Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

het “vrouwenkasteel”

Op het 100 jaar oude landgoed, aan de poort van Spa, ligt het kasteel van Balmoral verborgen op de heuvel van Jalhay. Sinds zijn renovatie in 2012 herbergde dit originele huurhuis al verschillende activiteiten maar het is eveneens een historische plaats waarvan de geschiedenis van generatie op generatie, van vrouw op vrouw, werd doorgegeven. 

 

Van vorm is het herenhuis eerder een kubus, gemaakt van stenen en bakstenen en voorzien van verschillende torentjes. Het landgoed bevindt zich aan het einde van een paadje dat uitkomt op de hoofdweg van de Balmoralbuurt. Het achterterras heeft een duizelingwekkend uitzicht op het meer van Warfaaz. Eens je over de drempel bent, kom je in een andere wereld terecht: tussen oud en nieuw, in verscheidene sferen en culturen, met vele kamers op meerdere verdiepingen met ieder hun levensverhaal in dit herenhuis dat in de loop van de tijd tot ‘kasteel’ werd omgedoopt.

Een mix van middeleeuwse en Anglo-Normandische invloeden maakt het kasteel tot een verrassende plek, net als de fantastische schoorstenen die boven de daken uit kronkelen. Vanuit de hoektoren heb je een panorama van 180 graden.

Het huis is niet alleen bijzonder door zijn ligging en architectuur”, vertelt de huidige eigenares Sandrine Derkenne, “maar ook door de bewoners ervan. Deze plek werd uitgekozen door baron Jean de Crawhez, wiens broer, Joseph, burgemeester van Spa was in 1920. De bouwwerken op een ruw terrein van een tiental hectaren begonnen in 1912, onder leiding van architect Charles Castermans en aannemer Viatour.

Enkele jaren later erft Diane, de dochter van Baron de Crawhez, het huis. In 1934 trouwt ze met baron Ferdinand-Charles Poswick, maar ze woont alleen in het kasteel. Zij is de eerste vrouwelijke eigenaar.

Industriëlen en “vuurvaste blokken”
In 1965 wordt het kasteel van Balmoral te koop gezet door Diane Poswick-Crawhez omdat ze dichter bij haar kinderen in Brussel wil wonen. Het wordt het jaar daarna gekocht door Eugène Deketelaere, een Brusselse industrieel die carrière heeft gemaakt in vuurvaste producten die dienen om glasovens te bouwen die vooral in Europa worden gemaakt door SEPR (Société européenne des produits réfractaires), dat vandaag deel uitmaakt van de groep Saint-Gobain.

In de jaren 60-70 begon hij overal in Europa vuurvaste blokken, die weggegooid zouden worden, bij elkaar te sprokkelen. Gedurende jaren stapelde hij die op rond het kasteel, op de parking, op de grasperken, in de bossen en in de kelders. Hij was ervan overtuigd dat hij tot een recyclageproces kon komen door de blokken te smelten en in nieuwe vormen te gieten (in hars) en op die manier nieuwe blokken zou kunnen produceren.

Aan het eind van de jaren 70”, vervolgt Sandrine Derkenne, “liet hij het kasteel na aan mijn grootmoeder, Lucienne Hendrickxs. Haar echtgenoot was bij zijn minnares gaan wonen en ze leefde er alleen tot aan haar dood in 2005, waarna haar dochter, Chantal, zich erover moest ontfermen en de blokken moest opruimen. Mijn moeder trouwde met Jean-Marie Derkenne, een burgerlijk ingenieur uit Stavelot, die eindelijk een systeem vond om de blokken van zirkonium-aluminiumoxide-korund te smelten!

Een prestigieus toeristisch huurhuis
Mijn ouders kochten een oude mijnsite in Tertre, in Henegouwen, om hun zaak te laten groeien en stichtten in 1977 de maatschappij Zircor Electrofusion, die furore maakte in de jaren 80-90 en verschillende exportprijzen won. Dankzij die groei, konden verschillende werken worden uitgevoerd aan het kasteel Balmoral (elektriciteit, dakwerken, verwarming …). Mijn jongste broer en ik zijn daaruit voortgekomen, we zijn opgegroeid in de Borinage. Na haar scheiding in 1998, ging mijn moeder terug bij mijn grootmoeder wonen in het kasteel waarvan zij de eigenares was geworden. Zij is de derde vrouwelijke eigenaar.”

De rest van het verhaal is meer bewogen omdat de vader van Sandrine in 2005 in een vliegtuigongeluk overlijdt. Haar moeder vertrekt dan naar de Borinage om het bedrijf dat zienderogen achteruitgaat, over te nemen. Het kasteel wordt verhuurd aan een ondernemer uit Spa die het herinricht tot prestigieus huurhuis.

Ik nam het terug over in 2012”, gaat de huidige eigenares verder. “Ik richtte mijn maatschappij SD Events op en begon met de renovatie van het gebouw. Ik maakte een appartement in de kelder waar ik gedurende 6 jaar samen met mijn dochter Margaux woonde. In 2014 vernieuwde ik de tweede verdieping, waar vroeger het personeel verbleef, zodat we 6 kamers extra hadden. Uiteindelijk ben ik dat jaar naar Spa verhuisd, naar een rustigere plek voor ons zodat er nog eens 6 kamers in de kelder konden worden ingericht.

Bellavilla

Feesten en events
Balmoral telt vandaag vier suites met privé-badkamers en dertien kamers met 5 gemeenschappelijke badkamers en een verwarmd buitenzwembad.

Het kan rechtstreeks worden gehuurd of via tussenpersonen. Het tarief hangt af van het seizoen, het aantal verhuurde verdiepingen en van het soort event, dat kan gaan 2000 tot 7000 euro per weekend.

Het kasteel is populair voor het organiseren van huwelijksfeesten maar het wordt ook gehuurd voor seminars, familiefeesten of vriendengroepjes (10 tot 34 personen), fotoshoots, kledingverkoop, filmopnames, televisieprogramma’s, videoclips (Suarez, Caballero & Jeanjass, Gladys, Antoine Chance, Delta …), stylingsessies met David Jeanmotte, galabals, feesten, afterworkparty’s … Aan ideeën geen gebrek. Alle elementen zijn aanwezig om een onvergetelijk moment te beleven op een ongebruikelijke plek, waarbij we de wandelingen, de thermen in Spa, het casino, het racecircuit enzovoort niet mogen vergeten.

