Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

De skiër uit de lage landen die bergen weet te verzetten

Als u de definitie zoekt van ‘moed’, of zelfs van ‘wonder’, vraag het dan aan Armand Marchant. De beste Belgische skiër uit de geschiedenis weet waar hij het over heeft, nadat hij in 2017 zijn linkerknie verbrijzelde ‘op een slechtgelegen hobbel’. Nu heeft deze inwoner van Thimister opnieuw volop de Olympische Winterspelen in Peking in het vizier.

Armand Marchant (23) is als door een wonder gered. De man die alles heeft opgeofferd om topskiër te worden sinds hij een kind was, zag op een vervloekte dag in januari 2017 zijn dromen bijna aan diggelen vallen. Een slechte plek tijdens een slalomtraining verbrijzelde zijn linker knie: zijn meniscus en ligamenten zijn gescheurd en zijn scheenbeen is op meerdere plaatsen gebroken ... Zelfs de grootste optimisten hadden afgehaakt. Ook zijn ouders betwijfelden of hij ooit nog normaal zou kunnen lopen. Maar drie jaar en zeven operaties later is de Luikenaar weer terug op de pistes. En vandaag, een paar weken voor de Olympische Spelen in Beijing (van 2 tot 20 februari), droomt hij opnieuw van roem en eer. Ja, zelfs van een verlossing. De enige Belg in de geschiedenis die punten heeft gescoord in de wereldbeker (waaronder een 5e plaats in Zagreb in 2020), en die dit jaar op het wereldkampioenschap slalom een uitstekende 10e plaats behaalde, heeft alle voorspellingen gedwarsboomd. Met een karakter dat bewondering afdwingt. We ontmoetten hem bij de start van de 2022 Alpine Skiing World Cup en hij had zich net op briljante wijze gekwalificeerd voor de achtste finales in Lech Zürs (Oostenrijk). Een bemoedigend eerste resultaat!

De Olympische Spelen komen eraan. In welke stemming ben je?

Erg ongeduldig en opgewonden! In 2018, nog niet hersteld van mijn knieblessure, miste ik de Spelen van Pyeongchang in Zuid-Korea. Maar de Olympische Spelen zijn voor een sportman de Heilige Graal. Het is een echt doel. In een carrière stellen ze heel wat voor. Een mijlpaal ! Ik kijk echt uit naar deze Spelen. En het is toch een kinderdroom. Zonder over resultaten te praten, wil ik op mijn best skiën, het beste van mezelf tonen. Ik vind het echter nog steeds moeilijk om mezelf te projecteren in termen van resultaten. Laten we de overige manches van de Wereldbeker afwachten en dan zien we wel waar ik kan geraken. Op dit moment heb ik geen specifiek doel. Sport op hoog niveau is een kwestie van een paar details, een paar honderdsten hier en daar. Maar natuurlijk hoop ik op een goed resultaat. Mijn hoofddiscipline is slalom Ik zal ook de supercombiné doen.

Je had alles achter jou kunnen laten na je ongeluk in 2017. Twee jaar zonder skiën, bijna drie jaar zonder wedstrijden... Voor je aan de Spelen dacht, moest je eerst terug naar een normaal leven...

Het was verschrikkelijk! Op 18-jarige leeftijd, op 11 december 2016, werd ik de eerste Belgische skiër die punten scoorde in de wereldbeker door 18e te worden in de slalom van Val d'Isère. Een maand later, op 7 januari 2017, is mijn knie helemaal vernield ! Ik was er slecht aan toe. De chirurgen betwijfelden of ik fysiek ooit zou herstellen. Toen mijn moeder, een dierenarts, de röntgenfoto's van mijn linkerbeen zag, was ze geschokt. Ze vroeg zich zelfs af of ik ooit nog normaal zou kunnen lopen. Maar ik had geluk dat ik heel goed verzorgd werd door drie orthopedische chirurgen in Antwerpen, die samen de operatie uitvoerden. Die eerste operatie heeft me gered. Ik onderging er zeven in twee jaar. Daarna wilde ik alleen maar weer op de ski’s staan. Na drie jaar begon ik weer aan wedstrijden deel te nemen. Nu voel ik me 100% lichamelijk fit, ook al kraakt mijn knie nog een beetje. Ik ski weer op een natuurlijke manier, zonder angst. Het bewijs: op 5 januari 2020 behaalde ik de 5e plaats in de slalom van Zagreb die meetelt voor de Wereldbeker. Dat was te gek!

Is het een bron van trots om te denken dat een Belgische skiër de top van het Olympisch klassement kan halen?

Ja, ik wil graag het idee overbrengen dat het kan met de juiste omkadering en hard werken. En dan is er nog de bevordering van de sport. We hebben een federatie opgericht, we hebben veel jonge mensen tot deze sport gebracht. Het zou jammer zijn als er na Armand Marchant, niemand meer over was in het Belgische skiwereldje.

Hoe word je een alpineskiër in een vlak land?

In mijn geval is het in de eerste plaats een familieverhaal. Mijn vader heeft een handel in kalveren en mijn moeder is een dierenarts. Na hun werkweek kwamen ze mijn zus en mij halen om naar de bergen te gaan. Ik was twee en een half jaar oud. Het was skiën voor het plezier. Toen begon ik aan kleine wedstrijden deel te nemen met de club in Malmedy. Daarna bracht ik mijn zomers al skiënd op de gletsjers door. Op dat moment werd de Belgische skifederatie opgericht. Omdat ik een van de besten was, ben ik lid geworden van deze structuur. Het verliep echter niet zoals gepland want er waren spanningen binnen de sportorganisatie. Maar in 2008 had ik het geluk mijn huidige coach te ontmoeten, Raphaël Burtin, voormalig lid van de Franse Olympische ploeg. Hij zag dat ik potentieel had en stelde mijn ouders voor om mij naar het hoogste niveau te brengen. Toen ik twaalf was, stelde hij voor dat ik vier maanden zou skiën op een gletsjer, vier maanden in de bergen zou doorbrengen en aan veel wedstrijden zou deelnemen. Mijn ouders stemden toe en dat was het begin van het avontuur. Ik ging van skiën voor de fun naar wedstrijdskiën. Een andere wereld ! Er is iets opwindends aan om het tegen anderen op te nemen. Van het een kwam het ander en de doelstelling om professional te worden werd duidelijk. Ik begon steeds vaker het podium te halen in de categorieën U16 en U18. Maar het was in december 2016 dat het echt klikte toen ik mijn eerste punten scoorde in de Wereldbeker. Het voelde aan als een voetballer die net zijn eerste doelpunt in de Champions League had gescoord!

Hoe heeft die keuze jouw leven veranderd?

Het was ingewikkeld. Ik was nog jong, ik zat in het derde middelbaar, toen ik al niet meer naar school ging, omdat onderwijs volgen op zo’n afstand te beperkend was. Ik bracht mijn dagen door op ski’s, ook in de zomer toen ik ging skiën in Argentinië, op het andere halfrond. Gelukkig had ik het vertrouwen van mijn ouders die mij zeiden : “Als je een deftig niveau kan bereiken in het skiën, maak er dan je beroep van. Zo niet, kun je altijd nog naar school terugkeren.” Ik dank hen voor hun vertrouwen. Ik weet hoe gelukkig ik mag zijn dat ik deze steun heb genoten.

En op financieel vlak?

Het was een beetje een strijd. In België zijn we een kleine federatie met weinig middelen in vergelijking met Frankrijk waar alles in het werk wordt gesteld om skiërs in de beste omstandigheden te laten evolueren. Uitrusting, reizen, coaches ... alles wordt betaald. Sinds enkele jaren word ik gelukkig gesteund door het Adeps. Zonder hen zou ik niet op de pistes staan. Maar ik moet ook zelf sponsors zoeken om mijn winterseizoen te financieren. Het is soms frustrerend omdat, zoals in alle sporten, geld veel dingen bepaalt. Het stelt me in staat om beter materiaal te gebruiken en meer te trainen. Maar ik vecht met de wapens die ik ter beschikking heb.

Is het mogelijk om van het skiën te leven in België?

Ja. Wanneer je een bepaald niveau bereikt, kun je ervan leven, als je maar resultaten boekt en goed weet te onderhandelen over je contracten. Je hebt een goede manager nodig (lacht), wat niet altijd gemakkelijk is in België omdat we niet veel van skiën afweten. Wij hebben niet dezelfde cultuur als die landen waar skiën een grote sport is.

Hoe voelt het om een Belgische skiër te zijn temidden van vertegenwoordigers uit landen waar skiën bijna een godsdienst is ?

Het lijkt soms vreemd. Toen ik begon, kregen mijn ouders te horen : “Wat ? Je zoon stopt met schoolgaan om te gaan skiën ?” Er was iets mis met de vergelijking. Toen ik aan de eerste wedstrijden in Frankrijk meedeed, was ik “de Belg die skiet”. Een cliché. Daarna, beetje bij beetje, door goede resultaten, verdiende ik respect. Mensen zagen dat ik het nodige niveau bezat. Ook al zijn er geen bergen in België en beschikken we niet over de juiste infrastructuur, kun je grootse dingen doen als je maar hard werkt.

Hebben je Zwitserse, Franse, Oostenrijkse concurrenten je ooit complexen bezorgd?

Het is waar dat in het begin, wanneer je hoort: “de Belg, de Belg, de Belg ...”, het een beetje vervelend is, om niet te zeggen irritant. Sommigen vonden het vreemd dat ik een plaats kreeg in bepaalde races. Maar dat was snel geregeld. Mijn complex verdween dankzij mijn goede resultaten. Wat had ik minder dan de anderen ?

Hoe kan een skiër in België trainen?

In België blijft de training beperkt tot de fysieke voorbereiding. Mijn seizoen stopt eind april, ik neem wat vakantie in mei alvorens de zomer in België door te brengen voor fysiek werk. Dan moet ik naar Frankrijk, Zwitserland of Oostenrijk, op de gletsjers. Ik verblijf maar twee of drie maanden per jaar in België. De rest van de tijd leid ik een zwerversbestaan, maar dat is wat ik leuk vind en wat me gelukkig maakt.

