Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 


© Hostellerie Lafarques

In Pepinster, in het hart van de Blauwe Ardennen, biedt Hostellerie Lafarques een gastronomisch restaurant aan, maar ook luxueuze kamers in een elegant en karaktervol decor, omringd door een tuin en een park.

 
Hostellerie Lafarques, halverwege tussen Spa en Chaudfontaine, is bij gastronomen een bekend begrip. Het landhuis werd
in 1927 opgetrokken voor de familie Zurstrassen, de ‘wolbaronnen’ van Verviers. In de loop van de jaren zestig van de vorige eeuw werd het domein aan de oevers van de Vesder, omringd door een groot bosrijk park van 13 hectare, omgevormd tot meisjesinternaat. Nadat Michel en Agnès Lafarque het in 1989 aankochten, groeide de locatie al gauw uit tot tempel van de Belgische gastronomie, erkend door de Michelingids (twee sterren) en door Gault&Millau, die reeds vol bewondering sprak over de ‘verfijnde bereidingen die blijk geven van een grote beheersing van de cuissons’. Didier Galet (van het gelijknamige restaurant in Sprimont) bewaart mooie herinneringen aan de tien jaar die hij naast chef Michel doorbracht, die hem alles leerde over stiptheid, nauwkeurigheid en persoonlijkheid.

Grootscheepse renovatiewerken

Het plotse overlijden van Michel Lafarque in mei 2003 was een heuse schok. Dankzij de komst van de Franse chef uit de Jura, Samuel Blanc, die al snel een Michelinster in de wacht sleepte, kon de reputatie van het huis gelukkig gevrijwaard blijven. Ook bij Jan Huygen, voormalig directeur van een Zwitserse hotelschool, die het restaurant in oktober 2007 aankocht, bleef de kwaliteit ongewijzigd. De eigenaar en chef kozen resoluut voor een aparte mix van lokale producten, wilde kruiden en groenten uit de moestuin met internationale smaken. Onder leiding van Jan Huygen werden de salon, de bar, de hall en de zaal van het restaurant gerenoveerd, en ook de keuken kreeg een welkome verjongingskuur. Bovendien werden de kamers grondig onder handen genomen en ook het park, de toegangsweg en omgeving kregen een opknapbeurt.

“ Toen ik de teugels overnam in Lafarques, wilde ik het graag in ere herstellen, in een resoluut eigentijds kader en met een creatieve keuken, steeds volgens de nieuwste inzichten.” (Olivier Tucki)

 


© Hostellerie Lafarques

Nieuwe eigenaar en tweede renovatie

In 2014 werd het geheel overgenomen door Raoul Gauthier. De nieuwe eigenaar werd gedreven door een verlangen om het mooie etablissement te doen herleven en in zijn luister van weleer te herstellen, met uiteraard ook de nodige aandacht voor het erfgoedaspect. Hij kocht tevens een aanpalend stuk grond aan, zodat het park inmiddels twintig hectare beslaat, waarvan een gedeelte wordt ingenomen door paarden, ezels, schapen en zelfs een lama. Om duidelijk te maken dat er echt een nieuwe start werd gemaakt, voegde Raoul een ‘s’ toe aan de naam van het etablissement. Lafarque werd dus Lafarques. Sinds kort werd het geheel uitgebreid met een verwarmd buitenzwembad met schitterend uitzicht op het park. Er werd ook een zaal voor seminars toegevoegd, waar zo’n twintig personen kunnen worden ontvangen voor vergaderingen, privé-etentjes en festiviteiten’, benadrukt Raoul Gauthier, die al uitkijkt naar de nakende renovatie van de kamers, zodat ook die nog gezelliger worden.

De huidige chef heet Olivier Tucki. Hij is afkomstig uit Chablis en studeerde aan de Ecole d’Hôtellerie de Paris. Voor hij in 2017 bij Lafarques aan de slag ging, was hij chef in het Radisson SAS Balmoral in Spa, waarna hij ervoor koos zich toe te leggen op de topgastronomie in Le Manoir de Lébioles, ook in Spa, waar hij zo’n elf jaar zou blijven. “Toen ik de teugels overnam in Lafarques, wilde ik het graag in ere herstellen, in een resoluut eigentijds kader en met een creatieve keuken, steeds volgens de nieuwste inzichten”, vertelt de goedlachse Bourgondiër, die de gasten gerechten voorschotelt waarin hij traditie en moderniteit wonderwel weet te combineren, net als zijn voorgangers, Michel en Samuel.

 


© Hostellerie Lafarques

Hostellerie Lafarques
Chemin Des Douys 20
B-4860 Pepinster Goffontaine
+32 (0) 87 84 01 77

www.lafarques.be

De reizende chocolatier


© Pep's Studio
Hij deed ervaring op bij de grootste namen van de Belgische gastronomie en wordt met de glimlach bijgestaan door zijn vrouw, Anne.

De Guide Gault&Millau kende Benoît Nihant de titel toe van beste chocolatier van het jaar 2021 voor Wallonië. Een terechte beloning voor deze Luikenaar, die de wereld doorkruist op zoek naar de allerbeste bonen.


Het hoeft niet te verbazen dat deze titel Benoît en Anne Nihant en hun hele team dat actief is in het atelier in Awans, bijzonder veel plezier deed. Toch was deze bekroning geen verrassing, want de kwaliteit van hun producten, die in verschillende winkels in Wallonië en Brussel worden verkocht, was al wijd en zijd bekend. “We blijven trouw aan de basisprincipes van ons bedrijf en gaan niet voor snellere productieprocedés”, vertelt de chocolatier. “Alles wordt hier ter plaatse gefabriceerd, zonder industriële hulpmiddelen, in een productieketen die perfect aansluit bij het onmiskenbaar ambachtelijke karakter van ons product.

Benoît Nihant onderscheidt zich van zijn collega's want naast chocolatier is hij ook cacaokweker.


Boodschap begrepen. Benoît wordt aangetrokken door edele, zuivere grondstoffen en aarzelt niet om de hele wereld af te reizen op zoek naar de beste cacaobonen. Hij werkt altijd met lokale producenten met wie hij een vriendschappelijk contact onderhoudt. Zijn chocolade ademt de essentie van elke boon, van elke plantage. Brazilië, Madagaskar, Ecuador, Venezuela, Guatemala, Nicaragua, Honduras en Cuba zijn de verschillende haltes in deze culinaire rondreis.

Een nieuwe plantage in Peru

In 2015 kocht deze globetrotter, die blijft zoeken naar typische smaken en innovaties, maar daarbij ook duurzame herbebossing en de voordelen van gediversifieerde landbouw niet uit het oog verliest, een hectare landbouwgrond aan in Peru. Om de drugshandel tegen te gaan, helpt de Peruviaanse regering de boeren door hen de kans te bieden de cocateelt te vervangen door cacao. “Door mijn eigen plantage in San José de Sisa op te starten, kon ik de grenzen op het vlak van smaakcreatie nog verleggen en mijn droom realiseren”, lacht hij. De naam ‘Luis de Sisa’ is een liefdevolle verwijzing naar zijn zoon Louis.

Benoît wordt ter plaatse bijgestaan door een landbouwingenieur en wil duurzaam te werk gaan, door te kiezen voor zeldzamere variëteiten met uitzonderlijke kwaliteiten. Daarbij wordt hij echter geconfronteerd met tal van moeilijkheden in de vorm van een slechte infrastructuur en een belabberd wegennetwerk. Een bijkomend voordeel is wel dat de lokale boeren op zijn plantage een duurzaam inkomen kunnen verwerven. Het fairtrade-label tot slot is de perfecte bekroning van deze manier om de grond te bewerken in toch wel bijzonder spartaanse omstandigheden.


© Pep's Studio

“ Door mijn eigen plantage in San José de Sisa op te starten, kon ik de grenzen op het vlak van smaakcreatie nog verleggen en mijn droom realiseren”.


