Waw magazine

Waw magazine

Menu

DOCHTER VAN DE MAAS EN MOEDER VAN ADOLPHE SAX

Dinant, de stad van de beroemde uitvinder van de saxofoon, biedt een hele waaier toeristische activiteiten. Aan merkwaardige sites is er geen gebrek, zoals (van boven naar onder) de citadel, de Maas en de grot ‘La Merveilleuse’. Liefhebbers van erfgoed en geschiedenis zullen genieten van de omliggende kastelen, terwijl avontuurlijke bezoekers hun gading zullen vinden in de afwisselende en overvloedige natuur.


Een cruise op de Maas


© Maison du Tourisme Vallée de la Meuse Namur-Dinant

Aangezien Dinant een van de meest trotse dochters van de Maas is, mag u zeker geen begeleide of thematische cruise op de stroom missen, ofwel tussen de sluizen van Anseremme en Bouvignes, ofwel tot aan het kasteel van Freÿr. De ‘Croisières Mosanes’ bieden een formule met citadelbezoek aan, terwijl ‘Dinant Evasion’ zowel groepscruises als intiemere uitstappen met elektrische boten (zonder vaarbewijs) aanbiedt.

De citadel


©WBT - S. Wittenbol

Dit monument heeft sinds de 11e eeuw verscheidene levens gekend, maar het uitzicht ervan dateert van de wederopbouw tussen 1818 en 1821, tijdens de Nederlandse bezetting. De bezoekers kunnen er naartoe gaan langs de parking aan de achterkant van de site of gebruik maken van de kabelbaan (of van de trap met 408 treden !). Het uitzicht is uniek. De citadel is een wapen en geschiedenismuseum en de sterke momenten zijn het bezoek aan de kazematten van de soldaten uit de Eerste Wereldoorlog en dat aan een loopgraaf via een ingestorte schuilplaats. Na uw terugkeer op de begane grond, kunt u een wandeling maken door de stad en een bezoek brengen aan de kapittelkerk, aan het Huis van Mijnheer (Adolphe) Sax (vrije toegang) en aan het Huis van de Patafonie (op afspraak). Wanneer u voldoende cultuur en geschiedenis hebt gehad, kunt u naar de ‘croisette’ gaan om er te genieten van een Dinantse preitaart, een Caracole-bier of een Dinantse koek.

De RAVeL van de Molignée en de abdij van Maredsous


© FT Province de Namur

De uitstap begint op een vlak stuk van de RAVeL van de Maas, maar in de vallei van de Molignée moet men al steviger trappen om naar Maredsous te klimmen. De tocht gaat langs de slakkenkwekerij van Warnant, de ruïnes van het kasteel van Montaigle, het dorp Sosoye (een van de Mooiste Dorpen van Wallonië) en natuurlijk met de befaamde draisines langs de RAVeL van Warnant naar Maredsous via het vroegere station van Falaën. Wanneer u de abdij hebt bereikt, kunt u er een plaatselijk bier drinken en/of boterhammen met kaas eten. Indien u langs Maredret terugkeert, ga dan eens naar de abdijwinkel om te kijken naar de illumineringen die door de abdis en de benedictijnerzusters worden gemaakt en die internationale faam genieten.

Uitstappen met een elektrische step


© Trot-e-fun - Jean-Pol Sedran

Zoekt u een leuke gezins- of groepsactiviteit ? In Anseremme biedt ‘Trot-e-Fun’ elektrische steps aan om de streek te verkennen ; dat zijn een soort mountainbikes zonder zadel, die speciaal aangepast zijn aan het reliëf van de Maasstreek. De trajecten worden uitgestippeld naargelang de vraag bij vertrek uit verschillende plaatsen (Dinant, Anseremme, Bouvignes …). Deze activiteit duurt ongeveer 1,5 uur en wordt omkaderd door een monitor. Op afspraak, natuurlijk.

Afdaling van de Lesse per kajak


© WBT _ Denis Closon

Dit is de ‘must’ van de streek, voor gezinnen en voor groepen. U kunt kiezen tussen de halve afdaling vanuit Gendron (12 km) en de volledige vanuit Houyet (21 km). Die activiteit wordt georganiseerd door ‘Dinant Evasion’, in Anseremme, dat formules aanbiedt waarbij de afdaling van de Lesse wordt gecombineerd met aan andere sportieve activiteit, zoals de Ardenne-challenge, een tocht tussen bomen en rotsen met oversteken op bruggen van touw of planken en het maken van dieptesprongen terwijl men aan kabels hangt !

Toeristische Dienst van de Maasvallei Namen-Dinant

Avenue Colonel Cadoux 8
5500 Dinant
+32 (0) 82 22 28 70

valleedelameuse-tourisme.be

ZIJN GROTTEN EN ZIJN LESSE

Rochefort zal sommigen doen denken aan trappistenbier, anderen aan het beroemde Lachfestival en nog anderen aan een grote Belgische tennisspeelster. Maar dan vergeten we dat Rochefort ook het Domein van de Grotten van Han heeft, de echte toeristische parel van deze historische stad, die in het Geopark Famenne-Ardenne ligt en het ideale vertrekpunt is om kennis te maken met de rijkdommen van een streek met een prachtige natuur en een hele resem kastelen.


Het gravenkasteel en de grot van Lorette


© Daniel_Collignon

Het niet ver van het stadscentrum gelegen gravenkasteel, dat vroeger het grootste kasteel van de Famenne was, is een belangrijke historische en archeologische plaats die eraan herinnert dat de stad haar naam te danken heeft aan die vesting (rocha fortis), die door de eerste heren van Rochefort, de Montaigus, werd gebouwd op een rotsachtige berguitloper. De grot van Lorette ligt dan weer zestig meter onder de grond (600 treden). Hoogtepunt van het bezoek is de Sabbatzaal, die zo verticaal is (65 m hoog) dat je er het opstijgen van een lichtgevend ballonnetje kan volgen.

Rochefort zal sommigen doen denken aan trappistenbier, anderen aan het beroemde Lachfestival en nog anderen aan een grote Belgische tennisspeelster. Maar dan vergeten we dat Rochefort ook het Domein van de Grotten van Han heeft, de echte toeristische parel van deze historische stad, die in het Geopark Famenne-Ardenne ligt en het ideale vertrekpunt is om kennis te maken met de rijkdommen van een streek met een prachtige natuur en een hele resem kastelen.

Het 'Archéoparc' en het ‘Centre du Rail et de la Pierre’


© WBT - Denis Erroyaux

A moins de deux kilomètres du centre-ville, en direction de Jemelle, l’Archéoparc de Malagne vous dévoilera les vestiges d’une imposante villa gallo-romaine. Au fil des sentiers, vous découvrirez les expérimentations archéologiques en cours, les jardins et potagers romains, les élevages de races anciennes et les métiers de l’époque. A Jemelle, le Centre du Rail et de la Pierre s’est fixé pour but de reconstituer toute l’histoire du rail et de la résistance des cheminots durant la guerre 40-45. Le centre propose également une exposition sur les wagons-lits et ses trains de légende, ainsi qu’un réseau ferroviaire miniature et un simulateur de poste de conduite.

Het Domein van de Grotten van Han


© WBT - David Samyn

Een rondleiding in de grotten loopt langs twee kilometer galerijen die fantastische zalen doorkruisen, zoals de Koepelzaal en de Wapenzaal, waar u een indrukwekkend klank en lichtspel kunt bijwonen. Het dierenpark van het domein is liefst 250 hectare groot. Het is het enige dierenpark in België waar de vijf emblematische soorten uit ons werelddeel bij elkaar zijn gebracht : grijze wolven, lynxen, beren, Europese bizons en veelvraten. Het kan worden bezocht op de wijze van een safari (met een panoramische autobus) of langs wandelpaden. Langs een traject tussen de bomen kunt u de woudluifel binnendringen en zelfs slapen in een van de ‘Tree Tents’ op platformen die verscheidene meters boven de grond zijn aangebracht ! In het ‘PrehistoHan’-museum zal u dan weer de historische sporen van de holbewoners kunnen volgen.

