Waw magazine

Waw magazine

Menu

een maatschappelijke aanpak

In Namen wordt de overgang transversaal aangepakt om de acties en projecten in één dienst onder te brengen en er zo meer efficiëntie en zichtbaarheid aan te geven. Een model op basis van burgerparticipatie.

 

Zoals de tragische gebeurtenissen van juli er ons aan hebben herinnerd, is de ecologische overgang, als reactie op de klimaatverandering, een van de grootste uitdagingen van onze eeuw. De overheid moet in de tijd op duurzaamheid inzetten door transversaal te handelen. Daarom heeft het Naamse stadsbestuur in 2018 besloten een schepenambt voor ecologische overgang te creëren.

“We moeten alleszins onze leefomgeving, onze manieren van reizen, consumeren en eten aanpassen. Als we niets veranderen, gaan we regelrecht de vernieling in”, bevestigt men van de kant van het nieuwe kabinet. Terwijl die materies vóór de creatie van dit schepenambt werden behandeld door gespecialiseerde diensten en afdelingen (zo werd de meting van de luchtkwaliteit vroeger bijvoorbeeld beheerd door de dienst voor het wegennet) en er slechts één persoon halftijds ter beschikking stond voor het overgangsbeleid, kan de Stad nu rekenen op bijna zes voltijdse equivalenten om projecten in verband met die materie uit te voeren.

Lucht, klimaat en energie vergen een maatschappelijke aanpak

Als die krachtenbundeling tot een grotere bestuurlijke doelmatigheid leidt, zal ze ook leiden tot een betere herkenbaarheid van en tot meer begrip voor die acties bij de bevolking. Bewustmaking en participatie vormen de kern van de aanpak van de ecologische overgang. Dat is een van de doelstellingen van de nieuwe Lucht, Klimaat en Energiedienst (Service Air, Climat et Energie - S.A.C.É). Om het toekomstige Lucht-, Klimaat- en Energieplan voor 2030 (Plan Air, Climat, Energie à l’horizon 2030 - PACE 2030) te helpen opstellen, zal het College de mening vragen van een burgerpanel dat uit twintig inwoners van Namen bestaat. “Om zo dicht mogelijk bij het dagelijks leven te blijven van de mensen die als eersten met die veranderingen te maken krijgen, zal de leeftijdsgroep van 18 tot 35 jaar het meest vertegenwoordigd zijn.” In het najaar zal er een oproep worden gedaan om zich kandidaat te stellen. Voor de rekrutering en de leiding van de negen geplande werkgroepen zal de vzw Namur Ecoconso instaan. Het departement wil hand in hand werken met verschillende burgerinitiatieven die al bestaan, zoals de Naamse Energiekring (Ceinture Énergétique Namuroise - CEN), dat is de plaatselijke afdeling van de burgercoöperatie voor nuluitstoot, die de lokale productie van hernieuwbare wind, water en zonne-energie stimuleert.

Een nieuwe “duurzame wijk” in Jambes

Aangezien ruimtelijke ordening een van de hefbomen is van de ecologische overgang, werd de daarvoor bevoegde dienst nauw betrokken bij de nieuwe bestemming van het voormalige terrein van de Geniekazerne in Jambes. In maart werd dat voor een bedrag van
25,5 miljoen euro verkocht aan de Waalse vastgoedreus Thomas & Piron. Het project voorziet in het bouwen van 445 woningen op een oppervlakte van 8,7 hectare, dus met een kleinere woningdichtheid dan in een stedelijk kader gebruikelijk is. De wil is dat die wijk wordt ontwikkeld als een bewoond park. In het kader van die verkoopprocedure hebben we zeer specifieke eisen gesteld, die gebaseerd zijn op de vijfentwintig doelstellingen van de Waalse referentietekst voor duurzame wijken.

Lokale producenten steunen

Duurzame voeding is een ander thema waaraan de schepen sinds het begin van de legislatuur werkt. Ze stelde voor en maakte het mogelijk om een bezinningskader te creëren, namelijk de Duurzame Naamse Voedingsmiddelenindustrie (Conseil Agro-alimentaire Durable Namurois - CADNamurois), die bestaat uit zestien burgers uit de acht categorieën van het voedselsysteem, van producenten tot consumenten, met inbegrip van de verwerkers en de verkopers.

Binnen het kader van CADNamurois wil men plaatselijke producenten helpen om hun waren te verkopen, zodat ze er kunnen van leven en zodat duurzaam voedsel binnen eenieders bereik komt. Een van de partners op het terrein is de Naamse Voedingsmiddelenkring (Ceinture Alimentaire Namuroise - CAN), een structuur voor studie, bewustmaking, netwerking en ondersteuning van de belanghebbenden uit de sector.
“Een van onze activiteiten is het bestuderen van de verschillende ketens voor kaas, brood en groenten, om te komen tot een zo juist mogelijk evenwicht tussen vraag en aanbod”, zegt opdrachthoudster Geneviève Malherbe. Volgend jaar wil die kring een netwerk vormen om de zes stedelijke gemeenschapskeukens te bevoorraden met tuinbouwproducten voor 2500 maaltijden per dag !

Voedselautonomie omvat méér dan spectaculaire acties en bestaat ook uit kleine initiatieven die kunnen bijdragen tot een andere manier van produceren en consumeren. Dat is het geval met de operatie On a maraîché sur la terre (We kweekten groenten op eigen bodem), die zoekt naar stukken land die er doelloos bijliggen omdat de eigenaars geen zin, mogelijkheid of tijd hebben om ze te bewerken, en die dan worden aangeboden aan jonge tuiniers die op zoek zijn naar land om iets op te verbouwen.

Om Namen veerkrachtiger te maken op het gebied van voeding en energie, moeten we andere gewoonten en levenswijzen aankweken en iedereen daaraan doen meewerken.

digitaal en vriendelijk

Door een deel van haar digitale data ter beschikking te stellen van de burgers, wil de stad Namen het openbaar bestuur transparanter maken, de inwoners beter informeren en de beleidsmensen helpen om beslissingen te nemen.

 

Welke wegenwerken zijn er voltooid of in uitvoering? Hoeveel kinderdagverblijven of lagere scholen zijn er in elk van de zesenveertig districten van het grondgebied? Hoeveel eenoudergezinnen of kinderen tussen 5 en 18 jaar zijn er? Welke graven zijn er geregistreerd op de dertig openbare begraafplaatsen van de entiteit? Waar bevinden zich de bibliotheken, de openbare vuilnisbakken? Waar zijn de opmerkelijke gebouwen en sites die men op oude foto's en ansichtkaarten aantreft ?

Dat zijn slechts enkele van de 173 geanonimiseerde datasets uit dertien thema's en honderd trefwoorden, die op de stadssite van Namen te vinden zijn. “Hoe meer data we hebben, hoe beter we ons grondgebied kunnen begrijpen en hoe beter we er gebruik zullen kunnen van maken”, stelt Samuel Nottebaert, geomaticaspecialist en sitemanager.

Namen is een van de eerste steden in België die sinds juni 2018 een Open Data-platform (of portaal) heeft. Het wil daarmee de informatiezoekende burger bijstaan, het stadsbestuur helpen bij het nemen van beslissingen en datzelfde bestuur ook doorzichtiger maken. Het is een transversaal project dat niet aan één afdeling gebonden is. Al die gegevens stonden reeds ter beschikking van de verschillende diensten en lokale besturen. “Andere steden hebben die informatie in de vorm van Excel-tabellen. Wij wilden ze echter toegankelijker maken door ze te combineren met de cartografie.

Bijna 5000 bezoeken per maand

In drie jaar tijd is de lijst met beschikbare datasets flink gegroeid. Vandaag wordt de site 4000 tot 5000 keer per maand geraadpleegd. Veel architecten downloaden bijvoorbeeld 3D-informatie uit Namen om hun projecten beter te visualiseren in hun directe omgeving. Veel van het materiaal dat online wordt geplaatst, is een reactie op de vraag van het publiek. Zo is het naar aanleiding van een verzoek van een burger dat er GPS-coördinaatbestanden zijn toegevoegd aan de kaarten van natuurwandelingen en routes. “We weten niet hoe ver we met die gegevens kunnen gaan. We willen het hergebruik ervan op een creatieve manier promoten, zowel bij de burgers als bij het bestuur en het onderwijs.