De fabricatiegeheimen, onthuld aan de bezoekers

Wilt u Benoît Nihant wel eens aan het werk zien ? Neem dan deel aan een van de rondleidingen in zijn atelier in Awans. Eerst wordt de bezoeker ondergedompeld in de wereld van de cacaoboon. De gasten laten zich door hun zintuigen leiden tijdens een reis van de smaak die begint in de tropen, en de chocolatiers leggen uit hoe chocolade ontstaat uit een proces van branden, fijnstampen en mengen, wat uiteindelijk leidt tot een productengamma met repen, karamelbonbons, pralines, patisserie, smeerpasta, truffels en verrines … Het bezoek wordt uiteraard afgesloten met een degustatie. Een van de nieuwste creaties van Benoît Nihant is ‘cœur samba’ : intense zwarte chocolade met een zalige vulling van vloeibare karamel met passievrucht en een subtiele infusie van sambathee. Zijn versie van de liefdesfilter …



© Pep's Studio

Op 7-jarige leeftijd in de chocolade gevallen

“Ik was nauwelijks zeven toen ik al dol was op gastronomie en op alles wat lekker was. Op die leeftijd begon ik thuis in de keuken al te experimenteren met verschillende gebakjes.

Als een man verteerd wordt door een passie en te allen prijze wil slagen, kan dat leiden tot een onmiskenbaar talent in een domein waarvoor hij niet voorbestemd leek. Dat is het verhaal van Benoît Nihant die, net geen 30, een stabiele professionele situatie – hij was handelsingenieur en leidde verschillende projecten voor multinationals – achter zich liet en koos voor de betoverende en glamoureuze wereld van de chocolade. Om zijn project te realiseren, volgde de Luikenaar een opleiding chocolatier die hem er al snel van overtuigde te kiezen voor een totaal ander product. Hij deed ervaring op bij de grootste namen van de Belgische gastronomie en wordt met de glimlach bijgestaan door zijn vrouw, Anne. Het stel zag al snel in dat het topgamma nauwelijks vertegenwoordigd was binnen de chocolaterie, en een nieuw avontuur kon dan ook beginnen …


Benoît Nihant
Werkplaats en winkel
Rue de l’Estampage 6
B-4340 Awans
+32 (0) 4 365 72 57
www.benoitnihant.be

Winkels
Chaussée de Waterloo 506 - 1050 Ixelles
Passage Lemonnier 42 - 4000 Liège
Voie de l’Ardenne 45 - 4053 Embourg

Cacaobar
Passage Lemonnier 38-40 - 4000 Liège

in de kijker

De winnaars in 2020 van de persprijs die door Wallonie-Bruxelles Design Mode wordt toegekend, Jérémy Perpète en Sarah Van Overstraeten, respectievelijk afgestudeerden aan de HELMo Mode en het IFAPME, belichamen verschillende facetten van een sector die in volle omwenteling is. Portret van een dubbele en beloftevolle prestatie.


Wallonie-Bruxelles Design Mode blijft trouw aan haar eerste roeping, namelijk het ondersteunen van talent in de mode- en designsector actief in Wallonië en Brussel, en heeft daarom de eindejaarscollecties bekeken van de in 2020 afgestudeerde studenten uit de twee modescholen van de Vurige Stede : HELMo Mode met een bachelor in textiel en een sterke focus op de technische knowhow van haar studenten, en IFAPME Château Massart, een opleidingsprogramma met een resoluut artistieke aanpak. Hoewel de twee laureaten elk een collectie hebben ontworpen waarin hun identiteit duidelijk naar voren komt en waardoor beide collecties dus resoluut van elkaar verschillen, staat bij deze indrukwekkende silhouetten een inclusieve mode centraal, met aandacht voor kunst en ambacht. Er wordt gewerkt met ecologische materialen en aandacht besteed aan thema's die onder andere de notie van vrouwelijkheid en geslacht in vraag stellen. 


Sarah Van Overstraeten

Voor de twee jonge ontwerpers, die volledig ondergedompeld werden in de grote ecologische vraagstukken van onze tijd, is er geen sprake van “nog een extra collectie.” Zij willen vooral kleding herstellen, recyclen en transformeren. Deze generatie, die vaak wordt geassocieerd met de virtuele wereld, plaatst ook het concept van samenwerking in het middelpunt van haar denken. Ze besteden aandacht aan het begrip 'samen'. Voor hun collecties hebben Sarah en Jeremy beide samengewerkt met jonge grafische ontwerpers. Uit deze tekeningen ontstond een schilderij op textiel, maar ook op borduurwerk, beide met een heftig verlangen om menselijkheid en authenticiteit terug te brengen in het modebeeld.

Deze twee jonge ontwerpers willen vooral kleding herstellen, recyclen en transformeren.

 


Jérémy Perpète

Twee scholen en veel talent

De Luikse HELMo Mode en IFAPME genieten nog niet de bekendheid die academies als La Cambre en Antwerpen wel hebben, maar ze hebben beide wel ontwerpers en stylisten boordevol talent en ambitie opgeleid. De bekendste is ongetwijfeld Jean-Paul Lespagnard. Als afgestudeerde van het IFAPME Château Massart heeft deze atypische en compromisloze ontwerper in 2008 het prestigieuze Festival van Hyères gewonnen. Sindsdien heeft hij zijn projecten op het gebied van kleding, maar ook op het gebied van kostuums, verveelvoudigd. Zo lanceerde hij de boetiek Extra-Ordinaire in het centrum van Brussel. Deze winkel is een pure en gedurfde weerspiegeling van zijn universum. En heel recentelijk heeft Silversquare hem de ontwikkeling van de toekomstige co-working space in de wijk Guillemins toevertrouwd (gepland voor de opening in 2022).

HELMo Mode heeft heel wat docenten, stylisten en talentenjagers voor modelbureaus opgeleid … maar ook prominentere profielen zoals Timour Desdemoustier, finalist op het Festival van Hyères in 2020. Sommigen zijn een carrière begonnen in België of in het buitenland. Dit is met name het geval voor Rachel Cornet, die zich met succes heeft gelanceerd in de sector van de ambachtelijke lederwaren (zie p.77), en Maxime Cordier, productmanager van het jonge Parijse merk Marine Serre, dat bekend staat om zijn avant-gardistische en toegewijde benadering van kleding.


Jeremy Perpète en de kunstnijverheid

Met zijn collectie Too Much is Never Enough heeft Jérémy Perpète (22), student aan de HELMo Mode, ervoor gekozen om de essentie van het traditionele gezin in twijfel te trekken door de plaats van de vrouw en de klassieke visie op het geslacht in vraag te stellen. Deze jonge ontwerper is zeer geëngageerd en de precisie van zijn werk onthult het doorzettingsvermogen van iemand die aan het begin van zijn studie meer gericht was op creëren dan op techniek. “Ik heb er altijd van gedroomd om naar de modeschool te gaan. De uitgebreide aanpak van HELMo sprak mij aan, maar ik moet toegeven dat een van mijn docenten in mijn eerste jaar niet geloofde in mijn vermogen om mijn gebrek aan praktijkervaring te overwinnen. Tijdens mijn opleiding heb ik ervoor gezorgd om het tegendeel te bewijzen.

Voor deze succesvolle barokcollectie heeft de ontwerper ervoor gekozen een eerbetoon te brengen aan de kunstambachten en verschillende technieken uit te proberen : borduren, breien, kralen … “Deze aanpak maakt deel uit van mijn persoonlijke wens om verschillende facetten van de kunsten en ambachten te verkennen. Via het Textlab van het Design Station in Luik (een plek om te onderzoeken en experimenteren op het gebied van textieldesign, n.v.d.r.) kwam ik in contact met een studente van Saint Luc. Zij bedacht de motieven waarop ik mijn twee borduurwerken baseerde : de kleurrijke wapenschilden die op het jasje werden aangebracht om het bestaande brokaat te verrijken en zo een nieuwe stof te creëren, en de religieus geïnspireerde stof die de voorkant van een overhemd siert. Het resultaat : een reeks silhouetten tussen het mannelijke en het vrouwelijke in, gemaakt van stoffen uit oude voorraden, die de technische knowhow van Jérémy en de wens van de Luikse school om creatieve mensen, maar vooral ook geduchte technici op te leiden, onderstrepen. “Met deze collectie kon ik een blik werpen op mijn technische kennis en bepaalde boodschappen overbrengen. Ik ben zelf erg verlegen en voor mij is kleding een prachtig middel om mezelf uit te drukken.

    

Een reeks silhouetten tussen het mannelijke en het vrouwelijke in, gemaakt van stoffen uit oude voorraden, die de technische knowhow van Jérémy en de wens van de Luikse school om creatieve mensen, maar vooral ook geduchte technici op te leiden, onderstrepen.


