Waw magazine

Waw magazine

Menu

I presume ?

Wist u dat u in het treinstation van Luik-Guillemins kunt inschepen om de Nijl op te varen tot aan het Dal der Koningen en daar het graf van Toetanchamon kunt bezoeken zonder getroffen te worden door de vloek? Neen? Ga dan vlug uw kaartje kopen, want deze uitzonderlijke tentoonstelling sluit haar deuren op 31 mei.


Een tentoonstelling over de “vergeten farao” in Luik? Sommigen vroegen zich af of de organisatoren geen groot risico namen, aangezien de schitterende tentoonstelling over Toetanchamon die in 2011 in Brussels Expo plaatsvond, nog vers in het geheugen ligt, maar ook en vooral wegens de 1.420.000 bezoekers die tussen maart en september 2019 naar Parijs trokken om er de “Schat van de Farao” te bewonderen, met talrijke stukken uit de vaste verzamelingen van het museum van Caïro. “Een risico? Neen! In de eerste maand telden we trouwens al 30.000 bezoekers”, antwoordt Marie Kupper met een glimlach. Zelf was ze nog niet eens geboren toen haar grootvader, René Schyns, de eerste tentoonstelling over Hergé organiseerde in Welkenraedt. Nu, op haar 25e, wordt ze stilaan diens opvolgster aan het hoofd van Europa Expo.

De jonge directrice, die instaat voor de organisatie en de financiën, legt een en ander uit: “We hebben er altijd naar gestreefd grote evenementen op een andere wijze aan te bieden. Voor deze tentoonstelling wilden we de bezoekers in de voetsporen van Howard Carter laten treden, hun zijn hoop en zijn twijfels laten delen, maar ook zijn verrukking toen hij plots voor dat graf stond, waar iedereen vruchteloos naar had gezocht. En dan, nadat ze, zoals de archeoloog, de drie identiek nagemaakte grafkamers hebben ontdekt, kunnen de bezoekers zich een juist beeld vormen van de wereld waarin de jonge farao heeft geleefd, dankzij de talloze voorwerpen die ter plaatse werden gevonden en die we in de vijftien themazalen van de expo terug in hun historische context geplaatst hebben. Het is ongetwijfeld die kennis, die de werkelijke schat van Toetanchamon vormt!

Op haar 25e bereidt Marie Kupper zich stilaan voor om haar grootvader René Schyns aan het hoofd van Europa Expo op te volgen.


Twee wereldprimeurs

Van de honderden emblematische kunstwerken die in Luik worden getoond, zijn er een 200-tal originele stukken uit musea (het MET-museum van New York, het Louvre, de musea van Mariemont, Manchester …) en uit privéverzamelingen. En 250 stukken zijn getrouwe kopies uit de werkplaatsen van het museum van Caïro, die werden uitgeleend door het ministerie voor Egyptisch oudheden. “Onze tentoonstelling brengt ook twee ‘wereldprimeurs’: de weergave van een deel van het koninklijk paleis en de replica van het atelier van Tuthmosis, de officiële koninklijke beeldhouwer”, aldus Marie Kupper, die benadrukt dat de muurschilderingen van het paleis werden gemaakt door de kunstenaars van de werkplaatsen van Europa Expo, die daarvoor pigmenten, zoals in die tijd, hebben gebruikt en daarbij zelfs de schimmels hebben nagebootst! Wie schrik heeft van vervloekingen, kan gerust zijn: de schimmels werden goed nagemaakt, maar zijn niet echt. Niemand zal dus allergeen stof inademen …

www.europaexpo.be

Belangrijke data
• 4 november 1922 : ontdekking van de trap die naar het graf van Toetanchamon leidt.
• 26 november 1922 : Howard Carter gaat, samen met Lord Carnavaron, het voorvertrek van het graf binnen.
• 17 februari 1923 : opening van de grafkamer in aanwezigheid van koningin Elisabeth en van de beroemde Belgische egyptoloog Jean Capart.
• 28 oktober 1925 : opening van 3e doodskist, waarin de mummie zich bevindt.


Toetanchamon en het Oude Egypte

De beschaving van het Oude Egypte begon omstreeks 3150 vóór Christus, met de politieke eenmaking van Opper- en Neder-Egypte en ze ontwikkelde zich tot aan het bewind van Ptolemaeus XV (de zoon van Cleopatra VII), de laatste farao, die in 30 werd geëxecuteerd door Octavius (die de eerste Romeinse keizer zou worden). Die tweeëndertig eeuwen werden onderverdeeld in drieëndertig dynastieën. Toetanchamon (-1335 tot -1327) behoorde tot de XVIIIe dynastie, tijdens dewelke Egypte macht en roem kende – terwijl Ramses II zijn stempel drukte op de XIXe dynastie. Toetanchamon was 8 jaar toen hij de troon besteeg en hij stierf kinderloos op zijn 17e of 18e.


De reproductie van de inrichting van een koninklijk paleis, een wereldprimeur.

Achnaton, de “godslasterlijke” farao

Toetanchamon was de zoon van farao Amenotep IV, die het veelgodendom wilde vervangen door een monotheïstische eredienst aan de zonnegod Aton. Uit eerbetoon aan die god, liet hij zich Achnaton (‘dienaar van Aton’) noemen en bouwde hij, tussen Memphis (Caïro) en Thebe (Luxor), de stad Achetaton (‘uitzicht op Aton’) waarvan hij de nieuwe hoofdstad van Egypte maakte. Toen hij overleed na een in militair opzicht weinig roemrijk bewind, werd de oude eredienst hersteld en werd de stad van de “godslasterlijke” farao aan haar lot overgelaten. De archeologische site van Achetaton werd onderzocht onder de naam Amarna.

“Mister Carter is een degelijke jonge man, die uitsluitend belangstelling heeft voor schilderkunst en voor natuurlijke historie ... Ik zie er voor mij geen nut in om van hem een opgraver te maken!” (de archeoloog Sir Flinders Petrie, in wiens dienst Howard Carter op zijn 17e werkte).


Het schitterende voorvertrek

In 1922, na vijf seizoenen vruchteloze opzoekingen, ontdekte de Britse archeoloog Howard Carter, die voor rekening van Lord Carnavaron werkte, het graf van Toetanchamon in het Dal der Koningen, in de buurt van Luxor. Het was een aangrijpend moment voor zijn team, toen een arbeider op 4 november van dat jaar een eerste trede blootlegde. Nadat ze de trap hadden vrijgemaakt en een lange gang doorlopen, kon de archeoloog door een in de deur gemaakt gat een blik werpen in het voorvertrek van het graf. “Enkele seconden lang – die een eeuwigheid moeten hebben geduurd voor mijn medewerkers – stond ik stom van verbazing. Toen Lord Carnarvon me ten slotte vroeg: “Ziet u iets?”, kon ik alleen maar antwoorden: “Ja, wonderen!”

In elkaar geplaatste doodskisten

Na de ontdekking van het graf was er nog veel geduld en spierkracht nodig vooraleer het team van Howard Carter tot bij de mummie kwam. Die schuilde immers in een 110 kilogram zware sarcofaag van massief goud, die omhuld was door twee andere sarcofagen die op hun beurt in een grote sarcofaag van kwartsiet lagen, die zich op haar beurt onder vier uitschuifbare kapellen of vergulde schrijnen bevond. “Het was 28 oktober 1925. We verwijderden voorzichtig de lange spijkers van massief goud en tilden het deksel dan op met de gouden handgrepen. Onder onze ogen lag een indrukwekkende, zuivere en verzorgde mummie. Een prachtig masker van schitterend goud stelde het gezicht van de farao voor ...

Een hapje voor onderweg

Carter heeft tien jaar tijd nodig gehad om de inventaris te maken van de 5398 voorwerpen die in het graf werden gevonden en waarvan er ongeveer 200 onder de windsels van de mummie staken. Tot die voorwerpen behoorden strijdwagens, wapens (zwaarden, bijlen, knotsen, kurassen, schilden …), juwelen, kledingstukken, maar ook veel eetwaren
(48 dozen rundvlees en gevogelte, 28 grote kruiken wijn …). De Egyptenaren geloofden immers in het eeuwige leven en in een beloning of vergelding voor de tijdens ons aardse leven gestelde daden. Na hun dood begonnen ze dus aan een echte reis om voor een rechtbank van tweeënveertig goden te verschijnen. Die eetwaren, kleren en rijkdommen moesten de jonge farao niet alleen in staat stellen om de reis te maken, maar ook om offers te brengen aan de goden.

Tuthmosis, de beeldhouwer van het vrouwelijke ideaal

De weergave van het atelier van Tuthmosis, de hofbeeldhouwer van Achnaton, is een wereldprimeur. Dankzij de opgravingen in Amarna, konden de te beeldhouwen gips en steenblokken worden nagemaakt met de toenmalige instrumenten. De bezoekers kunnen stap voor stap het werk volgen van een kunstenaar die steeds op zoek was naar absolute volmaaktheid, zoals blijkt uit de beroemde Nefertiti-buste die in zijn werkplaats werd gevonden. De koningin was ongetwijfeld heel mooi, maar wanneer men weet dat lichamelijke schoonheid voor de Egyptenaren de spiegel was van geestelijke schoonheid, kan men vermoeden dat de beeldhouwer zichzelf heeft overtroffen om die aan volmaaktheid grenzende trekken vast te leggen.

De vloek: wanneer de legende wordt ontkracht

Tijd om veel te doen heeft Toetanchamon niet gehad tijdens zijn kort bewind. De farao is vooral bekend wegens de vloek in verband met het schenden van zijn graf. Verscheidene leden van het team van Howard Carter en ook enkele van zijn kennissen overleden enige jaren na de ontdekking van de mummie, zoals Lord Carnavaron, de opdrachtgever van de opgravingen, die slecht vijf maanden daarna overleed. Bij het scheren verwondde hij zich op de plek waar een mug hem had gestoken en de infectie leidde tot een bloedvergiftiging. Hij was 56 jaar.


Volgens wetenschappers zou die ‘vloek’ hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de in de graftombe aanwezige organische stoffen (fruit of groenten). In de loop der eeuwen zouden die producten tot ontbinding zijn overgegaan en allergene stofdeeltjes hebben gevormd.

EUROPA EXPO
Europa Expo nam het initiatief voor een tiental grote tentoonstellingen, die drie miljoen bezoekers trokken: ‘Tout Hergé’ in Welkenraedt (1991), ‘Tout Simenon’ in Luik (1993), ‘Ik was 20 in 45’ (1995), ‘Made in Belgium’ (2005) en ‘Leonardo Da Vinci’ in Brussel (2007-2008). Sinds de oprichting van de Calatrava-museumruimte in het station van Luik-Guillemins, heeft Europa Expo er de culturele ontmoetingsplaats van de stad Luik van gemaakt. Zo werd daar een hele reeks tentoonstellingen gemaakt: ‘SOS Planet’ (2010-2011), ‘Golden Sixties’ (2012-2013), ‘Liège Expo 14/18’ (2014-2015), ‘Van Salvador tot Dali’ (2016), ‘Het terracottaleger’ (2017), ‘Ik zal 20 zijn in 2030’ (2017-2018) en ‘Generation 80 Experience’ (2018-2019).