De RAVeL en het kasteel van Lavaux-Sainte-Anne


© WBT - Pierre Pauquay

Op de RAVeL van de lijn Houyet-Jemelle, ligt het aangenaamste stuk tussen Villers-sur-Lesse en Wanlin. Om dat te ontdekken, kunt u een fietstocht maken vanuit Han-sur-Lesse en via het kasteel van Lavaux-Ste-Anne, een van de symbolen van de Famenne. Wanneer u de dorpen Eprave en Lessive achter u hebt gelaten, klimt u naar Ave-et-Auffe, bij voorkeur via de bosrijke plattelandsweg in plaats van langs de straatweg. Zodra u de autosnelweg ondergronds hebt gekruist, hoeft u nog enkel een landweg te volgen naar Lavaux-Ste-Anne, waar u een bezoek kunt brengen aan het kasteel en aan de drie musea. Terugkeren doet u langs de RAVeL vanaf Wanlin. Onderweg ziet u het kasteel van Vignée, de oase ‘Li P’tit Bambou’, het koninklijk kasteel van Ciergnon (bij het oversteken van de Lesse) en de dorpen Vresse-sur-Lesse en Lessive.

De abdij van Rochefort

 
© WBT-JL Flémal

Behalve de kerk, staat de site van de beroemde abdij waar de monniken toezicht blijven uitoefenen op het brouwen en bottelen van ‘hun’ trappistenbieren, niet open voor bezoekers. Maar de plek en de omgeving zijn een wandeling waard ! De Toeristische Dienst stelt een tocht voor tussen het stadscentrum van Rochefort en de abdij ; het gratis door het ‘Maison du Tourisme Famenne-Ardenne’ ter beschikking gestelde roadbook zal u de weg tonen via het dorp Havrenne.

Toeristische Dienst van Rochefort
Rue de Behogne 5
5580 Rochefort
+32 (0) 84 21 25 37

www.famenneardenne.be

WAAR DE SEMOIS EEN KRUISTOCHT WAARD IS

Bouillon ligt op de oevers van de Semois en heeft twee grote troeven : de versterkte burcht waar Godfried van Bouillon woonde vóór hij aan het hoofd van het leger van de Lotharingers op kruistocht vertrok, en de Semois, de meest kronkelende genodigde, waarvan de aantrekkingskracht op verliefden inwerkt als de sirenenzang op Odysseus en die ze met haar stroming de diepe natuur insleurt.


De versterkte burcht van Bouillon


© Daniel Elke

Hij werd opgetrokken in de tweede helft van de 11e eeuw en kwam later in handen van Godfried van Bouillon, die hem aan het bisdom Luik doorverkocht om zijn deelname aan de eerste kruistocht te financieren. Die versterkte burcht is het oudste restant van het leenstelsel in België. Ondanks zijn grote ouderdom, staat hij nog steeds op uitkijk op een rotspunt boven de Semois en verwelkomt de bezoekers met trommels en trompetten. Voor het (vrije) bezoek aan de site, moet men twee kilometer afleggen tussen erepleinen, prestigieuze zalen en kelders. Verscheidene keren per dag zijn er ook valkerijdemonstraties, terwijl er op zomeravonden klank en lichtspelen worden georganiseerd. Het traditionele middeleeuwse feest staat gepland op 7 en 8 augustus.

Rochehaut


© Equinox

Het aan de oever van de Semois gelegen dorp Rochehaut heeft de nodige charme en troeven om de toeristen te verleiden. Vooreerst een dierenpark dat men met een toeristentreintje bezoekt en grotendeels gewijd is aan dieren uit het Ardense woud. Een beetje verder behandelt het ‘Agri-musée’ op ludieke wijze de oude beroepen van de dorpelingen. In de buurt is er een klein pretpark, een boerderijtje en ook een nieuwe ambachtelijke brouwerij, een restaurant en logementen die een verrijking zijn voor de plaatselijke horeca.

De ‘Archéoscope Godefroid de Bouillon’ en het hertogelijk museum


© WBT - Denis Closon

Het park ligt in de buurt van de stad en bevat ongeveer 500 dieren die gespreid zijn over een honderdtal soorten uit de streek (herten, hinden, damherten, moffeldieren, everzwijnen…) en uit exotische dieren (bizons, jacks, makaken, bavianen, gieren, beren, tijgers, witte leeuwen, giraffen …) en begint meer en meer te lijken op een reusachtige zoo die men bezoekt via een afgebakend traject van drie kilometer. Op de site bevindt zich ook een brasserie-restaurant en een aan de rand gelegen speelplein.

De ‘Archéoscope Godefroid de Bouillon’ en het hertogelijk museum


© Archéoscope Godefroid de Bouillon

Aangezien het bezoek ervan een aanvulling is op dat van de versterkte burcht, maken ze alle drie deel uit van de ‘Bouillon City Pass’. In de ‘Archéoscope’, waar men nu de Playmobil-tentoonstelling over de middeleeuwse geschiedenis kan bezoeken, vormt de aangeboden multimediavertoning een goede inleiding tot de eerste kruistocht. In het hertogelijk museum, dat zich in een prachtig gebouw uit de 17e eeuw bevindt, kan men het vroegere hertogdom Bouillon leren kennen door de afdelingen geschiedenis, middeleeuwse kunst, wapens en smeedwerk, een activiteit die zeer belangrijk was in de regionale nijverheid uit die tijd.

Afdaling van de Semois per kajak en wandelroutes


© WBT - Denis Closon

Twee firma’s bieden uitstappen per kajak aan : ‘Les Epinoches’ organiseert stroomopwaarts van Bouillon afdalingen op de Semois vanuit Dohan (14 km) en Cugnon (28 km), terwijl ‘Semois Kayaks’ meer stroomafwaarts werkt, hoofdzakelijk tussen Bouillon en Poupehan (15 km). Wandelaars zullen
hun geluk niet opkunnen met de 160 kilometer bebakende routes – waaronder de ‘ladder’ of ‘hoogtevrees’-wandeling in Rochehaut, voor liefhebbers van straffe belevenissen ! – te meer daar de onlangs aangebrachte loopbrug van de ‘Epine’-molen op de Semois, hen in staat stelt de Botassart en de Corbion-wandeling met elkaar te combineren en ook veel stukken weg af te snijden bij het vertrek uit Bouillon.

TOERISTISCHE DIENST VAN BOUILLON

Esplanade Godefroid 1
6830 Bouillon
+32 (0) 61 46 42 02

bouilloninitiative.be

het vorstendom van de zoenen

Dit levendige en hartelijke stadje in de Oostkantons is een van de toeristische toppers uit de provincie Luik. Hoewel het Malmundarium een schat aan cultuur en geschiedenis bevat, worden de bezoekers toch vooral aangetrokken door het nabije natuurreservaat van de Hoge Venen en door de RAVeL die de bedding van de Vennbahn volgt.