Volgende erfgename op de lijst: de jonge Margaux. Zal zij de vijfde vrouwelijke eigenaar van Balmoral worden? Dat komen we pas over enkele jaren te weten ...

“Krijgers” in het kasteel
Het kasteel van Balmoral, in Schotland, heeft regelmatig bezoek van zijn eigenaar (koningin Elisabeth II) en haar familie, terwijl zijn naamgenoot in Spa meer strijdlustige gasten op bezoek heeft gehad. Tijdens de eerste wereldoorlog, verbleef generaal Erich Ludendorff, de rechterhand van von Hindenburg (de beroemde zeppelins) van stafchef Kaiser, er kort. In 1918, werd het domein bezet door graaf Georg von Hertling, kanselier van het Keizerrijk en minister-president van Pruisen. In 1920, tijdens de diplomatieke conferentie van Spa, “veranderde” men van kamp: het kasteel werd ter beschikking gesteld van David Lloyd George, de toenmalige Britse premier …

 

+32 (0) 478 27 76 00

[email protected]
www.lechateaudebalmoral.be

Paolo Bari, de luxetas voor mannen

Durver en doordrijver Paolo Bari richtte in juli 2017 zijn eigen merk van lederen herentassen op, die in Napels worden gemaakt door een van de beste fabrieken ter wereld. De modellen van deze jonge Luikse ondernemer van 23 jaar zijn niet alleen elegant en rasecht van stijl, maar dulden geen enkel compromis inzake de kwaliteit van de materialen. “Men wil geen luxe die tot niets dient”, riep hij uit, toen hij in december een nieuwe reeks met drie elkaar aanvullende tassen van 100% Belgisch design uitbracht. Om de productie te financieren, koos de Luikse ontwerper voor een in de luxesector onbekend verkoopkanaal, namelijk een voorverkoopactie. Een gewaagde en moderne strategie, die het voluntaristische en strijdlustige karakter van deze jonge ondernemer weerspiegelt, die er een echt merkimago van maakt. Een tijdeloos cadeau voor uzelf of voor een ander!

www.paolo-bari.com

Gezondheid - Dim3 test zijn platformen in Texas

DIM3 is een in Medische Informatica & Elektronica gespecialiseerde Luikse firma. Ze ontwikkelt, produceert en verkoopt klinische expertiseplatformen om te helpen bij de medische besluitvorming. Aangezien kunstmatige voeding een belangrijk probleem is in ziekenhuizen – uit studies blijkt dat patiënten in intensieve zorgen slechts 50 tot 60% van de voorgeschreven kunstmatige voeding ontvangen en dat dit voedseltekort grote kosten veroorzaakt – heeft de onderneming zich op de eerste plaats toegelegd op de klinische voeding in de eenheden voor intensieve zorgen. Zo heeft Dim3 een digitaal hulpplatform voor medische besluitvorming ontworpen, dat Nutrow heet (software die aangesloten is op een voorziening voor gegevenstransmissie naar de voedingspompen) en dat de voedingstoestand van een patiënt in reële tijd opvolgt.

Tijdens de technologische missie naar Texas die eind september werd georganiseerd door het Waalse exportagentschap Awex, door Owin (het innovatienetwerk van het Awex) en door zijn Texaanse partners (waaronder de Texas A&M University), heeft Dim3 bevestigd dat de validering van zijn Nutrow-platform zeer binnenkort zou plaatsvinden in het CHI St. Joseph Hospital van Bryan. Daardoor zal de Luikse firma het gebruik van haar platform en van de economische en gezondheidsimpact levensgroot en op het terrein kunnen valideren aan de hand van een vergelijkend onderzoek dat 12 tot 15 maanden zou duren.

“Dit is een heel belangrijke fase voor ons”, verklaart Jean-Claude Havaux, de CEO van DIM3. “Ze vormt immers onze eerste stap voor het veroveren van de Amerikaanse markt en is het concrete resultaat van een jaar van contacten en verbeteringen aan het valideringsprotocol. Zo blijven we volledig in lijn met ons internationaal ontwikkelingsplan.”

Tot 2 juni 2019 kunt u zich in het station van Luik Guillemins laten onderdompelen in een gedenkwaardige periode uit de recente geschiedenis. De nieuwe tentoonstelling van Europa Expo biedt nostalgici en nieuwsgierigen een ervaring aan, die hun de “vrije” sfeer van de jaren 80 op meeslepende wijze laat herbeleven. Houd u klaar voor “Expo Generation 80”!

 
Alles speelt zich af op niveau 1 van de stationsparking, een ongewone plaats om een tentoonstelling te organiseren. Een ruimte met een oppervlakte van vijftienhonderd vierkante meter, een honderdtal schermen, meer dan 500 originele stukken die werden uitgeleend of verhuurd door musea, instellingen en privéverzamelaars. Een jasje van Freddie Mercury en van Madonna, de Formule 1 van Thierry Boutsen, Tatayet, tekeningen van Kroll, een hoofdkussen met de handtekening van Michael Jackson… Voorwerpen die worden gepresenteerd door een team van specialisten dat zes maanden werk heeft gehad voor het opzetten van de tentoonstelling die acht maanden zal duren en die 3,5 miljoen euro kost.

Het idee werd definitief goedgekeurd in de zomer van 2017. Het team van Europa Expo vatte toen de studiefase aan, namelijk het documentatiewerk en het zoeken van de topstukken bij verzamelaars en musea. Daarna moest het scenario worden geschreven, met de rode draad voor het indelen van de ruimten en de enscenering rond een tiental thema’s: nieuwe technologieën, grote gebeurtenissen, politiek, economie, humor, kunst, cultuur, sport, film... De meeste decors werden speciaal gemaakt voor die tentoonstelling. Nostalgici, nieuwsgierigen en de generatie die geen diskettes heeft gekend, zullen niet onberoerd blijven door hun bezoek aan die tentoonstelling.

