pedagogisch en... ongewoon!

www.citemiroir.be

In oktober jongstleden werd, in het kader van Lekker Wallonië, het Pad van de Trappistenabdijen geïntroduceerd: 290 km bewegwijzerd Groot Routepad langs Chimay, Rochefort en Orval, de drie Waalse trappistenabdijen.

 

Het GR 60 begint met een halte! Die van de Poteaupré-herberg, het restaurant van de abdij van Scourmont in Bourlers. Zowel bij verstokte trekkers als bij pelgrims heeft het aardse voedsel voorrang op het geestelijke, op deze route tussen de drie grote trappistenabdijen van Wallonië, een erfenis van de trappistenbroeders en de symbolen van een bepaalde opvatting van gastronomie en van de levenskunst in het zuiden van het land.

Dit eerste thematische routepad werd bewegwijzerd door de vzw “Sentier de Grandes randonnées”, die ook zorgde voor de routebeschrijving en die zich aansluit bij het programma om ons toeristisch en gastronomisch erfgoed tot zijn recht te doen komen. Er werd een traject van 290 km bewegwijzerd dat door de Hoge Venen en de wouden van Chimay loopt, langs de Maas, dan door de Famenne en naar de abdij van Orval, om naar de Semois te gaan via de Gaume-streek. Ten slotte loopt het pad door het Ardense massief om kennis te maken met de abdij van Orval en haar smakelijke schatten.

Voor het verwezenlijken van dit nieuwe GR, dat door 20 gemeenten loopt, moest er een pad worden uitgestippeld tussen de stad Chimay en de abdij van Scourmont. Dat was de ontbrekende schakel. Langs heel het traject vindt men de klassieke bewegwijzering: twee strepen verf, een witte en een rode, die naargelang het terrein worden aangebracht op bomen, rotsen enz. Maar voor dit GR werd er ook iets nieuws gebruikt: een speciale bewegwijzering voor het Abdijen-GR. Ze is zeer gemakkelijk te herkennen, namelijk een gele en oranje gestileerde weergave van de abdijbogen. Je kan er niet naast kijken.  

Het GR loopt door 20 gemeenten

Florenville
Herbeumont
Bertrix
Paliseul
Libin
Daverdisse
Wellin
Tellin
Rochefort
Marche-en-Famenne
Somme-Leuze
Ciney
Houyet
Dinant
Hastière
Florenne
Doische
Viroinval
Couvin
Chimay


Orval

Dit is het meest geliefde Waalse trappistenbier. Al een tiental jaren kent het zoveel succes, dat de brouwerij geen nieuwe markten meer wil veroveren en zelfs haar productie beperkt. Dat vergroot echter alleen maar de aantrekkingskracht op de vele liefhebbers van dit atypische bier. Volgens de regel van de trappisten moet de brouwerij absoluut door monniken worden beheerd. Die zijn er echter steeds minder...

Sinds 1931 heeft het bier zijn weergaloze smaak vooral te danken aan speciale, sterk gearomatiseerde hopsoorten, ingevoerd door de uit Beieren afkomstige eerste meester-brouwer van Orval. En de Engelse ruwe hopmethode verleent er uiteenlopende aroma’s aan, terwijl de bitterheid van het brouwsel behouden blijft.

De abdij werd tussen 1070 en 1200 gesticht.  Volgens de legende verloor gravin Mathilde van Toscane een gouden ring toen ze zich over een fontein boog en dook er een forel op met de ring in zijn bek. De gravin riep toen uit: “Het is hier echt een gouden dal (val d’or)!” En uit erkentelijkheid voor dat fabelachtige gebaar, stichtte ze het klooster dat de nu in puin liggende abdij zou worden. Ruïnes die kunnen worden bezocht en 18e eeuwse kelders waarin men kunst‑ en smeedwerkcollecties kan bewonderen. En dan hebben we het nog niet over de apotheek en de tuin met geneeskrachtige planten.      