Het Malmundarium


© WBT - JL Flémal

In 1985 kreeg de stad Malmedy het in een 18e eeuwse klooster gevestigde Malmundarium om er een uitstekend cultureel en toeristisch instrument van te maken. Het beslaat twee verdiepingen en 3000 m². Het museumbezoek loopt door verscheidene workshops waarin de twee activiteiten weer tot leven komen, die ooit de roem van de stad uitmaakten : het looien van leder en het maken van papier. Een derde workshop is gewijd aan de Cwarmé, het befaamde carnaval van Malmedy, dat via de folklore duidelijk maakt dat de Waalse wortels van de stad levendiger zijn dan ooit ! Vergeet ook niet de Kathedraalschat en het Historium te bezoeken. Dit laatste zal u leren dat Malmedy nooit tot de Nederlanden behoorde en evenmin onder het Bourgondische juk moest buigen en de Spaanse overheersing verduren had. Sinds het ontstaan van Malmedy in 648 en tot in 1794, viel de geschiedenis ervan samen met die van het prinsdom Stavelot-Malmedy. Vervolgens werd de stad bij Frankrijk gevoegd en later bij Pruisen. Ten slotte werd ze na de Eerste Wereldoorlog een Belgische stad.

Het Baugnez 44 Historical Center

©Fondation Baugnez 

Liefst honderdtwintig vitrines en vijftien nagemaakte taferelen uit het dagelijks leven van de soldaten – waarvan er twee zijn voorzien van een ‘klank en lichtsysteem (een unicum in België) – voertuigen en historische en emotionele foto’s en films uit die tijd … Dat 850 m² grote museum brengt het Ardennenoffensief heel realistisch weer in beeld. Het brengt ook de slachtpartij van 17 december 1944 in herinnering, toen de Waffen-SS meer dan zeventig Amerikaanse gevangenen doodschoten aan het kruispunt van Baugnez, vier kilometer ten zuiden van Malmedy.

Het meer van Robertville en het kasteel van Reinhardstein


© WBT - Denis Erroyaux

Die vormen een charmant duo in de buurgemeente Waimes, op enkele kilometers ten noordoosten van Malmedy. Het meer van Robertville trekt zwemmers, kanovaarders, vissers en liefhebbers van strandspelen aan. Het kasteel van Reinhardstein, dat boven het dal van de Warche uitsteekt, maar dat men bereikt door ... af te dalen langs een pad dat aan de andere kant van de stuwdam begint (en dat van Malmedy komt), is een oord voor geschiedenisfanaten. Het kasteel dateert uit de 14e eeuw, werd vernield tijdens de Franse Revolutie en dan gedurende bijna 150 jaar aan zijn lot overgelaten, tot het werd gekocht door een enthousiaste man die het weer liet opbouwen en er een museum van maakte. In de zalen treft u wapenrustingen, wapenverzamelingen, wandtapijten en antieke meubelen aan.

Wandelingen rond Malmedy


© WBT - David Samyn 

Wilt u de benen eens strekken na een bezoek aan het Malmundarium ? Beklim dan de heuvel van Livremont tot aan het Kruis van Malmedy, een prachtige plaats die een panoramisch uitzicht op de stad biedt. Indien u een ervaren wandelaar bent, kun u kiezen voor een moeilijker wandeling, zoals de ‘Crêtes de la Warche’ (17 km) of de Bayehon-wandeling (16km) die u vanuit Xoffraix (bijvoorbeeld) langs de steile rotsen en de bergriviertjes van de Warchevallei tot aan het meer van Robertville en het kasteel van Reinhardstein brengt. Of de panoramische wandeling naar de Rots van Falize en de Rots van Warche, langs het dorp Bellevaux, waar u een glas kunt drinken in de ambachtelijke brouwerij met dezelfde naam. Gezien de vele wandelmogelijkheden in het natuurpark van de Hoge Venen en de Eifel, kunt u best informatie inwinnen bij de Toeristische Dienst.

De Baisers de Malmedy


© WBT - David Samyn

Nadat u het mooie Châteletplein hebt bewonderd en vóór u zich neerzet op een van de vele terrassen in het stadscentrum, kunt u genieten van een lekker banketgebakje. De Baiser de Malmedy is een gebakje dat bestaat uit twee met slagroom, boter of room aan elkaar gehechte schuimtaartjes. Die plaatselijke specialiteit zou eerst zijn verkocht onder de naam ‘blankès mèringues’ (witte schuimgebakjes) en later, vanaf de jaren 1930, onder die van ‘baiser’ (zoen) – de twee tegen elkaar gedrukte schuimgebakjes doen immers denken aan twee monden die elkaar zoenen.


Toeristische Dienst van de Hoge Venen

Place Albert 1er 29 A
4960 Malmedy
+32 (0) 80 33 02 50

ostbelgien.eu

Laforêt, DORP VAN GEHEIMZINNIGE LEGENDEN EN FANTASTISCHE VERHALEN  

Laforêt, een Ardens dorpje van de gemeente Vresse-sur-Semois, ligt op de linkeroever van de Semois. Een rustig, wild en uiterst charmant dorpje… Een dorp met geheimzinnige legenden en fantastische verhalen, zoals dat van Adrien de Prémorel. De brede, zeer bijzondere daken, ‘faisiaux’, bedekken diepe leistenen gebouwen. Het beeld wordt afgewerkt met een typisch Ardens decor : geluksbrengers (veelal in hartvorm) op de schuren, ronde vensters in Franse steen of heel lage deuren passend bij de kleine lichaamsbouw van de dorpelingen twee eeuwen geleden ! Aan het eind van het dorp zijn er nog een wasplaats, een drenkbak, evenals een aantal  tabakschuren die nu voor andere doeleinden gebruikt worden. Wat het erfgoed betreft, bevelen we de kerk van Sint-Agatha aan, waarin kunstwerken van de gerenommeerde Naamse kunstenaar Jean-Marie Londot te bewonderen zijn. Tijdens de zomermaanden moet u zeker eens de Semois oversteken via de verrassende Pont de Claies.

 

De Sint-Agathakerk en de dorpskern

De dorpskern, die tussen twee evenwijdige wegen rond de Sint-Agathakerk gelegen is, heeft zijn erfgoedrijkdom en zijn harmonieuze dichtheid grotendeels bewaard. De straten en steegjes slingeren tussen de huizen, bijgebouwen, binnenplaatsjes en groenzones die samen een straten- en ruimtelandschap vormen. Door hun omvang dragen de muurtjes van opeengestapelde breuksteen bij tot dat beeld, terwijl ze mooie open ruimten vormen in het dorp.

Fontein, wasserijen en drinkplaatsen - Beschermde monumenten

Deze groep van gebouwen, opgericht aan een van de grenzen van het dorp, illustreert goed de drie functies in verband met water in het plattelandsleven van vroeger. Onder de bescherming van de overdekte wasplaats, die in het begin van de 20e eeuw werd opgetrokken in zandsteengroeveschalie, konden de dorpelingen ook bij slecht weer hun was doen. Vlak daarnaast konden het vee en de gemeenschappelijke kudden in die tijd hun dorst lessen aan een prachtige ronde drinkbak van natuursteen. Ten slotte was er een gemeenschappelijk fonteintje dat schuilging onder een 19e eeuwse constructie. 

De tabaksdrooginstallaties

Zoals de naam reeds zegt, dienden deze constructies om tabak de drogen. Die ostentatieve getuigen van een activiteit die de rijkdom en de faam van de Semois uitmaakten, zijn nog altijd aanwezig aan de rand en in het midden van het dorp, maar doordat ze niet werden gerestaureerd of geen nieuwe bestemming kregen, gaan ze stilaan dood en is er een heel stuk plaatselijke geschiedenis dat beetje bij beetje vervaagt. 

