Waw magazine

Waw magazine

Menu

Door Annemie de Four

De Grot "Père Noël"

De grot «Père Noël» werd 50 jaar geleden op kerstmis (!), ontdekt. Maar bleef gesloten voor het publiek tot … vandaag ! Nu pas is dit pareltje wilde natuur, vol zuivere kalkafzettingen en druipstenen, toegankelijk! Kleine groepjes van 5 tot 10 personen (vanaf 12 jaar) trekken met helm en overall en onder begeleiding van een ervaren speleoloog, doorheen dit fysiek avontuurlijke parcours. Moeilijke passages werden beveiligd met kabels en een touwbrug. De bezoeker draagt ook zelf een koplamp die de grot verlicht. Bedoeling is om de authenticiteit van de grot te vrijwaren en de vleermuizen die er wonen zo weinig mogelijk te storen. Om die reden ook wordt de grot Père Noël gesloten in de winter: zo kunnen die beschermde dieren rustig hun winterslaap doen…

Het Kids Dorp

Op zondag 1 mei (10u30 tot 18u30) is het kinderfeest in Han! Het Kidz Dorp van RTL strijkt neer in het Domein van de Grotten van Han. Het wordt een dag vol kindermuziek en animaties voor de ganse familie, in een uniek kader!

Alle informatie over deze en alle activiteiten op het Domein van de Grotten van Han via 

www.grotte-de-han.be

 

 

Marche-en-Famenne ligt op het kruispunt van de provincies Luxemburg, Namen en Luik,

en vormde vroeger een strategisch kruispunt tussen de met elkaar rivaliserende machten.

Hoe heeft de ‘grendel van Luxemburg’ zijn rijk en bewogen verleden kunnen verzilveren

om vandaag een uitgelezen Europese bestemming te worden?

 

De aan de poorten van de Ardennen gelegen stad is een drukbezocht doorgangspunt op de weg naar de Ardense vakantieoorden, een beetje zoals Lyon, dat het scharnier vormt naar de skioorden en de Provence! De vakantiegangers die er via de hoofdweg, de Boulevard Urbain, doorrijden, kennen zeker de frituren en ‘De Rond, Point!’, het monumentale beeldhouwwerk van roestvrij staal dat Serge Gangolff maakte als symbool van het verkeer op de rotonde aan de ingang van de stad. Maar wie de gelegenheid had om onlangs door de schilderachtige straatjes van de oude stad te lopen, zal zeker kunnen getuigen van de vernieuwing ervan en van de rijkdom van het erfgoed. Dat laatste maakt er vandaag een bestemming van, die door Europa werd erkend als een unieke toeristische ervaring op duurzame basis. Want ook al zit het verleden in zijn DNA gegrift, toch staat Marche open voor de toekomst en spant zich daar altijd voor in. Marche is een voorbeeldige stad voor zachte mobiliteit en werd bekroond voor zijn vele gerestaureerde sites en als uitstalraam van een dertigtal hedendaagse beelden. We beginnen ons bezoek aan de poort in de wallen van dit stadje, dat soms ‘Charme en Famenne’ wordt genoemd!

 

Een versterkte stad met moderne allures

Tot in de 12de eeuw schijnt Marche een doorgangsplaats te zijn geweest. Als laatste bastion van de provincie Luxemburg werd de stad omstreeks de 14de eeuw versterkt en begon toen een strategische rol te spelen tussen de toen rivaliserende machten, namelijk Luik en Luxemburg. De graven van Luxemburg lieten hun begerige blik vallen op het grondgebied van het prinsbisdom Luik. Als gevolg van hun vele invallen, ondergingen ze zware represailles vanwege de prins-bisschoppen, die Marche verscheidene keren in brand staken!

Vandaag schiet er weinig over van die 4 m dikke en 1,4 km lange versterkingen rond een oppervlakte van ongeveer 10 ha. Op bevel van koning Lodewijk XIV hebben de Franse troepen die muur immers ontmanteld in de 17de eeuw. De laatste overblijfselen van die wallen werden verwijderd tijdens in 1960 uitgevoerde werkzaamheden. Behalve een toren schiet er niets van over... Maar enkele jaren geleden, tijdens de renovatie van de Boulevard Urbain, ontdekte men tot zijn grote verrassing een stukje dat van die versterkingen was bewaard gebleven ter hoogte van de lage poort van de vroegere middeleeuwse stad!

Zelfs vanuit de auto kunt u een blik werpen op die resten van lichte steen, onderaan de heropgebouwde muur. In het midden van de Boulevard Urbain, juist tegenover het ‘Maison du Tourisme’, kunt u de enkele tientallen meter lange heropbouw van de vestingmuur zien, alsook de afbeelding van enkele van de 24 torens die de stad vroeger beschermden. Bovenop die muur symboliseert een stalen borstwering de galerij waarop de wachters hun ronde deden. En op elke heropgebouwde toren symboliseert een standbeeld de beroepen die de stad indertijd befaamd hebben gemaakt: leerlooiers, kantwerksters, schoorsteenvegers en brouwers.

