Waw magazine

Waw magazine

Menu

In het besef dat de fiets een hoge vlucht neemt als instrument voor verplaatsingen, reizen, ontdekkingen en zelfs ontmoetingen, zijn er veel particuliere dienstverleners ontstaan om aan de behoeftes van de fietsers tegemoet te komen, door hun steeds ruimer wordende diensten aan te bieden.

‘Pro Velo’ is daar één van. De in 1992 opgerichte vzw, die 75 personen tewerkstelt, biedt in Brussel en in de fietspunten van de stations van Luik, Bergen, Namen, Ottignies en Gembloers uiteenlopende diensten aan, zoals het verhuren en herstellen (ook in zelfbedieningsateliers) van allerlei fietstypes, het etsen van rijksregisternummers op de frames, het verkopen van artikelen in de winkel, het tonen van slimme trajecten om naar de stations te rijden, het stallen van de fietsen daarin enz.

Maar dat zijn lang niet alle activiteiten van Pro Velo. Aangezien de vzw de huidige en potentiële fietsers wil ondersteunen, de mensen (opnieuw) wil leren fietsen, een positief beeld wil verspreiden van de fiets en het fietsenbeleid wil steunen om actief bij te dragen aan de modale overstap van de auto naar de fiets, heeft ze een in mobiliteit gespecialiseerd studiebureau opgericht en organiseert ze geregeld campagnes en acties voor het grote publiek. Ze biedt ook rijopleidingen aan, alsmede verscheidene diensten voor ondernemingen (bike coaching, team building…) en, last but not least, een steeds dikker wordende catalogus met gegidste of geprogrammeerde uitstappen op verzoek. Die uitstappen over meestal korte afstanden zijn een soort ontdekkingstochten per fiets rond thema’s zoals architectuur, erfgoed, geschiedenis en ‘levende cultuur’ (gastronomie). De gidsen zijn professionals en enthousiaste amateurs. Voor wie liever zelfstandig rijdt, heeft Pro Velo ideeën voor ritten die men zelf kan doen met enkel een GPS of een roadbook. Enkele voorbeelden van thema’s: de oude scheepsliften langs het ‘Canal du Centre’, merkwaardige bomen, heiligenbeeldjes en kapelletjes in Haspengouw, de forten van Luik, de villa’s uit het Maasland enz.

 

 
©Pro Velo Liege - atelier

www.provelo.org


 

PRO VELO is ook

 

De ‘Cycles du Terroir’ voor lekkerbekken

Elk jaar biedt Pro Velo in Waals-Brabant culinaire uitstappen aan om fietsen en lekker eten te combineren. Een familiaal concept waarbij de deelnemers kunnen profiteren van een aangename fietsuitstap, dankzij een gemakkelijk parcours met verscheidene degustatieplaatsen bij lokale ambachtslieden. Voor meer informatie en om u in te schrijven, surf naar de site.

www.provelo.org/cdt

 

De ‘Dring Drink’-aperitieven

De ‘Dring Drink’-aperitieven die traditioneel door Pro Velo Namen worden georganiseerd in de Waalse hoofdstad, zullen dit jaar ook plaatsvinden in Bergen. Het is de bedoeling dat fietsers daarbij, als het mooi weer wordt en meestal aan het einde van een werkdag, op een sympathieke plek samenkomen om zich te ontspannen en een glaasje te drinken. Cool! De (eerstvolgende) aperitiefontmoetingen in Namen gaan door op 26 mei en 23 juni en in Bergen op 12 mei…

Een netwerk voor fietsenverhuur dat gebaseerd is op de knooppunten en de vroegere spoorweglijn van de Vennbahn,

dat zijn de twee pijlers waarop het fietstoerisme kan steunen in de regio Ardennen-Eifel.

Bovendien worden er elektrische fietsen verhuurd en zijn er ‘bed+bike’-gelegenheden.

 

Het prachtige netwerk ‘VéloTour Hautes Fagnes- Eifel’, dat in 2004 werd geopend, biedt 850 km bewegwijzerde fietspaden aan, die soms vlak, soms heuvelachtig en soms echt steil zijn, en die de fietsers makkelijk kunnen volgen dankzij het knooppuntensysteem. Dit terrein, dat zowel ideaal is voor gezinnen als voor fietstoeristen en sportbeoefenaars, werd twee jaar geleden uitgebreid met de Vennbahn, een van de langste fietspaden in Europa, dat werd aangelegd op de bedding van een vroegere spoorweglijn. De Vennbahn, die verscheidene keren internationaal werd onderscheiden voor haar kwaliteiten, loopt door drie landen (Duitsland, België en Luxemburg). Het pad is geasfalteerd vanaf Aken tot Troisvierges en loopt via Raeren, Monschau, Waimes, Sankt-Vith en de vallei van de Our. Een aangename manier – de hellingen zijn zelden steiler dan 2% – voor het verkennen van deze grensstreek, waar natuur en historisch erfgoed rivaliseren om de gunsten van de reizigers. Maar die twee parels zijn niet alles. Om de fietsers nog méér te kunnen bieden, heeft het Toeristisch Agentschap van Oost-België de Vennbahn uitgebreid met zestien nieuwe lusvormige trajecten die ermee samenhangen. Die parcours zijn 30 tot 50 km lang, met uiteenlopende moeilijkheidsgraden. De gebruikte wegen maken deel uit van het knooppuntennetwerk of volgen bewegwijzerde fietsroutes en RAVeL-trajecten. Van die zestien parcours bestaan toelichtingsfiches die in een cassette worden aangeboden – of een trajectplanner – ‘Vennbahn Plus’.

 

Diensten die elk jaar worden aangevuld

En dan is er de dienstverlening. Om iedereen de kans te geven de heuvelachtige landschappen van de streek te leren kennen zonder te veel buiten adem te geraken, heeft het ‘Agence du Tourisme de l’Est de la Belgique’ (de toeristische dienst van de Oostkantons) sinds 2012 op heel zijn grondgebied een netwerk van een dertigtal stations voor het verhuren van fietsen met een elektrische hulpmotor (e-bikes) opgericht. De senioren dansten van vreugde en de horecasector heeft daarop ingepikt. Naar het voorbeeld van de ‘Bienvenue vélo’-labels in Wallonië, werd er een ‘bed+bike’-label geïntroduceerd om op adequate wijze tegemoet te komen aan de eisen van de fietstoeristen. De erkenning werd al verleend aan een veertigtal gelegenheden die overnachtingen aanbieden. De lijst ervan staat in de folder ‘Vennbahn Plus’ en op de site van het agentschap.