Traditionele Ardense boerderij - Monument onder monumentenzorg

Dit haaks op de straat staande oude gebouw getuigt van de rijke verscheidenheid aan texturen en materialen die in de regio gebruikt werden. Ruwe bepleistering, gehouwen Franse steen, dikke schiefer en hout maken samen het bouwwerk nadrukkelijk aanwezig. Het spel van kleuren en contrasten, met hun mengsel van wit, rood en grijs, versterkt de identiteit ervan. 

De lattenbrug

Vlak bij het dorpje baant de Semois zich tussen beboste hellingen een weg door de weilanden. De oversteek naar het eilandje wordt gemaakt met de “Pont de Claies”, de enige resterende lattenbrug in de vallei. Deze rustieke brug kan enkel bij lage waterstand worden gebruikt. Na de zomer wordt ze trouwens afgebroken en in de volgende lente weer opgebouwd. Tijdens het mooie seizoen kunt u uw moed tonen door er over te lopen.

 

 

 

VAN HOUT NAAR SCHOON GAS

Eind december 2019 kreeg Xylowatt het Efficient Solutions-keurmerk voor zijn Notar® vergassingstechnologie. Een terechte erkenning voor deze start-up uit Louvain-la-Neuve, die groene energie produceert op basis van houtresten. En die zelfs naar Japan exporteert.



©GCO

Het Efficient Solutions-keurmerk wordt toegekend door de Solar Impulse Foundation, genoemd naar het zonnevliegtuig waarmee Bertrand Piccard en André Borschberg in 2015-2016 een reis om de wereld maakten. Het is een certificering voor milieuvriendelijke oplossingen die winst en werkgelegenheid mogelijk maken, terwijl ze de uitstoot van verontreinigende stoffen verminderen en natuurlijke hulpbronnen beschermen. Door de ontwikkeling en perfectionering van de Notar® sluit Xylowatt daarbij aan. Deze innovatieve technologie maakt het namelijk mogelijk om een schoon synthesegas te produceren door biomassa van natuurlijk hout (houtsnippers, takken enz.) en gerecycleerd hout (oude pallets, kisten enz.) te vergassen. Bij gebruik in een warmtekrachtkoppelingsmotor kan met dit gas vervolgens elektriciteit, warmte of kou worden opgewekt.

De sector van de hernieuwbare energie loopt al jarenlang voorop”, zegt Geoffroy Corbisier, Business Development Manager van Xylowatt. “Zonnepanelen en windmolens zijn nu volwassen technologieën, die zich op hun kruissnelheid ontwikkelen maar slechts tijdelijk energie kunnen opwekken. Zonnepanelen kunnen dat alleen overdag en windmolens alleen wanneer het waait, wat voor grote opslagproblemen zorgt. Onze vergassingstechniek berust daarentegen op processen die 24 uur per dag in bedrijf zijn. Ze worden namelijk van brandstof voorzien door lokale biomassa die op basis van de vraag kan worden opgeslagen. Dat is bijzonder interessant voor bedrijven of overheden waarvan het personeel dag en nacht werkt, zoals het CHU UCL Namur. In 2017 hebben we op het terrein van de instelling in Mont-Godinne een vergasser geïnstalleerd waardoor het ziekenhuis voor een groot deel in zijn elektriciteits-, verwarmings- en koelingsbehoeften kan voorzien.

Een spin-off van de UCL

Xylowatt is een spin-off van de UCL, die in 2001 werd opgezet door voormalige onderzoekers van de universiteit die werkten aan de ontwikkeling van een innovatieve technologie om biomassa om te zetten. Het bedrijf kreeg internationale erkenning in 2007, toen zijn Notar® reactor na twee jaar van intensief onderzoek gereed was. Met deze reactor kan een gas van zeer hoge kwaliteit zonder teer worden geproduceerd. “Wij zijn niet de enigen die schoon gas produceren”, verduidelijkt Corbisier. “In verschillende landen, zoals Duitsland en Italië, zijn er bedrijven die kleine installaties met 50 of 100 kW elektrisch vermogen (kWe) ontwerpen. Er zijn ook bedrijven die gespecialiseerd zijn in het ontwerpen van zeer grote gasbehandelingsinstallaties voor grote ondernemingen, maar wij zijn een van de weinigen in de wereld die werken met compacte vergassers in het intermediaire vermogensbereik, dat wil zeggen van 750 tot 3000 kWe.

“ Onze vergassingstechniek berust daarentegen op processen die 24 uur per dag in bedrijf zijn. Ze worden namelijk van brandstof voorzien door lokale biomassa die op basis van de vraag kan worden opgeslagen.”


Vanaf deze historische datum voor het bedrijf kon Xylowatt zich dus echt op de markt positioneren als ontwerper en installateur van warmtekrachtkoppelingscentrales die hout als brandstof gebruiken. In 2009 profiteerde het gemeentelijk zwembad van Doornik als eerste van de voordelen van de Notar® technologie. Om zijn onderzoeksactiviteiten voort te zetten, liet het bedrijf daarna een proeffabriek bouwen bij het Institute of Mechanics van de UCL. Daarna was het de beurt aan een flessenfabrikant in de Champagne, waar het gas geen warmtekrachtkoppelingsmotor laat draaien maar direct een glasoven voedt, en het ziekenhuis van Mont-Godinne. In België en Engeland zijn nog andere vergassers geïnstalleerd, maar terwijl het bedrijf een daling van de gasprijs moet opvangen, leggen zijn teams nu de laatste hand aan projecten voor centrales in de Balkan en Japan, waar sinds het ongeluk in Fukushima een zeer voortvarend beleid wordt gevoerd om hernieuwbare energie te ontwikkelen.

Samenwerking met de John Cockerill Group

Het zijn geen projecten die sleutelklaar worden opgeleverd. Elke situatie moet onderzocht worden op basis van de specifieke behoeften van onze klanten. Daarom duurt het twee tot drie jaar om een vergasser te ontwikkelen. Vanuit dat oogpunt is de groep CMI (John Cockerill, red.) in 2014 onze industriële partner en een van onze aandeelhouders geworden. Tot 2014 werden onze vergassers intern in onze eigen werkplaatsen gebouwd, maar sindsdien besteden we het werk uit aan gespecialiseerde Belgische en buitenlandse bedrijven, terwijl CMI verantwoordelijk is voor de coördinatie van de assemblage. De technische bekwaamheid van CMI is ons zeer dierbaar. Voor onze projecten in Japan ligt de zaak iets anders. De onderdelen worden namelijk in Europa vervaardigd en in Japan geassembleerd.

Hoe kijkt het bedrijf naar de toekomst ? Voor bedrijven als Xylowatt, dat momenteel meer dan twintig mensen in dienst heeft, zijn de vooruitzichten voor alternatieve energie en duurzame ontwikkeling nog altijd zeer goed, maar Geoffroy Corbisier merkt wel dat de aandacht onvermijdelijk naar het gebied van de volksgezondheid zal verschuiven door de huidige toestand in verband met het coronavirus. Gaan we zien dat bepaalde bedrijven zich een tijdje onttrekken aan hun verantwoordelijkheid op het gebied van milieu en klimaat ? Ik hoop in elk geval dat de miljarden die nu in de economie worden gepompt, een nieuwe impuls kunnen geven om te komen tot een duurzame economie waarin welzijn samengaat met milieu.

www.xylowatt.com

“ASJEBLIEFT, TEKEN DE NATUUR VOOR MIJ!”

Op het domein van Chevetogne is de natuur in alle vormen aanwezig, zowel wild als aangelegd. U kunt er zich in ontspannen en uitleven, maar ook nadenken over de voorouderlijke banden die ons met die natuur verbinden.

