Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Op de route van Jonas

Als je een goede neus hebt en van transmediterrane smaken houdt, dan weet je dit restaurant in Le Carré in Luik met de ogen dicht te vinden. Als Jonas Gerckens, de ster van deze WAW, niet deelneemt aan de Route du Rhum, gaat hij er al eens graag eten. De patron, Oussama, is dan ook een vriend van hem.

 

Nadat Oussama, een jonge Marokkaan van 27 met een brede glimlach, een aantal jaar geleden stage had gelopen in dit restaurant aan de Bergerue, nam hij het in december 2017 over en breidde het uit met een wijnbar en kruidenierszaak. Vandaar de naam ‘La Boutique’.

Het groeide uit tot het restaurant bij uitstek voor wie houdt van tagliatelle met tomatensaus en zuiderse kruiden, een stuk simmental in maki met truffel, perfect gegrild en heerlijk sappig, een tomaten-paprikaomelet of gegratineerde kabeljauwrug met tapenade en pastinaakpuree…

Alle transmediterrane smaken worden hier vernuftig gecombineerd. De gasten worden hartelijk ontvangen door de chef en de met zorg gedresseerde gerechten op basis van kwaliteitsproducten zijn een streling voor de tong. Bovendien is het huis nagenoeg onklopbaar op het vlak van prijs-kwaliteitsverhouding, met een driegangenmenu (voorgerecht – hoofdgerecht – dessert) voor 29 euro. De kaart is eerder beperkt, maar bevat alleen maar pareltjes, met als kers op de taart de wijnen die door Oussama zelf werden geselecteerd – en die hij ook verkoopt. Stuk voor stuk toppers, net als de gerechten waarvoor ze werden uitgekozen.

Intieme sfeer

Met een vrij beperkte capaciteit van zo’n dertig plaatsen en een sfeer die het midden houdt tussen cosy en cool heeft La Boutique een familiale, zelfs intieme uitstraling. De gasten worden ontvangen als vrienden en het restaurant verwelkomde al heel wat bekende gezichten uit het Luikse, waaronder een aantal spelers van Standard. Het is ook een van de favoriete plekjes van Jonas Gerckens. De Luikse skipper (zie blz. 10) en Oussama kennen elkaar bijzonder goed en onze WAW-ster liet ons dan ook met veel plezier kennismaken met het restaurant van de kampioen van de transmediterrane smaken. Eerder nam Jonas ook al het team van de uitzending ‘C’est du Belge’ mee, dat een paar weken voor zijn vertrek naar de Route du Rhum een reportage over hem maakte.

 

La Boutique
En Bergerue 6
B-4000 Luik
+32 (0) 488 472 073

  • /

Laurent Couline heeft meer bepaald Beyoncé (uit)gekleed. In feite werd het laatste toneelkostuum van de vedette getekend door de Franse couturier Thierry Mugler, maar daarachter schuilt ook een flink pak technologie. Dat is het ogenblik waarop onze Luikse ontwerper in gang schiet om een oplossing te vinden om het kostuum vanop afstand uit elkaar te doen vallen. Aanvankelijk was het systeem gebaseerd op elektromagneten. Maar wegens de vereisten in verband met de omstandigheden van het tafereel, gaf Laurent de voorkeur aan een nieuwe oplossing die gebaseerd was op heel kleine servomotoren, zoals die gebruikt worden in de modelbouw. Voor de Luikse kunstenaar dient creativiteit niet enkel voor het uiteindelijke uitzicht van zijn verwezenlijkingen, maar is ze ook nodig voor elke stap van het technisch ontwerp ervan. Jammer genoeg voor haar Luikse fans is Beyoncé toen niet naar de Vurige Stede gekomen, aangezien Laurent op afstand werkte.

Controle met X-stralen

Kort na de aanslagen in Parijs moest ik naar Saint-Denis met wapenrustingen en duikerspakken voor de proefopnamen van de film 'Valerian', de Franse superproductie van 200 miljoen euro. In de Thalys stelde men mij natuurlijk allerlei vragen. Ook op luchthavens vermaakt het veiligheidspersoneel zich met de inhoud van mijn koffers. Ze ondervragen me wanneer ze boormachines, gereedschap en wapenrustingen onder de X-stralen zien verschijnen! Toen ik naar Luc Besson in Californië moest gaan, had hij me trouwens een aanbevelingsbrief gezorgd met de telefoonnummers waarnaar men kon bellen in geval van twijfel. Ik heb ook altijd mijn arbeidsovereenkomsten, de plannen en de chronologie van het project bij me…

Zijn drie favoriete plaatsen in Wallonië

Hoewel de Luikenaar een fan is van de Grand Canyon en van de natuurreservaten in het Amerikaanse westen, blijft hij toch gehecht aan zijn geboortestreek.

De kathedraal van Luik • “Hoewel ik atheïst ben, is dit een van de plaatsen waar ik me graag ga herbronnen. Mijn grootmoeder ging met mij naar de Chiroux om boeken te huren. Daarna ging ze een koffie drinken en soms gingen we naar de kathedraal. Het is een rustige plek te midden van de stedelijke drukte.

De kerstmarkt van Milmort • Laurent, die uit Durbuy stamt (het kleinste stadje ter wereld), beveelt de kleinste kerstmarkt ter wereld aan, die plaatsvindt in Milmort, het dorp waar hij zijn atelier heeft gevestigd. “Er is maar één enkele ‘bawète’ (een Waals woord dat ‘opening naar buiten’ of bij uitbreiding ‘stand’ betekent, nvdr), waar men oesters verkoopt.

Spa-Francorchamps • Als autosportliefhebber heeft Laurent Couline in Nascar in Las Vegas gereden. Wanneer er in Francorchamps wedstrijden worden betwist, gaat hij dikwijls per fiets langs de omloop rijden. “Ik drink dan een biertje boven de ‘Raidillon’ en ben gelukkig.


Bio express

1972: Geboren te Luik.
1994: Hogere cyclus van de kunsthumaniora in Sint-Lucas (Luik).
1995: Stage bij de Koninklijke Opera van Wallonië en ontmoeting met Georges Dejardin.
1998: Stage bij Jim Henson’s Creature Shop in Londen (Muppet Show, Dark Crystal, Star Wars) en bij de Tatopoulos Studios in Hollywood (Stargate, Gozila, I-Robot, Underworld)
2002: Maakt het nijlpaard voor de langspeelfilm “RRRrrr...!!!” van Alain Chabat. Gaat samenwerken met Franco Dragone en maakt kostuums, toebehoren, maskers en pruiken voor diens voorstellingen.

2002 tot 2004: Kostuums, decors en toebehoren voor de tetralogie “Der Ring des Nibelungen” van Richard Wagner (Koninklijke Opera van Wallonië).
2009: In samenwerking met Thierry Mugler maakt hij twee animatronic-kostuums voor “Beyonce” “I am tour[U1] ”.

2011: Kostuums, maskers en toebehoren voor de danseressen van de Moulin Rouge.