Textielontwerp door Sarah van Overstraeten

De andere bekroonde collectie van dit jaar, die van Sarah van Overstraeten (24), is weliswaar heel anders, al was het maar vanwege haar onderzoek naar materialen, maar bevat toch ook heel wat vraagtekens en subliminale boodschappen. De ontwerpster met een diploma van het IFAPME en die nu een bachelor in textiel aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel begint, heeft een reeks stukken gecreëerd die ook het begrip geslacht overstijgen. “Ik ben toevallig in de mode terechtgekomen nadat ik een studie interieurarchitectuur was begonnen, die ik na een paar jaar heb opgegeven. Wat me fascineerde aan mode was het contact met het materiaal. Mijn leerkrachten hebben me aangespoord om te experimenteren met verschillende technieken om stoffen te transformeren of te verven. Het leek soms alsof ik in een labo werkte.

“Wat me fascineerde aan mode was het contact met het materiaal. Mijn leerkrachten hebben me aangespoord om te experimenteren met verschillende technieken om stoffen te transformeren of te verven. ”

 


© Michael Briglio

In overeenstemming met de eisen van de school raakte Sarah geïnteresseerd in gebreide kledingstukken die ze met behulp van de shibori-techniek verfde, maar haar onderzoek leidde haar ook tot het uit elkaar halen van verschillende kledingstukken. “In het kader van deze experimenten heb ik een spijkerjasje en een overall vergroot. Dit leidde er vervolgens toe dat ik de kunst van het plooien ging uitproberen”. Net als Jeremy koos Sarah ervoor om samen te werken. Ze deed beroep op Keita, een beeldend kunstenares uit Luik. Het denim T-shirt dat uit deze samenwerking ontstond, is verrijkt met een originele tekening van de kunstenares.

TASSEN VOLGENS RACHEL CORNET

Ze had stylist kunnen worden of ver weg kunnen blijven van een baan die weinig ruimte laat voor het gezinsleven en het leven zelf. Maar Rachel lijkt geboren te zijn voor het geluk. In 2015 lanceerde ze Kokko, een merk van leren tassen dat traditionele knowhow, maar ook een zekere joie de vivre op de voorgrond plaatst.

 

© Alessandro Volders

Wanneer u het atelier van Rachel Cornet binnenkomt, een warme ruimte in een rustige straat vlak buiten het centrum van de Vurige Stede, ziet u eerst haar werkbank, waar de jonge vrouw het leer bewerkt. Deze tafel is gemaakt door haar broer, een timmerman. Want voor het gezin Cornet is familie heilig. Een goed voorbeeld daarvan is de steun die Rachel van haar man krijgt, een ervaren communicatiespecialist. Hij helpt haar met haar Instagram-pagina. Op sociale netwerken toont Kokko duidelijk haar ambitie, maar ook haar waarden : vakmanschap uiteraard, want Rachel ontwerpt en maakt alle Kokko-tassen zelf, maar eveneens de menselijke benadering van een label dat nooit compromissen heeft gesloten. “Mijn werk heb ik beetje bij beetje opgebouwd. Eerst door een cursus naaien te volgen als deel van mijn bacheloropleiding modeontwerp aan de HELMo Mode in Luik, daarna door mijn vaardigheden te perfectioneren. Wat voor mij belangrijk was, was dat ik de nauwkeurigheid en technische kennis die ik tijdens mijn studie had opgedaan, kon combineren met een meer praktische aanpak.


© Alessandro Volders

“ Tachtig procent van mijn tassen zijn unieke stukken die ik bedenk en vorm geef na een ontmoeting met de klant of het uitwisselen van berichten via sociale netwerken.”


Opleiding in Finland

Op geen enkel moment sinds haar opleiding in het Finse Kokkola, waar ze tijdens een Erasmusreis in 4 maanden tijd leerbewerking onder de knie kreeg, heeft de ontwerpster zich overgegeven aan de verleiding om te snel te groeien of tijd met haar gezin op te offeren. De ontwerpster, moeder van twee kinderen, is zich bewust van het belang om vrouwen een product aan te bieden dat met liefde is gemaakt en geeft de voorkeur aan een volledig gepersonaliseerde benadering van vrouwentassen. Door zich te richten op een handvol modellen, allemaal vernoemd naar deze Finse stad, biedt de ontwerpster haar klanten de mogelijkheid om alles te personaliseren : de grootte, het leer, de kleuren en de afwerkingen : lengte van de handgrepen, binnenvoering, franjes, kettingen, studs … “Vijf jaar geleden werd vakmanschap weinig gewaardeerd. Ondertussen zijn de mensen van mening veranderd. Onze vakkennis wordt erkend. Daarom ben ik nog trotser op wat ik heb bereikt. In mijn privéleven geef ik de voorkeur aan het lokale. En eigenlijk ook in mijn werk. Hoewel ik leer niet in België kan inkopen, probeer ik zoveel mogelijk gebruik te maken van lokale partners. Voor mijn laatste campagne heb ik, in plaats van te kiezen voor professionele modellen, vriendinnen met een eigen onderneming uitgenodigd om met mijn tassen te poseren. Dat was de perfecte kans om hen te ondersteunen en mooie samenwerkingen tussen vrouwen tot stand te brengen”.

Eerste collectie in de lente

Afgelopen mei, net na de lockdown, lanceerde Rachel haar eerste collectie om het leven en haar passie voor het vak te vieren. Dit was een vanzelfsprekende aanvulling op haar service op maat. Terwijl klanten die ervoor kiezen om een volledig gepersonaliseerd accessoire te kopen ongeveer twee maanden moeten wachten voordat ze hun tas in hun handen kunnen nemen, hebben degenen die vertrouwen op de modellen die worden aangeboden in de e-shop het genoegen om ze onmiddellijk te kunnen ontvangen. “Tachtig procent van mijn tassen zijn unieke stukken die ik bedenk en vorm geef na een ontmoeting met de klant of het uitwisselen van berichten via sociale netwerken. Over het algemeen zijn ze zich goed bewust van de tijd die nodig is om zo'n accessoire te kunnen ontwerpen en te produceren : ongeveer tien uur voor de productie, bijvoorbeeld. Ze zoeken een handige tas met een mooie twist. Mijn bestseller ? De Mattoa, een model dat gemakkelijk kan worden gepersonaliseerd en dat, zelfs in een felle kleur, toch van een klassieke look geniet”, zegt Rachel. Haar eigen collectie is niet ontstaan uit de wens om het label ongelofelijk hard te zien groeien. “Het is eerder een kans voor vrouwen die moeite hebben om een keuze te maken uit de vele mogelijkheden die op maat gemaakte producten bieden, om de combinatie te vinden die hen echt aanspreekt”, voegt ze eraan toe.


Tas Mattoa
© Alessandro Volders

Een reactie op fast fashion

Onder de eerste modellen die dit najaar zijn gelanceerd ontdekken we onder andere Anola, een heuptasje waarvan het praktische aspect is geïnspireerd op haar leven als ontwerpster en moeder, maar ook Halila, een handtas met franjes die net zo functioneel als leuk is, en Parola, een clutch om om de hals te dragen. Met deze collectie drukt de ambachtsvrouw meer dan ooit haar eigen stijl uit : die van een merk dat de voorkeur geeft aan unieke stukken en zeer kleine collecties, maar ook aan een ethische en duurzame aanpak. In een tijd waarin steeds meer vrouwen zich van wegwerpmode afkeren om het plezier van accessoires, gemaakt van mooie materialen, te herontdekken, slaagt het merk Rachel Cornet erin om het mooiste antwoord op fast fashion te zijn. Een klein winstgevend bedrijf dat zich niet laat verleiden tot de dwaasheid van grootsheid. De glimlach van Rachel nemen we er graag bij !

