Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Hoedenmaakster Delphine Quirin heeft de zaken in omgekeerde volgorde aangepakt. Eerst ging ze voor internationale faam, daarna veroverde ze haar eigen land. De liefde voor het met de hand creëren van haar stukken is echter gebleven. Dat doet ze nog altijd het liefst vanuit haar atelier in Luik.

De rue Pierreuse leidt naar de gelijknamige buurt net achter het Palais des Princes-Evêques en staat symbool voor een belangrijke episode in de geschiedenis van de vurige stede. Halverwege de 15de eeuw beklommen de zeshonderd inwoners van Franchimont hierlangs de heuvels om het kamp van Karel de Stoute en Lodewijk XI aan te vallen. Het is ook hier, zeggen ze in Luik, dat de prins-bisschop vijf eeuwen eerder steengroeven opende om een vestingmuur te bouwen en zo de stad te versterken. Vandaar de naam Pierreuse (steenachtig).

In de loop van de tijd is de buurt veranderd, maar de sfeer van toen hangt er nog altijd. Het is een levendige wijk met een bohemien tintje. Op straat kom je er een bonte mengeling tegen van advocaten in toga, antiglobalisten op slippers en kunstenaars van divers pluimage. Hier vestigde Delphine Quirin zo’n vijftien jaar geleden haar hoofdkantoor, in een huisje waar symmetrie een abstract begrip is en rechte muren niet bestaan. Haar toevluchtsoord bestaat uit twee delen. In het eerste deel zit de winkel, waar elk stuk met zorg tentoongesteld wordt. In het andere deel bevindt zich het atelier, waar merinoswol, mohair, angora en kasjmier liggen te wachten tot behendige vingers er elegante hoeden van maken. Haar creaties worden artisanaal vervaardigd, met veel liefde en geduld. Die ambachtelijke stempel leverde de ontwerpster al succes op in Japan, de Verenigde Staten en heel wat andere landen. Het is deze erkenning die haar sterkt in de overtuiging dat ze niet hoeft te veranderen en dat het een groot gemis zou zijn als ze het eigen karakter van haar producten zomaar overboord zou gooien.

Jeugdherinneringen

Delphine herinnert zich dat ze als kind al niets liever deed dan in de koffers van haar grootmoeder duiken. Dat waren heuse schatkisten met kostuums, jurken en verkleedkleren. Toen al deden vooral hoeden haar van de ene verbazing in de andere vallen en vormden ze een bron van inspiratie.

Ook als jonge vrouw bleef ze gefascineerd door accessoires die het verschil maken. Dankzij haar studie Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Luik kreeg ze de gelegenheid om een brede basis op het gebied van de kunsten te ontwikkelen, met een voorliefde voor Vermeer, De La Tour en de Amerikaan Edward Hopper. Door die overvloed aan artistieke invloeden raakte ze nog meer overtuigd van wat ze diep in haar hart wilde doen. Ze volgde een opleiding tot hoedenmaakster en besloot het erop te wagen als zelfstandige.

In het andere deel bevindt zich het atelier, waar merinoswol, mohair, angora en kasjmier liggen te wachten tot behendige vingers er elegante hoeden van maken.

 

In 1996 maakt Delphine haar eerste ceremoniehoeden op maat. Ze vallen in de smaak en mond-tot-mondreclame doet de rest. Niet veel later maakt ze kennis met het breiwerk, dat gaandeweg haar lievelingstechniek wordt en dat tot op de dag van vandaag is. Ze bedwingt de wol in alle zachtheid en tovert het fijne materiaal om tot hoeden, mutsen, handschoenen en sjaals in alle kleuren. In 1999 doet ze van zich spreken met haar eerste collectie.

Je ziel niet verkopen

In deze kleine wereld is talent alleen niet genoeg. Je moet deuren openen die anders voor je gesloten blijven, je laten zien, de nieuwsgierigheid van mogelijke distributeurs wekken op beurzen in Parijs en elders. Delphine tovert haar wollen hoedjes om tot onmisbare dagelijkse accessoires en ontdekte een gat in de markt. In haar persoverzicht bevinden zich inmiddels een indrukwekkend aantal a r t ikelen uit Elle, Marie-Claire, New York Social Diary en zelfs het Japanse tijdschrift Hanatsubaki. De wereld heeft duidelijk behoefte aan fantasie en creativiteit. Je vindt haar kleurrijke hoeden echt overal! Ze maken geen deel uit van de vergankelijke cyclus van de mode, maar schrijven hun eigen geschiedenis, al vijftien jaar lang.

“Ik heb alles in omgekeerde volgorde gedaan. Ik ben heel snel naar beurzen getrokken en heb zo mijn naam gevestigd in het buitenland”, vertelt de ontwerpster. “Daardoor vind je mijn collectie bij verkooppunten over de hele wereld, maar juist in België ben ik niet heel sterk vertegenwoordigd.” Na 15 jaar besluit Delphine dan ook om haar aanwezigheid in België te vergroten, uiteraard op Luiks grondgebied, maar ook in Brussel. Hier stapt ze met vier vrienden in een nieuw project. Ze besluit mee te werken aan een originele winkel met de naam ‘Stories’, die in de zomer van 2011 zijn deuren opent aan de Vlaamsesteenweg. In de winkel vind je heel wat talent, zoals de Belgische styliste Hüsniye Kardas, die kledingstukken voorziet van bijzondere details, Samuel Dronet, die inspiratie haalt uit mannenkleren voor zijn androgyne, bijna identieke stukken voor dames en heren, maar ook The Cookie Therapy, een jonge onderneming die originele, moderne versies van klassieke lederwaren maakt. En nu liggen er dus ook de warme en kleurrijke accessoires van de Luikse ontwerpster.

“Ik wil met mijn handen in de wol zitten”

De plaats die Delphine het naast aan het hart ligt, blijft echter haar eigen plekje in de rue Pierreuse. Daar ontvangt ze haar klanten en kan ze hun indrukken en ervaringen delen. “Ik kan niet méér produceren, want ik wil absoluut geen machine worden. Ik wil producten blijven verkopen die van het begin tot het einde in België gemaakt zijn”, zegt ze. “Ik wil dat mijn stukken hier worden gemaakt, in dit atelier waar alles begint. Het maken zelf blijft trouwens mijn favoriete bezigheid. Er is het uitdenken, het schetsen. Maar dat blijft papier. Ik wil met mijn handen in de wol zitten.”

De hoedenmaakster is onlangs zelfs opnieuw begonnen met het maken van hoofddeksels met pluimen en andere hoeden voor bijzondere gelegenheden. Net als in het begin, in 1996.


Delphine heeft besloten dat ze hier meer tijd wil doorbrengen. Niet om nog meer uren aan haar breimachine te zitten, maar wel om meer contact met haar klanten te hebben. “Ik heb fantastische klanten, het zijn heel leuke mensen. Velen volgen me al vanaf het begin en zijn altijd trouwe klant gebleven. Ik nodig hen regelmatig uit voor kleine evenementen in mijn atelier. We maken originele foto’s met Goldo (nvdr: de Luikse fotograaf Dominique Houcmant), we kletsen wat… Ik vind het leuk om met hen over mijn producten te praten, over wat ze mooi vinden. Die contacten zijn veel waard, want ze vormen een bron van inspiratie.” De hoedenmaakster is onlangs zelfs opnieuw begonnen met het maken van hoofddeksels met pluimen en andere hoeden voor bijzondere gelegenheden. Net als in het begin, in 1996. “Maar dan met een persoonlijke touch”, voegt ze eraan toe. Juist die persoonlijke stijl trekt klanten aan die een uniek hoofddeksel willen voor een speciaal moment.

Wie zijn outfit wil opfleuren met een “Delphine Quirin” heeft dus keuze te over. Ver van huis kunt u terecht bij het Engelse Anthropologie, in de Galeries Lafayette in Parijs of in Mexico, Japan of Ierland, waar Delphines creaties hoge ogen gooien. Maar het kan ook eenvoudiger. Binnenkort kunnen liefhebbers hun bestelling doorgeven via internet, op de website die in de maak is. Daar zullen mutsen en andere accessoires te koop zijn voor prijzen tussen € 30 en € 120. Wie in Brussel is, kan binnenlopen bij ‘Stories’ en er meteen ook de originele creaties bekijken van de ontwerpers met wie Delphine de winkel deelt. Hoedenliefhebbers die alle aspecten van de artieste willen ontdekken, moeten ten slotte in Luik een bezoekje brengen aan het pittoreske straatje dat zo goed bij haar past. Een nieuwe verslaving verzekerd.

