Waw magazine

Waw magazine

Menu

Oude boerderij krijgt slimme verbouwing

Maar weinig Waalse dorpen kunnen er zich op beroemen ooit leengoederen van de Tempeliers te zijn geweest. Villers-le-Temple, gelegen tussen Hoei en Luik, is er één van, samen met Saint-Léger, Templeuve, Doornik, Rumes en Hagrimont. Kort na zijn terugkeer uit het Heilig Land in 1260 liet Gérard de Villers, ridder van de Tempelorde, een commanderij bouwen in Villers-en-Condroz. Dit goed, bestaande uit een versterkte woning met vier torens, een kapel en agrarische gebouwen met stallen en schuren, werd het centrum van de Orde van de Tempeliers in Haspengouw en lag aan de basis van de benaming Villers-le-Temple.

Circa 750 jaar later stoppen er geen ridders in wapenrusting meer in deze deelgemeente van Nandrin, maar wel reizigers, die voornamelijk afkomstig zijn uit België, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Het is de ideale plek om samen met het hele gezin te genieten van de natuur en het rijke erfgoed in de regio. En tenzij om een blik te werpen op de overblijvende gebouwen houdt men niet langer halt voor de toegangspoort van de commanderij, midden in het dorp. Neen, nu trekt men naar een voormalige, 19de-eeuwse boerderij, opgetrokken met de typische natuursteen uit de streek. Ruim twee jaar geleden werd ze namelijk omgebouwd tot een aantrekkelijke vakantiewoning voor 8 à 9 personen.

Vier huisjes in één

De gastheren zijn Marianne de Laminne en Marc de Biseau, jonggepensioneerden uit Rotheux (Neupré). We zullen hier niet hun herkomst schetsen, maar kunnen wel zeggen dat, ook al stammen ze niet uit een geslacht van bouwers, ze toch samen een passie voor renovatie delen. “Vóór dit pand hebben we al verschillende andere stijlvolle huizen gerestaureerd,” verklaren de twee doe-het-zelvers. We denken graag na over de nieuwe bestemming van de vertrekken, over de manier om ze te veranderen en te verfraaien, en pas dan gaan we aan de slag en werken we alles zorgvuldig af. Een geslaagde inrichting is de kers op de taart. Het bijzondere aan dit pand is dat het eigenlijk bestaat uit vier oude huisjes waarvan de deur niet uitgeeft op het huidige wegennet, maar wel op een steegje aan de achterkant. We hebben daar een ruim, zuidgericht terras van gemaakt. Vroeger was het huis de eigendom van een timmerman, een bekende figuur in het dorp, die zijn werkplaats had in het haakse gebouw, waarvan de benedenverdieping ooit dienstdeed als stal, terwijl de etage gebruikt werd als hooizolder. Vrij snel kwamen we op het idee om het hoofdgebouw te vergroten door een van de muren van de werkplaats uit te breken, maar omdat een kleine doorgang het afscheidde van het huis, moesten we een soort verbinding maken.

Van stal tot salon

Die realisatie mag men zowel gedurfd als uitgekiend noemen. Door aan de kant van het terras twee grote ramen te plaatsen, is de vroegere stal uitgegroeid tot een heldere, gezellige salon met houtkachel en televisie. De architect adviseerde het koppel om de plafondgewelven gedeeltelijk door te breken en zo de verdieping te openen. De oude hooizolder is nu verdeeld in drie delen: een mezzanine met twee eenpersoonsbedden die vooral kinderen aanspreken, en een ruime kamer met tweepersoonsbed en badkamer. Een bijzonder prettige suite die naar verluidt in de smaak valt bij de gasten.

Het hoofdgebouw werd ook compleet verbouwd,”leggen de eigenaars uit. De verdieping telt drie slaapkamers, een badkamer en een douchekamer. Alle ramen bevinden zich aan de zuidkant en kijken uit op het terras en de tuin, evenals op de uitgestrekte boomgaard van de buur. Zowel ’s winters als ’s zomers dartelen hier enkele paarden rond.

Tussen het rustieke meubilair en de decoratievoorwerpen die de eigenaars opspoorden op eBay of in speciaalzaken ontdekken de verbaasde gasten nog enkele oude werktuigen die de vroegere eigenaars achterlieten op zolder. Vandaag draagt dat gereedschap bij tot de ietwat aparte, maar toch stijlvolle decoratie van het huis. We denken hierbij aan een eg, een grote hark of gritsel, een blokschaaf, en een couvier, een instrument dat gebruikt werd als houder voor de aanzetsteen van de zeis – de boer hing dat etui aan zijn riem. Geen twijfel mogelijk, we zijn hier op het platteland!

 

Adres van ‘La Musardière’

Thier du Marnave, 7

B-4550 Villers-le-Temple (Éghezée)

+32 (0)475 44 58 12

[email protected]

http://gitelamusardiere.blogspot.be

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN?

Het kasteel van Modave

Terwijl de vrouw des huizes de teugels van La Musardière in handen heeft, is haar echtgenoot belast met een andere taak. Hij moet zijn gasten inlichten over de vele toeristische bezienswaardigheden in de regio. Het koppel steekt het niet onder stoelen of banken: voor hen is het kasteel van Modave, of kasteel van de graven van Marchin, een absolute aanrader. Marchin verwijst naar de naam van de man die dit kleinood in de 17de eeuw liet heropbouwen. Hij hield ook toezicht op de constructie van het hydraulische rad dat het water van de Hoyoux oppompte, om het naar het kasteel te leiden. Dit toestel stond model voor de befaamde machine van Marly, die ten tijde van Lodewijk XIV het water uit de Seine opstuwde naar het kasteel van Versailles (zie WAW nr. 13, juni 2011).

Tussen de uitgebreide documentatie die de toeristen kunnen raadplegen, vindt men ook informatie over de stad Hoei, het recreatiepark Mont Mosan, de kristalfabrieken van Val-Saint-Lambert en het kasteel van Jehay… “En uiteraard moet men hier ook proeven van de vele streekproducten,” benadrukken de eigenaars. “Op amper tien kilometer van de vakantiewoning bevinden zich de Ferme de l’Abbaye (boter, room en melk), de Ferme de la Commanderie (vlees en zelfgemaakte bereidingen), de Ferme de Limet (gevogelte) en de Ferme de Neuville (zuivelproducten, kippen en kaas). Men kan hier dus vertrekken met een mand vol lekkers.

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

Aan de slag met : 

In 1986 bouwde Ion Beam Applications (IBA) zijn eerste cyclotron in Louvain-la-Neuve. Sindsdien is het hard gegaan. Momenteel heeft het in 15 landen 1.300 mensen in dienst en is het wereldleider op gebied van protontherapie.

‘Weten dat je een bijdrage levert aan het redden van mensenlevens, dat geeft een warm gevoel. En helemaal als het om kinderen gaat…’ Yves Jongen weet waarover hij het heeft. Hij is de Chief Research Officer van IBA, het bedrijf dat hij in 1986 oprichtte. Op dit moment werken er 1.300 medewerkers, verspreid over vijftien landen en een zestigtal vestigingen. Daarvan werken er zo’n 500 in België, hoofdzakelijk in Louvain-la-Neuve. De onderneming produceert radiofarmaceutische tracers waarmee tumoren vroegtijdig kunnen worden opgespoord. Toch heeft het zijn reputatie vooral te danken aan de cyclotrons die speciaal voor radiotherapie worden ontworpen, en met name voor het diagnosticeren en behandelen van kanker. Sterker nog, IBA is wereldwijd marktleider op het gebied van protontherapie. Een techniek die kankercellen vernietigt door ze te bestralen met een bundel protonen in plaats van fotonen. Het voordeel? Met deze techniek kan er beter op de tumoren worden gericht en kunnen de bijwerkingen ervan, die bijzonder gevaarlijk zijn bij kinderen, worden beperkt.

Ondanks de grote concurrentie van Amerikaanse en Japanse researchers heeft de onderneming uit Louvain-la-Neuve 50% van het marktaandeel op dit gebied in handen. ‘We hebben een ruime voorsprong, dat klopt, maar de wedloop gaat onverminderd voort’, vertelt de ingenieur ons in de kelderverdieping van een van de vier sites van de onderneming in Louvain-la-Neuve. Hier worden de activiteiten op gebied van onderzoek & ontwikkeling verzameld. ‘Nog niet zo lang geleden moest een ziekenhuis dat zalen voor protontherapie wilde inrichten 100 à 120 miljoen euro investeren. Dankzij onze ontwikkeling van een nieuwe generatie kleinere cyclotrons die gebruikmaken van het principe van supergeleiding, zijn de kosten gedaald tot ongeveer 20 miljoen euro’, benadrukt hij. Ondertussen toont hij aan de ene kant het traditionele model van 200 ton en 4,70 meter diameter, dat op het punt staat naar Dresden te worden vervoerd. En aan de andere kant een cyclotron van 50 ton en 2,50 meter diameter. Zodra ‘deze jongste telg’ helemaal gemonteerd is en uiterst accuraat is afgesteld, krijgt deze een mooie bestemming: het centrum voor protontherapie in Nice.