Een duik in een gedenkwaardig decennium

“Expo Generation 80” zal de bezoeker onderdompelen in de jaren 80. Wie denkt dat dit decennium, dat zulke ongelooflijk diepe sporen heeft nagelaten in de geesten, zal worden uitgebeeld door middel van lange rijen aan de muren opgehangen kaders, staat een ontgoocheling te wachten. “Expo Generation 80” nodigt de bezoeker of de toeschouwer uit voor een meeslepende ervaring. Een echte dancing uit de jaren 80, waar men kan bewegen op het ritme van de “Vogeltjesdans”, de studio van een vrije radio, de set van het televisieprogramma “Champs Élysées” van Michel Drucker, de keuken van E.T… Manfred Dahmen, de pers‑ en communicatieverantwoordelijke van Europa Expo, legt de aanpak uit: “Het idee is het resultaat van een consensus binnen het team over de jaren 80. Ze vormen een actueel thema en hebben een diepe stempel gedrukt op de geschiedenis, zowel op technologisch als op politiek, economisch en cultureel vlak.”

Er is immers een tijd vóór en een tijd na die jaren. Het decennium stak vol nieuwigheden: de opkomst van zinderende technologieën, een rijke (pop)cultuur, grote vooruitgang in de geneeskunde, Voyager 2 in de ruimte… Een jeugd die proeft van de vrijheid die openbloeide na de sociale bewegingen uit 1968. Toch kende die periode een aantal schokkende feiten: de koude oorlog, de ontdekking van het aidsvirus, Tchernobyl, de val van de Berlijnse Muur…

Drie meeslepende voorstellingen

In “Expo Generation 80” loopt de bezoeker door drie speciale ruimten waarin “voorstellingen” worden gegeven. In de eerste bevindt de toeschouwer zich op een begraafplaats! En niet zomaar eender welke, maar die uit de beroemde videoclip “Thriller” van Michael Jackson, die in 1983 uitkwam. Een kortfilm van 14 minuten op 35 mm. Het lied begint, er gaat een graf open, er verschijnt een halfdode vrouw en een zombie opent een deur. Men stapt over de keien, lianen bedekken de muren, een avonturier en een edelsteen... De tweede voorstelling brengt de bezoeker naar de “Temple of Doom” van Indiana Jones (1984), de tweede van de reeks van vier films die door Steven Spielberg werd gemaakt over de avonturier Harrison Ford. De derde ruimte vormt het sluitstuk van het parcours met een beslissende gebeurtenis uit dat decennium, namelijk de val de Berlijnse Muur in 1989, met de mogelijkheid om zelf stukken van die muur uit te breken dankzij de technologie van de toegevoegde werkelijkheid…

De zevende keer voor Europa Expo !
Het is de zevende keer dat Europa Expo een tentoonstelling organiseert in het station van Luik Guillemins. De firma, die Europa 50 en Collections & Patrimoines omvat, werd opgericht door René Schyns uit Welkenraedt. Ze heeft zich al sinds meer dan 25 jaar gespecialiseerd in het “ontwerpen, produceren en organiseren van grootschalige tentoonstellingen”, zoals “SOS Planète”, “Golden Sixties”, “Liège Expo 14-18”, “J’aurai 20 ans en 2030”… Volgende herfst zal Egypte aan de eer zijn in dezelfde ruimte.

 www.europaexpo.be

Hoewel bewezen is dat slapen een weldadige invloed op de lichamelijke en geestelijke gezondheid heeft, blijft een middagdutje op het werk taboe in onze streken. Toch kunnen mensen op die manier snel hun stressniveau verlagen en eenvoudig hun batterijen opladen. Bedrijven die zo’n powernap aanmoedigen, zien hun productiviteit stijgen.

 

In de ogen van Sophie Geilenkirchen is het middagdutje een wapen tegen burn-outs. Als vurige ambassadrice steekt ze daarom al haar energie in de ontwikkeling van WorkInJoy. Dit op welzijn gerichte totaalconcept is een combinatie van herbronningsruimtes in bedrijven, thematische workshops en een mobiele app met gezondheidstips. De oprichtster van het in Luik gevestigde mkb-bedrijf, die daarnaast les in yoga, tai chi en pilates geeft, is afgestudeerd aan HEC Liège en werkte eerder als HR-directeur bij BEA en als financieel directeur bij Neuroplanet Group en Invest Minguet Gestion. Een ontmoeting met een vrouw die gefascineerd is door menselijke contacten.

Hoe is WorkInJoy ontstaan?

Als workaholic, globetrotter en jonge moeder ontdekte ik de powernaps. Die zeer korte rustmomentjes deden me heel goed en hielpen me om de dag door te komen. Mijn persoonlijke ervaring en mijn verlangen om het welzijn te verbeteren, hebben iets meer dan drie jaar geleden tot het ontstaan van WorkInJoy geleid. Het concept, dat op gezondheid is gericht, was eerst een aanvullende activiteit naast mijn baan voordat het mijn dagelijkse werk werd. Hoewel de trein inmiddels rijdt, blijft het mijn grote uitdaging om de pelgrimsstaf ter hand te nemen en bedrijven te bekeren.

Wat zijn de voordelen van een middagdutje voor bedrijven?

Dat zijn er heel veel! Geschat wordt dat een goed uitgeruste werknemer gemiddeld twee keer minder vaak ziek en zes keer minder vaak afwezig is. Hij is ook 55% creatiever, 12% productiever en 9 keer zo loyaal. Powernaps zijn voor bedrijven een middel om werknemers te behouden en aan zich te binden. Het is altijd rendabel om in je medewerkers te investeren. Naast deze statistieken is het zo dat een werknemer die voldoende slaapt, meer energie en motivatie krijgt, wat uiteraard afstraalt op het team. Soms zijn we allemaal net robots. We zijn vermoeid en blijven dankzij koffie op de been. Met een echte pauze kun je vermoeidheid voorkomen en de dag anders beleven. Het is een positieve spiraal.

Welke diensten biedt u aan?

Met mijn twee medewerksters pas ik de volgende methode toe: inventarisatie van de situatie, analyse op basis van een vragenlijst aan de werknemers, aanbevelingen en implementatie in het bedrijf. WorkInJoy wil een holistische, kant-en-klare en gemakkelijke service op alle niveaus bieden. Zo ontwerpen we ontspanningsruimtes met aandacht voor onder meer inrichting, verlichting, geluid en aromatherapie. In ruil voor een maandabonnement zorgen we voor alles: de kosten zijn dus voor onze rekening. Via een app die we samen met een partner hebben ontwikkeld (en waarvan binnenkort een nieuwe versie uitkomt), kun je in real time zien of de ruimte beschikbaar is en dan een bepaald tijdstip reserveren. Met de verzamelde gegevens kunnen we vervolgens nauwkeurig controleren en rapporteren hoe de ruimte wordt gebruikt. We organiseren ook thematische workshops over bijvoorbeeld voeding en relaxworkshops om mensen te leren hoe ze zich moeten ontspannen. Welzijn en evenwicht vormen altijd de rode draad in al onze activiteiten.