Voor de toekomst van de site blijven alle mogelijkheden open. Samuel Nottebaert wil graag meer communicatie met de burgers om feedback van hen te krijgen en om beter te zien welke gegevens nuttig zijn voor de economische ontwikkeling.

In dienst van de mobiliteit

Als we een dienst aangeboden krijgen, raken we eraan gewend. En we kunnen die heel vlug niet meer missen. In september 2020 lanceerde de stad haar intelligent vervoerssysteem. Een op kunstmatige intelligentie gebaseerde methode voor het bevorderen van de mobiliteit, die sinds januari 2019 werd uitgetest. In het zichtbare deel bestaat het uit een reeks panelen die langs de acht invalswegen van de stad en de boulevards rond de Corbeille staan opgesteld. Die lichtpanelen geven informatie over de verkeerssituatie, stellen andere routes voor, geven inlichtingen over de parkeerruimte in het stadcentrum en bieden multimodale alternatieven aan. De gegevens zijn afkomstig van zeventien omgevingscamera's die de reistijd op verschillende trajecten berekenen. “Ze voeren metingen uit en stellen statistieken over de evolutie van de reistijden op, doch ze maken geen voorspellingen”, aldus Michael Petit, hoofd van de gemeentelijke mobiliteitsdienst. Er zou bijvoorbeeld ook informatie moeten worden aan toegevoegd over de beschikbaarheid van plaatsen voor personen met beperkte mobiliteit.

Met dat systeem willen we een volledig beeld van de mobiliteit bieden ; het dient dan ook niet uitsluitend voor het autoverkeer. In de drukste bushokjes krijgt men informatie over de wachttijden voor de bussen. Fietsers krijgen ook inlichtingen over fietsparkeerplaatsen, fietsvoorzieningen en fietsroutes. Voor het ogenblik hebben de systeembeheerders besloten geen speciale toepassing ter beschikking te stellen, maar de gebruikers liever naar de portaalsite te verwijzen. “Het systeem is nog volop in ontwikkeling, maar zou zich binnen zes tot twaalf maanden moeten stabiliseren met meer realtime data. Op langere termijn zouden we voorspellingen moeten kunnen maken.

Binnenkort intelligente verlichting

Ook voor de verlichting van wegen zijn er veranderingen op til. Maar zelfs als er sensoren zijn aangebracht, kunnen we de verlichting nog niet aanpassen aan de drukte van het autoverkeer. Het stadsbestuur opteerde liever voor een veralgemeende dimming van de verlichting tussen 22 uur en 6 uur, wat nu dankzij de nieuwe LED-lampen al een besparing van 50 % mogelijk maakt. Uiteindelijk zou een beperkt aantal plaatsen, zoals de site van de Confluence en die van de Citadel, moeten worden uitgerust met een verlichting met variabele intensiteit op basis van het aantal wandelaars.

Het NID, om nieuwe ideeën te doen ontluiken

 

Hoewel de hoofdstad van Wallonië bekend staat om haar erfgoed, zoals de citadel en het belfort, om haar folklore, haar culturele rijkdom en haar autovrije centrum, toch ondergaat ze een voortdurende metamorfose. Evenzeer geeft ze blijk van creativiteit, zoals u op de volgende pagina’s kunt lezen, om een innovatieve dimensie toe te voegen aan haar aantrekkelijke en gezellige kant.

 

De toekomst van Namen ? Die loopt zeker langs het NID. Of je van een oever van de Maas of van de Samber komt, of je over de fiets en voetgangersbrug l’Enjambée loopt of uit de lucht valt, je zult niet naast het futuristische gebouw aan de Confluence kunnen kijken, dat het nieuwe uitstalraam van de Waalse hoofdstad is.

NID betekent “Namur intelligente et durable” (IDN of Intelligent en Duurzaam Namen). Symbolisch staat dat nieuwe gebouw voor een ontmoetings-, bezinnings- en gespreks- plaats, waar burgers kunnen discussiëren over de toekomst van hun stad. Een broedplaats voor de “architecten” van het nieuwe Namen. Om er meer over te vernemen, spraken we met Sophie Marischal, het jonge hoofd van het NID.

Hoe ontstond het NID?

Vanaf 2008 beseften we tijdens de weken over duurzame ordening dat de burgers graag in debat zouden gaan over de toekomst van hun stad. In 2015 hebben we een paviljoen voor stadsplanning opgericht, dat een ontmoetingsplaats was in het Stadhuis zelf. Dat instrument bleek echter een maatje te klein. Tegelijkertijd werd er een wedstrijd uitgeschreven voor het heraanleggen van de Grognon-site, die de Espace Confluence is geworden. Een emblematische plek, aangezien ze de wieg van Namen en de zetel van het Waals parlement is. Het lag dus voor de hand dat we daar een debatruimte voor de burgers zelf zouden creëren en van de site het uitstalraam van een intelligente en innovatieve stad maken.

Welke functies heeft dat gebouw?

Het NID heeft twee bouwlagen. Op het gelijkvloers, ter hoogte van de kaden van Samber en Maas, bevindt zich al een café-restaurant dat op de korte ketens is gericht. Maar de verdieping, die op het niveau van de esplanade ligt, zal binnenkort een voor de burgers bestemde ruimte krijgen, die aan intelligente en duurzame innovatie is gewijd. Die bestaat uit drie delen. Een ontvangstruimte waar aan de bezoekers uitleg zal worden gegeven over verschillende universele thema’s zoals de klimaatverandering en de nieuwe technologieën, om hun te tonen dat de steden verantwoordelijk zijn voor veel klimaatverstoringen, maar dat we kunnen reageren. Zo komen ze in het tweede gedeelte, waar het gaat over thema’s die om de twee jaar zullen veranderen. Nu bespreekt men er stadsontwikkeling in de ruime zin. Met behulp van een interactieve en ludieke scenografie zullen de bezoekers er kennismaken met de mobiliteitsproblemen in de stad, met de kosten voor stadsspreiding, alsook met digitale en menselijke intelligentie en met veerkracht. Door middel van virtuele werkelijkheid zullen ze zelf hun stad kunnen opbouwen door keuzes te maken. De derde ruimte is een debatruimte over het Namen van morgen, waar ze in een virtuele werkelijkheid kunnen rondgaan in het Namen van gisteren en van morgen, opdat ze zouden kunnen begrijpen waarom en hoe de stad is geëvolueerd.

Welke zijn de voornaamste uitdagingen waarvan de stad haar bevolking bewust wil maken?

De mobiliteit in het centrum van Namen en op de invalswegen, de klimaatverandering en de voedselautonomie zijn heel reële problemen, die het stadsbestuur hebben aangezet om samen te werken met panels van bewustgemaakte burgers. Er werd onderzoek gedaan naar plaatselijke oplossingen, zoals naar het autovrij maken van straten en de kwetsbaarheden van het Naamse grondgebied ten aanzien van de klimaatverandering. En de bewoners deden concrete voorstellen of zullen dat doen. Over het algemeen kan men zeggen dat we vooral moeten leren zien hoe Namen de overgang kan maken door er de inwoners bij te betrekken en door een beroep te doen op solidariteit. In dat opzicht werkt het NID echt als een interface tussen de burger en het beleid. Tegen midden oktober zou het volledig moeten ingericht zijn.

Het Paviljoen en de Kikk

Een andere emblematische plaats en een ander gebouw dat morgen een eersterangsrol zal spelen te Namen, is het vroegere paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Milaan uit 2015. Het werd door de Naamse architect Patrick Genard ontworpen in natuurlijke en flexibele materialen en won een prijs voor zijn ecologisch design. Dat gebouw met een oppervlakte van 2500 m2 werd door de Stad Namen aangekocht en weer opgetrokken op de esplanade van de Citadel, waar het een tweede leven begint, aangezien het nu helemaal gewijd is aan de digitale overgang. Via een ludieke aanpak, met een combinatie van kunst, wetenschap en technologie, zal het Paviljoen tentoonstellingen, workshops en voordrachten aanbieden. Het werd deze lente ingewijd met de tentoonstelling “Humans/Machines”, maar nu is het weer gesloten om de inrichting ervan af te werken en om de instellingen te optimaliseren met het oog op de grote opening in 2022.. Het permanente tentoonstellingscentrum verkeert in goede handen, aangezien het beheer ervan werd toevertrouwd aan de vzw Kikk, die het al tien jaar opneemt tegen de heersende opvattingen over creativiteit, en digitale technologieën, en wel via een samenwerkingsruimte die voorzien is van een Fab Lab, een platform voor kunstproductie, en natuurlijk via het Kikk Festival, waarvan de tiende uitgave gepland is voor 4 tot 7 november 2021.

