Het nu eens mysterieuze, dan weer geruststellende, soms wilde maar altijd gulle woud bestrijkt de helft van de oppervlakte van de provincie Luxemburg. Maar waarom telt dat grondgebied meer bomen per inwoner dan de andere Belgische regio’s? Om beter te begrijpen waartoe de Ardenners in staat zijn, nemen we een kleine duik in de geschiedenis van de streek.
De vzw Ressources Naturelles Développement is een van de organisaties die vandaag naar de opwaardering van de bossen en van de streek streven. Bastien Wauthoz is er “steen”-manager. Deze geoloog van opleiding vertelt met veel gevoel voor pedagogie over zijn passie. “Gedurende 550 miljoen jaar heeft de provincie een buitengewone reis over de aardbol gemaakt. Aanvankelijk lag België in een poolklimaat. Het gebied bevond zich op 65° zuiderbreedte, ongeveer op de huidige plaats van Vuurland, in de zuidelijke punt van Argentinië. Het landschap leek op wat we nu kunnen zien in Japan en bestond uit een mengeling van vulkanen met daarrond een zee waarin schist, zandsteen en kalksteen zich afzetten.”
Onder invloed van de platentektoniek schoof het land geleidelijk omhoog vanuit het zuidelijk halfrond. Tussen 400 miljoen jaar en 100 miljoen jaar vóór Christus lag België in de tropische zone. Het werd geregeld ondergedompeld in een warme zee, die dikwijls omgeven was door mangrove, zoals in het Carboon. Alleen de dinosaurussen en andere fossielen hebben het tropische België gekend! Bastien Wauthoz vertelt: “Die tocht door de tropische zone heeft onze geschiedenis echt vorm gegeven. In dat klimaat werden er indrukwekkende hoeveelheden kalkrotsen afgezet. Bijvoorbeeld in de Calestienne, de heuvelachtige zone die de grens vormt tussen de Ardennen en de Famenne, en die 370 miljoen jaar geleden een indrukwekkend koraalrif was, dat leek op het huidige Grote Koraalrif. Het bijzondere aan die kalkrots is, dat ze kan worden opgelost in water. Die eigenschap verklaart de aanwezigheid van opmerkelijke grotten zoals die van Hotton, Han en Remouchamps. Dat soort grotten vindt men niet in de Ardennen, waar de bodem bestaat uit onoplosbare rotsen.”
Maar dat is niet alles. De tropische periode heeft België in staat gesteld zich in verscheidene opzichten economisch te ontwikkelen. De geoloog legt uit dat “het koraal kalksteen wordt, de mangrove steenkool geeft en de vulkanen ijzer. Wie steenkool, kalk en ijzer heeft, kan een metaalindustrie uitbouwen. Vanaf de middeleeuwen worden de Belgen dus internationaal toonaangevend voor het ontginnen van ijzererts. De Waalse metaalnijverheid maakt de ontwikkeling van de geologie en van de met smeltovens verbonden molens mogelijk. Op geologisch gebied was België een pionier voor het in kaart brengen van zijn grondgebied.”
@ P Willems
|
In de middeleeuwen en tijdens de renaissance diende de metaalnijverheid voor het maken van wapens en kanonnen, zoals in de Maaslandse werkplaatsen van Curtius, de beroemde Luikse wapenhandelaar. Het is dus niet meer dan normaal dat de Waalse knowhow zou worden geïndustrialiseerd dankzij de Maas, het Maasbekken en de afzettingen van zuivere kalk en van steenkool. Enkele eeuwen later zou een en ander ook bevorderlijk zijn voor het aanleggen van spoorwegen. Na Engeland wordt Wallonië dus toonaangevend op het gebied van spoorwegvervoer. De geschiedenis van de Aarde, die nog veel verder teruggaat dan de tijd van de dinosaurussen, verklaart de verscheidenheid van rotsen en de huidige structuur van ons grondgebied. Hij ligt aan de oorsprong van onze economische werkelijkheid en van de verscheidenheid van de landschappen.