 

www.eastbelgium.com


 

DRIE CIRCUITS TUSSEN WAIMES EN SCHÖNBERG

Opdat de bezoekers van de Oostkantons zich niet zouden hoeven te bekommeren om de organisatie van hun verblijf, heeft het Toeristisch Agentschap verscheidene forfaitaire reizen uitgewerkt voor fietstoeristen. Die all-informules omvatten het logement, de maaltijden (picknickmand voor ’s middags en een warm avondmaal in het hotel), de wegenkaarten en het bagagevervoer.

Van die verblijfsaanbiedingen tegen interessante prijzen kunt u met de formule ‘La Vennbahn et ses cousines’, door de tracés van de Vennbahn en van verscheidene lussen te combineren, zowel de hoogvlakte van de Hoge Venen ten noorden van Malmedy verkennen, als de streek van de meren (Robertville en Bütgenbach) en de vallei van de Our (in het zuiden). Ze omvat drie dagen met trektochten (51, 32 en 39 km) en vier overnachtingen in drie- of viersterrenhotels, namelijk twee in Waimes en twee in Schönberg; de terugkeer naar het vertrekpunt gebeurt per taxi.

 

 
©Vennbahn.eu
 

De eerste dag volgt het t raject Ronde 9 van de ‘Vennbahn Plus’-planner. Vanaf Waimes gaat het via het RAVeL over de vroegere lijn 45 tot aan Stavelot via Malmedy en klimt dan naar Hockai via lijn 44a, die langs het racecircuit van Spa- Francorchamps loopt. Dat is 26 km RAVeL, waarvan een goed deel met een lichte helling. Na een kort stuk over de weg, slaat het traject af naar het noorden, door het Natuurpark van de Hoge Venen tot aan het Signaal van Botrange. De terugtocht naar Waimes gebeurt via Ovifat en het meer van Robertville. Bonussen op dit parcours: de zeer levendige Waalse stad Malmedy en het kasteel van Reinhardstein (1354), dat men kan bezichtigen wanneer men vanaf de stuwdambrug van Robertville een wandelpad van 800 m volgt.

De tweede dag gaat de voorgestelde uitstap van Waimes naar Schönberg, gedeeltelijk via de Ronden 11 en 13. De Vennbahn en het RAVeL 45a vormen de eerste helft van dat parcours langs het meer van Bütgenbach en dan via de moerassige gronden in de buurt van de bron van de Warche. Vanaf Honsfeld volgt het tracé de knooppunten tot Schönberg via Heppenbach en het kunst– en natuurpad ervan. In Herresbach strekt het zicht zich uit over de Duitse grens tot aan het einde van de vallei van de Our.

De derde dag ten slotte, volgt het parcours grotendeels Ronde 14 vanuit Schönberg. Dit lusvormige parcours loopt achtereenvolgens via het Natuurpark van de Hoge Venen - Eifel, het dal van de Amblève, de Vennbahn en de vallei van de Our, alsook langs Sankt-Vith.

 

www.liegetourisme.be/fr/bouger/velos-e-bike-et-ravel.html


 

HET ‘E-BIKE’-NETWERK

Goed om weten: het netwerk voor fietsen met elektrische hulpmotor van de Oostkantons is niet het enige in het zuiden van het land. Hieronder twee van de voornaamste andere.

 

PROVINCIE LUIK

Dit netwerk werd opgericht door de ‘Fédération du Tourisme de la Province de Liège’ en spitst zijn huuraanbod toe op zes provinciale toeristische sites: het ‘Musée de la Vie wallonne’ (centrum van Luik), het ‘Domaine provincial de Wégimont’ (Soumagne), ‘Blegny-Mine’, het ‘Domaine de Palogne’ (Ferrières), het kasteel van Harzé en het ‘Maison du Parc Naturel Hautes Fagnes-Eifel’ (Robertville). Een toerist die er een fiets huurt, krijgt voorstellen voor lusvormige trajecten vanaf de site in kwestie.

www.liegetourisme.be/fr/bouger/velos-e-bike-et-ravel.html

 
ARDENNE E-BIKE

In de provincie Luxemburg, werken verscheidene toeristische centra samen met de touroperator ‘Europ’aventure’ en met de firma EC Bike om het ’Ardenne e-bike’- netwerk te vormen, dat vandaag over veel verhuurpunten beschikt, van Durbuy tot Virton. Genoeg om dapper het hoofd te bieden aan de vele hellingen in die streek, zowel in het ‘’Pays de Famenne’ met zijn 350 km fietspaden of op de GTA-trajecten zoals de ‘Route des Forêts’, de ‘Route du Souvenir’, de ‘Transardennaise’, de ‘Transgaumaise’ enz. verscheidene toebehoren (helmen, kinderstoeltjes, tassen…) kunnen ter plaatse worden gehuurd en er zijn ook roadbooks en kaarten beschikbaar.

www.ardenne-e-bike.be

Deze lusvormige tocht van 51 km in het centrum van Waals-Brabant werd uitgewerkt door twee ‘Maisons du Tourisme’, dat van het ‘Pays-de- Villers’ en dat van het ‘Roman Pays’, op de sites waarvan u het roadbook en het GPX-bestand (voor GPS) kunt vinden, die allebei downloadbaar zijn. Er werd eveneens een gratis kaart op A3-formaat uitgegeven ten behoeve van het toenemend aantal fietstoeristen. Naar het schijnt hebben zij belangstelling voor dit parcours dat als relatief gemakkelijk wordt beschouwd, hoewel het enkele hellingen omvat.

De twee pijlers van deze uitstap zijn parels van het religieuze erfgoed van Wallonië: de Abdij van Villers-la-Ville, waarvan de ruïnes een prestigieuze getuigenis vormen van het leven van de monniken van de cisterciënzerorde, en de Kapittelkerk van Nijvel, een van de indrukwekkendste religieuze gebouwen in romaanse stijl in Europa. De lus, die ook door de gemeentes Genappe (Waals-Brabant), Pont-à-Celles en Les Bons Villers (Henegouwen), loopt, kan vanuit Nijvel of Villers-la-Ville worden afgelegd.