Business in the air

Kunnen twee Luikse goochelaars de nieuwsgierigheid wekken van de retailmanagers van een van de grootste luxeconcerns ter wereld ? Dat is wat de oprichters van Levita in elk geval is overkomen. Focus op een project dat poëzie en technologie met elkaar verbindt.

 

Clément Kerstenne is 30 jaar. En Philippe Bougard 34. Beide Luikenaren hebben elkaar ontmoet in goochelclubs, waar ze regelmatig optraden naast hun studie. Hun credo, illusionisme gekoppeld aan ondernemerstalent, brengt hen ertoe om shows te verzorgen tijdens professionele of semi-professionele bijeenkomsten, maar ook om optredens te organiseren voor andere goochelaars. Met In The Air, het bedrijf dat de twee ondernemende studenten in 2012 oprichten, maken ze een spectaculaire entree in de wereld van de promotionele goochelkunst. Of het nu gaat om feestelijke openingen, productintroducties, teambuildings of video’s, ze deinzen nergens voor terug. Wil de CEO van een groot concern dat de sfeer ontspannen is op het moment dat hij de jaarlijkse ondernemingsresultaten presenteert ? Het duo krijgt het voor elkaar. In hun shows en diensten voor zowel bedrijven als particulieren maken de Luikenaren gebruik van digitale elementen, maar zonder de fout te maken van optredens zonder enig menselijk aspect.

Zwaartekrachtprincipe

Op basis van deze eerste ervaring starten Clément Kerstenne en Philippe Bougard in 2018 met Levita, een bedrijf dat zich richt op één product om het principe van de gewicht loosheid (een klassieke goocheltruc) te automatiseren. Het resultaat is een product dat overal ter wereld gebruikt kan worden, zelfs als er geen goochelaar aanwezig is. Drie jaar na de oprichting van Levita staan vier medewerkers de twee grondleggers terzijde om dit project verder te ontwikkelen. Net als In The Air heeft Levita overigens nog steeds zijn hoofdkantoor in Luik. De Gravity Display berust op een technologie die uniek is in de wereld. De Luikenaren hebben hiervoor hun eigen goocheltrucs benut, maar ook engineeringtechnieken toegepast om een met internet verbonden kastje te kunnen aanbieden : ideaal om een luxeproduct te presenteren in een winkel. In tegenstelling tot andere vergelijkbare producten bevat deze vitrine één of meer zwevende voorwerpen (een horloge, een bril, een sieraad of een smartphone). Sinds enkele maanden is het concept zodanig verbeterd dat ook zwaardere voorwerpen, zoals een champagnefles van Moët Hennessy van ongeveer één kilo, in het kastje passen.

Van Tokio tot Dubai

Dankzij de steun van het Awex is het kleine team rond Clément Kerstenne en Philippe Bougard in staat om deze Gravity Display binnen acht maanden te ontwikkelen. Alles, van het houten prototype tot de ontwikkeling van de software, is in Luik bedacht en gerealiseerd. Het product valt meteen in de smaak bij de grote namen in de wereld van de luxe, waaronder het Zwitserse horlogemerk Roger Dupuis (eigendom van de groep Richemont), dat na een eerste geslaagd experiment al veertien extra kastjes heeft besteld. Ondanks de pandemie en de winkelsluiting heeft Levita ook de aandacht getrokken van Audemars Piguet, een andere grote naam in de horlogewereld. In dit stadium is de Gravity Display het enige product van het Luikse bedrijf, maar de oprichters van Levita willen het daar niet bij laten. Hun kracht is dat ze een unieke ervaring bieden die iedereen fascineert en toch iets geheimzinnigs houdt. Wanneer Levita op internationale beurzen staat, lukt het zelfs ingenieurs niet om het geheim ervan te doorgronden. Het voorwerp bevindt zich recht voor hen. De verkoper kan het uit de vitrine halen, in zijn handen nemen en zelfs door een klant laten uitproberen. Met dit voorwerp, dat op enkele centimeters van het publiek om zijn eigen as draait, liggen de virtuele en aseptische ervaringen van het coronatijdperk dus ver achter ons.

Andere goocheltrucs

Omdat merken behoefte hadden aan een compacter product, is een miniversie van de Gravity Display uitgebracht, maar de ontwerpers willen nog andere concepten introduceren om hun aanbod te verbreden. Want niets lijkt dit kleine team te kunnen afschrikken. Het profiteert van zijn geringe afstand tot de markt en zijn grondige kennis van de goochelsector om zich succesvol te verweren tegen eventuele kopieën uit China. En dan zijn er natuurlijk nog de trucs die Clément en Philippe laten zien wanneer ze hun product presenteren aan de managers van de grote luxeconcerns. Om de magie te laten werken, proberen de ontwerpers van Levita elkaar te overtreffen in creativiteit. Zo hebben ze onlangs de Travel Box uitgebracht. Met dit product kan een voorwerp van het ene kastje naar het andere worden overgebracht op basis van teleportatie, een concept dat eveneens op mentalisme gebaseerd is.

Gespot door LVMH

Aan het einde van de tweede lockdown werd Levita opgemerkt tijdens de Innovations Awards van het luxeconcern LVMH. En hoewel het Luikse bedrijf als een van de elf finalisten (op bijna duizend kandidaten) geen prijs won in deze wedstrijd, werd het toch geselecteerd om deel te nemen aan het Maison des Startups, een programma van LVMH om initiatiefnemers van projecten in contact te brengen met de retailmanagers van de vijfenzeventig merken van het concern. Dacht u dat de goochelwereld enigszins stoffig was ? Dat de oude goocheltrucjes last hadden van een stereotypisch en oubollig imago ? De vier medewerkers van Clément Kerstenne en Philippe Bougard zijn allemaal jonger dan 35 en helpen om van Levita een dynamische, ambitieuze en kleinschalige start-up te maken. Een start-up die met de kunstwereld flirt door zijn entree te maken in bepaalde galeries en, als alles loopt zoals verwacht, in het prestigieuze Louvre in Parijs. Een rookgordijn aanleggen. Opduiken waar je niet wordt verwacht. De grenzen van het mogelijke en het geloofwaardige verleggen, dat is het motto van Levita.

 En zelfs wanneer ze dit najaar hun producten presenteren in het Belgische paviljoen in Dubai, beperken de twee Luikenaren zich niet tot het promoten van hun magische vitrines. De bezoekers van de wereldtentoonstelling verrassen met een paar goocheltrucs en een vleugje poëzie, maakt ook deel uit van hun strategie. Een strategie die het succes van Levita verklaart : een eigentijds concept waar we zeker nog meer van zullen horen..

“100% VAN DE WINNAARS BEPROEFDEN HUN GELUK”

Zelfverklaarde hyperactieveling, kosmopoliet en door en door Luikenaar, zakenman en bevestigd autocoureur; het ontbreekt Bernard Delhez nooit aan projecten. Het verhaal van een koppig kind ... dat kandidaat-ondernemers op ideeën kan brengen.

 

Toen ik 10 en een half jaar oud was, volgde ik op de best mogelijke manier een vereenvoudigde commerciële opleiding aan de HEC.” Zo begint dit verhaal van Bernard Delhez, die door zijn vader werd uitgedaagd om de 18.000 Belgische frank bijeen te krijgen die hij nodig had om zijn eerste motorfiets te kopen. “Ik had mijn geiten- en konijnenfokkerij verkocht, dus ik moest nog 7000 frank vinden. Mijn vader heeft me het bedrag geleend op voorwaarde dat ik er hem 8.000 terugbetaalde ! Kopen, verkopen, lenen : het was een snelcursus, die ik nooit zal vergeten. Ook vandaag nog doe ik niets zonder uitdaging of doelstelling.

De motorcross wordt zijn passie, zijn beroep, zijn leven. En dan, op 19-jarige leeftijd, het ongeval. Negen dagen coma, zestien breuken, hartstilstand, zeven operaties in één jaar. “Mijn droom om wereldkampioen te worden moest ik opbergen ; ik heb dan mijn eerste vennootschap opgericht. Het begin van een groot avontuur - ik hou van dat woord - avontuur ! Ondernemer zijn betekent uitdagingen aangaan en tegen de stroom in varen, vaak alleen. Achterlaten wat bekend is, wat iedereen doet, uit zijn comfortzone treden en het onbekende tegemoet gaan !

“Waar zijn mensen naar op zoek ? ”

Voor Bernard Delhez zal het avontuur dus de vorm aannemen van een twintigtal ondernemingen, op het gebied van onderdelen voor motorfietsen tot banden voor mijnbouwmachines en recent, de verdeling van generische farmaceutische producten, met Contipharma. “Wanneer je iemand ontmoet die aan de HEC heeft gestudeerd, weet je ongeveer hoe hij denkt, dat staat zo in de boeken. Ik kijk naar de omgeving en naar mijn doelstelling ; in functie van die twee neem ik mijn standpunt in. Toen ik met mijn bedrijf Recygom tot Jonge Europese Ondernemer werd gekroond, had ik geen ander diploma dan mijn rijbewijs en ik verzon niets ; ik had er goed over nagedacht, meer niet. Men kan mij aanwrijven dat ik opportunistisch ben, dat ik er aanleg voor heb en zelfs dat ik in de loop der jaren ervaring heb opgedaan. Maar ik houd het vooral eenvoudig. Wat kan je daarmee doen ? Waar zijn mensen naar op zoek ? Wat hebben ze nodig ? … In elk project steek ik energie. Soms lukt het, soms niet. Maar je kent het gezegde : 100 % van de winnaars beproefden hun geluk ! 

Via Wit-Rusland naar Afrika

De logica van deze route ligt meer voor de hand dan het op het eerste gezicht lijkt. “Ik werk al geruime tijd met Wit-Rusland samen voor de invoer van technische, industriële, landbouw-, vrachtwagen- en vliegtuigbanden. Het land is ook gespecialiseerd in de productie van geneesmiddelen. Toen ik Contipharma oprichtte, volgde ik gewoon de weg van het leven”, voegt Bernard Delhez er aan toe. In Afrika is er vraag. Contipharma exporteert daarom generieke geneesmiddelen die in Wit-Rusland worden geproduceerd met een bedoeling : “Concrete antwoorden geven op onopgeloste problemen op het vlak van de volksgezondheid, met name voor geneesmiddelen die vanwege hun prijs schaars of ontoegankelijk zijn. Zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid bieden op een behandeling. Een dienst verlenen en ervan kunnen leven, maar niet om geld te verdienen aan het ongeluk van mensen. Wellicht zou ik rijker kunnen zijn, maar diep van binnen zou ik arm zijn.

