Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 
  • /

De virtual reality-bril die Frédéric Lilien en zijn bedrijf Immersia Films hebben ontworpen, maakt een buitengewone, volledig overrompelende ervaring mogelijk, waarvoor je niet eens de deur uit hoeft. Zet de VR-bril op en het avontuur kan beginnen.

 

Het verhaal van Frédéric Lilien uit Verviers doet denken aan de American Dream. Op 23-jarige leeftijd verlaat hij zijn geboortestreek Wallonië om in New York te gaan wonen. Daar heeft hij een beslissende ontmoeting, die zijn leven verandert: de schitterende roodstaartbuizerd Pale Male, die grote beroemdheid geniet in New York, vliegt zijn gezichtsveld binnen. Frédéric Lilien, een groot liefhebber van natuurdocumentaires, ziet er een teken in. “Ik kwam de vogel onverwachts tegen in Central Park. Ik moest steeds een ander baantje zoeken om rond te komen en op dat moment dacht ik: ‘Hier ligt misschien een kans!’ Ik heb de vogel een aantal jaren gevolgd en gefilmd voordat ik mijn eerste film maakte. Ik heb me ontwikkeld door een fotograaf te helpen. Van hem heb ik alles geleerd.”

 

You’re gonna make it

Langzamerhand leert hij Pale Male kennen. De geschiedenis van deze roofvogel, die een ware autoriteit is in New York, is nauw verbonden met de stad en zijn inwoners. En de magie doet haar werk op deze plek in de wereld waar alles mogelijk is. “Een natuurfilm is voor mij zoiets als een liefdesgeschiedenis. Het verhaal van Pale Male is bijzonder en innemend. Dat was de magie van New York. Ik heb veel steun gekregen en interessante mensen ontmoet, zoals Nora Ephron, die onder andere When Harry met Sally en You’ve Got Mail heeft gemaakt. Zij heeft de deuren van haar studio voor me geopend.”

Voor Frédéric Lilien komt een jeugddroom uit. Hij herinnert zich nog dat in Central Park op een dag iemand tegen hem zegt: “You’re gonna make it.” En dat is ook gebeurd. Hij vertelt het verhaal van Pale Male eerst in een 43 minuten durende documentaire voor PBS in 2002. In 2009 doet hij dat nog eens met The Legend of Pale Male, een documentaire van 85 minuten, die maar liefst vijftien prijzen wint op diverse festivals over de hele wereld. “Ik heb veel steun gekregen. Ik had geen diploma, ik was verlegen en ik had geen zelfvertrouwen. Je moet doen wat nodig is en een gladde tong hebben om succes te behalen. Ze hebben tegen me gezegd dat ik van mijn fouten moest leren. En dat heb ik gedaan.”

 

 

Totaal overrompeld

De professionele loopbaan van Frédéric Lilien krijgt een nieuwe wending wanneer hij zijn speelfilm aan de Cornell-universiteit vertoont. Hij werkt mee aan een bijzonder experiment. “Ik ging een studio binnen die in volledige duisternis was gehuld. Ze lieten me luisteren naar een geluidsopname in 360°. Een kudde olifanten kwam de jungle uit om te gaan drinken. Ik was totaal overrompeld en zei tegen mezelf: Dat wil ik gaan doen en dan beelden toevoegen aan het 360°-geluid.” Frédéric Lilien zegt dat hij zich een beetje naïef in het avontuur heeft gestort. Hij komt op het idee van draaiende koepels, maar er doen zich ernstige technische en financiële problemen voor.