 

Soppi,  perfect voor vrouwen




Deze rugzak, een van de populairste modellen van Rachel Cornet, is, net als alle andere modellen, verankerd in haar dagelijks leven als vrouw en moeder. Het werd kort na de lancering van het merk als tennistas gecreëerd en vervolgens voor het eerst herwerkt voor een lange reis naar Australië.
Toen ze moeder werd, bedacht ze naast de klep en het grote vakje aan de voorkant ook nog een variant in de vorm van een stoere en praktische kraamtas met een grote rits die gemakkelijk aan een kinderwagen kan worden bevestigd. Vandaag gaat de Soppi overal met haar mee. Laptops passen er trouwens ook perfect in. Dit leuke en praktische accessoire vat perfect de waarden van een merk samen dat perfect begrijpt wat vrouwen belangrijk vinden.


kokkobags.com

op een zee van kwetsbaarheden

Sinds juni beschikt Luik over een nieuw museum om werk van kustenaars met een mentale handicap te tonen. Het Trinkhall Museum ligt in het midden van het Avroy-park en doet speciaal werk, volgens een speciale aanpak die meer dan 40 jaar geleden werd ingevoerd door het Créahm.

 


© Trinkhall Museum

Het is een piratenschip dat met volle zeilen uitvaart. Het bestaat uit reepjes karton, kurken en stukjes touw. In de vuurmonden kun je tekeningen zien. In die fantastische ark heeft Alain Meert alles bijeengebracht waarvan hij houdt : mensen, muziek en beeldende kunst.

De kunstenaar, die al lang kind aan huis is in de ateliers van het Créahm, heeft, samen met zijn begeleider Patrick Marczewski, heel het jaar 2019 gewerkt aan een antwoord op de vraag Wat is een museum ? Zijn ideale museum is een kwetsbaar, ongewoon, opgewekt, solidair en open werk, dat zich niet bekommert om grenzen en tegenslagen, wat ook blijkt uit de werken in het Trinkhall Museum, waarvan hij de tewaterlating viert. Het nieuwe museum ging in juni jongstleden open in het centrum van het Avroy-park en wil het door het Créahm geïntroduceerde artistieke werk met mentaal gehandicapte personen voortzetten. Het Créahm – waarvan de naam staat voor creativiteit en mentale handicap – werd in 1979 opgericht door Luc Boulangé een jonge kunstenaar met een visie. Het kaderde in een internationale beweging die na mei ’68 vragen stelde bij de psychiatrie en de kijk op mentale handicaps. Hij opende een creatief atelier voor mentaal gehandicapte personen, maar wilde niet dat dit als tijdverdrijf of therapie zou worden gezien, zoals het toen gebruikelijk was in woon- en zorgcentra, maar louter als een artistiek gebeuren.

Nu berusten zowel het kloppende hart als de bestaansreden van het museum op zijn rijke verzameling van meer dan 3000 tekeningen, etsen, schilderijen en beeldhouwwerken.


De eerste tentoonstelling in 1981

In 1981, naar aanleiding van het Internationaal Jaar van de Gehandicapten, zocht hij contact met instellingen die in andere landen soortgelijke initiatieven namen, om te vragen dat ze hem werken zouden opsturen, die in het atelier door mentaal gehandicapte kunstenaars werden gemaakt. Verbluft als hij was door de kwaliteit van het grote aantal tekeningen, schilderijen en beeldhouwwerken dat hij ontving, besloot hij een tentoonstelling te organiseren en vroeg aan de Stad Luik om daarvoor het in haar bezit zijnde maar leegstaande Trinkhall-gebouw te mogen gebruiken. Hij kreeg die toestemming en hoewel de tentoonstelling geen groot publiek trok, werd ze toch goed ontvangen door de kunstcritici. Na een chaotisch periode van gedwongen bezetting, verleende de Stad aan het Créahm een erfpachtovereenkomst die nog steeds geldig is voor het huidige museum. “Dat is van belang, want het betekent dat er stevige banden bestaan tussen het Créahm, het museum en de Stad. Ons museum is een openbare dienstverlening die uitdrukking geeft aan een stedelijk beleid om cultuur te beschouwen als een emanciperende factor”, stelt Carl Havelange, de artistiek directeur van het museum.


Carl Havelange, de artistiek directeur van het museum.

Meer dan 3000 werken uit België en het buitenland

Nadat de Trinkhall korte tijd plaats had geboden aan de ateliers, werd ze een centrum voor uiteenlopende kunsten, dat in 1982 tot ‘MADmuseum’ werd omgedoopt. Toen in 2008 bleek dat de staat en de aard van de ruimten het museumteam niet meer toelieten er zijn activiteiten te ontplooien, schreef de Stad een architectuurwedstrijd uit voor een nieuw museum. Er waren twaalf jaar vol verwikkelingen nodig om dat plan ten uitvoer te brengen. Nu berusten zowel het kloppende hart als de bestaansreden van het museum op zijn rijke verzameling van meer dan 3000 tekeningen, etsen, schilderijen en beeldhouwwerken uit de ateliers van het Créahm, maar ook uit andere, zowel Belgische als buitenlandse ateliers voor gehandicapten.

Uit de rijkdom en de diversiteit van de museumcollectie blijkt dat er geen standaarddefinitie of eigen esthetica van toepassing is op mentale handicaps. “Het eerste wat een bezoeker aan onze tentoonstellingen kan vaststellen, is de uitzonderlijke kwaliteit van de werken. Je kunt die niet een beetje meewarig bekijken met de achterliggende gedachte dat zelfs een gehandicapte kunst kan maken. Het enige gemeenschappelijke dat ik zie bij alle kunstenaars aan wie wij plaats bieden in de collectie, is hun kwetsbaarheid, in de zin dat ze meestal veel psychische of mentale moeilijkheden in verband met hun handicap hebben gekend. Maar aangezien we allemaal kunstenaars zijn, is kwetsbaarheid geen teken van zwakheid, maar veeleer van expressieve kracht.

 
© Michel Petiniot                                                                                                                   
© Pascal Duquenne

Een springplank naar de kunstwereld

Elk seizoen zal de Trinkhall een speciale thematiek verkennen aan de hand van werken uit de eigen verzameling en van die van enkele hedendaagse kunstenaars die daarvoor worden uitgenodigd. Omdat het niet de bedoeling is om de enen met de anderen te vergelijken, maar om de electieve emoties en affiniteiten van de verschillende werken aan te voelen, bestaat er geen enkel kartel om ze te identificeren. Voor meer informatie verwijst het museum naar de zeer volledige bezoekersgids. Dankzij het systeem van mobiele ophanglijsten kan men de ruimte aanpassen en nieuwe bezoektrajecten uitwerken naargelang de ophanging.

De eerste thematiek die tot in september 2021 wordt ontwikkeld, is die van Gezichten / Grenzen. Meer dan 80 werken die de duizelingwekkende identiteit verkennen in gezichten die veranderen, zich opsplitsen, vervagen en ons vragen stellen. Op de benedenverdieping is er een monografische zaal gewijd aan het werk van een atelierkunstenaar die nog niet de bekendheid geniet waarop hij recht heeft. Het is een soort springplank naar de kunstwereld. De eerste kunstenaar die werd uitgenodigd om gebruik te maken van die zaal, is Jean-Michel Wuilbeaux, van ‘La Pommeraie’, een atelier uit Ellignies-Sainte-Anne (Beloeil). Het is een oeuvre met gulzige lijnen, kleuren en woorden, die rechtstreeks ingegeven zijn door zijn kindertijd in een arbeidersmilieu aan de Belgisch-Franse grens. De Trinkhall is meer dan een museum en wil een plaats worden voor onderzoek, ontmoeting en uitwisseling, die ook andere activiteiten ontplooit in partnerschap met verschillende operatoren. Zo werkt men aan een transcriptie van de teksten van Jean-Michel Wuilbeaux, die het voorwerp zullen uitmaken van een opvoering waar de woorden van de kunstenaar zullen worden uitgesproken door een toneelspeler en begeleid door livemuziek die wordt gespeeld door Steve Houben.

De Trinkhall heeft haar trossen losgegooid en nodigt met haar kolossale artistieke lading het publiek aan boord uit voor ontdekkingsreizen en ontmoetingen.