“Wallonië is een geologisch paradijs. Op een minuscuul grondgebied treft men een samenvatting aan van 550 miljoen jaar geschiedenis van de Aarde. Condroz, Famenne, Ardennen, Hoge Ardennen, NoordWallonië: elke regio heeft haar specifieke bodem. In de Ardennen zijn de rotsen hard en kan het water er geen grondwaterlagen vormen; dat geeft een zware bodem. Dat is de reden waarom de bodem er goed geschikt is voor bomen, terwijl de graanteelt beter af is op de Haspengouwse hoogvlakte.”
INZOOMEN OP MERKWAARDIGE ROTSEN
01 LEISCHIST
250 miljoen jaar geleden lag de Ardense grond verborgen onder een bergketen die vergelijkbaar is met de Alpen. In die tijd kwam Europa onder invloed van de tektonische bewegingen van de aardplaten letterlijk in botsing met wat nu de Verenigde Staten van Amerika zijn. Uit dat proces ontstonden rotsen die in de vorm van gebergten in zee lagen. Dat verklaart waarom men zeeschelpen vindt op hoge bergen zoals de Mont-Blanc en de Himalaya.
Bij die reusachtige bewegingen van de Aarde werd de schist onder de bergmassa’s samengedrukt en verwarmd, waardoor er leischist ontstond. Die bergen ondergingen vervolgens de invloed van de erosie, die de sedimenten losrukte, die men nu in de Gaumestreek en in Lotharingen aantreft in de vorm van gele steen van zand en klei. Door die erosie kwam de leischist bloot te liggen. Vanaf de 18de eeuw begon in onze streken de bloeitijd van de leisteenindustrie, die zou duren tot na de oorlog.
@P Willems |
02 COTICULA
Het Latijnse woord “coticula” betekent “slijpsteen”. Die metamorfe rots werd ook in de kern van het gebergte gevormd dankzij de druk en de geo- thermische warmte. Om de oorsprong ervan te begrijpen, moeten we 470 miljoen jaar teruggaan in de tijd, naar het ogenblik waarop alles zich afspeelt in de duistere diepten van de antediluviaanse zeeën. Dat gebeurt precies op het moment waarop ons land vast komt te zitten aan de Scandinavische landen, waarbij eerst een vulkanisch gebied ontstaat en vervolgens de Caledonische bergketen die men nu nog aantreft in Schotland en in Scandinavië. Het samenspel van drie verschijnselen leidde tot het ontstaan van de coticula, die wereldwijd unieke rots waarmee men de fijnste messen, gereedschappen en scheermessen kan slijpen. Eerst ontstond er een diep bekken waarin er afzettingen van kwarts en fijne klei gebeurden. Vervolgens kwamen er kalkafzettingen in de buurt beschikbaar. En ten slotte was er de beschikbaarheid van ijzer en mangaanoxide als gevolg van de vulkaanuitbarstingen. De coticula werd afgezet in de vorm van kolossale onderzeese lawines, die werden veroorzaakt door aardbevingen en de daardoor uitgelokte vloedgolven, die zorgden voor een subtiele vermenging van die ingrediënten. De metamorfose veranderde deze laatste in de rots die we vandaag kennen. Dankzij die internationaal befaamde slijpsteen ontstond er een industrie die zijn bloeitijd kende in de 18de en de 19de eeuw. De steen werd hoofdzakelijk gebruikt voor het slijpen van de beitels van meubelmakers en van scheermessen, alsook van scalpels voor chirurgen en wetenschappers. Deze wereldwijd unieke steen is een natuurlijk product waarmee men het fijnste slijpwerk kan verrichten. Hij werd dikwijls nagebootst met kunstmatige producten, maar nooit geëvenaard. Vandaag wordt de coticula nog gebruikt door meubelmakers, voor klassieke scheermessen en... in sushibars!
STEENTOERISME
De ondergrond van een streek is bepalend voor de landschappen ervan. Landbouw en bossen kunnen niet gedijen op dezelfde grond. Steen is trouwens een essentieel element van ons erfgoed. Hij wordt beschouwd als een edel materiaal, geeft een bepaald uitzicht aan woningen en verankert ze in een dikwijls typische bodem. Steen is ook een bron van legenden, met zijn Ros-Beiaardpassen, zijn heksenrotsen en andere duivelsstenen.