Koningin Elisabeth was een slechte profetes

In maart 1923, toen koningin Elisabeth vernam dat Lord Carnarvon ziek was, zei ze tot haar zoon, de latere Leopold III: ‘Al wie in het graf van Toetanchamon is geweest, mijzelf inbegrepen, zal spoedig sterven.’ Elisabeth was een van de eersten die over de vloek sprak.
 Gelukkig was ze beter als koningin dan als profetes, aangezien ze 89 jaar werd. Zelf ben ik, in 1939, op mijn 64e aan kanker gestorven.” (Howard Carter, audiogids)

Zoek niet langer de moeder: het is Nefertiti

Uittreksel uit de biografie van Achnaton, van de hand van Dimitri Laboury en in 2010 gepubliceerd bij Pygmalion / Flammarion

Ook al blijven er nog enige twijfels, toch zijn veel wetenschappers het erover eens dat koningin Nefertiti, de echtgenote van Achnaton, de moeder van Toetanchamon was. Dimitri Laboury, adjunct-professor aan de Luikse universiteit en specialist in de kunstgeschiedenis en de archeologie van het Egypte van de farao’s, die voorzitter is van de wetenschappelijke commissie van de tentoonstelling, is één van hen.

De egyptologische gegevens zijn eigenlijk heel duidelijk”, legt hij uit. “Om te beginnen is er het feit dat die knaap van 8 of 9 jaar tot farao wordt gekroond op een moeilijk moment in de geschiedenis van Egypte, waar het feitelijke gezag in handen was van hoge militairen, die de kindkoning trouwens zouden opvolgen, maar hem toen niettemin vóór lieten gaan. Dit laatste betekent zonder de minste twijfel dat dit kind van koninklijk afkomst was, want op die leeftijd kon het enkel voorrang hebben door zijn bloed. De epigrafische informatie op de site van Amarna spreekt van een ‘eigen zoon van de koning, Toetanchaton’, waarvan we perfect weten dat het de oorspronkelijke geboortenaam was van de toekomstige Toetanchamon. Wat betreft de moeder van de kindkoning (die noodzakelijkerwijze een intieme band moest hebben met farao Achnaton), beeldt een rouwtafereel op de koninklijke graftombe in Amarna – en dus een zeer officieel monument – het koningspaar uit dat de dood beweent van hun tweede dochter, prinses Meketaten, in het gezelschap van een voedster (met het typische kapsel voor voedsters uit die tijd), die een zeer jong kind draagt. Uit de bijbehorende titulatuur (het ceremoniële paneel, zie afbeelding), blijkt zonder de minste twijfel dat het gaat om een koninklijk kind, wiens naam het element ‘Toet ’ bevat, terwijl het determinatief (het teken aan het einde van de persoonsnaam in het hiëroglyfisch schrift) duidelijk mannelijk is; de titulatuur eindigt bovendien met de bijzonderheid ‘gebaard door’ Nefertiti. Er bestaat dus geen twijfel over de afstamming van Toetanchamon (te meer daar de berekening van zijn geboortejaar uitkomt op enige tijd vóór het overlijden van het Meketaten).

Vanuit egyptologisch oogpunt is Nefertiti dus de moeder van Toetanchamon. Uit het paleogenetisch onderzoek op de mummies van personen die vermoedelijk tot de familie van Toetanchamon behoorden, blijkt bovendien dat mummie KV35 YL (young lady) genetisch de moeder van Toetanchamon is. Het verband is duidelijk: mummie KV35 YL is het lichaam van Nefertiti.

Er zijn nog wel enkele collega’s die het graf van de koningin zoeken, maar ik denk dat dit volstrekt nutteloos is, want wanneer we haar mummie hebben, waarom dan nog zoeken naar haar graf?

Welkom creatieve geesten!

Onze artiesten en creatievelingen ontbreekt het niet aan ideeën, armen, handen of moed. Maar wie van hen heeft de middelen om materiaal te kopen en een lokaal te huren op het moment waarop hij met zijn activiteit begint? Sinds 2012 biedt het Comptoir des Ressources Créatives (toekomstige) ontwerpers materiële en immateriële steun aan. De vzw legt zich toe op het stroomlijnen van de behoeften en op lokale verankering, en mikt vooral op de sociale economie. Op die manier sluit ze perfect aan bij de transitiebeweging.

 

Ateliers Dony © Alice Langerome

‘Voor creatievelingen, door creatievelingen.’ Zo omschrijft Comptoir des Ressources Créatives zichzelf, een netwerk van vzw’s dat het licht zag in Luik en zich inmiddels heeft uitgebreid tot Namen, Charleroi, Bergen en Verviers. Het project vertrekt van ervaring op het veld en brengt middelen en mensen samen, met eerbied voor ieders eigenheid.


ateliers Dony couture

Het begon allemaal in 2008, toen Wallonië officieel mocht kiezen welke stad het in hoofdletters boven aan de affiche ‘Culturele Hoofdstad van Europa 2015’ zou plaatsen. Heel wat Luikse culturele en artistieke spelers wilden die gelegenheid aangrijpen om de kandidatuur van hun ‘Cité ardente’ in te dienen. En al volstond de opeenstapeling van lofbetuigingen niet om Bergen in te halen, dat enige voorsprong had verworven dankzij een gunstige wind, toch deed het een vuur ontbranden waaraan de actoren van de Luikse culturele wereld zich konden warmen.

“Die spelers kwamen tot het besef dat ze dezelfde ambities, maar ook dezelfde bekommernissen deelden”,vertelt Julie Hanique, kunsthistorica en coördinator van Comptoir des Ressources Créatives. “Het plan om de krachten te bundelen en zo op de behoeften van de eigen sector te kunnen inspelen, rijpte tot op het moment van de oprichting van de vzw. Ze kozen ervoor het principe ‘Zelf doen we het altijd beter’ toe te passen. En daar kregen ze gelijk in, want het project blijft zich sinds 2012 steeds verder uitbreiden.”

Als het project op dit moment op volle snelheid vaart, dan is dat in de eerste plaats omdat de leiding beslist heeft om iedereen aan boord te nemen. “Dit project, dat ‘door creatievelingen voor creatievelingen’ werd opgestart, wilde vanaf het begin multidisciplinair zijn. We wilden absoluut niet met een vaste lijst werken. Van plastische kunst, digitale kunst, over design tot houtbewerking, van fotografie tot podiumkunsten, iedereen die van zijn creaties leeft of die dat graag zou willen, kan tot het netwerk toetreden. Of je nu werknemer, zelfstandige of een losse medewerker van de amusementsindustrie bent, OCMW-steun krijgt of andere inkomstenbronnen hebt, iedereen is welkom”, ligt Julie toe, die nog één puntje wil benadrukken: “we besteden erg veel aandacht aan eenieders eigenheid en vellen geen oordeel over het artistieke opzet van de artiesten die we helpen.”

Prioriteit nr. 1: ruimte om te creëren

Al zijn de behoeften niet in elke stad noodzakelijk dezelfde, toch is er één die overal opduikt en die essentieel blijkt te zijn: ruimte om te produceren. “Als je je woonruimte moet verlaten om naar je werk te gaan, dan kan je uit je isolement raken en je professionele leven meer ruimte bieden. Op die manier kunnen kunstenaars elkaar bovendien leren kennen, ideeën uitwisselen, materiaal met elkaar delen en dus bij eenzelfde dynamiek aansluiten. We vonden het dan ook meteen vanzelfsprekend dat onze diensten ook een vastgoedluik moesten krijgen”.

In Luik ging het Comptoir al snel op zoek naar lokalen die aangepast zijn aan de behoeften. De Stad, die wel iets zag in het dossier dat haar werd voorgelegd, stemde er in 2013 mee in om tegen een lage prijs 400 m² kantoorruimte te verhuren in de wijk Saint-Léonard, waar de artistieke activiteit in elke straat aanwezig is. “We verhuren die ruimte aan artiesten tegen een gunsttarief, voor een maximumperiode van drie jaar, hernieuwbaar indien ze kunnen aantonen dat hun project een zekere evolutie kent”, vertelt Julie, die uitlegt dat die gemeenschappelijke ruimtes vandaag worden gebruikt door een twintigtal kunstenaars, die werken in een geest van emulatie en samenwerking, en die actief zijn in tal van disciplines: grafische vormgeving, theater, literatuur, audiovisuele kunst, sociaal-cultureel werk …

Een tijdelijke winkel in Namen Het Comptoir des Ressources Créatives in Namen lanceerde als eerste het concept ‘tijdelijke winkel’, een locatie waar kunstenaars hun werk kunnen laten zien. Het Comptoir ligt aan de rue de Fer, in het centrum van de stad, en is zowel een uitstalraam voor hun creaties (decoratie, textiel, meubilair, illustraties, accessoires, juwelen …) als een winkel. In de ruimte kunnen tevens zes ateliers worden ingericht van iets meer dan 10 m², die de kunstenaars voor een aantal maanden kunnen huren. De naam van deze plek die lokale artistieke creaties ondersteunt? ‘Ceci n’est pas une boutique’!

 
Een twintigtal gedeelde ateliers

Toch bleek al snel dat de ruimte niet op alle noden kon inspelen en dat sommigen grotere of geluidsdichtere lokalen nodig hadden, om hout te bewerken, te lassen of decors te maken. Dit keer kon het Comptoir rekenen op financiële steun van het Waals Gewest. Het kreeg een lening en kon, via de oprichting van een coöperatieve vastgoedvennootschap met een sociaal oogmerk, een hangar van 1400 m² aankopen, gelegen in de rue Dony, in dezelfde wijk. Met heel wat inventiviteit, tweedehandsmaterialen en inspanning konden er een twintigtal ateliers in worden ondergebracht voor onder meer keramiek, hout, lassen, zeefdruk, textiel, audiovisuele animatie, lederbewerking, zeepziederij, slotenmakerij en zelfs … een bakkerij. In de ruimtes kunnen ook ontmoetingen of stages plaatsvinden.

“De bewoners krijgen de kans om samen te werken, zodat ze een lagere huur kunnen betalen en een eigen, inbreng hebben met betrekking tot projecten, die uiteraard evolueren”, benadrukt de coördinator, die eraan toevoegt: “We hebben nooit lukraak ruimtes gecreëerd. We zijn altijd uitgegaan van een behoefte, van wat op het terrein leeft. Zo kwamen drie keramisten bij ons terecht omdat ze op zoek waren naar een ruimte en een oven. Wij gingen op zoek naar andere pottenbakkers zodat ze samen in een atelier terecht konden en de kosten konden delen. Inmiddels maken al zo’n tien keramisten gebruik van de oven …”

Een partnerschap via de Euregio Maas-Rijn Om de ambachtslui ook over de landsgrenzen heen met elkaar in contact te brengen, werd er een netwerk voor culturele actoren opgericht: de Creative Hub Eurégio (CHE). Op die manier kunnen vertegenwoordigers uit Luik, Eupen, Hasselt, Genk, Maastricht, Heerlen en Aken elkaar maandelijks ontmoeten om elkaar op de hoogte te brengen van opportuniteiten in de sector (oproepen tot het indienen van projecten/kandidaturen, subsidies, interessante plannen voor ateliers …) en die naar de ambachtslui van hun stad doorsluizen. Er worden ook ‘speed dates’ of culturele ontmoetingen tussen professionals georganiseerd, wanneer ze een bepaald project voorstellen waarvoor ze advies of steun nodig hebben. Dat samenwerkingsverband leidde zelfs tot de gezamenlijke organisatie van het overkoepelende designfestival ‘Hello Designer Tour’.

