Waw magazine

Waw magazine

Menu

Houtskeletbouw, palen-balkensysteem, systeem met massief houten platen (CLT) en houtmassiefbouw (1). Van deze vier systemen is houtskeletbouw veruit het meest wijdverbreid: 80% van de houten gebouwen berust op deze techniek. Maar voor grote gebouwen wordt de voorkeur gegeven aan CLT.

© Maisons Paquet

 

Door de prefabricagemogelijkheden, het vervoers- en hanteringsgemak en het isolatiepotentieel is houtskeletbouw de ideale techniek om vrijstaande huizen te bouwen, te meer omdat de flexibele en modulaire constructie het mogelijk maakt om de woning eenvoudig aan de veranderende behoeften van gezinnen aan te passen. De grote fabrikanten van ‘sleutelklare’ woningen, zoals Jumatt, Maisons Paquet en TomWood, de houtspecialist van Thomas & Piron, hebben daarom voor deze techniek gekozen.

Houtskeletbouw heeft zich zo positief ontwikkeld dat het een must is geworden”, luidt het commentaar van Maisons Paquet (Nalinnes), een familiebedrijf dat weet waar het om gaat, omdat het al aan het einde van de Tweede Wereldoorlog begon met de bouw van houten chalets als weekendhuis. Kandidaat-bouwers zijn tegenwoordig op zoek naar energieprestaties, milieuvriendelijkheid en comfort. Maar de snelheid waarmee een houtskeletwoning wordt neergezet, is ook erg verleidelijk. Een kandidaat-bouwer betrekt zijn huis in de regel 110 dagen nadat de fundering is gelegd. Onze fabricagetechniek is erop gericht om zo veel mogelijk in de werkplaats te bouwen. Daardoor kunnen we de constructie van de woning in één dag realiseren, zodat deze aan het einde van de middag beschermd is tegen weer en wind.”

En ‘sleutelklare’ woningen zijn natuurlijk ook populair omdat ze tegemoetkomen aan de algemene wens om niet extra belast te worden op een moment dat het voor mensen niet altijd even gemakkelijk is om hun gezins- en beroepsleven in evenwicht te houden. En hoewel de kandidaat-bouwers hun droomhuis moeten uitzoeken in een min of meer samenhangende catalogus, houden de bedrijven altijd de mogelijkheid voor hen open om een persoonlijk accent aan hun woning te geven. Een ander geruststellend gegeven is dat de prijzen transparanter zijn en meestal niet voor verrassingen zorgen. Omdat de overheid het eigenwoningbezit probeert te faciliteren en de bouw van gemeenschappelijke woningen bevordert, vertonen de prijzen een dalende tendens. Maar de stedenbouwkundige, energie- en milieuregels die erbij komen, werken in tegengestelde richting. Daarom moeten we anticiperen door de energiekosten van onze woningen te verlagen.”

www.houtinfobois.be

© Maisons Paquet


Voor het wooncomfort
Na 40 jaar ervaring in de bouw is Thomas & Piron uiteindelijk ook gezwicht voor hout. Eind 2011 heeft het bedrijf uit Paliseul dus een houtskeletbouwtechniek met de naam TomWood op de markt gebracht. De gelijknamige dochteronderneming, die in Gembloers is gevestigd, biedt nu ongeveer twaalf ‘sleutelklare’ woningen aan, waarvan de gemiddelde verkoopprijs rond de € 250.000 (all-in) ligt. “De Waalse markt is relatief stabiel, maar we denken dat we ons marktaandeel kunnen vergroten met projecten voor klanten die eigen grond bezitten en dan bedoel ik vooral projecten met een zeker karakter, een gedurfdere architectuur, een strakkere look”, stelt directeur Fernando de Sousa.Hoewel de trend eerder in de richting van moderne architectuur gaat, zoals gebouwen met platte daken of uitkragingen, krijgen we vrij vaak het verzoek om een houten accentje aan de buitenkant toe te voegen. In het algemeen stellen we dan vergrijsd cederhout voor. Maar mensen kiezen vooral voor een houtskeletwoning vanwege het wooncomfort.

In Wallonië zijn 8000 ondernemingen en ongeveer 18.000 mensen werkzaam in de houtsector. De bouw vormt een steeds groter deel daarvan. Welke gevolgen heeft dat voor de sector en de ondernemingen? En wat vinden de bossen ervan? We hebben deze vragen voorgelegd aan de directeur van Hout Info Bois, de Belgische organisatie voor technische inlichtingen over hout.


Hugues Frère, kunt u een beschrijving geven van de houtsector?

Als het om de bosproductie- en houthandelssector gaat, moeten we een onderscheid maken tussen de eerste en de tweede verwerking. De eerste verwerking omvat de bosbouwers, de zagerijen, de houtsnij- en houtschilbedrijven en de bedrijven die gespecialiseerd zijn in drogen en impregneren. Deze ondernemingen worden overkoepeld door de Belgische Houtconfederatie, waarvan Hout Info Bois het technisch informatiecentrum is. Deze organisatie geeft objectieve informatie en adviezen aan de betrokken beroepsgroepen (ingenieurs, architecten, ondernemers, timmerlieden enz.) en garandeert dat de houtbewerking goed wordt uitgevoerd, zodat de hele sector ervan profiteert. De tweede verwerking omvat de bedrijven die hoofdzakelijk de producten van de eerste verwerking gebruiken om platen, parketvloeren, meubels, kisten en verpakkingen, en kleine houten voorwerpen te vervaardigen. Ze worden overkoepeld door een organisatie die Fedustria heet. En hoewel de overgrote meerderheid van de bosbouwers in Wallonië is gevestigd, wat logisch is omdat 80% van het Belgische bosareaal hier te vinden is, zijn de zagerijen evenwichtig over het noorden en het zuiden van het land verdeeld, terwijl de bedrijven die het hout verwerken (meubels, papierpulp enz.), overwegend in het Nederlandstalige deel actief zijn. Hout is dus een rijkdom die, als we naar de hele sector kijken, zowel Vlaanderen als Wallonië ten goed komt.