www.orval.be


Rochefort

Sinds de stichting ervan in 1230 heeft deze abdij een bewogen geschiedenis gekend: schandalen, plunderingen en zelfs brand, maar uiteindelijk vond ze de rust en vrede die haar vandaag kenmerken. Dertien monniken van 40 tot 80 jaar leven er van hun werk en putten daaruit de mogelijkheid om veel sociale nood te verlichten. De communiteit van de abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Sint-Remigius brouwt sinds de 16e eeuw een wereldwijd befaamd bier, waarvan de productie vrijwillig wordt beperkt tot 300 hl per week.  Maar het is een internationaal succes en haalt een omzet van 14 miljoen euro. Verbazend genoeg werd de brouwerij, die een vzw was, omgevormd tot een naamloze vennootschap om... belastingen te kunnen betalen! Het klooster zelf onderging veel verbouwingen, maar het behoudt een poort uit de 16e eeuw en een neogotische kerk die van 1900 dateert. De abdij kan echter niet worden bezocht. Enkel de abdijkerk is toegankelijk, alsook een siertuin en een vijver.

www.abbaye-rochefort.be


Chimay

In de zomer van 1850 vestigt een groep monniken uit de West-Vlaamse abdij van Westvleteren zich in het gehucht Scourmont, te midden van de bossen en op enkele kilometer van Chimay. Die monniken volgen de regel van de heilige Benedictus, die een leven van gebed, studie en handenarbeid oplegt. Opdat de communiteit zou kunnen leven, beginnen ze bier te brouwen en later kaas te maken. Al spoedig worden hun producten tot buiten de grenzen befaamd en worden ze beetje bij beetje ook buiten België verkocht.

De opbrengst van de verkoop (43 miljoen euro in 2016) dient voor het ondersteunen van sociaal gerichte acties en ondernemingen in de streek van Chimay. Het klooster zelf is van een prachtige eenvoud, maar men kan enkel de kerk en de mooie aangrenzende tuin bezoeken. De site omvat tevens een hoeve, een brouwerij en een kaasmakerij, alsook de Poteaupré-herberg, die jaarlijks duizenden bezoekers trekt. Het gastenverblijf van het klooster biedt verblijfsmogelijkheden voor geestelijke herbronning.

chimay.com/chimay-experience/

Hoog op een rotspunt ligt Vierves-sur-Viroin, een dorp dat uit verscheidene verdiepingen bestaat, maar geen lift bezit... Je hebt wel sterke benen nodig om de klim naar het kasteel te wagen! Maar de stoere dorpelingen doen dat gemakkelijk. Vierves, dat het label van “Mooiste dorp van Wallonië” draagt, valt op door de originele wijze waarop de huizen zijn gebouwd en door de uitzonderlijke vriendelijkheid van de bewoners.

 

Wanneer we aankomen vanuit Olloy, het aan Vierves grenzende dorp, leidt een grillige weg ons tot aan de voet van het kasteel, vanwaar we pas goed kunnen zien hoe hoog dat is. We begrijpen dat deze heel indrukwekkende burcht van de heren van Hamal vroeger een verdediging vormde tegen invasies. Nadat het kasteel omstreeks 1762 volledig door brand was verwoest, werd het heropgebouwd zoals men het nu kan zien. Het kasteel wordt tegenwoordig bewoond door particulieren en kan niet worden bezocht. Vandaag kent het dorp een rustig maar toch geen slaperig leven. Hier hangt de heerlijke geur van hout dat in de schoorsteen wordt verbrand en dat eerst ligt te drogen voor het huis. Bij mooi weer blijven de deuren van de huizen open om wat zonlicht binnen te laten, om een voorbijganger te groeten of een rondlopende hond door te laten. De vele nieuwsgierige en soezende katten zijn hier koning en houden een oogje op de wandelaars.