 

Bio Express

1970 : Geboren in Luik.
1996 : Delphine begint hoeden op bestelling te maken, in het bijzonder voor speciale gelegenheden.
1999 : Ze vervaardigt haar eerste collectie wollen mutsen, sjaals en handschoenen. Wol wordt haar lievelingsmateriaal en bezorgt haar vrij snel succes.
2011 : Opening van de winkel ‘Stories’ aan de Vlaamsesteenweg in Brussel, waar Delphine hartverwarmende ontwerpen verkoopt.

 
informatie

Delphine Quirin
Show-room/Atelier
Rue Pierreuse, 26
B-4000 Liège
+32 (0)4 221 05 52
[email protected]
www.delphinequirin.be

In Nederland vind je de ontwerpen
van Delphine Quirin bij Cappello
Houtsraat, 28
N-6511 JN Nijmegen
[email protected]
www.cappello.nl

 

Delphines tips

Na een bezoekje aan Delphines winkel kunt u net zo goed de buurt wat verder verkennen.

Als buurtbewoonster kent Delphine een schat aan goede adresjes. Zo raadt ze bijvoorbeeld het restaurant ‘Le Paris-Brest’ aan in de rue des Anglais, ter hoogte van de Place Saint-Lambert. Een ware traktatie, en dat is bekend! Vergeet dus zeker niet te reserveren. Stap ook eens binnen in het uitstekende Libanese restaurant ‘Mange et dis merci’ in de rue Hors-Château of in het gastronomische Spaanse ‘Pica Pica’ in dezelfde straat. Tegenover Delphines winkel biedt boekhandel ‘Entre-temps’ u een andere kijk op boeken. En wie de benen wil strekken, kan op ontdekkingstocht gaan op de hellingen van de citadel.


Le Paris-Brest
Rue des Anglais, 18, B-4000 Liège
+32 (0)4 223 47 11

Mange et dis merci
Rue Hors-Château, 14, B-4000 Liège
+32 (0)4 222 06 02, www.mangeetdismerci.com

Pica Pica
Rue Hors-Château, 62, B-4000 Liège
+32 (0)4 221 30 74, www.elpicapica.be

Librairie Entre-Temps
Rue Pierreuse, 15, B-4000 Liège
www.entre-temps.be

Sinds de zomer van 2012 is de naam van Charline Van Snick voor altijd verbonden met een olympische medaille. Maar de 22-jarige judoka, die net in het centrum van Luik komen wonen is, heeft nog een lange weg te gaan. Zowel letterlijk als figuurlijk.

28 juli 2012 staat voor altijd in het geheugen van de familie Van Snick gegrift. Die zaterdag, kort na de middag, staat Charline op de tatami van het Excel Exhibition Centre in Londen voor haar herkansingswedstrijd tegen de Argentijnse Paula Pareto in de categorie tot 48 kg. Na twee overwinningen en een nederlaag kan de Luikse zich geen fouten meer veroorloven. Met een laatste krachtsinspanning gooit ze zich in de strijd. Als ze aan het eind van de kamp een yuko scoort, kijkt ze naar de scheidsrechter van haar kleine finale. Na wat haar een eeuwigheid lijkt, wijst hij haar uiteindelijk aan als winnaar. De vreugde barst los bij de aanwezigen in het Belgische kamp, met wie ze in het Belgium House haar bronzen medaille zal vieren. Haar ouders, Marc en Anne, zijn ontroerd en trots op hun dochter, die nog maar zes was toen ze haar meesleepten naar de judoschool van Blegny. Want in de familie Van Snick zijn judo en jiujitsu een levensschool. Je leert er vechten, afzien en triomferen!

Het feest blijft nog even duren. Op 14 augustus wordt ze in de sporthal van Saive, het dorp waar de familie vandaan komt, triomfantelijk onthaald door haar supporters en de leden van haar club. Haar club, dat is judoclub Bushido in Saive, waar haar vader de leiding heeft. Op 13 september ontvangt ze van de Waalse overheid de onderscheiding van ridder van de Waalse verdienste en op 4 december wint ze voor de derde keer de trofee voor sportverdienste van de Federatie Wallonië-Brussel. Op het eind van 2012 kan de nummer 4 van de wereld voortreffelijke resultaten voorleggen: na haar olympische krachttoer schittert ze op het Europees Kampioenschap (2de), wint ze de Grand Prix van Düsseldorf en wordt ze derde op de Grand Slam in Moskou.

Films van Tarantino

“Een olympische medaille, dat verandert je leven”, hoor je wel vaker zeggen in de sportwereld. Jawel, maar misschien niet onmiddellijk. Het enige wat er voor Charline is veranderd, is dat ze in september, op 22-jarige leeftijd, besluit om het ouderlijk huis te verlaten en te verhuizen naar een appartementje in de wijk Saint-Léonard in Luik. Ze wil op eigen benen staan. Daar treffen we haar begin februari, samen met haar partner, de Franse judoka Anthony Cueillette, die haar geregeld vanuit Parijs komt bezoeken. “Een fantastische kerel”, fluistert ze, terwijl ze hem verliefd aankijkt. Door een lange gang kom je in het appartement. Het is klein maar modern. Het dikke konijn dat in een hoek van de woonkamer zit, wordt nerveus van onze aanwezigheid. “Hij heet Navis en hij speelt graag met me.” Aan de muur hangt een foto van het nachtelijke Tokio. “Die heb ik genomen. Fotografie is een van mijn hobby’s”, zegt ze, voor we aan onze vragenronde beginnen. Waarom de wijk Saint-Léonard? Het antwoord van deze geboren en getogen Luikse hoeft niet te verbazen. “Ik woon nu dicht bij het centrum. Dat is makkelijk om de stad in te gaan. Ik slenter graag door de straten met mijn vrienden. Er zijn veel winkels en brasserieën. Er is heel wat te beleven.” En film? “Ja, maar ik ga liever naar het bioscopencomplex van Rocourt”. Welke film heeft ze het laatst gezien? “Django Unchained. Ik ben dol op Tarantino. Ik kijk ook naar dvd’s, vooral politieseries. Mijn favoriete serie is Criminal Minds. Ik hou van mensen met een sterke persoonlijkheid.” Ze wordt onderbroken door de beltoon van haar mobiele telefoon. Aan haar stem te horen is ze een beetje geïrriteerd. “Mijn auto is defect en mijn sponsor heeft me een andere gegeven, maar dat is zo simpel niet. Ik heb mijn auto elke dag nodig om te gaan trainen!”

Op het eind van 2012 kan de nummer 4 van de wereld voortreffelijke resultaten voorleggen: na haar olympische krachttoer schittert ze op het Europees Kampioenschap (2de), wint ze de Grand Prix van Düsseldorf en wordt ze derde op de Grand Slam in Moskou. 


En Charline vertelt hoe vaak ze wekelijks heen en weer rijdt om de trainingen van de federatie bij te wonen. Die worden geleid door Cédric Taymans en Damiano Martinuzzi. “Op maandag is dat in Waver, ‘s ochtends in een klein groepje en ‘s avonds voor iedereen. Op dinsdag en donderdag in de ULB /VUB in Brussel. Op woensdagavond doe ik mee met de nationale training in Etterbeek. En daarboven, maar dat is een persoonlijk keuze, ga ik twee of drie keer per week naar de Spiroudôme, in Charleroi, voor mijn fysieke voorbereiding. Ten slotte doe ik ook nog spiertraining in een zaal in Fléron en af en toe ga ik joggen, squashen en zwemmen in het sportcentrum van Sart Tilman.”

Twintig uur per week achter het stuur!

En dan begrijpen we waarom de Luikse judoka het gevoel heeft dat haar situatie nauwelijks is veranderd sinds ze haar medaille behaald heeft . “Ik had gehoopt op wat faciliteiten of voordelen, maar die heb ik niet gekregen”, stelt ze vast. Ze heeft met glans haar diploma marketing behaald aan de hogeschool van de provincie Luik en ze heeft een contract bij Bloso als administratief medewerkster. Vooral die ritten zijn lastig. “Ik was niet de enige die hoge verwachtingen had van het plan van het Waalse Gewest om een sportcentrum op hoog niveau op te richten. Sart Tilman zou een fantastische locatie geweest zijn, maar het heeft niet mogen zijn. (Het plan voor een federale dojo voor de Franstalige Judoliga ligt nog steeds ter discussie. Het sportcentrum op hoog niveau komt er, maar in Louvain-la-Neuve, en in het begin zal de nadruk liggen op atletiek, nvdr.) Het onderweg zijn kost me dus veel energie. Ik train tussen 15 en 20 uur per week en ik zit er 20 uur achter het stuur!” “Je zou van sport moeten veranderen, je zou een uitstekende autocoureur zijn”, zegt Anthony. Hij heeft dat niet probleem niet. In Parijs zijn alle disciplines en de medische staf ondergebracht in het Nationaal Instituut voor Sport en Lichamelijke Opvoeding (INSEP ). Dat ligt in het hart van het bos van Vincennes, vlak bij zijn woning.

Charline moet erom glimlachen. Maar ze heeft nog andere zorgen. Sinds de herfst kampt ze met een enkelverzwikking, waardoor ze wekenlang van de mat moest blijven. Ze heeft het begin van het seizoen dus gemist. Zo moest ze verstek laten gaan voor de Open van Paris-Bercy en voor de Grand Prix van Düsseldorf. “Maar mijn doel is niet veranderd: in april wil ik in Hongarije Europees kampioen worden, en de nummer één van de wereld!”