Op dit moment doen al 22 ziekenhuizen of therapiecentra over de hele wereld voor hun protontherapie een beroep op de Belgische onderneming (zie kader). De tijd van de eerste cyclotron, die in 1986 in een containerpark in Louvain-la-Neuve werd ontworpen, ligt inmiddels ver achter ons. Yves Jongen was in die tijd directeur van het Centre de recherche du cyclotron, dat deel uitmaakte van de UCL (Université catholique de Louvain). Toen kwam hij op het idee kleinere deeltjesversnellers te ontwerpen en te bouwen. Niet meer voor nucleaire, maar voor medische toepassingen. ‘We weten bijvoorbeeld dat suiker zich bij voorkeur aan tumoren of metastasen hecht. Door hem met radioactieve tracers te merken, kunnen we hem volgen en de kankercellen opsporen. We hebben nagedacht over de eigenschappen die een ideale cyclotron moest hebben voor de productie van radio-isotopen en radiotherapie, en hebben hem vervolgens ontworpen. Maar omdat dit systeem te revolutionair werd bevonden, was geen enkele onderneming bereid hem te bouwen. Uiteindelijk heeft het Waalse Gewest ons geholpen. Het deed de suggestie een vennootschap op te richten om dit project tot een goed einde te brengen en was bereid 75% van het benodigde startkapitaal voor te schieten. Onze spin-off ontstond in de schoot van de UC L en kende een snelle start, want al in het eerste jaar kregen we vier orders.’

Al gauw voelde de onderzoeker Yves Jongen de noodzaak zich te laten bijstaan door iemand met een commerciële achtergrond. Dat werd Pierre Mottet, handelsingenieur (UCL) en toekomstig directeur (CEO) van de onderneming. Afgelopen mei werd hij benoemd tot vicevoorzitter van de raad van bestuur. Pierre ging met Yves een lange en vruchtbare samenwerking aan en werd in 1997 ‘Manager van het jaar’. ‘In 1989 nam IBA een cruciale wending, toen het diensthoofd radiotherapie van het ziekenhuis Cliniques universitaires de Saint-Luc me opbelde. Hij zette me op het spoor van de protontherapie’, vervolgt Yves Jongen. ‘We hebben tot 1994 moeten wachten om onze eerste order binnen te halen. Die kregen we van het therapiecentrum in Boston. Sindsdien is het hard gegaan. Zelfs zo hard, dat we vier jaar later besloten naar de beurs te gaan…’

‘We weten bijvoorbeeld dat suiker zich bij voorkeur aan tumoren of metastasen hecht. Door hem met radioactieve tracers te merken, kunnen we hem volgen en de kankercellen opsporen. We hebben nagedacht over de eigenschappen die een ideale cyclotron moest hebben voor de productie van radioisotopen en radiotherapie, en hebben hem vervolgens ontworpen. Maar omdat dit systeem te revolutionair werd bevonden, was geen enkele onderneming bereid hem te bouwen.’


Het ging niet altijd over rozen. In het begin van de jaren 2000 moet de groep opboksen tegen de gevolgen van de zaak Lernout & Hauspie en het wantrouwen van de banken. Maar cyclotrons begeven het niet zo snel, en tegenwoordig neemt IBA weer personeel aan: 120 nieuwkomers in 2011. In 2012 worden dat er waarschijnlijk 150… ‘Hoofdzakelijk voor onze afdelingen Onderzoek & Ontwikkeling in Louvain-la-Neuve’, zegt de personeelsdirecteur Didier Cloquet. Hij benadrukt dat de onderneming fysici, ziekenhuisfysici, chemici, elektronici, elektriciën- werktuigkundigen en vertegenwoordigers zoekt, maar dat het hen toch vooral aan ingenieurs ontbreekt. ‘Dit is een boeiend project voor jongeren die willen reizen: één of twee jaar met een team naar het buitenland gaan om er een ziekenhuis bedrijfsklaar te maken. Een project waarvoor je zelfstandig en besluitvaardig moet zijn, want je mag de patiënten niet laten wachten!’

Een centrum voor protontherapie in Wallonië?

‘IBA is geen dividendenkanon, want wij investeren onophoudelijk in nieuwe producten en diensten. Daarom stijgt en daalt de koers van het aandeel regelmatig’, zegt Yves Jongen. Het hoofd van het onderzoek verbergt niet dat een nieuw idee, een nieuwe uitdaging, maar door zijn hoofd bleef malen en zijn grijze cellen bleef teisteren: de bouw van een onderzoekscentrum voor protontherapie in België! ‘Dat is onze grote hoop. Zo’n centrum is gerechtvaardigd voor een bevolking van 10 miljoen inwoners. Het project bestaat al tien jaar in ons land, maar zoals zovele andere tegenwoordig, vindt het moeilijk aansluiting op federaal niveau. Met de steun van de UC L, de Cliniques universitaires Saint-Luc, het Waalse Gewest en IBA zou het in Wallonië kunnen worden opgericht.’

De eerste inwoner van Louvain-la-Neuve

Yves Jongen komt uit Nijvel, waar hij zijn jeugd doorbracht. Hij studeerde af aan de Université catholique de Louvain en kende de universiteitsstad al toen het nog niet meer was dan een modderveld tussen een handvol Brabantse hoeves en enkele oude gebouwen. ‘Ik heb mijn opleiding ingenieur elektronica afgesloten met een specialisatie in nucleaire fysica. Daardoor nam de UC L me aan om het Centre de recherche du cyclotron te leiden’, legt hij uit. ‘Ik kon wonen in een huis aan de rue Basse, dicht bij het toekomstige centrum van de nieuwe stad. In 1970 ben ik erin getrokken en werd zo de eerste inwoner van Louvainla- Neuve. Stukje bij beetje zag ik het uit de modder oprijzen. Letterlijk. Ik herinner me dat ik laarzen moest aantrekken om de bouwplaatsen over te steken als ik in een rechte lijn van mijn woning naar de cyclotron wilde gaan.’

www.iba.be

 

Wereldwijd

Tweeëntwintig ziekenhuizen hebben al voor Ion Beam Applications gekozen voor de installatie van hun centrum voor protontherapie. Twaalf zijn al in gebruik en tien bevinden zich in de bouw- of installatiefase:

• Sites in werking : Boston, Chicago, Princeton, Hampton, Philadelphia, Bloomington, Jacksonville en Oklahoma (Verenigde Staten), Kashiwa (Japan), Zibo (China), Ilsan (Zuid-Korea) en Parijs.

• Sites in de installatiefase : Praag (Tsjechië), Essen (Duitsland), Trente (Italië) en Seattle (VS).

• Sites in de bouwfase: Dresden (Duitsland), Dimitrovgrad (Rusland), Uppsala (Zweden), Krakau (Polen), Shreveport en Knoxville (VS).

Van de Merovingische drink- en wasplaats die je in het park kunt zien, tot de oude brouwerij Sint-Jozef waarvan de kuipen tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers in beslag werden genomen, en langs de ruïnes van het feodale kasteel dat op de heuvel oprijst… Er is geen gebrek aan geesten uit het verleden op deze prachtige plek in de vallei van de Samson, op een twintigtal kilometer ten zuidoosten van Namen.

We zijn in het Manoir de Houte, het ‘kasteeltje van Gesves’, dat al in bronnen uit 1256 werd vermeld en heropgebouwd is in de 17de eeuw. Samen met de bijgebouwen en de belendende boerderij, de Molen van Houte, vormt deze antieke woning een geheel van harmonieuze gebouwen, in een park van twee hectaren dat omringd wordt door oude muren en een statig hek. Het geheel is omgebouwd tot een gastenverblijf voor veertien personen. Het kasteel beschikt vandaag over alle moderne voorzieningen en comfort, maar de aankleding van vroeger werd behouden. Het beekje dat het landgoed doorkruist, het zonnige terras, de boomgaard en zelfs de moestuin zorgen ervoor dat deze plek een oase van rust wordt. ‘Wanneer we voor het knetterende haardvuur zaten of in het prachtige park rondwandelden, leek het wel alsof we in een oud, Engels kasteel waren, in een film met Miss Marple, de heldin van Agatha Christie!’ zei een koppel Duitse gasten onlangs.

‘De mensen die hier komen logeren, geven vaak toe dat ze bijzondere indrukken ervaren’, bevestigt Alain Verkindere, de eigenaar. Hij vertelt graag dat de wapenschilden van de familie Houtardt – de baron woont vandaag in het ‘grote’ kasteel van Gesves – terug te vinden zijn op de blauwe steen in de voorgevel, en dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog een geheime bergplaats werd gemaakt in de diamantkop op het dak, om er twee Joodse kinderen te verbergen.

Na het kasteeltje zal al snel de molen aan de beurt komen, die een onderkomen bood aan de brouwerij. ‘Ik ben van plan om de schuur en de kuiperij opnieuw in te richten om er een tweede gastenverblijf van te maken’, zegt Alain Verkindere. Hij hoopt ook kinderen een ritje door het dorp op een ezel te kunnen aanbieden.


informatie

Le Manoir de Houte
Rue de Houte
5340 Gesves
+32 (0) 473 308 217
[email protected]
www.manoirdehoute.be

 

Te zien, te doen

Het dorp Mozet

‘Het dorpje wordt beschermd als zone Natura 2000. Liefhebbers van wandeltochten kunnen met een natuurgids de fauna en flora gaan ontdekken’, stelt Alain Verkindere voor. Hij is helemaal weg van het naburige dorp Mozet op de weg naar Namen, een van de mooiste dorpen in Wallonië. ‘De huizen in steen uit de streek zijn leuk om te zien en goed verzorgd. Ik raad mijn gasten vooral aan om een kijkje te gaan nemen bij de Toren van Royer. Dat is een beschermd monument uit de 17de eeuw, maar nu is het een gezellig en goed uitgerust klein gastenverblijf.’

Andere bezienswaardigheden en activiteiten

De provinciale manege in Gesves, het museum Monopoli in Barsy-Flostoy, het regionale ambachtencentrum in Natoye, het kasteel van Haltinne, Namen en de citadel, het museum van de Keramiek in Andenne, het kasteel van Spontin…

‘Waarom het La Maraude, de Stroperij, heet? Omdat ik voor de renovatie op strooptocht ben geweest. Maar nu serieus. Tijdens de herstelling van het dak had een geschrokken uil zich binnen verstopt en is er gestorven, omdat hij niet meer naar buiten kon. Ik heb hem laten opzetten en hem een plaatsje gegeven in de salon. Maar ik heb er ook een tekening van gemaakt die overgenomen is in de blauwe steen op het plaveisel aan de ingang van het gastenverblijf.’