@ P. Willems |
“Ressources Naturelles Développement” voert momenteel een project uit voor het opwaarderen van het natuurlijk, menselijk en industrieel erfgoed van het Ardens-Rijnlands schistmassief, om er een SMARTbestemming van te maken. Die erkenning zou een weerslag op het toerisme hebben, onder andere voor de vroegere leisteengroeven, van Rimogne in Frankrijk tot aan de Rijn in Duitsland, en natuurlijk ook voor Wallonië en het noorden van het Groothertogdom Luxemburg. In dat avontuur zouden nieuwe technologieën en gamificatie een uitgelezen plaats krijgen voor het stimuleren van bed & breakfasts, restaurants en natuurlijke, toeristische en culturele sites in het land van de “schistbodem”.
ENKELE OPMERKELIJKE SITES
BEROEP: STEENKAPPER
Anthony Cognaux is altijd al geboeid geweest door steen. De jonge dertiger, die een edelsteenkapper is, maakt zich klaar om Design Stone, het in Libramont gevestigde familiebedrijf over te nemen. Het moet worden gezegd dat hij al meer dan 15 jaar steen bewerkt om er schoorstenen, werkvlakken, douches, gootstenen en sierelementen van te maken. Indrukwekkend in zijn creaties zijn de verfijning en de elegantie die zowel blijken uit het ontwerp als uit de subtiele materiaalkeuze. En daar hoort ook steen uit Wallonië bij
Wat boeit u het meest in het bewerken van steen?
A. C. — Met steen kan men zoveel dingen maken. Ik ben geboeid door de vele mogelijkheden die dat edele materiaal biedt. Wanneer ik het over steen heb, dan denk ik aan marmer, maar ook aan kalksteen, aan harde graniet, aan kwartscomposiet en aan keramiek. Ik ben altijd onder de indruk wanneer ik een blok marmer tegenkom in een groeve en een beetje later zie hoe die in stukken wordt gezaagd en in een badkamer geplaatst... Waarvan ik het meeste hou, is vertrekken van een ruwe steen en er een afgewerkt stuk uithalen.
Wat verbaast u in dit beroep?
A. C. — Ik word altijd verrast door de ongelooflijke variëteit aan materiaal die in de loop der tijden door de natuur is gemaakt. Steen blijft me verbazen door de creativiteit die hij mogelijk maakt en door de overvloed van de aangeboden materialen.
Waarom wilt u het familiebedrijf voortzetten?
A. C. — Ik wil de knowhow ontwikkelen en de grenzen verleggen van de mogelijkheden om dingen te doen. Ik zie graag mooie stukken uit mijn werkplaats komen en ben graag alle dagen in contact met mijn personeelsleden, ook om hun ontplooiing te volgen.
Waarop bent u het meeste trots in verband met dit beroep?
A. C. — Op de tijdloze en duurzame kant ervan.
Welke Waalse steensoorten bewerkt u?
A. C. — De voornaamste Waalse steensoorten die ik hak, zijn de blauwe steen uit de Henegouwse steengroeven, het zwarte marmer uit Mazy, het Koninklijke Rode Marmer en de steen uit Vinalmont. Wat ik op prijs stel bij de blauwe steen uit de Henegouwse steengroeven, is dat hij kan worden gebruikt in alle stadia van de woningbouw, of het nu is voor het buitenparement, dan wel voor de ruwe, gladde en gehakte afwerkingen (breuksteen, lijstwerk, onderbouw), voor het bekleden van vloeren en het maken van trappen. In andere afwerkingen kan diezelfde steen ook worden gebruikt als bekleding van douches, voor beeldhouwwerk en voor schoorstenen. Naargelang de afwerking die de steen krijgt, kan de kleur ervan ook variëren van zeer helder grijs over licht of donkerblauw tot zwart. Ik hou van zijn zeer breed toepassingsgebied. Het zwarte marmer van Mazy is het zwartste marmer dat er bestaat. Het is het laatste marmer dat in een ondergrondse steengroeve in België wordt gewonnen. Het geniet internationale faam en is aanwezig in de meest prestigieuze gebouwen. Naast andere plaatsen, werd hij bijvoorbeeld gebruikt in de Empire State Building, in Sint-Pieters in Rome en in Versailles. Ik hou van de exclusieve kant ervan.