 


© FTPN Aérialmedia

Prachtige tuinen, thematische speelpleinen, vijvers, bos, aangelegde wandelpaden, sportvelden, een kinderboerderij, musea … Het domein van Chevetogne is het natuurgebied bij uitstek. U vindt er alle aspecten van de natuur terug : u kunt wandelen, u ontspannen, dingen ontdekken, u afreageren, ontmoetingen doen, heel wat bijleren …

Toch kwam dat aards paradijs niet op één dag tot stand en het werd vooral niet op goed geluk af gemaakt. Toen Bruno Delvaux in 1995 werd aangesteld tot directeur van het Provinciaal Domein van Chevetogne, kreeg hij als taak een nieuw project uit te denken voor dat 600 hectare grote gebied. Die plannen moesten veel beter beantwoorden aan wat het publiek echt verlangde en aan het nieuwe milieubewustzijn, namelijk een noodzakelijke terugkeer naar de natuur.

Een uitdaging van formaat, want vanaf het begin van het aanleggen van de site, die in de jaren 70 vanuit privéhanden was overgegaan naar openbaar bezit, speelde de combinatie van beton en marketing, waarin geen enkel masterplan voorzag, meer dan eens een beslissende rol. Daardoor ontstond er een hele reeks wegen en speelpleinen, een reusachtig zwembad, een kartingbaan, een immense camping voor caravans, alsmede een stoffige esplanade … die dagelijks werd vervuild door coca-cola, frieten en hamburgers. In een andere tijd zou die directeur alles hebben gered wat er te redden viel en dan ijlings betere oorden hebben opgezocht !

Toen Bruno Delvaux in 1995 werd aangesteld tot directeur van het Provinciaal Domein van Chevetogne, kreeg hij als taak een nieuw project uit te denken voor dat 600 hectare grote gebied.

 


© Sophie Vuidar

Een cultureel centrum in openlucht

Maar Bruno Belvaux heeft altijd van uitdagingen gehouden. De reden waarom de provinciale overheid hem heeft gekozen, was omdat ze hoopte dat hij met een meer ‘cultureel’ project zou komen aanzetten. Hij is schrijver en regisseur, kortom een man van het toneel, en hij is de broer van de cineasten Rémy en Lucas Belvaux. In die tijd was er in heel het domein immers geen enkele tuin, geen pretpark en geen plaats voor dieren. Waarom zou hij van die plekken geen culturele centra voor de 21e eeuw maken ? Dat voorstel van journalist Jean-François Kahn maakte Bruno Delvaux, enthousiast.

Om zijn weg te vinden op dat onbekende gebied, begint de Namenaar veel te lezen en zoekt hij inspiratie bij de vele buitenlandse parken die hij gaat bezichtigen. Maar vooral omringt hij zich met ervaren personen die hem raad kunnen geven : Marie-Françoise Degembe, een geschiedkundige die studeerde aan de ‘École du Paysage’ van Versailles, en Benoît Fondu, een jonge land-schapsarchitect die zijn sporen had verdiend met het heraanleggen van de tuinen van Seneffe. Het drietal geraakt het eens : ze moeten opnieuw voorrang geven aan de natuurlijke omgeving en een zone met aangelegde natuur, zodat men er een ruim publiek kan verwelkomen, dat thuis nauwelijks in aanraking komt met de natuur.


© DPC

In de voetsporen van Martine

Vroeger begonnen de mensen vochtige zones te saneren en er te pas en te onpas beton in te storten ; vandaag gebeurt het tegenovergestelde en proberen ze de natuurlijke omgevingen te herstellen en opnieuw reservaten van biodiversiteit te maken”, zegt de directeur, die vanaf zijn aankomst in Chevetogne het beton uit een groot deel van het park laat verwijderen om er de natuur terug de vrije loop te geven in aanwezigheid van de bezoekers. Verder laat hij het initiatief over aan Benoît Fondu, die zijn inspiratie zocht in de tekeningen over Martine au Parc van Marcel Marlier en die haast alle tuinen, zo’n vijftiental, aanlegde, waardoor het domein vandaag zo aantrekkelijk is geworden : de Engelse tuin, de Franse tuin met zijn borduurachtig patroon, de Woodland Garden, de Haagbeukentuin, de Moestuin der Begeerte, de tuin van Hervé Bazin, de Bramengekte … En rond dat alles bevinden zich speelpleinen, fantasiegebouwtjes, grotten, bruggen en watervallen. Maar om zoveel mogelijk ruimte te bieden voor ontmoetingen en gezelligheid, zijn er ook terrassen, barbecuezones, kiosken en – vooral – prachtige paden die ook kunnen worden gebruikt door personen met beperkte mobiliteit en waarlangs zich banken bevinden. Uiteindelijk werd op die manier een zesde van de oppervlakte veranderd in een culturele en aangelegde tuin, waarbij er werd op gelet dat elk element zou passen in het landschap en zou opvallen door zijn eigen bijzondere vorm. “Chevetogne is een soort grote heterotopische tuin geworden, legt Bruno Belvaux uit.Hij bestaat op één plaats uit duizend landschappen die van elders komen en die opnieuw zijn samengesteld om verschillende sferen, omgevingen en klanken voort te brengen.

Vandaag is het domein aantrekkelijk geworden dankzij de vijftien tuinen : de Engelse tuin, de Franse tuin met zijn borduurachtig patroon, de Woodland Garden, de Haagbeukentuin, de Moestuin der Begeerte, de tuin van Hervé Bazin, de Bramengekte …

 

De Paladiaanse brug 

Een milieudwaasheid ! ” Tussen de betonlagen waartegen Bruno Belvaux strijd heeft geleverd, lagen degene die dienden om het water van de tweede vijver naar de vijver aan het Einde van de Wereld te leiden, op een uitgelezen plaats. Vandaag is die ongelukkige structuur doorbroken en kan het water opnieuw zijn natuurlijke loop volgen langs een reeks landschapswatervalletjes. En op de plaats van de oude brug, die men te klein vond in verhouding tot de weidsheid van het landschap, wilde de directeur een Paladiaanse brug bouwen – Andréa Palladio was een architect uit de Italiaanse renaissance die het in de Romeinse tijd zo gegeerde bouwmodel weer in eer herstelde – met hoge zuilen en driehoekige frontons. Opdat de wandelaars een momentje zouden kunnen rusten terwijl ze de brug bewonderen, zal deze laatste overdekt worden en voorzien van banken. En er zal ook een interpretatiecentrum voor … regen worden gemaakt.


HET MUSEUM VAN DE 
BUITENGEWONE NATUUR


© DPC 

Het voornaamste gebouw op de esplanade, de centrale en emblematische plaats van het domein, is het NEM (Nature Extraordinary Museum), met daarin het interpretatiecentrum van het park, dat half rariteitenkabinet en half bibliotheek is. Het dient om de wijsgerige banden tussen mens en natuur weer onder de aandacht te brengen. “Ik heb dat museum en twaalftal jaar geleden bedacht en in scene gezet, toen ik merkte dat de bezoekers geen weet hadden van de sociologische werkelijkheden van het park”, legt Bruno Belvaux uit. “Veel mensen zagen in het domein slechts een uitgestrekt arboretum, waarin verscheidene soorten werden bewaard. Ik heb willen uitleggen wat men er zag, om de mensen te doen nadenken over natuur en cultuur.