Charles Boucher zou uren kunnen vertellen over zijn ‘Maraude’ die een eindje buiten het dorpje Daverdisse gelegen is. Hij heeft tien jaar van zijn leven opgeofferd aan de renovatie, voor hij het gebouw eind jaren negentig openstelde voor vakantiegangers. Hij zou u kunnen vertellen over de klok die hij in Tellin heeft gekocht of over het tuinhek dat hij zelf had ontworpen voor hij het lot ervan in de handen van een smid legde.

‘Ik heb altijd van de Ardennen gehouden’, zegt deze Brusselse tuinarchitect en tuinder van opleiding die ‘altijd al iets met zijn handen had willen doen’. Hij heeft zijn project gevonden toen hij dit oude boerderijtje tegenkwam, dat eigenlijk een huis was voor een seizoensarbeider of een dagloner. Het stond letterlijk op instorten. ‘Ik was op zoek naar een typische, sterke plek. Daverdisse sprak me meteen aan omdat het een echt eilandje is te midden van bossen. Ik heb dit huis voor een peulenschil gekocht en het zelf, kamer per kamer, helemaal opgeknapt. Ik heb met mijn kruiwagen de velden en bossen doorkruist om stenen te gaan halen, ik heb de plannen opgesteld voor al het ijzerwerk, ik heb mijn handen kapot gewerkt door de versieringen te tekenen op het pleisterwerk van de muren…’

Maar de grote trots van Charles Boucher is wel de prachtige Engelse tuin met uitzicht op de Lessevallei. Dankzij die tuin kreeg hij het label ‘Gîte au jardin’ (vakantiehuis met tuin). ‘Ik heb er typische streeksoorten aangeplant, zoals beukenbomen, haagbeuken, hazelaars, en ook verschillende fruitbomen en planten (rozenstruiken, egelantieren…), waarvan ik de namen op leistenen heb overgenomen. Ik noem het de ‘tuin van de stilte’. De mensen voelen zich er zo goed dat een huurder zich ooit – hij was nog maar net met zijn koffer aangekomen – op een stoel op het terras liet vallen en riep: “Ik kom volgend jaar terug!” Hij was zelfs nog niet binnen in huis geweest.’

Bent u er nog niet van overtuigd dat de renovatie van La Maraude het werk is van een man met een echte passie? Dan moet u beslist luisteren naar de oorsprong van het piepkleine, stenen huisje achter in de tuin. ‘Ik zocht iets om de ruimte af te sluiten. Ik heb het huisje gebouwd met dezelfde materialen als het vakantiehuis, zodat de mensen zouden denken dat het er altijd al heeft gestaan. Omdat het zo klein is, lijkt de tuin groter. Maar je kunt er wel verblijven, want ik heb voor water en elektriciteit gezorgd en een open haard gebouwd met een enorme schoorsteen. Het is mijn peperkoeken huisje, het huis van Hans en Grietje…’

Hebben jullie dat goed begrepen, kindjes? Als jullie op een dag (of een nacht) verdwaald zijn in het bos van Daverdisse, weten jullie waar je een schuilplaats kunt vinden!

 

Te zien, te doen

Wandeling langs de Lesse

‘Er zijn heel wat wandelingen mogelijk rond Daverdisse’, vertelt Charles Boucher, ‘maar ik stel u de wandeling langs de twee oevers van de Lesse voor. We lopen in de richting van de bron en vertrekken bijvoorbeeld bij de brug van de Barbouillons. Eerst lopen we voorbij een prachtige waterval, vervolgens langs de “Roche aux chevaux” (nvdr: een heuvelrug waar men vroeger de oude paarden naar beneden kwam gooien) en wandelen dan via een loopbrug naar de andere oever en zo terug naar het vertrekpunt. Het is geweldig!’

Andere bezienswaardigheden en activiteiten

Het boekendorp Redu, het Euro Space Center in Transinne, de basiliek, het ijzermuseum en het museum van het plattelandsleven in Saint-Hubert, het klokken- en beiaardmuseum in Tellin, de grotten en het natuurreservaat in Han-sur-Lesse.

 

informatie

La Maraude
Rue Ry de Dinnan 14
B-6929 Daverdisse
+32 (0) 2 411 14 65
[email protected]

Zin in een verkwikkend natuurbad?

Bij het binnenrijden van Couvin ontvouwt zich het Domaine Saint-Roch, met twee rustieke vakantiehuisjes waar ruimte is voor respectievelijk vijf en zes personen, een derde grotere woning die 22 gasten een onderkomen biedt in een volledig verbouwd klooster, plus een klein liefdesnestje op een eilandje in de rivier. Op het vlak van capaciteit kan dit domein gevolg geven aan de meeste wensen, maar wie daarentegen op zoek is naar weelderig comfort, een verfijnde inrichting of schitterende kleurenpracht, is hier wellicht aan het verkeerde adres. Aan de andere kant is het een droombestemming voor wie nood heeft aan een complete onderdompeling in een uitzonderlijk rijke natuur, waar fauna en flora gedijen in diverse perfecte leefwerelden en waar zelfs L’Eau Noire haar levenskracht ontplooit voor de mens. Als u zich aangesproken voelt, zult u niet aarzelen om uw boeltje te pakken en naar hier te reizen, al was het maar om te luisteren naar Philippe Roisin. Hij vertelt namelijk een boeiend relaas: over hoe hij erin slaagde om dat ecologisch netwerk te doen herleven in een ruim 50 ha groot landschap, dat er al tientallen jaren verwaarloosd bijlag.

Een hoogoven uit 1739

Mijn vrouw en ik zijn afkomstig uit Charleroi, waar we 25 jaar lang aan het hoofd stonden van een reclamebureau,” legt de eigenaar uit.“Oorspronkelijk was dit domein een hoogoven waar ertsen uit de naburige steengroeven verwerkt werden. Toen we het ontdekten, voelden we heel snel dat hier een ongelooflijke rijkdom schuilging. Dat nieuw leven inblazen, was een project dat ons heel sterk aansprak. De gebouwen uit 1739 waren nog helemaal doordrongen van dat roemrijke industriële verleden, maar ze lagen er wel vervallen bij. In 2006 hebben we het domein gekocht en vrij snel zijn we van start gegaan met de verbouwingswerken. Om een deel van onze investering terug te winnen, moesten we dringend werk maken van de inrichting van de voormalige werkplaats van de hoogoven. We wilden er een zaal voor feesten en seminars van maken, omdat we wisten dat de Fransen, onze zuiderburen, dol zijn op dat soort stijlvolle lokalen.”

Een elektriciteitscentrale in zakformaat

De gasten spitsen vooral hun oren als ze vernemen hoe Philippe Roisin en zijn echtgenote, met de hulp van specialisten, erin slaagden om de volledige site (bossen, hagen, paadjes, meren en rivierkanten) te saneren en te herstellen. Hun inspanningen werden trouwens twee keer bekroond, want ze ontvingen de prijs Inbev-Baillet Latour voor het milieu (2008) en de prijs voor duurzame ontwikkeling van de Provincie Namen (2013). “We zijn eerst begonnen met het energiebeheer door op de rivier een kleine waterkrachtcentrale te installeren. Daardoor is het domein op het vlak van elektriciteit volledig autonoom en op het vlak van verwarming gedeeltelijk. De centrale produceert jaarlijks ongeveer 350 megawattuur, dat komt overeen met de energiebehoeften voor ruim honderd woningen. Het energieoverschot wordt weer verkocht aan de leverancier en in het elektriciteitsnet gebracht.”

Wat het onderhoud van fauna en flora betreft, hebben de eigenaars echt wel titanenwerk verricht, want dankzij hun inspanningen zijn veel verschillende soorten hier opgedoken, dan wel teruggekeerd. Zo leidde het snoeiwerk in de bossen ertoe dat er opnieuw roofvogels afkomen op de open plekken. Verder werd de oude ijskelder op het domein in ere hersteld en leven er ondertussen vleermuizen. Bovendien werd met de financiële steun van het Waalse Gewest een afleidingskanaal aangelegd, waardoor forellen opnieuw de rivier kunnen opzwemmen zonder daarbij gehinderd te worden door de afdamming. Tot slot kregen al vier en een halve kilometer hagen en zeven kilometer paden een groot onderhoud!

Een liefdesnestje op het water

Gasten van het Domaine Saint-Roch kunnen ’s avonds inslapen met een gerust gevoel, want ze vertoeven hier in volmaakte harmonie met de natuurlijke omgeving. Ze kunnen daarvoor kiezen tussen de rustieke kamers met oorspronkelijke materialen in de portierswoning (twee tweepersoonskamers en twee eenpersoonskamers) of de voormalige woning van de stalknecht (twee tweepersoonskamers). Of ze kunnen terecht in het voormalige kapucijnenklooster (zeven tweepersoonskamers en twee minislaapzalen met vier eenpersoonsbedden), dat compleet heringericht werd met natuurlijke materialen en comfortabel, modern meubilair. “De vakantiehuisjes vallen vooral in de smaak bij huwelijksfeesten,” legt Philippe Roisin uit. “Het is trouwens de gewoonte dat de pasgehuwden logeren in het kleine, intieme liefdesnestje bij het meer. Het biedt een fantastisch uitzicht op het rietveld en vooral op een van de grootste reigerkolonies in onze regio, bij het elzenbosje op het grote eiland.