Groene uitstappen

De gemeente Viroinval, die uit Vierves en zeven andere dorpen bestaat, heeft een indrukwekkend netwerk van gemarkeerde en met elkaar verbonden wandelroutes, die samen 250 km lang zijn. Een hele prestatie! Wandelaars kennen de streek van buiten, maar komen toch altijd weer terug. Liefde en respect voor de natuur blijken ook uit het natuurpark van Viroin-Hermeton, dat zorgvuldig wordt onderhouden. Vierves staat bekend voor zijn hartelijk onthaal; getuigen daarvan zijn de vele groepen die er hun vakantie doorbrengen om de heel gevarieerde plaatselijke natuur te ontdekken. Er wordt ook gastvrijheid geboden aan gezinnen die komen voor een gezond vermaak in open lucht. Vakantieverblijven en bed & breakfasts zijn er genoeg.

De Viroin slingert zich in de diepte onder het dorp en zit vol rivierkreeften en forellen die daglicht en lawaai schuwen. Wie zelf zijn maaltijd bijeen wil vissen, heeft dus wel wat geduld nodig. Vanop de brug met haar drie bogen ziet men hoe de zachtgroene algen zich zachtjes laten wiegen door het water.

Onmiddellijk instappen

Langs de oevers van de Viroin liggen de blinkende sporen van het stoomtreintje dat de drie valleien doorkruist. Voor een originele uitstap door berg en dal, kan men terecht in het stationnetje van Vierves. Daar hangen de uurroosters uit. Opgelet! Voor wie makkelijk verstrooid is: de trein fluit slechts één keer.

Een dorp zonder dorpsplein zou geen dorp zijn. Nadat men de steile straatjes naar het kasteel en de Sint-Rufinus-en-Valeriuskerk heeft beklommen, komt men in het centrum van het dorp. Het is wel geen groot dorpsplein, maar een gezellige plek met aan weerszijden enkele oude huizen en een cafeetje. Boven het plein steken de tegenover elkaar gelegen kerk en kasteel uit, waartussen in sommige periodes uit het verleden waarschijnlijk wel eens strijd werd gevoerd. Helemaal aan het einde bevindt zich een ogenschijnlijk speelklare muziekkiosk met daarnaast een eeuwenoude lindeboom die misschien nog enkele heksengeheimen kent. Want de bewoners van Vierves zijn sterk gehecht aan tradities en legenden. Met carnaval, bijvoorbeeld, viert men een feest dat naar een gebeurtenis uit de middeleeuwen verwijst. Een duister verhaal van het verzet dat Johan Simon, een onafhankelijke burger, pleegde tegen Robert II, een weinig geliefde heer van Vierves. Toen hij na zijn ontsnapping uit de gevangenis weer was gevat, werd Johan op het dorpsplein verbrand onder de verbijsterde blik van het volk. Het carnaval, dat geen dorpeling voor wat dan ook zou willen missen, herinnert aan die gebeurtenis door het verbranden van een stropop, terwijl het volk verscheidene dagen feestviert.

Enkele resten

Voor wie al wandelend wil leren, is er stof genoeg.

De openbare wasplaats, die waarschijnlijk uit de 19e eeuw dateert, is uitstekend bewaard. De ligging ervan werd bepaald door de aanwezigheid van een hoger gelegen bron die voldoende water leverde voor het werk van de wasvrouwen. De wasplaats bestaat uit een rechthoekige ruimte met een smalle deur en met in het midden een bekken van natuursteen met drie vakken. Twee oordeelkundig geplaatste venstertjes zonder raam lieten een ietwat gezeefd licht binnen. Men beeldt zich gemakkelijk het luidruchtige werk in van de wasvrouwen die het linnen klopten met een houten palet, nadat ze het hadden ingezeept en gewreven met assen. Zulk een werk is nu ondenkbaar geworden...!

In “La vie paysanne” (Boerenleven) beschrijft de auteur Gérard Hayart het waswerk als een drie dagen durende straf die de vrouwen werd opgelegd. De eerste dag werd “het Vagevuur” genoemd en bestond uit het thuis klaarmaken van het linnen (het doordrenken met zeep en aromatische kruiden) en uit het verwarmen van het water in grote ketels. De volgende dag was het tijd voor “de Hel”, dat wil zeggen voor het eigenlijke reinigen: kloppen, opnieuw kloppen, wrijven, spoelen, opnieuw wassen... tot er geen enkele vlek meer op zat. Ten slotte was er “het Paradijs”, namelijk de derde dag, waarop men beloond werd voor het gedane werk. Bij mooi weer werd het linnen te drogen gelegd op het vette en dicht tegen elkaar groeiende gras. Bij onzeker weer liet men het wasgoed drogen op koorden die in een schuur werden gespannen.