 
Diensten die aan de behoeften beantwoorden

Ook weer vertrekkende van reële behoeften kon het Comptoir stilaan diensten aanbieden, zoals het gedeeld gebruik van voertuigen, het Pitch Café en L’Arrière-Boutique.

• Delen van voertuigen. Twee voertuigen staan tegen een lage huurprijs ter beschikking van de ontwerpers en kleine culturele operatoren van het netwerk, zodat ze hun goederen of producten kunnen vervoeren. Een collectieve oplossing waarop regelmatig een beroep wordt gedaan.

Pitch Café. Deze openbare, professionele en gezellige ontmoetingen helpen creatievelingen die hulp nodig hebben om hun project te realiseren. Eerst stellen ze het in grote lijnen voor, waarna het publiek vragen stelt, advies geeft of samenwerkingen voorstelt.

• L’Arrière-boutique. “Ken je toevallig geen fotograaf, in die regio, die mijn werk onder de aandacht kan brengen, of een violist die me op het podium kan begeleiden? Een webmaster voor het ontwerpen van mijn website, een redacteur voor mijn communicatie?”Omdat de talenten van de ambachtslui doorgaans beperkt blijven tot een aantal domeinen, moeten ze regelmatig een beroep doen op ander talent. Het Comptoir besliste dan ook een register op te stellen met personen die hun diensten aanbieden. Op dit moment zijn er bij de 800 profielen beschikbaar. Met een aantal van die mensen, waarvoor het zich borg stelt, werkte het een duidelijk financieel kader uit, gebaseerd op het aantal gepresteerde uren.

L’Arrière-Boutique biedt ook opleidingen aan (in projectbeheer bijvoorbeeld) die zijn aangepast aan de dagelijkse werkrealiteit van de ambachtslui, zodat ze nieuwe vaardigheden kunnen ontwikkelen.

Een mobiele muziekkiosk

kiosque à musique

Deze opvouwbare kiosk kan via de weg op een grote aanhangwagen worden verplaatst naar pleinen en parken bijvoorbeeld, op aanvraag van organisatoren die hem ook ter beschikking kunnen stellen van de artiesten die ze ontvangen. De kiosk is speciaal ontwikkeld voor akoestische of weinig versterkte muziek, de levende kunsten (verhalen, theater, dans …) en maakt het mogelijk om weer aan te sluiten bij de traditie van publieke, akoestische muzikale ontmoetingen. Het 100% Luikse houten ontwerp werd in 2017 bekroond met de prijs Co-légia, een collectief van ondernemingen dat creatieve initiatieven in en rond Luik financieel ondersteunt en aanmoedigt.

 

Geboorte van een internationaal festival

© Signes du quotidien

Het Festival International de Graphisme (FIG), waarvan de vierde editie plaatsvindt in Luik van 4 tot 8 februari aanstaande, is een van de ‘mooie verhalen’ die de verantwoordelijken van het Comptoir des Ressources Créatives graag in de verf zetten. Tijdens een Pitch Café-avond stelden Jérémy Joncheray (Straatsburg) en Benjamin Dupuis (Luik) hun festivalproject voor aan een publiek van kenners, dat hen onmiddellijk volgde en ondersteunde.

Deze twee jonge talenten waren hiermee niet aan hun proefstuk toe, want ze staan ook al aan de leiding van ‘Signes du quotidien’, een atelier voor grafisch design dat in 2015 werd opgericht. Het atelier biedt zijn diensten aan voor projecten rond toegepast grafisch design (o.a. voor grafische systemen, uitgeverijen, omgeving, interactie, diensten …). Tal van artiesten, uitgeverijen en decorontwerpers vonden reeds de weg naar het atelier en deden een beroep op zijn diensten.

Toen we in juni 2015 bij het Comptoir des Ressources Créatives in Luik aanklopten, waren we hoofdzakelijk op zoek naar een werkplek, en die vonden de verantwoordelijke, van de vzw voor ons in de gemeenschappelijke ruimten aan de place Vivegnis”, herinnert Jérémy zich. “Vanaf dat moment begon onze samenwerking met de gebruikers van de locatie en konden we gebruikmaken van de andere diensten die het Comptoir aanbiedt, zoals het huren van voertuigen, opleidingen, en natuurlijk het Pitch Café, dat ons de eerste keer goed heeft geholpen”.

Het was tijdens een tweede Pitch Café dat beide grafisch vormgevers hun festivalproject konden uitwerken. Een buitenkansje: Eric Delayen, beeldend kunstenaar en leraar aan de Haute Ecole de la Province de Liège, in Seraing, zat in het publiek. ”Hij vond onze presentatie en onze wil om een evenement in Luik op te zetten duidelijk interessant en bood dan ook dadelijk zijn ervaring aan. Hij betrok zijn studenten bij de organisatie ervan en is een echte partner van het FIG geworden. Het Pitch Café was dan ook een schakelmoment voor ons project.”

Deelname van een vijftigtal grafisch kunstenaars

Het festival wordt georganiseerd door ‘Signes du quotidien’, in samenwerking met grafisch kunstenares en onderzoekster Loraine Furter en studio PLMD, en biedt op verschillende locaties in Luik (1) een programma met gratis activiteiten aan (lezingen, tentoonstellingen, workshops en rondetafelgesprekken) voor een groot publiek. Het heeft twee doelstellingen: enerzijds het publiek de kans bieden de verschillende facetten van het hedendaagse design te ontdekken, en anderzijds deze discipline en de kunstenaars onder de aandacht brengen. Voor de vierde editie van het festival kunnen de organisatoren, net als in 2019, rekenen op de deelname van een vijftigtal grafisch kunstenaars uit de hele wereld.

We hebben zelf contact opgenomen met de kunstenaars die we interessant vonden”, legt Jérémy uit. “Doorgaans sturen ze ons hun ontwerpen door, maar een tiental artiesten komt ook zelf hun werk voorstellen en neemt deel aan de lezingen en workshops. Dankzij de subsidies van de Fédération Wallonie-Bruxelles en van Wallonie Design kunnen we hun reis en verblijf betalen”.

De organisatoren van het atelier voor grafisch ontwerp presenteerden en lanceerden ook een ander project dat hen na aan het hart ligt, ‘Taste & Visual’, rond mogelijke verbanden tussen design en gastronomie.

Het ontbreekt de twee ontwerpers niet aan ideeën, zoveel is duidelijk. Dankzij het Comptoir de Ressources Créatives van Luik kunnen ze voor de uitvoering ervan rekenen op heel wat steun en een luisterend oor tijdens een Pitch Café.

© Signes du quotidien © Signes du quotidien
(1) In galerij ‘Les Brasseurs’ (rue du Pont, 26), het zenuwcentrum van FIG, in ‘Les Chiroux’ en in de ‘Space Gallery’ (in Feronstrée).

www.signesduquotidien.org

www.figliege.com

Sinds 10 september neemt het Mudia, in Redu, zijn bezoekers mee op de “stroom van kunsten”. Een reis door zeven eeuwen en niet minder dan 46 kunstrichtingen. Een betoverende ervaring voor kinderen en een meesterlijke ontdekking voor elke bezoeker!

 

Een tweede leven voor Redu? Het gaat hier om de droom van een bezield verzamelaar die werkelijkheid is geworden. Dankzij het Mudia, het didactisch museum van de kunst dat je als een attractie bezoekt, zou het dorp Redu opnieuw kunnen uitgroeien tot een belangrijke toeristische trekpleister in de streek.

 “Toen ik zag dat mijn kleinkinderen na tien minuten in een museum al weer wilden vertrekken, hield ik mezelf voor dat het tijd was om te handelen …

Eric Noulet was zeker niet de eerste die zich de bedenking maakte dat er zeker “iets moest worden gedaan” om een breed publiek belangstelling te doen krijgen voor kunst. Anderen waren hem al enige jaren voorgegaan en hadden de uitdaging opgenomen om musea minder oubollig te maken door in te zetten op interactiviteit, dynamiek en verrassing. Wellicht echter is niemand daarbij zo ver gegaan als deze verzamelaar en kunstliefhebber. Niet alleen heeft hij zijn droom verwezenlijkt, het resultaat is bovendien echt betoverend. Nooit zijn kinderen – en zelfs hun ouders niet – met zoveel enthousiasme op stap gegaan in de wereld van de kunsten sinds de opening van het Mudia in Redu. Het is een museum waar de nieuwe technologieën en speelse aspecten een zo belangrijke plaats hebben gekregen dat het museum werd erkend als toeristische trekpleister door het Commissariat Général au Tourisme in Wallonië.

Het museum is wel degelijk een attractie. Hoewel het parcours dat Eric Noulet uitstippelde om het voor elke bezoeker mogelijk te maken zesenveertig verschillende kunststromingen te ontdekken (van de 15e tot de 21e eeuw, van de Vlaamse primitieven tot stripverhalen) in de eerste plaats een pedagogisch doel heeft, is die aantrekkingskracht in elke zaal nadrukkelijk aanwezig in de vorm van verbazende interactieve animatie. Nu eens komt een jonge vrouw in beweging op het doek en bootst ze de buigingen van de bezoekers na, dan weer worden die bezoekers uitgenodigd om een personage op een schilderij van Seurat in te kleuren. In de ene zaal volstaat het om even met een vinger op het scherm te duwen om de figuren in een drieluik van Jeroen Bosch een op zijn minst opmerkelijk ballet te doen dansen, in een andere zaal wordt het doek “De dood van Marat” van Jacques-Louis David aangevuld met een macabere ontdekking… Net als in een attractiepark is opwinding verzekerd, alleen wordt die hier gekoppeld aan de combinatie van kunst, enscenering en het digitale. Voorts ligt het hele parcours bezaaid met spelletjes die elke bezoeker de kans bieden zijn kennis op een leuke wijze te testen.

Terug naar het wezen van de kunst

De bedoeling is om sommige kunstwerken op een andere en originele wijze voor te stellen aan de hand van de nieuwe technologieën”, legt Karlin Berghmans uit. “Die verschillende ludieke opstellingen laten de bezoekers toe om telkens opnieuw naar adem te happen en met frisse moed verder te gaan om het hele parcours af te leggen. Het volstaat om de animatie te starten met behulp van de badge die elke bezoeker bij de ingang krijgt. Eenvoudiger kan het niet.