Hoe hebben de bouwondernemingen gereageerd op de groeiende belangstelling voor dit materiaal?

Er zijn enorme veranderingen geweest. In 2011 waren er nog veel kleine bedrijven, waarvoor houtbouw niet de enige activiteit was. Het aantal kleine bouwbedrijven is langzamerhand verminderd ten gunste van grote ondernemingen die zich hebben gespecialiseerd. Dit verschijnsel is vergelijkbaar met wat zich in de landbouw heeft voorgedaan. Deze ontwikkeling was natuurlijk om economische redenen onvermijdelijk, maar ook omdat de eisen, met name op het gebied van energieprestaties, zo hoog zijn geworden dat meer deskundigheid, hogere opleidingen en veel vakmanschap vereist zijn. Deze grote ondernemingen, die zich tegelijkertijd toelegden op prefabricage in de werkplaats en sleutelklare gebouwen, hebben zich vooral in het noorden van het land ontwikkeld. Hoewel slechts 25% van de houtbouwondernemingen in Vlaanderen zijn gevestigd, produceren die dus meer huizen dan hun Waalse tegenhangers. Meer dan het dubbele per bedrijf! Maar Wallonië is dezelfde kant op aan het gaan. We stellen in toenemende mate vast dat er een tendens is naar bedrijven waarvoor houtbouw de enige activiteit is.

© Lamcol-LTS
In 2015 heeft de firma Lamcol (Marloie) op het terrein van een toekomstige ecowijk in Mont-sur-Marchienne het eerste houten gebouw van vijf verdiepingen in België gebouwd: een complex van negentien appartementen dat is opgetrokken uit CLT-platen.

Zijn gebouwen van hout veelzijdiger geworden?

Inderdaad. Het relatieve marktaandeel van de eengezinswoningen stijgt niet veel. Maar hout wordt wel steeds vaker gebruikt voor de bouw van openbare gebouwen, zoals scholen, sporthallen, culturele centra en huurwoningen. Een van de redenen is waarschijnlijk dat deze grote projecten interessanter zijn voor de ondernemingen. Maar nieuwe technieken, zoals CLT (cross-laminated timber), spelen daarbij ook een rol. Hierbij worden massieve houten platen gebruikt die in kruislings verlijmde of gespijkerde lagen op elkaar zijn aangebracht. Met name door de snelle plaatsing van deze platen is het gemakkelijker om grotere gebouwen neer te zetten.

Hout heeft natuurlijk een flinke impuls gekregen door thema’s als klimaatverandering en duurzame ontwikkeling.

We surfen inderdaad op een interessante golf. Het bijzondere van hout is dat het een oneindig hernieuwbare grondstof is. Je kapt een boom en plant weer een nieuwe. Zo eenvoudig is het. Tijdens zijn groei slaat een boom bovendien voor lange tijd C02 op – meer dan de hoeveelheid die bij de ademhaling vrijkomt – en die C02 blijft in het hout zitten wanneer de boom wordt gebruikt om te bouwen. Als je het hout laat doodgaan, gaat het schimmelen en komt de C02 weer in de atmosfeer. Ecologisch gezien is het gebruik van hout dus heel interessant. Mensen geven zich steeds meer rekenschap van de gevolgen van hun keuze. Des te beter! De vraag is tegenwoordig meer op inheems hout gericht dan op exotisch hout.

Welke houtsoorten worden in de bouw gebruikt?

Voor de constructiedelen gebruikt de sector uitsluitend naaldbomen, die de beste prijs-kwaliteitverhouding bieden. De spar, die 22% van het Waalse bosareaal vormt, is daarbij duidelijk in de meerderheid. Wat hoeveelheid betreft, wordt hij op de hielen gezeten door de Europese douglas (Oregon pine), die ook in onze bossen groeit en nu een mooie ontwikkeling doormaakt, met name omdat hij als voordeel heeft dat hij sterker groeit, wat een hoger volume per oppervlakte-eenheid betekent. Bij de loofbomen gaat de eik, in termen van areaal, ruimschoots aan kop, gevolgd door de beuk en de es. Deze houtsoorten zijn vooral bestemd voor de interieurinrichting. Maar er zijn projecten die ten doel hebben om meer beukenhout voor constructiedelen te gebruiken. Omdat de prijs van beukenhout sterk is gedaald, is dit het moment voor een herwaardering door de uitstekende mechanische eigenschappen ervan te benadrukken. 

© Hout Info Bois – Mobic.

Komt het hout dat we in België gebruiken uit onze eigen bossen?