2015: Kostuums, toebehoren en maskers voor de langspeelfilm “Valerian” van Luc Besson.
2018: Maakt 70 maskers en toebehoren voor “MacBeth” (Koninklijke Opera van Wallonië)

  • /

Wat hebben Beyoncé en Alain Chabat, de Cirque du Soleil en Luc Besson met elkaar gemeen? De eerste twee kunnen dansen (denk aan de beroemde Carioca uit “La Cité de la Peur”) en beide anderen hebben gewerkt met dezelfde componist, Eric Serra. Maar wat ze alle vier met elkaar verbindt, is dat ze hebben samengewerkt met een kunstenaar van bij ons, Laurent Couline.

 

 

En ze zijn de enigen niet! Van Parijs tot Hollywood komt men in allerlei films en voorstellingen maskers, kostuums, toebehoren en andere creaties van Laurent Couline tegen. Bijvoorbeeld in “Valerian”, de jongste superproductie van Luc Besson, en tijdens de tournees van Beyoncé, waar hij de ster zelf moest aankleden!

Maar wie is Laurent Couline eigenlijk? Een avonturier. Een knaap uit Aisne (een onooglijk dorpje in de charmante en gelijknamige vallei in de buurt van Durbuy). Een knaap die graag droomde, plezier maakte en zijn grenzen verlegde. “Ooit ga ik naar Hollywood”, verklaarde de jongeman. Dat heeft hij niet alleen gedaan, maar hij ging zelfs veel verder! Vandaag reist hij van China naar de Verenigde Staten en eigenlijk heel de wereld rond om zijn klanten te bedienen, want hij wordt gevraagd om voor de grootste producties kostuumtoebehoren te ontwerpen die men elders niet vindt.

Het verhaal van elk kostuum, toneelaccessoire, wapenrusting en masker begint nochtans dicht bij ons, in Milmort (Herstal), waar Laurent Couline vorm geeft aan de gekste dromen van zijn klanten, vanaf de eerste ontwerpschetsen tot de afwerking van zijn creaties. Daar, in de streek van Luik, hebben we een ontmoeting gehad met die kunstenaar, wiens wereld even betoverend is als een voorstelling in de Moulin Rouge.

Weet u nog hoe die passie bij u is ontstaan?

Ik was nog heel jong toen ik al decors voor de dorpsfeesten ontwierp. Maar er speelde in het begin waarschijnlijk wat erfelijkheid mee. Mijn moeder, Michelle Dessouroux, zorgde voor de Sinterklaasopvoeringen in mijn dorp. Mijn vader, Pierre Couline, was juwelier. Mijn grootvader, Freddy Dessouroux, was ingenieur en herstelde ook speelgoed. En mijn schoonvader, Alain Lovenberg, maakt nog steeds etsen en graveerwerk op wapens – hij heeft er trouwens een uitgevoerd voor Steven Spielberg. Mijn andere grootvader, Walther Couline, ten slotte, was zeeman en een echte avonturier. 

Hebt u een speciale opleiding gevolgd?

Het vak dat ik nu uitoefen, kun je nergens leren. Als kind was ik al dol op films. Ik kwam vervuld van dromen uit de bioscoop. Ik wilde een wereld scheppen, en monsters... Star Wars en Dark Crystal zijn films die echt een stempel op mij hebben gedrukt. Ik hield ook veel van Freddy Krueger, een toonaangevende acteur uit griezelfilms. In die tijd kocht ik magazines zoals Mad Movies, over fantastische, horror‑ en sciencefictionfilms. Op een dag las ik aan het einde van een magazine een publiciteit voor grimeercursussen aan de hand van videocassettes. Zo ben ik mijn vrienden beginnen te grimeren met valse brandwonden. Ik volgde de kunsthumaniora in Sint-Lucas. Tegenwoordig ben ik heel tevreden wanneer een vroegere lerares me vraagt om over mijn vak te komen spreken, want ik was indertijd een slechte en verstrooide leerling en heb zelfs enkele jaren moeten overdoen. Men geloofde niet in mij. Nochtans ben ik kunnen gaan doen wat ik graag doe.

Heeft iemand u geholpen om van start te gaan?

Dit vak kun je onmogelijk leren wanneer je niet reist. Toen ik begon, sprak ik slechts een beetje Engels, maar toch had ik het lef om naar Los Angeles te gaan. Ik belde aan bij de meesters van de machinale speciale effecten. Ik had een schaalmodel bij me en heb het geluk gehad dat Patrick Tatopoulos de deur voor mij opende. Dankzij zijn bijdragen aan superproducties zoals Batman en Godzilla is hij een autoriteit in zijn vak.

 

Waren er nog andere beslissende ontmoetingen?

Ik had het geluk Georges Dejardin te ontmoeten, de meester-pruikenmaker van de Koninklijke Opera van Wallonië. Hij was de eerste die in mij geloofde. Hij leerde me de basiselementen van het vak: valse neuzen maken, haarstukken... Dat beviel me voor 200%! Het was een openbaring voor mij, een opwelling van geestdrift. In die tijd was ik een beetje op de dool, maar eens ik zijn werk had gezien, werd alles duidelijk en zette ik me daar spontaan en helemaal voor in. Ik stapte uit mijn punkachtige wereldje en brak met mijn heavy-metalmakkers om al mijn tijd en geld te wijden aan het uitbouwen van mijn vak.

Een andere beslissende ontmoeting op mijn weg was die met Michel Strée, een idealistische rebel uit de jaren 80, die bekendheid verwierf door als jongeman een autobus te gijzelen. Onder bedreiging van valse wapens, deed hij die bus naar de RTBF rijden, waar hij misbruiken wilde aanklagen en zijn standpunt aan de wereld verkondigen. “Cowboy”, de film van Benoît Mariage, met Benoît Poelvoorde, is trouwens op dat voorval gebaseerd. Aan het einde van de film is er een lang interview met Michel Strée. Zijn actie was zeker geen goede oplossing, want veel te naïef, maar in mijn ogen was hij een Robin Hood. Hij stal letterlijk geld van de rijken om rond het Brusselse zuidstation eten te geven aan de armen. Toen ik hem ontmoette, geloofde hij in mij. Met hem hebben we middeleeuwse feesten georganiseerd om de waarden van echte ridderlijkheid te promoten, zoals het verdedigen van weduwen en wezen. 

Georges Dejardin en Michel Strée hebben mij vleugels gegeven. Vóór ik hen ontmoette, was ik verdoofd doordat ik het leven niet begreep. Maar dankzij hen heb ik me kunnen ontplooien. Georges voor de professionele kant en Michel voor de menselijke. Het waren magische ontmoetingen die me echt vertrouwen hebben gegeven in mijn talent en in de mogelijkheid om daar gebruik van te maken.

Aan welke projecten werkt u momenteel?