Wordt de druk niet te groot? De Luikse heeft geleerd ermee om te gaan. Bovendien is ze een vechter. Net als Justine Henin, die haar voor haar vertrek naar Londen is komen interviewen in Geldenaken, geeft ze zich nooit gewonnen, wie ook haar tegenstander is. “Wat Justine bereikt heeft, is buitengewoon, maar ze is geen voorbeeld voor mij. Ik heb trouwens geen voorbeelden. Ik volg mijn eigen weg, dat is alles”, zegt ze vastberaden. Maar dat hadden we al begrepen.

 

Het talent om nummer één te worden!

Cédric Taymans, vicewereld-kampioen in 2001, technisch directeur van de Belgische Franstalige Judoliga en trainer van tal van atleten op hoog niveau, onder wie Charline van Snick, maakt zich niet zo veel zorgen om zijn beschermelinge aan de vooravond van haar seizoen, al heeft het vertrouwen van de Luikse door haar blessure wel een deuk gekregen.

Cédric Taymans — Ze heeft haar zinnen gezet op het Europees Kampioenschap eind april en daarom moet ze absoluut eerst aan een ander tornooi kunnen deelnemen, legt hij uit. Dan zullen we meer weten over haar conditie, maar ze is hoe dan ook een vechter. Dat is trouwens haar grootste kracht. En ze heeft het talent om haar doel te bereiken: de nummer één worden in haar categorie.

En wat is haar grootste gebrek?
C.T. — Ze is onstuimig, ze heeft het moeilijk om zich bij bepaalde basisregels neer te leggen. Maar ze is nog jong...

 

Bio & erelijst

1990 : Geboren in Luik.
1996 : Begint op zesjarige leeftijd met judo in judoclub Olympic in Blegny, waar ze woont.e.
1998 : Op haar achtste verjaardag richten haar ouders in Saive judoclub Bushido op, haar huidige club.
2004 : Behaalt voor het eerst een podiumplaats tijdens een internationale competitie in Roemenië (bij de beloften).
2009 : Wordt Europees kampioen bij de junioren. Wint voor het eerst de trofee voor sportverdienste van de Federatie Wallonië-Brussel.
2010 : Behaalt haar eerste gouden medaille tijdens de Wereldbeker in Sofia (bij de senioren) en de bronzen medaille tijdens het Europees Kampioenschap. Komt in de top 10 van de wereld.
2011 : Wordt 5de op het Wereldkampioenschap
2012 : Wordt Europees vicekampioen en behaalt de bronzen medaille op de Olympische Spelen in Londen (ze wordt 4de van de wereld).

Drie jaar geleden startte Audrey Moineau met de import van kwaliteitswijnen uit de Nieuwe Wereld. Haar ‘Tasting Room’ was geboren. Vergeet de clichés en ontdek de smaken van verre oorden.

De exotische wijnen van The Tasting Room weten alsmaar meer smaakpapillen te bekoren. Wijn uit de zogenaamde ‘Nieuwe Wereld’ bestaat al langer dan vandaag en veroverde al een tijd geleden een plaatsje in onze supermarkten. Toch is hij nog behoorlijk onbekend - en onbemind - in onze contreien. Er doen dan ook nog heel wat misvattingen de ronde: het zou gaan om minderwaardige wijn die artificieel smaakt, slecht bewaart en alleen goed is als aperitief in het zonnetje of voor een zomerse barbecue. “Dat zijn hardnekkige clichés”, geeft Audrey Moineau toe, oprichtster van The Tasting Room. “Waarom zou Zuid-Afrikaanse wijn niet in een kelder kunnen rijpen zoals een Bourgogne of geen subtiele smaak kunnen hebben? De wijn wordt volgens dezelfde methodes bereid als in Europa. Het maakt niet uit waar wijn vandaag komt, als hij van goede kwaliteit is, kan hij perfect rijpen in goede omstandigheden.”

Sommigen krijgen wijn met de paplepel binnen, of toch zodra ze oud genoeg zijn om van het goddelijke goedje te kunnen genieten. Voor Moineau liep het anders. De jonge Luikse heeft een diploma rechten met een specialisatie in auteursrecht en kon vier jaar geleden niet vermoeden dat ze exclusieve importeur zou worden van een uitgebreid gamma Zuid-Afrikaanse wijnen. “In 2009 ben ik voor een tijdje naar Zuid-Afrika vertrokken. Ik was van plan om er een job in mijn sector te zoeken, maar ik vond niet meteen interessante vacatures.” Audrey valt echter als een blok voor de charmes van de Zuid- Afrikaanse wijnen en besluit daarom een cursus oenologie te gaan volgen. “Voor de eerste keer in mijn leven was ik de eerste van de klas”, lacht ze. Ze stort zich in het avontuur en besluit zich vanaf nu toe te leggen op het importeren van wijn. Amper enkele maanden na haar eerste lessen richt ze haar bedrijf op in België. “Ik besefte al snel dat dit een gat in de markt was, want ik vond geen enkele andere importeur in Wallonië.” Al snel sluit ze haar eerste contracten af: The Tasting Room is gelanceerd. De zaak begint in een aparte kamer in huis, breidt uit naar een webwinkel en krijgt er later een verkooppunt bij in Chênée bij Luik. Audrey bouwt contacten op en weet de interesse van keldermeesters en restauranthouders te wekken. Er is wel wat overtuigingskracht nodig om het aanvankelijke wantrouwen te overwinnen. “Mensen denken vaak dat Zuid- Afrika alleen witte wijn produceert en dat er maar weinig druivensoorten zijn, terwijl er bijna 90 verschillende zijn. Of dat je voor een goede wijn altijd diep in je buidel moet tasten. Maar gelukkig is die mentaliteit aan het veranderen.”

“Mensen denken vaak dat Zuid-Afrika alleen witte wijn produceert en dat er maar weinig druivensoorten zijn, terwijl er bijna 90 verschillende zijn. Of dat je voor een goede wijn altijd diep in je buidel moet tasten. Maar gelukkig is die mentaliteit aan het veranderen.”


Het argument ecologie heeft ze in haar voordeel omgebogen.“Ik ben altijd bezorgd geweest om het milieu, om duurzame ontwikkeling. Op het vlak van duurzame wijnproductie staat Zuid-Afrika aan de top. Er zijn strikte labels en certificeringen en die gaan zelfs verder dan de regels van de biosector in ons land.” En hoe zit het met het transport? “Wijn die met de vrachtwagen uit Italië komt heeft een grotere CO 2 -afdruk dan een fles die per boot bij ons geraakt. We kopen in grote hoeveelheden aan, zodat de totale kosten zo laag mogelijk liggen.”

Zuid-Afrikaanse wijn mag dan haar handelsmerk zijn, Audrey staat net zo goed open voor andere regio’s. “De benaming ‘Wijnen uit de Nieuwe Wereld’ slaat vooral op wijnen die uit het zuidelijk halfrond komen. We zijn van plan om binnenkort ook wijnen uit Argentinië, Chili of Australië aan te bieden.” Om ook lokale ontdekkingen een plaats te geven, bedacht ze een bijzondere categorie: ‘Audrey’s selection’. “Het idee blijft hetzelfde: onbekende of gedurfde wijnen in de kijker plaatsen. Zo ga ik binnenkort een wijn voorstellen die alleen in Venetië wordt geproduceerd en echt de moeite waard is.” The Tasting Room beperkt zich immers niet tot het importeren van kwaliteitswijnen, maar organiseert ook degustaties voor particulieren of bedrijven. “We proberen smaken op elkaar af te stemmen en onze gasten te verrassen met boeiende combinaties, zoals chocolade en wijn.” Een goed gekozen wijn geeft meer smaak aan de dingen - het zou de lijfspreuk van Audrey Moineau kunnen zijn.

Informatie en bestellingen

www.thetastingroomcompany.com

 
Zuid-Afrikaanse wijn in cijfers:

 Wijnbouw sinds het midden van de 17de eeuw
7de producent wereldwijd
 Productie: bijna 10 miljoen hectoliter per jaar
 Meer dan 600 verschillende wijndomeinen

Sterrenchef Pauly mocht zijn kookkunsten zelfs in Shanghai bovenhalen. In zijn eigen restaurant vormen een gulle keuken en een hartelijke ontvangst de hoofdingrediënten. Le Coq aux Champs blinkt uit in verfijning, maar blijft bescheiden. Is hier een tweede ster op komst?

De reputatie van Le Coq aux Champs blijft groeien. De eigenaars vonden het tijd voor een make-over, en die is verrassend geslaagd. Muren werden gesloopt en tussenramen verwijderd. Zo ontstond er een grote ruimte waarin de chef vrij kan bewegen tussen de zaal en de open keuken. Het contact tussen keukenpersoneel en gasten verloopt daardoor optimaal.

Christophe Pauly vertelt: “Mensen samenbrengen, dat is mijn doel. Zij die het restaurant draaiende houden en zij die er komen eten. Met de renovatie wou ik uiting geven aan mijn visie op het restaurantgebeuren: plezier, gezelligheid, minimalisme met een warme uitstraling. Catherine en ik wilden een restaurant dat tegelijk hedendaags en authentiek is, en waar de zaal en de keuken gewoon in elkaar overlopen. Waar mensen spontaan contact leggen en ervaringen kunnen delen.”