Het vertrekpunt van de versterkingen kunt u gemakkelijk vinden, want op die plaats werd een 8,5 m hoog kunstwerk van roestvrij staal opgericht. Dat staat aan de ingang van de stad symbool voor de ontmoeting tussen het verleden en de moderne tijd. Terwijl de stad de getuigen van haar verleden bewaarde, werd ze opmerkelijk goed gerenoveerd, waarbij er zorg werd gedragen voor het behoud van een algemene harmonie. De huidige vormgeving van de straten in het centrum sluit nauw aan bij die uit de tijd van de versterkingen, waarvan men zich een tamelijk concreet beeld kan vormen wanneer men door de geplaveide en soms zeer smalle straten wandelt, tussen de typische oude gebouwen. Het ‘Maison du Tourisme du Pays de Marche et Nassogne’ organiseert tweetalige bezoeken aan het stadscentrum en biedt doelgerichte documentatie aan.

 

 

De heilige Remaclus

De Sint-Remacluskerk staat in het midden van de stad, in de voetgangerszone tussen handelszaken, restaurants en café-restaurants. Rond het gebouw vinden vandaag de voornaamste manifestaties plaats, die Marche zo levendig maken: de ambachtsliedenmarkt, de markt uit 1900, het carnaval...

Op het voorplein van de kerk bevindt zich een beeldhouwwerk boven een fontein. Het is het standbeeld van Georges Peret, die ‘Le Grand Georges’ werd genoemd, de laatste openbare belleman, die in 1980 overleed, maar nog goed gekend is door de oudere inwoners. Gekleed in een blauwe kiel, doorkruiste de man met een luide bel de stad om dringende berichten rond te roepen. De voorloper van Facebook? Het is in alle geval een vergeten beroep, dat onze jeugd zich niet kan voorstellen!

De heilige Remaclus was de stichter van het klooster van Stavelot-Malmedy, waarvan Marche tientallen jaren afhing. Eerst, omstreeks het jaar 860, werd er voor hem een kapel van hout en pleisterwerk gebouwd. Toen de stad werd versterkt, verving een romaans gebouw het oorspronkelijke heiligdom. Maar als gevolg van de branden die de stad tijdens de conflicten teisterden, werd de kerk in de 15de eeuw heropgebouwd in natuursteen; die werken duurden bijna 40 jaar! De kerk werd opnieuw in brand gestoken en onderging in de loop der eeuwen heel wat veranderingen. In 1715 kreeg ze een toren in barokstijl. Haar meubilair is in vlamgotiek en bestaat onder andere uit een in kalksteen uitgehouwen doopvont, een gotisch wijwatervat tegen de muur en heel wat heiligenbeelden van polychroom hout. Ondanks de vele veranderingen, is het gebouw beschermd sinds de jaren 1930.

 

INLICHTINGEN:
Musée de la Famenne
Rue du Commerce, 17
B-6900 Marche-en-Famenne
+32 (0)84 32 70 60

 

Maison du Tourisme du Pays de Marche et Nassogne
Place de l’Étang, 15
B-6900 Marche-en-Famenne
+32 (0)84 34 53 27
 

 

MARCHE, DE GRENS!

‘Marche’ stamt uit het Germaans en betekent ‘de grens’. Aanvankelijk was het de naam van de waterloop die de stad doorkruiste. In de middeleeuwen werd een stad dikwijls genoemd naar de waterloop en kreeg deze laatste daarna een andere naam. De stad werd dus Marche en de waterloop Marchette. Marche is dus de grens tussen de provincies Luxemburg, Luik en Namen. En die grenzen zijn precies een begrip waarmee de inwoners van Marche vandaag graag flirten! Net zoals de straatjongen van kunstenaar Louis Noël zijn de inwoners van Marche graag ondeugend. Sommigen vrezen ze en anderen kijken er verlangend naar uit, namelijk de commentaren die met carnaval op de uitstalramen van de winkels worden geschilderd om schaamtelos de hoorndragers aan de kaak te stellen, om te spotten met al wat lelijk is en om allerlei schandelijke geheimpjes bekend te maken… De door Louis Noël geschapen deugniet viel ook zelf ten prooi aan overvloedige spot. Het standbeeld dat de brutaliteit van de inwoners van de stad symboliseert, was amper in de straat gezet, of het werd al verborgen achter houten planken waarop ‘Terug naar Brussel!’ geschreven stond.


 

HET MONUMENT

Eén kilometer ten zuiden van de stad, bovenop een heuvel, woont een kluizenaar op een mysterieuze plek! De plaats is toegankelijk voor het publiek en de weg ernaar is vandaag heel idyllisch, maar dat was niet altijd zo! Om het fijne te weten van de fascinerende geschiedenis van de plek en de standbeelden, kunt u darover in het ‘Musée de la Famenne’ een tentoonstelling bezoeken. In de bermen rond het Monument werden onlangs overigens veel Gallo- Romeinse munten gevonden; de plaats zou in die tijd dus al bezocht zijn geweest. Maar ze zou pas omstreeks de 17de eeuw zijn aangelegd. Wel staat vast dat ze in 1610 werd gekerstend. Sindsdien heet de kapel de ‘Heilige Drievuldigheid’. Bedevaarders komen er het Lijden van Christus gedenken tot aan diens graflegging… Er is een belangrijk detail: het Monument staat op dezelfde afstand van de stad Marche als Golgotha, de plaats waar Christus werd gekruisigd, van Jeruzalem is verwijderd. Een ander verbluffend detail is dat er zich een natuurlijke grot in de heuvel bevindt, zodat men de graflegging heel goed kan nabootsen. De holte werd opnieuw ingericht door de man die aan de ingang een monumentale portiek zou bouwen, die de naam ‘Monument’ verklaart. Er wordt trouwens verteld dat er mirakels hebben plaatsgevonden: een manke vrouw zou er genezen zijn en een blinde zou er weer hebben kunnen zien… Het is dus heel begrijpelijk dat de mensen er vroeger hun doodgeboren kinderen naartoe droegen, in de hoop dat ze zouden verrijzen. De verrijzenis was echter niet het enige doel, ze moest ook dienen om de kinderen te kunnen dopen, zodat ze niet in de hel zouden eindigen. In een andere categorie diende de plaats ook voor het vervullen van ‘vonnissen voor genoegdoening’. Voor een kleine fout kon de rechtbank toen iemand veroordelen tot een geestelijke reis. Die moest dan een aantal keren de weg naar de top beklimmen om zijn fout uit te boeten. Het bezoek aan de site werd natuurlijk bekrachtigd door de kluizenaar die er woonde.

