Marche-en-Famenne ligt op het kruispunt van de provincies Luxemburg, Namen en Luik,
en vormde vroeger een strategisch kruispunt tussen de met elkaar rivaliserende machten.
Hoe heeft de ‘grendel van Luxemburg’ zijn rijk en bewogen verleden kunnen verzilveren
om vandaag een uitgelezen Europese bestemming te worden?
De aan de poorten van de Ardennen gelegen stad is een drukbezocht doorgangspunt op de weg naar de Ardense vakantieoorden, een beetje zoals Lyon, dat het scharnier vormt naar de skioorden en de Provence! De vakantiegangers die er via de hoofdweg, de Boulevard Urbain, doorrijden, kennen zeker de frituren en ‘De Rond, Point!’, het monumentale beeldhouwwerk van roestvrij staal dat Serge Gangolff maakte als symbool van het verkeer op de rotonde aan de ingang van de stad. Maar wie de gelegenheid had om onlangs door de schilderachtige straatjes van de oude stad te lopen, zal zeker kunnen getuigen van de vernieuwing ervan en van de rijkdom van het erfgoed. Dat laatste maakt er vandaag een bestemming van, die door Europa werd erkend als een unieke toeristische ervaring op duurzame basis. Want ook al zit het verleden in zijn DNA gegrift, toch staat Marche open voor de toekomst en spant zich daar altijd voor in. Marche is een voorbeeldige stad voor zachte mobiliteit en werd bekroond voor zijn vele gerestaureerde sites en als uitstalraam van een dertigtal hedendaagse beelden. We beginnen ons bezoek aan de poort in de wallen van dit stadje, dat soms ‘Charme en Famenne’ wordt genoemd!
Een versterkte stad met moderne allures
Tot in de 12de eeuw schijnt Marche een doorgangsplaats te zijn geweest. Als laatste bastion van de provincie Luxemburg werd de stad omstreeks de 14de eeuw versterkt en begon toen een strategische rol te spelen tussen de toen rivaliserende machten, namelijk Luik en Luxemburg. De graven van Luxemburg lieten hun begerige blik vallen op het grondgebied van het prinsbisdom Luik. Als gevolg van hun vele invallen, ondergingen ze zware represailles vanwege de prins-bisschoppen, die Marche verscheidene keren in brand staken!
Vandaag schiet er weinig over van die 4 m dikke en 1,4 km lange versterkingen rond een oppervlakte van ongeveer 10 ha. Op bevel van koning Lodewijk XIV hebben de Franse troepen die muur immers ontmanteld in de 17de eeuw. De laatste overblijfselen van die wallen werden verwijderd tijdens in 1960 uitgevoerde werkzaamheden. Behalve een toren schiet er niets van over... Maar enkele jaren geleden, tijdens de renovatie van de Boulevard Urbain, ontdekte men tot zijn grote verrassing een stukje dat van die versterkingen was bewaard gebleven ter hoogte van de lage poort van de vroegere middeleeuwse stad!
Zelfs vanuit de auto kunt u een blik werpen op die resten van lichte steen, onderaan de heropgebouwde muur. In het midden van de Boulevard Urbain, juist tegenover het ‘Maison du Tourisme’, kunt u de enkele tientallen meter lange heropbouw van de vestingmuur zien, alsook de afbeelding van enkele van de 24 torens die de stad vroeger beschermden. Bovenop die muur symboliseert een stalen borstwering de galerij waarop de wachters hun ronde deden. En op elke heropgebouwde toren symboliseert een standbeeld de beroepen die de stad indertijd befaamd hebben gemaakt: leerlooiers, kantwerksters, schoorsteenvegers en brouwers.
Het vertrekpunt van de versterkingen kunt u gemakkelijk vinden, want op die plaats werd een 8,5 m hoog kunstwerk van roestvrij staal opgericht. Dat staat aan de ingang van de stad symbool voor de ontmoeting tussen het verleden en de moderne tijd. Terwijl de stad de getuigen van haar verleden bewaarde, werd ze opmerkelijk goed gerenoveerd, waarbij er zorg werd gedragen voor het behoud van een algemene harmonie. De huidige vormgeving van de straten in het centrum sluit nauw aan bij die uit de tijd van de versterkingen, waarvan men zich een tamelijk concreet beeld kan vormen wanneer men door de geplaveide en soms zeer smalle straten wandelt, tussen de typische oude gebouwen. Het ‘Maison du Tourisme du Pays de Marche et Nassogne’ organiseert tweetalige bezoeken aan het stadscentrum en biedt doelgerichte documentatie aan.

De heilige Remaclus
De Sint-Remacluskerk staat in het midden van de stad, in de voetgangerszone tussen handelszaken, restaurants en café-restaurants. Rond het gebouw vinden vandaag de voornaamste manifestaties plaats, die Marche zo levendig maken: de ambachtsliedenmarkt, de markt uit 1900, het carnaval...
