Waw magazine

Waw magazine

Menu

 Vijfendertig jaar geleden werd de vallei van het ‘Eau d’Heure’ onder water gezet om meren te maken en het peil van de Samber te regelen.

Nu trekt de site een miljoen bezoekers per jaar en is hij de eerste toeristische bestemming in Wallonië.

En de activiteiten worden er steeds diverser, zoals blijkt uit het ‘Bike Park’ dat deze lente zal worden ingehuldigd.

 

Het Aquacenter in 2015, het Bike Park in 2016… Velen dachten dat de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ in 2010 een kaap hadden bereikt, toen de site tot ‘European Destination of Excellence’ werd uitgeroepen Maar sindsdien bleef deze site steeds meer particuliere investeerders aantrekken en zijn activiteiten-assortiment voor de toeristen uitbreiden. Dat gebeurt natuurlijk tot groot genoegen van Vincent Lemercinier, de directeur van de VZW ‘Les Lacs de l’Eau d’Heure’.

 
©Catherine Bruillaux

Wat waren de voornaamste stadia van deze nieuwe groeifase?

Vincent Lemercinier — Die begon in 2012 met het wouddorp, het ‘Natura Parc’, waarvan de exploitatie werd toevertrouwd aan ‘Alsace Aventure’. In de zomer van 2015 hebben we de herkwalificatie voltooid van het ‘Aquacentre’, dat van het einde van de jaren 1990 dateerde en dat een renovatie nodig had om te voldoen aan de nieuwe verwachtingen van het publiek en om de energieuitgaven ervan te verminderen. Het werd aangevuld met een nieuwe investering, namelijk het welness– en balneotherapiecentrum. Verleden jaar werd ons sportaanbod ook aangevuld met een polyvalente hal, waarvan het beheer werd toevertrouwd aan het Bloso. In de lente gaan we ten slotte het Bike Park inwijden, dat het uitstalraam van de ‘Lacs’ zal zijn voor alle takken van de wielersport. Andere projecten zijn in hun eindfase: het ruitercentrum, de golfbaan met 9 holes en de golfacademie, het seminarcenter…

 

En de financiering?

V.L.Al die investeringen waren mogelijk dankzij een Europees budget van € 9.200.000. Aangezien dat programma ten einde liep op 31 december 2015, hebben de Waalse overheidsfinancieringen de fakkel overgenomen voor de afwerking van de projecten, meer bepaald voor het ruitercentrum, het ‘Aquacentre’, het Bike Park en de golf. De polyvalente sportzaal kon voor de binneninrichting profiteren van de financiële steun van de Federatie Wallonië-Brussel. Het seminarcenter zal worden verwezenlijkt via een publiek-private samenwerking met de groep Lamy, die op dezelfde site instaat voor de bouw van een hotel, dat volgend seizoen in bedrijf zou moeten worden genomen.

 

Er komen meer en meer privé-investeerders. Wat trekt hen aan in de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’?

V.L. — Ze kregen geleidelijk aan vertrouwen dankzij de diversiteit en het niveau van de overheidsinvesteringen, die precies mikten op de ontwikkeling van de basisinfrastructuur om de site klaar te maken voor investeerders uit de privésector. En dat is gelukt, want wanneer men vandaag kijkt naar het totaal van de investeringen die sinds 15 jaar werden gedaan, ziet men dat de overheid € 40.000.000 investeerde en de particuliere sector bijna € 200.000.000. Dat is bijna vijfmaal meer! Die privé-investeringen gingen natuurlijk naar de attracties, zoals de Rode Krokodil, de Aqua-Golf, de Laser Games, het Spin Cablepark (de waterteleski), het Ontspanningscentrum van Falemprise en de Espace Fun (kajak, paddle en surfplank), maar ook naar het logement. Het is trouwens sinds de opening van het eerste vakantiedorp, in 2003, dat de publiek-private samenwerking zich heeft vermenigvuldigd. Om dergelijke dorpen te kunnen bouwen, moesten we door het ontwikkelen van onze activiteiten niet alleen de nodige investeerders aantrekken, maar ook de gebruikers. En om dat dubbele doel te bereiken, moesten we niet alleen ons aanbod stofferen, maar het ook stroomlijnen over het hele seizoen, met inbegrip van het laagseizoen, zoals we dat namelijk hebben gedaan met de wellness en met het seminarcentrum.

 

Wie een villa koopt aan de ‘Lacs de l’Heure’ is verplicht die te verhuren. Mag hij er niet zelf in wonen?

V.L. — Om logies te kunnen aanbieden aan de toeristen, moeten we vermijden dat er permanente bewoning ontstaat op de site. Daarom bepaalt de aankoopakte dat de koper de blote eigendom van zijn villa behoudt, maar het vruchtgebruik ervan afstaat aan een werkmaatschappij die de villa voor zo veel mogelijk nachten moet verhuren. De in die dorpen gekochte eigendommen worden dus opgenomen in een toeristisch verhuursysteem. Natuurlijk heeft de eigenaar het recht zijn huis te bewonen tijdens een welbepaalde periode.

 

Hoe ver staat het vandaag met het logiesaanbod?

V.L. — Het Landal Village met zijn 231 huizen, die plaats bieden aan 4 tot 10 personen, wordt al sinds vele jaren verhuurd. Het Golden Lakes Village, dat door de groep Lamy (Nessonvaux) wordt gefinancierd, gebouwd en beheerd, heeft een oppervlakte van 20 ha en is bijna halfweg, aangezien er iets meer dan 100 van de 200 geplande villa’s ter beschikking van de toeristen zijn gesteld. Om het aanbod te diversifiëren en een ander cliënteel aan te trekken, is dezelfde groep, zoals ik reeds zei, een hotelresidentie met 92 appartementen aan het bouwen, dat zal worden gekoppeld aan het seminarcentrum. De firma Forest Lodge uit Nijvel biedt aan de ‘Clairière du Lac’ ook 84 chalets aan als lichte vrijetijdswoningen, terwijl residentie ‘Les Joséphines’ sinds een tiental jaar 60 appartementen aanbiedt. Daarbij komt nog het groepslogies in het Bloso-centrum ‘Le Cierneau’ en in de Sleepin’Spin (waterteleski). Op termijn willen we op de site in totaal 5000 tot 6000 bedden aanbieden. Dat zal van de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ een toeristisch centrum van internationaal formaat maken.

 
©Golden Lakes Village
 

Kan men zeggen dat het verblijfstoerisme dankzij die meer en meer gediversifieerde overnachtingsformules nu belangrijker is geworden dan het eendagstoerisme?

V.L.De site ontvangt een miljoen bezoekers per jaar. De eendagstoeristen, die binnen een straal van een zeventigtal kilometer rond de meren wonen, zijn nog lichtjes in de meerderheid. Maar het verblijfstoerisme evolueert voortdurend met de diversiteit van het aanbod. In 2014 telden we bijvoorbeeld 200.000 overnachtingen. Die bezoekers komen vooral uit Nederland, dan uit Vlaanderen, Duitsland, Frankrijk en Brussel. Er zijn minder Walen bij, wat logisch is, aangezien die dichterbij wonen, hoewel ze toch steeds meer verblijfstoeristen worden tijdens de weekends.