Naar areaal gerekend behoort België tot de meest bosrijke landen, want ongeveer 23% van ons grondgebied bestaat uit bos. Desondanks is dat niet voldoende om zelfvoorzienend te zijn. Ons verbruik is altijd hoger geweest dan wat we produceren en dat blijft het geval. We zijn dus verplicht om hout te importeren. Daarbij gaat het voornamelijk om naaldhout uit Scandinavië. We importeren heel weinig exotische houtsoorten, want 90% van het hout dat we in de bouw gebruiken, komt uit Europa.

Als we het over kappen hebben, denken we aan ontbossing. Maar in België is het bosareaal in 150 jaar tijd met ongeveer 50% toegenomen!

Dat is een ingewikkeld probleem. Zoals ik net heb gezegd, komt het hout dat in België wordt gebruikt voornamelijk uit Europa. Maar op Europees niveau wordt de volumegroei van de bomen voor slechts 64% weggenomen. Dat wil zeggen dat het totale volume van het bos elk jaar toeneemt. In België ligt dat iets anders. Tot 2012 werd er iets minder gekapt dan er aangroeide, waardoor ons land een licht positieve balans vertoonde. Tegenwoordig bestaat echter de neiging om minder nieuwe bomen aan te planten, maar ook om iets meer te kappen dan de naaldbomen aangroeien. Met name om historische redenen, want het is tijd om bepaalde bomen uit het bos te halen en daarvoor nieuwe bomen aan te planten. Op een bepaalde leeftijd begint een boom namelijk veel minder C02 op te slaan dan in zijn jonge jaren. Wanneer hij dat punt bereikt, is het dus veel interessanter om hem te rooien en te vervangen door een jongere boom, die exponentieel weer C02 begint op te slaan. Anders dan in Vlaanderen, waar het lastiger is om houtsoorten nuttig toe te passen, heeft het bos in Wallonië naast zijn educatieve functie en bijdrage aan het milieu en de biodiversiteit duidelijk een economisch doel. We zeggen wel eens: een bos dat blijft bestaan, is een bos dat wat oplevert. 


© Hout Info Bois - TVB - Architecture & Aménagement 


© TS Construct.
In 2017 heeft TS Construct uit Jodoigne de opdracht voor het bejaardentehuis van Ramillies (architectenbureau Alain Jaume) gekregen, omdat het bedrijf dankzij de CLT-laminaattechniek de bouwtijd kon verkorten tot twaalf maanden, waarvan slechts dertig dagen voor het monteren van de platen

 

www.houtinfobois.be

In cijfers
(Bron: Panorabois 2017/OEWB)
• Waals bos: 556.200 ha (33% van het Waals grondgebied). Productieaandeel: 85%.
• Loofbomen vormen 57% van het productiebos (17% eikenbossen, 9% beukenbossen), naaldbomen 43% (26% sparrenbossen)
• Jaarlijks oogstvolume: 870.000 m3 loofhout en 3.137.000 m3 naaldhout.
• Gemiddeld oogstpercentage: 110% van de aangroei (66% voor de loofbomen en 135% voor de naaldbomen)
• 8003 ondernemingen (waarvan 3200 houtbewerkingsbedrijven en 1939 bosbouwondernemingen)
• 18.328 directe arbeidsplaatsen (12.548 werknemers en 5780 zelfstandigen)

De vakbeurs Bois & Habitat wordt dit voorjaar alweer voor de twintigste keer gehouden in de hallen van Namur Expo. Het thema van dit jaar is ‘hout in de bouw, vroeger, nu en in de toekomst’, wat aantoont dat dit materiaal inmiddels blijvend in onze gewoonten is verankerd.


Etienne Bertrand, een ondernemer met een passie voor architectuur, is ervan overtuigd dat hout het woonklimaat kan verbeteren. In 1999 kondigt hij aan dat hij een vakbeurs wil organiseren om dit materiaal weer dezelfde rol te laten spelen als in de tijd van onze verre voorouders. De aanwezige professionals zijn stomverbaasd. Velen roepen dat hij gek is. Mensen die geboren zijn met een baksteen in hun maag en elke dag verleidelijke combinaties van beton, staal en glas voorgeschoteld krijgen, zijn moeilijk ervan te overtuigen dat hout ook interessant kan zijn. Maar Bertrand is niet gek. Hij heeft lef en een goed ontwikkeld gevoel voor communicatie. Hij houdt nog meer lezingen om de aandacht van het grote publiek te trekken en wanneer de beurs Bois & Habitat in Namen voor het eerst haar deuren opent, worden de circa zestig exposanten overweldigd door maar liefst 5000 bezoekers. Hoewel ze goed hebben aangevoeld dat deelnemen aan het evenement beter is dan wegblijven, geloven deze ‘verkenners’ er niet echt in. En de bezoekers geloven er eigenlijk niet veel meer in. Velen zijn niet gekomen met de bereidheid om zaken te doen maar met een zak vol vooroordelen: een houten huis is iets uit de Middeleeuwen, is alleen goed voor chalets en blokhutten, brandt binnen de kortste keren af en vernietigt bovendien de mooie Waalse bossen! Kortom, veel bezoekers zijn alleen uit nieuwsgierigheid afgereisd. Ze zijn ervan overtuigd dat de beurs bij de eerste tegenslag in elkaar zal storten, waar ze bij het haardvuur nog lang om zullen lachen in hun stevige betonnen bouwsels.