Vanaf de abdij loopt het parcours door Tangissart, volgt dan een kleine weg die uitkomt bij de kapel van de ‘Try au Chêne’ – die in 1608, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd opgericht door een Brabantse officier – en daalt dan via het kasteel van Bousval af naar het RAVeL. Hier is het RAVeL de vroegere spoorlijn Manage-Wavre, die nog diende voor het vervoer van de productie van de suikerfabriek van Genappe, vóór deze in 2003 werd gesloten. Het baanvak (14 km) dat naar Nijvel voert, is een gemakkelijke tocht. In de stad waar men het Waalse ‘aclot’-dialect spreekt, kronkelt het parcours door de straatjes tot aan de kapittelkerk, die uitrijst boven de Grote Markt. Deze werd onlangs heraangelegd tot groot genoegen van de ‘zachte weggebruikers’. Hier moet u zeker eens proeven van de ‘al djote’- taart (op basis van snijbiet en kaas). Na een kleine groene omweg langs het ‘Parc de la Dodaine’, loopt het parcours zigzaggend over het platteland en kruist het het domein dat na de Slag van Waterloo aan de hertog van Wellington werd gegeven. Na een uitstapje in Henegouwen (via Buzet en Frasnes-lez-Gosselies), eindigt het traject zijn lusbeweging aan de ruïnes van Villers-la-Ville, nadat het slalomde tussen de vele putjes van de golfterreinen van Pierpont, la Bruyère en Rigenée.

 

 

www.tourisme-roman-pais.be

www.paysdevillers-tourisme.be

Le Hainaut Vert is een van de nieuwe ontdekkingsroutes die door de vzw ‘Les Chemins du Rail’ wordt voorgesteld. Deze lus van 49 km begint aan het zeer mooie station van Aat en laat u opnieuw kennismaken met een stuk van de secundaire spoorlijn 86, die vroeger Gent met Blaton verbond via Ronse en Leuze. Het in juni 1984 gesloten baanvak dat Leuze verbond met de steengroeven van Basècles – waaruit marmer werd ontgonnen dat werd gebruikt voor de Dom van Keulen! – werd immers van zijn sporen ontdaan en vervangen door een fietspad dat in het RAVeLnetwerk is opgenomen. Het vormt het tweede deel van dit parcours, na een traject van 15 km dat het knooppuntennetwerk vanaf het station van Aat tot aan dat van Leuze volgt (via de dorpen Irchonwelz, Ligne en Chapelle-à-Wattines). “Van Leuze tot Basècles loopt de route over 10,2 km langs lijn 86”, zegt Jacques Botte, die de voorzitter is van de ‘Chemins du Rail’ en aan wie we het traject te danken hebben. “Het parcours is bijzonder interessant, want het bevat enkele resten van het spoorwegerfgoed, zoals huisjes, hectometerpaaltjes en tunnels”. Het RAVeL houdt op aan de vroegere treinhalte van Basècles. Dan volgt men een verbindingsweg van 4,8 km tot in het centrum van Blaton. Voorbij de kerk ziet men een prachtig landschap, vóór men links afslaat om langs het kanaal Blaton-Aat te rijden, dat zijn glorietijd juist na de Eerste Wereldoorlog heeft gekend en waarover hoofdzakelijk steenkool werd vervoerd. “Dit laatste deel van het parcours is 17 km lang”, benadrukt de voorzitter. “Het volgt het jaagpad van dat oude en met sluizen bezaaide kanaal, dat het woud van Stambruges doorkruist. We stellen voor dat u, bij het verlaten daarvan, even van het RAVeL afrijdt om een blik te werpen op de ingang van het domein van Beloeil en om de merkwaardige basiliek van het dorpje Tongre-Notre-Dame te bezichtigen.

 

www.cheminsdurail.be


 

CHEMINS DU RAIL

‘Chemins du Rail’ is een vzw die het omvormen van oude spoorlijnen tot groene wegen aanmoedigt. Om dat doel te bereiken, publiceert de vereniging, die nu 240 leden telt, elk kwartaal een nieuwsbrief met achtergrondartikelen over het RAVeL, het Pre-RAVeL, de groene wegen en het spoorwegpatrimonium, zowel in Wallonië als in Vlaanderen en in het buitenland. Ze organiseert uitstappen en groepsreizen en biedt ook ontdekkingstochten aan, zoals de ‘Hainaut Vert’, die minstens gedeeltelijk gebruik maken van spoorwegbeddingen. Die wandelingen zijn niet bewegwijzerd, maar ze hebben een nauwkeurige beschrijving, die kan worden gedownload. Daar komt nog bij dat de vzw dit jaar aanwezig zal zijn op verscheidene grote toerismebeurzen en salons (Antwerpen, Utrecht, Brussel, Rijsel, Luik…) om er het RAVeL-netwerk onder de aandacht te brengen. Dat is overigens een van de opdrachten uit de overeenkomst die in het kader van ‘La Wallonie à Vélo’ met de Waalse Minister van Toerisme werd gesloten.

‘La Meuse à vélo’ (De Maas per fiets), de eerste volledig bewegwijzerde en bewegwijzerde langeafstandsroute voor fietsers in Wallonië,

biedt u een tocht van 155 km door een van de mooiste rivierdalen van Europa.

 

Of u nu vertrekt aan de Nederlandse grens in de buurt van Maastricht, dan wel aan de Franse grens in Givet, het zal in dezelfde bucolische landschappen zijn dat u kennis zult maken met het prachtige natuurlijk en industrieel erfgoed van Wallonië. Op die citadellenroute zult u de vier Waalse vestingsteden kunnen bezoeken, namelijk Luik, Hoei, Namen en Dinant.

De bewegwijzering bestaat uit F34b2-borden (blauwe of groene verticale platen), waaraan bordjes met het opschrift ‘La Meuse à Vélo’ zijn toegevoegd. Op één uitzondering na: tussen de Nederlandse grens en de stuwdambrug van Lixhe (Wezet) moeten de fietsers, in afwachting van het einde van de bouwwerken aan de grote sluis van Ternaaien, de knooppuntenbakens volgen (411, 412, 413 en 414 wanneer ze van Maastricht komen).