Karlin Berghmans (32 jaar) is de directrice en conservatrice van het Mudia. De onvoorspelbaarheid van het leven bracht haar van Rendeux, vanwaar ze afkomstig is, naar Redu, waar haar loopbaan als kunsthistorica nu een nieuwe vlucht heeft genomen nadat ze haar eerste ervaringen opdeed als conservatrice van het Musée du Sart-Tilman in Luik en shop manager in het Bastogne War Museum. “Dit museum is precies zoals ik er zelf graag eentje had gecreëerd. Het valt niet te ontkennen dat er beetje bij beetje een kloof is ontstaan tussen kunst en mensen. Velen durven geen museum meer binnenlopen omdat ze denken dat het alleen voor kenners is. In het Mudia, waar er hard is nagedacht over de selectie van de werken, de presentatie, de affichering en de inhoud van de audiogidsen, keren we terug naar het wezen van de kunst. Om het even wie, welke kennis hij ook heeft van kunst, kan reageren op wat hij er te zien krijgt en de werken waarderen of niet, aan de hand van wat hij gelooft en voelt.

Het cultuuraanbod in de streek verrijken

De jonge directrice is des te opgetogener met het project daar het is ingeplant in een streek zonder overweldigend aanbod aan kunstmusea. “In dit domein waren de verwachtingen in de provincie Luxemburg reëel. Voor vele bewoners van de regio wordt het Mudia hun eerste echte confrontatie met kunst. En wat een confrontatie! Ze kunnen zich immers onderdompelen in een avontuur dat zich uitstrekt over zeven eeuwen en daarbij zesenveertig kunstrichtingen doorloopt!

Voor Olivier Lefèvre, bevoegd voor toerisme bij de vzw, is het nu de taak van het museum – of liever, de attractie! – om bij te dragen tot de ontwikkeling van het gewestelijk cultuuraanbod door de kaart van de originaliteit en complementariteit te trekken. “We denken na over wat de beste manier is om het Mudia te integreren in het boekendorp, om samenwerkingsverbanden te creëren met de handelaars, kunstenaars en inwoners. Redu kan weer een belangrijke toeristische trekpleister worden en zo bijdragen tot de uitstraling van de regio, zoals ook de natuur, het Euro Space Center en het Bastogne War Museum dat doen.

Daar het Mudia de ambitie koestert een springplank naar kunst te zijn, willen we een echte samenwerking tot stand brengen met de scholen”, benadrukt de conservatrice nog. “We willen pedagogische activiteiten plannen en ontdekkingsstages organiseren waaraan ook lokale kunstenaars deelnemen. Overigens hebben we al goede vorderingen gemaakt met onze integratie in het dorp. Niemand hier was tegen onze komst gekant!

Dit gunstig onthaal werd nog in de hand gewerkt door de bedoeling van de verantwoordelijken van het museum om met ambachtslieden uit de Ardennen te werken, om personeel uit de streek in dienst te nemen en in het kleine museumrestaurant lokale producten aan te bieden. Resultaat: nooit eerder raakte een nieuwkomer in het dorp zo snel ingeburgerd!

Het Mudia in het kort : twintig zalen - vier verdiepingen - 1.000 m2  - 300 werken - 46 kunststromingen - van de 15e tot de 21e eeuw 

Originele werken van (onvolledige lijst):
Paolo Veronese, Pieter Bruegel de Jonge, Felicien Rops, Fernand Khnopff, Léon Spilliaert, Odilon Redon, Alfons Mucha, Gustav Klimt, Auguste Rodin, Rik Wouters, Fernand Wery, Kees Van Dongen, Pablo Picasso, Fernand Léger, Amedeo Modigliani, Paul Klee, Gustave De Smet, Alberto Giacometti, René Magritte, Paul Delvaux, Jean Dubuffet, Pierre Alechinsky, Andy Warhol, Marcel Broodthaers, Pol Bury, Hergé, Franquin, Philippe Geluck 

 

MUDIA
Place de l’Esro
B-6890 Redu (Libin)
+32 (0)61 51 11 96
[email protected]
www.mudia.be

Terwijl het Mudia het resultaat is van het werk van een deskundig team, hebben we het ontwerp ervan te danken aan Eric Noulet. Deze gepassioneerde kunstliefhebber offerde drie jaar van zijn leven op om voor het publiek een vernieuwend en boeiend didactisch instrument te ontwikkelen. Iets dat nog niet bestond!


Hij noemt zichzelf een “zinneke”, een kind van Brussel, maar geeft toe dat onze Ardennen een grote aantrekkingskracht op hem uitoefenen. Het is overigens in de Ardennen, meer bepaald in Herbeumont, dat hij destijds zijn vrouw leerde kennen. “Er bestaat tussen ons een genegenheid die na 50 jaar even sterk blijft” fluistert Eric Noulet ons in, “onder andere omdat we dezelfde passies delen.” Tot die passies behoren – natuurlijk – de kunst maar ook lange wandelingen in het woud waar het echtpaar in de herfst graag paddenstoelen plukt en … het hele jaar lang afval verzamelt. “We hebben een plicht jegens de natuur”, verklaart hij. Het is duidelijk dat deze verzamelaar ook meent dat hij een plicht heeft ten aanzien van onze kinderen: indien hij drie jaar van zijn leven heeft gewijd – zonder welke hulp ook van overheidswege – aan de creatie van een juweeltje als het Mudia, dan is dat in de eerste plaats om de kinderen op te voeden in de wereld van de kunst, meer bepaald door hen in vervoering te brengen. Of misschien is het wel het omgekeerde…

Eric Noulet, vanwaar komt uw passie voor de kunst?

Mijn ouders hadden schilderijen, niets van grote waarde, maar die hebben zeker mijn nieuwsgierigheid gewekt. Toen ik jong was, ben ik met mijn rugzak door tientallen landen getrokken en telkens wanneer er ergens een museum op mijn weg lag, liep ik er binnen. Toen ik in Parijs woonde, ben ik wel driehonderd keer ‘s avonds naar het Louvre gegaan om er de verschillende afdelingen een voor een te ontdekken. In een museum ben ik altijd gelukkig. Ik voel me er net als onder een parasol. Ik kan er rustig ademhalen en me helemaal overgeven aan mijn gevoelens.

De meeste werken die in het Mudia zijn tentoongesteld, komen uit uw eigen collectie. Herinnert u zich nog uw eerste aanwinst?

Ja. Ik was 20. Ik ben er echter niet bijzonder fier op, want meer dan een prentkaart die op een doek was gekleefd stelde het niet voor. Een van de eerste belangrijke schilderijen die ik kocht, was een werk van de fauvist Jean Vanden Eeckhoudt, dat overigens ook in Redu is tentoongesteld. In werkelijkheid is mijn passie werkelijk ontloken toen ik bijna veertig was en ik kunstwerken begon te kopen. Ik had rugklachten en daardoor was het beter om te stoppen met tennis, squash en jogging. Ik besliste om dan maar veilingzalen in binnen- en buitenland te bezoeken. Zo ben ik een eclectisch verzamelaar geworden en voelde ik me aangetrokken tot zowel de oude meesters als de moderne schilderkunst – tot halverwege de 20e eeuw – en de beeldhouwkunst uit de 19e eeuw. Het is niet zo eenvoudig om met overleg te kopen. Het is met schilderijen als met wijn: om je niet te vergissen in je speurtocht naar kwaliteit, moet je niet alleen veel bezocht hebben om te kunnen vergelijken, maar ook heel wat kennis verwerven door boeken te lezen. Mijn bibliotheek met kunstboeken is zo groot als deze ruimte (hij toont een oppervlakte van ca. dertig vierkante meter, n.v.d.r.).  

Komen de andere tentoongestelde werken uit privécollecties?

Ja, allemaal, want het is te moeilijk om bruiklenen van musea te verkrijgen. Ik wist de hand te leggen op enkele mooie werken… een Veronese, een Kandinsky, een Sweerts… Onder verzamelaars vormen we in zekere zin een netwerk. Daar we elkaar kennen, hebben we er geen moeite mee om onderling werken uit te wisselen. Zelf leen ik ook elk jaar een aantal werken uit. Een passie, die moet je delen, anders wordt het een manie.

Vindt u musea onvoldoende aantrekkelijk?

Ze zijn in ieder geval elitair, niet gemaakt voor de gewone mens. Die gaat er niet heen omdat hij er zich verveelt. Doctors in de kunsten, die de teksten voor de didactische panelen schrijven, scheppen er vaak een duivels genoegen in om ondoorgrondelijke termen te gebruiken. Als je niet vertrouwd bent met bepaalde termen of zinswendingen, leer je helemaal niets en heeft je bezoek geen zin. Net daarom hebben mijn echtgenote en ikzelf er in Redu nauwgezet op toegezien om enkel woorden te gebruiken die iedereen kan begrijpen. We hebben ook “verhaaltjes” uitgevonden om de aandacht van de bezoekers te trekken. Het is om aan hun verwachtingen tegemoet te komen dat we het Mudia hebben gecreëerd.

Er zijn in het museum ca. 60 interactieve panelen of systemen. Dat is werkelijk uniek!

In het technisch lokaal is de muur als het ware behangen met kabels! Er zijn spelletjes, tests, video’s, geanimeerde schilderijen, burleske of didactische experimenten, attracties, verrassingen. Alles is uitgedacht om de bezoekers en vooral de jongsten onder hen te boeien. Vaak zijn ze aan het kunstwerk gekluisterd! Toen mijn kleinkinderen terugkwamen van hun bezoek aan het museum, hadden ze de mond vol van het hoofd van Charlotte Corday en het doek van Jeroen Bosch. Hoewel het speelse nadrukkelijk aanwezig is, valt er ook telkens iets te leren. Zo bedacht ik een test om aan de bezoekers wat meer inzicht te verschaffen in de onbekende aspecten van de oude kunsten, om hun aandacht te vestigen op datum en signatuur van een schilderij, hun het verschil uit te leggen tussen een vervalsing en een verkeerde toeschrijving ... Gevolg: terwijl je het hele parcours in het Mudia gemiddeld in twee uur aflegt, zou je wel drie dagen nodig hebben om alles te bekijken, te lezen en te beluisteren!

U heeft zich omringd met een team van specialisten…

Ik heb de werken geselecteerd en het parcours en de attracties bedacht, maar die werden vervolgens uitgewerkt door de grootste Belgische studio’s die werken met de meest vernieuwende technieken, zoals Vigo Universal in Namen. De Franse studio AmaK realiseerde de korte pedagogische animatiefilm die uitleg geeft bij de evolutie van de verschillende kunststromingen. De meest gesofisticeerde spellen zijn dan weer het werk van Xavier Wielemans, een ingenieur-informaticus die kon steunen op een sterk team van gespecialiseerde infografici. Voor de coördinatie van de scenografie deed ik een beroep op de internationale ervaring van Christophe Gaeta. Bovendien heb ik aan Jacques Leegenhoek, een deskundige in kunstwerken van wereldniveau, gevraagd om deel uit te maken van het Mudia-comité. Ik kon ook rekenen op vele mensen van wie de kwaliteit eenvoudigweg in hun passie ligt. Zo viel ik tijdens mijn bezoek aan een museum voor de charme van een gids, Marie-Elizabeth van Rijckevorsel, die in haar uitleg zoveel dynamiek en verbeeldingskracht aan de dag legde dat ik haar heb gevraagd om tot ons team toe te treden. Zij schreef alle teksten voor de audiogids.