Tussen de 15.000 en 20.000 bezoekers

Twintig jaar later lacht niemand meer. De beurs is niet in elkaar gestort, maar trekt juist drie keer zo veel bezoekers en in sommige jaren zelfs vier keer zo veel. Dankzij dit succes is de beurs geleidelijk uitgebreid met interieurinrichting en meubilair. En omdat de 10.000 m2 grote beursvloer plaats biedt aan maximaal 180 exposanten, is in 2007 een kleinere beurs genaamd Energie & Habitat ontstaan, die in oktober op dezelfde locatie wordt georganiseerd.

De herhaalde inspanning van de beursorganisatie, de onophoudelijke informatieverspreiding door professionals, de technologische ontwikkelingen in de houtsector en de energiecrisis (waarschijnlijk het zwaarst wegende argument) hebben ertoe geleid dat hout niet meer in het verdomhoekje zit. Na drie eeuwen in de schaduw van beton en staal te zijn weggekwijnd, staat hout nu weer in de schijnwerpers. En de talrijke kwaliteiten van het materiaal lijken plotseling vanzelfsprekend. Het is een levend, gezond en warm materiaal, dat bijdraagt aan het wooncomfort. Door zijn uitzonderlijke mechanische eigenschappen zorgt hout bovendien voor zeer sterke en duurzame constructies, terwijl een grote bouwkundige flexibiliteit mogelijk blijft. Maar hout is vooral ecologisch, hernieuwbaar en recyclebaar. Het is een natuurlijk isolatiemateriaal met hogere thermische waarden dan veel andere bouwmaterialen, terwijl voor de verwerking ervan veel minder energie nodig is. Kortom, de Belgen hebben eindelijk begrepen dat het voor hun gezondheid interessant kan zijn om voor een ander materiaal te kiezen dan baksteen. Dit betekent dat één op de tien huizen tegenwoordig van hout is, zonder rekening te houden met de renovatie, aanbouw en ophoging van bestaande woningen.

© Miko Miko Studio 

Voor particulieren

Het goede idee van Etienne Bertrand is dat hij deze beurs voor het grote publiek heeft ontwikkeld en ontmoetingen tussen professionals en particulieren eraan toe heeft gevoegd”, zegt Muriel Hunin, hoofd van de beurs Bois & Habitat. “EasyFairs, dat het evenement in 2010 heeft overgenomen, volgt dezelfde koers. Wij willen de bezoekers tevredenstellen die naar de beurs komen om diensten en oplossingen in verband met wonen te vinden. Zoals elk jaar staan onafhankelijke deskundigen bij de ingang om hun vragen te beantwoorden en hen de weg te wijzen, terwijl anderen hen informeren over de opleidingen en beroepen in de houtsector. Wat de ontmoetingen betreft, komen professionals vertellen over de verschillende aspecten van de houtbouw. Er is een architectuurwedstrijd georganiseerd om de belangstelling te wekken van de ingenieursbureaus. We hebben een ‘pleintje’ ingericht voor designers die we in het zonnetje proberen te zetten. Kortom, besluit Hunin, het is een beurs met passie. Het ruikt direct bij binnenkomst al naar hout en de mensen hebben zin om de materialen aan te raken!

De houtsector is zich ten volle bewust van de verdiensten van de vakbeurs. Relatief gezien is de beurs Bois & Habitat de industriële revolutie van de houtsector geweest”, erkent Hugues Frère, directeur van Hout Info Bois, de Belgische organisatie voor technische inlichtingen over hout. En die revolutie is tweeledig, want enerzijds zijn de bezoekers niet meer blind en anderzijds rusten hun dromen op de balk die ze in hun oog hadden.

 

Salon Bois & Habitat
Namur Expo
Avenue Sergent Vrithoff 2
B-5000 Namur
+32 81 36 00 42
www.bois-habitat.be
[email protected]

Over d’Easyfairs
EasyFairs, dat in 2003 werd opgericht door de Brusselse ondernemer Eric Everard, organiseert momenteel 218 evenementen in 17 landen, waarvan 33 in de verschillende delen van België (8 bij Namur Expo). De groep heeft meer dan 750 mensen in dienst. De slogan van EasyFairs luidt: ‘Visit the future’. Ter herinnering: Eric Everard werd in 2012 uitgeroepen tot Manager van het Jaar.

  • /
  • /

Monumentaal werk van Roger Jacob komt weer tot leven in Luik dankzij CMI

Roger Jacob werd in 1924 geboren in Aarlen en volgde een opleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten. Hij droomde ervan dat de kunst de ateliers zou verlaten om op straat te komen en bezit te nemen van fabrieken en openbare gebouwen. Zo sieren zijn waterspuwers de fonteinen op de Kunstberg in Brussel en was een van zijn monumentale werken in cortenstaal tot voor kort te zien bij de ingang van de zinkfabriek Prayon in Engis. We gebruiken bewust de onvoltooid verleden tijd, daar het beeld, dat dateert van 1972, zwaar was geërodeerd onder invloed van de tand des tijds. Er diende dus kordate actie te worden ondernomen. De onderneming schonk het werk aan de stad Luik die, in het kader van een cultuurbeleid dat oog heeft voor stadskunst, besliste, in samenwerking met de stichting “Les amis de Roger Jacob”, om het werk te verplaatsen, te renoveren en opnieuw op te stellen langs de boulevard Frère Orban, aan de voet van de nieuwe voetgangers- en fietsbrug. In het kader van zijn 200ste verjaardag was de groep CMI, die in Seraing is gevestigd op de historische site van de fabriek John Cockerill, bereid de renovatie en het vervoer voor zijn rekening te nemen en te financieren; de groep deed daarbij een beroep op verschillende ondernemingen in de regio (het Bureau Greisch, de firma Renory, MB Transports, Somef en de Ateliers Melens-Dejardin). Het werk van Roger Jacob, die in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw naar de streek rond Luik verhuisde, werd opnieuw ingehuldigd op dinsdag 24 oktober in het bijzijn van de Luikse overheden en ook van Bernard Serin, gedelegeerd bestuurder van de Groupe CMI, en leden van de stichting Roger Jacob .