 

IN MARIEMONT

Het Museum van Mariemont brengt de wereld van de Merovingers weer tot leven! Die dynastie, waarop vooral Clovis zijn stempel drukte, heerste drie eeuwen lang over het westen van Europa, van de val van het Romeinse rijk tot aan de kroning van Karel de Grote. Die periode is veel interessanter dan gedacht.



Childeric I, koning der Franken en der Gallo-Romeinen
Op zijn zegelring staat de Merovingische koning afgebeeld met lang gevlochten haar en met een schoudermantel. Beide zijn tekenen van macht: het eerste bij de Germanen en de tweede in het Romeinse rijk. Met een eenvoudige afbeelding van een postzegel groot slaagt Childeric er zo in aan die twee cultureel zo verschillende gemeenschappen te zeggen: “Ik ben uw aller koning”!

Laten we eerlijk zijn : behalve het verhaal van de vaas van Soissons (dat Clovis zelf zich lang zou herinneren), de broek van koning Dagobert en de vadsige koningen, weten we zo goed als niets over de Merovingers, die nochtans van de 5e tot de 8e eeuw heersten over een zeer groot deel van het huidige Frankrijk en België, alsook over een deel van Duitsland, Zwitserland en Nederland. Gelukkig is er nog tot 13 juni de tentoonstelling “De Wereld van Clovis”, die door het Museum van Mariemont wordt georganiseerd en die ons een intieme en culturele ontmoeting met de Franken aanbiedt. Dankzij de vele necropolen die werden blootgelegd in onze streken, leerden we de zeden en gewoonten van dat volk beter kennen en konden we hun blazoen weer wat opblinken, zoals ons werd uitgelegd door Marie Demelenne die, samen met archeoloog Olivier Vrielynck, medecommissaris van de tentoonstelling is.


Marie Demelenne medecommissaris van de tentoonstelling “De Wereld van Clovis”.

Marie Demelenne, hoe kijkt u naar de Franken en de Merovingers ?

De Franken zijn een van die Germaanse volkeren die, in de eerste eeuwen van onze tijdrekening, Gallië dikwijls binnenvielen en er zich uiteindelijk gingen vestigen en samenwerken met de Romeinen. In de 5e eeuw sloten ze zelfs een verdrag met deze laatsten en werden een bondgenoot. Voor zover ze, hoofdzakelijk op militair gebied, bijdroegen aan de Staat, konden ze hun instellingen, godsdienst en rechtssysteem behouden. Ze werden steeds belangrijker en slaagden er uiteindelijk in hun heerschappij op te leggen en heel het grondgebied te besturen. De Merovingische koningen heersten drie eeuwen lang, tot ze werden afgezet door de hofmeiers, onder wie de Pippiniden, een geslacht waarvan de bekendste afstammelingen Pepijn de Korte en Karel de Grote zijn. Met hen begon de Karolingische dynastie.

Waren de Merovingers vadsige koningen ?

Het waren de Karolingers die, om hun machtsgreep te wettigen, hun versie van de geschiedenis vertelden en het beeld schiepen van een periode van stagnatie, barbaarse krijgers en vadsige koningen die zich futloos lieten rondrijden met ossenwagens. Dat kwam doordat ze geen hoofdstad en geen vast paleis hadden en ze voortdurend van de ene streek naar de andere trokken om zich te tonen en recht te spreken. Dat verhaal bleef in de geschiedschrijving overeind omdat hun geschriften bewaard bleven, in tegenstelling tot die van de Merovingers, die de tand des tijds niet doorstonden. Maar de werkelijkheid was heel wat veelzijdiger en genuanceerder.

Wil de tentoonstelling die koningen leren kennen om ze te rehabiliteren ?

We hebben ook willen aantonen dat de overgang tussen de Franken en de Gallo-Romeinen heel wat subtieler en geleidelijker verliep. Er waren immers geen grote rooftochten en evenmin ontreddering en een brutale ineenstorting. Hoewel er wel degelijk geweld werd gepleegd, toch zijn beide volkeren het later eens geworden over de organisatie van het grondgebied en werden er huwelijken gesloten tussen de vooraanstaande families uit beide kampen. De Merovingische tijd getuigt van een verregaande integratie, met overblijfselen uit de Romeinse tijd en met Germaanse inbreng. Het was een mengsel van traditie en creativiteit.

De Merovingische tijd getuigt van een verregaande integratie, met overblijfselen uit de Romeinse tijd en met Germaanse inbreng. Het was een mengsel van traditie en creativiteit.

 

Hoe hebt u de tentoonstelling opgevat ?

Het originele ervan is, dat we zijn vertrokken vanuit het dagelijks leven van de bewoners. Om te kunnen spreken over de woonvorm, het voedsel, de wapens, de versieringen, de geloofsovertuigingen, de reizen, de geschriften…, creëerden en toonden we zes profielen van fictieve maar realistische personen – een prinses, een meisje, een jongen, een reus, een kloosterlinge en een pottenbakker. Op die manier kunt u mannen en vrouwen van 1500 jaar geleden ontmoeten ! Daarnaast hebben we met behulp van archeologische vondsten uit talrijke necropolen willen aantonen dat er onder die dynastie wereldwijde handelsrelaties bestonden. Zo stelden we vast dat de stenen in fibula’s – of grote sluitspelden – uit India en Sri Lanka ingevoerde granaatstenen zijn. En als mensen en goederen zo ver konden reizen, dan konden ideeën dat ook doen. Dit schept dus een heel ander beeld dan dat van op zichzelf teruggeplooide vroege middeleeuwen die achterliepen bij de Romeinse beschaving.

 

 

Franken die werden gekleed te Zinnik
Edith, de Saksische prinses uit Doornik, en Odon, de pottenbakker uit Quévy : het zijn twee van de zes fictieve personen die hun persoonlijk verhaal “vertellen” aan de bezoekers. De Brusselse illustrator heeft ze getekend op basis van een zeer nauwkeurige documentatie die werd bezorgd door archeologen en het waren de leerlingen van de naadafdeling van het ‘Institut Provincial des Arts et Métiers du Centre’ (IPAMC), op de campus van Zinnik, die de kostuums hebben gemaakt.

Een mini-Louvre

Als wetenschappelijke instelling van de Federatie Brussel-Wallonië, bewaart, bestudeert en benut het Koninklijk Museum van Mariemont de verzamelingen die de beroemde industrieel en grote reiziger Raoul Warocqué bij zijn overlijden in 1917 aan de Belgische Staat legateerde. Zijn belangstelling voor kunst was even immens als zijn fortuin. Die verzamelingen bevatten allerlei schatten die zowel voortkomen van de grootste beschavingen (Egypte, Griekenland, het oude Rome, het oude China …) als van bevolkingen die in onze streken hebben gewoond, vanaf de Kelten, over de Gallo-Romeinen tot de Merovingers. Alles wat, vanaf de 16e eeuw, de geschiedenis van het domein van Mariemont betreft, heeft er ook een mooie plaats in, net zoals Doorniks porselein. Het museum, dat een soort mini-Louvre is, vormt dus een voortzetting van Waroqué zijn passies.

Raoul Warocqué liet zijn verzamelingen, alsook het 19e eeuwse kasteel en het park na, op voorwaarde dat het toegankelijk zou zijn voor het publiek”, benadrukt Marie Demelenne. “Zo wil het museum die collecties tot hun recht doen komen door het organiseren van tentoonstellingen over onderwerpen die hem dierbaar waren, zoals onlangs nog Koptische weefsels en de geneeskunde in het oude Rome, en wil het die verrijken door een aankoopbeleid dat door dezelfde interesses wordt beïnvloedt.