Het kerkhof en het mausoleum

De rechthoekige begraafplaats is volledig ommuurd. Sommige scheefstaande graven steken een beetje buiten de bakstenen omheining. Maar wat onmiddellijk opvalt, is het mausoleum aan het einde van de het middenpad. Het werd in 1906 opgericht door de families Thomaz de Stave en de Mesnil de Volkrange. Door zijn omvang en zijn kopergroene koepel steekt het indrukwekkende gebouw af tegen het woud en de achterliggende hemel. Het idee voor het optrekken van dit gebouw werpt een interessant licht op het feit dat de hiërarchie zelfs na de dood bleef bestaan. Wie tussen de graven wandelt, ziet dat er dikwijls dezelfde familienamen op staan. Betekent dit dat er veel kroostrijke gezinnen in Vierves waren? We willen nog de aandacht vestigen op een mooi plaatselijk initiatief: in plaats van de voordelig naar het zuiden gerichte muren van het kerkhof bloot te laten, werden er verscheidene soorten perenbomen op latwerk tegen geplant.

Indien u Vierves-sur-Viroin nog niet kent, moet u er dringend eens langsgaan. Zowel in de zomer als in de winter zult u er hartelijk worden ontvangen. Omdat u het verdient!


Nuttige informatie
Toeristische dienst van Viroinval: +32 60 31 16 35

“Parc Naturel du Viroin, terre de paysages”: www.pnvh.be

  • /

Of ze nu van water, grond of ijzer zijn, trage wegen brengen u tot de verste uithoeken van Wallonië om onbekende of miskende plaatsen te leren kennen,  die wel degelijk tot ons erfgoed behoren.

 

DE RUST VAN HET OUDE KANAAL

Antoing – Henegouwen

In 1826 besloot de Nederlandse koning Willem I, die toen ons land bestuurde, een kanaal te bouwen tussen Pommerœul en Antoing, om de steenkool uit de Borinage naar de Schelde te voeren, zonder de hoge door Frankrijk geëiste heffingen te betalen. Door de toename van het ruimteprofiel van de binnenschepen werd het oude kanaal onbruikbaar. Honderdvijftig jaar later werd het vervangen door een nieuwe waterweg, die toegankelijk is voor schepen tot 1350 ton. Het buiten gebruik gestelde kanaal werd een geliefkoosde plek voor wandelaars die van frisse lucht en rust hielden. De uitstap begint aan de Koninklijke brug, waar hij ook eindigt na een lusvormige wandeling van 5 km. De oude metalen constructie die het kanaal overbrugt, werd in 1924 gebouwd voor treinen die er nooit gekomen zijn. Uiteindelijk geraakte ze zo vervallen en verroest, dat ze moest worden gesloopt. Het plaatselijke verweercomité, dat vastbesloten was een duurzaam in het landschap van Maubray gevestigde constructie te behouden, slaagde erin het gemeentebestuur te overtuigen om de brug op identieke wijze weer op te bouwen.

In de richting van Callenelle loopt de wandeling langs het
volledig door gras bedekte jaagpad waarin soms netels en distels opduiken, alsook waterweegbree met haar brede hartvormige bladeren. Er heerst totale rust. Een oude sluis onderaan de brug maakt pleziervaart onmogelijk. Boven de onbeweeglijke groene rand groeien de langere takken van de loofbomen soms door elkaar om een gewelfboog te vormen. Het beboste talud dat het kanaal van de hoger gelegen weg scheidt, wordt geregeld onderbroken door trapvormige afvoergoten voor het regenwater in geval van hevige neerslag.