  • /
  • /

Een nieuw octrooi voor Vésale Pharma in de Verenigde Staten

 

De firma Vésale Pharma in Eghezée is een pionierster op het gebied van onderzoek en innovatie voor probiotica, die levende micro-organismen die meer bepaald de darmtransit kunnen bevorderen. De jongste jaren heeft de firma verscheidene wereldwijde octrooien ingediend, waaronder het Intelicaps®-octrooi voor een revolutionaire micro-inkapselingsmethode voor probiotica, waardoor bacteriën tijdens hun transfer naar de dikke darm bestand kunnen zijn tegen aanvallen van maagzuur en aalvleeskliersap.

Begin oktober 2017 heeft de Naamse firma een nieuw octrooi verworven in de Verenigde Staten – het derde in dat land – voor de oliehoudende oplossingen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het toedienen van probiotica aan zuigelingen en zeer jonge kinderen. Ten aanzien van de andere Drops-oplossingen die momenteel in de handel zijn, kunnen die tijdens heel de geldigheidsduur van het product stabiel blijven zonder neerslag of agglomeraat, wat de bescherming van de probiotica aanzienlijk verbetert.

De publicatie van ons Drops-octrooi in de Verenigde Staten is een bijkomend teken van erkenning, dat de geloofwaardigheid van onze producten niet enkel in dat land versterkt, maar ook elders in de wereld”, meent Jehan Liénart, de CEO van Vésale Pharma.

De firma exporteert haar producten immers naar een twintigtal landen. Nadat ze anderhalf jaar geleden een vertegenwoordigingskantoor had geopend in Brazilië, heeft ze in juni van dit jaar hetzelfde gedaan in New Delhi, in India.

  

Vésale Pharma
Rue Louis Allaert, 9
5310 Noville-sur-Mehaigne
Tel. : +32 (0) 81 56 00 06
[email protected]

  • /
  • /

De firma Vésale Pharma werd in 1997 opgericht en is gevestigd in Noville-sur-Mehaigne (Eghezée). Sinds 2008 is zij een pionierster inzake onderzoek en innovatie op het gebied van probiotica, namelijk kleine levende micro-organismen voor het bevorderen van het voedseltransport in het maag-darmkanaal. De Naamse firma heeft meer bepaald het Intelicaps®-octrooi gedeponeerd, een revolutionair procedé dat de bacteriën beschermt tegen maagzuuraanvallen en ze dus veel efficiënter maakt. Vésale Pharma, die zijn producten naar een twintigtal landen uitvoert, is vandaag een van de marktleiders op dat gebied en wil wereldwijd absoluut toonaangevend worden inzake Onderzoek en Ontwikkeling op het gebied van probiotica. Nadat de firma anderhalf jaar geleden een eerste kantoor opende in Brazilië, heeft ze zich nu, met de steun van het Waalse Exportagentschap (Awex) ook in New Delhi, in India, gevestigd.

Om te beginnen zal dat vast vertegenwoordigingskantoor de mogelijkheden onderzoeken voor het aangaan van samenwerkingsakkoorden en partnerschappen, zowel inzake onderzoek en ontwikkeling – de voornaamste pijlers van onze firma – als structureel en commercieel. India is een ontzaglijk grote markt, die we omzichtig moeten aanpakken door ons aan de plaatselijke gebruiken en gewoonten aan te passen”, aldus Jehan Liénart, de stichter en CEO van Vésale Pharma. 

De volop in ontwikkeling verkerende firma heeft in juni 2016 een nieuwe proefproductiesite geopend in Ghlin. Maar dat is slechts een voorlopige vestiging, aangezien ze eind 2018 een groter gebouw in gebruik zal nemen in Gosselies, in het Biopark van de Aéropole. De onderneming zou haar huidig personeelsbestand van een veertigtal medewerkers dan uitbreiden met tien nieuwe medewerkers.

 

Vésale Pharma
Rue Louis Allaert, 9
5310 Noville-sur-Mehaigne
Tel. : +32 (0) 81 56 00 06
[email protected]

Architect ten dienste van het milieu

Vincent Callebaut, afkomstig uit La Louvière en nu werkzaam in Parijs, is afgestudeerd aan het Victor Horta Instituut van de faculteit Architectuur van de Université Libre de Bruxelles.

Nadat hij zijn stempel had gedrukt op de Wereldtentoonstelling van 2010 in Shanghai, ontwierp hij het Solar Drop-complex in de Verenigde Arabische Emiraten, op een kunstmatig eiland voor de kust van Abu Dhabi. Hij werd omschreven als “de architect bij uitstek om België te doen schitteren op de Dubai Expo en om de nieuwe generaties te inspireren die de realiteit van de klimaatverandering onder ogen zullen moeten zien”.