Maar om te beginnen : wat is de natuur ? Voor de directeur is dat niet de geschikte term om de parkomgeving te beschrijven. “De natuur die men in Chevetogne bewondert, is aangelegd en ze is een ‘kunstwerk’. De echte natuur is wild, zoals in het Amazonewoud.” En ze jaagt angst aan. Zoals blijkt in de eerste helft van het interpretatiecentrum, huist de grote boze wolf erin, alsook de minotaurus, slangen, vampen, toverkollen … Beetje bij beetje heeft de mens zijn angsten overwonnen en is hij de natuur gaan temmen door er prachtige tuinen in aan te leggen. Van zijn verre reizen bracht hij rare en vreemde voorwerpen mee, die uit het dieren, planten en delfstoffenrijk stamden, en die hem hielpen om zijn kennis uit te breiden. Het is ook dankzij de eerste ontdekkingsreizen dat we nu rododendrons, toverhazelaars en sequoia’s kunnen bewonderen op het domein. Door tuinen aan te leggen, heeft de mens het begrip schoonheid gecultiveerd. Maar wat is schoonheid ? Een schilderij van Fragonard, De schommel, toont aan dat alles afhangt van het standpunt …

Dit museum is bijzonder geschikt voor kinderen”, besluit Carine Hubaille, een van de animatrices van het domein. “Er werden veel boeken verspreid over het traject en die houden altijd verband met de waargenomen thematiek. Er werden ook kleine plaatsen ingericht waar ze kunnen tekenen en hun eigen tuin ontwerpen. Een plekje vol ontdekkingen en verwondering !

Beetje bij beetje heeft de mens zijn angsten overwonnen en is hij de natuur gaan temmen door er prachtige tuinen in aan te leggen.


HET VERHALENMUSEUM


© J-L LALOUX

Het in 2016 geopende MHiN of ‘Museum voor natuurlijke verhalen’ is een interpretatiecentrum voor jeugdliteratuur over de natuur. Het werd ondergebracht in het kasteel van het domein, dat zo zelf een nieuwe … jeugd kreeg.

Met de restauratiewerken wilden we van de benedenverdieping een prestigieuze onthaalruimte maken en op de 1ste verdieping de kantoren van het pedagogisch team van het park onderbrengen”, legt Carine Hubaille uit. “Het MHiN, bevindt zich in de kelders en op de zolders, die plekken bij uitstek zijn om zich te ontspannen. Voor de toegang hebben de architecten een soort tuin uit Alice in Wonderland gemaakt. Ze hebben ook een buitenlift geplaatst om beide delen met elkaar te verbinden.

De directeur herhaalt het graag : zijn visie komt voort uit de vaststelling van Rudyard Kipling, de schrijver van het Jungleboek : Alle verhalen uit mijn jeugd beginnen bij de natuur”. De elfennecropool, de schaduwenkamer, het heldentheater, de verre paradijzen, de schrijversgalerij … Met de hulp van zijn medewerkers Pascal Le Brun (visualisering) en Olivier Simon (interieurarchitect) heeft Bruno Belvaux elke ruimte in scene gezet opdat de kinderen hun eigen verhalen zouden maken, in verband met de natuur en naar het voorbeeld van Dumas, Verne, Dickens, Tolkien, Andersen … Om in dit kasteel de vertellingen uit onze kindertijd tot leven te wekken, met slapende prinsessen, koninginnen als boze stiefmoeders en kasten die niet open mogen, is de directeur dikwijls gaan snuisteren op rommelmarkten en op veilingen, waar hij echte collector’s items heeft kunnen vinden, zoals het Winchester-geweer van Buffalo Bill, een Citroën van de Afrikaanse expeditie en versieringen uit Khmer-tempels … “De jeugd van vandaag kent alleen nog computerschermen ; daarom heb ik alles ingezet op boeken en voorwerpen. Geluid en film hebben ze thuis.

Aan de uitgang van het interpretatiecentrum kun je lezen : “Als je je goed vermaakt hebt door toneel te spelen of een hut te bouwen, zo hebben wij ons ook vermaakt met het vervaardigen van de slangen waarmee je schijngevechten leverde en met de aquaria waarin je je hoofd dompelde … Word ruimtevaarder, goudzoeker, piraat, duiker, avonturier, cineast, autopiloot of acteur die prinsessen omhelst !


© DPC 

Domaine de Chevetogne
Rue des Pîrchamps 1
B-5590 Ciney

+32 (0) 83 68 72 11

www.domainedechevetogne.be

WAAKT DE NATUUR OVER HET ERFGOED

In de 16e eeuw was het kasteel van Boussu, dat eigendom was van de familie Hennin-Liétard, het meest opvallende gebouw in renaissancestijl ten noorden van de Loire. De geschiedenis ervan wordt verteld in het interpretatiecentrum in het kasteeltje aan de ingang, terwijl het park een beschermd natuurgebied is.


Park, kasteeltje, interpretatiecentrum, opgravingen, rouwkapel … Om te begrijpen wat de vzw ‘Gy Seray Boussu’ heeft kunnen redden en terug tot zijn recht doen komen op de site van het kasteel van Boussu tijdens de voorbije dertig jaar, d.w.z. sinds de gemeente er eigenaar is van geworden, dient men de prestigieuze geschiedenis ervan te schetsen, die door oorlogen en erfopvolgingen werd gekenmerkt.


© UMons

Het paleis van Boussu werd toen “het mooiste huis uit heel de Lage Landen, een huis dat een koning waardig was”.


Het kasteelcomplex, dat in de moerassige vallei van de Haine gelegen is, heeft drie grote periodes gekend. Vanaf de 10
e eeuw was het een middeleeuws kasteel dat in 1225 eigendom werd van de familie Hennin-Liétard en in 1478 werd vernield tijdens de oorlogen tussen de koning van Frankrijk en de Bourgondische staten. Vanaf 1539 onderging de site een indrukwekkende verandering, toen men begon met het bouwen van wat het eerste kasteel in renaissancestijl zou worden ten noorden van de Loire. Eigenaar Jean V de Hennin-Liétard, 1ste graaf van Boussu en opperstalmeester van Keizer Karel, deed daarvoor een beroep op de beroemde architect-beeldhouwer Jacques Du Brœucq. Het paleis van Boussu werd toen “het mooiste huis uit heel de Lage Landen, een huis dat een koning waardig was”. Het kasteel was zo prachtig, dat Maria van Hongarije, de zus van Keizer Karel, aan Jacques Du Brœucq vroeg om zulk een paleis te bouwen op haar domein in Binche.

De Villa Caraman

Behalve het kasteeltje aan de ingang, was het kasteel volledig vervallen, toen graaf Maurice de Caraman in 1810, op basis ervan, niet alleen het kasteeltje vergrootte, maar ook een luxueuze woning bouwde die ‘Villa Caraman’ werd genoemd. Later, bij de komst van de nieuwe eigenaar, werd die ‘het kasteel van Nédonchel’ genoemd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog legden de Duitsers beslag op de site, die voor hen interessant was wegens de nabijheid van de spoorlijn. Toen ze op 2 september 1944 moesten vluchten voor de oprukkende Geallieerden, bliezen ze eerst hun munitiedepot op. Terwijl de muren uit de 19e eeuw niet bestand bleken tegen de ontploffing, bleven de dikke muren uit de 16e eeuw overeind.

En zo begon er een nieuwe periode ! Toen men bijna 30 jaar geleden de restauratiewerken begon, onder invloed van de vzw ‘Gy Seray Boussu’ (‘Je serai Boussu’ is de wapenspreuk van de graven van Boussu), kwam er een heel stuk geschiedenis van Boussu beetje bij beetje aan de oppervlakte. “Vandaag zijn de eerste twee fasen voltooid, namelijk de drie verdiepingen van de toren, de toegangsportiek en een zaal op de verdieping, alsook de kelders. Nu is men bezig aan de derde fase, die de inrichting van een tijdelijke tentoonstellingszaal omvat, alsmede een bibliotheek en een documentatiecentrum over de renaissance in Noord-Europa.