De zaal zelf kreeg een volledig nieuwe look. Wat daarbij het meest opvalt, zijn de tafels. Geen tafellakens meer, maar een ruw houten oppervlak met een mooi en warm effect. Een geslaagde vernieuwing volgens ons. Daarnaast staan de tafels ook verder uit elkaar. Zo kan de bediening vlotter gebeuren en is het rustiger praten. Wat een verschil met restaurants waar je bijna elleboog aan elleboog zit te eten! Christophe liet zijn tafels volledig op maat maken door plaatselijke ambachtslui. Oprecht vakmanschap vind je ook terug bij andere ambachtslui uit de Condroz waar Pauly een beroep op doet. Zijn keuken is duidelijk stevig verankerd in zijn geboortestreek. Zo koopt hij zijn op steen gemalen meel zonder toevoegingen bij Agribio. Bij Emmanuel Lange vindt hij dan weer fantastische koolzaadolie. Op de borden kiest Catherine Pauly voor een strakke maar elegante compositie. De gerechten rusten op een wolk van fijn wit porselein van de hand van ontwerpsters Sylvie Coquet en Roos Van de Velde. Pieter Stockmans creëerde een opaak waterglas en een servetring in een bijpassend, doorzichtig materiaal. De tafel baadt in zachtheid en lichtheid. De fijne zwarte vormen van het hapjesbestek vormen daarbij een mooi contrast.

Christophe en Catherine Pauly

De gelukkige eigenaars hebben zich hun plek helemaal eigen gemaakt. Ze leiden alles in goede banen en kunnen daarbij rekenen op hulpvaardig en vriendelijk personeel. De sommelier stelt de gasten graag zijn laatste vondsten voor, die perfect passen bij de sprankelende bereidingen van de chef.

De charme van Christophes keuken blijft ook in de nieuwe ruimte volledig overeind. Hij kiest voor een persoonlijke aanpak en werkt met superieure producten volgens het marktaanbod en het ritme van de seizoenen. De chef weet waar hij met een gerust hart inkopen kan doen en vaak is dat niet eens ver van zijn deur. De persoonlijkheid van de kok en zijn medewerkers zit schitterend verwerkt in een reeks delicate gerechten, een ode aan de streekproducten. In het vier- of vijfgangenmenu (€ 55 en € 75) zijn jakobsschelpen, langoustines en foie gras prominent aanwezig bij de voorgerechten. Als hoofdgerecht komen er duif van Racan, lam en entrecote op tafel, uiteraard met enkele lokale verrassingen. A ls zoete afsluiter proeven we van verrassende en verrukkelijke creaties. Het is fijn tafelen in Le Coq aux Champs en wij zijn duidelijk niet de enigen die dat vinden. Bedankt Christophe en Catherine! Hier komen we zeker terug.

 

informatie

Le Coq aux Champs
Rue du Montys, 71
B-4557 Soheit-Tinlot
+32 (0) 085 51 20 14
[email protected]
www.lecoqauxchamps.be

Gesloten op zaterdagmiddag, zondag en maandag

Dit Luikse bedrijf is gespecialiseerd in software-engineering voor de ruimtevaart. Een van de activiteiten is het ontwikkelen van een satelliet voor Vietnam.

De beelden van de Hubbletelescoop zetten ons aan het dromen. Zo kunnen we de zon van alle kanten bekijken. Dat levert ons allerlei inzichten op over hoe de zon evolueert en functioneert. De technologische monsters die ver boven onze hoofd rondcirkelen, verzamelen massa’s cruciale gegevens. En toch geeft maar een klein deel van alle satellieten die rond onze wereldbol draaien een beeld van de ruimte. De meeste zijn gericht op die kleine blauwe planeet van ons en brengen communicatieverbindingen tot stand of scannen op nauwkeurig voorgeprogrammeerde wijze het aardoppervlak. Want als de baan rond de aarde doorkruist wordt door een zwerm satellieten van diverse pluimage, kan dat alleen omdat het perfect wordt gecoördineerd, met precisie en meesterschap. Dat vergt specifieke knowhow. Het wordt vaak vergeten, maar de ontwikkeling en vervolmaking van de software voor de controle of navigatie van die ruimtevaartuigen zijn net zo fundamenteel als de bouw ervan. Het heeft geen zin om de allernieuwste, astronomisch dure satelliet te lanceren als het bijhorende computersysteem niet perfect is.

Sinds het ontstaan heeft het bijna 25 jaar tellende Luikse bedrijfje Spacebel een stevige reputatie opgebouwd in deze sector. Onder leiding van Thierry du Pré-Werson heeft de Waalse onderneming zich gespecialiseerd in het bestuderen, bedenken, realiseren en onderhouden van geavanceerde informaticasystemen voor de lucht- en ruimtevaartindustrie. Bovendien is het bedrijf actief in de snel groeiende markt van de microsatellieten. Het heeft namelijk een softwareplatform ontwikkeld dat de toegang tot de observatiegegevens van de aarde aanzienlijk heeft verbeterd. Spacebel heeft een omzet van ongeveer negen miljoen euro en meer dan 70 mensen in dienst in drie productiesites: Luik, Hoeilaart en Toulouse. Een firma met een bescheiden bezetting dus, maar boordevol projecten.

Europese bekendheid

“We zijn actief op het gebied van ruimtevaart en applicaties van aardobservatie. Dat betekent een heleboel verschillende klanten”, legt marketing manager Michel Gruslin uit. “Of het nu gaat om klassieke ruimtevaartagent schappen, Europese instellingen of grote luchten ruimtevaartbedrijven, door die veelheid aan profielen blijven we zelfstandig ten opzichte van de grote concerns.” Omdat Spacebel aan geen enkele overheidsorganisatie gebonden is, kan het bedrijf zijn competenties aanbieden aan verschillende klanten, zelfs als dat elkaars concurrenten zijn. “Onze oplossingen bestrijken een breed gamma van diensten om satellieten en ruimtevaartuigen te controleren. Dat houdt in dat we het geheel van operaties moeten ondersteunen dat nodig is voor een missie. Denk aan het tot stand brengen van communicatieverbindingen, de elektrische voeding, bijsturing van de baan rond de aarde… Dat is een veeleisende maar boeiende job.” En een job waaraan het Luikse bedrijf zijn reputatie te danken heeft, aangezien Spacebel behoort tot de Europese top 3 in deze hightechsector. In de afgelopen 25 jaar werden meer dan 30 ruimtemissies tot een goed einde gebracht dankzij de teams van Spacebel.

“Intussen simuleren we alle parameters in verband met de bouw van het toestel, voordat de bouw daadwerkelijk begint. Wij zijn in staat alle types modellen te simuleren, zelfs een groep van satellieten die in formatie varen.»

 

Om er zeker van te zijn dat die missies onder optimale omstandigheden kunnen verlopen, heeft de firma ook geïnvesteerd in het segment modelvorming en simulatie. Bij de ontwikkeling van een satelliet vindt een belangrijk deel van het werk plaats in cleanrooms, wat nog altijd bijzonder kostbaar en tijdrovend is. “Intussen simuleren we alle parameters in verband met de bouw van het toestel, voordat de bouw daadwerkelijk begint. Wij zijn in staat alle types modellen te simuleren, zelfs een groep van satellieten die in formatie varen. Als de constructie eenmaal klaar is, houdt ons werk niet op. Want de simulatoren blijven de ingenieurs bijstaan tijdens het werkingsproces. Dat betekent aanzienlijke tijdwinst”, verduidelijkt Michel Gruslin.

Maar zelfs wanneer al die operaties hebben plaatsgevonden, stopt het werk van Spacebel niet. “We hebben bijgedragen aan de lancering van de satellieten, aan het simuleren ervan tijdens de ontwikkelingsfase en toen ze gebruikt werden. Al die tijd hebben we het controlecentrum ondersteund dat de satellieten bestuurt. Het logische vervolg zit in één vraag: wat gebeurt er met al die informatie?” Het verzamelen van die aanzienlijke hoeveelheid gegevens is inderdaad maar de eerste stap; ze moeten ook nog gelezen en gedecodeerd kunnen worden en naar de eindgebruiker worden gestuurd. Wat bijvoorbeeld bosbouw betreft, kunnen de gebieden veel nauwkeuriger worden beheerd dan vroeger, dankzij oplossingen die het team uit Luik heeft geleverd. “Met de gegevens van verschillende toestellen kunnen we ziektes in de gaten houden, kijken hoe gezond een bepaalde teelt is en zelfs oogstcycli controleren. Elk botanisch element laat sporen na in het lichtspectrum en die kunnen we observeren vanuit de ruimte. We kunnen dus grote oppervlakken vegetatie nauwkeurig in kaart brengen.” Of in zekere zin een diagnose stellen, want uitgerekend dat wordt één van de opdrachten van de satelliet Végétation die in mei jl. werd gelanceerd (zie kaderstuk).