Wat zijn de voorwaarden voor een goed middagdutje?

Dingen loslaten is verre van vanzelfsprekend, zeker op het werk. Daar zijn we vaak het contact met ons gevoel kwijt. Het is belangrijk om je te heroriënteren en naar je lichaam te leren luisteren. Net als dagelijks een bepaalde hoeveelheid groente en fruit eten, kun je dat leren en oefenen. Een middagdutje moet kort zijn, ongeveer twintig minuten, om een oppepper te geven. Het is niet de bedoeling om in een diepe slaap te vallen, maar om je hoofd leeg te maken, contact met je gevoel te maken en op adem te komen. De gekozen ruimte moet daarvoor geborgenheid bieden en nieuwe energie geven. Wij adviseren een ergonomische ligstoel of een zitzak in plaats van een bed. Voor degenen die dat willen, hebben we ook hoofdtelefoons.

Wie zijn momenteel uw klanten?

Onder andere het Centre d’Affaires Natalis, Afelio en Le Pôle Image de Liège. Onze klanten zijn verschillend van omvang en in meerdere economische sectoren actief. Sommige, creatievere sectoren zijn vanouds natuurlijk ontvankelijker dan andere voor dit soort methoden. In kleinere bedrijven is mijn gesprekspartner meestal de CEO en in grotere organisaties de HR-directeur of Facility Manager. Ik spreek hun taal en heb gewerkt in het bedrijfsleven. Dat stelt ze gerust. Een vast gegeven is dat ik onze samenwerking als een langdurig partnerschap beschouw. Het is vooral een menselijke relatie. Om de drie maanden gaan we op bezoek om de vinger aan de pols van het bedrijf te houden. Het contract loopt minimaal twee jaar, maar strekt zich soms uit tot vier of vijf jaar.

Wat kunnen bedrijven doen om het welzijn van hun werknemers snel te verbeteren?

Ze moeten zich eerst afvragen wat ze willen en wat hun prioriteiten zijn en daarbij altijd naar een win-winsituatie streven. Ze kunnen kleine, eenvoudige dingen doen, zoals fruit uitdelen, workshops over mindfulness of voeding organiseren en mogelijkheden tot sportbeoefening bieden. Langzamerhand ontstaat er dan een vriendelijke cultuur zonder schuldgevoel. Welzijn is iets wat zich ontwikkelt. Het wordt niet eens en voor altijd opgelegd. 

Hoe heeft het WorkInJoy-concept zich ontwikkeld?

Onze waaier van diensten is breder geworden. Naast onze relaxruimtes heeft zich een trainingscentrum ontwikkeld. We verzorgen korte en praktische trainingen, bijvoorbeeld in stressmanagement of sofrologie, om snel zo veel mogelijk direct bruikbare informatie aan te beiden. Tijd is geld voor bedrijven! De andere activiteiten zijn verder uitgebreid met evenementen. 

Hoe stelt u zich uw concept over vijf jaar voor?

Er zijn nog veel dingen die ik tot ontwikkeling wil brengen. Ik denk met name aan het verbeteren van change management met een vriendin die coach is. Tussen nu en vijf jaar hoop ik het aantal klanten met vijf te hebben vermenigvuldigd! Omdat in ons model alles reproduceerbaar is, kan ik me ook een franchiser in Frankrijk of een ander land voorstellen.

Wat vindt u leuk aan uw werk?

Ik zou onder geen beding mijn oude baan terug willen, ook al draai ik heel veel uren en verdien ik nog maar de helft! Ik heb me zonder vangnet maar met veel passie en energie erin gestort. Ik houd van mensen. In dit werk heb je leuke ontmoetingen. Als ik zie dat mensen zich ontspannen en zich beter voelen, is mijn dag goed.

www.workinjoy.be

Dit schitterende restaurant knoopt weer aan bij zijn succesvolle verleden en ontvangt fijnproevers in de schitterende omgeving van het Bois Impérial de Rognac, op de heuvels van Luik. Aan het fornuis vinden we een chef uit de streek: François Tonglet.

 

De familie Tilkin was decennialang heer en meester van de Luikse en Waalse gastronomie dankzij dit heuse culinaire instituut, Chêne Madame. Tal van gidsen waren vol lof voor de keuken van Marie-Louise, die als geen ander streekproducten centraal wist te plaatsen en de klassieke keuken een innoverende en echt originele toets gaf. De zaal stond onder leiding van de veeleisende maar goedlachse Marcel, die borg stond voor een hoogstaand onthaal. De kelder, uitbreid en divers, was het domein van zoon Jean-Luc. Diens onverwachte overlijden in 2004 leidde stilaan tot het uiteenvallen en uiteindelijk ook het vertrek van de familie.

Na een lange periode van stilte kende het voormalige sterrenrestaurant een nieuwe doorstart met de komst van chef François Tonglet, die in de loop van zijn carrière reeds meermaals opviel dankzij zijn talent en beheersing, en ook wel eens het enfant terrible van het Luikse restaurantwezen wordt genoemd. Hij nam afgelopen lente zijn intrek in dit schitterende huis, na er een aantal noodzakelijke renovatie- en opfrissingswerken in te hebben uitgevoerd. Hij wordt bijgestaan door Armand Piacenza. Het onthaal en de bediening staan onder de vaardige en vriendelijke leiding van Pauline Maclet. Zij wijdt de gasten in in de geheimen van de kaart, die steeds weer wordt aangepast aan de seizoenen en het aanbod, afhankelijk van de inspiratie van het moment.