Het parcours heeft een eigen bedding (het RAVeL langs het Albertkanaal van Wezet tot Herstal, het Maas- RAVeL van Herstal tot Hermeton-sur-Meuse en het RAVeL van lijn 156 van Hermeton tot Argimont), behalve op het stuk tussen Argimont en Givet (3,5 km) en op drie andere stukken die bestaan uit verbindingswegen, waar men dus voorzichtig moet zijn voor het autoverkeer: van de sluis en stuwdambrug van Ivoz-Ramet tot Ombret (N644 en N90 - 12 km), van Hoei tot Ben- Ahin (3 km) en van de sluis van Anseremme tot aan de sluis van Waulsort (N96 - 7 km). “Hopelijk kan dit laatste stuk, dat langs het kasteel van Freÿr loopt, op een dag vervangen worden door een RAVeL op de lijn 154, die langs de route ligt en momenteel buiten dienst is”, verklaart François Leruth, de verantwoordelijke voor het RAVeL-netwerk bij de DG01.76 van de ‘Service Public de Wallonie’. “Het aanleggen van de rechteroever van de Maas in Ben-Ahin is voor dit jaar gepland, terwijl de werken voor het maken van een eigen bedding van 7 km lang tussen Engis en Ombret ingeschreven staan op de begroting van 2016.

Aangezien ‘La Meuse à Vélo’ deel uitmaakt van een grensoverschrijdend project dat, samen met Nederlandse en Franse partners, op termijn een toeristische fietsroute wil promoten, die langs de Maas loopt van de bron tot aan de monding, zou het kunnen dat de inwoners van Pouilly-en-Bassigny (op de hoogvlakte van Langres, in het departement Haute-Marne), waar de Maas schuchter ontspringt in een bosje, op een dag vrolijk naast de 950 km lange stroom kunnen f ietsen tot in Rotterdam. Zover is het natuurlijk nog helemaal niet, want terwijl het Belgische parcours vandaag helemaal bebakend is en de Nederlandse trajecten ook goed aan de rivieroevers zijn verankerd (190 km van Maastricht tot Nijmegen via de LF3 en 235 km van Nijmegen tot Maassluis via de LF12), moet de Trans-Ardennes V54 nog een lange weg afleggen op Frans grondgebied, waar enkel het stuk van 85 km tussen Givet en Charleville- Mezières echt operationeel is.

 

 


 

HET RAVEL OP EIGEN BEDDING

Hebt u recente en betrouwbare informatie nodig over het RAVeL, het autonome netwerk van wandel- en fietspaden in Wallonië? Naar aanleiding van ‘La Wallonie à Vélo’, heeft de Waalse overheidsdienst zopas zijn website ‘RAVeL et Véloroutes’ opnieuw bijgewerkt voor de gebruikers. Die vinden daar niet alleen de geactualiseerde trajecten van de internationale en regionale langeafstandsroutes, die per etappe worden beschreven op gedetailleerde kaarten en in downloadbare GPX-bestanden, maar ook veel technische informatie over de staat van het wegdek, de lopende en toekomstige werken, de eventuele problemen enz.

 

http://ravel.wallonie.be


 

DE STERKE PUNTEN VAN HET PARCOURS

ETAPPE 1 Van Maastricht naar Luik (24 km)

De nieuwe sluis van Ternaaien, met haar groot profiel, het natuurreservaat van de Sint-Pietersberg, het Albertkanaal, Wezet – de ganzenstad, de Vurige Stede, haar historisch centrum, haar musea en de hellingen van haar citadel.

ETAPPE 2 Van Luik naar Hoei (36 km)

Het Boveriepark, Seraing en zijn metalen monsters die herinneren aan de hoogdagen van de Luikse staalindustrie, de subtielere site van Val-Saint- Lambert, met haar kasteel, haar cisterciënzerabdij en haar beroemde kristalfabriek, de kapittelkerk van Amay, de drie rookpluimen van de kerncentrale van Tihange, de oude stad Hoei, overheerst door haar fort.

ETAPPE 3 Van Hoei naar Namen (33 km)

Andenne – de beertjesstad, de gerestaureerde site van de Molens van Beez, Namen, de hoofdstad van Wallonië, met haar oude stad en haar citadel, een meesterwerk van Vauban, op de samenloop van Maas en Samber.

ETAPPE 4 Van Namen naar Dinant (28 km)

Wépion en zijn aardbeien, de tuinen van Annevoie, de bergbeklimmers tegen de rotsen van Dave, de zeilvliegers in de wolken rond het panorama van de ‘Sept Meuses’, de ruïnes van het feodale kasteel van Poilvache, de koeken, de citadel en de kabelbaan van Dinant.

ETAPPE 5 Van Dinant naar Givet (20 km)

De kliffen van de Ros- Beiaardrots, het kasteel, de tuinen en de bergbeklimmers van Freÿr, het typische Maasdorp Hastière.

 


 

‘BIENVENUE VÉLO’ STAAT TOT UW DIENST

Het label ‘Bienvenue vélo’ dat, naar het voorbeeld van buitenlandse labels zoals ‘Accueil Vélo’ in Frankrijk en ‘Bienvenue Cyclistes’ in Québec, in 2012 werd opgericht door drie toeristische diensten en nu door de Directie Toeristische Producten van het CGT wordt gecoördineerd, wil de fietsers informeren over de plaatsen waar ze hartelijk worden ontvangen en over de verscheidene diensten waar ze gebruik van kunnen maken.

Dat label wordt toegekend aan toeristische instellingen zoals logementen (slaapgelegen-heden, logies met ontbijt, gemeubelde vakantieverblijven, hotels, campings, jeugd-herbergen…), horecabedrijven (restaurants, café-restaurants, cafés, landelijke kroegen…), musea en toeristische attracties, alsook toeristische organisaties (provinciale toerismefederaties, toeristische diensten…). De instellingen, die zich op hoogstens 5 km van het RAVeL of van een fietsroute mogen bevinden, verbinden zich ertoe de speciale criteria voor elk type instelling in acht te nemen (gratis ter beschikking stellen van een overdekte en beveiligde fietsenberging, een EHBO-koffer, gereedschap voor spoedherstellingen, toeristische documentatie enz.). Om de zichtbaarheid van dat label te vergroten, heeft het CGT eind 2015 een projectaanvraag uitgeschreven om de Waalse toeristische spelers aan te moedigen hun onthaal aan te passen door inrichtingen en uitrustingen, zoals fietsbergplaatsen en laadpalen voor elektrische fietsen.