Ik duik graag in verschillende werelden. Elk project heeft iets magisch en omvat ook technische uitdagingen. Film en toneel hebben niet dezelfde codes en daarin schuilt juist de mogelijkheid om zonder overgang van de ene in de andere wereld te stappen, wat ik heel leuk vind. Voor het ogenblik kan ik van het maken van baby’s voor een bevallingscene overstappen naar een onthoofdingsproject voor een historische reconstructie. Eerst maak ik het hoofd, dan de valse schouders en daarna ontwerp ik een opstelling om in alle veiligheid een onthoofding uit te voeren. Ik zal ook zorgen voor echt vals haar, opdat men het hoofd goed zou kunnen opvangen!

Naast superproducties voor de film en mijn werk voor het toneel, meer bepaald voor de Koninklijke Opera van Wallonië, ben ik ook bezig voor privéverzamelaars. Elk project vergt een andere aanpak. Ooit vroeg een klant mij een wortel van dertig centimeter dik en twee meter hoog na te bootsen. Ik heb die gemaakt op basis van een stalen bewapening en met volumes van polystyreen die werden bedekt met een rasterwerk. De afwerking gebeurde in epoxy waarop ik een vernislaag aanbracht. Dat werkstuk staat nu in het Europees Parlement. Maar eigenlijk had ik het graag voor mezelf gehouden…

Welke adviezen zou u geven aan wie uw vak zou willen leren?

Om te beginnen moet je artistieke kwaliteiten hebben. Dan moet je je kunnen aanpassen, kunnen luisteren en kunnen onderhandelen. Je moet ook kunnen omgaan met een flexibel uurrooster. Voor de opnamen van “Valerian”, die zes maanden hebben geduurd, waren er zes maanden atelierwerk met dagen van twaalf tot zestien uur nodig. Ik heb zes kostuums ontworpen voor hoofdrolspeler Dane DeHaan en vier voor Cara Delevingne. Waarom zoveel? Omdat er stuntwerk bij te pas kwam en een beschadigd kostuum moest kunnen worden vervangen. Dat is het soort opnamen met een productieteam van 3000 leden; er valt dus geen uur te verliezen. Je moet ter plaatse kunnen ingrijpen. Tijdens de laatste proefopnamen vroeg Luc Besson me om de kraag van de duikerspakken 4 millimeter dunner te maken. Om binnen de termijnen te blijven, moet je voor sommige producties ’s nachts of tijdens de weekends werken. Kortom, wie dit vak echt graag wil beoefenen, raad ik aan zich goed te organiseren, berekende risico’s te nemen en het werk goed uit te voeren. 

Laurent Couline

+32 (0) 477 91 33 60

www.laurentcouline.com

  • /

“Brasse & Vous” is een authentieke ambachtelijke brouwerij die in het centrum van het Land van Luik gelegen is en waar bieren van uiteenlopende aard maar met een uitgesproken karakter worden gebrouwen. De sterproducten van het huis zijn de Legia en de Esperluette! Welkom in het beroezende rijk van Bruno en Lucky.

Bruno Bonacchelli is burgerlijk ingenieur scheikunde en biotechnoloog van opleiding. Gedurende bijna twintig jaar werkte hij bij de firma Meura, die gespecialiseerd is in het ontwerpen en bouwen van brouwzalen. Tijdens die loopbaan bezocht hij haast alle landen ter wereld waar bier wordt gebrouwen.

Lucky De Bruyn is een bekende figuur in de horecawereld en bij de Luikse feestvierders. Gedurende meer dan dertig jaar zorgde hij voor het oprichten, omvormen en zelfs ondersteboven halen van drankgelegenheden in Luik zelf en daarbuiten. Hij wilde Luik begiftigen met authentieke lokale bieren.

Enerzijds traditie en technologie, anderzijds lokale en authentieke waarden. Beide mannen moesten elkaar wel ontmoeten en gaan samenwerken. Zo hebben Lucky en Bruno in 2014 hun krachten, ervaring en passie gebundeld om in Rocourt de artisanale brouwerij “Brasse & Vous” op te richten, waar nu een tiental biersoorten worden geproduceerd.

De Legia blonde is een licht bier dat door infusie wordt gebrouwen en één enkele gisting kent (bier op vat) of een lichte secundaire gisting (bier op fles). Eén enkele moutsoort, één enkel hoptype en veel passie voor dit “gemakkelijk te drinken” bier, zonder kunstgrepen en voor het plezier. Het heeft een ouderwets aroma met een prettige feestsmaak (en een alcoholgehalte van 5,5 %).

De Legia saison is een van de recentste bieren. Het bevat weinig alcohol maar heeft een uitgesproken hopsmaak. Een bier dat de zintuigen op scherp zet en bedoeld is om boerenknechten wat verfrissing te brengen tijdens de oogst. “Seizoensbieren” dienden traditioneel om de arbeiders hun dorst wat te lessen in de oogsttijd. Daarom is dit bier fris en bevat het weinig alcohol (een alcoholgehalte van slechts 5 %).

De Legia cassis-menthe is het resultaat van lang nadenken over wat een gefruit bier eigenlijk moet bieden: een mengeling van zachtheid en frisheid. Dit lichte bier met zijn duidelijk verschillende weerkaatsingen brengt zon in de harten en de glazen. De discrete muntsmaak geeft er de nodige lichtheid aan (een alcoholgehalte van 3,5 %).

De Esperluette blonde is een bier met een zeer rijk karakter dat te danken is aan een subtiel mengsel van heldere moutsoorten en aromatische hoptypes, zonder welke andere kunstgrepen ook. Een rijk en bloemrijk bier dat gebrouwen wordt volgens de beste traditionele regels. Een lichte gisting op fles zorgt voor een zeer zachte afwerking in de geest van de “tripelbieren” (een alcoholgehalte van 7 %).

De Esperluette ambrée heeft een warme kleur en aroma. De Vurige Stede inspireerde de roodachtige kleur ervan en ook het stevige en gevoelige karakter. Het is het resultaat van een subtiel mengsel van heldere en gekleurde mouttypes en verscheidene aromatische hopsoorten. Dankzij het lage alcoholgehalte van 6,5 % kan men er onbevreesd van genieten.

De Esperluette Gla-Gla is het winterbier van de brouwerij. Het komt uit een exclusief brouwsel voor het jaareinde. Dit donkere en aangename bier zal het hart verwarmen. Het is licht gekruid met een snuifje oosterse peper die er een fijne smaak aan geeft. Dit frisse, zachte en licht geparfumeerde bier is een beetje bitter, maar heeft een uitgesproken karakter (en een alcoholgehalte van 7,5 %).

Les 4 Saisons de Liège” zijn “biologische” bieren die sinds april 2018 worden gebrouwen. Hun verschillen schuilen in de gebruikte gistsoorten. Zo is er de “Sighild-L’hivernale” (rijker en warmer), de “Capucine-La printanière” (complexer en wild), de “Alissa-L’estivale” (die beter de dorst lest) en de “Oriane-L’automnale” (die meer gekruid is). Het zijn lichte en verfrissende bieren.