In 2012 hoort hij praten over de Kickstarter-financieringscampagne voor Oculus Rift, de bril die voor een VR-ervaring zorgt. Voor de man uit Verviers is dit systeem niet meer zo gebruiksvriendelijk als een bioscoopzaal, maar biedt het wel de mogelijkheid van een overrompelende ervaring. Een vriend uit New York bouwt dan voor hem een systeem bestaande uit zes Go Pro-actiecamera’s die een gezichtsveld van 360° bestrijken. Dankzij de Oculus Rift-bril en een smartphone kan de overrompelende ervaring beginnen. “Iedereen wordt een potentiële klant. Je hoeft alleen maar een smartphone te hebben, zoals de Samsung S6, en een VR-bril, dat is alles. Met 700 euro voor de telefoon en 100 euro voor de bril is dat minder duur dan een koepel. En de prijs-kwaliteitverhouding is goed. Het is een economisch haalbaar plan.” Na een onderzoeks- en ontwikkelingsfase, waarin hij alle mogelijke en denkbare situaties filmt, sticht hij in maart 2015 het bedrijf Immersia Films.

 

Onbekende situaties beleven

Immersia Films is de eerste in België die een concrete toepassing bedenkt voor de overrompelende ervaring die virtual reality teweegbrengt. Daarvoor is een stereoscopisch systeem van zestien camera’s nodig, dat je als kijker een 3D-indruk geeft. Net als bij een traditionele film worden de beelden vervolgens gemonteerd met behulp van gewone panoramasoftware.

Spa is snel gecharmeerd van het initiatief. In april 2015 zet het stadje een nieuw promotiemiddel in waarmee zijn bezoekers een overrompelende ervaring kunnen ondergaan. Gezeten in een eivormige stoel en met een VR-bril op zijn hoofd ontdekt de toerist in een oogwenk hoe mooi de streek van Spa is, terwijl hij in een raceauto op volle snelheid over het circuit van Francorchamps raast, aan boord van een heteluchtballon door de lucht zweeft of tussen de Blancs-Moussis van Stavelot danst.

De toeristische ervaringen volgen elkaar daarna op voor Immersia Films: het bureau voor de toeristische promotie van Wallonië en Brussel, wildpark Forestia enzovoort. “Het is waar dat toerisme de eerste toepassing is van virtual reality. Het is niet per se een sector waar veel geld zit, maar de technologieën ontwikkelen zich”, legt Frédéric Lilien uit.

In juni 2015 krijgt Immersia Films de gelegenheid om de tweehonderdste herdenking van de Slag bij Waterloo te beleven. Een overrompelende ervaring!

Voor sommige mensen is het misschien een onbereikbare droom om bij een voetbaltraining van Standard Luik aanwezig te zijn, maar Immersia Films is eind april de uitdaging aangegaan. Met behulp van de VR-bril kun je een onvergetelijk moment beleven, alsof je er zelf bij was. “Je ziet meteen de kleinste details en beleeft een exclusief moment met de spelers. De kracht zit echt in het gevoel van aanwezigheid”, zegt de man uit Verviers.

 

 

Experience Brussels Virtual Reality Festival

In juni van dit jaar werd in Brussel het eerste VR-festival gehouden. Vier dagen lang konden de talrijke bezoekers een stuk of dertig innovatieve toepassingen testen, zoals de Slag bij Waterloo, de Apollo 11, de Masaicultuur en Pearl. Deze tekenfilm van Google, die 2D, 360°-video en virtual reality combineert, werd voor het eerst in België vertoond. “We praatten al negen maanden met Juan Bossicard, de oprichter van het Screen.Brussels-cluster, over het idee om een festival te organiseren. In Galeries Cinéma hebben we een partner gevonden om het festival van de grond te krijgen. Het heeft een zeer goed beeld gegeven van wat tegenwoordig mogelijk is op dit gebied. De ontwikkelingen gaan heel snel en je kunt meteen alle kanten op”, zegt Frédéric Lilien, die niet in de gamingwereld terecht wil komen en zich liever bij documentaires houdt. “In werkelijkheid is de bewegingsruimte beperkt. Je moet het doen met de middelen die je hebt. Je moet keuzes maken en een eigen scenario schrijven. Het wow-effect is er. Maar daarna? Je moet erin geloven.”