 

 
©www.visitwapi.be - Coralie Cardon

 

www.lawallonieavelo.be

Met zijn 1.600 km bewegwijzerde routes is het fietspadennetwerk van Waals Picardië het grootste knooppuntennetwerk voor fietsers van Wallonië. Twee fietskaarten (west en oost), met vermelding van de bezienswaardigheden uit de streek, bestrijken het netwerk en geven u de gelegenheid uw reisweg uit te stippelen volgens uw interesses. Het ‘Maison du Tourisme de Wallonie Picarde’, dat het netwerk samen met het ‘Agence Intercommunale de développement IDETA’ beheert, stelt bovendien een reeks verblijfsgelegenheden met het ‘Bienvenue Vélo’-label voor, die fietsuitstappen met toeristische bezoeken combineren. Op zijn site stelt het ook veertien uitstappen voor, waarvan de topografische fiches makkelijk kunnen worden gedownload. De uitstap ‘À vélo sur le RAVeL des Collines’ is bijvoorbeeld interessant voor gezinnen, omdat hij gevarieerde activiteiten voorziet en heel verrijkend is voor kinderen.

Dit 23 km lange parcours begint in het centrum van Ellezelles, volgt de – steile! – klim op het nieuwe ‘RAVeL des Collines’, en loopt dan tot Vloesberg, waar groot en klein kunnen proeven van de smaken van het Huis van Geneeskrachtige Kruiden, dat een tuinwandeling, een didactische tentoonstelling en attracties voor kinderen aanbiedt. Langs landwegen met dikwijls heel mooie uitzichten gaat de tocht dan verder naar het ‘Parc naturel des Collines’. Na een korte halte aan het ‘Ecomusée de Lahamaide’, keren de fietsers terug naar Ellezelles om zich daar te verfrissen en van de lokale keuken te genieten.

Met jonge kinderen kunt u een kleine tien kilometer winnen door direct van Vloesberg naar Ellezelles te rijden. “En als u heel kleine kinderen bij hebt, dan raden wij u aan de auto voor de ‘Brasserie des Légendes’ in Ellezelles te parkeren en een korte wandeling te maken op het vlakbij gelegen RAVeL”, aldus Séverine Stiévenart, de coördinatrice van het ‘Maison du Tourisme’. “Twee picknickplaatsen – die van Beaufaux en die van Quintine – werden als originele speelpleintjes ingericht.”

Welke formule u ook kiest, een bezoek aan het ‘Maison du Pays des Collines d’Ellezelles’ mag u niet overslaan. Of de kinderen nu te voet de ‘Sentier de l’étrange’ (7 km) afleggen om beeldhouwwerken en bas-reliëfs van kabouters en heksen te zien, dan wel liever met het gezin in het plaatselijke erfgoed gaan spoorzoeken met kaart, kompas, fles en andere magische voorwerpen, in alle geval zullen ze opgetogen terugkeren van hun uitstap in het land der legenden!

 

www.wapinature.be

Het jaar 2016 werd in Wallonië in het teken van de fiets geplaatst.

Heel terecht! Dat zachte vervoermiddel is het nooit beter voor de wind gegaan.

Er komen steeds meer netwerken en diensten. Het is de bedoeling om van het Gewest een fietsbestemming bij uitstek te maken.

Voor gezinnen, sportbeoefenaars, mountainbikers, senioren...
 

Wordt de fiets ooit een belangrijk toeristisch instrument in Wallonië? Dat is althans de hoop van alle spelers uit de sector.

Op basis van haar ervaring bij de ‘Fédération des Gîtes de Wallonie’ en van haar werk voor het label ‘Bienvenue Vélo’,

werd Stéphanie Villance in 2015 door het Commissariaat- Generaal voor Toerisme aangeworven om het jaar van ‘La Wallonie à Vélo’ (Wallonië op de fiets) te coördineren.

Sindsdien buigt deze jonge vrouw zich 365 dagen per jaar over het stuur...

 
©Nathalie Hupin

Waarom is de fiets dit jaar aan de eer?

Stéphanie Villance — De fiets heeft zich heel natuurlijk doen gelden omdat hij een belangrijke toeristische troef is geworden in Wallonië. Het fietstoerisme wint aan populariteit. Zowel de Belgen als de Nederlanders, Duitsers en Fransen besteden meer en meer van hun vrije tijd aan de fiets. De reisagenten uit het zuiden van het land hebben dus gevraagd het toeristisch aanbod voor fietsnetwerken beter te structureren, opdat onze regio nog aantrekkelijker zou worden. Wallonië heeft een groot potentieel. Natuurlijk is er de infrastructuur, dat wil zeggen de netwerken van reisroutes, zoals het RAVeL (het netwerk van wandel– en fietspaden in Wallonië) en de knooppuntnetwerken, maar ook de dienstverlening, of die nu wordt verzekerd door het Commissariaat- Generaal voor Toerisme, dat bezig is met het ontwikkelen van een ‘Bienvenue Vélo’-label, dan wel door particuliere dienstverleners die fietsen verhuren en herstellen. Ten slotte is er ons uitzonderlijk erfgoed: onze natuur en onze monumenten, alsook onze gastronomie. ‘La Wallonie à vélo’ biedt ons de kans al die troeven op de voorgrond te plaatsen en te versterken, om onze regio een constructieve impuls te geven en er een attractieve fietsbestemming van te maken.

 

Welke partners worden daarbij betrokken?

S.V. — Vooreerst werden het Commissariaat-Generaal voor Toerisme (CGT) en ‘Wallonie-Bruxelles Tourisme’ (WBT) gemandateerd door het Waals Gewest, het eerste om het bestaande aanbod te coördineren en te structureren, en het tweede om promotiecampagnes te voeren in België en in het buitenland. Die samenwerking heeft zich vervolgens uitgestrekt tot onze partners uit de toerismesector, zoals de toeristische diensten en federaties en de vele beroepsverenigingen, die ons meer bepaald hebben geholpen om de inventaris van de routes, de evenementen en de diensten op te stellen. Dan zijn er ook nog onze partners uit de sector van de zachte mobiliteit, zoals ‘Pro Vélo’, de ‘Chemins du Rail’, ‘Randobel’, de ‘Fédération du Cyclisme Wallonie-Bruxelles’ en uiteraard de afdeling van de ‘Service Public de Wallonie’ die instaat voor het beheer van het RAVeL.

 ©Chemins du rail
   

Concreet gesproken, wat zal er dit jaar nieuw zijn voor de fietsers?