In het gehucht Grand Camp keren we terug langs de andere oever, over een hogere weg die is afgezoomd met door klimop omgroeide bomen. De ontwerpers van het kanaal hadden de taluds voorzien van groepen loofbomen om de mensen en de paarden op het jaagpad te beschermen tijdens hun zware werk. Vandaag bieden die bomen de wandelaars een zeer aangename afscherming, zelfs als het heel warm is.

Info: +32 69 44 17 29
[email protected]
www.antoing.net


PRUISISCH SEINHUIS

Robertville – Luik

De wandelaars die vandaag gebruik maken van de RAVeL tussen Aken en Troisvierges, de «Vennbahn» zoals de Duitstaligen zeggen, zullen zeker dit charmante ouderwetse gebouw opmerken, dat ons terugvoert naar de spoorwegen van weleer.

Kenners zullen zien dat de groene verf die het vakwerk bedekt, ongebruikelijk is bij de Belgische spoorwegen. En met reden, want toen dat seinhuis in 1907 in dienst werd genomen, behoorde het tot de Pruisische spoorwegen. Als gevolg van het Verdrag van Versailles ging het gebouw in 1921 deel uitmaken van het Belgische spoorwegnet, waar het gebruikt werd tot 1995, met een onderbreking gedurende de Tweede Wereldoorlog, toen het tijdelijk opnieuw Duits werd. Om te beseffen hoe origineel en belangrijk dit erfgoed is, moet men naar de eerste verdieping gaan. Daar ziet men nog heel de oorspronkelijke uitrusting van het seinhuis. In het midden staat de rij hefbomen die met kabels zorgde voor de manuele bediening van de signalen en de wissels in de omgeving. Aan de achterkant van de toestellen bevindt zich de schakeltafel, een vernuftig mechanisme dat het systeem beveiligde voor het geval de seingever een verkeerde handeling zou doen. De uitrusting is bovendien voorzien van een «telefoonblok» waardoor men in verbinding kon treden met andere stations, seinhuizen en overwegposten om de «beweging» van een trein al dan niet toe te staan. Men ziet er ook verscheidene posters en documenten die getuigen van het leven van het seinhuis. In een hoek bevindt zich een gietijzeren stationskachel met het opschrift «SNCB». De aanwezigheid van twee summiere slaapplaatsen kan verbazing wekken; het gaat echter niet om het oorspronkelijke meubilair, maar om een nieuwe functie die werd bedacht door de VZW 881, die aan de basis van de redding en de restauratie van het gebouw lag. Het seinhuis heeft niet enkel museum- waarde, maar dankzij een stortbad en een chemisch toilet kan het ook als onderkomen voor wandelaars dienen. Enkele meter van het seinhuis staat een holle ronde constructie met een diameter van 16 meter, die bekleed is met rode baksteen. Dat is alles wat er nog rest van een draaischijf om locomotieven over 180° te keren, wat nodig was omdat stoomlocomotieven slechts één stuurpost hadden. Dat door de gemeente Waimes herstelde overblijfsel is kostbaar, omdat dergelijke uitrustingen zeer zeldzaam zijn geworden op de rest van het Belgisch spoorwegnet.

Rue des Scieries (kruising van de RAVeL)
B-4950 Robertville
+32 473 99 06 59
ou +32 496 93 36 89


LUIK ALS WATERSTAD 

Luik

De Vurige Stede is een kind van de Maas en heeft altijd van het potentieel van bevaarbare waterwegen gebruik gemaakt voor haar ontwikkeling. Door het aanleggen van het kanaal tussen Luik en Antwerpen wilde koning Albert I de moderne tijd inluiden en de banden tussen het noorden en het zuiden van het land versterken.

Tussen het begin van de werken in 1930 en de voltooiing ervan in 1939, heeft Luik twee wereldtentoonstellingen gekend, waarvan men tijdens een wandeling de resten kan bekijken en inzien hoe belangrijk de activiteit van de 80 jarige haven is. In 1939 lagen de terreinen van de zogenaamde Waterwereldtentoonstelling rond een waterpartij van meer dan 30 ha op beide Maasoevers en op de punt van het eiland Monsin. De rest van die landtong van meer dan twee kilometer, die was opgehoogd met het puin van de grondwerken voor het kanaal, was gewijd aan de industriële activiteiten die ook nu nog bestaan.