Een lunch en vier menu’s

Voor het aperitief nemen de gasten plaats in de salon met de gezellige haard en comfortabele fauteuils.  De eetruimte werd ontworpen in een verfijnde, frisse stijl die gewaagd maar discreet licht en kleur combineert. De witte tafellakens, kandelaars en orchideeën maken het geheel af. Tijdens de zomer kan men ook terecht op het gezellige en rustige terras. De chef biedt een lunch aan voor 37 euro, evenals vier menu’s (van 48 tot 78 euro, plus de selectie wijnen). De kaart bestaat uit een genereuze en meesterlijke selectie van bereidingen die getuigt van de zelfverzekerdheid van de chef en blijk geeft van opvallende smaakcontrasten.

Proef zeker de originele tartaar van zeebaars met venkel op Italiaanse wijze, of de mooie tong die ‘meunière’ wordt opgediend, met aardappelpuree en verschillende groenten. De kalfszwezerik wordt geserveerd met kastanjes en een heerlijke mousseline van knolselder, terwijl de jakobsschelpen (kort gebakken) worden gecombineerd met kweepeerpuree en bospaddenstoelen. De reefilet (heerlijk traditioneel bereid) wordt opgediend met jeneverbessen en seizoensgarnituur, de hazenrug wordt ‘a la royale’ bereid, volledig volgens het klassieke recept, maar met een moderne en originele toets.  

Sla zeker het dessert niet over, al twijfelt u tussen de moelleux au chocolat en de verrassende appel in de oven met hibiscusbloem, zonder de selectie kazen te vergeten. Maak ook een keuze tussen de Franse en Italiaanse wijnen, die zorgvuldig werden geselecteerd als aanvulling op de heerlijke gerechten.

Le Chêne Madame
Avenue de la Chevauchée 70
B-4121 Neupré
+32 (0) 4 371 41 27
www.lechenemadame.be

Ter gelegenheid van de eindejaarsfeesten werken Barbara en Maureen Louys samen. Barbara, ontwerpster van de juwelen By B. Barbara Louys, en Maureen, ontwerpster van de halsbanden voor honden Who’s That Dog (en presentatrice van ‘The Voice’), ontwierpen samen de capsulecollectie ‘Pearl That Dog’ met fluwelen halskettingen, versierd met cultuurparels. Ze worden met de hand gemaakt in de Belgische ateliers van Who’s That Dog, en vervolgens versierd in de ateliers van Barbara Louys aan de Naamsestraat in Brussel.

“We wilden graag op ons niveau samenwerken, zoals de grote merken”, vertelt Barbara. “Maar we hadden nog een andere motivatie. Met kerst voor de deur is het goed te beseffen hoeveel geluk je hebt als je je kunt omringen met familie en vrienden. Dit jaar wilden we graag iets voor de honden doen, die vaak het enige gezelschap zijn van mensen die in eenzaamheid leven.”

Barbara Louys, onderneemster in hart en ziel en bekende televisiepresentatrice, met een passie voor designers en mode, en dan vooral voor accessoires, startte het jaar dat ze 40 werd haar eigen juwelenmerk op, ‘By B’. Een winkel in Brussel, en vervolgens nog een in Luik. Ze vertelt ons openhartig en met humor over de weg die ze al aflegde, haar projecten en de liefde voor haar streek.

 
Barbara Louys is afkomstig uit Luik, meer bepaald uit Embourg, en droomde er als jong meisje  van om in de stad te gaan wonen, om de sfeer van de stad op te snuiven. “Mijn moeder was het er eerst niet mee eens, maar ze liet me uiteindelijk toch naar het internaat van Berlaimont in Waterloo vertrekken”, vertelt ze. Daarna ging het richting hoofdstad waar ze handel studeerde aan het ICHEC. “Ik was helemaal weg van een reclamespotje voor make-up waarin Cindy Crawford een wit mantelpak droeg. Ik heb altijd al een zakenvrouw willen zijn. Een activiteit opstarten waarbij ik mijn creativiteit kwijt kon, dat leek me wel interessant. Tijdens mijn studie had ik trouwens al mijn eigen hostessenbureau geopend met thema-events: ‘Poupoupidou’. Zo kwam ik eens uit een taart terwijl ik Marilyn Monroe imiteerde! (lacht) Die taart hadden mijn moeder, zus en ik van schuim gemaakt. Ik deed duizend en een dingen: een beetje improviseren, maar altijd met een zakelijke toets. Daarna ging ik in de reclame werken, en vervolgens in de evenementensector.  Ik verkocht mijn bedrijf maar bleef samenwerken met de hostessen, met wie ik de castings afliep. Op een dag stuurde ik een demo naar een Belgische zender die op zoek was naar iemand voor een uitzending van telewinkelen. Uiteindelijk heb ik twee jaar lang samengewerkt met Bernard Perpète, Pierre Bail en Agathe Lecaron. Dat was erg fijn. Het product was de ster van de uitzending. Daar leerde ik de basis van het televisiewerk, en wilde er graag mee verder”.

Na het vertrek van Armelle, presentatrice van het RTBF-programma ‘Forts en tête’, werd er een casting georganiseerd. Er boden zich achthonderd kandidaten aan en Barbara was de uitverkorene! “Dat was ook het jaar waarin ik getrouwd ben: ik kwam in een wervelwind terecht en mijn leven veranderde volledig. Ik werd beroemder, leerde talloze mensen kennen en kwam op prachtige plekken: het Koninklijk Paleis, Monaco... Een echte meisjesdroom: plezierig, interessant en bevoorrecht. Ik heb dingen gezien die niemand anders ooit te zien krijgt.”

Door haar moeder ingewijd in de parels

Toen ze 40 werd, wilde Barbara het over een andere boeg gooien. De geschiedenis van haar overgrootvader, die ooit had meegewerkt aan de diadeem van een koningin, herhaalde zich. Barbara’s moeder, Christine, die zelf al 30 jaar lang parels invoerde, leerde haar hoe ze kwaliteitsparels kon herkennen. “Het verlangen om iets anders te gaan doen en mezelf verder te ontwikkelen, begon te rijpen. Samen met mijn moeder begon ik wat te rommelen met parels, en zo ontstond mijn eerste halsketting, de ‘By B.’. Je kunt ze op 16 verschillende manieren dragen. Ze bestaat uit twee rijen parels van verschillende groottes, met een ketting en twee ringen. Daarna ontwierp ik ook andere modellen die samen kleine collecties vormden. Die verkocht ik bij een aantal juweliers. Ik droomde echter van een eigen winkel, en koos Brussel als locatie. Ik vind het heerlijk om advies te geven aan mijn vrouwelijke klanten, maar ook aan verliefde mannen die een juweel voor hun vrouw kopen. Ik zou het heerlijk vinden om al die kleine cadeautjes onder de kerstboom te kunnen zien liggen en beeld me graag in hoe blij de mensen zijn met een juweel dat ik met liefde heb gemaakt. Het is een echte passie, waardoor ik plezier uit mijn werk blijf halen.”