Een Trinkhalle in de Duitse kuuroorden

Oorspronkelijk was de Trinkhalle het ontmoetingspunt in de Duitse kuuroorden, waar de kuurgasten elkaar ontmoetten om van het bronwater te nippen of drank te kopen. Toen het Avroy-park in 1880 in Luik werd geopend, maakte men in het centrum ervan een lust- en ontmoetingsoord met een drankgelegenheid en een biljartzaal. Men noemde die plaats de Trink-Hall. Het was een gebouw van glas en staal in Moorse stijl, dat voorzien was van twee met koper beklede koepels. In 1885 zouden er de eerste filmvoorstellingen in de Vurige Stede hebben plaatsgevonden. Een brand en twee wereldoorlogen leidden echter tot de ondergang van het gebouw, dat al zijn glans verloren had en waarvan de oosterse bouwstijl met zijn voluten niemand meer interesseerde. Het gebouw werd gesloopt en in 1963 vervangen door een moderne constructie van beton en steen, een gebouw met standing waarin men huwelijksfeesten, dansavonden en zakelijke ontmoetingen organiseerde. Het café op de benedenverdieping en de voor de wandelaars vrij toegankelijke terrassen waren nog steeds gezellige ontmoetingplaatsen. Die modernistische Trinkhall verloederde op haar beurt, werd verlaten en kruiste uiteindelijk het pad van het Créahm. Vandaag is het oude gebouw uit de jaren ’60 onder een klok geplaatst, die werd bedacht door de architecten Aloys Beguin en Brigitte Massart en die 600 m2 tentoonstellingsruimte biedt.

 

Trinkhall Museum
Parc d’Avroy
B-4000 Luik

www.trinkhall.museum

 

Het Luikse bedrijf Klinkenberg, dat al meer dan 45 jaar in Wallonië is verankerd, houdt zich bezig met zonne-energie, opslagoplossingen, alarm- en beveiligingssystemen en speciale technieken (elektriciteit en verwarming). Sinds 2010 richt het zich ook – en vooral – op het begeleiden van de energietransitie en op koolstofarme oplossingen.

 


© Klinkenberg

Klinkenberg is een familiebedrijf met tweehonderd werknemers, dat sinds tien jaar zijn afdeling voor zonne-energie en energietransitie ontwikkelt. We zijn begonnen met kleine woninginstallaties en hebben daarna grotere installaties voor het bedrijfsleven ontwikkeld. Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk dat we 600 tot 1000 panelen plaatsen voor één installatie” zegt Michel Croes, die binnen het bedrijf verantwoordelijk is voor verschillende projecten. Deze stellen Klinkenberg in staat om snel meer ervaring op te doen en plannen te maken voor de ontwikkeling van opslagsystemen, het toezicht op installaties en de optimalisatie van het eigen verbruik.

Voor ons zijn deze onderzoeksprojecten essentieel. Hierdoor kunnen we onze klanten zo goed mogelijk adviseren over de meest geschikte oplossingen en het spectrum aan mogelijkheden verbreden”, benadrukt Michel Croes.Zo waren we in 2017 al bezig met een project rond een opslagaccu toen het me duidelijk werd dat de verliezen onlogisch waren : waarom zou je 30 % verlies accepteren door bij de productie en het gebruik van elektriciteit voortdurend te wisselen tussen gelijkstroom en wisselstroom, terwijl de meeste apparaten tegenwoordig op gelijkstroom werken ? Een gemeente die straatverlichting van 5 watt wil installeren, verbruikt – en betaalt – daarvoor 15 watt. Dat is eigenlijk onvoorstelbaar ! Wij hebben daarom een andere denkwijze gevolgd.

 
Michel Croes

Eén MIRaCCLE-project is niet voldoende

Zo ontstaat in juli 2020 het MIRaCCLE-project, dat draait om een industrieel micronet met gelijkstroomaansluiting en buitenarmaturen. “Het doel is om in Wallonië, België en de naburige regio’s het eerste middenspanningsnet op basis van gelijkstroom te realiseren. Op het industrieterrein Hauts-Sarts in Herstal vormen negen bedrijven een speciale energiegemeenschap. De elektrische energie die ze met zonnepanelen opwekken en in externe accu’s opslaan, kunnen ze via dit net onderling verdelen. Door tijdens het hele proces met gelijkstroom te blijven werken, bereiken we een energiewinst van ongeveer 30 %.”

Klinkenberg kiest niet voor één maar meerdere externe accu’s (of silo’s), omdat het dan de elektriciteitsstromen op elkaar kan afstemmen en de noodzakelijke back-up voor elk bedrijf kan garanderen. Michel Croes : “Terwijl het ene bedrijf kan volstaan met 24 uur noodstroom om zijn koelingen te laten draaien, kan het andere bedrijf zich geen enkele stroomonderbreking permitteren, omdat anders de productie tot stilstand komt. Omgekeerd kan de beheerder van het RESA-distributienet een deel van zijn overtollige productie kwijt in de silo’s als die niet helemaal vol zijn. Afhankelijk van de behoeften en de productiecapaciteit van elk bedrijf beantwoordt elke silo dus aan specifieke parameters. Daarnaast spelen het weer en het variabele aantal zonuren per jaar een rol ! 

Na afloop van het onderzoek, waarvoor het Waals Gewest een subsidie van 2,5 miljoen euro (van de benodigde 11 miljoen) heeft gegeven, keert het fysiek geïnstalleerde net terug naar het publieke domein. Het wordt dan beschikbaar gesteld aan RESA. Dat geldt ook voor de straatverlichting die met het project is verbonden en die tegelijkertijd op kosten van de gemeente Herstal wordt geïnstalleerd (60 lantaarnpalen met gelijkstroomvoeding die allemaal ‘intelligent’ werken, wat een besparing van ongeveer 70 % op de straatverlichting oplevert). “Eén MIRaCCLE-project is niet voldoende : we zouden er een stuk of tien nodig hebben om het net te kunnen regelen”, zegt Michel Croes tot besluit.

CE+T, de gespecialiseerde partner
CE+T, dat sinds de jaren zestig gespecialiseerd is in vermogenselektronica, is vanaf het begin betrokken bij het MIRaCCLE-project. Het doel is om de juiste omvormer te ontwerpen en te leveren, en de integratie van dit onderdeel in de hele installatie te garanderen. CE+T is een multinationaal conglomeraat van ondernemingen, dat optimale noodstroomoplossingen levert om de continuïteit van activiteiten te waarborgen en energie te besparen. Deze uitdaging zou dus geen probleem mogen zijn.
Het ontwerpen van de juiste omvormer is niet de enige uitdaging van dit project”, zegt Robert Eyben, CEO van CE+T Holding. “De expertise van alle betrokkenen komt van pas om andere aspecten vast te stellen en te omschrijven, zoals het optimale spanningsniveau voor het micronet, de geschikte beveiligingsinrichtingen, het juiste controlesysteem en de efficiencywinst die dankzij gelijkstroom wordt behaald.


ARTHUR,

het andere ‘kindje’ van Klinkenberg

Het ARTHUR-project is een technologische methode om de stedelijk leefomgeving te renoveren. De renovatie van sociale woningen in de steden, die uit de jaren zestig stammen en als energie-intensief worden beschouwd (en vergeleken met de huidige energieprestaties zelfs totaal achterblijven), wordt hierbij op een holistische manier benaderd.

In een demonstratieproject in Vottem wil Klinkenberg zo een aantal installaties combineren waarvan de toegevoegde waarde groter is dan de som van elk product : productie, opslag en distributie van elektrische energie op basis van gelijkstroom, aanbrenging van extra isolatie, integratie van gedecentraliseerde balansventilatiesystemen en verbetering van het luchtverversingsbeheer”, legt Michel Croes uit. “Als de renovatie doeltreffend is, kunnen deze woningen voor 98 %, dus bijna volledig, in hun energiebehoefte voorzien door zelf zonne-energie op te wekken.

Het doel van het project is namelijk om thermische verliezen met 90 %, de warmtebehoefte met 80 % en verliezen tijdens de elektriciteitsdistributie met 20 % te verminderen door een laagspanningsnet op basis van gelijkstroom te realiseren. “Met name voor grote huishoudelijke apparaten overwegen we een wisselstroomvoorziening, die pas in werking zal treden wanneer er ‘eigen’ stroom beschikbaar is. We praten ook over ingebouwde intelligentie voor de verlichting en zetten, net als voor MIRaCCLE, in op de onderlinge verdeling van beschikbare elektriciteit. Op kleinere schaal natuurlijk, want we hebben het over de installatie van zes silo’s voor twaalf woningen.