S.V. — Er zijn al twee grote promotie-instrumenten klaar: een brochure die door ‘Wallonie-Bruxelles Tourisme’ wordt uitgegeven en een nieuwe website (www.lawallonieavelo. be). De brochure bevat een keuze van een vijftigtal bewegwijzerde routes, die hoofdzakelijk uitgestippeld zijn door de ‘Maisons du Tourisme’ en werden erkend door het CGT, en zal als promotie-instrument dienen. De site zelf biedt een breed gamma van routes aan (regionale en internationale routes, knooppuntnetwerken, plaatselijke routes voor mountainbikes en trekfietsen...) met hun roadbooks. Die routes werden in samenwerking met de ‘Chemins du Rail’ en ‘Pro Vélo’ uitgestippeld en vormen het frame van het aanbod, de sterproducten die kunnen worden gedownload op een GPS. Ze bevatten alle informatie over de dienstverlening (onderkomen, horeca, huur, herstelling, toeristische attracties…). De plaatselijke en permanente vermakelijkheden en evenementen staan er ook in vermeld. Het is een referentiesite die voortdurend zal worden aangevuld.

 

Hoe zit het met de infrastructuur?

S.V. — Door Wallonië lopen er vier internationale routes die werden uitgewerkt op basis van het RAVeL-netwerk en van lokale wegen met weinig verkeer: ‘EuroVelo’ 3 (Maubeuge – Namen – Luik – Aken) en 5 (Rijsel – Brussel – Namen – Luxemburg), ‘Meuse à Vélo’ en de ‘Vennbahn’, in de Oostkantons. Daarop zijn tien regionale langeafstandsroutes geënt, die hoofdzakelijk bestaan uit de eigenlijke RAVeL-sites, maar ook uit stukken die door de vzw ‘Rando-Vélo’ werden ontworpen. Sommige trajecten moeten echter nog in orde worden gebracht, zoals tussen Vloesberg en Eigenbrakel, op de route Ronse-Luik, en tussen Trois-Ponts en Durbuy, op de route van de Oostkantons naar Couvin en Chimay. Op korte termijn zal Wallonië over 2.000 km langeafstandsroutes beschikken. Bovendien zijn er nog de kortere aanvullende RAVeL-routes, die de moeite waard zijn omwille van het erfgoed en de landschappen die ze omringen.

 

En het knooppuntennetwerk?

S.V. — Dat netwerk zal de grootste uitbreiding kennen. Vandaag strekt het zich uit over 3.230 km: 1.600 in Waals Picardië, 850 in de Oostkantons, 350 in de Famenne, 350 in de laars van Henegouwen en tussen Samber en Maas, en 80 in het gebied van de Benedenmaas, bij Wezet. Maar er zijn veel uitbreidingsplannen. Onder impuls van de vzw ‘Pays de Famenne’ zal het bestaande knooppuntennetwerk geleidelijk worden gestoffeerd, zodat het heel de provincies Namen en Luxemburg bestrijkt. Het netwerk ‘1 000 bornes à vélo’, van zijn kant, zal zich uitstrekken van Chimay tot Mettet, waar het zal aansluiten op het RAVeL van de Molignée. Ten slotte worden er ook studies uitgevoerd in de Provincie Luik, terwijl de Provincie Waals-Brabant al een dossier heeft ingediend om door het CGT te worden erkend en subsidies te krijgen. We hopen dat er over heel Wallonië tegen 2018 een raster van knooppunten zal liggen, zoals over Vlaanderen en Nederland.

 
©www.wapinature.be - Coralie Cardon
 

De mountainbikers worden niet vergeten…

S.V. — Momenteel erkent het Commissariaat-Generaal voor Toerisme 227 mountainbikeroutes, die zich uitstrekken over liefst 4.654 km. Maar de infrastructuur wordt aangevuld, vooral in de Ardennen, waar het terrein bijzonder geschikt is. Getuigen daarvan zijn het bikepark van de ‘Ferme Libert’ in Malmedy, waar de skipiste volledig werd omgebouwd om te voldoen aan de verwachtingen van de fietsers, alsook het oefenterrein voor mountainbikers te Sankt-Vith, het bikepark van Ovifat en dat van de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’, dat dit seizoen zal worden geopend. En vergeet ook niet de parcours van de ‘VTT des sportifs’ in het ‘Pays d’Ourthe et Aisne’ en de ‘Transardennaise’ van La Roche in Bouillon.

 

Zijn er dit jaar veel evenementen gepland?

S.V. — Het hele seizoen lang zal Wallonië overlopen van evenementen en activiteiten. Om te beginnen zijn er de grote wielerwedstrijden (De Waalse Pijl, Luik- Bastenaken-Luik…), die natuurlijk voor veel internationale uitstraling zorgen, maar ook de regionale koersen, de thematische evenementen van toeristische spelers of verenigingen voor zachte mobiliteit of sport (het Mountainbikefestival van Houffalize, de ‘Beau Vélo de Ravel’, de fietstochten enz.). Met de hulp van de WBT en het ‘Centre d’Aménagement Touristique des Provinces Wallonnes’ zullen wij daar stands oprichten om de fiets, dat geweldig toeristisch instrument, meer zichtbaarheid te geven.

 

www.lawallonieavelo.be

Of het nu gaat om activiteiten in verband met de natuur (wandelingen en fietsuitstappen, het RAVeL-netwerk, Segway-verhuur enz.), dan wel om sport (zeilen, surfen, kajakken, jetski, waterski, duiken, golfen, parachutespringen enz.), om amusement (Aquacenter, Ontspanningscentrum van Falemprise, de Rode Krokodil, Natura Parc, The Spin Cablepark, Espace Fun, Gravity Park enz.), om cultuur (bezoek aan de stuwdam van de ‘Plate Taille’) of om culinaire ontdekkingen (streekgerechten), de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ hebben steeds meer overtuigende argumenten in handen om zowel dagjesmensen als verblijfstoeristen aan te trekken en aan zich te binden, waarbij de belangstelling van de vakantiegangers toeneemt naarmate het overnachtingsaanbod groter en diverser wordt.

Maar er zijn andere klanten die de meren en de infrastructuur ervan op prijs stellen, klanten die meer bij de tijdsgeest aansluiten en van wie men nog maar een deel ziet, namelijk bedrijven. In de bedrijfswereld van de 21ste eeuw kennen Meetings, Incentives, Conferencing & Exhibitions (MICE) steeds meer belanstelling. De vzw ‘Les Lacs de l’Eau d’Heure’ heeft van de site dan ook een MICE-bestemming gemaakt. En hoe kunnen bedrijven worden overtuigd om naar Cerfontaine en Froidchapelle te komen om er evenementen voor hun werknemers en/of hun klanten te organiseren? Door hun nieuwe attracties op maat aan te bieden: het wellness– en balneotherapiecentrum, het seminariecentrum, de golf en het Bike Park maken daar deel van uit. Bovendien kan die infrastructuur geprivatiseerd worden voor groepen, kmo’s of bedrijven vanaf tien personen.