Interesses die Raoul Warocqué deelde met de inwoners van Morlanwelz. Toen het kasteel in december 1960 afbrandde, schoten die inwoners massaal te hulp om de beroemde verzamelingen uit de vlammen te redden, wat voor 95 % ervan lukte. Het huidige museum is op dezelfde plaats gebouwd en werd ingewijd in 1975.

 

Glazen zonder voet gingen van hand tot hand !
Deze voetloze beker is uitzonderlijk door zijn netwerkversiering. In de tijd van de Merovingers werden er grote banketten gehouden, waardoor de vorst en de vooraanstaanden hun onderlinge banden konden verstevigen, meer bepaald door uit dezelfde beker te drinken. Aangezien die niet kon staan, moest men hem van hand tot hand doorgeven of hem in één teug leegdrinken !

Van waar komt het getoonde archeologisch materiaal?

Een deel komt natuurlijk uit onze collecties. Maar een twintigtal andere, hoofdzakelijk Waalse instellingen, hebben ons ook voorwerpen uitgeleend, zoals de archeologische musea van Namen en Doornik, maar vooral het Waals Erfgoedagentschap, dat onze voornaamste uitlener is. Er komen ook kostbare voorwerpen uit het archeologisch museum van Saint-Germain-en-Laye, nabij Parijs, en uit het Rijksmuseum van Leiden, in Nederland. Dankzij die verscheidenheid hebben we een kijk op volkeren met verschillende kenmerken. Wanneer je voorwerpen ziet uit een necropool in Broechem, bij Antwerpen, dan merk je aanzienlijke verschillen tussen de Franken uit het Waalse gebied en die uit het Vlaamse, dicht bij de zee.

Buitengewone schaatsers
In Hoei werden er ook... ijsschaatsen opgegraven. Ze waren gemaakt van een gezaagd, bijgesneden en gepolijst runderbot en werden vervolgens met touw rond lederen schoeisel bevestigd. Dat stukje huisvlijt toont aan dat de Merovingische samenleving kringloopeconomie kende : alle delen van een dier hadden hun nut. Op dezelfde site werden er ook resten van een slede gevonden.

Een « escape roo»voor gezinnen

Na het museumbezoek is het tijd voor plezier, namelijk voor een familieactiviteit in een bubbel van maximum zes personen. De deelnemers worden “opgesloten” in een ruimte en moeten raadsels oplossen om er uit te ontsnappen. De pitch ? Er doen zich in het museum rare dingen voor ten tijde van de laatste Warocqué! Wat is het geheim, of is het een vloek ? ...

Info en boekingen : www.charleroom.be

 

Het grafmeubilair van koningin Aregonde
De directie van het Museum van Mariemont heeft met alle middelen – maar vruchteloos – getracht om de schat van Childeric I in leen te krijgen. Diens graf werd in 1653 ontdekt en een deel ervan wordt bewaard in de afdeling Munten, medailles en oudheden van de Nationale Bibliotheek van Frankrijk. “De Fransen vreesden te zeer dat er iets zou misgaan met de kostbare relieken van degene die ze beschouwen als de eerste koning van Frankrijk”, vertelt Marie Demelenne. “Maar na jarenlang onderhandelen hebben we van het nationaal Museum voor Archeologie van Saint-Germain-en-Laye de grafschat in leen kunnen krijgen van koningin Aregonde, echtgenote van Chlotarius I en moeder van Chilperic I, die heersten in de 6e eeuw. Ze heeft zich laten begraven met haar koninklijke juwelen: haar ring met het monogram waardoor ze kon worden geïdentificeerd en een reeks persoonlijke juwelen (fibula’s, oorbellen, een grote speld, een gordel garnituur…), in totaal slechts een twaalftal unieke stukken. Het gaat echter om het grafmeubilair dat volledig is, in tegenstelling tot de schat van Childeric, die in de 19e eeuw werd geplunderd. Daarom vinden we die van de koningin kostbaarder.

Jaartallen

• 342 De Salische Franken vestigen zich als bondgenoten binnen het Romeinse rijk, in het noorden van Gallië.
• 476 De Germanen zetten de laatste West-Romeinse keizer af. Dit betekent het einde van de oudheid en het begin van de middeleeuwen.
• 457-458 Childeric, de eerste (erkende) koning van de Merovingische dynastie.
• 508 (?) Clovis, zoon van Childeric en eerste koning van alle Franken, wordt gedoopt te Reims. Begin van de band tussen de Gallo-Romeinse clerus en de Frankische monarchie.
• 511 Dood van Clovis en verdeling van het Frankische koninkrijk tussen zijn vier zonen.
• 613 tot 639 Chlotarius II en daarna Dagobert I zijn koning van heel het Frankische rijk.
• 732 Onder de leiding van Karel Martel verslaan de Franken de Arabieren te Poitiers. Die overwinning is een belangrijke stap in de vestiging van de Karolingische dynastie.
• 751 Afzetting van de laatste Merovingische koning, Childeric III, door de hofmeiers. In 754 wordt Pepijn de Korte de eerste Karolingische koning.
• 800 Karel de Grote, zoon van Pepijn de Korte en koning van de Franken, wordt tot keizer gekroond. Zijn rijk zal zich uitstrekken van West- tot Midden-Europa.
• 924 Einde van het Karolingische rijk.

 
Musée royal de Mariemont
Chaussée de Mariemont 100
B-7140 Morlanwelz

+32 (0) 64 27 37 41

[email protected]
www.musee-mariemont.be

 

De familie Volkaerts


© Antoine Melis

Vooreerst is er vader Marc’O, die de zijnen de weg wees door in 1992 een eerste restaurant te openen in Genval. Dan is er zijn vrouw Stéphanie, die een wijnkelnerin werd met een fijne neus. En ten slotte is er zoon Martin, die al 16/20 kreeg van Gault&Millau ... Bij de Volkaerts slaapt men niet, mijnheer, daar kookt men als een chef !

 
Waals-Brabant, januari 2020. De familie Volkaerts is actief op twee fronten. In Genval, niet ver van het meer, hijst zoon Martin elke dag de vlag van ‘L’Amandier’ met de hulp van moeder Stéphanie, die de klanten op hun gemak stelt en goede flessen op tafel zet. Een paar kilometer verder, op het schitterende plein van Céroux, is vader Marc’O druk in de weer aan het fornuis van ‘Les Tilleuls’, samen met zijn jongste dochter Margaux, terwijl schoonzoon Sébastien de zaal in het oog houdt.

De twee restaurants hebben niet alleen een familiale band, maar ook het type keuken van beide is complementair : gastronomisch in Genval, bistronomisch in Céroux. Tot grote tevredenheid van Marc’O, die aan de basis ligt van dit mooie avontuur.

Mijn vrouw en ik openden ‘L’Amandier’ in 1992, toen Martin 1 jaar oud was”, vertelt Marc’O, afkomstig uit Waterloo, die zijn vak leerde aan de hotelschool van Ceria in Anderlecht. “Ik werkte in de horeca en Stéphanie was verpleegster. Onze uurroosters waren dus niet compatibel en we zagen elkaar nauwelijks. We gingen dan ook op zoek naar een klein huisje om samen van thuis uit te kunnen werken.

Een restaurant openen, samen met haar man ? Stéphanie was snel overtuigd : “Ik ben een levensgenieter : ik hou van gastronomie en van het contact met de klanten. Alleen kende ik nog niets van wijn : ik volgde dan ook een opleiding sommelier in avondschool.

‘L’Amandier’. In 2012 beslist het echtpaar om het huis te vergroten en een open keuken te installeren om dichter bij de gasten te kunnen zijn.

 


© Antoine Melis

Een succesverhaal

Het succes blijft niet uit. In 2012 beslist het echtpaar om het huis te vergroten en een open keuken te installeren om dichter bij de gasten te kunnen zijn. Voortaan kunnen die de garde in de potten horen kloppen, de filets in de pan horen knisperen en de borden horen kletteren. Gault&Millau blijft bij zijn mening : nogmaals een 16/20 met felicitaties voor het hele team van het beste restaurant van Waals-Brabant !