 

Wat zijn uw de populairste activiteiten?

V.L. — In termen van aantrekkelijkheid zijn het de activiteiten in volle natuur, dat wil zeggen de uitstappen te voet en per fiets, alsook het acrobatisch woudparcours Natura Parc, die op kop staan, gevolgd door de wateractiviteiten. Aangezien onze meren de grootste gesloten waterpartijen van België zijn, trekken ze zowel zeilers aan, als surfers, kajakkers, jetskiërs en waterskiërs. Op de oevers zijn trouwens niet minder dan vijf watersportclubs gevestigd. En vergeten we ook niet de Espace Fun en het Blosocentrum van Cierneau, dat aan de zeilsport is gewijd.

 

www.lacsdeleaudheure.be


 

 MILIEUBEHEER

De ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ zijn de natuur erkentelijk omdat die de bron is van hun aantrekkingskracht. Bijgevolg wordt er bijzonder veel aandacht besteed aan het beheer van de site. Zo moet dat beheer alle milieuaspecten omvatten, zoals ruimtelijke ordening, het in stand houden van de kwaliteit van het water, het beleid inzake afvalbeheer, het beschermen van de natuur, de strijd tegen het binnendringen van vreemde soorten, het energiebeleid, het milieuvriendelijk vervoer, de codexen van goede milieupraktijken en de milieulabels.


 

DE SITE IN ENKELE DATA

1974 — Bouw van de stuwdammen

1981 — Vullen van de meren

1994 — Project voor het verwezenlijken van een toeristisch centrum

2000 — Opening van het ‘Aquacentre’

2003 — Ontstaan van het verblijfstoerisme

2012 — Opening van het Natura Parc

2016 — Inhuldiging van het Bike Park


 

DE SITE IN ENKELE CIJFERS
1800 ha

De 5 meren strekken zich uit over 1800 ha (600 ha water, 600 ha bossen, 600 ha weiland). Langs de 70 km lange waterkant worden een dertigtal activiteiten aangeboden (ontspanning en natuur, water, gezin, motor en 350 km bewegwijzerde wandelpaden).

1000 k

Het jaarlijks aantal bezoekers wordt geraamd op één miljoen, waarvan 135.000 voor het Aquacenter. In 2014 waren er 200.000 overnachtingen, 45 % uit België en 50 % uit Nederland. Op de site werden al 400 vakantiehuisjes gekocht door privé-eigenaars. Men voorziet ook 90 hotelkamers.

9200 k

Sinds 2010 bedragen de Europese investeringen € 9.200.000. Tegenover € 1 die geïnvesteerd werd door de overheid, staat € 4,60 van privépartners.

300

300 indirecte arbeidsplaatsen

 

Dit tweepersoonsvakantiehuisje uit lokale ruwe zandsteen in Rouvreux (Sprimont) is ideaal voor koppels die de landschappen van de vallei van Ourthe en Amblève te voet willen ontdekken.

I Christian Sonon Als u van de autosnelweg E25 komt en Sprimont binnenrijdt, zult u waarschijnlijk worden begeleid door enkele stoffige vrachtwagens, terwijl lichte witte wolken u bij aankomst in het dorp tegemoet waaien. Dit geeft aan dat de steengroeven van Sprimont en Chanxhe nog steeds in volle bedrijvigheid zijn en samen met de Carrières du Hainaut en de Carrières de la pierre bleue belge (steengroeve voor de ontginning van Belgische blauwe hardsteen) in Soignies (Zinnik) bijdragen tot het versterken van de reputatie van hardsteen tot ver buiten onze grenzen. Ook al is die blauwe steen hier en daar aanwezig, in kleine hoeveelheden als versiering, toch is het de zandsteen die zich in deze rustige uithoek van het land van Ourthe en Amblève het leeuwendeel toe-eigent. Met deze zandkleurige rotssteen werden dan ook tal van oude huizen en boerderijtjes gebouwd in het dorp Rouvreux, dat je bereikt als je Sprimont langs het zuiden via de rue d’Aywaille verlaat. Aan een van de uiteinden van de rue du Houmier, een beetje hoger gelegen dan de buren, bevindt zich het eigendom van Thierry en Dominique Lamarche. Het is een prachtig voorbeeld van wat je met geduld, ideeën en goede smaak met een oude boerderij kunt doen.

‘Toen mijn man en ik besloten Luik te verlaten om op het platteland te komen wonen, kozen we voor een terrein aan het andere uiteinde van deze straat, in het naburige dorp Florzé,’ vertelt de eigenares. ‘Maar we woonden pas in onze nieuwe woning toen ik verliefd werd op dit oude boerderijtje. Toen enkele jaren later de eigenaar stierf, zijn we snel zijn nicht gaan opzoeken die het had geërfd. De zaak was snel beklonken. In de loop der jaren zijn we het in orde beginnen te maken: dak, zolder, kamers, keuken, directe omgeving… Toen we klaar waren met de werkzaamheden, keken we naar het lager gelegen huisje aan de straat. Daarin bevond zich een oude bakoven, zoals er vroeger in het dorp wel meer geweest schijnen te zijn. Maar het was volledig vervallen. Wat moesten we ermee aanvangen ?’

Houtskelet en breuksteen van de streek

Het koppel wendt zich dan tot de Fédération des Gîtes de Wallonie waar ze vernemen dat er in de streek vraag is naar vakantiehuisjes voor twee personen. De administratieve en juridische romp slomp was beslist niet gemakkelijk, maar uiteindelijk kregen Thierry en Dominique hun vergunning. De wankele structuur van het huisje werd afgebroken en de breukzandstenen afkomstig uit de steengroeve van Anthisnes werden gerecupereerd. Omdat het terrein helt, werd de woning op de verdieping ingericht en is er beneden enkel een inkom met trap die leidt naar een gelambriseerde kamer met tweepersoonsbed, een ruime badkamer, een wc, een open keuken en een woonkamer die uitgeeft op de tuin en het zwembad van de eigenaars. Het geheel – in houtskeletbouw en stenen uit de streek – is eenvoudig, maar voldoende. Leuk ingericht trouwens, want Dominique is erg handig en heeft zich duidelijk geamuseerd met originele vondsten.

‘Door op een kussen te stuiten waarop de tekst Un air de campagne was geborduurd, wisten we wat het thema van ons vakantiehuisje zou worden. Bij het rustieke meubilair en de decoratieve voorwerpen die we in huis hadden verzameld, hebben zich enkele cadeaus gevoegd die we van familie en vrienden kregen. Maar het meeste plezier heb ik beleefd aan het achternazitten van de kippen…’

 ‘COT, COT’ of ‘TOC, TOC’?

Wees gerust: ook al bestaat er een plan voor een kippenhok in de tuin, de kippen waarvan sprake maken deel uit van het geheel, staan op wandlampen en de kapstok, lopen over muren en meubels, in afbeeldingen, op kalenders of als beeldjes. En wanneer we aan de eigenares vragen waar de meerderheid van haar klanten vandaan komt, wijst ze naar de houten letters op de kast in de eethoek. ‘Kijk, er staat ‘TOC TOC’, terwijl ik ze zo had neergezet dat ze de woorden ‘COT COT’ vormen. Onze Nederlandse gasten hebben ze vorig weekend echter omgewisseld, zodat ze in het Nederlands de onomatopee voor het gekakel van een kip vormen.’