 

Steeds meer ondernemingen zoeken sites die tegelijk ruimte bieden voor werk en voor ontspanning of sportactiviteiten”, legt directeur Vincent Lemercinier uit. “Binnenkort zullen we, meer bepaald via ons boekingsplatform, packages kunnen aanbieden, die een combinatie vormen van overnachtingen, seminarzalen en incentive- activiteiten zoals het golfterrein en het Bike Park. De bedrijven tonen al veel belangstelling voor die twee sporttakken. Het wellnescentrum biedt dan weer het voordeel dat het ook buiten de zomerperiode klanten trekt. Die nieuwe bezoekers zouden ons in staat moeten stellen om onze investeringen en installaties rendabeler te maken.

 

www.lheuredubienetre.be


 

WALLONIË STAAT VOOR KWALITEIT

De ‘Lacs de l’Eau d’Heure’ vormen een stuwende economische kracht in het ‘Pays des Lacs’. In 2010 werden ze uitgeroepen tot ‘European Destination of Excellence’ en in 2013 kregen ze het certificaat ‘Wallonie, Destination Qualité’. In het kader van de steeds feller wordende internationale concurrentie vindt de Waalse regering het van groot belang dat we de kwaliteit stelselmatig blijven verbeteren en verzekeren, om tegemoet te komen aan de verwachtingen van de bezoekers. Dat label, dat mikt op ondernemingen die hun dienstverleningsprestaties willen opwaarderen en zo hun succes op lange termijn willen verzekeren, volgt het voorbeeld van het kwaliteitsprogramma van het Zwitserse toerisme.

Het zal onbetwistbaar de gebeurtenis van het jaar zijn aan de ‘Lacs de l’Eau d’Heure’:

op 26 juni 2016 zal de site het toneel zijn van de Belgische kampioenschappen wielrennen

op de weg voor elites met contract of, kort en goed, voor profs.

 

De start wordt ’s ochtends (8.30 u voor de dames, 11.45 u voor de heren) gegeven op de site van de ‘Plate Taille’ en de wedstrijden zullen worden gereden op een lusvormig parcours dat zal zigzaggen tussen de meren en dat, naargelang de categorie, een bepaald aantal keren moet worden afgelegd. Hoewel dit prestige-evenement louter toevallig op de kalender van 2016 van ‘La Wallonie à Vélo’ werd ingeschreven, is het daarentegen nauw verbonden met het ‘Centre de Cyclisme’ (Bike Park) dat deze lente zal worden geopend in het gehucht ‘La Ferme de Badon’. “Het idee om een centrum voor alle takken van de wielersport op te richten, past volledig in het ontwikkelingsprogramma van de site”, aldus Philippe Fourmeau, die bij de vzw ‘Les Lacs de l’Eau d’Heure’ verantwoordelijk is voor de evenementen. “Het ontstond enkele jaren geleden uit onze wens om het zachte toerisme beter tot zijn recht te doen komen in een natuurlijk kader. Met het oog op de communicatie over en de promotie van die toekomstige aantrekkingspool werd toen een partnerschap aangegaan tussen de vereniging en de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond, die werd vertegenwoordigd door haar voorzitter, Tom Van Damme. Deze laatste was onder de indruk van de toeristische en sportieve ontwikkeling van de ‘Lacs’ en kon zijn raad van bestuur overtuigen de site in aanmerking te nemen voor het organiseren van een programma met kampioenschappen en topcompetities van 2012 en 2018.

Een programma dat al gedeeltelijk werd uitgevoerd door het organiseren van de Belgische kampioenschappen tijdrijden (2012), de Belgische kampioenschappen mountainbike en trialbike (2013), de Belgian Cycling Happening (2014) en de Belgische kampioenschappen wielrijden op de weg voor elites zonder contract en voor beloften (2015). Volgend jaar zal het de beurt zijn aan de Belgische kampioenschappen op de weg voor beginners en, in 2018, aan de Belgische kampioenschappen op de weg voor junioren. Op 26 juni 2016 worden op de site van de Lacs de l’Eau d’Heure de Belgische Kampioenschappen voor eliterenners met contract en dames-elites georganiseerd op een selectief circuit dat ruimschoots moet beantwoorden aan de verwachtingen van de profrenners. Ook het publiek, de media en de partners kunnen hierover alleen maar in hun nopjes zijn. En tot slot moet het ook bijdragen tot de verhoopte impact van op ‘Wallonië op de fiets’.

 

De ‘petit Poggio’ is een ideale uitkijkpost

Op enkele varianten na, volgen al die wedstrijden hetzelfde tracé ”, vervolgt de verantwoordelijke. “Dat werd gezamenlijk uitgestippeld door onze vzw, de KBWB en Jean-Luc Vandenbroucke, de vroegere profrenner die nu onze adviseur is voor het beheer van het Bike Park. De renners vertrekken aan de grote stuwdam en rijden dan langs de meren van de ‘Plate Taille’, Falemprise en de ‘Ry Jaune’. Onderaan het dorp Silenrieux beginnen ze aan de beklimming van de ‘petit Poggio’, een bochtige helling van 1 km, die een ideale uitkijkpost vormt voor de toeschouwers. Na het panorama van de Belvedère rijden ze langs het meer van Féronval naar Boussu-lez-Walcourt en nemen vervolgens de rijksweg tot aan de ‘Plate Taille’. Door de configuratie van deze laatste site kunnen er geen tribunes op de aankomstlijn worden geplaatst; de toegang tot de omloop zal vrij zijn.” Naast de contacten met de veiligheidschefs en de tv-zenders, die de laatste uren van de koers natuurlijk rechtstreeks zullen uitzenden, moet de vzw samen met de TEC ook zorgen voor een mobiliteitsplan. “We hebben ervoor gezorgd dat de toegang tot het meer van de ‘Plate Taille’ en tot de vakantiedorpen niet wordt belemmerd”, verzekert Philippe Fourmeau, “maar sommige attracties die binnen de perimeter liggen, zoals de jetski, zullen die dag zeker moeten sluiten.” Die sluiting zal zeker worden gecompenseerd door de mediaweerslag van het evenement in Wallonië en Vlaanderen.