55.000 sociale woningen te renoveren in Wallonië


Voor / NA

ARTHUR moet het mogelijk maken om de methode te testen en daarna te valideren in de vorm van ‘actieonderzoek’. Er wordt een handleiding opgesteld om beheerders en huurders bewust te maken van het gebruik van zulke woningen. Na de bouw volgt een periode van follow-up van de woningen (energieverbruik, wijze van gebruik, duurzaamheid van de oplossingen, training van beheerders/huurders) die het mogelijk maakt om de resultaten mee te delen en te verspreiden. “Voor dit specifieke project werken we uitsluitend met Waalse ondernemingen. De enige uitzondering is Daikin, een internationaal bedrijf waarvoor we een gelijkstroominterface ontwikkelen in het kader van een overeenkomst met de directie van hun Europese productiebedrijf in Oostende. Dat doen we naast het project, in samenwerking met CE+T”, benadrukt Michel Croes.

In Wallonië is de regering van plan om binnen drie jaar 55.000 sociale woningen te renoveren en 3.000 nieuwe toe te wijzen, terwijl het in Brussel om 15.500 woningen (op ongeveer 40.000) gaat. Klinkenberg wil ze helpen om “de klimaatuitdagingen van morgen aan te gaan”.

www.klinkenberg.be

Geavanceerde technolgieën

In mei 2020 had Novadip, een spin-off van de UCLouvain, een opzienbarende wereldprimeur met de transplantatie van een scheenbeen in 3D bij een 5-jarige patiënt. Andere biotechbedrijven in de regio die net als Cerhum en Texere Biotech actief zijn op transplantatiegebied, laten zien hoe dynamisch de Waalse life sciences-industrie is.

 
Novadip, dat in de gangen van het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc is ontstaan, kende enkele maanden geleden een belangrijk succes : de geslaagde transplantatie van een weefselimplantaat van 18 cm³ in het been van een jonge patiënt. Het bedrijf is een spin-off van de UCLouvain en werd opgericht door de arts Denis Dufrane, die daarbij ondersteund werd door Sopartec, de maatschappij voor technologieoverdracht en investeringen van de UCLouvain. “Omdat amputaties bij jonge patiënten kunnen worden vermeden, heeft Novadip echt een maatschappelijke impact”, zegt Philippe Durieux, CEO van Sopartec, dat tot dusver de oprichting van bijna tachtig spin-offs heeft gefaciliteerd. “Het bedrijf transplanteert als enige differentiërende cellen die afkomstig zijn van de patiënt zelf.” De spin-off hoopt tussen nu en 2026 een commerciële start te maken.

Snelle opkomst van de biowetenschappen

Texere Biotech, dat zijn ontstaan eveneens dankt aan de arts en serial entrepreneur Denis Dufrane, is gespecialiseerd in het robotiseren van de behandeling van menselijke weefsels. Zo heeft het bedrijf de eerste gerobotiseerde lijn ter wereld voor het hergebruik van bottransplantaten ontwikkeld. Cerhum, dat door de arts Grégory Nolens is opgericht, brengt een omwenteling in de herstelchirurgie teweeg door keramisch bot te reconstrueren met behulp van 3D-printen. Deze twee goudhaantjes hebben in verschillende stadia een steuntje in de rug gekregen van het Waals Gewest. “Het creëren van een ecosysteem dat banen schept en waarde laat terugvloeien naar de economie, is de uitdaging in elke sector”, voegt Philippe Durieux eraan toe. “Voor biotechbedrijven is er sprake van een vruchtbare bodem met speciale investeringsfondsen en hoogopgeleid personeel. Talent is een van de essentiële bouwstenen.


Philippe Durieux, CEO van Sopartec

Van het laboratorium naar de markt

Spin-offs zijn gebaseerd op een wetenschappelijke ontdekking waarvoor een speciaal bedrijf moet worden opgericht om het onderzoek voort te zetten. Daarmee zijn ze direct van invloed op hun ecosysteem. Philippe Durieux : “De oprichting van een spin-off is een proces dat tien jaar of zelfs nog langer duurt. De kennisoverdracht gaat van het laboratorium naar de markt, die de onderzoekers vervolgens opnieuw uitdaagt.

Het doel is telkens dat het academisch onderzoek een maatschappelijke impact heeft. Een van de recente succesverhalen van Sopartec is iTeos, dat een nieuw oncologisch paradigma heeft uitgevonden. “Acht jaar na zijn oprichting is het bedrijf toegelaten tot de Nasdaq, wat een primeur is voor België. iTeos is ook het voorbeeld van een geslaagde combinatie van wetenschap op topniveau en een geschikte financiering. In de medische sector denk ik ook aan Axinesis, dat actief is op revalidatiegebied, en Syndesi Therapeutics, dat zich richt op de ziekte van Alzheimer. Goede voorbeelden zijn er hier zat.

www.novadip.com
www.sopartec.com

Cerhum produceert in 3D botimplantaten op maat

Grégory Nolens, doctor in de biomedische wetenschappen, stond in 2015 aan de wieg van Cerhum, dat een revolutionaire techniek heeft ontwikkeld om biocompatibele botimplantaten in 3D te produceren. “Ons bedrijf is ontstaan vanwege de toenemende vraag naar duurzamere transplantaten, met name voor kaak- en gezichtschirurgie. De meeste medische implantaten hebben een levensduur van vijftien tot twintig jaar. Daarna moet je opnieuw opereren. Ik was op zoek naar een minder invasieve oplossing”, zegt Grégory Nolens, oprichter en CEO van Cerhum. Die oplossing heet MyBone, een biocompatibel, in 3D geprint implantaat, dat met hulp van 3D Side uit Louvain-la-Neuve en een cofinanciering van het Waals Gewest is ontwikkeld. De innovatie betreft hier de keuze van de materialen. “We hebben gekozen voor keramiek, omdat de samenstelling daarvan lijkt op die van menselijk bot, dat voornamelijk uit calcium en fosfaat bestaat. Het gaat niet om een prothese, maar om een implantaat dat de botregeneratie stimuleert.

 

“ We hebben gekozen voor keramiek, omdat de samenstelling daarvan lijkt op die van menselijk bot, dat voornamelijk uit calcium en fosfaat bestaat. Het gaat niet om een prothese, maar om een implantaat dat de botregeneratie stimuleert.”

 

Gevalideerde klinische gevallen

Het Luikse bedrijf brengt zijn implantaten vijf jaar later op de markt en komt in mei 2020 in het nieuws wanneer tijdens een operatie in het Universitair Ziekenhuis Saint-Luc het eerste in 3D geprinte stuk kunstkaak ter wereld wordt getransplanteerd. De chirurgen hebben voor het eerst een MyBone-implantaat bij een patiënte ingebracht. Het kunstmatige transplantaat vult de ruimte op waar een tumor zat en het kaakbot kon worden gereconstrueerd zoals het er voor de ziekte uitzag.

Ook andere operaties, hoofdzakelijk van het gezicht, zijn sindsdien met succes uitgevoerd. “De post-klinische resultaten zijn op dit moment uitstekend. De eerste klanten plaatsen opnieuw bestellingen, wat een heel positief signaal is. Het grote voordeel van onze methode ten opzichte van andere technieken is dat er maatwerk mogelijk is. Het implantaat komt exact overeen met de morfologie van de patiënt. Door zijn samenstelling wordt het ook beter opgenomen in het organisme.

Als volgende stappen moet Cerhum een nieuwe fondsenwerving afronden, zijn personeel aanvullen om in 2021 met een team van tien mensen te werken en de internationale expansie versnellen, waarbij Europa, de Verenigde Staten en Azië het doelwit vormen.

BEHANDELT HART- EN VAATZIEKTEN MET BEHULP VAN KOU

Het bedrijf, dat in 2009 in Duitsland werd opgericht door vier Engelse en Noord-Amerikaanse ondernemers, vestigde zich vorig jaar in Awans om daar zijn originele technologie voor de behandeling van slagaderverkalking door middel van kou te ontwikkelen. Deze gaat nu de klinische fase in.