Maar dat is nog niet alles. Om de logiesmogelijkheden nog verder uit te breiden, willen de eigenaars een extra vakantiehuisje met vijf kamers inrichten in de voormalige hovenierswoning. En op dit moment wordt gewerkt aan de installatie van een grote keuken voor de gasten van het voormalige klooster. Op de verdieping kunnen ze binnenkort trouwens relaxen in een enorme salon met hanghaard. “Die 130 vierkante meter grote ruimte deed achtereenvolgens dienst als bibliotheek voor de monniken, als toneelzaal en als opvangruimte voor Russische gevangenen in 1944.” Wat een geschiedenis!

 

Domaine Saint-Roch

Route de Charlemagne, 16

B-5660 Couvin

+32 (0)60 34 40 54

[email protected]

www.domainesaintroch.be

 

AANRADER

Aquascope in Virelles

De gasten van het domein vinden nauwelijks tijd om de omgeving te bekijken, zo boeiend is het verhaal dat Philippe Roisin hen vertelt. Maar omdat ze hier toch in de eerste plaats logeren om zich dichter bij de natuur te voelen, raadt hij hen aan om Aquascope te bezoeken. Dit centrum, aangelegd op de oevers van het Étang de Virelles, biedt de kans om de natuur in de omgeving te ontdekken, waaronder veel watervogels. “Voor wie geen probleem heeft met vroeg opstaan, is de activiteit Wilde Ochtendschemering een absolute must. Het biedt de kans om, onder leiding van een gids, het ochtendgloren mee te maken in een kano. Een unieke gelegenheid om de ongerepte sfeer van het meer te beleven en vogels in het rietlandte observeren.

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

Aan de slag met : 

Het geluk van een dag en een zoete nacht

We hebben hier te maken met twee fraaie, smaakvol ingericht gastenkamers, echt cosy van stijl, zoals eigenares Monique Denef graag benadrukt. De eerste kamer, ‘Bonheur du jour’, ligt aan de straatzijde en dankt haar naam aan het geruisloos binnenvallende licht dat alles onderdompelt in zachte, natuurlijke kleuren. Nummer twee, ‘Belle de nuit’, grenst aan de prachtige tuin en kreeg iets warmere tinten. Ze liggen aan weerskanten van de overloop en zijn van elkaar gescheiden door een gang, wat bijdraagt tot de geluidsisolatie. Beide kamers hebben een aparte zitkamer en een badkamer met inloopdouche, naar verluidt tot grote vreugde van de gasten. Qua ontwerp en afmeting zijn ze precies gelijk: beide kamers bezitten een tweepersoonsbed en bijzonder aantrekkelijk, rustiek meubilair. We denken bijvoorbeeld aan de bonheur-du-jour, dat is een soort ladebureau, in de gelijknamige kamer. Of aan het gipsen leeslampje op de rand van een oude schoorsteen die van Monique een opknapbeurt kreeg. Of ook nog aan de tafeltjes en gueridons waarop enkele oude, versleten en met touw samengebonden boeken wellicht een definitief plaatsje kregen. Om maar te zeggen dat de eigenaars dol zijn op lezen en dat ook duidelijk maken aan hun gasten.

 

Nieuw leven voor oud meubilair

De meeste meubelen en siervoorwerpen zijn afkomstig van rommelmarkten. Het heeft me veel tijd en moeite gekost om ze dat oude patina te geven. Nu zien ze er opnieuw stijlvol uit en hebben ze een nieuwe bestemming gekregen”, legt de dame des huizes uit. Het moet gezegd dat Monique kosten noch moeite gespaard heeft om, samen met haar handige echtgenoot, de eerste etage van de oude smederij op het Haspengouwse platteland onder handen te nemen. Het resultaat is een echt paradijsje voor iedereen die op zoek is naar een vleugje ontspanning.

We kwamen naar Hanret-la-Vallée in 1983”, vertelt de nu gepensioneerde psychologe. “Wij huurden een woning in Mehaigne, in dezelfde gemeente, en waren op zoek naar een ruimer huis waar we samen met onze kinderen konden wonen. We vonden dit boerderijtje uit de late 19de eeuw dat opgedeeld was in twee huizen onder één kap. Het verkeerde in een zodanig vervallen staat dat het acht jaar duurde voor we alles hadden omgebouwd tot één ruime en gezellige woning. Ongeveer vijf jaar geleden kwamen we dan op het idee om twee gastenkamers in te richten boven de smederij, die vandaag dienstdoet als garage. Mijn pensioen kwam eraan en ik wou met iets nieuws beginnen. Vrienden uit de Elzas die zelf gastenkamers verhuren, gaven ons een duwtje in de goede richting. We contacteerden dezelfde architect als voor het huis en we waren opnieuw vertrokken voor twee à drie jaar verbouwingswerken…

Over de aanpak van de werken werd goed nagedacht, want de logés hebben een eigen, aparte ingang aan de straatkant. In het verlengde van de hall met ruwe, bakstenen muren bevindt zich dan een kleine salon die grenst aan de tuin. Hier serveert Monique een uitgebreid, landelijk ontbijt. Kamers en salon werden bekroond met vier korenaren, want deze rustige ruimte in de vorm van een serre biedt een weids uitzicht op de schitterende tuinkamers. Nog zo’n realisatie waar de eigenaars heel trots op zijn…

 

Een toegankelijke tuin

De tuin is inderdaad onze tweede grote liefde. We hebben ons perceel opgedeeld in verschillende ontspanningsruimten. Tijdens de zomer zitten we te midden van talloze soorten bloemen en planten, en uit onze boomgaard halen we kersen, pruimen en appelen. We hebben ook een wijngaard, linden en zelfs een notenboom die ruim honderd jaar oud is! Ik denk trouwens dat we in aanmerking komen voor het label ‘Gîte au jardin’, dat toegekend wordt door de Fédération des Gîtes de Wallonie. Daarvoor zouden we een wandelpad moeten aanleggen, en zitbanken en een waterpartij voorzien. En verder zouden we bereid moeten zijn om onze passie, evenals onze plant- en onderhoudstechnieken te delen met de bezoekers. Wat we al heel vaak doen, want men stelt ons veel vragen over de tuin.”

Het zijn vaak koppels die bij hen logeren, afkomstig uit België, Nederland en Duitsland. Ze willen steden zoals Namen of Durbuy ontdekken, maar logeren toch liever op het platteland, omdat ze graag wandelen in de natuur. In dat geval zijn ze in de rue de la Pépinière aan het juiste adres.

 

Rue de la Pépinière 27

B-5310 Hanret (Eghezée)

+32 (0) 495 85 14 04

[email protected]

www.cotejardincouleurscampagne.com

 

 

Wat is er te zien en te doen?

Puike adresjes in Namen

Monique Denef is het eens met haar gasten. Tijdens een weekend in Hanret-la-Vallée moeten ze natuurlijk tijd maken voor schitterende plekken zoals de kastelen van Fernelmont en Franc-Waret, maar toch is een bezichtiging van de stad Namen, met haar citadel, haar historisch centrum, haar Félicien Rops Museum en haar winkels, een absolute must. “En om de dag in schoonheid af te sluiten, zijn er prima restaurants zoals L’air du Temps in Liernu en L’orange rose, La Cuisine de Papa en Le Tamarin, alle drie in het centrum van Eghezée. Daar kunnen ze kennismaken met streekproducten, waaronder foie gras van Upignac uit Upigny, petits-gris (escargots) van de Ferme du Vieux-Tilleul in Bierwart en het fruit en de vruchtensappen van de Vergers de la Vallée, een bedrijf dat hier slechts 200 m verder ligt.”

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

Aan de slag met : 

Niet elke mosterd komt uit Dijon. Integendeel! De producten van Bister tonen aan dat je de beste kunt zijn op andermans terrein. Als je maar een goede neus hebt.

Ze mag dan al afgestudeerd zijn aan de universiteit van Notre-Dame de la Paix in Namen en haar doctoraal economische en sociale wetenschappen op zak hebben, het parcours van Fabienne Bister langs de oever van de Maas is geen rustig kabbelend beekje geweest. In het begin van haar carrière heeft ze zelfs herhaaldelijk het thuisfront verlaten om naar Parijs en Algerije te gaan. Ze werkt dan niet alleen als journaliste, maar ook als consulente met franchising als specialisme. In januari 1991 keert ze huiswaarts en stapt ze in het familiale mosterdbedrijf, waarvan ze vier jaar later directrice wordt. Sindsdien laat ze zich op geen enkel gebied onbetuigd. Terwijl ze van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat over de kruidige potjes waakt, zet ze nieuwe campagnes in de steigers, maakt ze zich sterk voor de Waalse kmo’s, verdedigt ze de voedingsindustrie in het zuiden van het land en kijkt ze hoe de wereld evolueert. In de tussentijd vindt ze nog de energie – en vooral de wil – om de overnamevoorstellen af te slaan van de concurrenten die haar constant belagen. Want de onderneming die door haar grootvader is opgericht zal niet gauw haar ziel verkopen, als we Fabienne mogen geloven!

Toch had Fabienne Bister zich na haar gymnasium een andere toekomst voorgesteld. In die tijd doomde het nog jonge meisje over een baan in de architectuur en binnenhuisdecoratie. Maar haar vader, die een goede neus had – normaal, zult u zeggen, als je een mosterdmakerij leidt – hield haar ongeveer het volgende voor: “Probeer eerst economische wetenschappen. Als dat niet lukt, kun je altijd nog architectuur doen.” Ze volgt de raad van haar vader op en laat zich vervolgens meesleuren door een spiraal van succes. “Slagen in je studie was in ons gezin geen keuze. Dat was vanzelfsprekend”, merkt de vrouw op die vandaag wordt aangehaald als voorbeeld van een succesvolle ‘oud’ student aan de universiteit.