Op het voorplein van de kerk bevindt zich een beeldhouwwerk boven een fontein. Het is het standbeeld van Georges Peret, die ‘Le Grand Georges’ werd genoemd, de laatste openbare belleman, die in 1980 overleed, maar nog goed gekend is door de oudere inwoners. Gekleed in een blauwe kiel, doorkruiste de man met een luide bel de stad om dringende berichten rond te roepen. De voorloper van Facebook? Het is in alle geval een vergeten beroep, dat onze jeugd zich niet kan voorstellen!
De heilige Remaclus was de stichter van het klooster van Stavelot-Malmedy, waarvan Marche tientallen jaren afhing. Eerst, omstreeks het jaar 860, werd er voor hem een kapel van hout en pleisterwerk gebouwd. Toen de stad werd versterkt, verving een romaans gebouw het oorspronkelijke heiligdom. Maar als gevolg van de branden die de stad tijdens de conflicten teisterden, werd de kerk in de 15de eeuw heropgebouwd in natuursteen; die werken duurden bijna 40 jaar! De kerk werd opnieuw in brand gestoken en onderging in de loop der eeuwen heel wat veranderingen. In 1715 kreeg ze een toren in barokstijl. Haar meubilair is in vlamgotiek en bestaat onder andere uit een in kalksteen uitgehouwen doopvont, een gotisch wijwatervat tegen de muur en heel wat heiligenbeelden van polychroom hout. Ondanks de vele veranderingen, is het gebouw beschermd sinds de jaren 1930.
INLICHTINGEN:
Musée de la Famenne
Rue du Commerce, 17
B-6900 Marche-en-Famenne
+32 (0)84 32 70 60
Maison du Tourisme du Pays de Marche et Nassogne
Place de l’Étang, 15
B-6900 Marche-en-Famenne
+32 (0)84 34 53 27
MARCHE, DE GRENS!
‘Marche’ stamt uit het Germaans en betekent ‘de grens’. Aanvankelijk was het de naam van de waterloop die de stad doorkruiste. In de middeleeuwen werd een stad dikwijls genoemd naar de waterloop en kreeg deze laatste daarna een andere naam. De stad werd dus Marche en de waterloop Marchette. Marche is dus de grens tussen de provincies Luxemburg, Luik en Namen. En die grenzen zijn precies een begrip waarmee de inwoners van Marche vandaag graag flirten! Net zoals de straatjongen van kunstenaar Louis Noël zijn de inwoners van Marche graag ondeugend. Sommigen vrezen ze en anderen kijken er verlangend naar uit, namelijk de commentaren die met carnaval op de uitstalramen van de winkels worden geschilderd om schaamtelos de hoorndragers aan de kaak te stellen, om te spotten met al wat lelijk is en om allerlei schandelijke geheimpjes bekend te maken… De door Louis Noël geschapen deugniet viel ook zelf ten prooi aan overvloedige spot. Het standbeeld dat de brutaliteit van de inwoners van de stad symboliseert, was amper in de straat gezet, of het werd al verborgen achter houten planken waarop ‘Terug naar Brussel!’ geschreven stond.

HET MONUMENT
Eén kilometer ten zuiden van de stad, bovenop een heuvel, woont een kluizenaar op een mysterieuze plek! De plaats is toegankelijk voor het publiek en de weg ernaar is vandaag heel idyllisch, maar dat was niet altijd zo! Om het fijne te weten van de fascinerende geschiedenis van de plek en de standbeelden, kunt u darover in het ‘Musée de la Famenne’ een tentoonstelling bezoeken. In de bermen rond het Monument werden onlangs overigens veel Gallo- Romeinse munten gevonden; de plaats zou in die tijd dus al bezocht zijn geweest. Maar ze zou pas omstreeks de 17de eeuw zijn aangelegd. Wel staat vast dat ze in 1610 werd gekerstend. Sindsdien heet de kapel de ‘Heilige Drievuldigheid’. Bedevaarders komen er het Lijden van Christus gedenken tot aan diens graflegging… Er is een belangrijk detail: het Monument staat op dezelfde afstand van de stad Marche als Golgotha, de plaats waar Christus werd gekruisigd, van Jeruzalem is verwijderd. Een ander verbluffend detail is dat er zich een natuurlijke grot in de heuvel bevindt, zodat men de graflegging heel goed kan nabootsen. De holte werd opnieuw ingericht door de man die aan de ingang een monumentale portiek zou bouwen, die de naam ‘Monument’ verklaart. Er wordt trouwens verteld dat er mirakels hebben plaatsgevonden: een manke vrouw zou er genezen zijn en een blinde zou er weer hebben kunnen zien… Het is dus heel begrijpelijk dat de mensen er vroeger hun doodgeboren kinderen naartoe droegen, in de hoop dat ze zouden verrijzen. De verrijzenis was echter niet het enige doel, ze moest ook dienen om de kinderen te kunnen dopen, zodat ze niet in de hel zouden eindigen. In een andere categorie diende de plaats ook voor het vervullen van ‘vonnissen voor genoegdoening’. Voor een kleine fout kon de rechtbank toen iemand veroordelen tot een geestelijke reis. Die moest dan een aantal keren de weg naar de top beklimmen om zijn fout uit te boeten. Het bezoek aan de site werd natuurlijk bekrachtigd door de kluizenaar die er woonde.