Coronaire hartziekte is een aandoening van de kransslagaders, die het hart van bloed voor- zien, en kan leiden tot angina pectoris of een hartinfarct. De oorzaak van een kransslag-aderaandoening is heel dikwijls atheromatose, een opeenhoping van vetdeeltjes en andere schadelijke stof- fen in de aders die atheromen (ook wel plaques genoemd) vormen. Wanneer deze loslaten, leiden ze tot een afslui- ting van de ader en blokkeren ze de bloedsomloop. Na een hartaanval wordt een stent (vaatverwijdend hulp- middel) geplaatst om de ader open te houden. Om dit te voorkomen, ontwikkelt het bedrijf CryoTherapeutics momenteel een totaal verschillende techniek, die geen implantaat achterlaat in het lichaam van de patiënt. “Cryotherapie maakt het mogelijk om behandelingen voor infarcten te ontwikkelen die tot nu toe niet werden gebruikt”, legt CEO John Yianni uit. “Dankzij de technologieën die de binnenkant van het hart, de bloedvaten en de aders in beeld brengen, zijn wij ook in staat om ontstekingen te lokaliseren die nieuwe infarcten kunnen veroorzaken of ontstopt moeten worden. Deze kunnen we dan met cryotherapie behandelen. Na deze lokalisatie brengen we een (met een console verbon- den) katheter in en plaatsen we een minuscule ballon in de ader die we met behulp van beeldvorming hebben vastgesteld. Die blazen we op en bevriezen we tot een temperatuur van -10 tot -20 °C om de ontsteking te remmen en complicaties te ver- mijden. We hebben tests op dieren uitgevoerd en het werkt heel goed.

“ Cryotherapie maakt het mogelijk om behandelingen voor infarcten te ontwikkelen die tot nu toe niet werden gebruikt. Dankzij de technologieën die de binnenkant van het hart, de bloedvaten en de aders in beeld brengen, zijn wij ook in staat om ontstekingen te lokaliseren die nieuwe infarcten kunnen veroorzaken of ontstopt moeten worden. Deze kunnen we dan met cryotherapie behandelen.”

 


John Yianni, le CEO van CryoTherapeutics 

Een financiering van 7,4 miljoen euro

De Brit John Yianni, die zich als ‘brexitvluchteling’ presenteert, vestigde zich enkele jaren geleden in Keulen, maar besloot in april 2019 samen met zijn vennoten om alle activiteiten naar een business park in Awans, in de buurt van Luik, te verplaatsen. Deze verhuizing werd bevorderd door een serie-B-financiering (overeenkomend met de tweede ontwikkelingsfase van een start-up) waarmee een totaalbedrag van 7,4 miljoen euro werd opgehaald bij diverse publieke en private partners.

Deze nieuwe financiering moet dienen om de klinische activiteiten te ondersteunen en meer in onderzoek en ontwikkeling, werving van talent en internationale groei te investeren. Een en ander moet gebeuren vanuit het nieuwe kantoor in Awans, dat wordt gedeeld met Miracor Medical, een bedrijf dat zich eveneens op hartfalen toelegt.


Het Waals Gewest als partner

Tot deze partners behoren Noshaq (voorheen Meusinvest), dat de ontwikkeling van Luikse mkb’s ondersteunt, DGO 6 van het Waals Gewest (via zijn programma’s voor terugvorderbare voorschotten), Peppermint Venture Partners, een particuliere risicokapitaalverstrekker uit Berlijn, en Creathor Ventures, dat investeert in een dertigtal ondernemingen gericht op technologieën die personalisering en digitalisering van de gezondheidszorg bevorderen.

Awans is perfect gelegen, want Luik is zeer goed bereikbaar, en voor een bedrijf als het onze zijn er volop kansen en potentiële partners te vinden in de regio”, vervolgt de directeur. “Sinds de coronacrisis komen onze Amerikaanse en Duitse partners minder vaak langs, maar er werken in totaal acht mensen aan het project en de komende maanden gaan we er nog drie of vier in dienst nemen. Dat zijn ofwel software-, hardware- en systeemingenieurs, ofwel mensen met een meer klinisch profiel om het verloop van de klinische studies te volgen.

“Er werken in totaal acht mensen aan het project en de komende maanden gaan we er nog drie of vier in dienst nemen. Dat zijn ofwel software-, hardware- en systeemingenieurs, ofwel mensen met een meer klinisch profiel om het verloop van de klinische studies te volgen.”


De Amerikaanse markt : de heilige graal

Voorlopig worden onze consoles in Ierland geassembleerd en de katheters in Duitsland, want de volumes zijn nog te gering”, legt financieel directeur Bertrand Grimmonpré uit. “Wanneer we in de commerciële fase zitten, is het bedoeling dat we hier zelf de consoles assembleren, maar niet de katheters, want we beschikken niet over de noodzakelijke infrastructuur. In september (dit interview is in augustus afgenomen, red.) begint de klinische fase, die tweeënhalf jaar gaat duren. Als alles goed verloopt en we de CE-markering krijgen, kunnen we onze technologie dus pas in 2023 of 2024 op de markt brengen. Op dat moment zijn er twee mogelijkheden : ofwel we gaan een samenwerking aan met een heel grote partner die al de infrastructuur en mensen heeft om ons product naast zijn eigen producten te verkopen, ofwel we nemen onze eigen verkopers in dienst om de ziekenhuizen in Europa of distributeurs in landen daarbuiten te benaderen. Na afloop van de klinische studies in Europa volgt een studie in de Verenigde Staten, want daar bevindt zich de grootste markt, met een waarde van miljarden dollars. De vergoeding is daar ook eenvoudiger dan in Europa, dat erg versnipperd is. De Amerikaanse markt is onze heilige graal !

Halverwege 2021 zal de huidige financiering van 7,4 miljoen euro op zijn. CryoTherapeutics hoopt in twee fasen voor ongeveer 11 tot 15 miljoen euro aan nieuwe fondsen te werven. Zowel bij de bestaande Waalse partners als bij nieuwe particuliere aandeelhouders.

Samen met zijn Amerikaanse en Canadese vennoten was John Yianni de laatste twintig jaar al bij diverse start-ups en technologieprogramma’s betrokken. Denkt hij erover om CryoTherapeutics over vijf jaar te verkopen ? Dat is niet het doel waar we naar streven, maar we zijn leider op dit gebied en als we succes hebben, kunnen we worden overgenomen door een grotere onderneming”, geeft hij toe. Sommige start-ups bereiken een ontwikkelingsstadium waarin ze zo veel financiële middelen nodig hebben dat ze inderdaad vaak opgaan in een grotere groep, maar dat is geen verplichting op zich. Helemaal niet.

cryotherapeutics.com


© Laurent Henrion

Maxime Zimmer woont sinds september 2018 in Comblain-au-Pont, waar hij samen met zijn partner Erika het restaurant ‘Un Max de Goût’ uitbaat. In de Guide Belux 2019 van Gault&Millau werd hij bekroond tot ‘Jeune Chef de l’Année pour la Wallonie’. Het verhaal van een roeping.


Interesse voor koken gaat vaak over van generatie op generatie, en in het geval van Maxime Zimmer was het bovendien een heuse roeping. Al toen hij 9 was, stond hij tijdens het weekend regelmatig samen met zijn vader in de keuken. “Ik at graag en ging dolgraag op restaurant. Ik kon met gemak drie uur aan tafel blijven zitten, terwijl dat voor de meeste kinderen niet vanzelfsprekend is. Al gauw wilde ik me aan dat beroep wijden. Daar bleef ik bij. Toen ik 13 was, stelde mijn vader me voor om samen met een van zijn vrienden-restauranthouders een paar dagen in de keuken door te brengen, zodat ik zou beseffen hoe zwaar het beroep wel is. Je begint heel vroeg, werkt tot laat en het is niet makkelijk te combineren met een gezin … Maar uiteindelijk sterkte me dat alleen maar in mijn overtuiging : ik wilde het nog meer ! Koken, dat is een roeping voor mij.

In september 2018 besliste hij samen met zijn partner om het restaurant te verhuizen naar ‘Les Roches Grises’ in Comblain-au-Pont.


Zes jaar in Sprimont

Tijdens zijn studie aan de hotelschool in Luik, optie keuken en zaal, liep hij stage in het drie-sterrenrestaurant van Georges Blanc in Vonnas, Frankrijk. Zodra hij zijn diploma op zak had, werkte hij twee jaar in ‘La Vita è Bella’, in Tilff, een restaurant gericht op de Italiaanse keuken, en ging vervolgens helpen in de zaal in een restaurant in Sprimont. “Ik was nog maar 21 toen de eigenares besliste om haar restaurant door te verkopen, en ik stelde haar voor het handelsfonds over te nemen en het gebouw te huren. Daar opende ik ‘Un Max de Goût’ en ik ben er zes jaar lang gebleven. Ik ontmoette er ook Erika, die een leercontract had en in de zaal werkte.