Is het publiek op de afspraak?

Het succes overstijgt onze verwachtingen: de eerste maand telden we al 2.200 bezoekers. We werden zelfs vereerd met het bezoek van enkele voorname gasten van wie we de naam niet mogen onthullen – n.v.d.r. koningin Mathilde is al tweemaal komen kijken, de tweede keer met haar gezin. De mensen die ik heb ontmoet, hebben me gezegd dat ze zeker zullen terugkomen, met familie of vrienden. Er is niets dat me meer plezier doet! Ook de critici zijn unaniem, met uitzondering van een Franse journalist die het jammer vond dat er in het museum geen Rafaël of Botticelli hing! Natuurlijk is dat niet het geval, sommige kunstenaars zijn immers onbetaalbaar en niet op hun plaats in een museum met een budget van drie miljoen euro. Alle grote kunstrichtingen zijn echter vertegenwoordigd en dat is wat telt in het kader van onze didactische benadering. Het was niet onze bedoeling een prestigieus museum te openen, wel een plek die zijn gelijke niet kent. Weet u, ik heb in marketing gewerkt voor verschillende bedrijven, en daarna ben ik zelf een ondernemer geworden, een “business starter” zoals men zegt. Ik heb vele firma’s opgericht, steeds met het motto: “streef naar originaliteit, doe nooit zoals de anderen”. Voor het Mudia ging ik op dezelfde manier te werk: ik wilde iets creëren wat nog niet bestond!

Bent u vandaag fier op uw boreling?

Ik ben fier op het werk van de hele ploeg, want ieder van ons heeft bijgedragen tot het succes. Dit gezegd zijnde, heb ik na de opening van het Mudia vastgesteld dat bepaalde zaken niet werkten. Daar moest dringend een oplossing voor worden gevonden. Het probleem is dat ik steeds op zoek ga naar uitmuntendheid. Dit geldt voor de installatie van de werken en animaties in elke ruimte, maar ook voor de bevoorrading van het Mudia Café, onze snackbar. Ik heb een groot sommelier, Stéphane Dardenne, in huis gehaald maar ik heb zelf alle fijne vleeswaren, kazen, ganzenlever, bieren enzovoort geproefd. Ik wilde er zeker van zijn dat we enkel het beste aanbieden.

En hoe staat het met uw gezondheid?

De voorbije acht maanden at ik terwijl ik werkte, zestien uur per dag en zeven dagen per week. Resultaat: ik kreeg een vasculair accident[BP1]  en mijn rug is kapot omdat ik aan mijn computerscherm zat gekluisterd. Het ging zo ver dat mijn echtgenote beweert dat ik een buitengewoon museum uit de grond heb gestampt maar wel ten koste van mijn gezondheid! (lacht)


 [BP1]Als hij “cerebrovasculair accident” bedoelt, zouden we “beroerte” kunnen schrijven.

  • /

Van een oude pastorie, of een gebouw dat als leefplek is ontworpen, een vernieuwende museumruimte maken zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke 19de-eeuwse constructie, dat was de enorme uitdaging waarmee het architectenbureau La Grange werd belast. Een opdracht die twee en een half jaar werk vereiste!


La Grange werd opgericht in Daverdisse, op 6 kilometer van Redu, maar is vandaag,  met zijn vijftiental medewerkers, in Libramont gevestigd. Gewoonlijk realiseert dit bureau projecten van vakantiehuizen, hotels en woningen voor een of meerdere gezinnen in opdracht van privéklanten of investeerders. Toen Eric Noulet kwam aankloppen en de plannen van het Mudia ontvouwde, met zijn 300 kunstwerken die een plaatsje moesten krijgen naast heel wat animatie, video’s en een cinemazaal, besefte Geneviève Migeal, een van de vier architecten-vennoten, onmiddellijk dat ze te maken had met een origineel bouwkundig project dat niet alleen bijzonder boeiend was maar tegelijk bezaaid lag met valkuilen. Stelt u zich een groot vierkant gebouw voor met drie verdiepingen, een centrale gang en trap en vier woonvertrekken errond. Vervolgens geeft u uzelf de opdracht hiervan een modern museum te maken met een parcours dat is opgebouwd rond 46 kunstrichtingen. Dan beseft u pas echt hoe groot de uitdaging was!

Een opeenvolging van kleine ruimtes

De pastorie werd een twintigtal jaar geleden al een eerste keer verbouwd, toen de nieuwe eigenaars er een zeepfabriek in onderbrachten, met een fabricagewerkplaats aan de achterkant en een winkel aan de voorkant, links van de ingang”, legt de architecte uit, die voor dit werk werd bijgestaan door Sylvain Jacoby, destijds architect-stagiair. “Die uitbreidingen waren interessant voor ons omdat we op die manier over een groter oppervlakte beschikten voor ons project, des te meer daar ook de kelders groter waren gemaakt. De grootste moeilijkheid lag echter in het beheer van een geheel van kleine vertrekken, terwijl een museum gewoonlijk grote ruimtes vraagt. Uiteindelijk is gebleken dat deze indeling mooi aansloot bij de creatie van een chronologisch circuit, zo stemt elke ruimte min of meer overeen met een tijdperk. De ruimtes zijn geschikt voor het parcours en laten toe een intieme relatie met de werken tot stand te brengen.

Een van de uitdagingen van het architectuurproject bestond erin een gebouw dat was ontworpen als een woonplek om te bouwen tot een museumruimte, met eerbied voor  de verschillende eisen die daarmee gepaard gaan (hygrometrie, lichtsterkte, beveiliging, toegankelijkheid voor PBM…) en de oorspronkelijke constructie. Het doel was de bezoekers de mogelijkheid te bieden om rond te slenteren in een tentoonstellingsruimte waar de sporen van het verleden nog duidelijk voelbaar zijn.

Aanvankelijk wilde de heer Noulet nergens aan raken, bezorgd als hij was om de authenticiteit van het huis te bewaren (zichtbare plankenvloeren, balken…). Naargelang er steeds meer bijzondere technieken werden toegevoegd (alarmen, klimaatregeling, brandbescherming…), beseften we dat die niet zichtbaar mochten blijven. Daarom braken we de rustieke nepelementen af die de zeepmaker had toegevoegd, des te meer omdat de tentoonstelling aan de bezoeker het onderscheid moet tonen tussen wat echt en vals is, tussen origineel en kopie. Bijgevolg moesten we de kopie van oude elementen wel weghalen, zoals het valse vakwerk.

Een museum met zicht op kerk en tuin

De architect zag zich ook gedwongen enkele ramen weg te werken, niet alleen omdat het project meer plaats aan de muren nodig had, maar ook en vooral omdat sommige werken geen natuurlijk licht verdragen. “In de zaal van de impressionisten hebben we wel een raam behouden, want we vonden dat een uitzicht op het platteland de bezoekers zou helpen deze kunstrichting beter aan te voelen. Evenzo biedt het raam in de gang op de eerste verdieping uitzicht naar buiten, dankzij het zicht op de dorpskerk. In de kelderverdieping, waar we een nooduitgang moesten creëren, kozen we ervoor om zicht op de tuin te bieden. Bovendien hebben we die tuin heraangelegd, onder meer door er wat onderhout aan te planten met lokale soorten (berken, beuken, eiken…). We hebben echter een film moeten aanbrengen op dit raam om de intensiteit van het licht te temperen.

Nog een subtiel element: het glasraam in art-decostijl dat Eric Noulet wilde installeren tegen de zoldering, in het begin van het parcours, wordt verlicht door ledlampen. Een valse lichtschacht die oordeelkundig is geplaatst!

Een kunstwerk buiten

In zijn streven om het gebouw in zijn directe omgeving te integreren heeft La Grange gewerkt met lokale materialen (Belgische blauwe hardsteen, leiachtige zandsteen…) die gelijken op de originele materialen. Tegelijk heeft het bureau hedendaagse toetsen aangebracht met, onder andere, een toegangssas links van de gevel, een nieuw terras achteraan en nieuwe raam- en deurlijsten. Daar men op de gevel een werk wenste aan te brengen dat direct duidelijk maakt dat er in het gebouw een kunstmuseum is ondergebracht, is er gekozen voor een geheel van vijf beelden in blauwe hardsteen van Eugène Dodeigne. Deze kunstenaar werd geboren in Sprimont en is in 2015 overleden in Noord-Frankrijk.

Christophe Gaeta is een ervaren scenograaf die al voor heel wat plaatsen een enscenering creëerde. Tot nu toe had hij nog nooit met zoveel interactieve installaties als in het Mudia gewerkt. “Het is een andere manier om kunst voor te stellen”, verklaart hij.

 

Hij ontwierp de scenografie voor meerdere evenementen die Tempora organiseerde, met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog of in het domein van kunst of geschiedenis. Hij drukte zijn stempel op tal van tentoonstellingen in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, de Cité Miroir in Luik, de Brusselse Beurs, Thurn & Taxis enzovoort. Hij werkte ook als scenograaf in Frankrijk, Polen en New York. Het werk dat hij dit jaar in Redu realiseerde, zal zeker een bijzonder plaatsje krijgen op het visitekaartje van Christophe Gaeta. “Nooit eerder werkte ik aan een project waar de interactiviteit meer dan 50% van de scenografie vertegenwoordigt”, verklaart deze Bergenaar in zijn hart maar die in Doornik geboren is. “Ze is alomtegenwoordig in elke zaal, in de vorm van een quiz of spel, van video’s of besturingen die toelaten met de werken een dialoog te voeren. Nog meer dan de scenografie is het de interactiviteit die het Mudia werkelijk typeert.

Christophe Gaeta geeft grif toe dat niet hijzelf maar Eric Noulet de scenografie voor het museum bedacht. “Hij had alles in zijn hoofd zitten toen hij de eerste ontwerpvergaderingen organiseerde met verschillende specialisten (multimedia, grafische vormgeving, uitstalling in de vitrines, verlichting …). Zij hebben hun vaardigheden gebundeld om aan zijn wensen tegemoet te komen. Toen men in januari 2018 een beroep op mij deed om al dat werk te coördineren, bestond de scenografie al voor 90%. Zelfs voor 110%, de overdaad aan beelden was zo groot dat die het evenwicht van het parcours bedreigde. Mijn eerste taak bestond erin hier en daar een schilderij weg te nemen om aan het bezoek van het museum een beter ritme te geven. Ik heb sommige interactieve elementen van plaats verwisseld, met het oog op de toegankelijkheid voor PBM, en heb enkele meubels hertekend waarin een interactief element moest worden ondergebracht."