  • /
  • /

Een vierdaagse metamorfose

Honderden kunstenaars zullen vier dagen op acht unieke plaatsen optreden.

Les MétamorphoseS staan voor de ambitieuze vernieuwing van Luik, dat zich wil omvormen tot een wereldstad die mensen samenbrengt.

 

Les MétamorphoseS, initiatief van LiègeTogether, vormen een topevenement voor de metropool en de nieuwe ontplooiing ervan, die al enkele jaren bezig is. Van 5 tot 8 mei zullen de Luikenaars een groots festijn beleven met allerlei gratis toegankelijke kunstmanifestaties. Een kijk op wat u tijdens dat lange feestweekend mag verwachten.

 

Donderdag 5 mei

‘Boverie en musique’, van 13 tot 18u in het Boveriepark in Luik

Eindelijk onthult de Boverie zich, tot eenieders genoegen. Het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Luik zal deze openingsnamiddag muzikaal opluisteren.

‘Carabosse met le feu’, van 21u tot middernacht, in het Hausterpark in Chaudfontaine

De ‘Compagnie Carabosse’, een collectief van diverse kunstenaars, zet het Hausterpark een avond in vuur en vlam met een groot schouwspel.

 

Vrijdag 6 mei

‘Métalu A Chahuter’, van 15 tot 20u op het Robinsoneiland in Wezet

Spektakelfabrikant ‘Métalu A Chahuter’ is een gezelschap van artiesten, uitvinders, acteurs, muzikanten en beeldende kunstenaars. Sousbois is een uit droom en werkelijkheid bestaand kijk‑ en luisterspel.

‘Les Fous de Bassin’, 6 en 7 mei, 21u aan de Dérivation, in het Boveriepark in Luik

Er wordt een rivieropera aangeboden door het Franse kunstenaarsgezelschap ‘Ilotopie’, dat gebruik maakt van artistieke uitvindingen en ingrepen. Een nachtelijke wateropvoering die u zeker niet mag missen.

‘Méga Park’, van 21u tot middernacht, place Saint-Étienne in Luik

Voor de fans van Pac-Man en andere retrogames wordt de Place Saint-Étienne die avond een ongelooflijk interactief speelplein.

 

Zaterdag 7 mei

‘Boverie envahie’

Een vijftiental Luikse kunstenaarsgezelschappen zullen het Boveriepark in beslag nemen van 13 tot 18u. Die unieke dag biedt een programma vol artistieke, muzikale en andere optredens, zoals de robot Klug en de Ganzenfanfare.

‘Les Fous de Bassin’: 2e editie

 

Zondag 8 mei

Een artistieke picknick op de Quais de Meuse in Luik, van 12 tot 16u

Alle Luikenaars kunnen deelnemen aan een enorme picknick rond een reuzentafel. Die maaltijd wordt opgeluisterd door liedjes, toneel, dans, schilderkunst en dergelijke.

Slot van de MétamorphoseS, van 16 tot 22u, Place Kuborn in Seraing

Op de nieuwe Place Kuborn in Seraing wordt dit lange kunst‑ en cultuurweekend in schoonheid afgesloten. Een gezinsfeest met muzikale verrassingen.

 

www.liegetogether.be

Door Annemie de Four

Het Domein van de Grotten van Han ligt in de provincie Namen. Je kan er niet alleen de bekende grotten bezoeken maar ook het Wildpark, waar de laatste tijd veel beweegt.

De wolven uit het Wildpark stonden niet alleen op de affiche van de film Les Saisons van Jacques Perrin, maar ze speelden er ook een hoofdrol in ! Die film brengt hulde aan de natuur waarin het lot van mens en dier sterk verbonden is.  

www.lessaisons-lefilm.com

In het RTBF-programma Le Jardin Extraordinaire volgen we enkele bizons uit het Wildpark van Han op hun tocht naar Roemenië. Het doel is om de bizon te herintroduceren in de zuidelijke Karpaten. Een Europees pilootproject waaraan het Domein van de Grotten van Han actief deelneemt: aan de herintroductie van bedreigde diersoorten.

http://www.rtbf.be/video/detail_le-come-back-des-bisons?id=2085231

Nieuw!

In het Wildpark zijn op dit moment werken aan de gang waarbij een groot stuk bos opengesteld wordt voor de twee bruine beren die er leven. Hierdoor krijgen zij meer bewegingsruimte. 

Het klassieke parcours binnen in de grotten kreeg intussen een geheel nieuwe LED verlichting, waardoor er ook een totaal nieuwe sfeer heerst in de grotten! 

Vanaf april wordt een voordien ontoegankelijke zaal opengesteld: de Grot ‘Père Noël’. Het bezoek gebeurt in kleine groepjes en met koplampen uit respect voor de vele vleermuizen die er leven. Deze ecotoeristische aanpak is een prioriteit voor het Domein.