Een tweede winkel in Luik

Barbara tekent de modellen en vertrouwt de fabricatie vervolgens toe aan haar ateliers in België, zodat ze de gewenste kwaliteit kan garanderen. Daar werken juweliers met de allerbeste materialen aan juwelen met een uniek design.  De parels worden op een katoenen snoer geregen. De lusjes worden met de hand gemaakt van een draad van gerodineerd zilver. Elk juweel wordt nauwgezet gecontroleerd. Een jaar na de opening van haar winkel in Brussel opende Barbara een tweede winkel in Luik en werkt ze aan haar webshop.

“Ook de klanten reiken ideeën aan of vragen soms iets speciaals. Zowel in Luik als in Brussel heb ik pashokjes. Ik geef zowel moeder als dochter raad bij het kiezen van accessoires en het totaalplaatje. Daarbij kan het om een volledige outfit gaan, maar ook om één enkel hoofdjuweel, rugketting enz. Alle modellen zijn aanwezig in de winkel, maar de lengte kan worden aangepast of er kunnen bepaalde details aan worden toegevoegd. We geven kettingen ook een tweede leven door de parels opnieuw te rijgen en creëren zo een uniek stuk, dat voor een extra accent zorgt.”

Barbara biedt haar basisgamma ook aan op haar webshop, met de mogelijkheid voor klanten die zich niet kunnen verplaatsen om een juweel op maat te laten maken. “Ik vind het belangrijk dat die juwelen betaalbaar zijn”, benadrukt de ontwerpster. “Je kunt ze natuurlijk ook aan jezelf schenken. Jezelf verwennen met kwaliteitsproducten die in België zijn vervaardigd van edele materialen, dat vind ik belangrijk.”

Als aanvulling op de juwelen met parels (barokparels, echte parels…) is er ook een zilvercollectie. “De manier waarop ik met parels werk, is moderner. Je moet leren hoe ze te dragen, soms moet je ze anders gaan dragen, maar ze zijn geschikt voor elke leeftijd. Mijn favoriet van het moment is een grote gedraaide parelketting, die perfect past bij een leren broek en trui van mohair. De ketting is een accessoire. Ze moet een deel van jezelf worden.”

Luikse ambassadrice in Brussel

Luik of Brussel? “Luik, daar ligt mijn hart, en vreemd genoeg is het ook mijn identiteit als ik in Brussel ben. Al woon ik in de hoofdstad, toch blijf ik een echte Luikse. Mijn Brusselse vrienden beschouwen me als een ‘expat’ uit Luik”, lacht ze. “De Luikenaar heeft een uitstekende reputatie. Hij is onafhankelijk, maar feest ook erg graag. Hij zal je als eerste een glas aanbieden, lacht luid, vertelt moppen, kortom: het is een grapjas. Ik ben er trots op dat ik Luikse ben, en voel me als het ware een ambassadrice van Luik in Brussel.”

Favoriete adresjes? “Een mooie plek om het weekend door te brengen is ‘Les Comtes de Méan’. Ik stuur er regelmatig Brusselaars heen die zin hebben in wat exotiek (lacht). Ik ga graag winkelen in de rue Saint-Adalbert en natuurlijk ook in de rue du Pot d’Or waar mijn nieuwe winkel gevestigd is. Om te tafelen, is er de ‘Bistrot d’en Face’ met zijn heerlijke bouletten, en met het gezin gaan we vaak eten bij ‘Robertissimo’ in Embourg. We zijn gek op de chef met zijn provinciale trekjes.”

Hoogtepunten op televisie

Eerste rechtstreekse uitzending van ‘Forts en tête’. “Wat was ik zenuwachtig! Ik stond te trillen op mijn benen en dacht dat ik ging flauwvallen. Het moment waarop je het woord moet nemen, je eerste woorden moet uitspreken, dat is het moeilijkst. Als ik vandaag iets mis, dan zijn het wel die rechtstreekse uitzendingen. De adrenaline... Ik had heel graag ‘The Voice’ gepresenteerd, net als mijn zus. Tijdens de eerste uitzending van ‘Forts en tête’ met Adamo zat er trouwens een ‘parel’ in het publiek: mijn zus.”

‘C’est du Belge’. Nadat ‘Forts en tête’ was gestopt, stelde Barbara de RTBF een programma voor dat zou uitgroeien tot ‘C’est du Belge’. “Ik ben blij dat ik het heb bedacht. Het is een mooie uitzending die blijft voortbestaan dankzij een schitterende journaliste, Marie-Hélène Vanderborght, die ik geweldig vind. Na afloop vroeg ik me af of ik het concept van de uitzending niet moest opeisen, waarvoor ik me had geïnspireerd op ‘Place Royale’. Maar dat het programma uiteindelijk werd uitgezonden, dat is zonder meer mijn verdienste. Ik denk niet dat het patrimonium of de koninklijke familie anders zo vaak aan bod zouden zijn gekomen op de RTBF. Die uitzendingen, tien jaar lang, blijven een mooie herinnering, maar ik vind het wel jammer dat ik geen afscheid kon nemen van de kijkers.”

De Troonsbestijging van Prins Filip. “Elke presentator en journalist maakt in zijn leven één gedenkwaardig moment mee waarop hij beseft dat hij is waar hij moet zijn. Voor mij was dat de troonsbestijging van Prins Filip, op 21 juli 2013. Ik leidde de uitzending vanaf het Paleizenplein, want Gérald (Watelet, nvdr) kwam net terug van de Azurenkust. Dat was een van de gelukkigste momenten van mijn leven. Ik heb nooit beter gepresteerd dan tijdens die uitzending. Het was een gevoel van volledige verwezenlijking, ik zat op een wolk. Het is achteraf nooit meer hetzelfde geweest…”

Deze onderneming uit Trois-Ponts is een van de partners van de Francofolies de Spa, waarvoor het de volledige technische regie verzorgt. Jean-Marc Closjans, die sinds 1991 aan het hoofd van het bedrijf staat, is een echte duizendpoot.