Een vrachtwagen voor COVID-tests

Contipharma was al in een vroeg stadium zeer actief in België om te reageren op de uitdagingen van de COVID-19-pandemie ; in januari 2021 lanceerde het ook snelle CE-gecertificeerde antigenentests, die door de Belgische en Franse overheid zijn goedgekeurd en zijn opgenomen in de door het RIZIV erkende productenlijst. Dit laatste idee volgt dezelfde weg : “Hoe de horeca, de cultuursector, de festivals doen herleven ? Door een snelle, massieve opsporing, dankzij de COVID-19 Testing Truck. Deze vrachtwagen, een mobiel testplatform, rijdt daar naartoe waar hij nodig is. In dertig minuten is hij opgesteld en operationeel. Wie zich wil laten testen wordt bijgestaan door erkend medisch personeel, met inachtneming van de geldende gezondheidsvoorschriften. Na een kwartier is het resultaat van de test beschikbaar, ter plaatse of op de gsm, met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

KORTE BIOGRAFIE

1966 Geboren te Verviers

• 1987 Oprichting van de onderneming DMP (invoer en verkoop van zwaar materieel en banden)

• 1993 Eerste prijs in de wedstrijd Jonge Europese Ondernemer van de Koning Boudewijnstichting voor zijn bedrijf Recygom, gespecialiseerd in het recyclen van banden en ander rubberafval Laureaat van de Milieuprijs voor de Industrie, ingesteld door het Belgische werkgeversverbond

• 1999 Oprichting van de vennootschap (Seraing), gespecialiseerd in de verwerking van autobanden tot korrels.

• 2001 Oprichting van Bedelco (Seraing), gespecialiseerd in de verdeling van banden voor de mijnsector 2010 : opening van een filiaal in Algerije

• 2015 Oprichting van Contipharma (Seraing), verdeler van generische geneesmiddelen, gevestigd in Luxemburg

 
Gentleman driver



Bernard Delhez is een regelmatige autocoureur, in de 24 Uren van Francorchamps, en ook in het Europees of het Wereldkampioenschap. “Ik moet mezelf kunnen meten, dat is hoe ik me ontspan. Ik vecht om te rusten, voegt hij er al lachend aan toe. Ik hoop te blijven racen tot mijn laatste dag. Er resten mij overigens vijfenhalf jaar om mijn droom waar te maken : Formule1-piloot zijn op mijn 60e verjaardag ! Ik werk daar hard aan. Binnen de regels, uiteraard. Ik hou van een snelle rit, maar zonder iemand aan te rijden om vooruit te komen. Ik speel ook niet vals. In de sport en het leven heb ik 3 basisregels : niet stelen, niet vals spelen, niet doorslaan.

En tot besluit : “Ik heb een dochter en het allerbelangrijkste is voor mij om haar zo goed mogelijk voor te bereiden op haar volwassen leven. Mijn rol als vader is gevuld met deze waarden”.

DE GEZELLIGHEID VAN SMART PETANQUE

Een partijtje petanque op een synthetische, modulaire mat die je in minder dan tien minuten uitrolt en zachte petanqueballen ? Ontdek het originele parcours van Patrick Neuville, psycholoog van opleiding, die met het Boogle House in Herve petanque heeft omgetoverd tot een middel om gezelligheid te creëren.

 

Patrick Neuville heeft jaren gewerkt in de HR op het gebied van de rekrutering van personeel. Mettertijd ontstond de wens om public relations-instrumenten te creëren om voor zijn klanten evenementen te organiseren. In die tijd waren het meer de sportieve uitdagingen die populair waren. Maar hardlopen, 2000 meter zwemmen in een meer of mountainbiken is echt niet voor iedereen weggelegd. Patrick, organisator in hart en nieren en gepassioneerd door petanque, heeft de codes door elkaar geschud door een meer toegankelijke en klantvriendelijkere activiteit aan te bieden.

Zo ontstond de eerste intercompany-petanquewedstrijd. “Het event was een regelrecht succes. Voor integratie is petanque een geweldig sociaal instrument”, onderstreept Patrick die, dankzij zijn rekruteringsbedrijf en zijn contacten, goede connecties had die hem in staat stelden sponsors te vinden, waaronder Thierry Luthers, de beschermheer van deze eerste editie. De door onze psycholoog georganiseerde evenementen namen vervolgens een hoge vlucht en brachten Belgische en Franse petanque-sterren, maar ook persoonlijkheden en het grote publiek samen. Het worden echte, niet te missen netwerk- en fun-events.

Henri Salvador als beschermheer

In 1996 kon hij dankzij zijn netwerk de ‘Petanque Trofee voor personaliteiten en beleidsmakers’ in het leven roepen ; Henri Salvador aanvaardde het peterschap voor verschillende edities. Van het een kwam het ander, de petanquekampioenen raakten geïnteresseerd in Patrick en vroegen hem om voor hen events te organiseren. Dit is het begin van de ‘Trofee van de Uitblinkers’ een competitie waar amateurs uitkomen tegen de beste spelers ter wereld. Patrick organiseert nu jaarlijks edities, in Luik, Agadir, Marrakech en Cancale in Bretagne

Tijdens een van deze events ontmoette hij Jean-Pierre Albertini, die bezig was zijn eigen soepele petanqueballen te ontwikkelen voor binnen, zonder schade of lawaai te maken.

“ Een synthetisch rode mat met een zwart design frame in gelakt hout of c ortenstaal, modulair en binnen en buiten demonteerbaar in slechts tien minuten.”


Een modulaire design petanquebaan

Na deze ontmoeting ontstond het idee om een petanquebaan aan te leggen die zowel mooi, makkelijk (de) monteerbaar en leuk is. “Ik wilde geen petanquemateriaal verkopen, mijn ding is het creëren van concepten en events. Na rijp overleg vroeg ik dus mijn schoonbroer, een timmerman, om een prototype van een baan te maken. Boogle® was geboren : een synthetisch rode mat met een zwart design frame in gelakt hout of cortenstaal, modulair en binnen en buiten demonteerbaar in slechts tien minuten.

Helaas ! Net voor de COVID-pandemie en de eerste lockdown. “Ik wilde me richten op hotelketens en cruiseschepen, midden in de crisis … Ik heb het geluk gehad nog een tiental banen te kunnen verkopen, o.a. aan twee grote namen : RTL Belgium en het Belgian Football Center in Tubeke, nadien is mijn omzet snel teruggelopen. De Rode Duivels en de Red Flames petanquen in hun vrije momenten, tijdens hun verplaatsingen.

130 banen voor de woonzorgcentra

Tegen alle verwachtingen in deed zich in deze context een grote kans voor, toen Sophie Wilmès, belast met de gezondheidscrisis binnen de regering, petanque heeft opgenomen als toegestane activiteit (samen met kajakken). “De verantwoordelijken van de uitzending Système B op Bel RTL belden me om over het concept te praten. Ik stelde hen voor een wedstrijd te organiseren met het aanbod als prijs een Boogle-baan met een waarde van € 1 750 te schenken aan een woonzorgcentrum. Wzc's werden tijdens de eerste golf het zwaarst getroffen, ik wilde een geste doen voor deze mensen.” Tijdens de uitzending gebeurde er iets ongelofelijks : “Een milde schenker uit Brussel, die verleid werd door ons concept en geraakt was door de situatie van de bejaarden, besloot zich bij onze actie aan te sluiten. Uiteindelijk hebben we in de zomer van 2020 130 Boogle-banen geïnstalleerd in Waalse woonzorgcentra, vertelt Patrick Neuville ons.

Tussen de twee mannen is een mooie band ontstaan. “Ik heb de schenker overgehaald om samen een vennootschap op te richten om de verschillende afdelingen van Boogle® in onder te brengen.

Des clients jusqu’en Amérique

Het Boogle House, in Herve, ontvangen we een club petanquespelers maar niet alleen hen; het is ook de ideale plaats om seminaries, workshops en teambuildingactiviteiten voor ondernemingen te organiseren.


Als klein bedrijf met vier werknemers heeft Boogle® momenteel drie afdelingen : Boogle House, in Herve, dat dient als showroom en waar je petanque kunt spelen, Boogle Business, dat instaat voor de verkoop en Boogle Events dat zich bezighoudt met de verhuur van banen en de organisatie van events.

In mijn dromen wilde ik een Boogle House oprichten, een uniek plekje in Europa, zo vertelt ons Patrick Neuville. “Hier, in Herve, in dit herenhuis, vinden we deze warme, vriendelijke sfeer, waar we ons goed voelen.” Op deze plek ontvangen we een club petanque-spelers maar niet alleen hen ; het is ook de ideale plaats om seminaries, workshops en teambuildingactiviteiten voor ondernemingen te organiseren. We kunnen er tot 40 personen ontvangen, met terras en een aanbod van snacks.

“Boogle on Ice” in Luik

De afdeling Verhuur zet op haar beurt de events verder die een deel zijn van dit mooie verhaal. “Onze banen komen op onwaarschijnlijke en prestigieuze plaatsen te liggen, tijdens VIP-events met Benoît Poelvoorde of Jose Garcia en op uitzonderlijke locaties zoals het Palais Vivienne in Parijs. Op de schaatsbaan in Luik hebben we zelfs een ‘Boogle on ice' ingericht.

De verkoop gaat vooral richting buitenland want Vlaamse, Nederlandse, Duitse, Engelse en zelfs Amerikaanse klanten tonen interesse voor onze modulaire banen. “Ik hoop eigenaars van hotelketens en cruiseschepen te kunnen overtuigen om een Boogle-baan bij hen aan te leggen. Het concept van een modulaire designbaan is voor hen uitgedacht, kan zowel een binnen- en als buitenactiviteit zijn en is eenvoudig aan te leggen. Ook dames houden van deze activiteiten, want ze kunnen met hoge hakken en in avondkleed spelen, indien zij dat wensen (lacht).