‘Of ze nu voor een weekend of een week komen, onze gasten zijn meestal koppels die willen genieten van het uitgebreide netwerk wandelpaden rond Sprimont. Ze mogen ook onze mountainbikes gebruiken, maar wie ze huurt, brengt ze meestal snel terug: de RAVeL van de Ourthe is niet ver, maar rond het dorp is het erg heuvelachtig.’

Inlichtingen :

Un Air de Campagne
Rue du Houmier 3
B-4140 Rouvreux
[email protected]
www.unairdecampagne.be

 

WAT TE BEZICHTIGEN, WAT TE DOEN?

 Of ze nu uit Nederland, Vlaanderen, Wallonië of andere buurlanden komen, de gasten van Thierry en Dominique Lamarche maken van hun verblijf in Sprimont gebruik om toeristische trekpleisters in de buurt te bezoeken (La Roche, Durbuy, Luik,…), evenals enkele bekende parken en attracties zoals de Grotten van Remouchamps en Monde Sauvage in Aywaille. Niettemin zijn de wandelingen hun eerste prioriteit. De eigenaars vinden de wandeling van Ninglinspo de beste keuze. Langs dit kleine bergriviertje dat zich tussen de rotsen slingert, geniet je van prachtige landschappen. Bovendien zijn er tal van watervalletjes en natuurlijke waterbekkens met betoverende namen (Bain du Cerf, Bain de Diane…). Om dit valleitje, dat op de lijst van uitzonderlijk erfgoed van het Waalse Gewest staat, te bereiken moet je de auto nemen tot het gehucht Sedoz (Aywaille), tussen Remouchamps en Stoumont. ‘Er zijn nog andere erg mooie wandelingen die van hier vertrekken, bijvoorbeeld de wandeling naar de ruïnes van het kasteel van Amblève die uitsteken boven de rivier’, suggereert Dominique.

Sinds 2012 is er een nieuwe rustgevende plek voor de bezoeker die de Abdij van Villers binnengaat. In een tuin van 700 m2 staan niet minder dan 100 geneeskrachtige planten, geselecteerd op basis van de werken van Hildegard van Bingen.

Eerst wandel je tussen de indrukwekkende overblijfselen van de cisterciënzerkerk en de gebouwen (dormitoria, refectoria, auditorium…) waarin de monniken vanaf de 13de eeuw dag in dag uit vertoefden, en daarna kun je voortaan een medicinale tuin ontdekken zoals die in middeleeuwse kloosters werd aangelegd, naast moestuinen en boomgaarden. ‘Normaal werd dit soort tuin in de buurt van de ziekenzaal van de monniken aangelegd, maar dat kon niet omdat daar nu een spoorlijn doorheen loopt’, legt Geneviève Claes uit, pr-medewerker van de dienst promotie van de abdij. ‘Daarom hebben de bestuurders van de vzw die de site beheert hun oog laten vallen op een locatie buiten het normale bezoekcircuit. De plek leent er zich uitstekend toe, want het is er zonnig en de plaats is omringd door muren, beschermd tegen wind en voorzien van bronwater.’ In 2001 kwam de vzw Abbaye de Villers-la-Ville met het plan om opnieuw een tuin aan te leggen in de ruïnes, nadat in 1997 een soortgelijke tuin in de buurt van de Porte de Bruxelles (westkant van de abdij) werd gesloten voor archeologische opgravingen. Toch was het wachten tot 2005 voor het plan vorm kon krijgen dankzij de Stichting Yves Rocher - Institut de France, die niet alleen haar expertise op het gebied van middeleeuwse tuinen aanbood, maar ook bijdroeg tot de concrete realisatie ervan. De tuin van 700 m2 die nu kan worden bewonderd en die het hele jaar open is, is evenwel geen identieke reconstructie, maar eerder een evocatie van hoe een medicinale abdijtuin er in de middeleeuwen uitzag.

Het nuttige aan het aangename paren

‘De monniken wilden in hun eigen onderhoud voorzien en hebben er dus altijd naar gestreefd om alles te produceren wat ze nodig hadden voor hun verbruik’, vertelt abdijgids Dominique Sartiaux. ‘Door die planten te kweken, hadden ze voedingsmiddelen binnen handbereik die ook als basisgeneesmiddel konden dienen. Medicinale kloostertuinen waren niet alleen nuttig, maar hadden ook een symbolische en meditatieve functie, aangezien ze aanzetten om de geest te verheffen en het evenwicht en welzijn terug te vinden.’ De tuin bestaat uit twee delen: de vierkante tuin en de wilde tuin. Het eerste stuk is rechtlijning en omvat acht vierkante perken, afgezet met vlechtwerk uit kastanjehout. In het midden troont een fontein in blauwe steen, gemaakt door de steenhouwers van de steengroeve van Sclayn (Andenne). Ze heeft vier stralen die de vier rivieren van het Paradijs moeten voorstellen. Voor de monniken was de tuin immers de weerspiegeling van het Paradijs en moest alles naar de goddelijke perfectie en schoonheid verwijzen. Het tweede stuk, met veel rondingen, verwijst naar de wilde natuur. Je vindt er bomen, struiken, een vijvertje en… een insectenhotel. De planten in de tuin van Villers-la-Ville zijn voornamelijk uitgekozen op basis van het werk van Hildegard van Bingen, een abdis uit de 12de eeuw die in de Rijnstreek leefde en in 2012 door Paus Benedictus XVI heilig werd verklaard. ‘Aangezien deze abdis uit de Rijnvallei afkomstig was, beschrijft ze in haar medische werken planten die ook geschikt zijn voor onze streken’, legt de gids uit. ‘Bovendien heeft ze regelmatig brieven geschreven naar de monniken van de Abdij van Villers. Die hebben haar niet minder dan 38 filosofische en religieuze vragen gesteld.’