Interactiviteit alomtegenwoordig naast de werken

Het resultaat? Ondanks zijn ruime ervaring geeft de scenograaf toe dat hij dankzij Eric Noulet een andere manier heeft ontdekt om kunst voor te stellen. “Gewoonlijk zijn kunstwerken tentoongesteld in alle museumruimtes en vindt de bezoeker af en toe, in een hoek of gang, een interactief element of heeft hij zijn smartphone nodig om toegang te hebben tot dergelijke elementen. Hier is dat helemaal anders. De interactiviteit is continu aanwezig naast de kunstwerken en het is precies dit evenwicht dat ritme geeft aan het bezoek. Ze levert het bewijs dat ze – op voorwaarde dat er een evenwicht is – werkelijk nuttig is om een thema op doeltreffende wijze te ontdekken. Beter nog, ze laat gezinnen toe om op een leuke manier kennis te maken met de kunstgeschiedenis. Dat is precies het doel van Eric Noulet en, toegegeven, hij slaagde erin de nodige middelen aan te wenden om unieke attracties te creëren.

Tot die attracties behoren – zoals Christophe Gaeta al aangaf – natuurlijk het niveau van interactiviteit van het doek van Jeroen Bosch, maar ook de besturing van de verlichting van een schilderij. Zoals bij de reproductie van het fresco in de Brancacci-kapel, waarvan de bezoeker diverse details kan verlichten om uitleg te krijgen bij hun symboliek. “In andere musea, die zeer belangrijke kunstwerken bezitten, hebben die stukken werkelijk een sacraal karakter. Als je het woord interactiviteit daar nog maar in de mond durft te nemen, word je er aangekeken alsof je heiligschennis zou plegen. Eric Noulet heeft echter begrepen dat kunst moet worden ontdekt en niet alleen maar bewaard. Bovendien moet je de mensen uitnodigen om concreet deel te nemen aan die ontdekking. Zij voelen zich betrokken wanneer ze de verlichting zelf kunnen aansturen. Dat is weliswaar ludiek, maar het plezier wordt aangevuld met betrokkenheid en ontdekking. De journalisten hadden lovende woorden voor het initiatief. Zij hebben meteen ingezien dat het Mudia de plek is waar mensen kunstwerken kunnen ontdekken en zich tegelijk amuseren.

Je moet met je kinderen naar het Mudia gaan

Voor Christophe Gaeta is het duidelijk, naar het Mudia kom je met je kinderen. “Dat is de grote troef van dit museum. In vele andere musea wordt het snel vervelend. Hier bekijk je een of twee schilderijen en onmiddellijk kun je een spel spelen. Je vindt er dezelfde alchimie als in een film, waar de slimme afwisseling tussen actiescènes en tragere gewichtiger momenten samen voor een perfect ritme zorgen. Kinderen en hun ouders zullen niet opgeven. Integendeel, ze gaan spelen en samen vragen stellen bij een kunstwerk. Ze laten zich meeslepen in hetzelfde verhaal. Zelfs de kleinsten zullen het leuk vinden, daar ze op knoppen mogen duwen en gezichten zullen zien die oplichten of figuren die in beweging komen.

Had hij in het begin carte blanche gekregen, denkt Christophe Gaeta, dan zou hij een scenografie met minder interactieve elementen hebben gecreëerd, ook al zou die dan een niet zo heel verschillende aanblik hebben geboden. “Ik zou de nadruk hebben gelegd op het feit dat dit parcours het resultaat is van de verbeelding van een man die zich door zijn passie laat leiden. Ik zou hebben geprobeerd de indruk te wekken dat de bezoekers binnenkomen in het huis van een verzamelaar, in zijn grot van Ali Baba. Zo zou ik voor het meubilair een ander design hebben voorgesteld. Dat zou echter niet hebben gepast bij de grote nederigheid die uitgaat van Eric Noulet.

www.christophegaeta.be

Het is een inwoner van het Waalse Brakel, Xavier Wielemans, die sommige van de multimediatoepassingen in het Mudia ontwikkelde. Het zijn “interactieve topattracties”, zoals het tot leven gewekte doek van Jeroen Bosch. Om ze te realiseren werkte hij samen met infografici en geluidsdesigners.

 

Xavier Wielemans is burgerlijk ingenieur en IT’er maar de kunstwereld is hem niet vreemd. Hij is immers de broer van Antoine en Denis van de muziekband Girls in Hawaii. Na twaalf jaar te hebben gewerkt voor een startup die zich specialiseerde in het ontwerp van interactieve toepassingen voor attractieparken (Mini-Europa, Paradisio, Futuroscope in het Franse Poitiers …), richtte hij in 2012 een eigen bedrijf op, TinybigStory, om zijn carrière als freelancer voort te zetten en zich op animaties voor musea te richten. Zo werkte hij voor de Cité des Sciences in Parijs, voor Mons 2015 (de tentoonstelling Mons Superstar) of het Musée du Doudou in Bergen. Momenteel ontwikkelt hij een volledig nieuwe dynamiek voor het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, maar de voorbije twintig maanden creëerde hij in opdracht van Eric Noulet tal van animaties voor het Mudia.

In werkelijkheid werken we voor projecten van deze omvang in teamverband zodat we elkaar kunnen aanvullen en zo goed mogelijk tegemoet kunnen komen aan elke vraag”, legt hij uit. “Voor het Mudia heb ik samengewerkt met vijf infografici en twee musici of “geluidsdesigners”. Samen ontwikkelden we zeven “interactieve topattracties” zoals Eric, die heel goed heeft nagedacht over wat bij het publiek in de smaak zou vallen, ze noemt.

U vindt hierna een woordje uitleg over vier van deze animaties; ze worden voorgesteld door Xavier Wielemans, die benadrukt dat het de firma Absolute Design is, gevestigd in …, die het onthaalscherm heeft gecreëerd dat alle animaties met elkaar gemeen hebben.

Het doek van Jeroen Bosch, “Verzoeking van de heilige Antonius”

Om dit drieluik tot leven te wekken heb ik samengewerkt met Chadi Abou Sariya (Miam Miam creative lab) en met Sébastien Squevin (Brain Damage Interactive), beiden specialisten op het vlak van animatie, de eerste in motion design en de tweede in 3D. Eric, die zelf al heel wat verhalen had bedacht, was op zoek naar animaties die emoties opwekken. We zijn dus met ons drieën voor het schilderij in het Museum van Schone Kunsten in Brussel gaan staan en hebben onze verbeelding twee uur lang de vrij loop gelaten. Dat was uitermate boeiend. Bosch, die met dit werk duidelijk kritiek leverde op de maatschappij van zijn tijd, had als het ware een storyboard van een tekenfilm gecreëerd. We hebben dus tafereeltjes uitgewerkt waarin we hebben gepeild naar de intenties van Bosch. Zo gaat de mooie grote appel open en komen er allerlei monsterachtige figuren uit; de verzoekingen van de heilige Antonius krijgen concrete gestalte in al hun perversiteit en een gevecht in de hemel zet de lucht in brand – met een knipoog naar het nabij gelegen Euro Space Center –, kortom, de verdorven ziel van de mens komt tevoorschijn van achter de façade. Om de voornaamste animaties te vervaardigen hebben de infografici de decors en personages opnieuw getekend in 3D, terwijl we voor de andere in twee dimensies hebben gewerkt, in de naïeve stijl die kenmerkend is voor de beginjaren van Monty Python. Onze grootste uitdaging bestond erin de zestig lagen of overgetrokken tekeningen waarop elk tafereeltje was getekend parallel te beheren. Op het vlak van de informatica hield dit in dat we een grote computer met zeer veel geheugencapaciteit nodig hadden. Overigens duurt het elke ochtend lange minuten voor het doek wordt geladen met al zijn figuren en sequenties. Daarna kan alles zeer snel en gelijktijdig verlopen. Ik wil ook nog even de aandacht vestigen op het werk van Michel Grigorakis, de geluidsdesigner, want de geluidsband vervult een zeer belangrijke rol in de animatie.

Het doek van Georges Seurat, “Zondagmiddag op het eiland van Grande Jatte”

Dankzij het werk van een grafisch kunstenares, Florence Piraux, kunnen de bezoekers hier een van de figuren van het schilderij inkleuren in de stijl van Seurat. Ze kunnen de kleur en grootte van de punten zelf kiezen. Het doel is didactisch, daar de bezoeker iets leert over de techniek van het pointillisme. Wanneer ze hun tekening hebben afgewerkt en gesigneerd, kunnen ze hun e-mailadres vermelden zodat het museum hun tekening nadien naar hen kan opsturen.

De eenarmige bandiet

Een decorateur heeft een jackpot uit de jaren vijftig met een metalen kast en een echte hefboom opnieuw vervaardigd en we hebben er drie kleine computerschermen in gestoken waar verschillende beelden defileren, naast de reproducties van de tien schilderijen die op veilingen wereldwijd tot vandaag het meest hebben opgebracht. Wanneer hetzelfde doek driemaal naast elkaar verschijnt, ziet de bezoeker een technische fiche waarop hij kan lezen voor welke prijs en onder welke voorwaarden het werk werd gekocht. Dankzij het backoffice dat werd ontworpen door Christophe Hermanns, die veeleer een partner dan een concurrent is, kunnen de verantwoordelijken van het Mudia deze informatie om het even wanneer bijwerken door de gegevens van nieuwe topstukken in te voeren die een plaatsje zouden innemen in de top tien van duurste werken.

Het doek van Albert Marquet, “Matisse in het atelier van Manguin”

Tijdens de winter van 1904-1905 schilderden Marquet en Matisse op dezelfde dag hetzelfde naaktmodel in het atelier van Henri Manguin. Op het schilderij van Marquet, dat de overgang van het impressionisme naar het fauvisme illustreert, zien we Matisse op de achtergrond. Eric Noulet wenste dat het model even zou stoppen met poseren en op het scherm in beweging kon komen. Het ontwikkelde interactieve systeem laat haar toe twee aparte bewegingen te maken, maar het is de bezoeker die daartoe de aanzet moet geven door in een cirkel te gaan staan en zelf een van de mogelijke houdingen aan te nemen. Daniel Offermann, bassist van Girls in Hawaii, componeerde de originele muziek ter begeleiding van de danspasjes.

http://www.tinybigstory.be 

N° 40- Speciaal dossier – Speciaal Zakentoerisme : Namur Congrès

Namur Congrès reageert elk jaar op heel wat aanvragen van evenementenbureaus, bedrijven en  erenigingen die MICE-activiteiten in de provincie Namen willen organiseren.

 

Deze provincie, die rijk is aan valleien, tradities, cultuur en gastronomie, heeft een uitzonderlijk leefklimaat en is door haar strategische positie zeer in trek bij het bedrijfsleven. Namen ligt namelijk in het hart van Wallonië en op het kruispunt van twee belangrijke autosnelwegen (Brussel-Luxemburg en Bergen-Luik) en is om die reden een voortreffelijke bestemming voor zakelijke beslissers.