Het tuingebouw van het Belgisch paviljoen (foto) is zowel van binnen als van buiten groen. Alles is zo ontworpen dat het een deel van de energie produceert die het verbruikt. Het profiteert van natuurlijke ventilatie en lichtinval, hernieuwbare energie in verschillende vormen, biogebaseerde producten en een intelligent watergebruik. Door evapo-transpiratie verlagen de planten ook de temperatuur in de binnenruimtes.

Het behoud van het milieu is de inspiratiebron voor dit ontwerp, maar ook voor alle andere projecten van Vincent Callebaut. “Ik wil hoop bieden op een betere toekomst”, zegt hij.

Time Magazine noemde zijn Parijse bureau “het beste eco-prospectieve en visionaire architectenbureau, dat fantastische projecten ontwerpt die de milieu- en sociale kwalen van de wereld aanpakken”.

vincent.callebaut.org

OVER PRINSEN EN TRAPPISTEN

Chimay, dat befaamd is voor zijn trappistenbieren en kazen, werd in 1486 tot vorstendom verheven. Zijn kasteel, wallen, oude trappen, verharde straten en krappe huizen verwijzen naar de geschiedenis van deze duizend jaar oude stad die zich genesteld heeft in de Henegouwse laars, op het kruispunt van de RAVeL en de wandelweg van de ‘Grande Traversée’ van het Land van Chimay.


Het oude centrum


© Espace Chimay

Om u kennis te doen maken met deze charmante oude stad vol historische monumenten, biedt de vzw Chimay Promotion het spel ‘Het geheim van Chimay’ aan. Een gordel waarvan de zakken met hangsloten dichtgemaakt zijn, een oriëntatieboekje en enkele toebehoren, zijn de instrumenten waarmee de spelers op zoek gaan naar de geheimen van Chimay ! Om hun weg te vinden in de stad, moeten ze onderweg raadsels oplossen. Tijdens het spel kan men een bezoek brengen aan de collegiale Sint-Petrus-en-Pauluskerk – met haar uivormige torenspits – en ten slotte enkele plaatselijke producten gaan proeven op een terras aan de Grote Markt.

De Aquascoop van Virelles


© Aquascope Virelles

Op drie kilometer van Chimay, aan een van de mooiste vijvers van Wallonië, ligt de Aquascoop, die een ludieke en didactische kennismaking met de natuur aanbiedt in een reservaat van 134 hectare. Aan de ene kant is er de ludieke ruimte met haar speeltuin en barbecuehoek, en aan de andere kant de ruimte om de natuur te leren kennen tijdens een toeristische wandeling met een ‘ontdekkingspad’, observatieplekken, een tuin met wilde planten, een didactisch bijenhuis … Een paradijs voor kinderen en een must voor scholen !

Het kasteel van Chimay

Het is ondenkbaar dat wie naar Chimay komt, geen bezoek zou brengen aan het prachtige kasteel dat op een vooruitstekende rots in het dal van de rivier Eau Blanche staat. Dat het kasteel in zulk een goede staat verkeert, komt doordat de eigenares, prinses Elisabeth van Chimay, een deel van haar fortuin besteedde aan het onderhoud ervan en ook voor de nodige uitstraling zorgde door een festival voor barokmuziek te organiseren. Tot haar 85 jaar leidde ze zelf de bezoeken aan de voor het publiek openstaande delen, waaronder de prachtige toneelzaal die uit de tijd van de Restauratie stamt. Vandaag gebeurt het bezoek met behulp van een mobiele app en wordt de geschiedenis van de prinsen van Chimay verteld door de Franse acteur en journalist Stéphane Bern, aan de hand van een film die getoond wordt in het Kunstenaarshuis.

De abdij van Scourmont en de Espace Chimay

De abdij van Onze-Lieve-Vrouw van Scourmont, die haar statige vleugels uitspreidt over de gemeente Forges, zeven kilometer ten zuiden van Chimay, is een abdij van de Cisterciënzerorde van de Strikte Observantie. De communiteit telt ongeveer vijftien monniken, die een leven van gebed en werk leiden, waaronder het beheer van het beroemde trappistenbier, dat ter plaatse wordt gebrouwen. De buitengebouwen, de begraafplaats, de tuinen en de kerk kunnen vrij worden bezocht. De abdij geeft uit op de Espace Chimay, een kilometer verder gelegen, waar de bezoekers een duik kunnen nemen in de interactieve tentoonstelling ‘Chimay Expérience’ om er de geheimen van de geschiedenis en de productie van de trappistenbieren en kazen te ontdekken. Daarna kunnen ze de theorie in de praktijk omzetten in de ‘Auberge de Poteaupré’ die ook enkele kamers verhuurt.

Lompret


© C. Collet

In een schrijn van groen, op enkele kilometers ten oosten van Chimay, op de RAVeL naar Mariembourg, ligt Lompret, een van de Mooiste Dorpen van Wallonië. Het is niet alleen aantrekkelijk omwille van de pracht van het landschap, maar ook wegens de resten van een feodaal kasteel, een brug met drie bogen en het kleine religieuze erfgoed. Bovendien is er de Eau Blanche, die eraan herinnert dat de streek tot in de 20e eeuw haar glorietijd beleefde dankzij de activiteiten van de smidsen. Natuurliefhebbers kunnen volop van de prachtige omgeving genieten door de 6,6 kilometer lange wandeling langs de Eau Blanche te maken, die lange tijd de bochten volgt van de rivier die haar naam te danken heeft aan de kalkhoudende bodem waarin ze haar bedding groef.