Het Domein van de Grotten van Han is zich sterk bewust van de oneindige schoonheid van de grot en het park en waakt over het evenwicht tussen de ‘toeristische activiteit’ en het ‘behoud van het natuurlijke erfgoed’.

Meer info over alle activiteiten in het Domein van de Grotten van Han :

www.grotte-de-han.be/nl

 Tussen de koetsen van weleer en de studenten van nu heeft het kasteel La Berlière de tijd zien voorbijgaan, zonder dat het iets van zijn charme verloor.

 

Het kasteel La Berlière is een van de best bewaarde geheimen van Wallonië. Hoewel het als uitzonderlijk erfgoed beschermd is, wordt het slechts weinig bezocht. Tenzij door leergierige jongeren. In 1946 werd het kasteel immers gekocht door de paters Jozefieten, die er een middelbare school van maakten. Naar het schijnt herkennen de oud-leerlingen van de school elkaar omdat ze de typische roep kunnen nadoen van de pauwen die in het grote park van het domein lopen te schreeuwen. Als u jongeren ziet die elkaar op de schouder kloppen en met een ondeugend blik “léééonn” toeroepen, dan zijn het hoogstwaarschijnlijk oud-leerlingen.

In 1790 vraagt Balthasar d’Ennetières, de tiende baron van La Berlière, aan de Doornikse architect Antoine Payen om een nieuw kasteel voor hem te bouwen. Het vorige was immers door de revolutionaire troepen in brand gestoken. Het huidige kasteel, dat sinds 1790 maar weinig veranderd is, ligt aan de rand van een reeks vijvers, in het midden van het park dat enkele hectaren groot is. Vanaf de weg moet u door een bijna één kilometer lange schaduwrijke dreef lopen vooraleer u het U-vormige kasteel met zijn klassieke uitzicht kunt bewonderen. Vóór u het binnengaat, kunt u een blik werpen op het bordes, dat door twee elegante sfinxen bewaakt wordt en dat waarschijnlijk gebouwd is met ’s werelds grootste tegel van natuursteen.

 

©DOC Internat La Berlière

 

De allegorie van de vier jaargetijden

Achter de weelderige grote hal van waaruit de eretrap vertrekt, liggen de salons die zich aan het schoolleven hebben moeten aanpassen. In die gelambriseerde kamers met stucwerkplafonds op de benedenverdieping ziet men nu tot zijn verbazing een lange toog van roestvrij staal en met formica beklede tafels, waaraan jongens en meisjes onder luid geroezemoes hun middagmaal verorberen. In een van die tot refter verbouwde salons, kunnen de jongelui een allegorie van de vier jaargetijden bewonderen die op het plafond geschilderd werd. In een andere ruimte is er ook een marmeren spoelbak met bloedrode vlekken, die gebruikt werd om de opbrengst van de jacht te reinigen! Sommige deurklinken zijn nog versierd met het familiewapen van Ennetières. De schilderijen en het houtwerk zijn trouwens de laatste elementen die in de jaren 1990 een grote restauratie ondergingen. De keukens in de kelder hebben nog hun volume en sommige inrichtingen die uit de 18de eeuw dateren, bewaard, maar die voor het overige modern zijn uitgerust, wat nodig is om de maaltijden van de leerlingen te bereiden. Op de verdieping bevindt zich de privéwoning van de pater directeur, alsook een kleine kapel die tegenwoordig door de leden van de congregatie wordt gebruikt, maar die nog steeds het balkon heeft dat vroeger voor het personeel van het kasteel diende. Het was onder graaf Adhémar d’Oultremont, die het kasteel in 1849 erfde, dat het zijn meest luisterrijke jaren kende. Samen met zijn echtgenote, prinses Clémentine de Croÿ, verbouwde en verfraaide de graaf het kasteel. Getuige daarvan is de Franse tuin die hij liet aanleggen aan de voorzijde van het kasteel, in het verlengde van de erelaan die recht naar de toegangspoort leidt. Alleen al voor het onderhoud waren er toen zowat veertig tuinarbeiders uit het dorp nodig. De vrouwen stonden in voor het onderhoud van de paden en voor de juiste volgorde van de vijf reeksen keien: twee blauwe, één witte, twee blauwe. De tuin bestaat nog steeds, maar het onderhoud ervan vergt nu tienmaal minder personeel. De vijver van La Berlière, waar de kleine Watereppe (berle) of wilde selderij groeit die het kasteel zijn naam gaf, werd uitgebreid met drie op elkaar volgende waterpartijen met telkens een charmante aanlegsteiger in Japanse stijl, en met een kanaal waaruit men vroeger in de winter ijs voor de ijskelder hakte.

 

Internationale faam

Het echtpaar, dat bekendstond voor het “gelukkige en eenvoudige” leven dat het leidde, bezat niettemin paardenstallen die tot de best voorziene van het koninkrijk behoorden. Ze herbergden een zeventigtal spannen van allerlei aard en een dertigtal paarden die speciaal waren gedresseerd voor lange jachtpartijen, waaraan gekroonde hoofden uit heel Europa deelnamen, onder wie Albert I. In de stallen zijn nu het internaat en de leslokalen ondergebracht. In de jaren 1950 werd een van de stallen verbouwd tot kapel voor de leerlingen. Men ziet er bouwstijlen uit verscheidene periodes naast elkaar, zoals zuilen van gepolijste natuursteen en glasramen met gekleurde geometrische vormen.