Hildegard en de leer van de lichaamssappen

Hildegard van Bingen was een geleerde vrouw aan wie we naast wetenschappelijke werken ook gebeden en liederen te danken hebben. Ze geloofde in de leer van de lichaamssappen, die op de geschriften van Hippocrates was gebaseerd en waarop de hele geneeskunde tot de 17de eeuw steunde. Volgens deze leer, die Baudelaire inspireerde tot het schrijven van Les Fleurs du mal (De bloemen van het kwaad), werd het gedrag van de mens gekenmerkt door vier lichaamssappen die overeenkwamen met de vier elementen: gele gal en vuur (warm en droog), bloed en lucht (warm en vochtig), zwarte gal en aarde (koud en droog), en slijm en water (koud en vochtig). ‘Een onbalans tussen die “humores” veroorzaakte ziekte’, licht Dominique Sartiaux toe. ‘Het evenwicht kon worden hersteld door een aangepast dieet en bereidingen met planten die het teveel of het tekort aan een bepaald lichaamssap herstelden.’ Zo werden de eerste zes vierkanten van de abdijtuin – in de laatste twee staan planten bedoeld om textiel te vervaardigen en te kleuren – ingedeeld volgens de mate van warmte en vochtigheid. In het vierkant ‘warme en droge planten’ vind je bijvoorbeeld stinkend nieskruid, dat Hildegard gebruikte om koorts, jicht, maagzuur en geelzucht te behandelen. In de categorie ‘koude en vochtige planten’ adviseert de abdis dan weer longkruid gekookt in wijn ‘wanneer men gezwollen longen heeft en het gevoel heeft te zullen stikken en men moeite heeft met ademhalen.’ Nu kun je denken dat we met zo’n eenvoudige remedies toch geen artsen meer nodig hebben, maar probeer dat maar eens te verkopen aan Argan, de malade imaginaire van Molière. Deze zomer zal hij komen zeuren in de abdij. Wanneer hem wordt gezegd dat hem niks mankeert, wordt hij razend. ‘Wie neigt tot kwaadheid, neme een roos en een iets mindere hoeveelheid salie en male deze tot poeder. Wanneer de kwaadheid opwelt, houde men het poeder voor de neusgaten’, beveelt Hildegard van Bingen aan. Ze weet duidelijk op alles het antwoord.

 

Inlichtingen:


Abdij van Villers

Rue de l’Abbaye 55

B-1495 Villers-la-Ville

+32 (0)71 88 09 80 [email protected] www.villers.be

 

WELZIJNSTUIN

Sinds drie jaar biedt de Abdij van Villers-la-Ville tal van ‘natuur en welzijn’-activiteiten aan in haar middeleeuws geïnspireerde tuin: natuurwandelingen, rondleidingen en kruidenworkshops (zie www.villers.be voor het programma). In 2015 is het hoogtepunt van de zomeractiviteiten gepland in het weekend van 26 en 27 september. Gedurende dat weekend zal de site veranderen in een ‘welzijnstuin’ waar van alles te ontdekken valt. In het centrum van de abdij komen stands over natuurlijk welzijn (etherische oliën, cosmetica, voetreflexologie, coaching, gezond koken,…). In een andere ruimte zal er plaats zijn voor tuinaanleg en de inrichting van groene ruimten, terwijl herboristen en producenten van aromatische planten workshops, proeverijen en gratis initiaties zullen aanbieden. En dan zijn er ook nog eens wandelingen om aromatische kruiden te leren kennen en kookworkshops. Zonder de markt met streekproducten te vergeten…

 

900 JAAR GESCHIEDENIS

De Abdij van Villers is een oude cisterciënzerabdij op het grondgebied van de gemeente Villers-la-Ville in Waals-Brabant. Ze werd onder impuls van Bernardus van Clairvaux gesticht in 1146 door een abt en monniken die van Clairvaux (Champagne) kwamen. De site had verschillende voordelen (de vallei lag voldoende afgelegen, er was voldoende water – de Thyle – en er was constructiemateriaal binnen handbereik). Toch werd de abdij in de 13de eeuw, ten tijde van haar spiritueel en wereldlijk hoogtepunt, volledig herbouwd. Ze telde toen een honderdtal monniken en nog eens drie keer zoveel lekenbroeders. Het domein stond onder de bescherming van de machtige hertogen van Brabant en bezat enkele tienduizenden hectaren, verspreid in het gebied tussen Antwerpen en Namen. Van de 16de tot het einde van de 17de eeuw kende de abdij afwisselend rustige en bewogen perioden, waarin de monniken het oord tot negen keer toe moesten verlaten om veiligheidsredenen.

In de 18de eeuw daarentegen beleefde de abdij haar tweede bloei. Nadat ze in 1789 door het Oostenrijkse leger en in 1794 door het Franse leger was geplunderd, werd ze in 1814 door de plaatselijke bevolking leeggeroofd. In de 19de eeuw verviel de abdij, wat romantici als Victor Hugo aantrok. In 1892 werd ze eigendom van de Belgische staat, die snel met de restauratie startte. In 1972 werden de ruïnes beschermd als site en historisch monument. In 1985 begonnen omvangrijke instandhoudingswerkzaamheden, gevolgd door opwaarderings- en herenigingswerkzaamheden in 2010. Vandaag behoren de ruïnes tot het uitzonderlijke erfgoed van het Waalse Gewest.

 

 

In 2013 kregen twee jongeren uit Bergen het idee om verrines op basis van aardappelen te maken. Vandaag verkopen deze ecologische producten als zoete broodjes.

Studeren leidt tot alles, als je maar genoeg ideeën hebt. Hélène Hoyois is graficus en webdesigner, Thibaut Gilquin is binnenhuisarchitect. Deze jongeren uit Bergen leerden elkaar kennen op de banken van de hogeschool Arts au Carré (Arts2). De twee hebben geen internetsites of ingenieuze, comfortabele ruimtes bedacht, getekend of ontworpen, maar wel… eetbare verrines. Gedaan met de kleine plastic recipiënten waarmee u niet weet wat te doen nadat u het vruchtvlees van een avocado, de verse kaas en de reepjes zalm bedekt met foreleitjes hebt opgeslokt. Hun ‘Do Eat’- verrines zijn gemaakt van aardappel en water, en worden samen met de hapjes waarmee ze zijn gevuld, opgegeten. Zo kunt u uw glaasje champagne in de hand houden.

Weg met de afwas!

‘Het was na een avondje televisie met ons bord op de knieën, dat Hélène met het idee kwam om een eetbaar bord te ontwerpen, zodat je de vaat niet meer hoeft te doen’, vertelt Thibaut die toegeeft dat luiheid vaak de katalysator voor grote uitvindingen is geweest. ‘Van een bord zijn we overgestapt op verrines nadat we tijdens vernissages – want we zijn kunstliefhebbers – zagen hoeveel afval er na afloop van recepties ontstond door wegwerpservies.’

Na enkele tests en probeersels kreeg het prototype van Thibaut gestalte als een verrine gemaakt van aardappelzetmeel, een krokant en knapperig recipiënt, erg handig tijdens recepties en walking dinners. ‘Ik had al eerder met aardappel gewerkt en wist dat de textuur van dat zetmeel verschillende voordelen had in vergelijking met zetmeel van tarwe, maïs of bananen’, legt Thibaut uit.

Ondersteund door NEST’up

Begin 2013 beslist het koppel zijn project ter goedkeuring voor te leggen aan NEST’up, het accelerator-programma voor start-ups, ondersteund door Creative Wallonia. De begeleiders die hen adviseren, overtuigen hen dat het idee kan leiden tot de oprichting van een onderneming als het beter wordt uitgewerkt. En zo sluiten Hélène en Thibaut zich drie maanden op in het Axisparc van Mont-Saint-Guibert in een ruimte die gereserveerd is voor de opleiding van jonge oprichters. ‘We hadden totaal geen idee van het commerciële aspect van een onderneming’, zegt Hélène. ‘Het team van NEST'up heeft ons dus geleerd hoe we een businessplan en een financieel plan moesten opstellen, hoe we ons product kunnen commercialiseren (naam, logo,…) en hoe we het konden verdedigen bij partners en financiers.’