Verder willen de Namenaren zich openstellen voor veranderingen, een economische omschakeling doorvoeren en zakentoeristen ontvangen. De lokale ondernemers doen al jarenlang hun best om in te spelen op de vraag van het bedrijfsleven naar klassieke, prestigieuze of aparte-evenementenlocaties. Ze stellen alles in het werk om een originele en unieke wereld voor hun klanten te scheppen en bedenken daarvoor gedurfde concepten, variërend van luxueuze hotels en vakantiewoningen tot sprookjeskastelen, oude molens, centra voor technologisch onderzoek en tentoonstellingshallen. Hoewel de toeristische topattracties, zoals het domein van Chevetogne, de meren van de Eau d’Heure, het domein van de grotten van Han en de citadellen van Namen en Dinant, meer dan ooit vooroplopen in de strijd om de zakentoerist, worden ze tegenwoordig bijgestaan door een leger van zeer uiteenlopende ondernemers, die de regio op dat punt nog aantrekkelijker maken.

Op de volgende bladzi jden kunt u kennismaken met enkele goede MICEadressen in de provincie Namen. Deze zijn verdeeld in drie categorieën : MEET (vergaderlocaties), ENJOY (incentives) en STAY (accommodaties).

N° 40- Speciaal dossier – Speciaal Zakentoerisme : Namur Congrès

Namur Congrès reageert elk jaar op heel wat aanvragen van evenementenbureaus, bedrijven en  erenigingen die MICE-activiteiten in de provincie Namen willen organiseren.

 

Deze provincie, die rijk is aan valleien, tradities, cultuur en gastronomie, heeft een uitzonderlijk leefklimaat en is door haar strategische positie zeer in trek bij het bedrijfsleven. Namen ligt namelijk in het hart van Wallonië en op het kruispunt van twee belangrijke autosnelwegen (Brussel-Luxemburg en Bergen-Luik) en is om die reden een voortreffelijke bestemming voor zakelijke beslissers.

Verder willen de Namenaren zich openstellen voor veranderingen, een economische omschakeling doorvoeren en zakentoeristen ontvangen. De lokale ondernemers doen al jarenlang hun best om in te spelen op de vraag van het bedrijfsleven naar klassieke, prestigieuze of aparte-evenementenlocaties. Ze stellen alles in het werk om een originele en unieke wereld voor hun klanten te scheppen en bedenken daarvoor gedurfde concepten, variërend van luxueuze hotels en vakantiewoningen tot sprookjeskastelen, oude molens, centra voor technologisch onderzoek en tentoonstellingshallen. Hoewel de toeristische topattracties, zoals het domein van Chevetogne, de meren van de Eau d’Heure, het domein van de grotten van Han en de citadellen van Namen en Dinant, meer dan ooit vooroplopen in de strijd om de zakentoerist, worden ze tegenwoordig bijgestaan door een leger van zeer uiteenlopende ondernemers, die de regio op dat punt nog aantrekkelijker maken.

Op de volgende bladzi jden kunt u kennismaken met enkele goede MICEadressen in de provincie Namen. Deze zijn verdeeld in drie categorieën : MEET (vergaderlocaties), ENJOY (incentives) en STAY (accommodaties).

Precies tien jaar geleden, in juni 2008, hielden we WAW boven de doopvont. De inhoudsopgave van dit eerste nummer noemde onder meer William Dunker, de 70ste verjaardag van Robbedoes, het prins-bisschoppelijk paleis in Luik, de moleculaire keuken van Sang Hoon Degeimbre en het windenergiebedrijf Air Energy. Mensen, ondernemingen en evenementen die originaliteit, dynamiek en ondernemingsgeest uitstralen. Artikelen die een minder bekende kant van Wallonië belichten en de lezer verleiden tot de uitroep: «WAW, wat een interessante regio is dat

Nu – 10 jaar, 40 nummers en honderden mooie momenten later – heeft ons magazine besloten om terug te kijken op het afgelopen decennium. Wat is er van al die mensen, ondernemingen en evenementen geworden ? Hoe hebben ze zich ontwikkeld ? 

Daarom presenteren we hier tien onderwerpen – één voor elk jaar – die onze aandacht hebben getrokken en die we nu actualiseren. Zoals u zult zien, is er niet veel ruimte voor teleurstelling.

Veel plezier met deze
hernieuwde kennismaking !

 

 

WAW nr.2 
2008

Bernard Depoorter

Geknipt voor Parijs

Toen we hem in de zomer van 2008 ontmoetten, had Bernard Depoorter zich al een mooie weg gebaand in de wereld van de haute couture. Hij had vakkennis opgedaan in de ontwerpstudio’s van onder meer Dominique Sirop, Christian Dior, Stéphane Rolland en Jean-Louis Scherrer, zijn eigen modehuis opgezet en in 2004, dat wil zeggen op 22-jarige leeftijd, zijn eerste collectie in Parijs gepresenteerd. Zijn toekomst leek verzekerd, maar het moeilijkste moest nog komen : de grote modehuizen ervan overtuigen dat hij geknipt was voor de Europese modehoofdstad. Dat is een voldongen feit sinds zijn modeshow – in juni 2017 – in de salons van de Belgische ambassade in Parijs, waar zijn Hitchcock-collectie met applaus werd ontvangen door de driehonderd vooraanstaande genodigden.

“Ik heb gezien hoe de professionals reageerden en dat heeft me gerustgesteld”, zegt de man die ondertussen de jurken van verschillende beroemdheden (Lara Fabian, prinses Claire, koningin Mathilde, Line Renaud en anderen) heeft ontworpen. «Ik heb inmiddels de ambitie om mijn modehuis in Parijs te ontwikkelen met steun van een groep in luxeartikelen, zoals LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy) of Kering (Yves Saint-Laurent). Momenteel bereid ik een groot evenement voor dat begin 2019 op een prestigieuze en historische locatie in Parijs wordt gehouden. Mijn collectie is een eerbetoon aan een filmicoon en twee gerenommeerde Franse kunstenaars.»


WAW nr.4
2009

Het Grand Curtius

Via de Maas verbonden met La Boverie

Op 7 maart 2009 opende het Grand Curtius zijn deuren voor het publiek. Een grandioze opening voor het nieuwe museumcomplex, dat sindsdien het Curtiusmuseum (musea voor archeologie en decoratieve kunst), het museum voor religieuze en Maaslandse kunst, het wapenmuseum en het glasmuseum omvat. Het Grand Curtius is gevestigd op een historische plek aan de oevers van de Maas.

Beantwoordt het nieuwe culturele instrument negen jaar later aan de verwachtingen ? «Met gemiddeld 65.000 bezoekers per jaar zijn we tevreden», antwoordt Alain Delaunois, wetenschappelijk medewerker bij de musea van de stad Luik, die eraan herinnert dat het niet de opdracht van een museum is om zo veel mogelijk bezoekers te trekken, maar om erfgoed aan te kopen, te conserveren en te bestuderen. «Vanwege de grote belangstelling van de bezoekers voor onze civiele wapencollecties, gaan we de oppervlakte van dit museum daarom uitbreiden met twee extra verdiepingen! Voor deze reorganisatie is een budget van 800.000 euro over een periode van vijf jaar gereserveerd.»

De opening van La Boverie in mei 2016 (zie WAW nr. 33) kan als kers op de taart worden beschouwd : in nauwelijks twee jaar tijd trok dit museum al 330.000 bezoeker s! «Met dit instrument kunnen we Luik op het culturele wereldtoneel laten stralen. Deze twee musea zijn inmiddels via een pendelboot met elkaar verbonden en met een combiticket te bezoeken».

 

WAW nr.10
2010

Flying Cam  

Nieuwe perspectieven voor de «vliegende camera»

Hij is wat je noemt een pionier. In 1988 besloot Emmanuel Prévinaire, een kei van een vliegtuigmodelbouwer, om een camera in een kleine radiografisch bestuurde helikopter in te bouwen om spectaculaire opnamen te maken die niet op andere manieren mogelijk waren. De deuren van Hollywood gingen wagenwijd open en de Luikse Flying-Cam (vliegende camera) werd gevraagd om opnamen te maken voor tal van films, waaronder James Bond-films en afleveringen van Harry Potter. Het succes was zo groot dat het bedrijfje uit Oupeye snel tot wereldleider uitgroeide en kantoren in Los Angeles en Hongkong opende.

Begin jaren tien leek de concurrentie van de drones de doodsteek voor het bedrijf te betekenen, maar Flying-Cam kwam er weer bovenop door zijn modellen te perfectioneren. Zo leverde de ontwikkeling van Sarah (de afkorting van Special Aerial Response Autonomous Helicopter) het bedrijf in 2014 een tweede Oscar op na een eerdere voor beste innovatie in 1995.

Maar hoewel Flying-Cam zich nog onderscheidde door opnamen te maken voor afleveringen van het zevende seizoen van de serie «Game of Thrones», heeft het bedrijf nu, gestimuleerd door een Amerikaanse industrieel investeerder en dankzij een nieuwe, nog krachtigere helikopter, besloten om zich niet meer tot de filmindustrie te beperken : «We gaan onze activiteiten richten op alle sectoren die behoefte aan technologieën hebben om informatie vast te leggen vanuit een luchtvaartuig», zegt Emmanuel Prévinaire, die militaire bewaking en behoud van erfgoed als voorbeelden noemt. Rest ons te zeggen dat Flying-Cam ter gelegenheid van zijn 30ste verjaardag in maart van dit jaar een nieuwe onderscheiding heeft gekregen  een Technology & Engineering Emmy Award !

 

WAW nr.15
2011

Château Bon Baron  

AOC Côtes de Sambre et Meuse


Jeanette en Piotr van der Steen, het Nederlandse echtpaar dat zich in 2000 in Lustin (Profondeville) vestigde om de wijnbouwtraditie op de hellingen van de Maas te doen herleven (17 hectare aangeplant, waarvan 15 in Yvoir), kan trots zijn op de vooruitgang van Château Baron sinds 2011 : acht tot veertien druivenrassen (o.a. pinot noir, pinot gris, pinot blanc, chardonnay, garanoir en gamaret), twintig tot veertig seizoenarbeiders die van april tot november bezig zijn en 20.000 tot 60.000 (in sommige jaren zelfs 100.000) flessen per jaar. Hun rode en witte wijnen hebben niet alleen allemaal het predicaat AOC Côtes de Sambre et Meuse gekregen, maar spelen ook mee met de grote jongens, zoals blijkt uit de nationale, maar vooral internationale, prijzen die elk jaar in de wacht worden gesleept. «In 2017 behaalde een van onze wijnen een gouden medaille op de wedstrijd ‘Muscat du monde’ in Languedoc-Roussillon, terwijl een andere zilver won op de wedstrijd ‘Chardonnay du monde’ in Bourgondië», legt de eigenares uit, die zelf de bijnaam ‘La Baronne’ aan een crémant rosé gaf. Het echtpaar, dat logischerwijs veel energie steekt in de Commanderie des Vins de la Vallée mosane (Wépion), is van plan om de voormalige Sint-Nikolaaskerk in Dinant te verbouwen tot een ruimte voor evenementen, exposities en proeverijen. Hun bedrijf is tegenwoordig gevestigd op het industrieterrein Sorinnes.