 

©Gilles Bechet

 

Aan de andere kant van de Franse tuin staan de gebouwen van de vroegere modelhoeve. Die indertijd spitstechnologische installaties waren tot ver buiten onze grenzen bekend. Men ziet er nog de boxen met hun onderbouw van baksteen voor de trekdieren, alsook de sporen van het wagonnetjessysteem dat gebouwd werd om de mest uit het varkensteeltcentrum af te voeren. Wanneer men met zijn rug naar de hoeve staat, is het vroegere jachtpaviljoen, waarin graaf Adhémar zijn fotoatelier onderbracht, zichtbaar. Met zijn door klimop bedekte bakstenen muren en zijn merkwaardig hoektorentje van gekleurde keramiektegels heeft het jachtpaviljoen een zeer victoriaanse aandoende charme. In 1991 nam Pierre Granier-Deferre er trouwens zijn film “Archipel” met Michel Piccoli op, waarvoor La Berlière de rol van een Engels college speelde. In 1893 overleed gravin Clémentine op 36-jarige leeftijd. De ontroostbare Adhémar liet op het kerkhof van Houtaing een mausoleum bouwen voor zijn dierbare overledene. Dat achthoekig neogotisch monument werd door de Brusselse architect Victor Evrard ontworpen naar het voorbeeld van het gedenkteken voor Leopold I in het park van Laken. Onder de kapel ligt een crypte met 14 grafkelders voor de kasteelbewoners en hun nakomelingen. Opdat hij elk uur van de dag en de nacht de spits van het mausoleum zou kunnen zien, liet de graaf enkele tientallen bomen verplaatsen naar de rand van het park, om zo een doorkijk te maken naar de op 2 km van het kasteel gelegen kapel. Vandaag kan men, vanaf het terras van het salon en tussen de groter geworden bomen, nog vaag het gekartelde profiel van het gebouw zien. Als uitzonderlijk beschermd erfgoed van Wallonië werd het mausoleum in de jaren 2000 uitvoerig gerestaureerd. Het is privébezit en wordt slechts tweemaal per jaar opengesteld, namelijk naar aanleiding van de erfgoeddagen en van de grafzegening op 2 november. Terzelfder tijd als het mausoleum liet graaf d’Oultremont een rusthuis bouwen, waarin het personeel van het kasteel een comfortabele oude dag zou kunnen slijten. Dat gebouw is te huur gesteld en wordt momenteel door de eigenaar ervan gerestaureerd. Op de hoek van de Rue du Carnier, in de buurt van het rusthuis, kan men een rond bekken zien, waar de paarden die de koetsen van het kasteel trokken, kwamen drinken. Er is ook een bankje waarop de bewoners van Houtaing graag komen zitten om dromerig te kijken naar het onbeweeglijke wateroppervlak van het bekken en daarbij misschien denken aan de zachte Clémentine.

 

INLICHTINgen:
Château de La Berlière
Route de Frasnes, 243
B-7812 Houtaing

 


 

HET ELIXIR VAN CLÉMENTINE

Het was bijna per toeval dat Beatrice Roucour uit Bergen zich in Houtaing kwam vestigen. Vanuit haar tuin kan ze het mausoleum zien. Ze kwam dan ook al vlug in de ban van het gebouw en stak al haar energie in het oprichten van een vereniging voor het behoud van het monument. Bij het uitpluizen van het archief van de familie d’Oultremont vond ze het recept van een verfrissende drank die Clementine haar genodigden aanbood en die bestond uit bronwater, citroensap, amandelsiroop en een geheim ingredient. Zo ontstond de Climonade, die met Ardens bronwater wordt gemaakt door een limonadefabrikant uit de provincie Luxemburg. Deze licht bruisende drank, wordt al geserveerd in enkele selecte gelegenheden in Brussel en Wallonie. De Climonade wordt koud gedronken, met ijsblokjes of in een cocktail, en is verrassend zacht.

©Le Cercle de Clémentine
 INLICHTINgen:
Béatrice Roucour
 +32 (0)494 58 05 63

De vroegere abdij van Heylissem, met haar befaamde koepel, vormt de historische kern van een domein van 40 hectaren, dat een ambitieus programma voor de volgende decennia kreeg.

 

De mensen uit de streek noemen de abdij “het kasteel”. Met zijn symmetrische opbouw en zijn klassiek uitzicht lijkt het gebouw, dat het ereplein van het domein van Heylissem afsluit, immers meer op een adellijke woonst dan op de oorspronkelijke abdij. In de tweede helft van de 18de eeuw werd de abdij van Heylissem beschouwd als “de mooiste parel van de streek”, terwijl de norbertijnerkannuniken, die er al sinds de 12de eeuw verbleven, een van de machtigste en rijkste kloostergemeenschappen uit Haspengouw vormden. Het neoklassieke gebouw dat vanaf 1768 werd opgetrokken, was ontworpen door Laurent-Benoît Dewez, de toenmalige hoofdarchitect van de Oostenrijkse Nederlanden, die veel kerken en abdijen bouwde, waaronder het kasteel van Seneffe. Dé blikvanger is de centraal geplaatste oude abdijkerk met haar breed fronton van Gobertangesteen en haar majesteitelijke koepel. Aan weerszijden daarvan bevinden zich beide vleugels van de prelatuur met hun leistenen dak. Het vroegere klooster aan de achterzijde van het gebouw bestaat vandaag niet meer, maar het spoor van de bogen ervan is nog zichtbaar op de buitenmuren. Als gevolg van de Franse Revolutie, de religieuze vervolging en het Concordaat, konden de premonstratenzers niet lang profiteren van de macht die ze wilden verheerlijken.