Het resultaat van deze intensieve coaching was dat in september 2013 ‘Do Eat’ boven de doopvont werd gehouden. Sinds anderhalf jaar zijn hun producten te koop in de winkel. Ze worden aangeboden in verpakkingen van 25 verrines in verschillende vormen: een lotus, een lepel, een kano of een tulp. ‘Het aardappelzetmeel wordt ons geleverd door een voedingsmiddelenbedrijf in Nederland’, legt Thibaut uit. De verrines worden gemaakt en geïmpregneerd door Les Ateliers de Tertre in Saint-Ghislain, een beschermde werkplaats die personen met een handicap in staat stelt een beroepsactiviteit uit te oefenen. Ondertussen denkt het koppel na over het ontwerp van een specifieke machine, want zowel in Wallonië en Brussel als in de buurlanden blijft de vraag toenemen.

Génération W

De nieuwe onderneming, gevestigd in het Axisparc in Mont-Saint-Guibert, is er niet alleen in geslaagd particulieren te verleiden via de verkoop in gespecialiseerde winkels en andere delicatessenzaken, maar heeft ook grote chefs overtuigd, zoals Jean-Philippe Watteyne (iCook, Mons), Clément Petitjean (La Grappe d’Or, Torgny) en Ludovic Vanackere (L’Atelier de Bossimé), zonder de alomtegenwoordige Sang Hoon Degeimbre (L’Air du Temps, Liernu) te vergeten. Verschillende chefs dus die Waalse streekproducten promoten binnen ‘Génération W’. ‘Van klanten zijn ze partners geworden,’ aldus Thibaut, ‘aangezien ze ermee hebben ingestemd ons enkele recepten voor onze verrines te geven die we in de verpakkingen stoppen.’

Hélène schrijft het succes van de verrines toe aan hun originaliteit en handigheid, maar ook aan het recept ervan. Ze zijn gezond en natuurlijk, en worden zonder vetstoffen of additieven gemaakt, waardoor de smaak van de bereidingen die ze bevatten behouden blijft, of dat nu zoete of zoute hapjes zijn. ‘Bovendien is het een ecologisch product’, onderstreept de jonge onderneemster, die aankondigt dat binnenkort de kit ‘Do Eat Yourself’ op de markt komt, om zelf verrines te maken. ‘In een bepaald gaan de mensen dus toch voor afwas zorgen’, grapt Thibaut.

www.doeat.com

Omdat gasten ontvangen zoveel deugd doet

 “Niets bezorgt ons meer blijdschap dan een telefoontje van mensen die onze gastenkamers toevallig ontdekt hebben en die ons vragen of ze nog eens mogen terugkomen! Er worden banden aangeknoopt als een prettig en geslaagd verblijf samenvalt met een joviale ontvangst.

Ongeveer vijfentwintig jaar geleden vestigden Alain en Cécile Dive, beiden afkomstig uit Namen, zich in Dave. Op grond van bovenstaande overweging valt het niet moeilijk te begrijpen waarom het koppel besloot om een deel van de gezinswoning om te bouwen tot gastenkamers. Maar het genoegen dat ontmoetingen met onbekenden brengt, was niet de enige drijfveer van dit avontuur. “Ik was huisvrouw,” legt Cécile uit. “Toen onze drie kinderen het nest uitvlogen, had ik nood aan een andere bezigheid. En omdat mijn man en ik graag bed & breakfasts opzoeken als we op vakantie gaan, was de oplossing snel gevonden.

 

Een oude hooizolder

Dat geldt ook voor de locatie. Zo loopt de woning van Alain en Cécile door in een ouder gedeelte, een boerderijtje uit de tweede helft van de 19de eeuw. Sinds vele jaren deed dat deel alleen dienst als garage en bergruimte. Wellicht zou het niet moeilijk zijn om het gebouw te restaureren. “Dat dachten we!” lacht Alain. “We zeiden wel van meet af aan ‘Als we ergens aan beginnen, doen we het meteen goed!’ Het gevolg was dat we vijftien maanden nodig hadden om van de benedenverdieping een woonkamer te maken en op de verdieping twee slaapkamers met badkamer in te richten. We moesten het dak vernieuwen, er was een dekvloer nodig in een van de slaapkamers – we gebruikten de oude hooizolder voor de tweede kamer – er waren leidingen nodig voor het sanitair, naast radiatoren voor de verwarming, want een houtkachel alleen volstond niet… Uiteindelijk bleef er van de oorspronkelijke vertrekken niet veel meer over dan de muren. En de deuren en ramen hielden we ook op hun oude plek.

 

Een aparte ingang en een woonkamer

Hun inspanningen loonden de moeite, want het resultaat mag gezien worden. Wie de gewoonte heeft om in gastenkamers te verblijven, zal blij verrast zijn met al die onverwachte luxe, onder de vorm van een aparte ingang en een woonkamer bestaande uit een kleine salon en een eetkamer. Hier wordt trouwens het ontbijt geserveerd. Ook de slaapkamers hebben zo hun eigen stijl. In de intieme kamer ‘Rive droite’ (Rechteroever, van de Maas) is het opvallendste element het oude dakgebint van de boerderij dat het koppel wist te redden. De kamer ‘Arc-en-ciel’ (Regenboog) bekoort dan weer dankzij haar warme kleuren en gezellige afmetingen. “We lieten het meubilair op maat maken, verduidelijkt de gastvrouw. “Zowel voor de bedombouw als voor het bureauhoekje zochten we een uitgekiende oplossing die er toch mooi uitzag. We slaagden er zelfs in het toilet te verbergen achter kastdeuren!” Als kers op de taart zijn de muren van beide kamers getooid met schilderijen van Françoise Dumont. Deze talentrijke, plaatselijke kunstenares is niet alleen een vriendin van het koppel, ze gebruikte ook de gastenkamers en de benedenverdieping van het huisje om haar kunstwerken voor het eerst voor te stellen aan het publiek.

 

Ontbijt met zelfgemaakte jam

Vermits Cécile een goede gastvrouw wil zijn, wordt er niet beknibbeld op het ontbijt, dat geserveerd wordt in de ontvangstruimte. “Het ontbijtbuffet is bijzonder uitgebreid,”zegt zij terloops. Naast yoghurt, eieren en fijne vleeswaren, serveer ik ook gebakjes en huisgemaakte jam. Het fruit koop ik in een boerderij hier in de streek. Dat zijn aardbeien, frambozen, abrikozen… afhankelijk van het seizoen.” En haar partner voegt eraan toe, “Onze gastenkamers hoeven niet kost wat kost volgeboekt te zijn. Wij moeten er nog altijd plezier aan beleven en tijd hebben om onze gasten zo goed mogelijk te ontvangen!

 

 

Chambres d'hôtes "Entre ciel et rivage"

Rue de l’Ecole, 79

B-5100 Namur

+32 (0) 81 40 22 12

+32 (0) 477 37 13 96

[email protected]

www.entrecieletrivage.be

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN?