En wat deed Martin ondertussen ? Na te zijn opgegroeid in de heerlijke geuren van de keuken van zijn ouders, was hij er op 15-jarige leeftijd klaar voor : “Ik wil hotelschool volgen ! ”. Zijn ouders : “Ben je wel zeker ? Het is niet overal even fijn als hier hoor ! ” En hij : “100 % zeker ! ” In de hotelschool van Namen deed de jongeman tal van ervaringen op en hij kreeg de kans om stage te lopen bij Sang Hoon Degeimbre, in Eghezée (hij had het slechter kunnen treffen). Een openbaring. “Om te leren, moet je reizen en bij de beste chefs solliciteren”, fluistert de meester hem in. Als een van de drie wijzen, maar dan op een roze wolk gezeten, volgt de jongeman de restaurants die van Michelin twee sterren kregen : hij vervolmaakt zich achtereenvolgens bij ‘Nuance’ in Duffel, ‘De Pastorale’ in Rumst, ‘Noma’ in Kopenhagen (toen ‘het beste restaurant ter wereld’), ‘Quique Dacosta’ in Denia (Spanje), houdt vervolgens halt in ‘L’Air du Temps’, waarna hij weer terechtkomt in de ouderlijke stal.

“Less is more”

Nu ik terug ben, wil ik graag werken voor mezelf en mijn familie”, vertrouwt Martin ons toe, die net als Odysseus blij is weer thuis te zijn na een lange reis en ‘L’Amandier’ van zijn ontdekkingen te kunnen laten genieten. Marc’O : “Allemaal goed en wel, maar er is werk aan de winkel ! ” Martin : “En als we het nu eens zelf deden ? ” Dat was al een eerste goed idee ! De terugkeer van de trots van de familie laat een nieuwe wind waaien in het familiale restaurant. Vader en zoon werken zij aan zij en vullen elkaar perfect aan. Marc’O maakt graag sauzen en bereidt graag alles wat uit het water komt (kreeft uit de Schelde, limoen, zeekraal) en Martin werkt graag met regionale producten (kip met witloof, saus op basis van bier). Houdt Marc’O vooral van edele producten ? Dan is het voor Martin minder het product dat het gerecht maakt dan wel de wijze waarop het wordt bereid. “Ik vind ook dat er niet te veel variëteit op een bord moet liggen. Ik concentreer me liever op het hoofproduct, benadrukt de jonge chef, die zich aansluit bij de uitspraak van Ludwig Mies van der Rohe, vader van de moderne architectuur (die hij vergelijkt met de gastronomie) : “Less is more”.

“Top Chef”, mooie reclame !

In 2015 deed Martin nog een nieuwe ervaring op : de confrontatie in de keuken of de ‘strijd tussen chefs’. “Al viel ik af, toch was ‘Top Chef ‘een fijne menselijke ervaring en … ongelooflijke reclame voor het restaurant ! ”, geeft hij toe.

Martin doet het zo goed dat zijn vader in 2018 beslist zich terug te trekken zodat zoonlief zijn eigen keuken kan ontwikkelen. “We kregen de kans om het restaurant in het oude gemeentehuis van Céroux over te nemen, in Ottignies-Louvain-la-Neuve. Dat was niet makkelijk, want er lagen grote brasserieën op de loer. Maar de gemeente gaf de voorkeur aan een kleinschalig project. En we slaagden er al snel in om een trouw publiek naar ‘Les Tilleuls’ aan te trekken.

Alles gaat dus volledig naar wens in de wereld van de Volkaerts. Toch tot in maart 2020, toen de windvlaag van de pandemie alle tafels omverblies en de kaarten opnieuw schudde. Beide restaurants sluiten de deuren en in Genval wordt een traiteurdienst uit de grond gestampt. Het personeel zit zonder werk tot de heropening in de zomer. “Toen de tweede golf voelbaar werd, wilde we ons geen tweede keer laten vangen en beslisten we een kruidenierswinkel te openen”, vertelt Stéphanie. “In drie dagen tijd werd de zaal van het restaurant omgevormd tot winkel”, vervolgt Martin. “Op die manier konden we onze hele ploeg opnieuw halftijds in dienst nemen. En daar draaide het voor ons om.

Epicéa ‘Made in BW’

Zo gebeurde het dus dat de klanten in de schaduw van ‘L’Amandier’, die donderdag, vrijdag en zaterdag nog steeds een traiteurdienst aanbiedt, in de herfst van 2020 plots een nieuwe naam zagen verschijnen : ‘L’Epicéa’. Op de kaart niets dan lokale producten. Om hun leveranciers niet te laten vallen – dat is voor de Volkaerts duidelijk essentieel – beslisten ze hun producten te koop aan te bieden. “We werken al een aantal jaar samen met ‘Made in BW’, een provinciaal platform dat de producenten uit de streek samenbrengt, vertelt Marc’O. Vlees, boter, kaas, fruit, groente en … bier. We bestellen wekelijks, afhankelijk van de beschikbare lokale producten.

De nu 30-jarige Martin is niet van plan te rusten voor hij de 1001 projecten heeft gerealiseerd die hij uit zijn kokshoed tovert. De jonge chef (gehuwd met Laurence en papa van Jade en Louis) wil het allerliefst een derde vestiging openen met chambres d’hôtes, gekoppeld aan een restaurant. Bij het ontbijt kan Stéphanie dan de honing van haar bijen aanbieden, nog een lokale specialiteit “Als iemand in Rixensart ergens een vierkantshoeve te koop weet staan …

“We werken al een aantal jaar samen met ‘Made in BW’, een provinciaal platform dat de producenten uit de streek samenbrengt.”

 


© Antoine Melis

L’Amandier – L’Epicéa
Rue de Limalsart 9
B-1332 Genval
+32 (0) 2 653 06 71

amandier.be

Les Tilleuls
Place Communale 2
B-1341 Céroux
+32 (0) 10 45 35 85

tilleuls.be

de eerste pilotenschool in België


© EspaceDrone

EspaceDrone werd gesticht in Liernu en is nu gevestigd op het vliegveld van Namen. De school heeft al meer dan 1300 piloten opgeleid. Maar wie zijn die knotsgekke kerels met hun ... onbemande vliegtuigjes ?


Foto’s nemen op moeilijk bereikbare plaatsen, in het oog houden van gevaarlijke plekken en zones, originele opnames maken voor films en documentaires, nieuwe gezichtsvelden zoeken ... Een tiental jaar geleden was het al duidelijk dat drones heel wat mogelijkheden boden op uiteenlopende gebieden. Maar hoewel men er veel over sprak, was het gebruik ervan heel bescheiden wegens een vleugellamme wetgeving. Het koninklijk besluit van 10 april 2016 schiep klaarheid en regelde het dronegebruik, dat snel toenam dankzij het geven van vergunningen. Want terwijl eender wie in zijn tuin kan spelen met een toestelletje van een paar honderd gram, heeft men voor zware krachtige drones een vergunning nodig. En sinds de eerste Belgische school voor drone-piloten in 2014 haar deuren opende in Liernu, hebben Renaud Fraiture en zijn instructeurs er al meer dan 1300 opgeleid. We ontmoetten de baas van de school EspaceDrone, die nu in Temploux, op het vliegveld van Namen, gevestigd is.

Eerst wat uitleg over drones ...

Je kunt ze onderverdelen in twee grote groepen: de multi-copters, met hun zeer uiteenlopende omvang en gewicht, die door verscheidene motoren worden aangedreven, en de fixed wing drones, die op kleine vliegtuigjes lijken. Ze bestaan in alle maten en in alle prijzen, van speeltjes van 100 gram die 50 euro kosten, tot luchtvaartuigen met prijzen van verscheidene duizenden euro, naargelang de prestaties en de uitrustingen (bestand tegen regen en wind, geschikt voor nachtvluchten enz.). Een professionele drone kost al vlug 1500 tot 15 000 euro. Voor sommige toepassingen, zoals drones met een camera, is er een tweede speciale bediening nodig.

Welke vergunning heb je nodig en hoe kan je die verkrijgen ?