We mikken ook op woonzorgcentra, ziekenhuizen en revalidatiecentra. “We krijgen positieve feedback van kinesitherapeuten die ons laten weten dat het hun patiënten goed doet en dat zij er mooie momenten door beleven”.

Partnerschap met Saint Tropez ?

De toekomst ? Het ontbreekt Patrick Neuville niet aan ideeën. “We denken eraan om onze eigen petanqueballen uit gerecycleerd plastic te gaan produceren. Een van onze dromen is om het proces van A tot Z te beheren. Wij zijn reeds in gesprek met bedrijven om mallen te produceren. Zo kunnen wij een gamma ballen en koffers voorstellen die 100 % personaliseerbaar zijn, in de kleuren en het logo van onze klant.

Zonder te vergeten dat, zodra de gezondheidscrisis voorbij is, een samenwerking met het kledingmerk Saint Tropez in het verschiet ligt. “De eigenaars willen graag dat de Boogle-baan deel uitmaakt van hun aanbod …

www.boogle.eu

TERUGKEER VAN DE ADELAAR

Ter gelegenheid van de twee- honderdste verjaardag van zijn dood is Napoleon levendiger dan ooit. In Luik wordt zijn heerschappij in een uitgebreide tentoonstelling, verrijkt met reconstructies en authentieke voorwerpen, in de juiste context geplaatst. Tot 9 januari 2022.


Hoe vertel je het verhaal van Napoleon ? Van deze “rockster uit de geschiedenis” zoals hij beschreven wordt door Bruno Ledoux, de verzamelaar die een groot aantal stukken heeft uitgeleend aan de tentoonstelling De mythe voorbij, die door Europa Expo in het station Luik-Guillemins is opgezet. Het bewind van deze ambitieuze visionair was doorspekt met wapenfeiten en politieke beslissingen, die soms autoritair waren. Al deze elementen zijn aanwezig in de tentoonstelling, die de tweehonderdste verjaardag viert van de dood van een politicus en militair, die zowel bewonderd als gehaat werd. Driehonderdvijftig authentieke stukken, waarvan sommige nog nooit eerder te zien waren, vertellen op bijna 3000 m² het verhaal van een uitzonderlijke lotsbestemming

© Collection Bruno ledoux

Longwood House

De regeerperiode van Napoleon was kort maar zijn invloed op Europa is enorm gebleken. Hij stierf op Sint-Helena en het is daar dat de mythe is gegroeid, gevoed door de memoires waaraan hij een groot deel van zijn laatste levensjaren wijdde. De tentoonstelling begint op dit stukje rots dat ergens in het midden van de Zuid-Atlantische Oceaan ligt. De eerste voorwerpen zijn bedoeld om het verblijf van de afgezette vorst in Longwood House op te roepen, een verblijf op een vochtig, winderig plateau waar hij en zijn gevolg een eerder comfortabel leven leidden. De hagiografische voorstellingen van de keizer die zijn memoires dicteert, worden geëvenaard door karikaturen van een man met een dikke buik, geschetst door een van zijn Engelse cipiers.

Kind van de Revolutie

Napoleon Bonaparte was nog geen 20 jaar oud toen de Revolutie uitbrak en zijn weg naar de top was het rechtstreekse gevolg van het nieuwe regime dat in 1789 werd ingesteld, en waaraan de rest van de tentoonstelling gewijd is. Het lemmet van een guillotine, dat tussen de dertig en zestig kilo woog, schittert in dit gedeelte, waar wij ook het hemd vinden dat Lodewijk XVI droeg op de dag dat hij naar het schavot werd gebracht, een indrukwekkende sleutel van de Tour du Temple, een Frygische muts en een carmagnole (wat niet alleen een dans was, het verwees ook naar een jasje met plooien en grote knopen dat door de sans-culottes werd gedragen).

De familie Buonaparte, zijn broers en zussen en hun kinderen, hielpen Napoleon de gebieden die hij met geweld veroverde onder controle te houden. Hij maakte koningen van zijn broers en zwagers en plaatste ze als strategische jetons op de kaart van Europa. Aan de hand van de tijdlijn leren we wie wie is in deze familie met ontelbare allianties.

De bezoekers duiken in een meeslepende reconstructie waar Europa Expo bekend om staat.


Een oorlogsmachine

Als we de rondleiding voortzetten, duiken we in een meeslepende reconstructie waar Europa Expo bekend om staat. Dit is de bivak van het leger. Wij doorkruisen een geplaveid erf, waar soldaten hun ratatouille opwarmen, Bonaparte en zijn adviseurs de komende troepenbewegingen plannen, de paarden rusten, een mammeluk de wacht houdt en een paar straathonden naar eten zoeken. Het leger van Napoleon, dat tot 600.000 man telde, was een echte oorlogsmachine. Alleen de officieren hadden een paard, de soldaten moesten lopen. Voor de ogen van de dorpelingen, die verdeeld waren tussen angst en bewondering, kon het voorbij-
trekken van de troepen verscheidene uren duren. Talrijke stukken van hun uitrustingen en wapens stellen het leger tijdens hun mars voor. Aan de ene kant hebben we de rugzak van de soldaat, een goede vijfentwintig kilo, aan de andere kant de velduitrusting van de keizer, met zijn opklapbed, toiletartikelen, draagbare bibliotheek, verrekijkers en landkaarten. Tussen 1792 en 1815 voerde Napoleon het zwaard en het kanon door Europa in zeven veldtochten tot de nederlaag bij Waterloo. Er zijn wapens en uniformen te zien, waaronder die van de Waalse Garde die in 1808 tegen de troepen van Napoleon vocht in de Slag bij Burgos.

Napoleon was op 30-jarige leeftijd meester van Frankrijk en werd vier jaar later tot keizer gekroond. De kroning, die onder het gewelf van de Notre-Dame plaatsvond, ging over communicatie en propaganda voor het eigen volk en voor de buitenlandse vorstenhuizen. Dit is het moment om de pracht en praal van het Keizerrijk op te roepen met het servies, de meubels en garderobe, met een mix van antieke stukken en reconstructies.

Velen zien in het Burgerlijk Wetboek en al de openbare instellingen die het oprichtte, de kwintessens van de Napoleontische erfenis. Een gedeelte is hieraan gewijd in een neo-klassiek decor dat vooral naar een gesublimeerde oudheid verwijst.

 

© Collection Bruno Ledoux

Tussen 1792 en 1815 voerde Napoleon het zwaard en het kanon door Europa in zeven veldtochten tot de nederlaag bij Waterloo.


Twee “Luikse” erelegioenen

Napoleon kwam tweemaal naar Luik, vanwaar Franse troepen in 1794 de Oostenrijkers verdreven hadden. Bij zijn terugkeer vroeg hij een jonge winnaar van de Prijs van Rome, Jean-Auguste-Dominique Ingres, om hem te schilderen in het gewaad van een consul tegen de achtergrond van de toen vervallen kathedraal Saint-Lambert. Wij vermelden ook de twee ‘Luikse’ erelegioenen. De eerste werd gegeven aan André Modeste Gretry, een musicus die Napoleon erg waardeerde en die ook eregast was bij de kroning. De tweede wordt toegeschreven aan Hubert Goffin, een bescheiden mijnwerker die met zijn 12-jarige zoon het leven redde van 70 arbeiders die door een overstroming in de val waren gelopen.

Een badkuip op het platteland

Een van de opmerkelijke stukken in deze sectie is de zinken badkuip die Jean-Jacques Dony aan Napoleon schonk. De stichter van de firma La Vieille Montagne was een kanunnik en scheikundige en had een octrooi aangevraagd voor een procedé van zinkproductie. Hij schonk de keizer deze badkuip om de waterafstotende eigenschappen en de vormbaarheid van zijn nieuwe legering aan te tonen. Hij kon de keizer overtuigen en die zou een identiek exemplaar hebben meegenomen tijdens zijn Russische veldtocht.

De tentoonstelling eindigt met tekeningen van de laatste reis van de Belle Poule, een fregat met zestig kanonnen dat in 1840 de as van Napoleon naar Frankrijk terugbracht.

Uiteindelijk zal iedere bezoeker ongetwijfeld de Napoleon vinden waarvoor hij of zij gekomen is. Bonaparte was er van meet af aan op bedacht zijn imago te controleren en begreep de propagandamogelijkheden ervan, maar de tentoonstelling bevat ook talrijke voorwerpen die helpen om het personage en zijn daden in hun historische context te plaatsen.

Van Waterloo naar Sint-Helena


Schilderij van Maurice Dubois, waarop een jong meisje bij zonsondergang bloemen legt bij de Gewonde Adelaar, het monument ter ere van de keizerlijke garde.

Dit jaar, waarin de tweehonderdste verjaardag van de dood van Napoleon Bonaparte wordt gevierd, is het Museum Memoriaal van Waterloo 1815 natuurlijk een plaats die u niet mag missen. Tot 17 oktober is er een nieuwe tentoonstelling te zien. Onder de titel Van Waterloo tot Sint-Helena, de geboorte van de legende, concentreert het zich op de cruciale periode tussen de nederlaag bij Waterloo in 1815 en de dood van Napoleon op Sint-Helena in 1821. Zes jaren om van Napoleon een legende te maken. Verbannen en zonder wapens bleef de keizer strijden met zijn woorden en zijn pen, en bracht hij zijn waarheid, zoals die in zijn beroemde memoires ‘Mémorial de Sainte-Hélène’ is opgenomen.

Het eerste deel behandelt de periode tussen de terugkeer van Napoleon in Parijs en het vertrek naar zijn eindbestemming. Een van de meesterwerken is het grote schilderij van Paul Delaroche, om precies te zijn een kopie van het doek, waarop Napoleon, gelaarsd en onderuitgezakt in een stoel, in 1814, een paar dagen voor zijn troonsafstand in Fontainebleau, overweldigd lijkt door zijn lot.

Daarna wordt zijn ballingschap op Sint-Helena getoond. Het bergachtige eiland is te zien zoals het eruitzag voor de passagiers van de HMS Northumberland, op een gravure gemaakt door een Britse scheepsofficier. Er is ook de koperen badkuip waar hij 's morgens negentig minuten in lag, en zijn beker waarmee hij zijn maagzweer behandelde en waaraan hij uiteindelijk zou bezwijken.