Hoger echelon

Spacebel beheerst alle fases bij de ondersteuning en controle van een satelliet. Het enige dat nog ontbrak was een compleet project, van A tot Z. Tot nu toe, want de onderneming heeft net een precontract gesloten voor de levering van een microsatelliet voor Vietnam. Michel Gruslin is enthousiast. “In dit geval is het echt onze opdracht om een volledig toestel te leveren met uitstekende prestatiekenmerken. Het zal een belangrijke rol spelen bij het beheer van het grondgebied, het leefmilieu en de natuurlijke hulpbronnen van het land, en met name bij de cruciale kwestie, water.” Natuurlijk verandert de Waalse onderneming nu niet van de ene dag op de andere in een groot industrieel bedrijf. Om deze nieuwe uitdaging tot een goed einde te brengen, heeft Spacebel de leiding genomen van een 100% Belgisch consortium. Dit verenigt de competenties van diverse actoren uit de sector, zoals het Vlaamse QinetiQ Space, of – dichterbij – Amos en het Centre Spatial van Luik. Met een contract dat naar schatting bijna 60 miljoen euro waard is, zal het project minstens drie jaar lang een 40-tal personen aan de slag houden. Dat wordt de eerste grote referentie voor het bedrijf als merk in dit domein. “We zijn heel trots dat we dit project mogen dragen. Het is ook de bedoeling dat het andere markten voor ons opent, waar de vraag naar dit type satellieten groot is, zoals Afrika of Latijns-Amerika.” Met evenveel sterren als berekeningen en evenveel barcodes als melkwegstelsels, grenst het universum van het onmetelijk grote voortdurend aan dat van het virtuele en het digitale, maar niet zonder een Luiks tintje.

 

Bij het ziekbed van de planeet

Sinds 7 mei 2013 is de hemel een beetje ‘Waalser’, want toen werd een satelliet in een baan rond de aarde gebracht die nauwlettend zal toezien hoe de flora op aarde evolueert. Als jongste minisatelliet uit de PROBA-familie (Project for On-Board Autonomy) van het ESA , zal PROBA-V instaan voor het opnemen van de ‘vegetatiebeelden’. Die worden al meer dan tien jaar gemaakt door instrumenten aan boord van de Franse satellieten SPOT-4 en SPOT-5, die bijna aan het einde van hun loopbaan zijn. Met een gewicht van 160 kg en een volume van minder dan 1 kubieke meter, zal dit miniobservatorium om de twee dagen een compleet beeld geven van de vegetatie op onze planeet. Met de gegevens die worden verzameld kunnen niet alleen de rijkdommen van de landbouw en de plantengroei op de hele aarde worden gevolgd, maar wordt ook een bijdrage geleverd aan de studie van de klimaatveranderingen. Als deelnemer aan dit project van QinetiQ Space, heeft Spacebel hiervoor alle software ontwikkeld. Zowel voor boordprogramma’s en controle vanaf de grond als voor simulatie. De expertise van Spacebel gaat zelfs verder dan satellieten alleen. Want het Luikse bedrijf heeft ook de software ontwikkeld voor de geleiding, navigatie en controle van Vega, de draagraket van het ESA .

 

informatie

Spacebel
Rue des Chasseurs Ardennais, 6
Liège Science Park
B-4031 Angleur
+32 (0)4 361 81 11
[email protected]
www.spacebel.com

Het Luikse Geolives biedt meer dan 40.000 wandelingen en fietstochten aan via smartphone of tablet. Het platform SityTrail telt meer dan 140.000 gebruikers die hun oude kaarten vaarwel hebben gezegd.

U wandelt graag in de natuur maar u wilt weten waar u naartoe gaat en u hebt geen zin om een stapel kaarten mee te zeulen die kunnen scheuren of wegwaaien bij de minste windstoot? Net als iBeakens komt ook Geolives met nieuwe tools aanzetten voor de toeristische sector. Ook zij gebruiken daarvoor apps voor smartphones en tablets en ontdekten het nut van QR-codes. De mogelijkheden worden alsmaar groter, want op dit moment zijn er al bijna 40.000 wandelingen in België, Frankrijk en elders in Europa.

“Geolives is gebaseerd in Luik en werkt samen met Star-Apic, een bedrijf dat Europese software ontwikkelt voor het in kaart brengen van terrein en infrastructuur”, vertelt directeur Yves Peeters. “We hebben het opgericht voor het grote publiek in maart 2008. Tot dan verkochten we voornamelijk materiaal zoals kaarten, cd’s en dvd’s. De komst van de iPhone betekende voor ons een nieuw begin. Voor je op vakantie vertrekt, kun je onze app SityTrail downloaden, ofwel via de AppStore als je een iPhone of iPad hebt, ofwel op Google Play als je een smartphone of tablet met Android hebt. Je kunt een maand- of jaarabonnement nemen. Met de app kun je dan wandelingen of fietstochten zoeken die andere leden aanbieden. De SityTrail-gemeenschap telt in 5 jaar tijd al bijna 140.000 gebruikers. Zodra je je keuze gemaakt hebt, scan je de tocht(en) via de QR -codes en ter plaatse hoef je alleen maar de aanwijzingen te volgen. De routebeschrijvingen zijn heel nauwkeurig aangezien ze gebaseerd zijn op de kaarten van IGN , onze partner in België, Frankrijk, Zwitserland en sinds afgelopen zomer ook Nederland.”

Gratis wandelgidsen

Het succes van SityTrail ging niet onopgemerkt voorbij. SityTrail France sleepte in 2012 immers de Géoportail-prijs van IGN in de wacht in de categorie ‘vrije tijd en cultuur’. Daarna ontwikkelde Geolives een tweede app, SityTour, waarmee toeristische operatoren zelf wandelingen met commentaar kunnen publiceren in de vorm van wandelgidsen. “Dan gaat het om meer uitgewerkte wandelingen, met aandachtspunten met tekst, foto’s, audiobestanden… Je hoort een signaal als je in de buurt van zo’n punt komt”, legt Peeters uit. De tochten worden aangeboden door groepen van gemeentes (GAL), Diensten voor Toerisme of verenigingen. Het Commissariaat-Generaal voor Toerisme stelt zo wandelingen in de kijker in de gemeenten Marche-en-Famenne, Rochefort, Durbuy, Hotton, Nassogne en Somme- Leuze, die ze gegroepeerd hebben om het Land van Famenne te promoten. In december 2012 beslisten de gemeentes Spa, Jalhay, Stavelot, Theux en Trois-Ponts om hetzelfde te doen voor le Pays des Sources met een honderdtal wandelingen. Ook Natura 2000 heeft een uitgebreide catalogus opgesteld om de troeven van heel Wallonië uit te spelen.

Het grote voordeel van SityTour is dat de app en de kaarten gratis zijn voor het grote publiek. Het zijn immers de operatoren die het systeem financieren. Bovendien hebben bezoekers geen internet meer nodig zodra de app gedownload is. Als je nog niet weet waar naartoe voor je thuis vertrekt, kun je altijd nog een keuze maken uit de tochten van de Dienst voor Toerisme. Een smartphone en wi f i z i in da n genoeg. Ideaa l voor Nederlandse toeristen, die zo dol zijn op onze Ardennen.

informatie

Centre de développement Geolives
Liège Science Park
Avenue du Pré Aily 24
B-4031 Angleur
+32 (0)4 361 47 42
www.geolives.be

 
nBeschrijving van de app

• Download bij de toeristische operatoren de wandelingen met de daarbij behorende kaarten en multimediale inhoud.
• Na het downloaden kun je zonder internetverbinding de wandelingen volgen.
• De aandachtspunten worden automatisch opgestart en de teksten kunnen gelezen worden met tekst-naar-spraak omzetting.
• Bij afwijking van de gevolgde route krijg je een geluidssignaal.
• Informatie beschikbaar in verschillende talen.
• Beschikbaarheid van een Google routeplanner naar een aandachtspunt of vertrekpunt van een wandeling.
• Bekijk op OpenStreetMap de wandel- en fietsnetwerken van de toeristische operatoren. In Wallonië zijn dat bijvoorbeeld het RA VeL-netwerk en het fietsnetwerk van het Pays de Famenne.
• Herkenning van de QR-codes van SityTour om rechtstreeks een digitale gids te downloaden of van de QR-codes die toegang bieden tot webpagina’s.
• Toegang tot toeristische informatie via plaatsbepaling per satelliet: artikelen in Wikipedia, logies, restaurants, musea, bezienswaardigheden… 
 Raadpleeg de weersvoorspellingen voor de komende vier dagen volgens jouw positie op de kaart.
• Bewaar jouw eigen herkenningspunten op de kaart.
• …

Het dataverkeer in de industrie blijft toenemen. Hoe sorteer je die gegevens in het hart van de big data? DATAmaestro®, een intelligent analyse- en databeheerprogramma biedt het antwoord.