Om met een drone te spelen in je tuin of op een privé eigendom, heb je, behalve de toestemming van de eigenaar, geen enkele vergunning nodig. Maar zulk een drone moet dan minder dan één kilogram wegen en minder dan 10 meter hoog vliegen. Om een drone voor commerciële doeleinden te gebruiken, moet je eerst bij een erkende en vergunde school een opleiding volgen om een vliegbewijs te krijgen. Naargelang de speciale kenmerken van het toestel en het gebruik dat je er wilt van maken, moet dat een vergunning van klasse 1 of van klasse 2 zijn. Momenteel zijn er in België 2000 tot 2500 piloten die in het bezit zijn van een vergunning van klasse 1 – die de volledigste is – terwijl ongeveer de helft van dat aantal een vergunning van klasse 2 heeft. Er bestaan ook specialisatieopleidingen, die echter niet verplicht zijn, zoals voor thermografie (het meten van warmteverlies in gebouwen), fotogrammetrie (3D-opmeting in het kader van stedenbouwkundige projecten), video’s, onderhoud, hulpverlening …


© EspaceDrone

De regelgeving die werd vastgelegd door het Koninklijk Besluit van 10 april 2016, bepaalt ook de vliegvoorwaarden …

Die regelgeving werd opgesteld in samenwerking met het DGLV (Directoraat-Generaal Luchtvaart) en met Skeyes, de luchtverkeersleider. Om te vliegen, moet je naar een internetplatform surfen, momenteel naar droneguide.be. Naargelang de gekozen zone, zal de gebruiker zien of de daarbij horende vliegvoorwaarden overeenstemmen met die van zijn vergunning. Hij moet die natuurlijk in acht nemen. Wanneer het om een moeilijke zone gaat, bijvoorbeeld omdat ze gelegen is in de nabijheid van zones waarover niet mag worden gevlogen, kunnen de houders van een vergunning van klasse 1 een uitzondering aanvragen, die zal worden onderzocht en al dan niet toegestaan. Uit veiligheidsoverwegingen moeten piloten van klasse 1 de controleurs verwittigen wanneer ze gaan opstijgen.

En de nieuwe Europese wetgeving ?

Die wordt verwacht tegen 1 januari 2021 en ze gaat het systeem helemaal veranderen. Er werd een nieuwe luchtvaartkaart voor drones getekend en, in samenwerking met de burgemeesters, de politie, het leger, de luchtverkeersleiders, de natuurgebieden, de gevangenissen, de kerncentrales ... zal elke lidstaat open zones moeten creëren – met weinig risico op de grond en in de lucht – alsook speciale zones – met meer risico. De vereiste bekwaamheden moeten in verhouding staan tot de risico’s. Die wetgeving wil het kader eenvormig maken en het systeem liberaliseren om de business binnen de Europese Unie te bevorderen. Hoewel de classificatie heel ingewikkeld belooft te worden, zal een gebruiker die over een Europese vergunning beschikt, toch merken dat het leven hem heel wat gemakkelijker werd gemaakt. Bij EspaceDrone zijn alle opleidingen al geschoeid op de leest van die nieuwe wetgeving.

U zegt dat u al 1300 leerlingen hebt opgeleid bij EspaceDrone. Wie zijn dat ?

Ongeveer 55% van onze klanten zijn heel grote ondernemingen zoals Infrabel, RTL-TVI, RTBF en Greenpeace, alsook de diensten van het kadaster en Elia; deze laatste gebruikt drones om de staat van de elektriciteitspylonen te controleren. Tussen 40 en 45% zijn kleine KMO’s en zelfstandigen, die een drone gebruiken voor hun beroepsactiviteiten. Bijvoorbeeld installateurs van zonnepanelen om de staat van de cellen ervan na te gaan, landbouwers, landmeters, architecten, vastgoedbedrijven die de staat van gebouwen controleren met behulp van een drone … Sommige gebruiken ook drones voor het organiseren van evenementen voor ondernemingen of gezinnen. Ten slotte bestaat 2% uit particulieren voor wie drones een hobby zijn. Ze zouden zich kunnen aansluiten bij modelbouwclubs, maar dan zou hun ruimte veel beperkter zijn. Al die leerlingen worden opgeleid met onze drones met dubbele bediening en, wanneer ze hun vergunning op zak hebben, helpen we hun bij het kiezen van het product dat het meest geschikt is voor het gebruik dat zij er willen van maken. Een drone om les te geven, is natuurlijk anders dan een drone om scheurtjes op te sporen …

“ Ongeveer 55% van onze klanten zijn heel grote ondernemingen zoals Infrabel, RTL-TVI, RTBF en Greenpeace, alsook de diensten van het kadaster en Elia; deze laatste gebruikt drones om de staat van de elektriciteitspylonen te controleren.”


Hoe zit het met het vervoer van goederen ?

In België is goederenvervoer nog steeds verboden, behalve voor wie een vergunning van klasse 1 heeft en betaalt voor die uitzonderlijke toelating. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken, moet de gebruiker uitleggen waarom hij die aanvraag indient. Zo is het al gebeurd dat medische of hulpdiensten bloed, geneesmiddelen, defibrillatoren vervoeren en zelfs om boeien op zee af te werpen. In die gevallen is dat verantwoord, want het dient om levens te redden. Maar, gelet op het grote aantal burgerlijke en militaire vliegvelden in België, zou het daarentegen absurd zijn het luchtverkeer te willen reorganiseren om een paar schoenen of pizza’s door de lucht te kunnen vervoeren. Hoe zou men die trouwens moeten afwerpen: met een valscherm of een net?

In de Verenigde Staten heeft Wing, een dochteronderneming van Alphabet (Google), toestemming gekregen om, in samenwerking met FedEx, drones in te zetten in Virginia. Ook de Noord-Amerikaanse postonderneming UPS heeft onlangs groen licht gekregen, terwijl Amazon en Uber van ongeduld staan te trappelen om hun drones te gebruiken voor heel specifieke leveringen. Een dienstverlening die heel nuttig zou zijn geweest tijdens de lockdown …

Hoewel dergelijke aankondigingen dikwijls viraal gaan om mensen nieuwsgierig te maken, worden er in veel landen toch testen uitgevoerd en massaal aanvragen ingediend. In België kan men bubbels vormen om dat soort tests te verrichten. Zelf ben ik “provider” bij Skeyes geworden. Ik kreeg toestemming om in Liernu een geprivatiseerde bubbel met een diameter van 4 kilometer en een hoogte van 1500 voet te maken. Wanneer ik toelating krijg om die te activeren, mag er niemand (vliegtuigen, helikopters, ultra lichte vliegtuigen met motor …) meer binnen in die bubbel. Zo kan ik die zone gebruiken om drones te laten vliegen buiten het wettelijk kader, bijvoorbeeld om te vliegen tijdens de nacht of op een driemaal grotere hoogte en over langere afstanden. Ik kan er ook tests in uitvoeren, zoals voor het vervoeren en afwerpen van voorwerpen, voor verstuivingen, om iets te slepen ...


© EspaceDrone

Mannelijke bij
In het Engels (en ook in het Oudnederlands) betekent “drone” mannelijke bij (of dar). In de jaren 1930 werd die bijnaam door de Engelse artillerie gegeven aan een traag vliegtuig dat als doel bij schietoefeningen werd gebruikt en waarvan het geluid op dat van een hommel leek.


U organiseert ook Drone Days voor vakmensen ?

De zesde uitgave zou op 22 oktober moeten plaatsvinden in Tour & Taxis. Ze zal gaan over de professionele wetgeving en de veiligheid, een terrein dat volop in evolutie is. Zelf leg ik me momenteel vooral toe op veiligheid en inspectie. Ik ben een partnerschap aangegaan met Engie en we zijn bezig een autonome drone te maken die voorzien is van speciale sensoren met 60 miljoen pixels voor het controleren van de wieken van windturbines, om eventuele microscheurtjes te ontdekken …

“ Maar, gelet op het grote aantal burgerlijke en militaire vliegvelden in België, zou het daarentegen absurd zijn het luchtverkeer te willen reorganiseren om een paar schoenen of pizza’s door de lucht te kunnen vervoeren. ”


www.espacedrone.be

staat ten dienste van de landmeters

 

In het kader van het restaureren van gebouwen of van het opvolgen van bouwwerken kunnen drones worden gebruikt voor fotogrammetrie. Een architecten- en landmetersbureau uit Florennes heeft die techniek zelfs op zijn naamkaartjes vermeld.