 

Het bronzen dodenmasker, dat zijn arts Antommarchi maakte.

Tussen de nederlaag in Waterloo in 1815 en het overlijden van Napoleon op Sint-Helena in 1821, liggen zes jaar die gaan bijdragen tot het ontstaan van de napoleontische legende.


De constructie van de mythe

De derde ruimte is gewijd aan de literaire constructie van de mythe, gevoed door zijn memoires die hij aan zijn verbanningsgenoten dicteerde. We kunnen er verschillende originele werken uit de bibliotheek van Sint-Helena zien, die door het Museum van Châteauroux uitgeleend zijn.

Het laatste gedeelte gaat over de held, toen Napoleon na zijn dood tot een mythische figuur verheven werd. De voorwerpen hier vereeuwigen de glorie van Napoleon, als keizer en martelaar. We kunnen er het bronzen dodenmasker zien, dat zijn arts Antommarchi maakte, of het beroemde schilderij van Maurice Dubois, waarop een jong meisje bij zonsondergang bloemen legt bij de Gewonde Adelaar, het monument ter ere van de keizerlijke garde. De legende was geboren …

SOPRAAN EN ZUMBALERARES

Céline Scheen, internationaal vermaard lyrisch artieste, laat barokwerken schitteren met de grootste ensembles en gerenommeerde dirigenten. Ze ruilt regelmatig haar concertkleding in voor een legging en een tanktop tijdens haar zumbalessen.

 

De getalenteerde Céline Scheen geeft vaak uiting aan haar bezorgdheid om haar publiek het beste te bieden en aan haar vrees om daar niet in te slagen. We maken kennis met een bescheiden en innemende artieste van wie het verhaal doorspekt is met geweldige uitbarstingen van kristalhelder gelach.
Hoe kwam een klein meisje, geboren in een groot en gastvrij gezin, in aanraking met oude muziek ? Plombières, waar zij haar jeugd doorbracht, is een dorp dat na de mijnactiviteiten verweesd achterbleef. “Met arbeidershuizen, mensen geworteld in het heden. Dat betekent veel voor me”, zegt ze. “Ik ga er soms met mijn dochter Farah (11 jaar) naartoe om een terril te verkennen waar zeldzame bloemen te vinden zijn, waaronder mooie kleine viooltjes.

Het programma Jeune solistes

Het jaar daarop stuurde de lerares haar leerlinge naar het programma Jeunes Solistes van de RTBF, waar de jonge sopraan aria's van Mozart en Donizetti zong en de publieksprijs won. Onvergetelijk ? “Niet echt”, zegt ze. “Ik heb daar gezien waaruit deze job echt bestaat, de druk, de noodzaak om dingen perfect te doen.
Toch koos ze voor muziek, maar niet zonder in de verleiding te komen om psychologie te gaan studeren. De directeur van het Conservatorium van Verviers, Guy-Philippe Luypaerts - de vader van Maurane - geeft haar “de adem om nog verder te gaan”. Aan het Conservatorium van Mons leert Céline Scheen zingen bij Marcel Vanaud die haar zal voorstellen om daar en aan het Conservatorium van Brussel enkele lessen te geven.
Maar ik kon mezelf niet plaatsen in het beroepsleven, in het beroep van operazangeres zoals ik dat opvatte, ” legt ze uit. Ze won een beurs om twee jaar zang te studeren aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen. “Het was moeilijk, veeleisend. Ik slaagde er niet in mijn identiteit als zangeres en muzikante te vinden. Vera Rosza, een groot lerares, hielp me het timbre, de kleur van mijn stem te vinden."

“ Ik werk nog steeds veel aan de gesproken taal : het draait niet zozeer om de klank van de stem, maar om de woorden, de boodschap die het publiek zal ontvangen.”

 


© Michal Novak
Céline Scheen met de Duitse contratenor Valer Sabadus.

Aangetrokken door hedendaagse liedjes

Aan de rand van Duitsland en Nederland vond de sopraan het verlangen om “deuren te openen”, om andere culturen, andere talen te leren kennen. “Mijn ouders spraken Frans, Duits en, onder elkaar, dialect dat ik ook in het dorp hoorde spreken. Maar hoewel mijn vroege inwijding in andere talen ongetwijfeld waardevol is in mijn beroep, werk ik nog steeds veel aan de gesproken taal : het draait niet zozeer om de klank van de stem, maar om de woorden, de boodschap die het publiek zal ontvangen.
Als kind leed Céline Scheen aan longproblemen ; de dokter raadde haar een blaasinstrument aan. Daarom ging ze toen ze 6-7 jaar oud was naar de Muziekacademie van Welkenraedt om er fluit te leren spelen. “Hoewel ik graag noten las, voelde ik me nooit aangetrokken tot dit instrument”, herinnert zij zich. Ze voegde er zang aan toe, aan het Conservatorium van Verviers. “Dat was echt volledig mijn keuze. Ik droomde alleen van eigentijdse liederen, maar mijn lerares, Annie Frantz, legde me heel vakkundig uit dat het, ongeacht de muzikale stijlen en periodes, een kwestie was van zangtechnieken aanleren, van werken aan de ademhaling … ”

Le Roi danse

Een kwestie van toeval of geluk. De sopraan nam deel aan de opname van de soundtrack van de film Le Roi danse, van Gérard Corbiau, met het ensemble Musica Antiqua Köln onder leiding van Reinhard Goebel. De bekendheid van de film, de contacten, de ontmoetingen en de mond-tot-mondreclame hielpen haar om haar carrière op te bouwen. Behoorlijk indrukwekkend! Céline Scheen was te gast op de grootste festivals en in de grootste zalen van België, Europa, de Verenigde Staten, Japan ... onder leiding van de grootste dirigenten. Zij speelde in de beste barokensembles, vertolkte vele operarollen, en maakte heel wat cd’s. “Er zijn enkele mooie verrassingen en geweldige ontmoetingen geweest, maar ook enkele mindere jaren. Ik begreep al snel dat opera niet mijn ding was; ik wou leven voor mijn eigen identiteit, trouw blijven aan mezelf. Het duurde even voordat ik ingewerkt was.

Genres mixen

Fijne herinneringen? In 2016 voert ze Café Müller op, in de Arena van Nice, op een choreografie van Pina Bausch en een partituur van Purcell met het barokensemble Castello. En twee jaar geleden, in La Cigale in Parijs, een duo met DJ Arnaud Rebotini rond een thema van componist John Dowland. “Ik waardeer de mengelmoes van genres: dat roept bij mij sterke emoties op!

Snelbiografie
• 1976 Geboren in Verviers
• 1991 Begon fluit te spelen en te zingen aan het Conservatorium van Verviers
• 1992 In de finale bij Jeunes Solistes (RTBF)
• 1994 Trad toe tot het Koninklijk Conservatorium van Mons, waar zij een Eerste Prijs in concertzang en operazang behaalde
• 1998-2000 Studeerde zang aan de Guildhall School of Music and Drama, Londen
• 2000 Nam de muziek op voor de film Le Roi danse (Gérard Corbiau) met het ensemble Musica Antiqua Köln
• 2004 Nam, met het Ensemble Clematis, twee platen op gewijd aan Nikolaus, Kempis en Carel Hacquart, componisten uit de Zuidelijke Nederlanden
• 2011 Nam Bellérophon op, van Lully met Les Talens Lyriques, en de Mis in B van Bach, met Jordi Savall
• 2016 Opname van Bachs Psalm 51 met het ensemble Le Banquet Céleste
• 2018 Nam Himmelsmusik op met het Arpeggiata Ensemble
• 2020: 2020 Deelname aan de Grammy Awards in Los Angeles


Spijt ? “Ik heb vaak interessante voorstellen afgewezen uit angst dat ik niet goed genoeg was ; ik heb geen zelfvertrouwen en dat kan pijnlijk zijn. In het begin van mijn carrière heb ik voorstellen van Christina Pluhar, een specialiste in oude muziek, afgewezen. Gelukkig bleef zij mij vragen en zing ik ondertussen regelmatig in haar vocaal en instrumentaal ensemble Arpeggiata.
Met dit ensemble en de contratenor Philippe Jaroussky maakte de sopraan het album Himmelsmusik, met stukken uit de 17e eeuwse Duitse religieuze muziek. Dit leverde haar in 2020 een nominatie op voor beste klassieke vocale album bij de Grammy Awards in Los Angeles, die de grootste artiesten op muziekgebied eren. “Ik had niet gedacht aan een mogelijke nominatie voor dit soort muziek en ik was dan ook ontroerd dat ik het mocht verdedigen, ” vertrouwt de sopraan me toe. Teleurgesteld dat u met lege handen naar huis bent gegaan ? “Helemaal niet ; ik ontdekte een andere wereld : de rode loper, ontmoetingen met muzikanten van heel verschillende genres … 


In 2020 werd Céline voor beste klassieke vocale album bij de Grammy Awards, in Los Angeles, genoemd.

“Ik begreep al snel dat opera niet mijn ding was; ik wou leven voor mijn eigen identiteit, trouw blijven aan mezelf. Het duurde even voordat ik ingewerkt was.”


“Ik ben nog altijd zangeres”

Hoe heeft zij de lockdown persoonlijk en beroepsmatig ervaren ? “Ik voelde me beroofd van mijn vleugels. Ongeveer 50 concerten zijn afgelast. Gelukkig kan ik wat zangles geven in de Opera van Luik. Ik zat een tijdje in een dip en heb alle mogelijke banen bekeken. Om uiteindelijk te besluiten dat verandering geen goed idee zou zijn. Ik hou van dit beroep en ik heb geen stemprobleem. Ik ben nog altijd zangeres ! Ik volgde een online cursus mental coaching om weer creatief te worden.
Céline heeft plannen. Een plaat met muziek uit Napels en de Balkan, met het ensemble Arpeggiata ; een nieuwe, intiemere plaat in duo met Philippe Pierlot op viola da gamba. En ook nog een met het ensemble Le Banquet Céleste… “Ik droom ervan om buiten de lijntjes te denken, om genres te mixen. Misschien een concert met de kora, een West-Afrikaans snaarinstrument ? 