Keizer Karel bezocht het kasteel van Boussu twee keer, in 1545 en in 1554”, vertelt Marcel Capouillez, historicus en directeur van de wederopbouw ervan. “Men vertelt dat, toen hij het kasteel na zijn tweede bezoek verliet, achterom keek en zag dat het in brand stond. Toen hij terugkeerde om te zien wat er gaande was, legde de graaf hem uit dat niemand nog waardig was om het te betreden na het bezoek van een zo doorluchtige gast ! … Later werd het kasteel geleidelijk vernield gedurende de vele oorlogen in de 16e en de 17e eeuw, maar we hebben het bewijs dat Lodewijk XIV er in 1655 logeerde tijdens de feesten voor zijn 16e verjaardag.

Toen men bijna 30 jaar geleden, onder invloed van de vzw ‘Gy Seray Boussu’, kwam er een heel stuk geschiedenis van Boussu beetje bij beetje aan de oppervlakte.

 


© M.Capouillez

Opgravingen en een interpretatiecentrum

Tegelijk werden er grote opgravingswerken uitgevoerd op de site. Daardoor kwamen de structuren van het kasteel uit de 16e eeuw bloot te liggen, zodat men kon vaststellen dat het werd gebouwd op de plaats van de middeleeuwse vesting. Dat leverde stof genoeg op om een interpretatiecentrum te openen. Dit werd geopend in 2015, in het feestelijke kader van ‘Bergen, Europese culturele hoofdstad’.

Dat centrum bevindt zich in de gerestaureerde delen van het kasteeltje aan de ingang. Het legt de evolutie uit die het gebouw in de loop der eeuwen onderging en stelt ons in staat om de geschiedenis van de families Hennin-Liétard en Caraman te volgen”, legt Marcel Capouillez uit. Van de gelegenheid maakt hij ook gebruik om erop te wijzen dat de opeenvolgende eigenaars van de site gedurende meer dan vier eeuwen werden begraven in de rouwkapel van de heren van Boussu, naast de Sint-Gorikskerk. “Zo goed als alle voorwerpen (munten, sleutels, stukken aardewerk, kanonskogels, musketkogels, speelgoed …) die werden gevonden tijdens de vele opgravingswerken, worden eveneens tentoongesteld. En van de kelders werd een steenmuseum gemaakt, waar de bezoekers de vele blootgelegde stenen beeldhouwwerken kunnen bewonderen.

Het park is een erfenis uit de 19e eeuw

En het park ?, zult u vragen, aangezien we hier vooral aandacht besteden aan de natuur. Wel, dat is een erfenis uit de 19e eeuw en het werd aangelegd door Maurice de Caraman. Het was immers de laatste graaf van Boussu die besloot om zijn residentie te omringen door een gigantisch en romantisch Engels park van 300 hectare. De slotgrachten rond het kasteelcomplex werden gedempt en er werden gazons, loofboompartijen en vijvers ontworpen om een heel afwisselende tuin aan te leggen, die door bochtige paden werd doorkruist. Dat alles vormt vandaag een prachtige groenzone vol bomen.

Van die 300 hectare schieten er vandaag echter maar 12 over, aangezien alle gronden aan de overkant van de spoorweg verkocht zijn”, aldus Marcel Capouillez. “Maar onze vzw heeft het gemeentebestuur voorgesteld die gronden terug te kopen van de buurman, een boer die zijn activiteiten gaat stilleggen. Met de hulp van het Departement Natuur en Bossen kan er dan een park van worden gemaakt, een 25 hectare groot gebied dat aan biodiversiteit is gewijd. Men moet beseffen dat biodiversiteit het resultaat is van vele honderden jaren geschiedenis. Aangezien het park zich in een vochtige zone bevindt, die te danken is aan de vijvers die vroeger rond de vesting en de residentie uit de 16 e eeuw lagen, bevat het een fauna die eigen is aan moerassige zones : eenden, waterhoentjes, watersalamanders en kikkers, maar ook konijnen en vossen … En het staat vol verschillende boomsoorten, zoals platanen met esdoornbladeren, paardenkastanjes, linde-bomen …

Die recentelijk gerenoveerde groenzone, waarin ook de oude kiosk – of het parkpaviljoen – staat, die als natuurobservatorium dient, is vandaag een beschermd natuurgebied en een wandelzone die heel het jaar toegankelijk is voor het publiek. Ter gelegenheid van openbare of particuliere evenementen worden er activiteiten georganiseerd. En sinds 2018 biedt het tijdens een weekend plaats aan de ‘Loges van de Renaissance’, een showpromenade waaraan meer dan 60 toneelspelers deelnemen. Ten slotte vinden er in september Erfgoeddagen plaats, een feestelijke en smakelijke gebeurtenis.


© M.Capouillez
De oude kiosk - of het parkpaviljoen – die als natuurobservatorium dient.

PARK EN KASTEEL VAN BOUSSU
Rue du Moulin 43
B-7300 Boussu

+32 (0) 65 77 82 65

LET IEDEREEN OP ZIJN LIJN !

In het Riveo-centrum, aan de oever van de Ourthe, loopt de natuur onvermijdelijk langs het water en de kennis van de waterwereld. Het is de ideale plaats om te leren vissen ...

 

© D. Crickillion

In Hotton biedt het ‘Centre d’interprétation de la rivière’ (Centrum om de rivier te leren kennen) de bezoekers de gelegenheid om een duik te nemen in de wereld van het water en om kennis te maken met de vele vissoorten die in de Ourthe leven en die in een twintigtal aquariums worden voorgesteld. Er werd ook een 12 meter lange rivierarm nagebouwd, die in bekkens is onderverdeeld, waarin forellen, snoeken en andere witte vissen kunnen worden bekeken vanuit een half ondergronds gebouw. Maar Riveo verlaat bovendien de platgetreden paden om de liefhebbers de kans te geven om nog dichter bij het water te komen en er de rivier en haar biodiversiteit te ontdekken met een vislijn in de hand. Leren door onderdompeling. Wees gerust : u hoeft niet in het water te springen …

Vissen is een manier om de fauna en de flora op een andere wijze te leren kennen, om de rivier op een ludieke wijze te bekijken en om zich alleen, met het gezin of in groep, te ontspannen”, vertelt Valérie Renard, de directrice van Riveo.

Voor jongere en minder jonge personen, individueel of in groep, organiseert het centrum lessen in vissen met de vlieg, met aas en vissen op roofvissen (snoeken). Geroutineerde vissers die graag een andere techniek zouden leren, sluiten zich soms ook aan bij de groep. Riveo zorgt voor de omkadering door ervaren vissers en levert het materieel. Het kader hangt af van de gekozen activiteit.

Vissen met aas, dat ideaal is voor beginners, gebeurt hoofdzakelijk op het eiland Oneux, een zes hectare grote weide in het centrum van Hotton, tussen de Ourthe en de waterloop van de molen. Vissen op roofvissen doet men, op ‘float tubes’ of vanuit een kajak, op het meer van Nisramont, boven La Roche-en-Ardenne. Om te vissen met de vlieg, ten slotte, gaan we de Ourthe op, te La Roche, Houffalize of Durbuy, waar er visplaatsen werden aangelegd.

Riveo verlaat bovendien de platgetreden paden om de liefhebbers de kans te geven om nog dichter bij het water te komen en er de rivier en haar biodiversiteit te ontdekken met een vislijn in de hand.


Twee dagen op vis-trektocht

Het centrum om de rivier te leren kennen biedt ook een eendaagse formule om te leren vissen. Nadat ze met de verschillende vissoorten kennis hebben gemaakt in de aquariums, trekken de deelnemers botten aan en gaan, gewapend met een net, insectenlarven zoeken. Naargelang de aard daarvan, kan men de kwaliteit van het water beoordelen. De namiddag beginnen ze met een les in vissen met aas. Dat is een heel ontspannende moment voor gezinnen en een ideale didactische dag voor scholen.