Het verschijnsel virtual reality lijkt nog in de kinderschoenen te staan. Er zijn allerlei mogelijkheden, zoals de kijker in beweging brengen en het gebruik van drones (met toestemming). Hoewel het op het eerste gezicht om een eenvoudige technologie gaat, moeten bepaalde voorwaarden aanwezig zijn om het beste resultaat te garanderen. “Je moet veel tests doen. Dat zeg ik ook tegen de klanten. Je moet de hele tijd experimenteren. Het is een leerproces: hoe meer je werkt, hoe meer je leert.”

 

Een breed spectrum van mogelijkheden

Je zou kunnen zeggen dat het Immersia Films voor de wind gaat. Het bedrijf heeft verschillende projecten lopen, waaronder een bewustmakingscampagne met betrekking tot milieubescherming. “Ik heb het erg druk tot oktober. Binnenkort vertrek ik trouwens naar Polen om te helpen bij een massabijeenkomst van Vikingen voor National Geographic! Daar ga ik geluidsopnamen in 360° testen.” Eén ding is zeker: er is een mooie toekomst weggelegd voor nieuwe technologieën.

 

+32 (0)479 66 13 72
 

  Facebook investeert in Virtual Reality

Vanwege het enorme potentieel van virtual reality neemt internetgigant Facebook in maart 2014 het bedrijf Oculus VR over voor het bescheiden bedrag van twee miljard dollar. Sindsdien zijn de investeringen in de augmented reality-sector verdrievoudigd. Oculus Rift werkt met Samsung, maar Sony (PlayStation), Google en HTC zijn niet achtergebleven en hebben soortgelijke systemen ontwikkeld. In juni van dit jaar heeft Facebook de mogelijkheid geïntroduceerd om foto’s in 360° te publiceren. Gebruikers kunnen hiermee panoramafoto’s op hun smartphone maken en via sociale media delen. Wie een iPhone vanaf versie 4S of Samsung Galaxy bezit en iedereen die in staat is om panoramafoto’s te maken, kan het proberen.


Toepassingen
Reclame- en verkoopscampagnes
Campagne voor sociale media
Tentoonstellingen
Media en pers
Exposities

La Boverie, een erfenis van de Wereldtentoonstelling van Luik in 1905, is vandaag méér dan een museum. De komende jaren zullen er veel artistieke evenementen plaatsvinden in een uniek groen kader tussen de Maas en haar aftakking of 'Dérivation'.

 

La Boverie is oorspronkelijk een landelijke plaats, die naar verluidt haar naam dankt aan de ossen die er graasden. Het is ook een plek met een rijke geschiedenis, met veel inrichtingen en verhuizingen en, recenter, grote renovaties. Op 4 mei 2016 wordt er eindelijk een ruimte ingehuldigd, die meer bepaald bestemd is voor tentoonstellingen op internationaal niveau. Een kijk op deze merkwaardige architecturale verwezenlijking.

De Franse architect Rudy Ricciotti en het Luikse architectenbureau p.HD tekenden voor de wedergeboorte van het vroegere Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst (MAMAC) en voor een Internationaal Kunst en Cultuurcentrum. De eerste zorgde voor nieuw bloed: hij ontwierp en integreerde een uitbreiding van glas en beton. De andere kreeg opdracht om het bestaande erfgoedte verjongen en tentoonstellingszalen in te richten, zonder afbreuk te doen aan de aard van de plaats.

 

Sporen van de Wereldtentoonstelling

Het Boveriepark en het museum zijn in de loop der jaren wel van uitzicht veranderd. Aanvankelijk vormden bloemenweiden en groene eilanden de “Pré Mativa” tussen de Maas en de armen van de Ourthe. De plaats is enkel bereikbaar per boot vanuit Outremeuse. Het is een oord waar de burgerij zich komt ontspannen en haar vrije tijd besteden. De vele hoogwaterstanden van de Ourthe op die plaats doen een beetje afbreuk aan de charme ervan. In het midden van de 19de eeuw worden die armen drooggelegd en wordt er voor de Maas een nieuwe en beveiligde bedding gegraven.