Op een onbewoond eiland met…
Welke boeken, welke films zou Céline Scheen in haar bagage meenemen als zij op een onbewoond eiland zou moeten wonen ?
“Ik zou Jeu et Théorie du Duende van Federico Garcia Lorca, en De sonnetten, van Shakespeare meenemen, antwoordt de poëzieliefhebster. En daarnaast ook enkele detectiveverhalen.” Wat films betreft, haalt ze de volgende aan : Melancholia (Lars von Trier), Dirty dancing (Emile Ardoloni) en twee series : Unorthodox en The Queen's Gambit.


ZO VRIJ EN LEVEND ALS NOOIT TEVOREN


© Salvatore de Gaetani

Elke week geeft Céline Scheen zumbales. Een andere passie.

Vanwaar deze liefde voor zumba ?

Ik heb altijd graag gedanst. Maar volgens mijn ouders moest ik kiezen tussen muziek en dans. En ik moest me daar dan ook aan houden. Ongeveer tien jaar geleden maakte ik een moeilijkere tijd door. Mijn schoonzus nam me mee naar zumbatraining. Eerst verstopte ik me achteraan in de zaal, ik durfde me niet te bewegen. Maar beetje bij beetje verwelkomde ik de salsa, de Latijnse muziek, in mijn hart. Ik voelde me vrijer en levendiger als nooit tevoren. Ik ging eerst één avond per week, toen twee, toen drie. Ik ben een echte “addict” geworden. 

“Voor iemand die verlegen is, zoals ik, kan dat heel bevrijdend zijn en het ontwikkelt empathie.”


Van student naar docent, zit daar maar één stap tussen ?

Ik had weer zin gekregen om anderen wat bij te brengen. Na verschillende opleidingen begon ik een cursus te geven in Membach, bij Eupen, aan ongeveer 40 leerlingen van alle leeftijden. Momenteel verplaats ik, wegens de huidige coronamaatregelen, het meubilair in mijn woonkamer om drie keer per week de cursus online te geven.

Wat haalt u uit deze lessen ?

Het is geweldig om met het lichaam te communiceren, om de beweging te laten zien en het plezier dat u kunt voelen. Voor iemand die verlegen is, zoals ik, kan dat heel bevrijdend zijn en het ontwikkelt empathie. Ik ontmoet er mensen die ik nergens anders zou ontmoeten. Sommige mensen weten niet dat ik zangeres ben en zouden verbaasd zijn als ze erachter kwamen !

 

BEROEP : LICHTONTWERPSTER

Het Luikse bureau Radiance 35, dat gespecialiseerd is in stedenbouwkundige verlichting, bekijkt steden door een technische en artistieke bril. Wij spraken met architect en stedenbouwkundige Isabelle Corten, de oprichtster en directrice van het bureau. Het werd een verhelderend gesprek.

 


Verlichting van de Hallepoorttunnel in Brussel (2019)
Het concept benadrukt de grafische sequenties die langs de tunnel zijn aangebracht. De verlichting bestaat uit twee lagen : de achtergrond, met een cyaanblauwe verlichting om de grafische vorm te verlichten en de artistieke sequenties te doen uitkomen, en de accenten, die door blauwe en magenta schijnwerpers worden aangebracht om de tekeningen en de tunnel tot leven te brengen.

« Zoals de meesten van mijn collega’s ben ik toevallig bij mijn specialisatie uitgekomen tijdens mijn werk voor een Brussels architectenbureau dat een stedenbouwkundige afdeling had. Ik had het geluk dat ik mijn eerste lichtplan mocht ontwerpen met een meester in het vak: Roger Narboni van het Franse bureau Concepto. Die eerste poging vond ik bijzonder interessant”, herinnert Isabelle Corten zich.

Wanneer ze in 2001 haar eigen bureau opricht, beschouwt ze de openbare ruimte nog vanuit het oogpunt van dag en nacht. Maar na de omvorming van het bureau ‘Isabelle Corten urbaniste lumière’ tot Radiance 35 in 2010 hebben de projecten steeds vaker betrekking op de nacht. Een ecosysteem dat mij erg boeit en interesseert, net als de stad, die mij aanspreekt door zijn multidimensionale karakter. De nacht heeft veel, bijna symbolische betekenissen: het verbodene, de angst, de verwondering, het ontdekken van de sterren en ook de fauna. Maar de vraag die het vaakst terugkomt in de steden, betreft een gevoel van onzekerheid. Dat is een complex probleem en licht is niet het enige antwoord. Maar we doen ons best om een oplossing aan te dragen, te luisteren, van gedachten te wisselen, gerust te stellen en op de een of andere manier aan die angst tegemoet te komen.

Een economische, ecologische en sociale rol

Nadenken over de nacht betekent ook moeite doen om deze te beschermen. “Dat is ook de basis van onze manier van denken. We hebben een verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties en in 2021 kunnen we ons daar niet meer gemakkelijk van afmaken”, vindt Isabelle Corten. “Duurzame ontwikkeling berust op drie pijlers : economie, ecologie en maatschappij. Hoewel de eerste pijler nog zeer aanwezig is, moeten we ons, afhankelijk van de locaties en momenten van de nacht, bewust zijn van het evenwicht tussen de twee andere. In een openbare ruimte waar weinig elementen verlicht hoeven te worden, maar waar het voor de sociale cohesie wel belangrijk is dat mensen zich kunnen oriënteren, kun je bijvoorbeeld ervoor kiezen om een boom te verlichten. We hebben trouwens de keuze gemaakt om een deel van het Fort van Hoei niet te verlichten, omdat daar een kolonie vleermuizen woont.

Wie bezoekt de locaties en hoe worden ze ervaren ? Wie beweegt en op welk moment ? Wat zijn de ecologische verbindingszones en biodiversiteitsgebieden ? Al deze informatie wordt verzameld tijdens participatierondes en verlichtingsanalyses. “Het is een voortdurend proces, dat ons denken beïnvloedt en vormt. Na gesprekken met de instanties voor bossen en natuur houden we sinds een jaar of vijf ook rekening met de begrippen ecologische verbindingszones en onverlichte zones. Ons werk berust op een subtiele balans tussen economie, ecologie en maatschappij. We moeten ons bewust zijn van onze keuzes en voor harmonie zorgen.


Intelligente lichtbakens 
voor voetgangers in de Citadel van Namen.
Via intelligent beheer houdt de verlichting rekening met de integratie in een natuurgebied : afnemende intensiteit richting de beboste gebieden, gebruik van oranje schakeringen op plekken waar meer vleermuizen aanwezig zijn, inschakeling 45 minuten na zonsondergang en gedeeltelijke uitschakeling tot volledige duisternis, met voorrang voor gevoelige zones.
Opdrachtgever : stad Namen.

Nachtelijk stadsleven

Maar hoe ziet het leven in een stad er ’s nachts uit ? “Er zijn zoveel dingen die maken dat een stad na zonsondergang blijft leven ! Met name economische en culturele activiteiten, die we zo goed mogelijk proberen te ondersteunen. Het gaat erom dat we voor iedereen een comfortabele omgeving creëren, dat iedereen zich kan blijven oriënteren. Sommige dingen maken we duidelijker zichtbaar en andere juist minder, zodat mensen zich via een herkenbare route door de stad kunnen verplaatsen en een doeltreffende geheugenkaart van hun omgeving kunnen maken. Soms zijn heel kleine dingen en kleine budgets al voldoende om mensen een beter gevoel te bezorgen. Als wij daarna schoonheid en verwondering aan die route kunnen toevoegen, is dat nog beter”, zegt de architecte met een glimlach.

Schoonheid en verwondering hebben Isabelle Corten en bureau Radiance 35 volop om zich heen verspreid. Van België tot Zwitserland stort het team zich telkens even enthousiast op nieuwe projecten en thema’s, of het nu gaat om de Grote Markt of de Hallepoorttunnel in Brussel, de grotten van Goyet of de stad Luik. “We worden natuurlijk ingeschakeld om kerken en stadhuizen te verlichten. Daarnaast krijgen we allerlei andere, fascinerende opdrachten, waarvoor we telkens een volledige analyse moeten maken om de meest geschikte oplossing te bieden. Elke ervaring maakt ons rijker. Er zijn zo veel aspecten waar je rekening mee moet houden. Soms moet je licht toevoegen, maar soms moet je het juist wegnemen !

Weten wat juist is en voor wie. Dat is het motto van Isabelle Corten. “Door het comfort van de mens af te wegen tegen het leven van andere bewoners van onze planeet, realiseren we ook een kleinschalige vorm van bescherming. Dat is niet tegenstrijdig : steeds meer gebruikers willen ook een rol spelen bij de bescherming van het milieu. Wil je helemaal niet vervuilen, dan zou je niet moeten verlichten. Dat is niet overal en altijd mogelijk, maar we stellen vast dat er steeds meer oplossingen worden ontwikkeld die het bijvoorbeeld mogelijk maken om de verlichting ’s nachts op bepaalde momenten helemaal te doven en zo andere soorten een kans te geven.


Verlichting van de grotten van Goyet 
in Gesves (2013-2020)
Om de diversiteit en rijkdom aan stemmingen langs de route zo goed mogelijk te ondersteunen, is gekozen voor een aantal duidelijke thema’s, zoals clair-obscur, trompe-l’œil, sporen en natuurlijke kleuren. Hierbij is een pedagogische, speelse maar ook sobere benadering gevolgd, die rekening houdt met de natuurlijke omgeving.
Opdrachtgever : gemeente Gesves.

Dromen en projecten

Het laatste project waarvan de uitvoering veel indruk op me heeft gemaakt, is dat van de grotten van Goyet. Dat was een uitdaging, omdat we nog nooit grotten hadden verlicht. Daarnaast draait het om de drie pijlers: ecologisch omdat de fauna wordt ontzien, economisch omdat het budget tamelijk beperkt was en maatschappelijk omdat hierdoor het Waalse erfgoed kan worden opgewaardeerd voor een gevarieerd gezinspubliek. En in de breuken en rotsspleten van de grotten zit bovendien iets geheimzinnigs.”