“Kort na mijn afstuderen werd ik gespot door toenmalig minister van Werkgelegenheid en Arbeid Michel Hansenne, die me binnenhaalde in zijn kabinet. Maar politiek was niet mijn ding. Daarom ben ik ingegaan op een aanbod van de krant L’Echo, die zijn kolommen liever wilde laten vullen door economen dan door journalisten. Ik heb altijd goed kunnen schrijven”, legt Fabienne Bister uit, die even pauzeert – ze denkt ongetwijfeld even aan haar grootmoeder die haar dagelijks onderwierp aan een dictee – en gaat dan verder: “Naast die journalistieke activiteiten werkte ik als consultant voor de Wereldbank, waarvoor ik naar Algerije ben gegaan. Ik kneep hem nogal! Zo erg zelfs dat ik mezelf gedwongen heb een extra opleiding te volgen om te leren omgaan met verlegenheid.”

Eind jaren ’80, heeft ze een ontmoeting die beslissend zal blijken voor de rest van haar carrière. Er is dat bekende citaat van romanticus en criticus Jules Janin: “De journalistiek kan tot alles leiden, op voorwaarde dat je eruit stapt.” Henri Mestdagh, het hoofd van de distributiegroep die klant was bij mosterdbedrijf Bister, kende dat citaat ook. “Waarom neem je het familiebedrijf niet over en volg je je vader niet op?”, opperde hij. “Die aansporing stimuleerde me. Het moet gezegd dat de zaken op dat moment niet zo goed liepen. Ik heb mezelf toen voorgehouden dat, als ik zou wachten, het te laat zou zijn. Ik heb toen een herstelplan uitgewerkt en heb dat voorgelegd aan mijn vader en mijn oom, de twee grootste aandeelhouders. Zij stemden er mee in. Aanvankelijk bleef ik actief als parttime freelancejournaliste. Maar begin 1995 volgde ik definitief mijn vader op aan het hoofd van de onderneming.”

Home sweet home?

Dat is niet het meest toepasselijke spreekwoord om het dagelijkse leven van Fabienne Bister in het bedrijf uit Jambes te omschrijven. “Ik besteed natuurlijk veel tijd aan het goede functioneren en de ontwikkeling van de mosterdmakerij, maar als hoofd van een familiebedrijf in het kmo-sector met zo’n vijftien medewerkers is professioneel omgaan met emotionele banden geen geringe uitdaging”, benadrukt ze. “Gelukkig leef ik niet alleen in of voor mijn fabriek. Als er buiten de dagelijkse problemen tijd overblijft, zet ik me in om kmo’s te helpen. Dat is mijn passie, mijn eigen sociaal vrijwilligerswerk. Zoals andere vrouwen breien …”

Een van haar talrijke opdrachten was haar taak binnen het Verbond van Belgische Ondernemingen. Zo was de Naamse gedurende vier jaar voorzitter van de kmo commissie. Maar ze was vooral de eerste Belgische vrouw die vicevoorzitter werd van het VBO. “Het moest een vrouw zijn, een Waalse en iemand die een kmo leidde. Ik beantwoordde aan de drie criteria”, vertelt Fabienne die zich vooral heeft hardgemaakt voor de vertegenwoordiging van werknemers in kmo’s. “Maar niet per se op politieke wijze”, nuanceert ze.

In 2010 wordt Fabienne Bister benoemd tot voorzitter van Fevia Wallonië, de Waalse vleugel van de Belg ische Federat ie Voedingsindustrie, waar ze een frisse wind wil laten waaien. “Die sector wordt steeds belangrijker in ons land en is goed bestand tegen de crisis, omdat hij bestaat uit talrijke kleine ondernemingen die dankzij hun aanpassingsvermogen beter kunnen inspelen op de markt.”

Bij de Union Wallonne des Entreprises (het Waalse verbond van ondernemingen), waar ze meerdere mandaten uitoefent, inspireert ze de mensen met haar ondernemersgeest. Haar strijd? Die heeft als 2020-doelstelling: “dat Wallonië niet meer van Vlaanderen afhankelijk is, maar financieel opnieuw zelfstandig wordt! Hoe? Niet door hardnekkig te blijven vechten voor steun aan de staalnijverheid, maar door in te zetten op kmo’s. Onze ondernemingen hebben een groot voordeel: hun knowhow. We moeten ze stimuleren om te groeien. In het zuiden van het land is er een heel sterke concentratie van universiteiten en dus is het economisch ontwikkelingspotentieel er groot, met name via de spin-offs”, aldus de vrouw die het vooroordeel weerlegt dat het gras altijd groener is aan de andere kant. “In tegenstelling tot Vlaanderen heeft Wallonië nog veel beschikbare gronden voor lage prijzen. In Achêne, een dorpje dat deel uitmaakt van Ciney waar we deze zomer naartoe verhuizen met ons mosterdbedrijf, kost de grond € 16 / m². Vlak bij een verkeersknooppunt!”

Fabienne Bister raakt niet over dit onderwerp uitgesproken, omdat ze zich nu eenmaal graag op sociaaleconomisch terrein begeeft. “Het probleem van Wallonië is de hoge werkloosheidsuitkering”, slaat ze met de vuist op tafel. “Hoe kun je een werkloze aansporen om werk te vinden als hij € 900,- krijgt, terwijl sommige werknemers amper € 1.200,- verdienen en van dat bedrag ook nog eens de kosten voor hun auto of vervoer moeten betalen? Ik vind dat een starter minstens € 1.500,- moet verdienen!” Hoe we dat kunnen bereiken? Wat dat betreft sluit de bedrijfsleidster zich aan bij de mensen in het noorden van het land die een vergaande hervorming willen doorvoeren. “Door de sociale lasten te verminderen! Werkloosheidsuitkeringen zijn een fundamenteel recht, maar ze moeten hun functie als vangnet terugkrijgen. Ze moeten worden beperkt in de tijd. Het bedrag dat je daarmee bespaart, moet je gebruiken om mensen die werken beter te betalen. Als gedelegeerd bestuurder van mosterdmakerij Bister-L’Impériale, zou ik zelf graag willen dat mijn medewerkers meer verdienen! Nu beginnen de mensen die werken pas vanaf oktober iets te verdienen in vergelijking met de mensen die niet werken. Tot eind september spekken ze de staatskas en draaien ze op voor de sociale zekerheid…”

Een beetje geschiedenis

François, de grootvader van Fabienne, start Mosterdmakerij Bister-L’impériale officieel in 1926 in Jambes. Hij was een ondernemend man die tussen de twee wereldoorlogen in besloot om cichorei te gaan branden. Helaas, de plotselinge stijging van het Maaswater gooide roet in het eten. Niets aan de hand, want François liep ook over, van de ideeën dan. Toen het toeval hem bij een mosterdmakerij bracht en bij het – zorgvuldig beschermde – recept van L’Impériale, besloot hij de voorraad, machines en vrachtwagens over te nemen en zich in een nieuw avontuur te storten. Aanvankelijk werd de mosterd nog in grote hoeveelheden door de kruidenierster uit een grote stenen pot opgelepeld. Maar met de komst van de zelfbedieningszaken vond het product een plekje in de beroemde potten met de vorm van Millshandgranaten – die niets te maken hebben met mosterdgas! Dat was een uitvinding van François en vandaag de dag staan ze nog steeds op menige Belgische tafel.

De kruidenroute ligt open en na Jean, de zoon van François, is het dus Fabienne die de scepter zwaait over de onderneming. In de loop van de jaren werden de bedrijfsactiviteiten natuurlijk uitgebreid en inmiddels is de naam Bister verbonden aan zo’n 40 soorten mosterd. De bekendste zijn L’Impériale uiteraard, en de mosterd van Dijon, wat niet verwijst naar de herkomst, maar naar een recept dat verkregen wordt uit één bepaalde zaadvariëteit. De fabriek van Jambes produceert ook koude sauzen (Champisaus, Piccalilli…), uitjes, augurken, kappers, enz. “Om te profiteren van het imago van het Franse merk hebben we in 2002 een tweede fabriek gebouwd in de Champagne, dicht bij Troyes”, legt Fabienne uit, die zich constant wil onderscheiden door nieuwe producten te ontwikkelen. “We maken daar vooral biologische mosterd, een concept waaraan we werken sinds 1997, met andere woorden: twee jaar voor de dioxinecrisis én voor de concurrentie!”

Maar deze zomer komen de oude gebouwen aan de Francquenstraat, waar drie generaties lang miljoenen potten zijn geproduceerd, leeg te staan. De onderneming bereidt immers de verhuizing voor naar Achêne (Ciney), in een oud industrieel gebouw, dat opnieuw is ingericht. Het wordt een pijnlijke maar onvermijdelijke scheiding. “Sinds we in 2007 de sauzenafdeling van de Waverse azijnstokerij L’Etoile hebben overgenomen, zijn onze 600 m² echt te krap geworden. Bovendien zijn de lokalen onpraktisch en verouderd en veroorzaken onze vrachtwagens overlast in de buurt. We zullen veel beter af zijn in die industriezone, waar we nu al kunnen beschikken over 1.700 m². We gaan er dus maar liefst 1.100 m² op vooruit.”