 

Toeristische Dienst van Chimay

Rue de Noailles 6
6460 Chimay
+32 (0) 60 21 18 46
[email protected]

visitchimay.be

 

HANGT AAN ZIJN BELFORT

Waar de Samber en de Biesmelle samenvloeien, daar ligt de middeleeuwse stad Thuin op een rotsachtige uitloper en wordt ze gedragen door meer dan tweehonderd tuinen. Het hoofd ervan is het belfort, dat tot het Werelderfgoed van de Unesco behoort, terwijl de voeten in de Samber hangen, tussen twee andere trekpleisters: de kapittelkerk van Sint-Ursmarus van Lobbes – de oudste kerk van België – en de abdij van Aulne.


Het belfort en de Hangende Tuinen


© OTThuin

Het belfort in het centrum van de bovenstad is het enige overblijfsel van een kapittelkerk die in 1811 werd gesloopt. Het uitzicht op de top is even adembenemend als het beklimmen van die toren ! Minder uitputtend is een wandeling door de straatjes tussen de Hangende Tuinen. Die 230 terrassen hangen aan steile delen van de middeleeuwse stad en maken deel uit van de vestingen ervan. Het door de toeristische dienst voorgestelde plan bestaat uit verscheidene wandelingen langs de tuinen, de bezienswaardigheden – zoals de wijngaard van Thuin – en de openbare hedendaagse kunstwerken in openlucht. Vanop verschillende plaatsen heeft men uitzicht op al die tuinen, zoals op het panorama van de ‘Chant des Oiseaux’.

De Thudo en de geschiedenis van de binnenscheepvaart

© OTThuin
 

Aan het begin van de 20e eeuw telde Thuin op een bevolking van 5000 inwoners meer dan 1100 gezinshoofden die binnenschippers waren ! Maar die langdurige liefde is nog niet helemaal voorbij, aangezien er in de Rivage-wijk – een vroegere vrije gemeente die om de 6 jaar nog altijd symbolisch haar burgemeester kiest ! – nog veel gepensioneerde schippers wonen. Tijdens een wandeling in die typische buurt kunt u ook een bezoek brengen aan de ‘Thudo’. Dat aan de rechteroever van de Samber gemeerde museumschip, zal u vertellen over het schippersleven in Thuin, over de wijze waarop een binnenschip werd gebouwd, over het communicatiesysteem enz. Wilt u nog meer ? Scheep dan in op de ‘Sir Lancelot’ voor een cruise op de Samber tot aan Lobbes, Merbes-le-Château of de abdij van Aulne.

Ragnies, de distilleerderij van Biercée en het kasteel van Fosteau


© WBT - D. Vasilov

Ragnies, een van de Mooiste Dorpen van Wallonië, valt op door zijn grote, in kalksteen en baksteen opgetrokken hoeven, zoals de ‘ferme de la Cour’ waar zich de distilleerderij van Biercée bevindt, die bekend is voor haar brandewijn op basis van verse vruchten, waaronder het befaamde ‘Eau de Villée’. Om dit dorp te ontdekken, is niets beter dan een fietstocht vanuit Thuin en langs de RAVeL naar Beaumont (tot aan Dontiennes). Na een bezoek aan de distilleerderij en eventueel een maaltijd in de ‘Grange des légendes’, kunt u terugkeren naar Thuin of verder fietsen naar het kasteel van Fosteau. Dat prachtige gebouw – typisch een middeleeuws kasteel dat tijdens de renaissance werd verbouwd – met zijn ridderzaal, zijn apotheekmuseum en zijn Franse tuinen, is ook een bezoek waard. Terugkeren kunt u langs Fontaine-Valmont en via de RAVeL van de Samber via Lobbes tot in Thuin (in totaal : 33 km ).

De historische tram Thuin-Lobbes


© OTThuin

Dit Europees jaar van het spoor is ideaal voor een bezoek aan het ‘Centre de Découverte du Chemin de Fer vicinal de Thuin’. Het museum, dat wordt beheerd door de ‘Association pour la Sauvegarde du Vicinal (ASVi) ’, biedt onderdak aan een dertigtal voertuigen die de geschiedenis vertellen van de Belgische Buurtspoorwegen – ooit het grootste tramnet ter wereld ! Tijdens het weekend nodigt de ASVi haar bezoekers uit op een rit met een tram die vanuit Thuin aan de ene kant langs het dal van de Biesmelle tot aan Biesme-sous-Thuin rijdt en aan de andere kant door de Sambervallei tot aan Lobbes. Een gerestaureerde historische tramlijn en unieke uitzichten !

De abdij van Aulne


© OTThuin

Wanneer u de RAVeL van de Samber naar Charleroi volgt, ziet u na 9 kilometer de indrukwekkende ruïnes van de abdij van Aulne, die in de 7e eeuw werd opgericht door een berouwvolle bandiet. In haar glorietijd was ze bewoond door cisterciënzermonniken, maar tijdens de Franse Revolutie werd ze in brand gestoken. U kunt daarna een wandeling maken rond de abdij of een idyllische uitstap op de Samber aan boord van een elektrisch bootje dat u zelf bestuurt (vertrek aan café Leblon) of gewoonweg ter plaatse rustig genieten van een van de bieren van de abdijbrouwerij.