 

 www.lacsdeleaudheure.be


 

DE ‘CYCLO JEAN-LUC VANDENBROUCKE’

Deze uitstap voor fietstoeristen ontstond op vraag van de vroegere wielrenner en huidige consultant, met de bedoeling de site bekend te maken en tot leven te wekken. De vijfde uitgave ervan, die plaatsvindt op zaterdag 18 juni 2016 ofwel acht dagen vóór de Belgische kampioenschappen, biedt vanuit het Bike Park zes bewegwijzerde routes aan. Om zowel de recreatieve als de meer geharde fietsers aan te spreken, zullen de parcours van verschillende lengte zijn (20, 40, 60, 80, 120 en 160 km). Behalve het eerste traject, dat meer voor gezinnen is bedoeld, verlaten de andere de meren om de steden en dorpen te doen ontdekken, die de schoonheid van de streek uitmaken. De organisatoren hebben de zaken professioneel aangepakt. De lus van 120 km loopt via Thuin, Walcourt, Cerfontaine, Boussu-en- Fagne, het meer van Virelles en dat van Froidchapelle. Het langste parcours reikt tot aan de abdij van Scourmont, ten zuiden van Chimay. Er worden ter plaatse 20.000 tot 25.000 toeschouwers verwacht. “Die proef zal iets meer dan 600 deelnemers tellen, van wie twee derde Nederlandstaligen”, legt Philippe Fourmeau uit. “De financiële opbrengst zal natuurlijk ook ten goed komen van de hele horecasector, temeer daar een deel van de fietsers dat weekend liever ter plaatse zal logeren. Dat is iets wat wij ook vaststellen bij andere grote sportevenementen, zoals bij het Europees kampioenschap jetski.

Noteer ook dat alle fietsparcours die rond de meren werden uitgestippeld voor de bezoekers, vermeld zullen staan op een kaart die door de vzw ‘Les Lacs de l’Eau d’Heure’ wordt ontworpen. Men vindt daarop ook degene die deel uitmaken van de ‘Cyclo Jean-Luc Vandenbroucke’, maar ook kortere en gemakkelijkere trajecten voor gezinnen, zoals de lussen die het RAVeL volgen rond de ‘Plate Taille’ (17 km), rond het ‘Eau d’Heure’ (25 km) en rond beide meren samen (40 km). Het spreekt voor zich dat alle parcours, ook die voor mountainbikes, bebakend zijn of zullen worden, opdat alles perfect zou passen in de communicatie en de promotie naar aanleiding van het ‘jaar van de fiets’. Voor sommige trajecten zullen er ook fietsfiches worden uitgegeven door de Toerismebureaus uit de omgeving.

 ©Eric Cornu

De twee activiteiten die de bezoekers op de site van de ‘Lacs’ het meest aantrekken, zijn de natuur en de watersport. Dat is prima. Maar wie weet hoe de natuur en het water met elkaar in het huwelijk traden voor het gemeenschappelijke altaar van Froidchapelle (Henegouwen) en Cerfontaine (Namen), om het leven te schenken aan de voornaamste toeristische plaats van Wallonië? Het verhaal van die verbintenis staat geëtst bij het Onthaalcentrum van de ‘Plate Taille’ en is terug te vinden in de panoramatoren ervan.

De bezoekers, die te druk bezig zijn met het aantrekken van hun wandelschoenen of hun badpak, denken er niet dikwijls aan, maar een rondleiding aan de stuwdam van de ‘Plate Taille’ is op zich al een attractie, trouwens de eerste die heel natuurlijk ontstond op de site. Het gaat hier bovendien om de enige Belgische stuwdam waarvan men ook de binnenkant kan bezichten. Men kan tot in het centrum van die dam gaan, in de ondergrondse galerijen, tot aan de waterkrachtcentrale, en aan de hand van een reusachtig schaalmodel de geschiedenis ervan leren kennen en vernemen waarom die meren werden aangelegd.

Zullen we u even in de geschiedenis onderdompelen? Goed. Het aanleggen van die kunstmatige meren begon in 1974, om het niveau van de Samber te regelen, waarvan het debiet tijdens droge periodes tot minder dan één meter per seconde kon dalen en de scheepvaart op het kanaal Charleroi-Brussel erg kon hinderen. Nadat er verscheidene sites werden bestudeerd, viel de keuze op de vallei van de ‘Eau d’Heure’, een riviertje dat ontspringt in een bos in Cerfontaine en in Marchienne-au-Pont in de Samber uitmondt.

 

Vijf meren, vier stuwdammen

Zo ontstonden de stuwdammen en het meer van de ‘Plate Taille’ – dat met zijn 351 ha of de oppervlakte van zevenhonderd voetbalvelden en zijn inhoud van 68.000.000 m³ het grootste van België is – alsook de vier kleinere meren, die van de ‘Eau d’Heure’ (165 ha), van Falemprise (41 ha), van de ‘Ry Jaune’ (32 ha) en van Féronval (21 ha); de laatste drie zijn uitgerust met een voorstuwdam. Wegens het grote hoogteverschil (45 m) tussen het meer van de ‘Plate Taille’ en dat van de ‘Eau d’Heure’ werd er besloten een waterkrachtcentrale te bouwen. In die tijd was de enige attractie een bezoek aan de hoofdstuwdam, die onder de bevoegdheid van het Waalse Ministerie van Uitrusting en Vervoer viel. Maar eens de meren in 1981 waren gevuld, kwamen de toeristen spontaan naar de oevers ervan. Er ontstonden heel vlug vier clubs op het meer van de ‘Eau d’Heure’ en op dat van de ‘Plate Taille’. Die boden activiteiten aan zoals duiken, zeilen, waterski en jetski. Over de toekomst van de site werd beslist in 1994, toen het Waals Gewest, gesteund door een Europese cofinanciering, besliste er een echt toeristisch oord van te maken. Er ontstonden toen nieuwe faciliteiten, zoals het Aquacenter en het vakantiedorp Landal. Op hun beurt stapten de privé-investeerders mee aan boord…

 

 www.lacsdeleaudheure.be


 

WIST U...

waaraan ‘Eau d’Heure’ zijn vreemde naam dankt? Aan een middeleeuwse nachtmerrie. Bij overvloedige regen overstroomde die rivier heel de streek in amper een uur tijd, vóór ze naar haar bedding terugkeerde. Daarom werd ze ‘l’eau qui vient en une heure’ genoemd, wat later werd afgekort tot ‘Eau d’Heure’.

Your opinion counts