Vijftig jaar later wordt de Wereldtentoonstelling van 1095 op die plaats gebouwd. De meeste daarvoor opgetrokken gebouwen zijn verdwenen, maar het Paleis voor Schone Kunsten was bedoeld om de jaren te trotseren. Voor het werk van de architecten Jean-Laurent Hasse en Charles Soubrestond het Petit Trianon model, een domein in het park van het kasteel van Versailles. Het ontleende ook sommige aspecten aan het Koninklijk Museum voor Centraal-Afrika in Tervueren.

 

Een behoedzame ingreep

Hoewel het vroegere Paleis voor Schone Kunsten er zeer massief uitzag, was het toch bijzonder licht gebouwd. Gilles Hambücken, een architect van het bureau p.HD, vindt het “heel modern, avant-gardistisch voor die tijd”, ook al kon de Lodewijk XVI-stijl het tegendeel doen denken. De buitengevels zijn van steen. De onderbouw is van graniet, terwijl het verouderde uitzicht van het gebouw te danken is aan de Lotharingse steen. De westelijke gevel is dan weer van rode baksteen. In deze laatste waren opzettelijk geen vensters gemaakt, met het oog op een eventuele uitbreiding, die er uiteindelijk pas een eeuw later kwam.

Bijna dertig architectenbureaus en verenigingen nemen deel aan de internationale wedstrijd die in 2009 door de Stad Luik wordt uitgeschreven. In 2010 worden er vijf ontwerpen in aanmerking genomen, waarvoor prijs wordt gegeven. Het samenwerkingverband tussen het Luikse bureau p.HDen de Franse architect Rudy Ricciotti haalt het uiteindelijk. Waarom? Gilles Hambücken denkt dat het komt door hun behoedzame ingreep, die het monument als een harmonisch geheel respecteert. De historische zwarte toegangsdeur werd immers behouden. De inrichtingen en de afmetingen van de binnenruimten op de benedenverdieping bleven ook bewaard, net zoals de plafondhoogte. Dankzij de tegen het plafond gespannen doeken die het zenitlicht filteren, baden de ruimten in een zacht natuurlijk licht. Ter bescherming van de kostbaarste werken, krijgt de kelder geen natuurlijk licht (zie kaderstuk over de conservering van de werken p.14). Die kelderruimten en opslagplaatsen zijn nu toegankelijk. De oude vloer werd volledig afgebroken en verlaagd om het plafond te verhogen en de tentoonstellingsruimten te vergroten. De site omvat nu overigens een auditorium met 160 plaatsenvoor kamermuziekconcerten en voordrachten.

 

Beton en glas

Naast de afgemeten renovatie en de optimalisering van de tentoonstellingszalen, kreeg La Boverieeen uitbreiding van glas en beton. Deze favoriete materialen van architect Rudy Ricciotti (zie hier) gaan op in een stedelijk en groen landschap. Vensters van 7,5 m hoog in drie gevels geven die uitbreiding een nieuw uitzicht op de Dérivation’, de aftakking van de Maas. “Alle technieken zijn over het algemeen in het plafond aangebracht”, zegtGilles Hambücken van het bureau p.HDHier werden ze in de vloer geplaatst (leidingen, elektriciteit enz.). Die betonvloer heeft een draagvermogen van 500 kg/m2. Voor het plafond werden sterke, met getrokken kabels nagespannen betonplaten gebruikt. Daardoor kon men het dak dun houden (slechts 35 cm) en de indruk geven van een betonplaat die op de beglazing rust.

Een tip van Gilles Hambücken: als u wilt zien hoe subliem het natuurlijk licht de plaats maakt, kom dan op een zomerochtend kijken. “De zon weerkaatst op het water van de Dérivation en het licht maakt schaduwen in de ruimte.