Na het revolutionaire geweld werd de abdij ontwijd en omgevormd tot een kasteel dat van hand tot hand ging. Aan het einde van de 19de eeuw deed eigenaar Gustave van den Bossche, de latere baron van Heylissem, een beroep op Alphonse Balat om enkele verbouwingen aan zijn weelderige woonst uit te voeren. De beroemde architect, die de favoriet was van de toenmalige jetset, verhoogde de granaatvormige spitsboogkoepel en voegde er een door een balustrade afgesloten terras aan toe. Hij gaf de op de vijver uitziende zijgevel ook een neoklassieke stijl. In 1962 werd het kasteel, samen met de bijgebouwen en het park, aan de provincie Brabant verkocht.

Beide kasteelvleugels werden opnieuw ingericht in de jaren 1970-1990 en aan het begin van de jaren 2000, waarbij ze veel van hun binnendecoratie en inrichting verloren. Enkel de monumentale eiken trap uit de 18de eeuw en de versieringen die Balat had ontworpen voor de plaatsen op de benedenverdieping, zijn bewaard gebleven. De indrukwekkende koepel, die het koor van de vroegere abdijkerk vormde, heeft een haast duizelingwekkende hoogte van 40 m. Het vroegere plaveisel werd vervangen door beige marmeren tegels, met in het midden een ster uit wit marmer van Carrara. In een van de tegenover elkaar liggende bijgebouwen aan weerszijden van de binnenplaats bevindt zich het museum voor archeologische interpretatie. Het is bedoeld voor kinderen en gewijd aan het dagelijks leven van rendierjagers en aan het gereedschap van de prehistorische jagers-verzamelaars. Kleuters en kinderen uit de basisschool leren het daar na te maken en te gebruiken.

 
Een nieuwe zaal

Om het klaar te maken voor de toekomst werden er over de jaren heen heel wat projecten op het domein van Heylissem gestart: een hotel, een microbrouwerij en een koekjesdozenmuseum. Vandaag heeft het domein een concreter kader gekregen. Het Stedenbouwkundig en Milieureglement dat in juni jongstleden bij de gemeente werd ingediend, legt de richting vast die de bevoegde overheden willen geven aan de uitbating van het domein, dat jaarlijks al ongeveer 180.000 bezoekers trekt. “Het domein van Heylissem is een beschermde erfgoedsite van neoklassieke stijl met een romantisch park. Wij willen ervoor zorgen dat het een familiaal en multifunctioneel gebied voor ontspanning en vrije tijd blijft”, stelt bestendig gedeputeerde Mathieu Michel. Het 38 ha grote domein werd uitgebreid door de aankoop van een bijkomend perceel van 12 ha. De voornaamste verandering zal de bouw zijn van een nieuwe zaal die rechtstreeks met het kasteel verbonden is. “Vandaag is de koepel een doel op zich; wij willen die herinrichten als toegangshal tot een polyvalente zaal voor 500 personen. We zullen ervan profiteren om het landschapskarakter van het park te veranderen en om visuele verbindingen te maken tussen de verschillende zones.” Op de verdieping van de kasteelvleugels komen zalen voor seminars en een logeerruimte. In de buurt van het kasteel zijn er nog overblijfselen van de vroegere boerderij en de mooie paardenstallen, waarvan de renovatie vragen doet rijzen, omdat er geen goede bestemming voor is. Het domein zal ook de sportuitrustingen voor tennis en ruiterij versterken, en in ‘La Bascule’ onderkomen aan scholen verschaffen. Dankzij de grote werkzaamheden voor het heraanleggen van het park, zal er tussen de oever van de derde vijver en de rand van het speelplein een cafetaria kunnen worden gebouwd. De grote grondwerken zullen dienen om nieuwe verbindingswegen tussen de verschillende zones van het domein aan te leggen. Indien alles volgens plan verloopt, zullen de werken eind 2016 - begin 2017 van start gaan. Het is natuurlijk niet de bedoeling elke vierkante meter van het terrein in beslag te nemen. De ontwerpers willen integendeel ruimte scheppen en de zones en soorten activiteiten in een nieuw kader plaatsen naargelang de behoeften en de evolutie van de aangrenzende gebieden.

 

Inlichtingen:

Het Provinciaal Domein van Hélécine

Rue Armand Dewolf, 2

B-1357 Helecine

+32 (0)19 65 54 91

www.domainehelecine.be

 

  • /

Dicht bij de Duitse grens zijn er nog twee producenten die hun eigen pittige Hervekaas maken.

De familietradities en voorouderlijke recepten van deze twee huizen hebben tot op vandaag de strenge sanitaire normen kunnen overleven.

En ze zijn zeker niet van plan om ermee te stoppen!