In 2002 richtte Philippe Mack het bedrijf PEPITe op, dat de grote industriëlen sindsdien helpt om hun informaticagegevens optimaal te benutten. DATAmaestro®, het superintelligente softwareprogramma dat PEPITe ontwikkelde, stelt ons in staat om in databases de witte raaf, de edelsteen, de goudklomp (pépite) terug te vinden. De analyse van de immense hoeveelheid big data brengt aan het licht welke verbeteringen mogelijk zijn in het productieproces. Hierdoor kunnen kosten worden bespaard op het gebied van arbeidstijd, grondstoffen en energie.

Philippe Mack is ingenieur elektromechanica, afgestudeerd aan de Universiteit van Luik. Voor zijn afstudeerproject bedenkt hij het softwareprogramma PEPITO®, waarvan hij een model opstelt, bouwt en test. Het is de voorloper van DATAmaestro®. In de eerste plaats ontwerpt hij het softwareprogramma voor een mkb-bedrijf uit Verviers dat gespecialiseerd is in beeldproductie, maar later test hij het in de onderzoekslaboratoria van de universiteit.

Aan het eind van zijn doctoraat (2002) richt hij het bedrijf PEPITe op, een spin-off van de universiteit. Op dit moment werken er tien mensen in het kantoor in Luik en twee in het bijkantoor in het Canadese Montreal. Ook werken er in verschillende landen lokale agenten aan de internationale commerciële uitbouw van ENERGYmaestro®, een afgeleid product van DATAmaestro®.

Duizend miljard kilobytes

Tegenwoordig heeft iedereen het over big data. We kenden al kilobytes en gigabytes. Vandaag de dag worden data gemeten in petabytes, oftewel duizend miljard kilobytes. Die exponentiële massa aan gegevens ontstaat enerzijds uit de diverse activiteiten van een bedrijf, maar komt ook voort uit het ongelooflijke aantal informatie-uitwisselingen binnen het bedrijf zelf, en tussen het bedrijf en zijn klanten, leveranciers en partners. We maken een bijna dramatische toename van digitale informatie mee, die niet of nauwelijks wordt geëxploiteerd. Uit dat idee is data mining voortgekomen, een zeer geavanceerde methode die het mogelijk maakt om grote volumes data automatisch te analyseren.

DATAmaestro® steunt op deze technologie. Dat is ook het geval voor ENERGYmaestro ®, het kleine ecologische broertje van het programma. “Je zou het idee kunnen vergelijken met een auto waarvan de boordcomputer aangeeft hoe je moet rijden om zo weinig mogelijk brandstof te verbruiken en toch even efficiënt en met evenveel vermogen en wegligging te rijden. ENERGYmaestro® laat het bedrijf zien wat ze moeten wijzigen of aanpassen aan hun manier van ‘rijden’ en op welk moment ze van versnelling moeten veranderen”, legt Philippe Mack uit. Het is een krachtig beeld en Philippe heeft het al vaak aangehaald.

Het systeem is gebaseerd op DATAmaestro ®, maar ook - en vooral - op meer dan tien jaar ervaring in de industrie en is perfect afgesteld op de markt. Het gaat niet alleen om een product of software, maar om een totaaloplossing: een dienst die voor het bedrijf op maat is gemaakt. Binnen het bedrijf neemt het project drie maanden in beslag, opgesplitst in verschillende fasen. In de eerste fase is er een ‘flash’-audit: gedurende vijf dagen worden de data die het bedrijf bij het productieproces genereert permanent geanalyseerd. In een tweede fase wordt er gebrainstormd over deze processen. “Die meetings zijn superbelangrijk, omdat ze de mensen die het productieproces sturen het project helpen te doorgronden en te begrijpen waarom zij hun manier van werken moeten aanpassen”, legt Philippe Mack uit. De operatoren krijgen dan opdrachten en er worden realtime meetmodules geïnstalleerd. Meteen al zijn de resultaten zichtbaar, en de besparingen op de energiefactuur zijn indrukwekkend. Klanten als Prayon, Arcelor, Total of Valeo hebben ervaring met de PEPITe-oplossing en hebben er jaar na jaar profijt van.

PEPITe In cijfers

Green impact

Grote industriële concerns breken zich nog niet vaak het hoofd over energiebesparingen. Heel vaak is de enige manier om de energie- uitgaven te meten de factuur die ze ontvangen. Ze kunnen hun productieprocessen dus niet aanpassen aan de hand van maandelijkse of kwartaalaudits. “Er wordt niet genoeg gepraat over mogelijke besparingen. Energiebesparingen hebben een directe impact op de industriële rentabiliteit”, benadrukt Philippe Mack.

Als er over energie wordt nagedacht, wint de ecologische gevoeligheid het vaak van financiële besparingen. Het lijkt op het eerste gezicht meer ecologisch om een windmolenpark te bouwen dan om het energieverbruik te verminderen. Maar een windmolen produceert maar 10% van de tijd energie en de investering is enorm hoog. Verstandig energie verbruiken is een heel jaar door doeltreffend en de resultaten zijn het eerste jaar al merkbaar. Philippe Mack: “Economisch gezien hebben de grote lobby’s er natuurlijk geen belang bij dat er minder energie wordt geconsumeerd. Maar de industriëlen wel.”

PEPITe is redelijk uniek op de markt van big data en data mining. Het bedrijf vindt steeds meer nieuwe klanten en partners en vaart mee op de golf van greenpower om zijn topproduct te ontwikkelen. Sinds de oprichting in 2002 is PEPITe constant gegroeid, van een omzet van € 100.000 in 2003 tot € 1,2 miljoen in 2013. De Waalse economie is een goudmijn voor technologische innovatie en PEPITe is daar maar weer eens een bewijs van.

 

Oh ! Green

Het adviesbureau McKinsey & Company toonde in 2009 in een studie aan dat de mogelijke energiebesparing in België aanzienlijk is. In 2005 bedroeg het bruto binnenlands energieverbruik 368 miljoen BOE; voor de industrie alleen al was dat 144 miljoen BOE. Volgens McKinsey kan er 75 miljoen BOE (of 28%) energie worden bespaard, wat voor België neerkomt op een besparing van € 5,2 miljard op de energierekening tegen 2030.

 

PRAYON : een schoolvoorbeeld

Het Luikse bedrijf Prayon is al meer dan een eeuw wereldleider op het gebied van de productie van voedingsfosfaten. Het productieproces is enorm energieverslindend. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hun energiefactuur in de duizenden euro’s loopt. In 2010 verminderde de hoofdvestiging in Engis de ecologische voetafdruk aanzienlijk: het verbruik van gas en elektriciteit werd beperkt, het verbruik van olie werd geëlimineerd en de CO2-uitstoot werd verminderd. Het waren bevredigende resultaten, maar ze wilden meer en deden een beroep op PEPITe. In amper zes maanden ging de energiefactuur van de vestiging in Engis met € 250.000 naar beneden. Het heeft maar drie maanden geduurd om ENERGYmaestro® te implementeren en het heeft geen extra investering gekost. Op dit moment bespaart Prayon bijna € 1 miljoen per jaar.

 

informatie

PEPITe
Avenue de l'Obervatoire, 347
B-4000 Liège
+32 (0) 4 225 58 10
www.pepite.be

CMI, of hoe je in Seraing je omzet verdrievoudigt en 18% meer mensen aanneemt in de staalindustrie.

Het bedrijf CMI in Seraing heeft een lange geschiedenis, die nu al bijna twee eeuwen duurt. Een geschiedenis die ons onderdompelt in een verleden met zwarte gezichten waar het zweet afdruipt, knowhow en trots. In 1817 werd de Engelsman John Cockerill door Willem I van Oranje belast met de uitbouw van de industrie in de Luikse regio. Hij kocht de oude zomerresidentie van de prinsen van Luik in Seraing, aan de oever van de Maas. “Zet onbevreesd uw grote ondernemingen voort en weet dat de koning der Nederlanden altijd geld heeft ten dienste van de industrie”, vertelde de vorst hem, die in die tijd het gezag uitoefende in de provincie Luik. Cockerill was een ambitieus en visionair man. Hij bouwde eerst de machinebouw en later de staalindustrie uit in wat de Stad van IJzer werd, en werd legendarisch toen hij er de eerste rails, wagons en locomotieven van België bouwde. In 1835 werd hier ‘le Belge’ gebouwd, de allereerste stoomlocomotief op het Europese continent.

In de 19de eeuw breidde het concern Cockerill zijn activiteiten uit: de bouw van hoogovens, de productie van een eerste kanon, de perfectionering van dieselmotoren voor hun locomotieven en ga zo maar door. In 1800 was Seraing een groot dorp met niet meer dan 1818 inwoners. Onder invloed van de energieke Engelsman werd het omgevormd tot de hoofdstad van de industriële revolutie en bleef er niets van het oude dorp over. In 1842 schreef Victor Hugo: “Het was alsof er een vijandelijk leger door het land was getrokken, en er twintig dorpen had geplunderd, die u in deze droefgeestige nacht alle facetten en alle fasen van een brand laten aanschouwen: hier verzengend, daar vol rook en elders gloeiend. Dit oorlogstafereel speelt zich in vredestijd af; dit afgrijselijke evenbeeld van een verwoesting wordt door de industrie voortgebracht. U aanschouwt gewoon de hoogovens van de heer Cockerill.”