 

INLICHTINGEN:
La Boverie
Parc de la Boverie 
B-4020 Liège
+32 (0)4 221 93 02
 

 

GUILLEMINS – BOVERIE – MÉDIACITÉ EEN CENTRUM VOOR KUNST EN CULTUUR

Het voorbije decennium hebben de Luikenaars het aanschijn van hun Vurige Stede zien veranderen. De renovatie van het museum en het park van La Boverie past immers in een ruimer kader. Erkwamen nieuwe gebouwen in de stad: het station Luik-Guillemins met esplanade (2009) van de befaamde architect Santiago Calatrava, een handels-, audiovisueel en vrijetijdscentrum (2011) dat Médiacité werd gedoopt, van de architect-designer Ron Arad, de Financietoren ‘Paradis (2015), het Designcentrum (2015) en de Maaskaden (2015). De stationsbuurt is nu langs het Boveriepark via eenfietsers- en voetgangersbrug direct verbonden met Médiacité.

 

LiègeTogether

Na de mededinging van de Stad Luik voor de Wereldtentoonstelling van 2017, die werd binnengehaald door Astana, de hoofdstad van Kazachstan, heeft LiègeTogether de fakkel van destedelijke herstructureringsdynamiek overgenomen. Dit initiatief wil de stad Europees en internationaal, cultureel en economisch positioneren. Een creatieve, open en verbonden stad maken, dat is het doel van LiègeTogether. Een identiteit die wordt gesymboliseerd door een voor de Luikenaars ontworpen verbindingsteken: een kader dat wordt gevormd door de duim en de wijsvinger van elke hand.

 

Een ruimer cultureel aanbod

Luik moet – cultureel, museaal en architecturaal – niet onderdoen voor andere Belgische steden, zoals Brussel en Antwerpen. Dankzij grote renovatiewerken kon het erfgoed zodanig worden opgewaardeerd, dat men de stad een “Culturele metropool” kan noemen. Een overzichtje van dieverwezenlijkingen:

— 2008: De ‘Cinéma Sauvenière’, die met de ‘Grignoux’ een onafhankelijke filmprogrammatie biedt, en het Museum van het Waalse Leven, dat zich in een historisch kader bevindt, namelijk hetMinderbroedersklooster.

— 2009: De ‘Grand Curtius en Féronstrée’, een museaal geheel dat bekendstaat voor zijn gevel van rode baksteen, toont de eerste beschavingen, de middeleeuwen, beeldhouwwerk enedelsmeedkunst uit de barok, glas en wapens.

— 2012: De gerenoveerde en uitgebreide Koninklijke Opera van Wallonië.

— 2013: Het ‘Théâtre de la Place’ wordt het ‘Théâtre de Liège’ en verhuist van de Outremeusebuurtnaar de overkant van de ‘Université du 20-Août’.

— 2014: De ‘Cité Miroir’, die ten dienste staat van het verleden, het burgerschap en de multiculturaliteit, vestigt zich op de site van de vroegere baden van de Sauvenière.


 

VAN HET PALEIS VOOR SCHONE KUNSTEN TOT LA BOVERIE : EEN METAMORFOSE IN TIEN DATA

1905  Het Paleis voor Schone Kunsten wordt ingehuldigd voor de Wereldtentoonstelling van Luik.1914-18 — De Duitsers vestigen hun bevoorradingsdienst in het Paleis voor Schone Kunsten en sluiten de parktoegang af.

1940-45 — De Duitsers bezetten de plaats opnieuw, bij de bevrijding gevolgd door de Amerikanen.

1952  Het Museum voor Waalse Kunst en het Prenten- en Tekeningen-kabinet vestigen zich in hetPaleis.

1958  Het Congressenpaleis verandert het landschap

1961  Oprichting van de Schöffertoren in het Boveriepark.

1981  Op het eiland Saint-Georges wordt een Museum voor Waalse Kunst en de Culturele Evolutie in Wallonië gevestigd. Het Boveriegebouw wordt een Museum voor Moderne Kunst.

1988-1993  Er was een vijf jaar durende renovatie nodig om het Paleis voor Schone Kunsten om tebouwen tot Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst (MAMAC).