Op weg dus naar een nieuw avontuur? “Je hele leven een familiebedrijf besturen gaat echt niet op de automatische piloot”, antwoordt de bazin, die niet verhult dat ze regelmatig voorstellen krijgt om haar talenten in andere vennootschappen te gebruiken. “Ze bieden me het tienvoudige van mijn salaris…” En dan dringt zich bij ons de laatste vraag op. Is er in de familie Bister een andere kapitein om het roer over te nemen? Fabienne schudt geregeld flink aan haar stamboom, in de hoop dat er wat mosterdzaad uitvalt dat niet op de rotsen van de onderneming blijft liggen. Zonder resultaat tot nu toe. “Mijn oudste dochter lijkt er wel wat voor te voelen. Ze zit in de zesde klas van het gymnasium…”

 

Mosterdmakerij Bister in cijfers

Aantal werknemers : 15

- Omzet : 4 miljoen euro, voornamelijk op de Belgische markt

- Exportlanden: Frankrijk, Engeland, Scandinavische landen, Nederland en Zwitserland

 

Toerisme en traditie

Binnen de schoot van het familiebedrijf ligt de vzw “Tourisme et tradition”, die wordt gesteund door het commissariaatgeneraal van het Waalse Gewest. De vzw, waarvan de maatschappelijke zetel zich bevindt in mosterdmakerij Bister, biedt eendagsbezoeken aan voor groepen. Die kunnen een dertigtal ondernemingen en kleine regionale producenten ontdekken, waaronder bijvoorbeeld de abdij van Malonne, Cafés Delahaut, het kristalbedrijf Val-Saint-Lambert, de Defrenne-molen in Gembloers en huisslakken Petits-Gris in Namen. Op goed geluk pikken we er een route uit, “De l’eau à la bouche” genaamd, om van te watertanden. Het programma omvat een bezoek aan brasserie Caracole in Falmignoul of Purnode in Yvoir, gevolgd door de ontdekking van mosterdmakerij Bister – al zit de onderneming niet in alle rondritten – en tot slot een cruise op de Samber en de Maas. “Deze toeristische rondritten trekken 7.500 bezoekers per jaar,” benadrukt Fabienne Bister, “van wie er 6.500 kiezen om onze onderneming en ons kleine museum te ontdekken.”

 
informatie

Bister sprl
Rue de Francquen, 1-3
B-5100 Jambes
+32 (0)81 300 306
[email protected]
www.bister.com

Sinds de zomer van 2012 is de naam van Charline Van Snick voor altijd verbonden met een olympische medaille. Maar de 22-jarige judoka, die net in het centrum van Luik komen wonen is, heeft nog een lange weg te gaan. Zowel letterlijk als figuurlijk.

28 juli 2012 staat voor altijd in het geheugen van de familie Van Snick gegrift. Die zaterdag, kort na de middag, staat Charline op de tatami van het Excel Exhibition Centre in Londen voor haar herkansingswedstrijd tegen de Argentijnse Paula Pareto in de categorie tot 48 kg. Na twee overwinningen en een nederlaag kan de Luikse zich geen fouten meer veroorloven. Met een laatste krachtsinspanning gooit ze zich in de strijd. Als ze aan het eind van de kamp een yuko scoort, kijkt ze naar de scheidsrechter van haar kleine finale. Na wat haar een eeuwigheid lijkt, wijst hij haar uiteindelijk aan als winnaar. De vreugde barst los bij de aanwezigen in het Belgische kamp, met wie ze in het Belgium House haar bronzen medaille zal vieren. Haar ouders, Marc en Anne, zijn ontroerd en trots op hun dochter, die nog maar zes was toen ze haar meesleepten naar de judoschool van Blegny. Want in de familie Van Snick zijn judo en jiujitsu een levensschool. Je leert er vechten, afzien en triomferen!

Het feest blijft nog even duren. Op 14 augustus wordt ze in de sporthal van Saive, het dorp waar de familie vandaan komt, triomfantelijk onthaald door haar supporters en de leden van haar club. Haar club, dat is judoclub Bushido in Saive, waar haar vader de leiding heeft. Op 13 september ontvangt ze van de Waalse overheid de onderscheiding van ridder van de Waalse verdienste en op 4 december wint ze voor de derde keer de trofee voor sportverdienste van de Federatie Wallonië-Brussel. Op het eind van 2012 kan de nummer 4 van de wereld voortreffelijke resultaten voorleggen: na haar olympische krachttoer schittert ze op het Europees Kampioenschap (2de), wint ze de Grand Prix van Düsseldorf en wordt ze derde op de Grand Slam in Moskou.

Films van Tarantino

“Een olympische medaille, dat verandert je leven”, hoor je wel vaker zeggen in de sportwereld. Jawel, maar misschien niet onmiddellijk. Het enige wat er voor Charline is veranderd, is dat ze in september, op 22-jarige leeftijd, besluit om het ouderlijk huis te verlaten en te verhuizen naar een appartementje in de wijk Saint-Léonard in Luik. Ze wil op eigen benen staan. Daar treffen we haar begin februari, samen met haar partner, de Franse judoka Anthony Cueillette, die haar geregeld vanuit Parijs komt bezoeken. “Een fantastische kerel”, fluistert ze, terwijl ze hem verliefd aankijkt. Door een lange gang kom je in het appartement. Het is klein maar modern. Het dikke konijn dat in een hoek van de woonkamer zit, wordt nerveus van onze aanwezigheid. “Hij heet Navis en hij speelt graag met me.” Aan de muur hangt een foto van het nachtelijke Tokio. “Die heb ik genomen. Fotografie is een van mijn hobby’s”, zegt ze, voor we aan onze vragenronde beginnen. Waarom de wijk Saint-Léonard? Het antwoord van deze geboren en getogen Luikse hoeft niet te verbazen. “Ik woon nu dicht bij het centrum. Dat is makkelijk om de stad in te gaan. Ik slenter graag door de straten met mijn vrienden. Er zijn veel winkels en brasserieën. Er is heel wat te beleven.” En film? “Ja, maar ik ga liever naar het bioscopencomplex van Rocourt”. Welke film heeft ze het laatst gezien? “Django Unchained. Ik ben dol op Tarantino. Ik kijk ook naar dvd’s, vooral politieseries. Mijn favoriete serie is Criminal Minds. Ik hou van mensen met een sterke persoonlijkheid.” Ze wordt onderbroken door de beltoon van haar mobiele telefoon. Aan haar stem te horen is ze een beetje geïrriteerd. “Mijn auto is defect en mijn sponsor heeft me een andere gegeven, maar dat is zo simpel niet. Ik heb mijn auto elke dag nodig om te gaan trainen!”

Op het eind van 2012 kan de nummer 4 van de wereld voortreffelijke resultaten voorleggen: na haar olympische krachttoer schittert ze op het Europees Kampioenschap (2de), wint ze de Grand Prix van Düsseldorf en wordt ze derde op de Grand Slam in Moskou. 


En Charline vertelt hoe vaak ze wekelijks heen en weer rijdt om de trainingen van de federatie bij te wonen. Die worden geleid door Cédric Taymans en Damiano Martinuzzi. “Op maandag is dat in Waver, ‘s ochtends in een klein groepje en ‘s avonds voor iedereen. Op dinsdag en donderdag in de ULB /VUB in Brussel. Op woensdagavond doe ik mee met de nationale training in Etterbeek. En daarboven, maar dat is een persoonlijk keuze, ga ik twee of drie keer per week naar de Spiroudôme, in Charleroi, voor mijn fysieke voorbereiding. Ten slotte doe ik ook nog spiertraining in een zaal in Fléron en af en toe ga ik joggen, squashen en zwemmen in het sportcentrum van Sart Tilman.”

Twintig uur per week achter het stuur!

En dan begrijpen we waarom de Luikse judoka het gevoel heeft dat haar situatie nauwelijks is veranderd sinds ze haar medaille behaald heeft . “Ik had gehoopt op wat faciliteiten of voordelen, maar die heb ik niet gekregen”, stelt ze vast. Ze heeft met glans haar diploma marketing behaald aan de hogeschool van de provincie Luik en ze heeft een contract bij Bloso als administratief medewerkster. Vooral die ritten zijn lastig. “Ik was niet de enige die hoge verwachtingen had van het plan van het Waalse Gewest om een sportcentrum op hoog niveau op te richten. Sart Tilman zou een fantastische locatie geweest zijn, maar het heeft niet mogen zijn. (Het plan voor een federale dojo voor de Franstalige Judoliga ligt nog steeds ter discussie. Het sportcentrum op hoog niveau komt er, maar in Louvain-la-Neuve, en in het begin zal de nadruk liggen op atletiek, nvdr.) Het onderweg zijn kost me dus veel energie. Ik train tussen 15 en 20 uur per week en ik zit er 20 uur achter het stuur!” “Je zou van sport moeten veranderen, je zou een uitstekende autocoureur zijn”, zegt Anthony. Hij heeft dat niet probleem niet. In Parijs zijn alle disciplines en de medische staf ondergebracht in het Nationaal Instituut voor Sport en Lichamelijke Opvoeding (INSEP ). Dat ligt in het hart van het bos van Vincennes, vlak bij zijn woning.

Charline moet erom glimlachen. Maar ze heeft nog andere zorgen. Sinds de herfst kampt ze met een enkelverzwikking, waardoor ze wekenlang van de mat moest blijven. Ze heeft het begin van het seizoen dus gemist. Zo moest ze verstek laten gaan voor de Open van Paris-Bercy en voor de Grand Prix van Düsseldorf. “Maar mijn doel is niet veranderd: in april wil ik in Hongarije Europees kampioen worden, en de nummer één van de wereld!”

Wordt de druk niet te groot? De Luikse heeft geleerd ermee om te gaan. Bovendien is ze een vechter. Net als Justine Henin, die haar voor haar vertrek naar Londen is komen interviewen in Geldenaken, geeft ze zich nooit gewonnen, wie ook haar tegenstander is. “Wat Justine bereikt heeft, is buitengewoon, maar ze is geen voorbeeld voor mij. Ik heb trouwens geen voorbeelden. Ik volg mijn eigen weg, dat is alles”, zegt ze vastberaden. Maar dat hadden we al begrepen.

 

Het talent om nummer één te worden!

Cédric Taymans, vicewereld-kampioen in 2001, technisch directeur van de Belgische Franstalige Judoliga en trainer van tal van atleten op hoog niveau, onder wie Charline van Snick, maakt zich niet zo veel zorgen om zijn beschermelinge aan de vooravond van haar seizoen, al heeft het vertrouwen van de Luikse door haar blessure wel een deuk gekregen.