Plicploc. Een belgicisme dat iedereen begrijpt : iets wat geïmproviseerd is, ineengeflanst, een rommeltje. Maar om een onderneming die zoveel precisie vergt zo te noemen, dat wijst toch op heel wat zelfspot en zelfvertrouwen.

Soms biedt het lot je een kans aan die je niet mag laten liggen. Sinds 1991 staat Jean-Marc Closjans aan het hoof van PlicPloc, een bedrijf dat de regie backstage van een aantal van de grootste culturele evenementen in Wallonië en daarbuiten voor zijn rekening neemt. Alles begon met de Frères Taloche, een komisch duo, voor wie hij de klank en het licht verzorgde. Al heel snel bouwde hij een stevige reputatie in en liepen de contracten binnen. Niet veel later volgde de Francofolies de Spa, die in 1994 ontstonden naar het voorbeeld van de Francofolies de La Rochelle (1985). Slechts weinig mensen weten dat dit event verwijst naar het Superfrancofête de Québec van 1974. Deze grote momenten van de francofonie bestaan nog steeds en tonen aan dat het Franse chanson generatie na generatie creatief en dynamisch is gebleven. 

Jean-Marc Closjans, die trots is op die referentie, haalt contract na contract binnen en wordt regisseur van de Anthisnoises, het Festival du Rire de Rochefort (23 edities), het Festival du Rire in Luik en de Foire de Châlons-en-Champagne. De trouw van zijn klanten is het beste bewijs van de kwaliteit van zijn diensten. Het merendeel van de technische aspecten voor, tijdens en na de voorstelling, festival of show besteedt hij uit en coördineert hij. Samen met zijn team verzorgt en coördineert hij verlichting, klank, opbouw van het podium, de tent… maar ook de logistiek, uurroosters voor artiesten en technici, werking van de microfoons… Hij controleert de podiumplannen, de planning van de technische interventies, veiligheid van de tenten en canopy’s, plaatsing van de containers, offertes van elke dienstverlener en staat zelfs in voor de catering voor het technisch personeel. PlicPloc neemt de volledige organisatie en coördinatie van het evenement voor zijn rekening.

De podiumberoepen 

Elk evenement in de openlucht vergt een specifieke organisatie vanaf een aantal dagen voor tot een aantal dagen na de voorstelling. Eerst moeten de tenten worden geplaatst en wordt het podium opgebouwd. Die zware structuren bestaan uit bruggen, stellingen, banken en verhogingen. Vervolgens moeten de verlichtings-, klank- en projectie-elementen worden gemonteerd. Tot slot is het decor aan de beurt. Bij dat alles wordt een beroep gedaan op verlichtingstechnici die de kabels plaatsen, de verlichtingsapparatuur installeren en bevestigen, de kabels op de verlichtingsuitrustingen aansluiten, de lichtinstallaties testen, de aansluitingen controleren, het geheel onder spanning plaatsen en de werking van de installaties testen (projectoren, dimmers, console).

De podium- en klanktechnici hebben dezelfde taak. Zij werken samen met de elektro-machinisten, installeren het podiummateriaal en sluiten het aan, en breken het vervolgens met dezelfde nauwkeurigheid ook weer af.

Het opbouwen van een tent is een indrukwekkend gebeuren en vergt doorgedreven technische vaardigheden. Het materiaal moet geladen en gelost worden en vervolgens moeten de onderdelen van de tent, de palen, platen, horizontale raveelbalken enz. op de grond worden gemonteerd. Daarna wordt de vloer geplaatst volgens een vaststaand montageplan. Na elk evenement moeten de opbouwers van de tent de verschillende onderdelen en zeilen schoonmaken en herstellen. Soms moeten ze bepaalde onderdelen zelf vervaardigen. Ze zijn immers in staat om zeilen te versnijden, te monteren, banken te maken, enz. Dat alles gebeurt volgens erg strenge veiligheidsnormen.

 

Plicploc
Mont de Fosse 4
B-4980 Trois-Ponts
+32 487 02 16 27
 
http://plicploc.be/regie/
© Province de Liège - Musée de la Vie

De voormalige Saroléa motorenfabrieken waren ondergebracht in wat nu het Motorium Saroléa is. Dat pand was het toneel van alle technische, sociale en arbeidsontwikkelingen in Herstal. In de loop der tijd heeft de plaats zich ontpopt tot een museum en restaurant met een maatschappelijke doel.

 

De vier lettergrepen Saroléa vormen de grondslag van een dol avontuur op twee wielen. De wanden van het oude gebouw trillen van emotie als ze terugdenken aan de dag van 1850 waarop Matthias Joseph Saroléa zich in deze wijk, toen Hayeneux genoemd, vestigde om er een kleine wapenfabriek te openen. Ook al trotseerde het kleine wapenarsenaal met moeite de Frans-Pruisische oorlog, toch moest het snel zijn koers zien te wijzigen want aan het einde van de 19e eeuw was de fiets in opkomst, die op zijn beurt al snel werd ingehaald door de motorfiets. 

Vanaf 1901 kon je het eerste geknetter van de Saroléa-motorfiets horen in de straten van Herstal. Al snel gevolgd door uitspattingen van vreugde : in 1912 werden er maar liefst 10.000 motorfietsen verkocht. In datzelfde jaar was er ook de overwinning in de motorrace Parijs-Nice en werden er zes gouden medailles binnengesleept in de race Parijs-Luik. In de twintiger jaren stelden de fabrieken Saroléa, FN en Gillet in Herstal meer dan tweeduizend werknemers tewerk. Op Saroléa renden toen de Belgische kampioenen Mineur (1923), Lambert (1935) en Grégoire (1938). Een prachtteam !

Inmiddels is de rust in de wijk teruggekeerd. De sterke groei van de automobielmarkt voor kleine voertuigen (Renault 4 HP, Citroën 2 HP) na de tweede wereldoorlog en de concurrentie van de Japanse motorfietsen, dwongen Saroléa ertoe, na een sterke terugval in de jaren zeventig, om haar deuren te sluiten.