Namen en de Tuinen van Annevoie

Wie zijn hun gasten? Bij Alain en Cécile komen soms zakenlui over de vloer, al bestaat de clientèle voornamelijk uit Nederlandstaligen die hier een weekend ontspanning zoeken. Ofwel nemen ze deel aan een of ander tijdelijk evenement (de brocantemarkt van Temploux, het Festival du Film Nature in Namen…), ofwel komen ze hier wandelen of fietsen (langs de Maas loopt een route van RAVeL en sommige fietsers maken een tussenstop in Dave). Gasten die veeleer zin hebben in toeristische activiteiten, krijgen van het koppel de tip om het oude stadsdeel van Namen en de Citadel te bezoeken, of op ontdekking te gaan in Mozet (Gesves), een van de mooiste dorpjes van Wallonië. Al heeft Cécile toch een boontje voor de Tuinen van Annevoie. Er is niets verkwikkenders dan een ontspannen wandeling op deze groene plek, die deel uitmaakt van het ‘Patrimoine majeur de Wallonie’ (Waals Erfgoed). En waarom de dag niet afsluiten met een lekker diner in een van de talrijke verfijnde restaurants in de regio? Zo vormen L’Atelier de Bossimé en L’Eau Vive (in Arbre) slechts het tipje van de Maaslandse gastronomie.

 

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

Aan de slag met : 

Een rustieke vakantiewoning op een steenworp van een koninklijk domein

Ferage. Dertien huizen, een kasteel, een kapel, een eik, een eeuwenoude linde en een handvol inwoners die vergroeid lijken met het landschap. De tijd lijkt geen vat te hebben op dit gehucht, dat deel uitmaakt van de gemeente Mesnil-Église (Houyet). Dat heeft zo zijn redenen, want het kasteel van Ferage en de gronden errond maken net als de naburige kastelen van Fenffe, Villers-sur-Lesse en Ciergnon deel uit van de Koninklijke Schenking, anders gezegd van de nalatenschap die Leopold II overmaakte aan de Belgische staat. Omdat we hier te maken hebben met beschermd erfgoed is nieuwbouw verboden. Manon Rauwers, die afkomstig is uit het dorp, keerde hier terug na een lang verblijf in Zuid-Amerika en had geen enkele moeite om alles en iedereen te herkennen. “De tijd speelt hier geen rol: ik zou echt nergens elders kunnen leven!” vertelt de lerares. Ze ontdekte dit plekje in de Condroz in 1963, op vijfjarige leeftijd. Toen besloten haar ouders, aangetrokken door de natuur en de jacht, om Schaarbeek te verlaten. Ze namen hun intrek in het kleine kasteel van Ferage, een overblijfsel van de voormalige heerlijkheid die Leopold I had aangekocht. “Ik ben er opgegroeid en mijn vader woont er nog altijd. Als hij sterft, wordt mijn oudste broer de bevoorrechte huurder, maar wij kunnen het kasteel nooit kopen…”legt ze uit.

 

De stempel van een kunstzinnige meubelmaker

Dat maakt ook niets uit. Manon bezit vandaag een bijzonder fraaie, statige woning op het pleintje, naast de kapel en het piepkleine kerkhof waar haar mama begraven werd. Het pand is opgedeeld in tweeën. Aan de tuinzijde ligt het privégedeelte, waar zij woont, terwijl het deel aan de straatzijde werd ingericht tot vakantiewoning voor zes personen. Overigens is dat een gîte met een heel eigen karakter! ‘La Source de Manon’ of Bron van Manon draagt echt de stempel van haar jongere broer. In 2000 kreeg deze meubelmaker het idee om eventjes geen traditionele meubelen meer te vervaardigen en al zijn energie en verbeeldingskracht te wijden aan de renovatie van een vroeg 20ste-eeuwse schuur. Het werd een complete gedaantewisseling, want vertrekkend van vier muren en een dak bouwde de kunstenaar een opeenvolging van prachtige vertrekken, verdeeld over drie niveaus. En uiteraard speelt hout daarin de hoofdrol.

Ik had meerdere jaren in Suriname gewoond en toen ik terugkeerde, stortte Simon zich samen met zijn medewerker op het avontuur. Ik kon hem meteen overtuigen om het gebouw op te delen. Op die manier had ik een plek om te wonen en kon hij rekenen op vaste inkomsten. Toen het project afgewerkt was, heb ik al snel het beheer en de promotie van de vakantiewoning op mij genomen. In 2010 beschikte ik dan over de middelen om het huis te kopen. Ik heb wel enkele praktische wijzigingen laten uitvoeren. Zo was de salon heel groot – het was een trefpunt voor biodansers! – en dus besloot ik om een ronde muur te plaatsen. Maar ik zag er wel op toe dat er niet geraakt werd aan de bijzonder mooie mozaïekvloer. Elders heb ik een muur gesloopt om de eetkamer te vergroten. De laatste tijd heb ik flink wat boekingen voor de gîte, die van het Commissariaat-Generaal voor Toerisme drie korenaren kreeg! Er zijn drie slaapkamers, waarvan eentje speciaal voor kinderen, maar toch blijft de belangrijkste troef de woonkamer: die heeft namelijk perfecte afmetingen!

 

Een geheime kamer en een zwangere vrouw

Die woonkamer is een evenwichtige mix van ambachtelijke vakkennis en exotische smaak. De kunstig bewerkte boomstammen van Igor vullen de ruimte, terwijl de ziel van Manon het kleinste hoekje opfleurt. De gasten kijken verbaasd naar de primitieve sculpturen in de salon, de bewerkte vormen van de eikenhouten tafel in de eetkamer en de muren van onbewerkt hout in de woonkamer. En ze zoeken naar de betekenis van de muurkunst uit Suriname en Turkije. Misschien slagen ze erin om zonder de hulp van de vrouw des huizes de ‘geheime kamer’ te vinden … En wellicht duurt het eventjes voor ze zien dat de plek ook bewoond wordt door een zwangere vrouw!

‘La Source de Manon’, gelegen in de schaduw van de legendarische linde, is niet alleen een gîte waar men zich naar hartenlust kan ontspannen in een natuurlijke omgeving. Het is ook een plek om te herbronnen, om terug te keren naar wat echt waardevol is – een gelegenheid om zichzelf vragen te stellen. Misschien blijft de tijd hier ook wel even stilstaan om uit te blazen!

 

Gastenkamer in Wallonië ‘La Source de Manon’

Ferage, 11 bte 1

B-5560 Houyet

+32 (0)82 22 72 76

+32 (0)477 93 03 79

[email protected]

www.lasourcedemanon.be

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN?