Cédric Taymans — Ze heeft haar zinnen gezet op het Europees Kampioenschap eind april en daarom moet ze absoluut eerst aan een ander tornooi kunnen deelnemen, legt hij uit. Dan zullen we meer weten over haar conditie, maar ze is hoe dan ook een vechter. Dat is trouwens haar grootste kracht. En ze heeft het talent om haar doel te bereiken: de nummer één worden in haar categorie.

En wat is haar grootste gebrek?
C.T. — Ze is onstuimig, ze heeft het moeilijk om zich bij bepaalde basisregels neer te leggen. Maar ze is nog jong...

 

Bio & erelijst

1990 : Geboren in Luik.
1996 : Begint op zesjarige leeftijd met judo in judoclub Olympic in Blegny, waar ze woont.e.
1998 : Op haar achtste verjaardag richten haar ouders in Saive judoclub Bushido op, haar huidige club.
2004 : Behaalt voor het eerst een podiumplaats tijdens een internationale competitie in Roemenië (bij de beloften).
2009 : Wordt Europees kampioen bij de junioren. Wint voor het eerst de trofee voor sportverdienste van de Federatie Wallonië-Brussel.
2010 : Behaalt haar eerste gouden medaille tijdens de Wereldbeker in Sofia (bij de senioren) en de bronzen medaille tijdens het Europees Kampioenschap. Komt in de top 10 van de wereld.
2011 : Wordt 5de op het Wereldkampioenschap
2012 : Wordt Europees vicekampioen en behaalt de bronzen medaille op de Olympische Spelen in Londen (ze wordt 4de van de wereld).

De Route Merveilleuse is voor hem een professionele springplank geweest. Sinds vijf jaar biedt Thierry Pierre ritjes met de segway aan op de Citadel van Namen. Origineel en absoluut niet vermoeiend. Je moet enkel naar voren leunen en de machine doet de rest.

Hij zat altijd stil, door de pijn in zijn knieën, maar op een dag f luisterde een stem hem in: “Leun en ga vooruit!” en dus begon hij de Citadel van Namen te beklimmen, in twee tellen en met een paar bewegingen. Hij leek de rattenvanger van Hamlen wel, want in zijn kielzog volgde een rist fluorescerende mannetjes met helmen op. Ze waren verrukt doordat ze zich zo moeiteloos konden voortbewegen op de bochtige hellingen van dit bolwerk, dat eeuwenlang aanvallen van de grootste veroveraars weerstond. Dit is niet het verhaal van Lazarus of een sprookje van de gebroeders Grimm, maar wel degelijk het avontuur dat Namenaar Thierry Pierre beleefde. Sinds vijf jaar biedt hij een heel originele manier om een bezoek te brengen aan de Waalse hoofdstad en het pronkstuk ervan, de citadel. U heeft het vast al gezien, dat ding met twee wielen, waarop je overeind staat en dat je in beweging brengt door naar voren te leunen. Het heet segway of ‘personal transporter’. Het apparaat werkt als een gyroscoop. De lichaamshouding bepaalt dus de snelheid en de richting. Dankzij geavanceerde sensoren registreert het toestel de hellingshoek van je lichaam en geeft het de wielen de beweging die nodig is om je in evenwicht te houden en je intussen te verplaatsen. Doodsimpel en bovendien elektrisch, geruisloos en niet-vervuilend.

Vertrek in de kazerne Terra Nova

“Ik heb zo’n 20 jaar in de bouw gewerkt, als tegelzetter”, legt Thierry Pierre uit op het Terra Nova-platform in het hart van het versterkte domein, waar zijn segways op een lijn klaarstaan om te vertrekken. “Maar door voortdurend te knielen, kreeg ik problemen met mijn knieën. Ik moest om gezondheidsredenen een andere baan vinden. Tijdens een verblijf op de Dominicaanse Republiek had ik de gelegenheid om deze machine te proberen die was ontwikkeld door een ingenieur uit Californië. Ik heb nagedacht en eerst had ik nog het plan om officieel verkoper te worden. Maar al gauw kreeg ik het idee om het apparaat te gebruiken in het toerisme. Ik heb het getest op de hellingen van de citadel en daarna heb ik het erop gewaagd.”

En dus koopt Thierry in 2008 twaalf segways, voor € 8.400 per stuk. Maar hij heeft een vrachtwagen nodig om ze te vervoeren en een plek om zich te vestigen. “De Stad Namen ging akkoord dat ik me zou installeren in de oude Terra Nova-kazerne, naast de receptie voor de bezoekers. Met die mensen heb ik een overeenkomst gemaakt: ik promoot hun citadel en zij ondersteunen mij.”

En zo werd Segwaynam geboren, een kleine bvba waar je, voor € 30 bijvoorbeeld, terechtkunt voor een rondrit van anderhalf uur met een bezoek aan de citadel en een tochtje door de oude stad. Er is ook een versie van 2 uur… Met zijn twee accu’s heeft de ‘gyropood’ een actieradius van zowat 40 kilometer. Meestal doet Thierry Pierre zelf de begeleiding en onderweg geeft hij hier en daar wat commentaar. “Ik werk ook met instructeurs die ik aantrek via een uitzendkantoor. En soms, als de klant dat wil, met een erkende gids. Want dat is mijn job niet en ik wil niemands plaats inpikken.”

Ook aan de meren van l’Eau d’Heure

Gaandeweg, langs steile paadjes en hellingen, vooruit of achteruit, werd de catalogus van het Naamse bedrijfje aangevuld met andere ideeën. Tegenwoordig doet Segwaynam (inmiddels 25 segways rijk) meestal in samenwerking met lokale partners ook ritjes rond de meren van l’Eau d’Heure, op de RAVEL-route door het dal van de Molignée, in het centrum van Andenne, in de buurt van Dinant en Floreffe… “In het begin van dit avontuur, toen we ons tussen de voorbijgangers wurmden, konden we uit hun gelaatsuitdrukking opmaken dat ze ons maar nietsnutten vonden”, vertelt de initiatiefnemer, “maar nu verschijnt een sympathieke glimlach op hun gelaat. De automobilisten tonen fair-play en nemen de tijd om ons door te laten. En de toeristen, die zijn steeds meer geïnteresseerd, zowel groepen als gezinnen. Maar het grootste deel van mijn omzet komt van bedrijven, waarvoor ik diverse teambuildingformules heb uitgewerkt zoals ontdekkingsritten, schattenjachten of behendigheidsparcoursen.” Slaagt de stichter erin om te leven van zijn segways? “Nog niet”, geeft hij toe. “Ik heb nog altijd mijn job als tegelzetter om de dalmomenten in te vullen. Zoals de winter. En afgelopen winter was erg lang…”

Kortom, de wedstrijd is niet gewonnen maar Thierry Pierre is goed onderweg.

 
informatie

Segwaynam
Rue Jean Colin, 2
B-5020 Flawinne
+32 (0) 475 66 14 47
www.segwaynam.be

 

Wandeling voor melomane lekkerbekken

Op 4 augustus organiseert het Comité Animation Citadelle een wandeling op de citadelsite waarbij muziek wordt gecombineerd met gastronomie en geschiedenis. Tussen 11 u en 14 u wordt het publiek meegenomen op ontdekkingstocht langsheen uitzonderlijke historische plaatsen die normaal gesloten zijn en waar de typische muziek van toen kan worden beluisterd. Dat gaat van middeleeuwse muziek in het Château des Comtes, klassieke muziek in Terra Nova, volksmuziek in de Hangar aux Affûts en vocale ensembles in het Théâtre de Verdure, tot pop en rock in de Belvédère. In elke ruimte wordt het publiek door een gerenommeerde chef onthaald met een culinaire proeverij, eveneens uit de desbetreffende historische periode.

 

Op twee wielen Namen bezoeken

“Plaats uw voeten mooi in het midden van de plaat. Om te vertrekken volstaat het om lichtjes naar voren te leunen. Hoe verder u leunt, des te sneller de segway gaat… Om te draaien, trek aan het stuur, aan de kant waar u naartoe wil. Om te remmen en te stoppen, ga rechtop staan.”

Voor elke rit neemt Thierry Pierre een kwartiertje de tijd om uit te leggen hoe zijn segways werken. Die ochtend, op de parking van Terra Nova, begeleidt hij zesdejaarsstudenten van het Institut Ilon Saint- Jacques, de school voor hotelwezen en toerisme van Namen. Céline, Stéphanie en Anna konden niet op schoolreis met de rest van hun klas. De meisjes, vergezeld door wiskundeleraar Saji, hebben gekozen voor een bezoek aan de citadel en het oude Namen op de segway.

Na de initiatie schiet het groepje weg, de een achter de ander aan, geëscorteerd door Thierry en gevolgd door Renaud, zijn assistent. Iedereen draagt een helm en een fluorescerend hesje. Een beetje laveren en ze zijn op de Esplanade. “Het Stade des Jeux en het Théâtre de Verdure zijn het werk van een architect uit de tijd van Leopold II , Georges Hobé, die niet mag worden verward met motorcrosser Georges Jobé, die zich ook heeft onderscheiden rond de citadel”, legt de gids uit, voor hij een sleutel bovenhaalt en de segways de teugels laat vieren. “In het begin beperk ik hun snelheid tot 8 kilometer per uur. Nu kunnen ze dubbel zo snel.”

Het is dan ook met vleugeltjes dat de meisjes nu de Route Merveilleuse opschieten en de helling afrijden naar de Jardins de Médiane, waar Thierry hen wat uitleg kan geven bij het uitzicht op Namen: het belfort, de kathedraal, het Waalse parlement, de Maas… Ze nemen nog een hobbel om de Pont des Hollandais over te steken en dalen dan verder af naar de Jardin des Plantes, niet ver van de plek waar iets meer dan een eeuw geleden de kabelbaan vertrok die de stad verbond met het Grand Hôtel van de citadel. “Door de hoge exploitatiekosten en de concurrentie van de tram moest de baan in 1907 ontmanteld worden”, legt Thierry uit, voor hij het jaagpad oprijdt.