De enige nog overblijvende resten in duurzaam materiaal zijn het vroegere permanente Grote Paleis van de stad Luik, alsook de vuurtoren en het standbeeld van Albert I op de punt van het eiland Monsin. Het indrukwekkende en logge paleis, dat werd ontworpen door Jean Moutschen, de Luikse stadsarchitect, is typisch voor de toenmalige functionele architectuur. De buitenbekleding ervan bestaat uit platen van aardewerk waarvan de kleur, die aanvankelijk vanaf de onderkant tot aan de top van het gebouw varieerde van donkerpaars tot lichtrood, tegenwoordig een eenvormige baksteenkleur heeft. Boven de hoofdingang bevindt zich een fresco in art-decostijl van Alphonse Hansard, dat de kunst, de wetenschap en de industrie van de Vurige Stede uitbeeldt. Nadat er verscheidene decennia lang een schaatsbaan was in ondergebracht, moest het gebouw volledig worden gerenoveerd om deel uit te maken van de toekomstige Ecowijk van Coronmeuse.

Via de Marexhe-brug komen we op het eiland Monsin, waar we het aan het Albertkanaal gewijde fresco kunnen bewonderen. De punt, die vandaag een wandelpark is, blijkt heel winderig, wat er een ideaal terrein om te vliegeren van maakt. Langs het jaagpad loopt RAVeL 1, die naar Maastricht gaat.

Quai de Wallonie 3 (parc Astrid)
B-4000 Liège
+32 497 44 33 90 ou +32 497 06 39 49
[email protected]m

Bezoekprogramma op algatourisme.jimdo.com


EEN KUNSTENAARSKASTEEL

Mettet – Namen

Dit was het onderkomen van Félicien Rops. Zijn kasteel. Daar schilderde, schreef en tekende hij, gaf hij etslessen, plantte hij bomen en bloemen en ontving hij bevriende kunstenaars. Het onzichtbaar in het weelderige park verborgen kasteel van Thozée is een ondefinieerbaar gebouw in een stijl die de kunstenaar «koddig» noemde.

De neoklassieke gevel dialogeert heel harmonieus met de peperbusvormige torentjes en de gotische elementen. Het kasteel werd van de ondergang gered door de koppige inzet van cineast Thierry Zéno, die zijn belofte aan Féliciens kleindochter Elisabeth gestand deed. Zo ontsnapte Thozée uiteindelijk aan het vagevuur. Na een 17 jaar durende restauratie ziet het kasteel er nu prachtig uit. Dat niet alles in de haak staat, maakt het juist zo charmant. De kunstenaars die voor een verblijf worden uitgenodigd en de kinderen die er voor een stage komen, prijzen eenparig de wat warrige maar bijzonder aantrekkelijke sfeer die de plaats uitstraalt. De struiken in het park zijn bomen geworden, waarvan de woekerende wortels de trap uit zijn voegen halen. Toen de muren van het grote salon werden ontdaan van een ouderwets en oninteressant behang, trof men een schets aan die waarschijnlijk door Rops zelf werd gemaakt op de bepleistering.

Een tentoonstelling zal de salons op de benedenverdieping in beslag nemen. Ze omvat uittreksels uit brieven en kopieën van schilderijen die door het Ropsmuseum werden uitgeleend. Men ziet er het leven van de kunstenaar in Thozée en de landschappen die hij schilderde tijdens zijn vele wandelingen aan de oever van de Maas en in de omgeving van Mettet. De bibliotheek doet recht aan zijn belangstelling voor botanica en voor de tuinen van het kasteel. Zelfs toen Félicien Rops in Parijs verbleef, schreef hij een brief aan zijn zoon in Thozée om hem heel nauwkeurig uit te leggen waar de rozen, die hij hem vanuit de Lichtstad had toegestuurd, dienden te worden geplant. De vroegere spoorweglijn 150 A waarlangs Félicien Rops naar het kasteel kwam, is de Ravel Rops geworden, langs dewelke men rustig het vredige landschap kan doorkruisen en langs de boomgaard gaan, waar verdwenen gewaande appelsoorten groeien.