“Ongeveer vijftien jaar geleden heb ik fotogrammetrie geleerd volgens de oude methode, waarbij je – bijvoorbeeld van een gebouw – opnames maakte met een analoog fototoestel en die foto’s daarna, met behulp van een 3D-bril, overtrok met Oost-Indische inkt om er werkplannen van te maken. Sindsdien is deze meettechniek, die door landmeters en topografen werd gebuikt, aanzienlijk geëvolueerd, eerst door het verschijnen van digitale fotografie en computersoftware, en vervolgens dankzij de drones. Drie hulpmiddelen die ons het werk veel gemakkelijker hebben gemaakt …

Quentin Burton is landmeter bij Equilateral in Florennes, een bureau voor architectuur, stedenbouw, landmeting en fotogrammetrie. Het is op dit laatste gebied dat deze jonge huisvader zich zodanig heeft gespecialiseerd, dat hij er zelfs les over geeft aan landmeters en ingenieurs. Om te kunnen profiteren van de nieuwe technieken, heeft hij met zijn vennoten de firma Géo Drone opgericht en enkele luchtvaartuigen gekocht om zijn opdrachten tot een goed einde te brengen. Het is beter er een of twee op voorraad te hebben, voor het geval een drone zou crashen”, zegt degene die zijn vliegvergunning in Temploux behaalde. Uit onhandigheid? “Veeleer door de risico’s van het vak. Een van mijn drones werd immers neergehaald door een buurman, die niet wist dat we metingen uitvoerden: hij dacht dat we hem aan het bespioneren waren! Sindsdien gaan we aan alle deuren aanbellen om uit te leggen wat we komen doen.”

Op de millimeter nauwkeurig

En wat doet hij ? Hij stuurt de drone rond het gebouw en laat hem een hele reeks foto’s nemen, waarmee hij een 3D kopie kan maken om op basis daarvan zeer nauwkeurige plannen te verkrijgen. “We leggen eerst een hele reeks ijkpunten vast met behulp van een traditionele theodoliet of een GPS. Met onze drone maken we dan in de lucht en op de grond foto’s die met die punten overeenkomen. Die foto’s steken we daarna in een computerprogramma dat op basis van die ijkpunten en die foto’s een op de millimeter nauwkeurig 3D model van het gebouw gaat maken. Alsof we het terrein in ons kantoor hadden gebracht ! Op basis daarvan kunnen we een orthofoto maken, dat wil zeggen een reconstructie met textuur van het beeld van het model volgens het gekozen projectievlak. Let wel : dat is geen herstelde foto. De details zijn ongelooflijk nauwkeurig : elke steen staat op zijn plaats en heeft het juiste reliëf. Met behulp van de orthofoto kan de architect daarna een juist plan van het gebouw tekenen.


Met fotogrammetrie werd een model gemaakt van een industriesite te Mont-Saint-Guibert.

“ Een van mijn drones werd immers neergehaald door een buurman, die niet wist dat we metingen uitvoerden : hij dacht dat we hem aan het bespioneren waren! Sindsdien gaan we aan alle deuren aanbellen om uit te leggen wat we komen doen.”


Voor restauraties, steengroeven, videogames …

Het Naamse bureau voerde of voert de restauratie uit van erfgoed zoals de school van het seminarie van Floreffe, van het kasteel en de tuinen van Annevoie (een groot werf dat in 2016 begon), en van de Touriste IV, een schip in privébezit dat aan het begin van vorige eeuw de verbinding tussen Dinant en Namen onderhield en dat ongetwijfeld voorgoed zal aanmeren te Namen, ter hoogte van de nieuwe loopbrug. Maar fotogrammetrie en drones kunnen ook heel nuttig zijn voor het opmaken van de plaatsbeschrijving van een bouwplaats of voor het opvolgen van de evolutie van een steengroeve, dat wil zeggen voor het beheren van de ontginning en het berekenen van de voorraden. Die techniek kan bovendien worden gebruikt voor toeristische en culturele doeleinden. Zo zou er een model kunnen worden gemaakt van de ruïnes van de abdij van Villers-la-Ville, zodat de bezoekers met behulp van een bril met toegevoegde werkelijkheid de indruk zouden hebben dat ze rondwandelden in de abdij vóór die in verval kwam. “De ontwerpers van videogames gebruiken ook die techniek”, benadrukt Quentin Burton. “Bijvoorbeeld om de indruk te geven dat men een auto bestuurt op het echte circuit van Francorchamps … Maar in dergelijk geval leveren wij slechts de bestanden. Verder hangt het af van de deskundigheid van de computergrafici … 

www.geo-drone.net

om landbouwers te helpen


Voorbeeld van een veld waarvan de cartografie aantoont dat het om een zeer heterogene grond gaat: de donkerblauwe zones (18 kilogram/ha) vragen achttien keer minder stikstof dan de felrode zones (320 kilogram/ha).

Zelfs al laat de concurrentie van satellieten zich overal meer en meer voelen, toch maakt de landbouw ook gebruik van foto’s die door drones worden gemaakt, bijvoorbeeld om een betere kijk te krijgen op de hoeveelheden van meststoffen die de gewassen nodig hebben.


Het was uit het verlangen om te innoveren dat de Société Coopérative Agricole de la Meuse (SCAM) in 2014 een drone aankocht. Die maatschappij heeft ongeveer 200 werknemers in dienst en biedt haar diensten (aan- en verkoop van graangewassen, handel in zaaigoed en meststoffen, productie en verkoop van veevoeder …) aan meer dan 5000 landbouwers aan. Ze besloot een agridrone (of landbouwdrone) aan te kopen, waarmee haar klanten het verspreiden van meststoffen op hun velden beter kunnen beheersen, hoofdzakelijk voor tarwe en koolzaad.

Vroeger spreidden de landbouwers de mest gelijkmatig over hun velden uit”, aldus Charles Thewis, die lid is van de SCAM en de agridrone bestuurt. “Dankzij de beelden die door de drone worden geleverd, weten ze nu welke de reële behoeften van de planten op elk perceel zijn en kunnen ze daar de geschikte hoeveelheid stikstofhoudende mest over uitspreiden. Dankzij die betere verdeling verbruiken ze niet enkel minder mest, maar die techniek heeft ook een gunstige invloed op het milieu, aangezien men er overdosering en doorsijpeling in het grondwater mee kan vermijden.

Een multispectrale sensor

Eigenlijk registreert de multispectrale sensor van de op de drone gemonteerde camera de reflectie van de teelt, dat wil zeggen de hoeveelheid licht die door de bladeren wordt weerkaatst. Dankzij de vastgestelde golflengte, kan men de ontwikkeling van de biomassa (de planten) kennen, alsook het bladgroengehalte en de bladdichtheid van de planten ; dat zijn allemaal agronomische indicatoren waardoor de dienstverlener – tegen een prijs van 10 tot 12 euro per hectare – aan de landbouwer een nauwkeurige cartografie van de ontwikkeling van zijn teelten kan bezorgen. Aangezien steeds meer tractoren zijn uitgerust met een computer en met geolocatie, kan de hoeveelheid uitgestrooide mest automatisch worden geregeld naargelang de zone waarin men zich bevindt.

Toch staat er momenteel een rem op die techniek”, onderstreept de piloot. Naast de moeilijkheden in verband met de vluchtomstandigheden, heeft de drone ook te maken met de concurrentie van satellieten zoals Sentinel 2A & 2B, die tegenwoordig meer en meer overvliegen. De opeenvolgende opnames van die satellieten leveren beelden met voldoende resolutie en nauwkeurigheid om tegemoet te komen aan de behoeften van de landbouwers, en wel tegen een lagere prijs.


© EspaceDrone

Het leger en de politie, alsook de hulpdiensten maken meer en meer gebruik van drones. Luchtfoto’s kunnen immers kostbare informatie geven vóór, tijdens en na een ramp.