Bij de brug van Grognon (brompot) zijn er ondanks die naam niets dan blije gezichten en vertelt de gids dat de driehoek die wordt gevormd door de Samber en de Maas, destijds de bakermat was van Namen. “Daar woonden meer dan 2.000 mensen tegen elkaar aan, in 150 woningen. Dat was de wijk van de Saracenen, de bijnaam van de mensen die in de laagovens werkten.” De groep heeft moeiteloos de Samber overgestoken en bevindt zich nu voor het Théâtre de Namur. Tijd voor het bezoek aan de oude stad: de Marie Spilar-toren, het belfort, de rue des Fripiers, het Marché aux Légumes-plein… Op een hoek staat een etablissement uit 1616, de ‘Ratin-Tot’ (Waals voor ‘wachten op’). “Op die plaats gingen de mannen samenzitten om te wachten tot hun vrouwen terugkwamen van de mis in de kerk van Saint-Jean”, vertelt Thierry.

De voorbijgangers kijken geamuseerd toe hoe de rups-op-wielen door de steegjes zigzagt, tot aan het museum van Félicien Rops. Daarna gaat het terug via de Halle aux Grains en het jaagpad. Langs de brug van l’Évêché steken de segways de Samber over, op naar de hellingen van de citadel, via de Avenue Jean 1er. “We zijn er bijna”, laat Thierry weten, terwijl de groep de Route des Canons aanpakt. “Pas op! In de laatste tien minuten, wanneer mensen zich te zelfverzekerd voelen, is het risico op een valpartij het grootst.” Zijn woorden zijn nog niet koud of Stéphanie ligt met haar beentjes in de lucht. Meer schande dan schade, gelukkig. Dicht bij de Hangar aux Affûts en het prachtige uitzicht daar, kan het meisje al weer lachen voor de groepsfoto. “Ik dacht dat een segway iets voor jongens was”, zegt ze nog “maar het is niet moeilijk…”. “Een originele manier om de citadel te verkennen”, voegt Anna toe. “Schitterend gewoon!”, besluit Céline.

Jo Van Hove uit Floreffe is allesbehalve een toerist. Toch is het voor toeristen dat hij iBeakens creëerde. De gecodeerde verhaaltjes staan op een site of een monument en u kunt ze lezen via uw smartphone. Er zijn er steeds meer in Wallonië en Europa. Bedoeling is om op termijn een netwerk te vormen tussen de verschillende sites en musea.

“ Het belfort van Namen is een atypisch geval tussen de Waalse belforten, omdat het aanvankelijk de belangrijkste verdedigingstoren was van de derde stadsomwalling.” Het bericht verschijnt op de smartphone van Jo Van Hove met een kleine foto van het beschermde monument, allemaal te vinden op qrwallonie.be/Namu0007. Om het te lezen hoef je alleen maar de QR-code (Quick Response) te scannen op het etiket boven aan het blauwe schild aan de voet van het belfort. Een teken dat het cultureel werelderfgoed is en beschermd wordt in geval van een gewapend conflict. Het is een van de 2.800 iBeakens die het Institut du Patrimoine Wallon (Instituut voor het Waalse Erfgoed) bij hem besteld heeft en waarvan er nu zo’n 660 geïnstalleerd zijn. Ook bestellingen van provincies, steden, parken en musea stromen stilaan binnen.

Maar wie is die Jo Van Hove? Een reiziger, een fan van nieuwe technologie en een Vlaming die naar het Waalse Floreffe is uitgeweken. Maar vooral een ondernemer die barst van de ideeën.

“Ik heb lang de wereld afgereisd op zoek naar landschappen en decors voor een bedrijf dat reclamefoto’s maakte voor de autosector”, vertelt de 47-jarige huisvader. “Zo merkte ik op dat er op die plekken vaak geen informatie te vinden was, of alleen in de taal van het land. Ik vroeg me af hoe je beter kon communiceren met de bezoekers op het terrein. Zeker omdat mensen hun reizen tegenwoordig alsmaar minder voorbereiden.”

Het was 2008 en de autosector raakte in moeilijke papieren door de economische crisis. Van Hove besliste dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. “Ik had al een site gemaakt die ‘locamundo’ heette en huizen verhuurde. Een soort e-commerce avant-la-lettre. Met die ervaring op zak begon ik na te denken over een manier om via een soortgelijk model informatie aan te bieden over met geschiedenis beladen plaatsen over de hele wereld. Mijn webdeveloper bezorgde me het idee om smartphones te gebruiken. Die technologie stond in die tijd nog in de kinderschoenen. Ik heb een toepassing in elkaar geknutseld en in 2009 aanvaardde de gemeente Floreffe om een test te doen op 23 toeristische sites. Ik heb hen de plaatjes met QR -codes geleverd en zij hebben palen gemaakt om ze aan vast te maken. Het was een geslaagd proefproject, dus ik besloot om de app verder te ontwikkelen. In september 2010 was de tijd rijp voor prospectie. Mijn eerste grote klant was de provincie Luxemburg. Zij bestelden iBeakens voor al hun Diensten voor Toerisme.”

Maximaal 250 woorden

Het principe is simpel. Alle organisaties (Dienst voor Toer isme, gemeente, museum…) of toeristische professionals die iBeakens willen creëren, ontvangen van Jo Van Hove een toegangscode voor het platform. Voor elke site, gebouw, monument of kunstwerk kun je een kort tekstje of een anekdote opstellen en maximaal drie foto’s toevoegen. De tekst mag niet langer dan 250 woorden zijn, “want we hebben gemerkt dat mensen anders afhaken”. Andere mogelijkheden? Daar kan een korte quiz aan worden toegevoegd om de bezoeker te stimuleren om het onderwerp verder uit te diepen of een audiofragment, in de vorm van een getuigenis, muziek of sfeergeluiden. Nadien krijgt de iBeaken een QR-code. Die dient om de tekst op te slaan, maar vooral om hem te kunnen lezen in een taal naar keuze via een hele reeks beschikbare apps op om het even welke Smartphone.

“Eigenlijk laat ik alleen de toegang tot mijn platform betalen via een abonnementsysteem dat recht geeft op een bepaald aantal iBeakens”, vertelt de ondernemer. “Daar komen gepersonaliseerde plaatjes bij die ik laat maken door een onderaannemer. Voor de vertaling doe ik een beroep op freelancers in verschillende landen. En ik werk met agenten verspreid over heel Europa. Ik heb nog geen werknemers, want ik wil het simpel houden. Ik ken concurrenten die failliet gegaan zijn omdat ze het te groots zagen.”

Een iBeaken, en nog een!

Een iBeaken, en nog een! De verkoop draait op volle toeren. “Ik heb zo’n 500 klanten wereldwijd, waarvan iets meer dan 300 in België, bijna uitsluitend in Wallonië. De iBeakens doen het minder goed in Vlaanderen om twee redenen: omdat Vlamingen minder bezig zijn met nieuwe technologie en omdat ik in Wallonië woon. Niets aan te doen, Vlaming of niet, ik raak nergens binnen.” Naast het IPW en de provincie Luxemburg mag Van Hove intussen nog heel wat anderen tot zijn klanten rekenen, bv. de provincie Luik (550 geplaatste plaatjes), de stad Namen (40 bestelde plaatjes) en het Musée de la Céramique d’Andenne, dat besloot om voor elke vitrine een plaatje te hangen.

“Het gebeurt dat dezelfde site verschillende iBeakens heeft via verschillende klanten”, zegt hij, “maar ze leggen elk een ander accent. De Saint-Martin-kerk in Aarlen heeft er bijvoorbeeld vier. Die van het IPW focust op het erfgoed, die van de stad op de geschiedenis, die van het netwerk van open kerken op de rijkdom van het interieur en die van de parochie op het standpunt van de parochianen.”


Pijlers voor de toekomst

Smartphones zijn voor Van Hove nochtans niet de toekomst van het systeem. “Klanten die een abonnement nemen, betalen niet alleen voor de plaatjes, maar voor informatie die werkt en die een aantrekkelijke vorm van marketing biedt. Ideaal zou zijn als het platform een actief netwerk van sites en musea werd. Ik zou me ook graag toeleggen op het creëren van spelen tussen musea onderling. Apple-topman Steve Jobs had dat goed begrepen: ‘Als je wilt dat iets werkt, doe het dan werken met een spel!’, zei hij. Voor mij is ook het idee van verzamelen belangrijk. Spelen en informatie verzamelen via iBeaken zijn de twee pijlers waarmee ik in de toekomst het verschil wil maken.”

www.ibeaken.com

 

Gekwalificeerd in de ‘Champions League’

Jo Van Hove straalt van trots. Hij werd zopas benaderd om deel te nemen aan een wedstrijd (www.llga.org) georganiseerd door 22 wereldsteden die kampen met groeiproblemen, zoals Barcelona, Boston, Londen, Mexico, Rio de Janeiro… “Die steden hebben een lijst gemaakt van 22 uitdagingen voor de toekomst en een van hen betreft de manier van communiceren met toeristen”, legt hij uit. “Ik heb hen mijn platform voorgesteld en ik ben geselecteerd als een van de vijf finalisten. Uiteindelijk eindigde ik net achter Metaio, een Duits bedrijf dat gespecialiseerd is in augmented reality. Maar ik vind het al fantastisch dat ik zover geraakt ben. Het is als een kleine Waalse voetbalploeg die het tot de finale van de Champions League schopt!” De ondernemer vatte alvast de koe bij de horens en nam contact op met het winnende bedrijf om te polsen naar een mogelijke samenwerking.

Your opinion counts