Liefhebbers kunnen deze pareltjes ontdekken in de brouwerij zelf en in de Refter van de Brouwerij, waar ook enkele gerechten op basis van de Legia en de Esperluette worden bereid. De bieren zijn eveneens verkrijgbaar in restaurants, bij voortverkopers en in veel theaterzalen uit de streek (de lijst vindt u op de site van de brouwerij).

Momenteel is “Brasse & Vous” nog in Rocourt gevestigd, maar de brouwerij zal zeer binnenkort verhuizen naar het gebouw van de vroegere Grote Post, waar ze 600 m² in beslag zal nemen. Daar zal ook een bar zijn, alsmede nieuwe kuipen om de productie op te drijven tot 2.000 hl/jaar en zo nodig zelfs meer!

De Grote Post van Luik wordt binnenkort gerenoveerd

Omstreeks 1890 werden de gebouwen (hotels en cafés) op de hoek van de rue de la Régence en de quai sur Meuse gesloopt. In mei 1896 begon men een indrukwekkend Postgebouw op te trekken volgens de plannen van architect Edmond Jamar. Wegens de uitbreiding van de postdiensten was zulk een groot gebouw immers nodig. Voor het nieuwe gebouw in neogotisch stijl werden nieuwe technieken gebruikt, meer bepaald metaal voor de interne structuren. Het gebouw werd ondersteund door zuilen met kapiteel en met daar bovenop een elegant achthoekig en van een piek voorzien torentje, alsook met standbeelden die de beroepen uitbeeldden.

Het Postgebouw werd eind 1901 ingewijd. Het was de trots van Luik en van de Maasoevers. Het avontuur duurt een eeuw. In 2002 werd het voor zijn goede diensten bedankt, buiten dienst gesteld en beschermd. Na verscheidene verwikkelingen en reconversieplannen vatte Meusinvest een groot renovatieproject aan. “We willen in de Grote Post de ontwikkeling van het digitale en het creatieve district voortzetten, dat op de place Saint-Etienne,de creatieve hub van Luik werd begonnen”, aldus Gaëtan Servais, de algemeen directeur van Meusinvest. “Op termijn zal er zo meer dan 8.000 vierkante meter ter beschikking worden gesteld voor eender welk creatief en innoverend ecosysteem.

Het tijdschema voor de duur van de werken bedraagt twee jaar. Maar doordat heel het project in verscheidene fasen is onderverdeeld, zou “Brasse & Vous” reeds aan het einde van dit jaar zijn intrek kunnen nemen op de benedenverdieping.

 

 

BRASSE & VOUS

Rue d’Alleur 27C

B-4000 Liège (Rocourt)

+32 (0) 4 384 84 78

In 1971 heette dit restaurant “Le Bergerue”. Vandaag voert “Chez Silvano” de Italiaanse kleuren hoog in het vaandel. Het ligt verscholen achter de gevel van een herenhuis in de Luikse “Carré”. Maar daar wacht het geluk u op!


Om het niveau van een restaurant te beoordelen, hoeft men slechts de wijnkaart te overlopen. Zo kan men zich een idee vormen van de creativiteit, het zoeken en het oprechte verlangen om echte keukenliefhebbers te verleiden. Een klassieke “standaard”-kaart zal slechts karakterloze gerechten bevatten. Maar als ze keuzes durft maken, dan betekent dit dat ze wil tonen dat ze “het verschil kan maken”. De wijnkaart van “Chez Silvano” neemt u mee op reis doorheen het Italië van de uitmuntende ambachtslieden. Normaal, aangezien de wijnkelner die zijn tijd grotendeels steekt in het zoeken naar de zeldzame parels van de Italiaanse wijnproductie, Silvano zelf is. Hij werkt uitsluitend met de firma Vignalpi, die voor de import zorgt.  

Een kleine terugblik vóór we aan tafel gaan. Het waren de ouders van Silvano, Domenico en Adelma, die het avontuur begonnen met de Luikse nachtraven als klanten. Die kwamen er genieten van de befaamde ‘pasticcio San Martino’ of de ‘panzerotti à la truffe’. Een traditionele en zeer authentieke streekgebonden Italiaanse keuken.

In 1989, toen Silvano zes maanden op stage in Italië was geweest, verdiende hij zijn eerste sporen met nieuwe ideeën. Het restaurant werd toen “Chez Silvano”. In 2006 trokken zijn ouders zich terug en nam zijn echtgenote, Anne Varrasso, het fornuis over. Tien jaar later werd ze tot vrouwelijk chef van het jaar 2016 verkozen door Gusto Cultura.be. De metamorfose brengt de nieuwe Italiaanse keuken naar Luik. Die licentiate in de economische wetenschappen kiest voor creativiteit en verfijning om zin te geven aan deze veeleisende kunst. De kaart verandert natuurlijk met de seizoenen en wordt beperkt tot enkele creaties die zonder enige voorkeur geïnspireerd zijn door de Italiaanse streektradities. Door er te gaan lunchen kan men te weten komen of men er goed aan doet er terug te keren met degenen die dat waard zijn. Aan de klanten, namelijk Luikse personaliteiten, te zien, heeft dit restaurant zijn doelgroep gevonden, ook al gaat het schuil in een herenhuis in een straat van de “Carré”.

Chez Silvano
Bergerue 13
B-4000 Liège
+32 04 223 40 60
www.chez-silvano.be

 

  • /

In Fexhe-le-Haut-Clocher heeft stokerij The Belgian Owl (De Belgische Uil) zopas de 10e verjaardag gevierd van haar befaamde Single Malt. Terugblik op een succesverhaal vol aroma’s.


Alles begint in 2004, in Grâce-Hollogne, waar Etienne Bouillon, likeurstoker van opleiding en in Schotland gevormde meester-distilleerder, het eerste vat Belgische Single Malt Whisky vult, die hij gestookt had met een oude stoomalambiek en zo een oude droom had verwezenlijkt. Enkele maanden later begint hij op het internet met de voorverkoop van de 800 eerste flessen die pas vanaf november 2007 beschikbaar zullen zijn en waarvan nog niemand had geproefd… Het wordt een daverend succes, dat Etienne Bouillon en zijn vennoten Pierre Roberti en Christian Polis ertoe aanzet de proef te veranderen en ongeveer 20.000 flessen per jaar te produceren. Dat Jim Murray die kostbare drank in zijn “Whisky Bible” in 2011 uitroept tot de “beste Europese whisky”, versterkt de geestdrift nog. The Belgian Owl zal al vlug worden nagemaakt door verscheidene stokerijen in Vlaanderen en door Radermacher in Wallonië.

De keerzijde van die succesmedaille is de geregelde uitputting van de voorraad Belgian Owl Whisky in de handel, maar uitbreiden is moeilijk en distillatiematerieel is niet zomaar te vinden. Dankzij zijn contacten in Schotland, meer bepaald met Jim Mc Ewan op het eiland Bruichladdich, verneemt Etienne Bouillon dat twee van de vier alambieks van de vroegere stokerij van Caperdonich (in Speyside) beschikbaar zouden zijn. Maar er is één probleempje: dat soort materieel mag in theorie Schotland niet uit, aangezien het plaatselijk erfgoed is!