In de 20ste eeuw werden de productie van elektrische apparatuur uitgebouwd en kwamen er onderhoudsdiensten bij. In 1982 werd de afdeling Construction Mécanique de Cockerill een zelfstandige dochteronderneming van Cockerill Sambre. Deze dochteronderneming ging verder onder de naam Cockerill Mechanical Industries, afgekort tot CMI. Twintig jaar later verkocht Usinor, een aandeelhouder van Cockerill Sambre, CMI aan een private investeerder. Deze is vandaag nog steeds de eigenaar van de onderneming. Ze behielden de afkorting CMI, maar noemden het bedrijf Cockerill Maintenance & Ingénierie: “Om op die manier de nadruk te leggen op onze twee basisactiviteiten, engineering en onderhoud, die we ten volle willen exploiteren.” In het eerste decennium als zelfstandig bedrijf heeft CMI zijn omzet en orderboekje verdrievoudigd en in Luik 850 mensen aangenomen. Dat is een toename van het aantal Luikse arbeiders met 18%. Dit aanzienlijke succes is een sprankje hoop in een industrieel landschap dat voor de rest in verval is.

De dirigent van dit succesverhaal is Bernard Serin, die toevallig een naam heeft die je net zo uitspreekt als de naam van zijn geliefde stad. Serin is afkomstig uit het Noord-Franse Metz en heeft carrière gemaakt in de staalindustrie. Altijd heeft hij naar risicospreiding gestreefd. “Toen ik hier in 2002 arriveerde, had CMI twee decennia van sociale, commerciële en financiële problemen achter de rug”, herinnert de baas zich. “De engineeringactiviteiten hebben een cyclisch karakter, en dat had een te grote invloed op onze resultaten. Daarom hebben we besloten onze service- en onderhoudsactiviteiten nog verder uit te breiden.”

Diversificatie

Om die reden heeft CMI Services zijn horizon verbreed op het gebied van windmolens, petrochemie en kerncentrales. Het heeft onder andere Total Petrochemicals, Electrabel, Segal en Techspace-Aero als klant. Maar Bernard Serin heeft ook ingezet op een technologische en geografische diversificatie. “Ondanks de crisis hebben we ook geïnvesteerd in onze drie engineeringmarkten (defensie, energie en staal) en hebben we een marktaandeel verworven in milieutechnieken. Op die manier hebben we de conjunctuur tot nu toe het hoofd kunnen bieden”, legt hij uit. CMI heeft in België meer dan 1.250 medewerkers, waarvan duizend in Luik.

In deze mondiale economie moeten de industriële concerns ook over de grens durven te kijken. Sommigen doen dat ten koste van de Waalse werkgelegenheid, maar CMI heeft, met vestigingen in de VS, Luxemburg, Duitsland, Rusland, India, China en Brazilië, tot nu toe een mooi evenwicht kunnen bewaren tussen de geografische uitbouw en het behoud, zelfs de toename van het aantal werknemers in Europa. “CMI is op wereldniveau een ambassadeur geworden van de Waalse knowhow”, vertelt de man die de teugels in handen heeft.

In mei dit jaar heeft CMI Energy een contract binnengehaald voor de levering van een staande boiler voor warmterugwinning aan het Tunesische Sousse. In augustus tekende CMI Industry een contract met de Verenigde Arabische Emiraten voor de levering van een nieuwe pletwals en galvaniseerlijn en voltooide CMI Services de renovatie van twee treinlocomotieven voor Ivoorkust. “Door internationaal te gaan, kunnen we inspelen op orders uit de hele wereld”, voegt de baas eraan toe. Maar Wallonië wordt daarbij niet vergeten. In tien jaar tijd heeft CMI niet minder dan € 55 miljoen geïnvesteerd in zijn activiteiten, gebouwen, machines en meubilair. Dat omvatte de uitbreiding van het hoofdkantoor in Seraing, de historische vestigingsplaats. Op die manier legde CMI – zoals wel vaker – de verbinding tussen het verleden en het heden.

 

In cijfers

CMI telde in 2012 3.677 werknemers, vooral in Europa (62%), India (17,8%), Brazilië (13%) en de Verenigde Staten (5%). 38% van het personeel is arbeider en 62% servicemedewerker. De meeste werknemers vinden we in België (1.271), Frankrijk (896) en ten slotte India (654).

In 2012 had CMI een omzet van € 792,8 miljoen. Alleen al in 2012 nam het bedrijf wereldwijd 762 nieuwe werknemers aan. Daarvan kwamen er 118 uit de Luikse regio.

“Omdat een mens zonder herinnering een mens zonder leven, een volk zonder herinnering een volk zonder toekomst is.”
Franse maarschalk Ferdinand Foch

 
 

Pierre Beugnier

De architect Pierre Beugnier is de algemene coördinator van het project. Hij is de rechterhand van Jacques Smits, die de algemene leiding heeft over de renovatie van deze ruimte van 14.000 m². Door de haalbaarheidsstudie van Beugnier zijn de overheid en de financiële partners ervan overtuigd dat het een mooi en relevant project is. Het is ook dankzij zijn werk dat bepaalde delen van het gebouw beschermd worden: de twee façades, de trap aan de kant van de Sauvenière en de glazen tegels die de gevel aan de kant van Neujean versieren. “Het was moeilijk om de leiding van het gebouw ervan te overtuigen dat het mogelijk was om de ruimten met elkaar te verbinden door er andere functies aan toe te voegen dan diegene waarvoor het gebouw werd ontworpen, zonder iets af te breken maar door dingen te verbeteren en weer tot hun recht te laten komen”, legt Pierre Beugnier uit. De stad Luik draagt het gebouw over aan Mnema en Thierry Moxhet, Fabian Gerardy en Pascal Jacques beginnen de plannen uit te tekenen. Zij werken voor Triangle Architectes SCCRL, een bedrijf dat werd opgericht door Pierre Beugnier maar waar hij zich uit teruggetrokken heeft. Pierre Beugnier adviseert Mnema op technisch-artistiek niveau. Er wordt een grote ploeg samengesteld. Andere bureaus dragen hun expertise aan: een bureau gespecialiseerd in bijzondere technieken, een studiebureau dat de stabiliteit berekent, een scenograaf en een akoestisch ingenieur. Later komen er aannemers bij, aangesteld na openbare aanbestedingen volgens Europese normen. “Dit gebouw is in al zijn onderdelen een reusachtige uitdaging. Je moet misschien gek zijn om deze renovatie aan te pakken, maar je moet vooral van het gebouw houden. Het is een plek waar je je aan hecht en waarvan je wilt dat ze blijft bestaan. Bijna alles is zogoed als helemaal gesloopt, omdat het zo oud was, maar de heropbouw is in de geest van het originele gebouw gebeurd.” De tijdgeest is bewaard, maar vooral op het energetische vlak is de techniek bij de tijd: ledlampen, ventilatiesysteem, centrale verwarming met warmterecuperatie, superisolerende beglazing…

Op 17 januari 2014 gaat de Cité Miroir open voor het publiek en vanaf dan zullen er heel wat culturele evenementen worden georganiseerd.

Er zullen twee soorten events zijn: diegene die Mnema organiseert, en die van andere instellingen, die van de infrastructuur van de Cité Miroir gebruik zullen kunnen maken voor hun eigen culturele activiteiten. Er is slechts één voorwaarde: het event moet absoluut een logisch verband hebben met de f i losof ie en doelstel l ingen van Mnema. “Onze infrastructuur moet niet alleen worden gekozen om wat ze is, maar ook om wat ze vertegenwoordigt. Doordat we de dingen op die manier bekijken, worden wij geen concurrenten van de overige culturele organisaties in Luik. De activiteiten zullen zo gericht zijn op onze doelgroep, dat het alleen maar gepast en logisch kan zijn om ze in de Cité Miroir te organiseren. Wij willen bruggen bouwen tussen de verschillende publieken en het diverse culturele aanbod. Dus, geen concurrentie, maar zeker wel samenwerking”, legt Jean-Michel Heuskin uit. Praktisch gezien stelt Mnema voor wie gebruik wil maken van hun gebouw, naast de zalen ook een loket, een ticketbalie en drie verdiepingen met horecazaken ter beschikking. Er zullen ook banen worden gecreëerd. Ook op dat punt blijft de vzw trouw aan zijn principes: hij gaat al meteen voor tewerkstelling en beroepsopleiding in de cultuursector samenwerken met het plaatselijke OCMW. Maar Mnema kijkt ook verder dan de eigen streek en voorziet ook samenwerking binnen de Euregio, met op termijn opvoeringen die in het Nederlands, Duits en Engels zullen worden vertaald.