In september 2018 besliste hij samen met zijn partner om het restaurant te verhuizen naar ‘Les Roches Grises’ in Comblain-au-Pont. Alles ging heel snel, en op het eind van het jaar al kreeg Maxime Zimmer de titel ‘Jeune Chef de l’Année pour la Wallonie’ van de Guide Belux 2019 van Gault&Millau. Hij ontving tevens de Delta d’Or Wallonie in de Guide Delta 2019 en werd bovendien ‘Young Master 2019’. “Dat zorgt inderdaad wel voor een grotere zichtbaarheid, des te meer daar we nog maar pas onze intrek hadden genomen in Comblain. De grootste beloning blijft toch het cliënteel, trouwe klanten of nieuwe klanten, die over ons vertellen en weer terugkomen. Zonder hen zou het helemaal anders zijn, want de beste reclame is mond-tot-mondreclame. De andere onderscheidingen strelen uiteraard ons ego en zijn een beloning voor de talloze werkuren.

Een wedstrijd, een crisis, een kind

Toen Maxime eind 2019 werd gecontacteerd door de productie van ‘Top Chef’ stapte hij zonder al te veel enthousiasme mee in het verhaal. “Eerst wilde ik niet echt deelnemen. Vervolgens nam ik deel aan de ‘praktische’ casting in Parijs, en dat liep heel vlot. Op hetzelfde moment vernam ik dat ik vader zou worden. Dat ik wekenlang niet bij mijn partner kon zijn, vond ik dus uiteraard niet fijn.” Hij valt al gauw af en keert terug naar België, waar hij een maand later dan weer wordt geconfronteerd met een ongeziene crisis, maar ook met een nieuw leven.

Toen de eerste maatregelen en de lockdown werden aangekondigd, vond ik dat erg moeilijk. Ik maakte me bijzonder veel zorgen … Maar we hadden geen keuze, en na twee weken van intense stress ging ik het anders bekijken. Omdat mijn kind bijna geboren werd, probeerde ik alles te relativeren en te genieten van die periode. Maar Louis, onze zoon, bleef liever lekker warm in mama’s buik zitten en uiteindelijk heb ik hem niet zoveel kunnen zien als ik had gehoopt, omdat ik weer moest beginnen te werken …”. Het koppel begon de gevolgen van de crisis immers hard te voelen. De beloofde hulp volgde niet en de facturen bleven binnenkomen … “Ik besliste dan ook om te beginnen met afhaalmaaltijden, hoewel ik gezworen had dat niet te zullen doen. Ik kook voor het moment, en mijn gerechten laten zich niet echt in dozen opdienen. Maar we hebben enorm hard gewerkt, met minder personeel, omdat het financieel niet mogelijk was om het anders te doen. Nauwelijks twee weken na de geboorte van onze zoon kwam mijn vrouw me weer helpen in de zaak. Ook mijn familie en schoonfamilie staken een handje toe.


© Laurent Henrion

Franse keuken met Japanse toetsen

Maxime Zimmer laat zich inspireren door chefs als Peter Goossens (‘Hof van Cleve’) en is aanhanger van de filosofie van Sang Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’). Hij staat voor een Franse keuken met Japanse toetsen en lokale producten, met name groenten, specerijen (kruiden en bloemen), vlees van een Vlaamse slager en producten uit de Noordzee. Hij geeft de voorkeur aan verantwoordelijke leveranciers die hij kent, zoals Walter, bij wie Max kreeften aankoopt en langoustines uit Bretagne, waarmee hij bijzonder graag werkt.

Max hoopt dat de toekomst er mooier zal uitzien dan het heden, en denkt daarbij vooral aan zijn kind. “Wij, restauranthouders, moeten heel wat hygiëneregels respecteren. Mensen zijn soms bang om op restaurant te gaan, terwijl het even gevaarlijk – of nog gevaarlijker – kan zijn om boodschappen te doen in een warenhuis waar heel veel volk rondloopt en iedereen alles aanraakt …” De chef besluit : “De kleine zelfstandigen worden het zwaarst getroffen. Door de crisis moesten we de capaciteit van ons restaurant verlagen van 34 tot 26 couverts. En omdat we met weinig personeel werken, moest ik soms de keuken verlaten om in de zaal te gaan helpen … Maar laten we positief blijven : we houden van onze job en hebben het geluk dat onze structuur klein is en ons cliënteel trouw.

Maxime Zimmer laat zich inspireren door chefs als Peter Goossens (‘Hof van Cleve’) en is aanhanger van de filosofie van Sang Hoon Degeimbre (‘L’Air du Temps’). Hij staat voor een Franse keuken met Japanse toetsen en lokale producten.

 


© Laurent Henrion

Un Max de Goût
Quai de l’Ourthe 17
4170 Comblain-au-Pont
+32 (0) 4 369 17 08

www.maxdegout.be

  • /

Les Francofolies

Afgelopen jaar gaven de Francofolies de Spa het startschot voor een kleine revolutie door artiesten en festivalgangers op één plaats te verzamelen. Een slimme zet die het festival nieuw leven inblies. Deze zomer gaat de 26ste editie prat op rijzende ster Angèle en de opvallende terugkeer van Dionysos.

 

“In 2018 bevonden we ons op een kruispunt. We moesten ons heruitvinden. Er zaten eigenlijk twee festivals in één en dat was een probleem, want het publiek was te verschillend. Nu krijgt iedereen de kans om het volledige programma
te bekijken, wat voor ons erg belangrijk is. In 2019 gaan we voort op die weg”, vertelt Charles Gardier, codirecteur en programmator van Les Francos.
Dankzij deze nieuwe podiumopstelling konden Les Francos ook hun intergenerationele, gemengde dynamiek versterken : “Dat is zo geweldig in Spa : ons publiek beslaat verschillende generaties, het is bijzonder inclusief, met heel wat personen met beperkte mobiliteit, maar ook jongeren die voor de stadse sfeer en elektronische
muziek komen. En altijd met de gemeenschappelijke noemer : het verlangen om te ontdekken. Want in Spa zie je de affiches van morgen van de Federatie Wallonië-Brussel”, vertelt Charles Gardier trots, en wijst erop dat Angèle en
Roméo Elvis hun debuut maakten op het podium van Les Francos, net als bijna alle Belgische groepen. “Wat zo belangrijk is voor ons, is om een voorloper te blijven op alle domeinen die ons dierbaar zijn. We gingen als eerste van start met een programma voor kleintjes, namen als eerste elektro op in een algemeen festival en werkten aan een groene uitstraling. Het festival is 100% klimaatneutraal met 10.000 bomen die in Madagaskar worden geplant”.
We willen ook op artistiek vlak vernieuwend en creatief blijven. “We leggen ons hart en ziel in de programmatie en dit jaar zitten er heel wat van mijn favorieten bij…”. Een paar voorbeelden : de opvallende terugkeer van Dionysos :
“Dat ze voor Spa hebben gekozen, is heel wat ! ”, Orelsan : “Met hem hebben we al een hele geschiedenis
achter de rug : toen anderen nog twijfelden, hebben wij hem in onze armen gesloten” ; Angèle : “Haar hele familie is hier thuis. Marka, haar vader, is ongetwijfeld de artiest die we in Spa het vaakst hebben ontvangen. Ze zette hier haar eerste muzikale stappen, naast haar ouders en broer. Een ongelooflijk talent ! ”.

Francofolies de Spa

Van 18 tot 21 juli

www.francofolies.be

DE ANDERE AFSPRAKEN

Les Ardentes
van 4 tot 7 juli in Luik
Dour Festival
van 10 tot 14 juli
Lasemo
van 12 tot 14 juli in Edingen
Festival Esperanzah
van 2 tot 4 augustus in Floreffe
Le Gaume Jazz Festival
van 8 tot 10 augustus in Tintigny
La Fête des Solidarités
van 23 tot 25 augustus in Namen
Scène sur Sambre
van 30 augustus tot 1 september inThuin
Meaksuma
van 6 tot 8 september in Eupen

 

 

Your opinion counts