Een 100% Belgisch product

Na veel onderhandelen en met de steun van Mc Ewan, koopt The Belgian Owl twee prachtige alambieks die in 2013 in België toekomen. Met dat nieuwe materieel kan de stokerij ongeveer 80.000 flessen per jaar maken. Voortaan zijn de twee sterproducten van de stokerij, de Spirit Drink (whisky zoals hij uit de alambiek komt, wit en niet verouderd, met 46% alcohol) en de Single Malt Whisky (36 maanden) nu altijd verkrijgbaar.

Het eerste distillaat kwam in oktober 2016 uit de nieuwe koperen alambieks. “Wat wij willen”,vertrouwt Etienne Bouillon ons toe, “is een Belgische whisky maken met Belgische ingrediënten en voor Belgen! Ook al voeren we nu een deel van onze productie uit naar Europa, Amerika en Azië. Wij werken met zeven personen en ik heb in de stokerij het compagnonschap willen herhalen, dat ik zelf ooit heb gekend. Wij produceren tweemaal per dag, in twee ploegen, die elkaar aflossen van 4u tot 20u. Maar zelf sta ik nu niet meer op om 4u.

Tienjaarlijkse metamorfose

Naar aanleiding van de 10e verjaardag, heeft Belgian Owl besloten een ander uitzicht te geven aan zijn etiketten en een andere naam aan zijn producten. Het kleurloze distillaat (want niet verouderd op vat) heet nu “Origine” en heeft 46% alcohol. Vervolgens is er “Identité” (3 jaar oud), dat zonder mengsel van jaargangen wordt gemaakt en ook 46% alcohol bevat, net zoals “Passion”, de Single Cask die, zoals de naam het zegt, uit één enkel vat van 3 jaar komt. De vierde naam is ten slotte “Intense”, die gebotteld wordt met hetzelfde alcoholgehalte als op het vat (Cask Strength) ofwel ongeveer 70%. Niet geschikt voor eender wie...

Aangezien de stokerij haar eigen gerstvelden heeft en, dankzij contracten met andere landbouwers, kan beschikken over 72 ha tarwe, ziet de toekomst er rooskleurig uit.

Een veelbelovende Single Malt 
We hebben de Single Malt van 3 jaar (46%) geproefd. De neus is heel verfijnd en oprecht, zonder de liefhebber te willen vleien met kunstgrepen. De mond is zacht en zijig en vergt wat concentratie om de zuiverheid en complexiteit te beoordelen. De smaken van appeltaart, zoethout en munt komen heel elegant met elkaar in aanraking en de finale is heel zuiver en droog. Deze eerste whisky uit de nieuwe alambieken is veelbelovend (ong. € 55 voor 50 cl.)

 

The Belgian Owl
Hameau de Goreux 7
B- 4347 Fexhe-le-Haut-Clocher
+32 4 223 07 17
www.belgianwhisky.com

Met zijn 150 selecties voor Standard Luik en zijn voorliefde voor rijsttaartjes is Paul-José Mpoku, “Polo” genoemd, wellicht de meest Belgische van alle spelers van het nationale team van Congo. Hij is ook de grootste ambassadeur van Verviers, zijn geboortestad.

 


Eens Verviersenaar, altijd Verviersenaar. De stad die Victor Hugo een onbeduidende stad noemde (“ville insignifiante”), is het bastion van deze speler. Het is immers in de wolstad, vandaag de Waalse hoofdstad van het water, dat hij is geboren en zijn eerste voetbalpasjes zette. Hij speelde er voetbal met grotere jongens. Waarschijnlijk is het daardoor dat hij toch al voor enkele prestigieuze clubs heeft gespeeld. Nu is de middenvelder van Standard terug in het land en zijn we bij hem thuis te gast, in alle eenvoud en gemoedelijkheid, voor een gesprek zonder taboes. We praten over zijn stad, zijn voorliefdes, zijn echtgenote, zijn geloof …

Le Pays des tartes

Zo hij een buitenhuisactiviteit zou moeten voorzien, dan geeft hij toe – na enkele lange seconden te hebben nagedacht – dat de Luikenaars met hun oktoberkermis en zijn geuren van lackmansen en oliebollen wel enkele troeven hebben! Op het vlak van lokale gastronomie is er volgens hem niets dat opweegt tegen een lekkere rijsttaart. “Een Verviersenaar herkent een lekkere rijsttaart alleen al aan het uitzicht.” Paul-José Mpoku heeft het dan met de nodige affectie over de winkel van de persoon die in de wijk “Tonton Hugo” werd genoemd. “Volgens mij vind je de beste rijsttaart in Le Pays des tartes.” Hoe herken je nu eigenlijk een goede rijsttaart? “Als de textuur wat lopend is, dan is de taart perfect, dat is een teken van maturiteit. Is de rijst gesloten, hard, opgesloten in een textuur die onvoldoende vloeibaar is, dan zal de taart niet lekker zijn. Wat belangrijk is, is te weten waar je een lekkere rijsttaart kunt vinden.” En hoe gaat een sportman die op een hoog niveau speelt dan om met zijn voorliefde voor rijsttaart? “Vaak gaan mijn ouders rijsttaart halen wanneer ze weten dat ik op bezoek kom . Het is niet de beste voeding voor een sportman, maar nu en dan een stukje kan geen kwaad!” Dan licht zijn gezicht op. Staat er niet ergens nog wat rijsttaart in de koelkast?

Slagerij Ceylan

Deze slagerij, een familiezaak, stilt de zin in vlees van “heel Verviers”. “Je komt er vaak kennissen tegen die je al een tijdje niet hebt gezien. Bovendien is de bediening er uitstekend, het personeel is zeer vriendelijk.” Bij de familie Ceylan vind je echter meer dan alleen maar lekker vlees. De slagers zijn de ouders van Mucahid Ceylan, ook een beroepsvoetballer, en ook de oom en tante van Enes Saglik, die in de eerste afdeling speelt, bij Charleroi. Mucahid, Enes en Paul-José voetbalden als kinderen met elkaar en zijn altijd vrienden gebleven.

L’Atlas

Een zonnig terras, een traditionele houtoven voor pizza’s, dit restaurant is nog niet zo lang geleden overgenomen door vrienden van Paul-José. “De diversiteit van de kaart bevalt me: je kunt er niet alleen pizza’s of geroosterd vlees eten maar ook proeven van de Afghaanse keuken.

Het Hôtel de Verviers

Dit hotel telt een honderdtal kamers en het is er altijd bijzonder druk tijdens de Grote Prijs F1 in Francorchamps. Ook ter gelegenheid van belangrijke evenementen in Spa of in Theux wordt dit hotel stormenderhand ingenomen. “Het wekt verbazing, en het is positief, dat je zo’n prestigieus hotel vindt in zo’n klein stadje. Het hotel heeft ook een uitstekende brasserie waar de mosselen of de balletjes met frieten best wel een omweg waard zijn.