Terwijl Defensie al heel vlug drones inzette voor verkennings- en bewakingsopdrachten en terwijl de douane en de federale politie hetzelfde doen, bijvoorbeeld om bewegingen aan de grenzen in het oog te houden, schepen te ontdekken die verboden producten in zee storten of zich schuldig maken aan illegale visserij, alsmede om bewegingen van groepen mensen te volgen …, zijn ook de hulpdiensten zich aan het uitrusten met speciale eenheden voor het op afstand besturen van drones.

Kapitein Thomas Depaepe behoort tot het tiental brandweerlieden van de zone Henegouwen-Centrum, dat onlangs tot dronepiloot werd opgeleid. Als officier heeft hij de leiding van de USI-drone van die zone, namelijk de speciale eenheid die drones gebruikt voor uiteenlopende opdrachten, zowel vóór als tijdens en na interventies.

Ook de hulpdiensten zijn zich aan het uitrusten met speciale eenheden voor het op afstand besturen van drones.


Om brandhaarden te ontdekken

In het kader van het uitwerken van een urgentieplan of de voorbereiding ervan op belangrijke plaatsen, wordt een drone gebruikt voor het opsporen van de risicozones, de mogelijke toegangswegen voor de brandweer, de watervoorzieningspunten en de plaatsen waar het personeel of de geëvacueerde burgers kunnen worden bijeengebracht”, vertelt de brandweerman, die gekazerneerd is in de hulppost van Zinnik. Tot nog toe gebruikten we beelden van Google Maps, maar die zijn niet noodzakelijk up-to-date en de invalshoek is dikwijls te verticaal om nuttig te zijn.

Vervolgens zal de drone tijdens de interventie luchtfoto’s van de plaats maken, waardoor de brandweer zich het best kan opstellen en zo efficiënt mogelijk kan ingrijpen. Bij overstromingen kunnen de beelden helpen bij het bepalen van de omvang van de schade en het opsporen van de strategische plekken. Bij brand zullen de warmtecamera’s ook helpen om de brandhaarden te vinden.

Na een interventie gebruiken we drones om een overzicht te krijgen van het verloop van de gebeurtenissen”, legt Thomas Depaepe uit. “De beelden dienen dan om de draad van de interventie terug te vinden en daar de nodige besluiten uit te trekken. Voor een brand die bijvoorbeeld ’s nachts ontstond, wanneer de drone niet kan vliegen, gebruiken we die de volgende dag om een duidelijker beeld te krijgen. Dankzij de overdag genomen beelden zullen we onze werkwijze kunnen blootleggen, nagaan of er geen fouten werden gemaakt en of de brand vanop de juiste plaats werd bestreden …

De kapitein haalt nog andere gevallen aan : Wanneer een gebouw dreigt in te storten, sturen we een drone naar binnen of naar buiten om te zien waar de scheuren zich voordoen. Tijdens een groot festival, zoals dat van Dour, gebruiken we een drone om een overzicht van de camping te krijgen en met de thermische camera’s eventuele hete plekken zoals barbecues op te sporen …

 

een nieuw Waals economisch centrum


© Aérodrome de Namur 

Een nieuwe verharde baan, een nieuwe loods van 2300 m2, nieuwe restaurant- en receptieruimtes … Als er één vliegveld een volledige metamorfose ondergaat, dan is het wel dat van Namen, in Temploux. En dit dankzij een investeerderstrio dat de zaak in 2017 in handen nam.


De voornaamste investeerder is burggraaf Olivier de Spoelberch, die in het kasteel van Flawinne woont en tot de familie van de historische aandeelhouders van AB-InBev behoort. Hij is dol op schaalmodellen en op vastgoed. Hij is ook piloot. In 2017 stelde hij aan de gewezen RTL-journalist Benjamin de Broqueville een partnerschap voor om nieuw leven te geven aan het vliegveld van Namen, dat tijdens de tweede wereldoorlog werd aangelegd door de Amerikanen en in 1983 werd geprivatiseerd. De derde partner is ook een bekende, namelijk Vanina Ickx, autocoureurster en houdster van een masterdiploma in de marketing. Zij zou zorgen voor de plaatselijke vastgoedontwikkeling.

We hebben de installaties overgekocht in juli 2017 en een maand later hadden we het geluk te vernemen dat Sonaca Aircraft een plaats zocht voor het bouwen van zijn les- en recreatievliegtuig, de Sonaca 200”, vertelt Benjamin de Broqueville, die gedelegeerd bestuurder en zaakvoerder van het vliegveld is. “Nadat we de school voor dronepiloten hadden verwelkomd en glasvezelkabels hadden aangelegd, was dit een nieuwe en onverhoopte kans om te groeien en onze activiteiten verder te ontwikkelen. Vanaf december 2017, waren we in staat om deze Belgische leider op het gebied van de luchtvaartindustrie een onderkomen te bieden in voorlopige installaties.

Een loods voor het bouwen van de Sonaca 200

Tussen 2017 en 2018 zou het trio 8 miljoen euro investeren. En het ene werf volgde het andere op : een nieuwe verharde baan van 690 meter, nieuwe brandstofpompen, een nieuwe parking, het verwijderen van het asbest uit de daken van de gebouwen, een opvangsysteem voor regenwater voor het wassen van vliegtuigen, en, vooral, het voorbereiden van de komst van Sonaca, waarvoor in 2019 een moderne loods van 2300 m2 werd gebouwd, opdat de firma de certificeringsstappen, het assembleren en het leveren van 80 vliegtuigen per jaar tot een goed einde zou kunnen brengen. En voor het ontwikkelen van ‘groene’ en geluidsarme activiteiten, kocht het team een lier voor zweefvliegtuigen.

Vliegtuigen, helikopters, zweefvliegtuigen, valschermspringers en drones : in Temploux ontstaat echt een klein economisch centrum voor algemene luchtvaart”, aldus een tevreden Benjamin de Broqueville. “En de tewerkstelling volgt : sinds onze overname steeg het aantal werknemers van 9 naar 85. Tegen 2023 streven we naar 200 medewerkers.

Om daarin te slagen, zetten de verantwoordelijken veel in op het organiseren van bedrijfsevenementen van het ‘incentive’-type (rond vliegtuigen, helikopters, zweeftoestellen …). Daarom wordt het hoofdgebouw tegen februari 2021 voorzien van drie nieuwe zalen voor catering en recepties. Als kers op het dak van het vliegveld komt er een zaal voor 300 personen, dat het mooiste terras ter wereld zal krijgen !

“ Vliegtuigen, helikopters, zweefvliegtuigen, valschermspringers en drones: in Temploux ontstaat echt een klein economisch centrum voor algemene luchtvaart. ”

 


© Aérodrome de Namur 
De nieuwe Sonaca-loods van 2300m². 

www.aerodromedenamur.be

Drones in de stratosfeer ?

Olivier de Spoelberch, de hoofdinvesteerder in het vliegveld van Namen, is een hartstochtelijke liefhebber van motorzweefvliegtuigen. Daarom is hij meerderheidsaandeelhouder van Stemme AG, bestuurt hij zelf de motorzweefvliegtuigen S10 en S12 van die in Duitsland gevestigde firma en stichtte hij in mei 2018 de dochteronderneming Stemme Belgium op het vliegveld van Namen. In 2021 wil hij vanuit Wallonië een drone naar de stratosfeer sturen! Het plan kreeg de naam Sunrise en wordt gesteund door het Waals Gewest. “Elf ingenieurs werken momenteel aan dat stratosferisch vluchtproject, dat in partnerschap met Sonaca wordt uitgevoerd”, bevestigt Benjamin de Broqueville, die trouwens de CEO van Stemme Belgium is. “Als die vluchten slagen, zullen we Wallonië wereldwijde bekendheid geven.

Een woordje uitleg over de stratosfeer: die laag van de atmosfeer ligt boven de troposfeer – waarin vliegtuigen en helikopters kunnen vliegen – en onder de mesosfeer – die onder toezicht van de satellieten is geplaatst. Die tussenlaag zou dus door drones kunnen worden gebruikt voor het uitvoeren van waarnemings- en bewakingsopdrachten in het kader van militaire operaties.


© Aérodrome de Namur 

Your opinion counts