 

Een begeleidingscentrum

Nadat een papierfabriek zich erin had gevestigd, werden de oude gebouwen aangekocht door de AIGS (Association Interrégionale de Guidance et de Santé), waarvan de bestuurders overtuigd waren van de behoefte om er een begeleidingscentrum te stichten. Het ging daarbij om het verhogen van het sociaal-culturele niveau van de bevolking, en meer bepaald dat van kinderen en risicogezinnen, in een dynamiek van gelijkheid, vrijheid en rechtvaardigheid.

Zo bracht de AIGS, onder impuls van haar secretaris-generaal Marc Garcet, een aantal van haar diensten onder binnen de muren van de voormalige Saroléa-fabrieken : ondersteunende diensten (begeleidingscentrum, spelotheek, dagcentrum...), culturele en educatieve activiteiten (tentoonstellingen, wandelingen, kunstgalerijen, conferentieruimte...) en een restaurant met een socio-professioneel doel.

Dit overblijfsel van het rijke, industriële verleden van de regio heet nu Motorium. In het museum wordt de geschiedenis uiteengezet van Herstal en de Saroléa-fabrieken, vanaf 1830 tot op heden, waarbij een parallel getrokken wordt met de geschiedenis van de werknemers, de sociaal-economische omwentelingen van mei 1968, de emancipatie van de vrouw enzovoort. Via een rondleiding - enkel op reservatie – ontdekt u er de werktuigen van de smederijen en wapenwerkplaatsen, de sfeer van de cabarets «Belle Epoque»en de motorfietsen die de roem aan de naam Saroléa hebben gegeven. Naast het museum worden er geregeld tentoonstellingen georganiseerd door de provincie Luik, bibliotheken, en zo meer.

 

De elektrische renaissance 

Met de sluiting van de fabriek in 1973 is het verhaal van de Saroléa-motorfiets nog niet af. In 2009 besloot de tweeling Bjorn en Torsten Robbens, ondernemers en gepassioneerde motorliefhebbers - de laatste won de 24 uur van Le Mans in 2004 - het historische, iconische merk "Demoiselles de Herstal" over te kopen en de productie ervan in een werkplaats in de buurt van Gent opnieuw te lanceren. Hun inzet daarbij was Saroléa nieuw leven in te blazen om hoogwaardige elektrische motorfietsen op de markt te brengen, niet alleen voor racers maar ook voor particulieren. De SP7 (204 pk, 190kg, 270 km/u max.) heeft al een interessant debuut gemaakt op circuits, terwijl er al sinds 2017 een twintig Manx-7 zijn verkocht aan gepassioneerde afficionados in België, Australië, de Verenigde Staten en Thailand... De twee broers hebben de ambitie om in 2019 zo’n 250 motorfietsen per jaar te produceren en een tweede model te presenteren, weliswaar meer 'sport touring‘ en comfortabeler, met een actieradius tot 400 kilometer.

 

Een sociaal en solidair restaurant 

Met het onderbrengen van een restaurant in een oud industriegebouw waar cultuur en gastronomie samensmelten ter gelegenheid van tijdelijke tentoonstellingen wordt aan een belangrijke vraag van de bevolking voldaan. Maar het is nog sterker wanneer dit restaurant een sociaal doel heeft. Het restaurant «Le Saroléa» is immers één van de locaties van het Centrum voor Sociaal-Professionele Integratie (CISP) van de door Wallonië erkende vennootschap Work'inn. Het pedagogische doel van het programma is stagiairs de kans geven in een reële werkomgeving een technische stage of algemene opleiding te volgen, zodat zij een vak aanleren en zich in het beroepsleven kunnen herintegreren. 

Om er te komen moet men een lange gang door waar expo’s van de ArCaché-galerie en tijdelijke evenementen plaatsvinden. Het restaurant ademt de sfeer van zowel de Parijse bistro als de Italiaanse cantinetta. Je wordt er bediend aan een imposante bar waar het cliënteel van stamgasten bestaat uit plaatselijke winkeliers, bekende advocaten, scherpe fijnproevers en mensen die het beroepsherinschakelingsprogramma volgen.

Twee ervaren chefs

Het restaurant wordt gerund door twee vrienden, twee grote namen uit de Luikse restaurantsector met een rijke ervaring : Patrick Marée en Frédéric Pelzer. Alle producten zijn vers en seizoensgebonden en worden door hen geselecteerd volgens hun inspiratie.

We kennen Patrick Marée, met zijn rugbylook en legendarische «glimlach» van Robert Lesenne's restaurants (voornamelijk de Bistrot d'en Face) en zijn eigen Luikse restaurant, «Le Pancione». Afgepeigerd door de onzekerheid in het dagelijkse horecaleven, besloot hij zijn vakkennis door te geven aan mensen die het moeilijk hebben.

Wat streekproducten aangaat, kent de chef het klappen van de zweep. Ook al kan hij je een meesterlijke vertolking van niertjes op Luikse wijze of een bloedworst met plaatselijke compote serveren, samen met een aardappelpuree op Joël Robuchon’s wijze, waagt hij zich ook graag aan Franse streekgerechten zoals een rijkelijke cassoulet of een overheerlijk vijf uur lang gestoofd lamsboutje met boterboontjes. 

Kortom, Patrick is gepassioneerd en heeft een hart voor gastronomie. Hij staat alom bekend voor zijn onthaal. Met vaak dat kleine glimlachje dat lijkt te zeggen : «Als je bij mij aan tafel gaat zitten, word je als een vriend onthaald. Geniet van dit moment en dan zien we wel, basta cosi ! ».

Hoewel de twee kompanen erin slaagden een verscholen juweeltje voor fijnproevers op te zetten, is het aangeraden vooraf te boeken omdat het restaurant slechts 32 zitplaatsen telt. Prijzen zijn schappelijk (alle dagschotels komen op 10 euro) en de porties rijkelijk.

In het restaurant van Patrick Marée en Frédéric Pelzer, wordt je er bediend aan een imposante bar waar het cliënteel van stamgasten bestaat uit plaatselijke winkeliers, bekende advocaten, scherpe fijnproevers en mensen die het beroepsherinschakelingsprogramma volgen.

 
 
 
 
Work’inn asbll
Rue Saint Lambert 84
B-4040 Herstal
+32 4 248 48 18
 
Your opinion counts