Buiten de activiteiten die door het Fonds Félicien Rops worden georganiseerd, is het kasteel van Thozée niet toegankelijk voor het publiek.

Rue de Thozée 12
B-5640 Mettet
+32 71 72 72 62
[email protected]
www.fondsrops.org


ALLE WEGEN LEIDEN NAAR DE GESCHIEDENIS

Enkele dorpen - Namen

In de eerste eeuw van onze tijdrekening liep er nogal wat  volk over de Romeinse heirbaan die Haspengouw doorkruiste. Lokale ambachtslieden, handelaars en landbouwers gingen daarlangs naar hun werk en soms kwam er een garnizoen voorbij, dat in gesloten gelederen naar Tongeren trok.

Aan hun rechterkant verrees de grafheuvel van een notabele. Vandaag ligt die tumulus nog steeds midden in het veld. Er staan enkele bomen op en hij is een van de voornaamste archeologische en monumentale erfgoedstukken van Braives. Enkele kilometer verder vindt men in het vroegere gerechtshof van Hosdent een tentoonstelling van resten uit het rijke verleden van de gemeente. Sinds het midden van de 19e eeuw tot aan het einde van de 20e, gebeurden er haast voortdurend opgravingen in Braives. De meeste vondsten worden bewaard in externe musea, zoals het Grote Curtius.

Tijdens de Erfgoeddagen in september jongstleden, werd de aandacht van wandelaars en fietsers gevestigd op twee uitstappen die verband houden met de trage wegen en die men natuurlijk ook vandaag nog kan doen.

In Burdinne zal uw belangstelling uitgaan naar het vroegere buurtspoorwegstation. Het werd gebouwd vanaf 1908, tot 1942 gebruikt voor reizigers en tot 1957 voor bietenvervoer. De oude sporen zijn nu bedekt door gras en door een wandelpad, maar heel het gebouw is nog perfect bewaard. Het omvat een perron en een laadkade, een gebouw voor de reizigers, waarin zich nu de gemeentebibliotheek bevindt, een locomotiefloods, een machinekamer, het lampenmagazijn waarin de kolenvoorraad werd bewaard en ten slotte een watertoren.

In Héron kunt u de nisjes bekijken langs de aan Onze-Lieve-Heer van Gembloers gewijde bedevaartweg en kruist u de lijnen van de buurtspoorweg van Envoz. In Wanze, ten slotte, zal iedereen naar het vroegere kasteel van Ramequin kijken. Van dat strategisch op de Maasoever gelegen fort schiet er slechts één van de vier vleugels over, die nu een privéwoning geworden is.

Infos : +32 85 25 16 13
[email protected]

  • /

Onze nieuwe smulroute brengt u ditmaal naar de streek van Charleroi, waarvan het sterke punt zeker de diversiteit is. Een grote stad te midden van merkwaardige natuurgebieden. Die route laat u heel die streek vol cultuur en erfgoed doorkruisen, met een bezoek aan een stad in volle verandering, maar ook een folkloristische streek, die beroemd is om haar Marsen van tussen Samber en Maas, die door de UNESCO erkend zijn als mondeling en immaterieel patrimonium. Kom verschillende smaken ontdekken tijdens die smultocht tussen de buiten en de stad, die kwaliteitsproducten alle eer aandoet.


DE BANMOLEN VAN GERPINNES

Deze mooie watermolen ligt in het historisch centrum van het dorp en wordt zorgvuldig gerestaureerd. Met de machines kan er zowel ambachtelijk volkorenmeel als groene elektriciteit worden gemaakt. In de winkel kunt u bier en kaas kopen die speciaal voor de molen zijn gemaakt. 