2011  De verzamelingen van het MAMAC, het Prenten- en Tekeningenkabinet en het Fonds vanOude Kunst voegen zich bij Waalse Kunst om één enkel geheel te vormen: het Museum voor SchoneKunsten van de Stad Luik (BAL).

2016  Het architectenbureau p.HD en Rudy Ricciotti geven nieuw leven aan La Boverie.


28

28 architectenverenigingen en -bureaus namen in 2009 deel aan de wedstrijd. Vijf projecten werdenuitgekozen. Het onderzoek gebeurde in 2011 en 2012, en in 2013 ging de werf van start. La Boveriestrekt zich uit over 4000 m² tentoonstellingsruimte en kostte 24 miljoen euro.


 

DE SCHÖFFER-TOREN WERD GERENOVEERD

Sedert 1961 steekt een 52 meter hoge sculptuur boven het landschap uit. Dit abstract werk van de Frans-Hongaarse kunstenaar Nicolas Schöffer heeft een heel speciale eigenschap: het is namelijk cybernetisch. Dankzij een systeem van sensoren reageert het onmiddellijk op veranderingen in de omgeving ervan: licht, wind, temperatuur. In 1961 en 1962 zorgde dit beeld voor een heus klank- en lichtspel tijdens een voorstelling die Formes et Lumières heette. Sedert veertig jaar werkt het echter niet meer. Aangezien de toren in 2009 werd beschermd als uitzonderlijk erfgoed van Wallonië, zal hij op korte termijn worden gerestaureerd onder de hoede van het Instituut voor het Waalse Erfgoed. De opening is gepland voor begin mei 2016. 


 DE ERFENIS VAN DE WERELDTENTOONSTELLING

Antwerpen in 1894, Brussel in 1897 en Parijs in 1900. Logischerwijze zou de Wereldtentoonstelling dus moeten plaatsvinden in 1903. En toch begint ze pas in 1905. Het idee ontstond in mei 1897 dooreen privé-initiatief van Victor Dumoulin en Florent Pholien, die leden waren van de Cercle privé du Commerce liégeois’, een particulier handelsgenootschap. Ze kregen uiteindelijk de steun van de Stad Luik, van de Regering en van Koning Leopold II. Luik, “de vroegere hoofdstad van een zelfstandig en onafhankelijk prinsbisdom, de meest vrije ter wereld”, volgens de officiële publiciteit, zal dus de zetel van de Tentoonstelling worden.

Naar aanleiding daarvan worden er grote werken aangevat. Prins Albert, de toekomstige Albert I, zal de symbolische eerste steen leggen van de voorgevel van het Paleis voor Schone Kunsten, datbedoeld was om de tentoonstelling te overleven. Nieuwe bruggen moeten de toevloed aan bezoekers in goede banen leiden: de bruggen van FragnéeFétinne, Vennes en de Mativa-brug. De werken voorhet saneren van de site en het aanleggen van de Maas lopen uit en doen de datum verschuiven naar 1905, het jaar van de 75e verjaardag van de onafhankelijkheid van België, wat natuurlijk een belangrijk feest was.

Op 27 april 1905 werd de site ingehuldigd in aanwezigheid van meer dan tweeduizend personen. Het 66 ha grote Boveriepark is niet de enige plek die bij de gelegenheid onder de aandacht werd gebracht (CointeFragnéeVennes). Op zes maanden zou de Luikse Wereldtentoonstelling zeven miljoenbezoekers krijgen uit een veertigtal landen.

 

De basis van de Schone Kunsten

Het Paleis voor Schone Kunsten met zijn 2500 m2 aan tentoonstellingszalen werd aan de Stad Luik geschonken door het Uitvoerend Comité van de Tentoonstelling. In een brief van 13 oktober 1903 aan de Gemeenteraad zegt dit Comité dat het graag een reeks culturele en wetenschappelijke evenementen zou organiseren: “De bouw van dat monument zal echt een leemte opvullen, aangezien onze Stad geen enkel openbaar gebouw heeft dat aan die vele wensen voldoet”.