Wandelen rond het koninklijk golfterrein en de koninklijke halte

95% van mijn klanten is Nederlandstalig,”zegt Manon, maar daar heeft ze geen moeite mee: ze heeft immers in Suriname gewoond.“Als er kinderen bij zijn, stuur ik het gezelschap snel in de richting van de grotten van Han, het park van Furfooz of het domein van Chevetogne. In deze regio vind je ook heel veel mooie kastelen, zoals dat van Lavaux-Sainte-Anne of dat van Vêves, ook kasteel van de Schone Slaapster genoemd. Als mijn gasten de Lesse willen afvaren, adviseer ik hen voornamelijk om de kleine route vanaf Gendron te volgen. Het andere parcours is immers heel lang en bijzonder druk. En verder heeft de streek nog twee bijzondere troeven. Vooreerst het prachtige parcours van RAVeL tussen Houyet en Jemelle. En vervolgens het netwerk van bewegwijzerde wandelroutes door het bos. Persoonlijk verkies ik de 6,3 km lange wandeling rond de Royal Golf Club d’Ardenne. Vanuit Houyet wandel je over het statige golfterrein, dat eveneens deel uitmaakt van de Koninklijke Schenking. Onderweg ontdek je het voormalige privéstation waar Leopold II en zijn gasten van de trein stapten en dan met een koets vervoerd werden naar het Château d’Ardenne, toen een luxehotel. Dat brandde af in 1968, maar de resten van de halte royale of koninklijke halte kun je nog altijd zien, ze lijken wel de ruïnes van een feodaal kasteel. Zo aan de rand van de spoorweg is dat wel een heel vreemd gezicht!

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

In de voetsporen van koningin Mathilde

Neen, Villers-la-Bonne-Eau is geen kuuroord! En toch klinkt de naam van deze deelgemeente van Bastenaken ons niet vreemd in de oren … In 1999 stond het plaatsje namelijk eventjes in de internationale schijnwerpers toen prins Filip in het huwelijk trad. Koningin Mathilde bracht inderdaad haar kindertijd door in dit dorp, meer bepaald in het schitterende kasteel van de familie d’Udekem d’Acoz, verscholen in de bossen van het gehucht Losange. Elke week ging ze samen met haar broer en zussen naar de zondagsmis in de dorpskerk. En in de pastorie volgde ze lessen catechese bij Jean Godenir, de priester die haar gedoopt heeft. Niet te geloven hé! De inwoners van Villers-la-Bonne-Eau zijn bijgevolg apetrots dat zij België een koningin ‘geschonken’ hebben!

En ook al was de pastorie lang geleden getuige van de jeugdige ontboezemingen van een toekomstige vorstin, toch zullen de muren hun geheimen niet prijsgeven, om de eenvoudige reden dat ze gedeeltelijk gesloopt werden. Olivier en Lucie Ramlot, beiden informatici uit Aarlen, hebben het gebouw namelijk recent gerenoveerd en omgebouwd tot landelijke vakantiewoning. Olivier is oorspronkelijk afkomstig uit Gembloux, Lucie uit Doornik. Ze leerden elkaar kennen toen ze beiden in Namen studeerden. Nadat ze werk gevonden hadden in het Groothertogdom Luxemburg, vestigden ze zich in de regio. Vandaag hebben ze vier kinderen en wanneer hun gîte niet verhuurd is, komen ze er met het hele gezin verpozen. Het gebouw is inderdaad oud, maar dateert toch van na de Tweede Wereldoorlog.

Een vernietigd dorp

Toen in januari 1945 duizenden Amerikaanse granaten insloegen, werd het dorp bijna met de grond gelijk gemaakt, legt Lucie uit. “Pas in 1952 werd de pastorie weer opgebouwd. Toen de pastoor, Jean Godenir, een tiental jaar geleden vertrok om in een rusthuis te gaan wonen, heeft de gemeente ze openbaar verkocht. Wij waren toen net op zoek naar een pand dat we wilden inrichten als buitenhuis en vakantiewoning. Ik viel meteen voor de ruime oppervlakte, de kwaliteit van de gebruikte materialen en het vele licht in de vertrekken…

De verbouwing bleek echter een hele klus. Omdat het huis een tijdje had leeggestaan, moest de plankenvloer helemaal vervangen worden, want door de hoge vochtigheid was hij rot. Om van vele kleine kamertjes één grote, heldere ruimte te maken, werden muren gesloopt, waardoor salon, eetkamer en keuken nu op elkaar aansluiten. Er werden grote ramen geplaatst voor een beter uitzicht op de tuin, die verfraaid werd met een pergola en een petanquebaan. Op de eerste verdieping kwamen er vier badkamers, waarvan drie en-suites. Er zijn maar liefst vijf slaapkamers en daardoor kunnen er in de voormalige pastorie twaalf mensen logeren, want in een van de kamers staan vier eenpersoonsbedden. Bovendien heeft men door elk raam een schitterend uitzicht op het omliggende platteland en het bos in de verte.

Een vakantiewoning voor volwassenen, kinderen en baby’s

Onze gasten zijn afkomstig uit Wallonië en uit andere regio’s, en komen hier relaxen in gezinsverband of met vrienden,” legt de vrouw des huizes uit. We hebben geprobeerd om het voor iedereen gezellig te maken. Zo bezit de vakantiewoning alle voorzieningen voor baby’s en er werd ook een ruimte helemaal omgevormd tot televisiekamer met speelhoek voor de kinderen. Een sauna of jacuzzi hebben we niet, maar de gasten kunnen zich wel gaan ontspannen op het meer van Esch-sur-Sûre, op een kwartiertje rijden van de gîte. In de garage staat onze kano, die 4,40 m lang is – die mogen ze gebruiken!

Drie jaar lang heeft Olivier Ramlot nagenoeg al zijn weekends gespendeerd aan de verbouwing van het pand, dat bijna volledig ingericht werd met nieuw meubilair, waaronder de grote tafel in de woonkamer, op maat gemaakt door een smid. Slechts enkele wastafels en oude stoelen getuigen nog van de vroegere bestemming. Zou Mathilde iets vermoeden, als ze toevallig eens naar het dorp zou terugkeren? Wellicht niet, want als je langs de kerkhofmuur loopt, ziet de buitenkant van het pand er nog net hetzelfde uit als vroeger. “Momenteel verstevigt mijn man het muurtje voor de ingang, maar eigenlijk moet de hele voorgevel een opknapbeurt krijgen. Daar is hij echt aan toe!”besluit Lucie. De eigenares is tevreden. Het vakantiehuisje staat op een rustige plek, te midden van de natuur, en kent veel succes. Wat wil een mens nog meer?

 

Vakantiehuis "Le Presbytère de Villers-la-Bonne-Eau"

Villers-la-Bonne-Eau, 7

B-6600 Bastogne

+32 (0) 473 24 34 53

[email protected]

www.presbytere-de-villers.be

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN?

De natuurparken van Bastenaken

De pastorie van Villers-la-Bonne-Eau, gelegen op twee kilometer van de Luxemburgse grens, is een uitvalsbasis voor de twee natuurparken in de regio: het Parc Naturel Haute-Sûre Forêt d’Anlier (aan Belgische zijde) en het Parc Naturel de la Haute Sûre (aan Luxemburgse zijde), met een 380 ha groot meer, groene stranden en rivierbochten. Er zijn veel wandelpaden en het terrein biedt nogal wat afwisseling, waardoor het bijzonder geschikt is om te mountainbiken. “Wie nood heeft aan cultuur, kan uiteraard naar Bastenaken,” merkt Lucie Ramlot op, “want daar heb je het War Museum en de Bastogne Barracks, het interpretatiecentrum van de Tweede Wereldoorlog. Voor gezinnen met kinderen is het Maison des Légendes, ook in Bastenaken, een aanrader. Het kreeg onderdak in het Musée en Piconrue. Dit museum organiseert diverse tentoonstellingen over het leven in de regio en je verneemt er meer over de Ardense legenden en verhalen. Op 20 juni opent het opnieuw zijn deuren. In het zuiden is het Musée de l’Ardoise in Haut-Martelange eveneens een ommetje waard. Via de leisteenbewerking word je er ondergedompeld in het industriële verleden van de streek.