 

De wijk Prés-Javais

Dit is de wijk waar ik ben opgegroeid, waar ik op straat begon te voetballen. Ik was een van de kleinste jongens en speelde met de groten. Vandaag gaan ze het veld renoveren waar ik heb leren voetballen. Overigens heb ik me achter de aanvraag tot renovatie bij de gemeente geschaard en ik steun het project ook financieel. Dat lijkt me normaal, deze wijk betekent nog steeds veel voor mij. Ik heb er bepaalde leefregels geleerd: nooit opgeven, leren hoe je samen moet leven. Het is wat ze een multiculturele wijk nomen: je vindt er Afrikanen, Belgen, Albanezen, christenen, moslims … Dat geeft soms wel aanleiding tot debat, maar diep in onszelf weten we dat we allemaal gelijk zijn. Als kinderen noemden we onze ploeg naar de wijk waar we woonden: Prés-Javais tegen Linaigrette, Abattoir tegen Hodimont … Hoewel het terrein nog niet opnieuw is aangelegd, komt iedereen bij ons spelen, zo is het altijd geweest. Vraag me niet hoe dat komt. Eens het terrein gerenoveerd zal zijn, zal dat nog meer zo zijn!

Saint-Remacle

In de kerk Saint-Remacle in Verviers ontdekte Paul-José Mpoku wat godsdienst betekent. Tot aan zijn tienerjaren kwam hij met zijn ouders naar de parochie. Hij heeft ook in het koor gezongen. De kerk, die open is voor het publiek bij grote godsdienstige plechtigheden, dateert van de 19de eeuw en weerspiegelt de welvaart van die tijd die het gevolg was van de wolindustrie.

 

Tweestrijd tussen Verviers en Brussel in het teken van liefdadigheid

Sinds enkele jaren, als gevolg van een grapje in de kleedkamer van Standard tussen Geoffrey Bia en Polo Mpoku die elkaar wat treiterden in verband met de talenten van hun respectieve geboortestad, is er een traditie ontstaan. Elk jaar in de zomer nemen Verviers en Brussel het tegen elkaar op in een voetbalwedstrijd, de ene keer in Brussel en een jaar later in Verviers. Door de jaren is het concept voortdurend groter geworden. De laatste editie werd bijgewoond door meer dan 3.000 mensen in het stadion Bielmont in Verviers. Op het veld vind je spelers als Dolly Menga, Luis Pedro Cavanda, Clinton Mata, Mehdi Carcela en natuurlijk ook Polo Mpoku in het “team Verviers”. Geoffrey Bia, Anthony Vandenborre of nog Michy Batshuayi verdedigen de kleuren van de hoofdstad. Niet minder dan zo’n zestig professionele voetballers met een groot hart maken samen plezier voor een goed doel. De opbrengst van deze galawedstrijden gaat naar verenigingen die steun bieden aan jongeren in Brussel, naar weeshuizen in Afrika of naar de Stichting Junior Malanda die werd opgericht als eerbetoon aan de kapitein van de Belgische belofteploeg die in 2015 bij een auto-ongeluk om het leven is gekomen.

Ondernemerschap

Ik stel vast dat er in Verviers steeds meer handelszaken komen die het goed doen. Mensen durven het aan om een zaak te starten, ze hebben een project. Ze proberen het, ook al is het niet altijd gemakkelijk. Niet iedereen is geroepen om arts of voetballer te worden, iedereen moet zijn eigen weg zoeken, elk op zijn manier. Ik hou vooral van het dynamisme van ondernemers. Ik vind het fijn om te zien hoe iemand succes heeft in een ander domein. Om te slagen, moet je durven en soms ook meerdere pogingen wagen. Niemand is ooit geslaagd zonder eerst een paar tegenslagen te overwinnen. Onderweg naar succes moet je obstakels kunnen overwinnen.

Terrorisme

Ik ken enkele personen die vertrokken zijn, mensen uit de wijk. Als je wat met de mensen praat, dan besef je dat er te weinig werk is en dat sommigen zich laten beïnvloeden door beloftes van geld en vrouwen. De stad onderneemt nu pogingen om al die jongeren te helpen. We zouden echter nog meer moeten doen, we zouden al die buitenlandse gemeenschappen moeten helpen om een beter leven te hebben in Europa, in België, om zich te integreren. Eigenlijk is Verviers gewoon een gezellig stadje. Het is jammer dat het nu vooral bekend is omdat sommige terroristen van hier afkomstig waren.

Melissa, zijn vrouw

Op zijn Instagram-account herkennen we, tussen zijn sportieve exploten en zijn voetbalvrienden, de vrouw van zijn leven, Melissa. De account van de speler opent overigens met de foto van het lachende koppel, als bewijs van wat voor hem voorrang geniet. De vrouw die in de eerste plaats zijn beste vriendin was, is nu al 5 jaar zijn echtgenote. Hij was destijds 20 jaar, zij 18. “Mijn geloof, mijn familie en mijn vrouw zijn voor mij steeds op de eerste plaats gekomen. Vandaag is mijn vrouw mijn eerste familie. Als ik wat goede raad mag geven, dan zou ik zeggen dat je van je vrouw “je beste vriend” moet maken.” Zij is voor mij elke dag opnieuw zeer belangrijk, of ik nu op een voetbalveld sta of in het gewone leven. Ze is aanwezig, ze steunt me. Ze geeft me de vrijheid om mijn eigen keuzes te maken, ook al zegt ze zelf ook wel wat ze denkt. We zijn bijna zes jaar getrouwd. En we zijn gelukkig samen.

Zijn geloof

Mijn geloof is in de eerste plaats een persoonlijk initiatief dat ik heel bewust ben beginnen te beleven toen God in mijn leven is gekomen, toen ik ongeveer 15 jaar was. Het feit dat religie steeds in mijn leven aanwezig is geweest, heeft geholpen om Hem te ontmoeten. Andere mensen kunnen God ontmoeten zonder dat ze daarom in hun kinderjaren vaak naar de kerk zijn gegaan.


Korte biografie

1992: Geboren in Verviers
2004: Begin van zijn opleiding bij Standard Luik
2008: Gaat naar het opleidingscentrum van Tottenham, in Noord-Londen
2011: Tekent een 4-jarig contract bij Standard Luik
2015: Sluit een contract bij een club uit Qatar en speelt vervolgens op uitleenbasis in Italië, eerst voor Cagliari Calcio en daarna voor Chievo Verona. Wordt vervolgens getransfereerd naar Griekenland, naar de mythische club Panathinaikos
2017: Terugkeer van “Polo” naar België, naar Sclessin.