 

Op het programma

 Tijdens het open weekend van 17, 18 en 19 januari 2014 zal het publiek de mogelijkheid hebben om te investeren en zich de nieuwe ruimten toe te eigenen. Er zullen videoprojecties en een fototentoonstelling zijn over de vooruitgang van de werken, naast een aantal gratis muziekspektakels en toneelopvoeringen. Op 16 januari al zal Abdou Diouf, secretaris-generaal van de Francofonie en gewezen president van Senegal, de reeks tweemaandelijkse conferenties ‘Dialogue des Cultures’ inleiden, die onder meer zullen gaan over het probleem van de minderheden, de migratie en de interculturaliteit.

 Van 2 tot 15 februari zal het festival ‘Paroles d’Hommes’ in de Cité Miroir zijn 13de editie houden. Het basisthema van het festival is de mensenrechten. Er zijn twee theateropvoeringen: Le peuple de la nuit en Un Paradis sur Terre , en een concert van Angélique Ionatos , Et les rêves prendront leur revanche.

 Op 11 februari zal het publiek opnieuw kennis kunnen maken met L’Étranger van Camus (van wie pas het honderdste geboortejaar werd herdacht), in samenwerking met het Théâtre de Liège en het festival Pays de Danses. In maart komt hierop een vervolg, deze keer in samenwerking met het CAL (Centre d’Action Laïque de la Province de Liège), met À la découverte d’Albert Camus.

 Een primeur voor Luik! Van 20 tot 22 februari wordt, in samenwerking met de Territoires de la Mémoire het toneelstuk Le Carnaval des Ombres opgevoerd. Het is een fascinerend autobiografisch verhaal, geschreven door Serge Demoulin. Het gaat over de incorporatie van de Oostkantons door nazi-Duitsland en de gevolgen die vandaag nog steeds voelbaar zijn.

 De vzw Les Grignoux organiseert de internationale Biënnale van de Fotografie met twee tentoonstellingen, van 15 tot 25 mei.

 Na Parijs, Marseille en Vaison-la-Romaine zal het festival Au Fil des Voix zijn tenten opslaan in de Cité Miroir, en drie muzikale voorstellingen brengen die de culturele diversiteit in de kijker zetten. Van 20 tot 22 maart.

 De slotavond van de wedstrijd Aux encres citoyens ! Aux encres et cetera, een initiatief van het Maison des Sciences de l’Homme van de ULg, vindt plaats op 26 april. In de herfst van 2013 werd deze wedstrijd voor leerlingen van het hoger middelbaar onderwijs gelanceerd, met als doel een podium te bieden waar jonge burgers zich kunnen uiten. Het uitgangspunt is een citaat van Amin Maalouf. Ze kunnen zelf hun uitdrukkingsvorm kiezen (slam, gedicht, pleidooi) en de laureaten van de geschreven proef zullen in het openbaar hun ideeën verdedigen.

 Vanaf januari zullen op de ‘Mercredis de Mnema’ één keer per maand theater- en poëziecreaties worden voorgesteld, zoals bijvoorbeeld op 26 februari Bien au-dessus du silence, waarin vijf personages oude of hedendaagse gedichten ten gehore brengen, waarin onze betrokkenheid bij de wereld wordt onderzocht.

 Ook film krijgt natuurlijk een plaats in de programmatie, en er is elke maand één voorstelling. De eerste vindt plaats op 28 januari, met Ce n’est qu’un début, een film over de vorming van een filosofie-atelier in een kleuterschool.

 Er is ruim plaats voor theater. Noteer alvast Le journal d’un poilu (14 maart), Têtes à claques (16 maart), Sans ailes et sans racines (4 april), La vie c’est comme un arbre  (9 mei) en Celui qui se moque du crocodile n’a pas traversé la rivière (16 mei).

 Op 23 mei wordt het seizoen afgesloten met een concert van Las Hermanas Caronni, twee tweelingzussen van Argentijnse origine, die gepokt en gemazeld zijn in de tango en de opera, en de invloeden hebben ondergaan van de Zwitserse, Italiaanse, Russische en Spaanse cultuur van hun familie.

 

Permanente tentoonstellingen

In de Cité Miroir zullen er twee permanente tentoonstellingen zijn.

⇒ De eerste, Plus jamais ça ! Parcours dans les camps nazis, is een creatie van Territoires de la Mémoire en is sinds haar ontstaan in 2000 een enorm succes. Het is een bewust sober parcours dat alle fases schetst die een gevangene in een naziconcentratiekamp doorliep, van de arrestatie tot de overvolle wagons, van de dwangarbeid tot de verbrandingsovens. Het is een symbolisch parcours dat gebaseerd is op de ervaringen van drie belangrijke stichtende leden van Territoires de la Mémoire: René Deprez, Guy Melen en Paul Brusson, die alledrie de kampen overleefden. Meer dan 200.000 bezoekers in 10 jaar, en zoals Jacques Smits graag opmerkt, ‘een plek die op natuurlijke wijze respect oproept bij alle generaties, want er is nog nooit één spoor geweest van vandalisme of vernieling.’ Een nieuwe plek nodigt uit tot een aanpassing, en de tentoonstelling wordt uitgebreid met twee nieuwe stations die de aberraties van andere, helaas recentere, dictatoriale en genocidale regimes in het licht stelt. We mogen ook de ‘grijze zone’ niet vergeten, waarin de bezoeker zich af kan vragen wat hij of zij in dezelfde situatie gedaan zou hebben. Het is een fundamentele vraag waar geen oordeel of wrok op volgt, maar die nodig is om je bewust te worden van de soms nauwelijks zichtbare mechanismen die ertoe leiden dat ‘normale’ mensen beulen worden. 

 De tweede tentoonstelling, Entre galeries et forges. Histoires d’une émancipation, gaat over de sociale verworvenheden. We volgen een familie over verschillende generaties heen, van de industriële revolutie tot onze tijd. Het algemene stemrecht, betaalde vakanties, het recht op staken, de sociale zekerheid: … het zijn allemaal voordelen die door actie zijn afgedwongen en in sommige landen nog niet bestaan. Als je leert dat er voor deze rechten strijd moest worden geleverd, kun je ze beter waarderen, maar word je je ook bewust van rechten die nog niet verworven zijn.

 

De overdracht van herinneringen als studieobject

Philippe Raxhon is hoogleraar Geschiedenis aan de Université de Liège en bestuurslid van Territoires de la Mémoire. Hij werkt aan de oprichting van een studie- en onderzoekscentrum over de overdracht van herinneringen. Dit centrum, dat op hetzelfde moment als Mnema boven de doopvont wordt gehouden, heeft het geheugen als studieproject. De missie: de mechanismen en de uitdagingen van het geheugen begrijpen en wetenschappelijke analysetools ontwikkelen om een expertise bij te dragen aan de projecten in dit domein, o.a. het herdenkingstoerisme, een toekomstgerichte sector. Het centrum is ontstaan aan de afdeling Hedendaagse geschiedenis van de ULg, maar wil interuniversitair en interdisciplinair werken. Er zullen universitaire experts meewerken van de Fédération Wallonie- Bruxelles die gespecialiseerd zijn in verschillende domeinen van de menswetenschappen. Philippe Raxhon vertelt: “Het centrum zal een plaats zijn die openstaat voor de maatschappij en de wereld, waar we samenkomen om aan projecten te werken met een maatschappelijke maar ook een wetenschappelijke insteek.” Het zal eveneens een leerplek zijn, met theoretische opleidingsmodules maar ook een praktischer aanpak die zijn expertise uit de werking van het geheugen haalt. “De tijdgeest is rijp voor zo’n centrum. We komen in een ‘Momentumperiode’, met een aantal grote herdenkingen zoals die van het begin van de Eerste Wereldoorlog (100 jaar geleden in 2014), en in 2015 de Bevrijding (70 jaar geleden), en de Slag bij Waterloo (200 jaar geleden). Het zijn gebeurtenissen die Europa fundamenteel veranderd hebben en die allemaal in Wallonië hebben plaatsgevonden. Onze regio is een echte route voor Europese invasies, op het geografische en geopolitieke kruispunt van de grote conflicten, waardoor we een rijke en pijnlijke geschiedenis hebben. Het is dus niet zonder betekenis dat dit centrum hier het licht ziet.” Naast deze gebeurtenissen is er ook het gunstige effect van het ‘décret mémoire’ dat de regering van de Franstalige Gemeenschap in 2009 heeft goedgekeurd en dat heeft geleid tot de oprichting van een ‘Raad voor de overdracht van de herinnering’, die wordt voorgezeten door Ph. Raxhon. Van 10 tot 12 maart 2014 organiseert het nieuwe centrum in de Cité Miroir een inauguraal wetenschappelijk colloquium, Persécution et résistance en Italie. De la période fasciste à l’invasion nazie (Vervolging en verzet in Italië. Van de fascistische periode tot de invasie door de nazi’s), waarin de oorsprong van het fascisme wordt bestudeerd. Met medewerking van Belgische en Italiaanse specialisten.

 

Amis et citoyens de Mnema

Zowel bedrijven als individuen kunnen een bijdrage leveren waardoor ze ‘volwaardig burger’ van Mnema worden. Wie een financiële participatie neemt, verbindt zich met het project en geniet tal van voordelen op de activiteiten.
www.mnema.be

Your opinion counts