We bieden ook een vis-trektocht van twee dagen aan onder leiding van een gids en met overnachting in een hotel”, vervolgt de directrice. “Die activiteit vindt plaats op de site van de Hérou, tussen La Roche en Houffalize – die erkend is als uitzonderlijk Waals erfgoed (nvdr) – waar de Ourthe sublieme meanders maakt. Het is een combinatie van vissen op forel in het water, met waders en lieslaarzen, en een trektocht door de bossen.

Voor wiens belangstelling niet enkel uitgaat naar vissen, organiseert Riveo ten slotte een drie uur durende wandeling (van 5 kilometer), om te zoeken naar de bevers die de oevers van de Ourthe bevolken. Onder leiding van een gids kunnen de deelnemers kennismaken met de indrukwekkende dammen die door de bevers worden gemaakt en met de hutten waarin ze schuilen.

“BIJ TOUTATIS ! ”, DE RIVIERTENTOONSTELLING

De Griekse mythologie leert ons dat Tethys de moeder is van de riviergoden en de oceaniden, van de Murray (Oceanië), de Amazone (Zuid-Amerika), de Nijl (Afrika), de Mekong (Azië) en de Yukon (Noord-Amerika) … en van de Ourthe.

En het is juist omdat die een beetje de afspiegeling zijn van ons riviertje en sommige identieke of vergelijkbare soorten bevatten, dat Riveo de tentoonstelling “Bij Toutatis” heeft gemaakt, die de bezoekers naar de oevers van die “Big 5” brengt. Het doel van de reis? Kennismaken met de fauna en de flora van die mythische stromen en hun oevers, maar ook met de gewoonten en de legenden die in hun bedding schuilen. Met een interactief paspoort dat hun toegang verleent tot digitale animaties, steken de bezoekers de oceanen over, ontdekken ze fabelachtige dieren, grappige anekdotes, verrassende vistechnieken en spannende verhalen, en tegelijk gaan ze beseffen dat die rivieren ook milieuproblemen kennen.


“COSMOS, DE ODYSSEE VAN DE ZALM UIT DE MAAS”


© K. Spruit

CoSMos verwijst naar de Odyssee van Homeros en meer bepaald naar de tocht die een groot reiziger zoals Odysseus ondernam, naar de gevaren waaraan hij, zowel te land als ter zee, het hoofd moest bieden en aan wat hem er uiteindelijk toe aanzette om naar zijn geboorteland terug te keren. Dat zal echter niet de bewondering wekken van de zalm uit de Maas, voor wie dergelijke trektocht al duizenden jaren dagelijkse kost was, maar die in 1935 uit onze rivieren verdween. De oorzaak daarvan lag bij de vervuiling van de rivieren en de bouw van de stuwdammen. Hoewel de mens die nog niet helemaal weer uiteen heeft gehaald, zoals Penelope dat ’s nachts deed met haar weefwerk, heeft hij toch al veel goedgemaakt door kunstmatig honderdduizenden pootvissen te kweken en ze uit te zetten in onze rivieren.

Om het grote publiek te informeren over de terugkeer van de Atlantische zalm in het Maasbekken, werd er in Erezée (Hotton) een beschermingscentrum voor de Maaszalm opgericht en werd er een boeiend didactisch en toeristisch traject ontworpen over de geschiedenis en de odyssee van die vis.

Dankzij de eenvoudige taal en de mooie en moderne vormgeving wil “CoSMos, de Odyssee van de zalm” – zo heet het centrum waar de rondleidingen door de VZW Riveo worden gegeven – iedereen bereiken, maar enkel op afspraak. Op een reusachtig didactisch bord staan de voornaamste plaatsen waar de soort in de Maas voorkwam, alsook de migratietrajecten vanuit de Ardense rivieren naar de ... Faeröereiland en naar Groenland. Vanuit een observatiegang kan men in een aquarium levende zalmen in verschillende stadia van hun ontwikkeling observeren. Bovendien toont een film de activiteiten van het beschermingscentrum, van het kweken van de zalm tot het uitzetten ervan in onze rivieren.

Er werd ook een 12 meter lange rivierarm nagebouwd waarin forellen, snoeken en andere witte vissen kunnen worden bekeken vanuit een half ondergronds gebouw.


Riveo
Rue Haute 4
B-6990 Hotton 
+32 (0) 84 41 35 71

www.riveo.be

IN HET WOUD VAN HET LAND VAN CHIMAY

Hoe prachtig is toch de natuur in de laars van Henegouwen en het Natuurpark van Viroin-Hermeton! Zo mooi, dat plaatselijke organisatoren er verblijven aanbieden voor wie ze wil leren kennen en opnieuw naar de essentie gaan.

 

De weg leren vinden en de fauna en flora leren herkennen, weten welke planten eetbaar zijn en ze inzamelen, sporen van dieren volgen, water vinden en drinkbaar maken, vuur maken op de wijze van vroeger, zo goed als onder de blote hemel slapen op een bivakplaats, kortom : leren leven in de vrije natuur. Dat is wat verscheidene organisatoren aanbieden in het Woud van het Land van Chimay, in samenwerking met de Toeristische Dienst van het Merengebied.

Onder de benaming ‘Séjour trappeur-survie’, gaat de één tot vier dagen lange tocht langs de ‘Grande Traversée’, het Grote Routepad dat over een afstand van bijna 175 kilometer langs de gemeenten Sivry-Rance, Froidchapelle, Momignies, Chimay, (Hengouwen), Couvin, Viroinval, Philippeville en Doische (Namen) loopt. Het begint aan de Franse grens, in Macquenoise, en klimt dan al zigzaggend naar Chimay, waar de ene aftakking naar Sivry-Rance voert, terwijl de andere Viroinval doorkruist en zich vervolgens opsplitst in de richting van Philippeville en in die van Doische. Langs dat traject werden negen bivakplaatsen aangelegd ofwel één om de 15-20 kilometer.

De verschillende formules zijn allemaal bedoeld voor groepen van hoogstens tien personen en bieden allemaal een unieke ervaring, waardoor u tot het wezenlijke kunt terugkeren en alle dagelijkse beslommeringen achter u kunt laten. De formules verschillen een beetje van de ene organisator tot de andere”, aldus Florence Cocx, die instaat voor de promotie van het Woud van het Land van Chimay. “De natuurgidsen van Aquascope spitsen het verblijf toe op het ontdekken van de fauna en flora rond de vijvers van Virelles en op het zeer mooie dorp Lompret. Die van B-vouak bieden dan weer een weekend aan dat vertrekt vanuit het bivak van ‘la Roche Trouée’, in de buurt van de ‘Fondry des Chiens’ in Nismes … Tijdens heel de duur van het verblijf staan ze natuurlijk ook in voor de logistiek.

Onderweg zorgen die gidsen ervoor dat de deelnemers in de natuur het nodige vinden om aan het einde van de dag een sobere maaltijd te bereiden. Dat kan bijvoorbeeld door te gaan vissen, door de vruchten van fruitbomen te plukken en door eetbare planten te zoeken – zoals voor een heerlijke netelsoep ! En wees gerust : het is bijvoorbeeld niet verboden wat kruiden en bloem mee te nemen en evenmin onderweg in een winkel brood en eieren te kopen. Kwestie van te overleven …

DE JAGER-SURVIVAL
+32 (0) 71 14 34 83


www.foretdupaysdechimay.be

Your opinion counts