 

Uit de geschiedenis leren we dat het Land van Herve zijn weiden en melkproductie heeft ontwikkeld in de 16de eeuw, onder de heerschappij van Keizer Karel. In een periode waarin het graan aan waarde inboette, gingen de plaatselijke landbouwers zich toeleggen op de verwerking van hun melk tot boter en kaas. Vandaag schuilt er onder een met gezouten water gewassen korst, een zachte kaas die, naargelang zijn rijpingstijd en de gebruikte wasmethode, zacht of pikant, vierkantig of lang kan zijn, en soms ook met bier wordt gerijpt. Het is doorheen al die stadia dat er een wonderlijke bacterie tot ontwikkeling komt, die de Hervekaas zijn bijzonder karakter geeft en die een sexy appetijtelijke naam draagt: de Bacterium linens. Ongeacht het productiegeheim dat eigen is aan elk huis, voldoet dit product met Beschermde Oorsprongsbenaming steeds aan de Europese eisen. Onder andere voor de gebruikte melk. Deze moet voortkomen van koeien die jaarlijks meer dan 180 dagen op de weide staan, waar ze het voor de streek zo typische vette en rijke gras eten. Madeleine Hanssen, de eigenares van de “Ferme du Vieux Moulin”, herhaalt graag dat “alle melk wit is, maar dat je niet van alle melk kaas kunt maken! ” Het voeder voor de koeien en de sanitaire toestand van de boerderijen spelen een essentiële rol in de productie van lekkere kaas.

 

Twee producenten, twee opvattingen

De productgamma’s van de “Ferme du Vieux Moulin” en de “Fromagerie Herve Société” vullen elkaar aan maar onderscheiden zich door hun fabricagemethodes. Terwijl de eerste zich inzet om de echte “lekkere, eigen en juiste” smaak van deze streekkaas te verzekeren, legt de tweede ook de nadruk op de hygiëne en meer bepaald op de afwezigheid van ziekteverwekkende bacteriën. “Het gaat niet alleen om de controles, de kaasmakerijen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen ten opzichte van de gezondheid van de consumenten”, zegt Francis Debronne, de marketingverantwoordelijke van de “Fromagerie Herve Société”. Daarom besloot de grote onderneming de bij 20 plaatselijke melkboerderijen aangekochte melk, te pasteuriseren. De “Ferme du Vieux Moulin” ziet de zaken minder groot, maar wil “authentieker” zijn. Madeleine Hanssen maakt haar kaas met de rauwe melk van de koeien van haar buurman. Ze verdedigt met hand en tand de smaak van haar streek, terwijl ze tegelijk instaat voor de voedselgezondheid. “25 jaar geleden was de context helemaal anders. De voedselveiligheid heeft grote kuis gehouden in de ambachtelijke productie. Niemand die ouder was dan 50 jaar, wilde nog de vereiste investeringen doen. Mij stoorde dat niet, want ik was nog jong en had tijd om mijn investeringen te delgen. Uiteindelijk was het de melkkwaliteit die veranderde. De melk is nu veel zuiverder, wat volgens mij positief is. Het product is nu van een betere bacteriologische en voedingskwaliteit.”

Hoewel er een smaakverschil is tussen de producten van beide familiebedrijven, wil toch geen van hen het laken naar zich toe trekken. Allebei nodigen ze u uit om zelf hun Hervekaas te proeven, op een beboterde snede brood, met de plaatselijke siroop en bij een kop koffie... Francis Debronne ziet het zo: “Beide huizen hebben hun eigen knowhow! We hebben allebei onze geheimpjes en die maken het verschil”.

 


 

BESCHERMDE OORSPRONGSBENAMING

Samen met Ardense boter, is Hervekaas het enige Belgische product dat het label van Beschermde Oorsprongsbenaming (BOB) mag dragen. Die benaming werd in 1992 door de Europese Gemeenschap ingevoerd en beschermt officieel “producten waarvan de productie, de verwerking en de aanmaak in een welbepaalde geografische zone moeten plaatsvinden en volgens een erkende en vastgestelde knowhow”. In het geval van Hervekaas ligt de geografische zone tussen de Duitse en de Nederlandse grens, de loop van de Vesder in het zuiden en die van de Maas in het westen. Het label wil op de eerste plaats ambachtelijke streekgeboden producten beschermen, maar het omvat ook andere voorwaarden, zoals koeienvoer dat op de hoeve zelf wordt gemaakt en het feit dat het vee op een minimumoppervlakte aan weide kan grazen. Anderzijds wordt de officiële benaming van Hervekaas beschermd door het herkenningsteken van de Beschermde Geografische Aanduiding (BGA), die dient om de oorsprong van een landbouwproduct aan te duiden.

 

Videos

  • /

Jawel, die bestaat echt! Maar ze is niet te vinden bij uw plaatselijk tewerkstellingsagentschap of in gespecialiseerde scholen.

Vraag liever inlichtingen over deze opleiding bij de toeristische dienst “Maison du Tourisme du Pays Condroz-Famenne”.

 

Terwijl het Land van de Smaakvalleien bekendstaat voor zijn natuurwandelingen en gastronomie, is het veel minder befaamd voor zijn toverpraktijken. De toeristische diensten uit de streek hebben nochtans meer dan één pijl op hun boog om gezinnen hun toverland te laten ontdekken. Want sinds kort zwerven de tovenaar Olibrius, de gemene heks Condrusa en een heel volk van raadselachtige figuren door dorpen en wouden, langs rivieren, in weiden en over paden, en wachten de onverschrokken kinderen (en hun ouders) op.