Een stad in volle herontwikkeling

Verviers is vandaag de Waalse hoofdstad van het water. Vroeger was de wolindustrie de voornaamste economische activiteit van de stad. Het is overigens de vader van John Cockerill, William, die de beweging naar welvaart op gang heeft gebracht toen hij zijn knowhow in het domein van de mechanisering van de textielarbeid op het einde van de 18de eeuw naar deze regio overbracht. Na vele magere jaren met economische stilstand heeft Verviers vandaag opnieuw de ambitie om te vernieuwen. Er worden vele initiatieven genomen om de stad mee te nemen in een positieve spiraal: zo levert de gemeente de nodige inspanningen om haar infrastructuur te renoveren en haar bewoners te mobiliseren. In de lente van vorig jaar presenteerde Mourad Touati, een amateur-regisseur uit Verviers, zijn reportage “Verviers vers le renouveau” (Verviers op weg naar vernieuwing), waarin hij de vernieuwende initiatieven van burgers onder de aandacht bracht: een project voor een lokale munt, ontmoetingen tussen kunstenaars en ambachtslieden, culturele initiatieven, start-ups … Er bestaat in Verviers zelfs een creatieve hub, een ecosysteem van spelers uit de economische wereld, de onderzoekswereld en de culturele sector die de sociaaleconomische uitdagingen van de regio rond Verviers benaderen vanuit een nieuwe invalshoek: de stadsherwaardering en de ontwikkeling van een creatieve economie.

 

  • /
  • /

Monumentaal werk van Roger Jacob komt weer tot leven in Luik dankzij CMI

Roger Jacob werd in 1924 geboren in Aarlen en volgde een opleiding aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten. Hij droomde ervan dat de kunst de ateliers zou verlaten om op straat te komen en bezit te nemen van fabrieken en openbare gebouwen. Zo sieren zijn waterspuwers de fonteinen op de Kunstberg in Brussel en was een van zijn monumentale werken in cortenstaal tot voor kort te zien bij de ingang van de zinkfabriek Prayon in Engis. We gebruiken bewust de onvoltooid verleden tijd, daar het beeld, dat dateert van 1972, zwaar was geërodeerd onder invloed van de tand des tijds. Er diende dus kordate actie te worden ondernomen. De onderneming schonk het werk aan de stad Luik die, in het kader van een cultuurbeleid dat oog heeft voor stadskunst, besliste, in samenwerking met de stichting “Les amis de Roger Jacob”, om het werk te verplaatsen, te renoveren en opnieuw op te stellen langs de boulevard Frère Orban, aan de voet van de nieuwe voetgangers- en fietsbrug. In het kader van zijn 200ste verjaardag was de groep CMI, die in Seraing is gevestigd op de historische site van de fabriek John Cockerill, bereid de renovatie en het vervoer voor zijn rekening te nemen en te financieren; de groep deed daarbij een beroep op verschillende ondernemingen in de regio (het Bureau Greisch, de firma Renory, MB Transports, Somef en de Ateliers Melens-Dejardin). Het werk van Roger Jacob, die in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw naar de streek rond Luik verhuisde, werd opnieuw ingehuldigd op dinsdag 24 oktober in het bijzijn van de Luikse overheden en ook van Bernard Serin, gedelegeerd bestuurder van de Groupe CMI, en leden van de stichting Roger Jacob .

In ‘PointCulture Liège’ (Cultuurpunt Luik) staat een rare fotoautomaat. Er komt betoverende muziek uit. De nieuwsgierige die erin stapt, gaat iets even lachwekkends als buitengewoons beleven. De LoveBot, de robot met de verleidelijke glimlach, neemt u mee voor een avontuur dat u in amper enkele minuten zal doen nadenken over liefdes en vriendschapsrelaties, over datingsites en over sociale netwerken in het algemeen.

 

Eli, kunt u ons uw levensloop in enkele woorden vertellen?

Eli — Tot 2014 studeerde ik aan het IHECS. Die studies bestonden uit een bachelor in communicatie, gevolgd door een master in permanente opvoeding met mediaopvoeding als specialisatie. Dat is veeleer een leerschool, een volwassenenopleiding in sociocultureel groepswerk. Daarna ben ik mij beroepshalve gaan specialiseren in productiehuizen en in agentschappen die meer gefocust waren op alles wat te maken had met interactieve productie en webdocumentaires. Ik volgde dat spoor omdat ik dacht dat dergelijk groepswerk zeer belangrijk en zinvol is, maar er zijn ook middelen om een groter publiek te bereiken of een publiek dat niet noodzakelijk banden heeft met het verenigingsleven. Je kunt hun een boodschap doorgeven of ze minstens doen nadenken over de maatschappij, en wel met tools die zelfstandig kunnen worden gebruikt, dus niet noodzakelijk in het kader van groepswerk. Dat is het, wat mij deed afwijken van mijn academische aanpak, die toch meer gericht was op sociocultureel groepswerk. Tijdens mijn master werkte ik voor de vzw Switch, die pedagogische tools maakte die vooral voor verenigingen waren bedoeld. Ik heb ook in Canada gewerkt, in Montreal, in een agentschap dat onder meer de heel grote webdoc ‘Fort McMoney’ produceerde, die gaat over de petroleumontginning in Alberta. Een grote productie met zeer grote budgetten! Onvoorstelbaar bij ons… Op het ‘Liège Web Fest’ in 2015 had ik het geluk dat ik de ‘Voix de Femmes’prijs won. Die gaf me vrij spel voor wat we momenteel en tot eind 2017 met Flo en Camille van de vzw Voix de Femmes (Vrouwenstemmen) doen over “digitale intimiteiten”. Dat wil uitdrukken op welke manier onze voorstelling van gender, seksualiteit en liefdesrelaties evolueert met onze digitale praktijken. Ook omgekeerd rijst de vraag hoe onze voorstellingen van gender vorm geven aan het Web zoals men dat vandaag kent. Dat is echt auteurswerk en meer artistiek dan pedagogisch.

Uw ‘LoveBot’-project zoals het er nu uitziet, werd dat zo bekeken vanaf het begin van het denkwerk?

Eli — In het begin kwamen er verschillende thema’s aan bod. Maar het project ging al vlug de richting van een welbepaald onderwerp uit: de kwestie van opvoeding tot relationeel, affectief en seksueel leven. Mijn eindwerk ging over dat onderwerp, meer bepaald over de hinderpalen om een waardevol programma te maken voor scholen. Dat onderwerp blijft taboe. Er moet al een hele deconstructie gebeuren in hoofde van de mensen die worden geacht die programma’s te leiden. Kortom, het is ingewikkeld om een echte cursus op te stellen, die naam waardig. Het is daar dat mijn interesse voor dat onderwerp vandaan komt. Om een oplossing te vinden voor die moeilijkheid, was ik mij gaan buigen over YouTubezenders met YouTubesters of YouTubers die over seksualiteit praten, over seksuele voorkeur, over gender enz. Ik zei bij mezelf dat dit een perfect voorbeeld was van een opvoeding door gelijken, die een alternatief biedt voor de school en waar jonge mensen toch antwoorden op hun vragen kunnen vinden. Het is een digitale praktijk die tien jaar geleden niet bestond en die nu bijdraagt tot de vorming van onze genderidentiteit en onze seksuele voorkeur. Dat vormt de basis van ons denken. Vervolgens hebben we dat uitgebreid tot de manier waarop het digitale invloed heeft op al die voorstellingen. In het begin beoogde ik dus een jonger publiek, veeleer adolescenten. Daarna ben ik me gaan interesseren voor datingsites. Ik schreef me in op een massa datingsites, maar stelde in mijn profiel duidelijk dat ik daar was in het kader van een project. Ik probeerde gewoonweg verhalen over ervaringen te krijgen.