Kijkend naar de toekomst zegt Isabelle: “In dit jaar waarin ik het 20-jarig bestaan van mijn eigen bureau vier, is het mijn droom om de opdracht rond het station van Antwerpen binnen te slepen. Ook dit project draait om de drie pijlers: ecologisch door een gematigde verlichting in warme kleurtemperaturen, economisch omdat het ontwerp binnen een heel krap budget past en maatschappelijk omdat het alle aankomende reizigers plus de bewoners een goed gevoel geeft. Het gaat hier om de opwaardering van een opmerkelijk stukje Vlaams erfgoed van internationaal belang. Een beetje de tegenhanger van de Grote Markt in Brussel, een project waar we bijna vijftien jaar geleden mee begonnen!

“Er is geen licht zonder schaduw”
Als lid van ‘Concepteurs lumière sans frontières’, een humanitaire organisatie die voorrang geeft aan duurzame oplossingen, onderschrijft Isabelle Corten deze uitspraak van de Franse dichter Louis Aragon. “In Haïti zetten we ons sinds tien jaar in om kennis over te dragen. Want voor diegenen die dagelijkse ontberingen of natuurrampen kennen, voor diegenen die midden in de duisternis leven, is verlichting noodzakelijk ! 
Vanaf het academisch jaar 2021 zal zij deze kennisoverdracht ook bewerkstelligen in de collegezalen van de Faculteit Architectuur La Cambre Horta (VUB). “Het gebrek aan opleidingen tot lichtontwerper is een onderwerp waarover ik al jarenlang discussieer met de decaan. We leven de helft van het jaar in het donker en België telt maar drie à vier gespecialiseerde bureaus, terwijl er enorm veel werk is ! We willen een ernstig debat en een degelijke specialisatie bieden in plaats van alleen de kers op de taart plaatsen in een bestek.
Na een tweejarige studie kan dus het diploma van Executive Master en Génie Lumière worden behaald onder leiding van Isabelle Corten, Georges Berne, Elettra Bordonaro, Emmanuel Mélac, Bénédicte Collard en Agnès Bovet-Pavy. Op de site van de faculteit wordt uitgelegd dat de studie als doel heeft om professionals op te leiden die het productieproces in verband met de verlichting van binnen- en buitenruimtes in stedelijke en landelijke omgevingen kunnen volgen. De studie is vooral gericht op methoden, waarbij rekening wordt gehouden met innovatie op diverse, eveneens met verlichtingstechnologie samenhangende gebieden.

 


Lichtplan voor de stad Carouge in Zwitserland (2014-2017)
Het lichtplan ondersteunt en herstelt de nachtelijke omgeving door de kenmerken ervan te benadrukken. De mens staat centraal in het project. Door licht op specifieke manieren in te zetten, wordt de gebruiker begeleid op zijn tocht langs scholen, over pleinen en door overdekte passages in de stad.
Opdrachtgever : stad Carouge.

TEN AANVAL TEGEN GLAUCOOM

EyeD Pharma, gevestigd op het terrein van het CHU de Liège, ontwerpt intraoculaire implantaten tegen glaucoom, de tweede oorzaak van blindheid in de wereld. Deze implantaten bevinden zich nu in de preklinische onderzoeksfase, maar zouden tegen 2028 op de markt kunnen komen in Europa en Amerika.

 


Mélanie Mestdagt

EyeD Pharma werd in 2012 opgericht door Jean-Marie Rakic, hoofd van de afdeling Oogheelkunde van het CHU de Liège, en Jean-Michel Foidart, medeoprichter van Mithra, om de noodzaak tot voortdurende behandeling van glaucoompatiënten weg te nemen. Glaucoom is een onomkeerbare ziekte die het gezichtsveld verkleint, wat tot blindheid kan leiden als de ziekte niet tijdig wordt behandeld. “Glaucoom wordt meestal veroorzaakt door een verhoging van de oogboldruk”, zegt Mélanie Mestdagt, doctor in de biomedische wetenschappen en CEO sinds oktober 2013. “De ziekte wordt nu behandeld met oogdruppels, die levenslang noodzakelijk zijn. Het implantaat dat wij ontwikkelen, maakt het mogelijk om drie jaar lang dagelijks een constante hoeveelheid geneesmiddelen in het oog af te geven. De patiënt krijgt daardoor meer rust en wordt minder met zijn ziekte geconfronteerd. Hij is verzekerd van de toediening van zijn medicatie, terwijl bijwerkingen, zoals oogirritatie en aantasting van het gezichtsvermogen, worden vermeden. De aanbrenging van het implantaat is niet invasief en vereist slechts een sneetje van twee millimeter. De ingreep duurt ongeveer vijftien minuten en gebeurt op de dagpoli.

Het farmaceutisch bedrijf werkt sinds zijn oprichting nauw samen met de medische sector om de ontwikkeling van zijn prototypes voortdurend bij te stellen. “Al onze producten hebben als doel om de patiënten een comfortabeler leven te bezorgen. Het duurt heel lang om ze te ontwikkelen. De ontwerpcyclus ligt tussen de tien en twaalf jaar. We moeten zeker weten dat ze altijd zo goed mogelijk aan de behoeften van de patiënten voldoen. We staan voortdurend in contact met Belgische oogartsen, maar ook met oogspecialisten in het buitenland.

“ Wij richten ons op heel kleine delen van het menselijk lichaam. Onze technologie kan ook interessant zijn voor andere toepassingen en ziekten.”

 

Wetenschappelijke uitmuntendheid

Dankzij een aantal fondsenwervingen kon het team van EyeD Pharma zich ontwikkelen en verschillende competenties toevoegen die essentieel zijn voor de groei van het bedrijf. “Toen ik hier kwam werken, waren we met zijn vieren. Het omslagpunt werd bereikt in 2017. Tegenwoordig vormen we een team van 65 mensen en zijn we op zoek naar twintig nieuwe medewerkers. De essentiële deskundigheid is volledig aanwezig. In ons vakgebied zijn bepaalde profielen zeldzaam en lastig te vinden. Het is een sector die lijdt onder een tekort aan talent, hoewel er initiatieven zijn om hier iets aan te doen, met name binnen Forem.

Het management staat onder andere voor de uitdaging om de teamgeest te bevorderen en een bedrijfscultuur tot stand te brengen die gericht is op het uitwisselen en delen van informatie. “Om onze ambitieuze doelstellingen te halen, moet we een groep vormen en ons verenigen. We zitten in hetzelfde schuitje. We hoeven het niet per se met elkaar eens te zijn, maar moeten wel op een welwillende en respectvolle manier met elkaar omgaan. Die waarden, dat gevoel van verbondenheid en die samenhang moeten we dagelijks uitdragen.

Om zich van andere inkomsten te verzekeren, ontwikkelt EyeD Pharma sinds 2018 een commerciële activiteit die draait om de distributie van chirurgisch materiaal voor oogoperaties. Door een nieuwe kapitaalverhoging in 2019 kon het bedrijf 28 miljoen euro ophalen om de technologische ontwikkeling van zijn implantaat te versnellen. Door de innovatieve toedieningswijze zou deze behandeling later nieuwe toepassingen voor andere oogaandoeningen mogelijk kunnen maken. “We moeten eerst zeker weten dat onze producten reproduceerbaar zijn. Jaarlijks worden wereldwijd ongeveer 30 miljoen mensen getroffen door glaucoom. Het potentieel is enorm.

Een fabriek van 6.500 m2

Een aantal maanden geleden is het Luikse biotechnologiebedrijf begonnen met het ontwerp van een gloednieuwe fabriek van 6500 m2, die op het technologiepark van Sart-Tilman zal verrijzen. Ook dit is een keerpunt in zijn geschiedenis. Deze fabriek, waaraan tot november 2021 wordt gebouwd, maakt een grootschaligere productie mogelijk. De ruimte wordt gedeeld met UniD Manufacturing, een zusterbedrijf met dezelfde aandeelhouders dat zich richt op de productie van micro-implantaten voor andere toepassingen. “Al onze afdelingen, van productie tot HR en R&D, worden op dezelfde plek samengebracht. Dat is een groot voordeel voor de teamgeest, maar stimuleert ook de innovatie, die een centrale rol speelt in ons vakgebied”, legt Mélanie Mestdagt uit. “In de farmaceutische sector is het vaak zo dat de productieteams de andere teams nooit tegenkomen. Wij willen die situatie omdraaien en breken met de traditie.

De directie van EyeD Pharma wilde daarom dat de fabriek niet alleen in technologisch opzicht vooroploopt en aan de zeer strenge eisen van de farmaceutische sector voldoet, maar ook een gezellige plek is die zich leent voor contacten. “Het gebouw is zodanig ontworpen dat de medewerkers verplicht zijn om met elkaar te communiceren. Iedereen moet elkaar tegenkomen op de centrale binnenplaats, of het nu gaat om directeuren, arbeiders of administratief medewerkers. Bij de koffieautomaat kom je veel te weten. Die momenten van uitwisseling zijn ook nuttig voor de projecten. Hoe beter we elkaar kennen, hoe beter we samenwerken. Die visie komt tot in de stenen van het gebouw tot uitdrukking.

2021, een beslissend jaar

De nieuwe fabriek, waarvan de bouw op 30 miljoen euro is begroot, is ontworpen met hulp van ingenieursbureau Coceptio in Bergen en zal ook dienen als productiecentrum voor andere biomedische spelers. “Op termijn is het de bedoeling om de verworven knowhow rendabel te maken. Wij richten ons op heel kleine delen van het menselijk lichaam. Onze technologie kan ook interessant zijn voor andere toepassingen en ziekten, met name op het gebied van KNO, oncologie en psychische aandoeningen. De volledige toediening van geneesmiddelen is bij uitstek geschikt voor ouderen of patiënten met mentaal lijden.

In november van dit jaar wordt een beslissende stap gezet met de introductie van de eerste implantaten bij de mens. De voorbereidingen in verband met de regelgeving, documentatie en medische handelingen zullen intensief zijn. De komende maanden worden ingewikkeld voor alle teams. “2021 wordt inderdaad een beslissend jaar voor EyeD Pharma”, zegt Mélanie Mestdagt tot besluit. “Persoonlijk wil ik na de coronaperiode snel weer meer contact met andere mensen. De gezondheidscrisis heeft onze materiaaldistributie moeilijker gemaakt. De betrokkenheid en solidariteit van de teams waren daarentegen geweldig. Iedereen heeft alles gegeven wat hij had. In dat opzicht is de balans van het jaar heel positief.