 

Gezinnen verleiden

Het project, dat “Mijn Avonturen als Tovenaar” heet, is het resultaat van een brainstorming met alle toeristische diensten uit de streek (Ciney, Hamois, Havelange en Somme-Leuze). Zoals Julie Riesen, de directrice van het “Maison du Tourisme Condroz-Famenne” het uitlegt, komen er veel gezinnen de streek bezoeken. Maar, behalve in het Provinciaal Domein van Chevetogne, waren er tot dan toe weinig activiteiten voor hen. We wilden dus een cultureel en toeristisch product ontwikkelen, dat zowel bestond uit wandelen (de favoriete bezigheid van de volwassenen in deze groene landelijke zone), als uit spelen, gezellig samenzijn en met elkaar optrekken. Het moest dus een product worden dat tegemoetkomt aan de verwachtingen van alle gezinsleden, van 6 tot 12 jaar voor de kinderen en zonder leeftijdsbeperking voor de volwassen begeleiders die nog jong genoeg van hart zijn! Het perfecte product ontwerpen, heeft hen veel tijd gekost. Een creativiteitscoach van het Economisch Bureau van de Provincie Namen heeft trouwens het hele proces begeleid. “We hebben ook geleerd, vertelt Julie Riesen, “dat er al een gelijkaardig product bestond in Bourg-en-Bresse (Frankrijk), namelijk ‘Le pays de Fifrelin’. We zijn dus ginder eens gaan kijken en hebben op basis daarvan een leidraad opgesteld. Dan hebben we contact opgenomen met Traces TPi, een firma uit Flavion die gespecialiseerd is in toeristische engineering en die het spel heeft ontworpen op basis van een nauwkeurig bestek.

Vier parcours, vier avonturen in de vorm van enquêtes of opsporingsspellen, kunnen voortaan het hele jaar door helemaal onafhankelijk worden afgelegd en beleefd door gezinnen die de streek op een andere manier willen verkennen, met leuke leermomenten en ontdekkingen. De wandelingen en de zuivere lucht zijn daarbij mooi meegenomen! De trajecten zijn ongeveer 2 km lang en goed voor anderhalf uur spelen, waarbij de kinderen niet alleen tovermiddelen en magische formules leren, maar ook anekdotes uit de plaatselijke geschiedenis, die aangevuld worden met kwakzalversmiddelen en elementen uit het erfgoed en de natuur. Hoewel elk spel zijn eigen geschiedenis en droomwereld heeft, blijft de tovenaar Olibrius toch de centrale figuur rond wie, zoals in alle kinderverhalen, “goeden en slechten” draaien, onder wie de afgrijselijke heks Condrusa.

 

Horror en rampen!

En Condrusa is geen gemakkelijke toverkol. Wie zich op pad wil wagen in de Condroz en de Famenne, moet zich terdege van de nodige uitrusting voorzien. Om de gevaren te trotseren, schaffen de gezinnen zich een tovenaarskit aan, met voorwerpen die wel eens heel nuttig zouden kunnen zijn bij riskante ontmoetingen. Elke tas bevat ook een basisdocument dat voor elk avontuur het decor beschrijft en de spelregels vastlegt. Vier spellen, vier parcours en vier verschillende stemmingen: afspraak in het stadscentrum van Ciney, in Hamois en op het wandel- en fietspad RAVel van dat dorp, in het dorp Miécret (Havelange), alsook in de bossen van Nettinne (Somme-Leuze).

De avonturentassen kunnen voor € 8 tot 12 worden aangekocht bij de toeristische dienst van de betrokken gemeentes of bij de spelambassadeurs, die meestal partnerwinkels zijn. De ontwerpers van het project zijn zo grondig te werk gegaan, dat ze in de lokalen van de toeristische diensten een decor en een animatie hebben voorzien om de kinderen op het avontuur voor te bereiden: een bibliotheek met toverformules, waarin iemand hun in enkele zinnen het verhaal vertelt dat ze gaan beleven, en hun helpt bij het maken van hun tovenaarshoed.

 

 

RENSEIGNEMENTS
Mes Aventures d’Enchanteur
Maison du Tourisme Condroz-Famenne
Rue de l’Eglise, 4
B-5377 Somme-Leuze
+32 (0)86 40 19 22

 


 

DIGITALE KITS

Vanaf het opstarten van het concept in december 2013 kende “Mijn Avonturen als Tovenaar” veel succes. Er komen al zo dikwijls gezinnen terug, dat er twee nieuwe – ditmaal digitale – avonturen worden aangeboden aan het publiek (het ene in Gesves en het andere in Goesnes). In plaats van de tovenaarskit, wordt er nu een kosteloze toepassing op App Store of Google Play (voor smartphones en tablets) geupload en kunnen de tovenaarsleerlingen nu op dezelfde wijze de 2 km lange tocht aanvatten om Olibrius te helpen Condrusa te overwinnen.

 

In februari 2015 werd op de spits van de Citadel, op de Papenmuts, een monumentaal bronzen beeldhouwwerk van de hand van Jan Fabre geplaatst. Het heet Searching for Utopia, maar staat in Namen beter bekend als “de schildpad”. Het werk is trouwens het embleem geworden van de tentoonstelling Facing time. Rops / Fabre, die op 30 augustus jongstleden werd afgesloten in het Félicien Ropsmuseum. Op enkele maanden tijd verwierf het werk van deze kunstenaar een uitgelezen plaats in de Waalse hoofdstad. Zozeer zelfs, dat de stad en haar inwoners het werk willen behouden. En nu is het officieel: de schildpad maakt voortaan deel uit van het Naamse landschap! Ze blijft veel toeristen en gezinnen intrigeren. Een ding is zeker: Rebecca Evrard, een amateurfotografe uit de streek, heeft ze niet gemist... tot ons groot genoegen!

 

www.museerops.be

Your opinion counts