En heeft dat gewerkt? Kreeg u die verhalen?

Eli — Jazeker! Een massa mensen zijn naar me toegekomen! Ik besefte al vlug dat er veel geweld was op die sites. En ook veel frustratie! Dat is een vaststelling, want de vrouwen en mannen op die sites hebben helemaal niet dezelfde ervaringen. In het kader van heteroseksuele relaties blijkt uit de ervaringen van de vrouwen dat ze geweldig veel reacties krijgen. Zoveel zelfs, dat ze niet eens meer antwoorden op de tientallen berichten die ze ontvangen. De mannen van hun kant, sturen heel veel berichten, maar krijgen daar weinig of geen reacties op. Bijgevolg leidt dat tot meer gewelddadige berichten, die men gebruikt als provocatie om een reactie te krijgen, meer dan om iemand te ontmoeten. Dat is misschien een onderwerp voor een volgend project...

En het huidige project, de LoveBot…

Eli — De LoveBot is veeleer het voorwerp van een bezinning over de controle die op die datingsites wordt uitgeoefend. De bestaande controle ligt op veel verschillende niveaus. De eerste controle is degene die men zichzelf oplegt. Wanneer men een profiel aanmaakt, wil men zijn beeld echt zoveel mogelijk in de hand houden en wil men “goed voorkomen”. Op de foto moet een sympathiek persoon staan, we geven informatie die ons interessant moet doen lijken enz. De tweede controle bestaat uit het vergelijken van de persoonlijke gegevens die men over zijn gesprekspartner krijgt, met degene die op andere sociale netwerken verschijnen, om te zien of ze coherent zijn. Er is ook de controle van de ontmoeting als dusdanig, dat wil zeggen dat men alle voorwaarden wil scheppen opdat ze goed zou verlopen. Van de kant van de ontwerpers is er de hele kwestie van de aanbevelingsalgoritmen. Men stelt alles in het werk opdat de ontmoeting zou kunnen plaatsvinden, ongeacht of ze tot een liefdesverhaal leidt of niet. Dat is allemaal zeer ideologisch gekleurd, want het vertrekt van het “soort zoekt soort”-beginsel en van de veronderstelling dat mensen met gemeenschappelijke interesses noodzakelijkerwijze goed met elkaar zullen overeenkomen… Kortom, het contact komt tot stand tussen mensen die in dezelfde sfeer leven! Men beweegt zich altijd in lauwe baden, met mensen die het altijd eens zijn met ons. Er ontstaat een soort consensus die bevestigt wat men al wist, maar waardoor men nooit iets bijleert. Om iets te kunnen bijleren, moet men op een zeker moment evenwel een kortsluiting doen ontstaan. In de wereld van de datingsites vinden er echter nooit dergelijke kortsluitingen plaats.

Kortsluiting, is dat dus de werkwijze van de LoveBot?

Eli — Ja, absoluut. Zonder te spoilen wat er tijdens de belevenis in de fotoautomaat gebeurt – want alles is juist gebaseerd op het verrassingseffect en de frustratie – is het de bedoeling een profiel aan te maken in de LoveBot. Men gaat je er wat afgezaagde vragen stellen, zoals op de datingsites: je leeftijd, je seksuele voorkeur enz. Maar als je antwoordt dat je hetero bent, dan kan de machine je evengoed een persoon van hetzelfde geslacht voorstellen. Met andere woorden: het profiel dat je maakt heeft geen enkele invloed op de persoon die je zal worden gesuggereerd. De bedoeling is dat, al is het maar twee seconden, je je afvraagt of die persoon je bevalt. Zo kun je een ogenblik uit je seksuele identiteit treden om mee te gaan in een bevraging, om je te bezinnen en om wat afstand te nemen van jezelf. Met de LoveBot proberen we het tegendeel te zeggen van het “soort zoekt soort”-concept. De ervaring is leuk en leerzaam. Je wordt er een beetje ongemakkelijk van, maar eigenlijk blijft het heel ludiek. Ze plaatst de gebruiker in een kwetsbare positie, omdat hij er niet in slaagt het beeld van zichzelf in de hand te houden. Het principe is hier heel egalitair: er is geen enkel klassenverschil en iedereen wordt op dezelfde voet van gelijkheid behandeld, omdat iedereen zich in dezelfde omstandigheden bevindt. Je moet hier wel spontaan zijn.

Zullen al die ervaringen samen leiden tot een resultaat, tot een analyse?

Eli — Ja, tot een onderzoek waaruit de grote trends zullen blijken. Hoeveel gebruikers zullen bijvoorbeeld het heleproces hebben afgewerkt? Welke passages waren problematisch? Wat er nu al uit blijkt, is nieuwsgierigheid: men wil de persoonsgegevens van anderen kennen, zonder zichzelf bloot te geven. Indien we die mogelijkheid om “te zien zonder te worden gezien” zouden afschaffen, dan zou het meteen gedaan zijn met de nieuwsgierigheid. Enerzijds zullen de analyses betrekking hebben op de statistieken en anderzijds op het kwalitatieve aspect. Op de inhoud van de berichten bijvoorbeeld, op het al dan niet gewelddadige karakter ervan (nadat de term werd gedefinieerd). Onder gewelddadigheid begrijp ik de woorden die worden gebruikt (expliciet seksueel, beledigend enz.). Er kan een uitgebreide reeks kwesties van sociologische aard aan bod komen. Dat onderzoek zal wellicht worden uitgevoerd in partnerschap met de universiteit van Namen en met die van Montreal. Het is heel leuk dat men deel kan uitmaken van een transmediaal project dat zowel betrekking heeft op digitale kunst, als op onderzoek en volwassenenvorming. Dat is trouwens het belang van digitale kunst, die zorgt voor samenwerking tussen verschillende milieus die dat niet noodzakelijk gewend zijn.

De LoveBot is begonnen in Luik. Zou hij naar andere steden kunnen verhuizen, zoals Namen, Brussel en Montreal?

Eli — Jazeker. De vraagstelling is heel “universeel” – althans in de ontwikkelde landen die toegang hebben tot het Web. We kijken ook naar Quebec, omdat daar al jaren bewustwordings- en vormingsprogramma’s over genderkwesties en seksuele voorkeur worden ontwikkeld. De cabine ginder laten draaien, de daar verzamelde resultaten bestuderen en ze vergelijken met die van de Belgische gebruikers, zou sommige verschillen aan het licht kunnen brengen. Het project zal nog een tijdje duren, minstens tot eind 2017!

www.voixdefemmes.org

Your opinion counts