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

 

Aan de slag met : 

Logeren in een vakwerkboerderij

Vanuit toeristisch oogpunt is Rendeux schitterend gelegen tussen La Roche en Durbuy. Het is een van de favoriete verblijfplaatsen van al wie nood heeft aan rust of wil genieten van de heuvelachtige natuur vol wisselende landschappen. Dat blijkt uit het feit dat de helft van de woningen in deze Ardense gemeente aan de Ourthe omgevormd werd tot tweede verblijfplaatsen, vakantiehuisjes of gastenkamers.

Dat geldt ook voor de 19de-eeuwse boerderij van Benoît en Dominique Daco in Chéoux. Het is een opvallende dubbele hofstede, bestaande uit twee woongedeelten aan weerskanten van twee stallen. Het koppel heeft deze oase van rust, gelegen bij de bevallige Sainte-Gengulphe kerk, met veel kennis van zaken en goede smaak ingericht. “In het begin van de jaren 1990 heb ik samen met mijn ouders al een vakantiewoning op de boerderij ingericht en verhuurd,”vertelt Dominique, die net als haar man uit een plaatselijke boerenfamilie stamt. “Toen mijn man en ik deze oude vakwerkboerderij ontdekten, rijpte vanzelf het idee om ze volledig te verbouwen en in te richten als toeristische verblijfplaats. De beschikbare ruimte was immers veel te groot voor ons gezin met drie kinderen.

Hout in plaats van beton

Het oude pand kreeg wel degelijk een vermelding in het boek ‘Belgisch Bouwkundig Erfgoed’ over deze regio, maar jammer genoeg werd het door de vorige eigenaars gedeeltelijk verbouwd en flink verstevigd met beton. Benoît en Dominique moesten dan ook heel wat moeite doen om het pand in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. “De volledige renovatie van het gebouw nam tien jaar in beslag. We namen onze tijd, omdat we zo veel mogelijk wilden werken met aangepaste materialen, zoals voor de raamomlijstingen, de tegels en de lambriseringen.”, legt Benoît uit en hij toont ons het prachtige plaveisel, de houten balken en de brede, natuurstenen schoorsteen die de voormalige schuur een heel andere aanblik geven. Nu is het een gezellig ontvangstruimte, waar de gasten zich ‘s ochtends neervlijen. Ze genieten er van een heerlijk ontbijt met streekproducten, waaronder zelfgemaakte jam en koffiekoeken, klaargemaakt door Dominique. “Toen we aan het begin van de jaren 2000 onze eerste kamers openden voor het publiek, bood ik meteen een table d’hôte-formule aan,” verklaart de vrouw des huizes. “Ik had inderdaad een opleiding gevolgd aan de hotelschool van Manhay, maar uiteindelijk ben ik gestopt met koken. Met de kinderen was dat een lastige opgave. Men moet zijn grenzen kennen.

Een crapaud in de keuken

Vandaag kun je hier terecht in vijf gastenkamers, waarvan drie in de eigenlijke boerderij en twee in de vroegere kleine vakwerkschuur aan de overkant. In een van de hoofdgebouwen werd het vakantiehuisje ‘L’ancienne demeure’ ingericht, verdeeld over drie verdiepingen. De vier kamers bieden onderdak aan acht tot tien personen en kregen namen als ‘Grenier du nord’ (Noordzolder), ‘Grenier du sud’ (Zuidzolder), ‘Les lilas’ (De seringen) en ‘Sous les cloches’ (Onder de klokken) – een verwijzing naar de nabijgelegen kerk. De eigenaars wonen in het andere hoofdgebouw. Alle gastenkamers en de vertrekken in het vakantiehuisje hebben een eigen badkamer en zijn ingericht met rustiek meubilair dat bijeengesprokkeld werd door de eigenaars. Met hun vrolijke kleuren, houten gebinte en plankenvloeren zien ze er allemaal even knus uit. “Aan de inrichting en afwerking hebben we bijzonder veel zorg besteed, net zoals we dat zouden doen bij onze eigen woning,” voegt de eigenaar eraan toe. “Soms vonden we zeldzame stukken, zoals de crapaud (lage leunstoel) en de plattebuiskachel die een plaatsje kregen in de keuken van het vakantiehuisje.” En vervolgens toont hij ons de vreemde, massieve kachel die onze grootouders gebruikten om kookpotten en koffiekannen warm te houden. Een zoveelste getuige uit een vervlogen tijd, die wel bijzonder gezellig leek… 

Terrasvormige tuinen

Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme heeft de ‘Clos de la Fontaine’ bekroond met vier korenaren, en dat is niet alleen voor de verzorgde inrichting van de kamers of de authentieke uitstraling van het landhuis, met zijn buitenmuren van breuksteen, zijn vakwerkgevels en leiendak. Want Benoît en Dominique besteedden minstens evenveel aandacht aan de aanleg van de buitenkant. Het ruime, betegelde terras aan de zuidkant; de tuinkamers in terrasvorm met ligstoelen; de moestuin; het erf met berkenhouten omheining, waar kippen, konijnen en geiten vrolijk ronddartelen; de weide, waar twee pony’s en een ezel grazen; het speelplein… Allemaal troeven die de vakantiegangers een huiselijk gevoel geven. En dat zijn niet alleen Franstaligen, maar ook veel Vlamingen en Nederlanders. “Gewoonlijk verblijven ze hier twee nachten om de omgeving te verkennen en ‘s avonds eens lekker te gaan eten”, zegt Dominique, “Want Endeux telt inderdaad enkele fijne restaurants!

 

Vakantiehuisje en gastenkamers ‘Le Clos de la Fontaine’

Rue de la Fontaine 2

B-6987 Chéoux (Rendeux)

+32 (0)84 47 77 01 ou +32 (0)478 28 74 18

[email protected]

www.leclosdelafontaine.be

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN?

Chocolaterie Defroidmont

Via talrijke bewegwijzerde paden vinden de wandelaars in de omliggende bossen hun weg terug. Zo kunnen ze een tocht maken naar de Chapelle Saint-Thibault, die hoog uitsteekt boven de Ourthe bij Marcourt. Maar daarnaast kunnen de gasten van ‘Le Clos de la Fontaine’ ook de talrijke bezienswaardigheden en toeristische attracties in de streek ontdekken. Absolute toppers zijn onder meer de grotten van Hotton, het Parc Chlorophylle in Dochamps (Manhay), de pittoreske dorpjes Wéris en Ny, en niet te vergeten het stadje Durbuy. “En toch hebben wij een zwak voor Chocolaterie Defroidmont in Erezée,”moeten Benoît en Dominique Daco toegeven. “Je krijgt er een rondleiding van veertig minuten tussen pralines, chocopasta en chocoladerepen. Er is voor elk wat wils… Echt, iedereen vindt er wel iets dat hij lekker vindt!”


Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

 

Your opinion counts