Rue du Moulin 3
B-6280 Gerpinnes
+32 71 50 30 91


DE RAZ-BUZÉEHOEVE 

Dit familiale melkbedrijf is gespecialiseerd in de ambachtelijke productie van kaas van rauwe koemelk. De hoeve maakt verse kaas van het Belgische brietype, de halfharde Tomme de Raz Buzée alsook de Rigodon, een met bier op smaak gebrachte geperste kaas, die zijn naam te danken heeft aan een trommelpartij uit een van de Folkloristische Marsen van Tussen Samber en Maas

Rue des Flaches, 42
B-6280 Gerpinnes
+32 71 50 44 97 / [email protected]


AUX SAVEURS DES FRAISES DU VILLAGE

Een winkel en een degustatiesalon voor producten die ter plaatse, op de buiten, in het grootste fruit- en groentebedrijf van Wallonië worden geteeld. U vindt er wafels, pannenkoeken en allerlei banketgebak op basis van verschilende aardbeisoorten, maar ook zoute gerechten die ambachtelijk worden gemaakt met op de hoeve gekweekte groenten.

Rue de Godiassau 47
B-6280 Gerpinnes
+32 71 50 50 02
www.fraisesduvillage.be


LA MANUFACTURE URBAINE

La Manufacture Urbaine is een volledige nieuwe plaats die in de lente van 2017 in het centrum van Charleroi werd geopend aan de oever van de Samber. Ze biedt gegiste producten aan. Er wordt dus bier gebrouwen, brood gebakken en koffie gebrand. Alles kan er heel gezellig worden gedegusteerd.

Quai Arthur Rimbaud 11
B-6000 Charleroi
+32 477 41 06 47
www.manufacture-urbaine.com


HET KASTEEL VAN TRAZEGNIES

De streekboetiek van het Kasteel van Trazegnies biedt u verschillende biersoorten met het etiket van het Kasteel aan, en ook wijnen, geestrijke dranken en appel- en perensap, alsmede honing uit de streek. Tijdens het seizoen, dat van mei tot september loopt, moet u zeker de nieuw gerestaureerde zalen en de romaanse en gotische kelders van het Kasteel bezoeken. 

Place Albert Ier 32
B-6183 Trazegnies
+32 71 45 10 46
www.chateaudetrazegnies.be


OM TE PROEVEN

― De Gayette de Charleroi (een praline  in de vorm van een eierkooltje)
― De Sambrée (een bier en een praline die werden gecreëerd naar aanleiding van het 350-jarig bestaan van de stad Charleroi, in 2016)
― De Tomme de Raz Buzée en de Rigodon (kazen van de Raz-Buzéehoeve in Gerpinnes)
― De Gré d’or (een aperitief op basis van citroenschillen van het Domaine du Gré)
― La bière Blanche de Charleroi, la bière Blonde du Pays Noir, la Cuvée de Trazegnies, la bière Bisous M’chou...


OM KENNIS MEE TE MAKEN

― Het Musée de la Photographie in Mont-surMarchienne – www.museephoto.be
― De Bois du Cazier in Marcinelle  www.leboisducazier.be
― Het Musée des Marches Folkloriques de l’Entre-Sambre-et-Meuse in Gerpinnes www.museedesmarches.be 


INFOS
Maison du Tourisme du Pays de Charleroi
Place Charles II 20
B-6000 Charleroi
+32 71 86 14 14
www.paysdecharleroi.be


NOG MEER RONDRITTEN   

Een nieuwe, uitgebreid geïllustreerde brochure stelt 27 gastronomische rondritten voor in het hele Waalse grondgebied, die de diversiteit, kwaliteit en originaliteit van de beste Waalse streekproducten in de kijker zetten. Profiteer van uw bezoek om ambachtslieden en producenten te ontmoeten die trots zijn op hun knowhow en identiteit. Om u alvast een voorsmaakje te geven, nemen we u mee naar de Lacs de l’Eau d’Heure. Laat Wallonië u inspireren om ook in 2017 van het leven te genieten!

Ontdek alle informatie over “Smullen in Wallonië”, de downloadbare themaroutes, een up-to-date evenementenkalender, ideeën voor overnachtingen en nog veel meer op de website.

www.lawalloniegourmande.be

Your opinion counts