 

WAW nr.19
2012 

Het Biopark   

Verdubbeling van de werkgelegenheid in 10 jaar

De ULB, die voor zichzelf graag een steunpunt in Wallonië wilde realiseren, opende in 1999 haar Institut de Biologie et de Médecine Moléculaire (IBMM) op het Aéropole Science Park bij Charleroi. Het Biopark, dat zich op biotechnologie en life sciences richt, zou weldra een belangrijke speler worden in verband met de sociaaleconomische ontwikkeling van de regio. Eind 2012 werkten er 600 mensen in dit nieuwe gezondheidscomplex, dat toen vier onderzoekscentra, tal van technologieplatforms, een incubator, een trainingscentrum en een stuk of vijftien bedrijven, waaronder grote namen als Bone Therapeutics en Delphi Genetics, omvatte.

Nog geen vijf jaar later heeft het Biopark een dusdanig sterke ontwikkeling doorgemaakt dat er nu ongeveer 1300 mensen werken. Er hebben zich bijna vijftig bedrijven gevestigd, waaronder spin-offs en startups, maar ook internationale ondernemingen als Caprion (Canada) en Ncardia (Nederland), die aangetrokken worden door de reputatie van Wallonië in de biofarmaceutische sector, de reputatie van het universitair onderzoek en de financieringsmogelijkheden. «Het Biopark is bijzonder aantrekkelijk omdat het door zijn omvang een echt ecosysteem is geworden dat veel mogelijkheden biedt om verbindingen – en dus synergie – tussen alle betrokkenen tot stand te brengen», legt directeur Dominique Demonté uit. «Omdat ons groeiplan een verdubbeling van de werkgelegenheid in tien jaar voorziet, is de uitdaging voor ons om de infrastructuur daarvoor gereed te maken. Zo zijn we van plan om een nieuw gebouw neer te zetten, waarvan 20.000 m2 wordt gebruikt om biotechnologiebedrijven een plek te geven.»

WAW nr.20
2013

Fabienne Bister 

Een wedergeboorte in Ciney

In een van de artikelen in ons nummer over vrouwen zei Fabienne Bister destijds tegen ons dat mensen niet per se voorbestemd zijn om hun hele leven leiding te geven aan een familiebedrijf en dat ze regelmatig aanbiedingen kreeg om haar talenten elders aan te wenden. Vijf jaar later staat de onderneemster uit Jambes nog steeds aan het hoofd van de mosterdfabriek Bister (in 1995 volgde ze haar vader op), die zich daar niet over beklaagt. Doordat het bedrijf in 2013 het oude pand in het centrum van Jambes verliet om zich op het industrieterrein Achêne (Ciney) te vestigen, kreeg het eindelijk ruimte om te ademen en zich te reorganiseren. De 2800 m2 van de nieuwe gebouwen zijn benut om producten en diensten op maat te ontwikkelen (gevarieerde mosterd voor sausfabrikanten, in blokjes gesneden augurken enzovoort), waardoor de omzet van het Belgische bedrijf tot meer dan 3 miljoen euro is gestegen. Als de opbrengsten van de Franse vestiging (Champagne) erbij worden geteld, bedraagt de omzet zelfs meer dan 5 miljoen.

Tegelijkertijd heeft Fabienne Bister enkele investeringen gedaan, maar wel met mate. «We moeten directeuren van bedrijven vooral geen schuldgevoel geven door hun te vertellen dat ze de digitaliseringstrein dreigen te missen», zegt deze voorvechtster van het mkb en de levensmiddelenindustrie. «Je moet natuurlijk je bedrijf moderniseren, maar niet koste wat het kost investeren. Voor ons bedrijf hebben we een audit laten uitvoeren om na te gaan wat er verbeterd kon worden en we hebben dan ook gehandeld naar gelang de prioriteiten.”

 

WAW nr.25
2014

Dirty Monitor  

Een gewaad voor de hoogste toren ter wereld!

Dirty Monitor is de koning van de videomapping, een techniek waarmee 3D-beelden dankzij creatieve software op gebouwen of oppervlakken geprojecteerd kunnen worden om ze een nieuw uiterlijk te geven. In 2014 gaf dit kunstenaarscollectief uit Charleroi zijn visitekaartje af met de musical Peter Pan in Vorst Nationaal en de opening van het Beijing International Film Festival. Sindsdien hebben de uitvoeringen elkaar opgevolgd. In België waren ze aanwezig op Mons 2015 en de 200ste herdenking van de Slag bij Waterloo. In het Midden-Oosten hebben ze de mooiste culturele centra en musea aangekleed. In Dubai werd hun klank- en lichtspel op de hoogste toren ter wereld, de Burj Khalifa, wereldwijd uitgezonden tijdens de jaarwisseling van 2015 en 2016. En dit jaar tellen ze de projecten in onder meer Koeweit, Vietnam, China en Texas niet eens meer. «We geven vier of vijf uitvoeringen per maand. Het is zelfs wel eens voorgekomen dat we binnen tien dagen in drie landen op twee continenten een uitvoering moesten geven!», zegt Orphée Cataldo, een van de directeuren van het bedrijf (30 medewerkers), dat tegenwoordig in het beeldcentrum van Charleroi is gevestigd. «De grote verandering is dat onze omzet inmiddels voor een derde uit museuminstallaties afkomstig is. Zo zijn we deze zomer op de Heizel aanwezig voor de expositie in het kader van de 60ste verjaardag van de Smurfen.» Wat is het geheim van Dirty Monitor om aan de top te blijven? Motivatie. «Voor elk project moeten we nieuwe ideeën zoeken, nieuwe technologieën ontwikkelen enzovoort. Dat is fascinerend!»

 

WAW nr.27
2015

Mons 2015  

Een biënnale met Niki de Saint-Phalle

In 2015 verhief Bergen (Mons) zich tot culturele hoofdstad van Europa om meer dan driehonderd evenementen en een duizendtal originele activiteiten te organiseren, waaronder de expositie Van Gogh in de Borinage, stedelijke installaties, het Café Europa, het Festival au Carré, Les Ailleurs en Folie, en La Cité Miroir. Die vonden niet alleen plaats in het centrum en de voorsteden, maar in heel Picardisch Wallonië, in naburige culturele instellingen (Mac’s, Pass, Musée de la Photographie enzovoort) en zelfs in het noorden van Frankrijk. Er werden meer dan twee miljoen bezoekers geteld. Het evenement, waarvoor een budget van 71 miljoen euro was gereserveerd (plus 250 miljoen voor de renovatie van de infrastructuur), zou 5,5 keer zo veel hebben opgeleverd voor de horeca.

Wat is er drie jaar later over van deze ongelooflijke geestdrift ? Is de soufflé weer ingezakt of is cultuur een zeer belangrijke activiteit voor Bergen gebleven ? Voor Caroline Kadziola, secretaris-generaal van de Fondation Mons 2025, is het antwoord duidelijk : «Tussen onze stichting, de museumcluster van de stad en Mons Arts de la Scène (MARS) is een driepartijenovereenkomst gesloten om de culturele geest levend te houden die met Mons 2015 is ontstaan. Dankzij dit evenement konden de mensen met andere ogen naar cultuur kijken.

Die is nu niet alleen meer in de musea te vinden, maar heeft zich ook de stedelijke ruimte toegeëigend. In die zin hebben we het programma van onze eerste biënnale opgesteld. Tussen september 2018 en juni 2019 organiseren we onder meer een overzichtstentoonstelling van de kunstenares Niki de Saint-Phalle, het participatieproject Le Grand Huit, internationale voorstellingen, wijkfeesten en gastronomische activiteiten.»

 

WAW nr.33
2016

Vésale Pharma

Volgende doelen: Oekraïne en Texas

Als dat al nodig was, heeft het jaar 2017 de ongeveer vijftig werknemers en twintig artsenbezoekers van Vésale Pharma (Eghezée) gerustgesteld over hun toekomst bij het bedrijf dankzij de opening van een nieuwe permanente vertegenwoordiging in India met steun van het Awex, de toegang tot een reusachtige nieuwe markt door een samenwerkingsovereenkomst met de firma Honz Pharma voor de distributie van zijn pediatrische Bacilac-producten in China, de publicatie in de Verenigde Staten van een nieuw octrooi (Drops) in verband met oliehoudende oplossingen voor probiotica en de ontdekking van een compleet nieuw beschermings- en behandelingsmechanisme tegen met name urogenitale infecties. «We blijven meer dan ooit investeren in onderzoek en ontwikkelin», zegt communicatiedirecteur Eric Poskin, die aankondigt dat de laboratoria en de productie-eenheid begin 2019 van Ghlin naar Hannuit worden verplaatst. «Tegelijkertijd proberen we ons te positioneren op de grote buitenlandse markten. Zo gaan we in 2018 een verkoopmaatschappij in Texas openen en een nieuwe distributieovereenkomst voor onze producten in Oekraïne sluiten.»

Ter herinnering : door in 2007 al zijn activiteiten op probiotica te richten en vier jaar later een octrooi aan te vragen voor Intelicaps®, het procedé voor micro-inkapseling dat deze bacteriën tijdens de darmpassage beschermt, deed Jehan Liénart het voorbereidende werk waardoor zijn bedrijf de wereldleider op dit gebied kon worden.

 


WAW nr.37
2017

CMI en de Fondation John Cockerill 

Een Caïus-prijs en binnenkort een boog

Iets meer dan een jaar geleden, op 26 januari 2017, riep CMI de Fondation John Cockerill in het leven om het historische en culturele erfgoed in stand te houden dat aan de groep was toevertrouwd. Dat was geen toeval, want precies op die dag was het tweehonderd jaar geleden dat de beroemde Engelse industrieel het kasteel van Seraing kocht. Als eerste initiatief zette de stichting een reeks activiteiten in verband met deze gebeurtenis op touw, waaronder een film, een boek en de expositie «John Cockerill, 200 jaar toekomst» in La Boverie, die door ongeveer 20.000 mensen is bezocht.

Een mooie poging om het grote publiek bewust te maken van de uitdagingen van industriële innovatie, maar ook een meesterlijke zet, want dankzij deze acties won CMI op 29 maart van dit jaar de Caïus du Mécénat en Patrimoine, die door de vereniging Prométhéa wordt uitgereikt.

De Fondation John Cockerill heeft besloten om het daar niet bij te laten. Naast de acties om de herinnering en geschiedenis levend te houden en de samenwerking met Luikse culturele instellingen zet de stichting zich namelijk met de hulp van partnerbedrijven in om het grootste beeld ter wereld, de Arc Majeur, te laten maken door de Franse kunstenaar Bernard Venet. Het werk, dat uit twee monumentale bogen bestaat, wordt in het Centre d’Expertise Soudage van CMI in Seraing uitgevoerd en daarna aan het Waals Gewest aangeboden om op de autosnelweg E411 ter hoogte van Lavaux-Sainte-Anne te worden geplaatst. Over de onthulling, die in de herfst zal plaatsvinden, wordt een prestigieuze publicatie uitgegeven.

Een manier voor CMI om financiële sponsoring met Waalse knowhow te combineren.

Your opinion counts