“Al onze afdelingen, van productie tot HR en R&D, worden op dezelfde plek samengebracht. Dat is een groot voordeel voor de teamgeest, maar stimuleert ook de innovatie, die een centrale rol speelt in ons vakgebied.


www.eyedpharma.com

 

EEN HISTORISCHE WIJNGAARD

De verscheidene eeuwen lang uitgebate wijngaard van Hoei was een van de bloeiendste uit de wijnbouwgeschiedenis in de streek. Een oud perceel werd in de jaren 1960 opnieuw aangeplant en is nog steeds in bedrijf.

 

Wanneer hij in 1963 een bouwgrond in Hoei aankoopt om er zijn huis op te bouwen, ontdekt architect Charles Legot dat die in het gehucht ‘Bois Marie’ ligt en dat er tot in 1940 een wijngaard werd bebouwd, die in de 17e eeuw aan het ‘Hospice des Grands-Malades’ toebehoorde. Hij besloot om dat historisch erfgoed weer tot leven te wekken met de hulp van een oom.

In Frankrijk en Luxemburg koopt hij Pinot noir-wijnstokken, die hij later aanvult met Pinot gris, Müller-Thurgau en Chardonnay, alsook met een beetje Léon-Millot en Regent. Hij gaat een hoofdrol spelen in het heropstarten van de wijnbouw in Hoei, maar ook in Wallonië, en roepingen doen ontstaan in zijn omgeving.

Bij zijn overlijden in 2007, vertrouwt zijn weduwe de 1.600 wijnstokken toe aan drie vrienden, Alain Dirick, Frédéric Lepage en Marcel Mestrez, die de wijngaard onderhouden tot in 2018, toen hij te koop werd gesteld. De nieuwe eigenaar, notaris Christophe Declerck, verkoopt hem twee jaar later aan Didier Hanin, de grootste producent van gerookte zalm in Wallonië (Salm Invest), maar vooral de nummer 2 van Gudule Winery, in Brussel, de ‘stedelijke wijnmakerij’ van Thierry Lejeune. Hoewel deze laatste bio-druiven aankoopt in het buitenland, had hij altijd al wijngaarden willen aanleggen in België. Dit was zijn kans.


©Marc Vanel
Didier Hanin, de nieuwe eigenaar van de wijngaard Clos Bois Marie.

Een voor 100 % rode wijngaard

Didier Hanin kocht de Clos Bois Marie in september 2020, voltooide de inrichting van het onderkomen dat Declerck had gebouwd en ging de wijngaard herstructureren, met onder meer een periode van overenting van de wijnstokken, een techniek om een wijngaard te vernieuwen zonder van nul te vertrekken. Hij wil er een voor 100 % rode wijngaard van maken met Pinot noir en met een nog geheim gehouden druivensoort uit Zuid-Frankrijk.

In juni zullen we ons beperken tot het overenten van 2 x 50 wijnstokken van beide soorten”, vertrouwt de nieuwe eigenaar ons toe. “We gaan de wijngaard verder opkuisen en de te zeer beschadigde wijnstokken verwijderen, maar we zullen enkel onderstammen planten, om te zien of alles mettertijd goed gaat. Ik ben ook begonnen met de omvorming tot bio-wijngaard.

Na 57 jaar is de Clos Bois Marie allesbehalve afgedaan en draagt hij met trots zijn titel van oudste wijngaard van Wallonië.

HET TIJDPERK VAN DE GROTE MANNEN

De Luikse Sébastien Colen, een groot vrijheidslievend reiziger, is medeoprichter van Col&MacArthur, een merk van collector’s horloges waarvan hij nu de enige dirigent is. Een terugblik op een buitengewoon parcours.

 


Sébastien Colen

Wat is een collector’s horloge ? Een technisch juweeltje met een goed geolied mechanisme ? Een uitzonderlijk ontwerp waardoor het zonder kleerscheuren de decennia kan doorstaan ? Waarschijnlijk, een beetje allebei. En niet te vergeten, natuurlijk, de emotionele dimensie van het horloge in kwestie. Datgene wat niet echt kan worden uitgelegd en dat elk exemplaar een beetje extra ziel geeft. Als deze laatste definitie goed past bij de modellen van het Luikse merk Col&MacArthur, dan past ze als gegoten bij Sébastien Colen, de medeoprichter van het merk. Omdat je wel een beetje gek moet zijn om een nieuw horlogemerk te lanceren. Vooral als je niet uit de horlogesector komt en niet in Zwitserland geboren bent.

Voor deze ingenieur uit Luik, gepassioneerd door reizen, zou niets mogelijk zijn geweest zonder zijn ontmoeting met Iain Wood-McArthur, een Engelse horlogemaker die in België is gevestigd. Hun eerste gemeenschappelijke droom : een horloge opgedragen aan de Scots Guards van de Britse Royal Guard, het vroegere regiment van de horlogemaker. De wegen van de mannen scheidden al in 2018, nog voor hun eerste commerciële succes. Sébastien Colen had toch niet voor niets zijn benijdenswaardige functie in de oliesector opgegeven nog voor zijn project van de grond zou komen. In tegenstelling tot
de goliaths van de horloge-industrie, opereert Col&MacArthur in een nichemarkt. De doelgroep : geschiedenisfanaten, liefhebbers van erfgoed en gepassioneerde horlogeverzamelaars die zichzelf willen trakteren op een horloge met een verbluffend design. Maar voordat het merk
aansloeg en de Luikse horloges uitverkocht raakten in België, Frankrijk en Engeland, moest Sébastien Colen nog lef en heel wat vastberadenheid aan de dag leggen.

Je moet wel een beetje gek zijn om een nieuw horlogemerk te lanceren. Vooral als je niet uit de horlogesector komt en niet in Zwitserland geboren bent.


Aan de pols van de president

Het minste wat we kunnen zeggen is dat de jongen gevoel heeft voor storytelling ; maar hij heeft ook een behoorlijke voorliefde voor buzz. “Als je grote dromen hebt, heb je vaak geen andere keuze dan de sprong te wagen, ” zegt hij. In 2018, wanneer het merk het publiek nog steeds niet weet te overtuigen, bedenkt de jonge ondernemer Armistice 1918, een horloge ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. “Dit was het horloge van de laatste kans. Als het geen succes was geweest, had ik geen andere keuze gehad dan terug te keren naar mijn eerste baan.” Het was tijdens een reis naar Frankrijk dat de gelukkige aanleiding zich voordeed. “Ik wist dat ter gelegenheid van de herdenkingen die later in het jaar zouden plaatsvinden, Emmanuel Macron door Compiègne zou komen. Dus nam ik contact op met het gemeentehuis om een afspraak te maken. Omdat ze het horloge mooi vonden, bood ik aan het aan de president te geven.” Een mooie publiciteitsstunt die het Luikse merk een primetime reportage op de Franse televisie opleverde. De Col&MacArthur machine was vertrokken.


Het horloge 'Armistice 1918' geschonken aan president Emmauel Macron. Een mooie buzz.

Een Luikenaar op de maan

Met de verschillende collecties die sinds 2018 zijn gelanceerd, heeft Sébastien Colen getracht de verzamelgeest, maar ook de erfgoedvezel van liefhebbers van mooie horloges te prikkelen. Van de Lunar uit 1969, gemaakt ter herdenking van de 50ste verjaardag van Neil Amstrongs eerste stappen op de maan, tot het zeer speelse Smurf Collector model, over de Da Vinci 1519 die de 500ste verjaardag van het overlijden van Leonardo da Vinci viert, vertelt elke creatie een klein stukje van onze grote geschiedenis.

Voor elk nieuw model begin ik met onderzoek naar het historische feit, dan vertrouw ik mijn ideeën toe aan een designer. De meer technische stadia, zoals de complicaties, worden toevertrouwd aan een Zwitserse fabrikant. De horloges worden in Luik geassembleerd door onze horlogemaker. Al ben ik alleen aan boord, ik kan rekenen op een team van onafhankelijke medewerkers die me bijstaan wanneer ik dat nodig heb. Dankzij dit volledig digitale beheer, met inbegrip van de distributie van horloges via onze e-shop, kan ik blijven reizen. Op dit moment is mijn doel om het merk een duurzame toekomst te geven. Afgelopen december hebben we een witte versie van het Lunar-model gelanceerd, mijn favoriet wat puur design betreft. De komende maanden zullen rijk zijn aan nieuwe producten (zie kader), maar mijn ultieme droom is niet gebonden aan een bepaald product. Uiteindelijk hoop ik genoeg winst te kunnen maken om een NGO te financieren en sociale en humanitaire projecten te steunen, ” besluit hij.

De Luikenaar lijkt op de goede weg want in 2020, gepusht door zijn aanwezigheid op de Belgische en Franse televisie, registreerde Col&MacArthur een omzetstijging van 300 % ! Een groei die veel goeds belooft voor deze fanaat die aan onze diepe wens om een zekere welvaart te bereiken, wil voldoen aan de hand van zijn collecties van horloges die ontworpen zijn om van generatie op generatie te worden doorgegeven.



TOEKOMSTIGE COLLECTOR’S ITEMS

Liefhebbers van ruimtevaart zullen komend voorjaar een herdenkingsmodel ontdekken ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de eerste man in de ruimte. In 2021 zal Col&MacArthur ook de 500ste verjaardag van het overlijden van de grote ontdekkingsreiziger Magellaan vieren. Een model in het teken van avontuur op zee, te ontdekken in april. Sébastien Colen droomt ervan om volgend jaar verzamelaars uit te nodigen achter de schermen van de Slag om Stalingrad. In feite heeft hij zijn onderzoek al zowel in Berlijn als in Rusland gepland. En als hij erin slaagt de vele obstakels in verband met intellectuele eigendomsrechten te overwinnen, zal hij ook een horloge lanceren ter ere van de vijfde verjaardag van de dood van Johnny Halliday.

 

colandmacarthur.com

Your opinion counts