Toeristische Dienst van Thuin

Place Albert 1er 2
6530 Thuin
+32 (0) 71 59 54 54

tourismethuin.be

 

VAN SINT-JACOBS NAAR DJAN-DJAN

Ten zuiden van Brussel, halfweg tussen Waterloo en La Louvière en in de buurt van Villers-la- Ville, ligt Nijvel, een stadje met een rijke geschiedenis en een indrukwekkende kapittelkerk. Van het historisch en religieus verleden van dit Brabantse stadje is er nog een overvloed aan getuigen waar u niet naast kunt kijken wanneer u door de straten en steegjes wandelt.


De kapittelkerk van Sint-Gertrudis


© FTBW

Deze aan de Grote Markt gelegen kerk is een van de grootste (meer dan 100 m lang) en van de oudste (11e eeuw) Romaanse kerken van Europa. Tijdens de bombardementen van 1940 verloor ze haar gotische torenspits, maar werd prachtig gerestaureerd in de daaropvolgende decennia. Tijdens een rondleiding van twee uur kunt u kennismaken met haar geschiedenis en onder de indruk komen van haar geweldige omvang en haar rijke meubilair. En wanneer u rond de meesterlijk heraangelegde Grote Markt wandelt, kunt u de bogen aan de buitenkant (koorafsluiting, voorgevel, abside en tegenabside) bewonderen en tegelijk luisteren naar het bewegende messingfiguurtje aan de zuidgevel. Die ‘jacquemart’ werd beroemd toen hij in de 17e eeuw door de inwoners van Nijvel (of ‘Aclots’) werd aangenomen en ‘Jean de Nivelles’ werd gedoopt – of Djan-Djan voor de vrienden !

De ‘tarte al Djote’


© WBT - Philippe Lermusiaux

Deze culinaire specialiteit van Nijvel is een sterk geurende taart van snijbiet en kaas, die warm wordt gegeten en onder de bescherming staat van de gelijknamige broederschap, die elk jaar labels uitreikt aan de fabrikanten. Brasserie-restaurant ‘de l’Union’, aan de Grote Markt, is een van de weinige gelegenheden van de stad die de taart maakt en opdient volgens de regels (waarvoor de broederschap haar 5 sterren gaf in 2019) ! Geniet ervan op het terras tegenover de kathedraal.

Het kasteel van Seneffe


© Domaine de Seneffe

Hebt u zin in een fietstocht ? Het Domein van Seneffe ligt maar op een tiental kilometer buiten Nijvel en u kunt er gemakkelijk met de fiets naartoe rijden. Daarvoor volgt u de RAVeL tot aan Arquennes, daar slaat u linksaf aan de draaibrug en volgt dan het oude kanaal Brussel-Charleroi tot in Seneffe. Het jaagpad loopt langs veel sluizen en is ook een paradijs voor wandelaars. Dan ziet u het domein voor u liggen : rechts staat het 18e eeuwse kasteel in neoklassieke stijl, dat de mooiste verzameling kunstsmeedwerk uit België bevat, en links ligt het 22 hectare grote Engelse park met de schouwburg, de oranjerie, het vogelverblijf, de vijver en het eiland met zijn romantische brug. Deze zomer kunt u er ook kennismaken met het werk van de Belgische beeldende kunstenares Tinka Pittoors, die haar artistiek traject heeft aangelegd op het domein.

De Sint-Jacobswijk en het Dodaine-park


© MTRP

Pittoreske straten, beschermde huizen, historische resten … Ten zuiden van de Grote Markt bevindt zich de vroegere buurt van de Compostella-bedevaarders, die later die van de brouwers werd en nu een alleraardigst dorpje in de stad vormt, waar u gezellig kunt wandelen met of zonder gids. Nadat u voorbij de Simone-toren bent, die een restant is van een 13e eeuwse vestingmuur, komt u in de Marlet, de Bayard, de Gillard d’Heppe, de Coquernestraat en in de ‘rue du Coq’ … Soms ziet u een van een sint-jakobsschelp voorziene deur of een mooie stadswoning met een hangende tuin. Langs de Wichetstraat en de trap met 24 treden naast de oude wal, verlaat u het middeleeuwse centrum om te genieten van de tuinen en de vijvers van het Dodaine-park, die echt de groene long van Nijvel vormen en waar gezinnen maar al te graag ontspanning zoeken.

De abdij van Villers-la-Ville


© FTBW

Wie kent niet deze ruïnes, die nog bewonderd werden door Victor Hugo ? Op de 30 hectare grote site van deze 900 jaar oude cisterciënzer-
abdij liggen ook verscheidene tuinen (sier-,kruiden- en fruittuinen), een meditatiepad en, sinds een dertigtal jaar, een wijngaard, de ‘clos de Villers-la-Vigne’ ! In de zomer worden er verscheidene stages voor jongeren georganiseerd op de site, die ook een prachtig kader biedt voor nachtelijke toneelopvoeringen.

Toeristische Dienst van Nijvel

Rue de Saintes 48
1400 Nivelles
+32 (0) 67 84 08 64

tourisme-nivelles.be

Your opinion counts