Meer dan een eeuw lang zal het vroegere Paleis voor Schone Kunsten veel museumfuncties vervullen. In 1952 zullen het Museum voor Waalse Kunst en het Prenten- en Tekeningenkabinet zich er vestigen, en in de jaren 1970 het Museum voor Schone Kunsten. In 1981 wordt hetomgevormd tot Museum voor Moderne Kunst en in 1993 tot Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst. Ten slotte wordt het wat het nu is: La Boverie, Internationaal Kunst en Cultuurcentrum (CIAC).

Welwillendheid als gevechtshouding

In samenwerking met het Luikse architectenbureau p.HD tekent de Provençaalse hedendaagse architect voor de nieuwe uitbreiding van La Boverie. Deze betonambassadeur is een geëngageerde kunstenaar die bekendstaat voor zijn openhartigheid.

 

De meeste van uw architectuurprojecten houden verband met Frankrijk. Wat trok u zo aan in ditBelgische project?

Rudy Ricciotti — Ik ben dol op Luik, een afgeschermd kamp tegen de pornografische barbarij van de globalisering. Het is een echte stad met echte mensen die echte dingen beleven. Ik houd van de Belg, die strijd levert tegen het gespuis in deze wereld en globaal genomen beter bestand is tegen alcohol dan de Fransman. Hij bezit een krachtige religieuze seksualiteit en door zijn gevoel voor humor hoort hij thuis bij de patafysici.

 

U noemt een project een “onderzoeksproces”. Nagaan wat niet goed werkt, het gevaar vinden. Wat scheelde er aan het architectuurontwerp van La Boverie?

R.R. — Eigenlijk niets, maar de droom over de noodzakelijke hedendaagsheid, die op een mystieke dwang leek, moest in de hand worden gehouden. Het afbreken van erfgoed vermijden, was bijvoorbeeld een manier om de paranoia van het programma te bedwingen.

 

Hebt u speciale moeilijkheden en vereisten gehad tijdens het proces voor het creëren en renoveren van het gebouw?

R.R. — De existentiële moeilijkheid van de architectuur: de interfaces tussen nieuwe en oude gebouwen. Maar het uitzonderlijk vertrouwen tussen Paul Hautecler van het Luikse bureau p.HD, die gulle en briljante erfgoedverdediger, en mezelf is heel nuttig geweest. We hebben schizofrene toestanden kunnen vermijden: behoud tegenover creatie. Het bestaande paleis is geworteld in demoderniteit. Onder de grond vind je immers de eerste betonnen heipalen. De funderingen zouden moeten worden beschermd als “historisch monument”, want het gaat hier om een wereldprimeur. Het onzichtbare beschermen, dat is een nieuwe angst!

 

Waar hebt u uw inspiratie gehaald voor de uitbreiding van glas en beton? Uit de plaats en haar context zelf of uit uw persoonlijke beleving?

R.R. — De context spreekt, het geheugen spreekt, de beroepen spreken. Inspiratie komt op de tweede plaats. Aangezien Paul Hautecler a priori voor behoud staat en ik voor het maken van iets nieuws, wilden wij voortdurend elkaars werk vergemakkelijken. De cognitieve context is even belangrijk als de architecturale. Inspiratie? Welwillendheid was onze gevechtshouding.

 

Wat is de leidraad voor uw projecten?

R.R. — Juist, nauwkeurig en contextueel werken. Schoonheid en cynisme niet willen verbannen. Een populaire werkelijkheid geven aan de esthetische vereiste. De werkelijkheid, die echt artistiek materiaal is, belangrijker achten dan de artistieke aanspraak zelf. Het onderdanige minimum niet verwarren met het radicale minimum!

 

Op welke verwezenlijking bent u met meest trots? Een architectuurproject, een boek?

R.R. — Dat ik mijn drie kinderen heb opgevoed. Dat ik een dertigtal mensen tewerkstel in mijn kantoor. Ik zou ook kunnen verwijzen naar mijn dogmatische strijd tegen de kolonisatie door de imperialistische mythologieën van het consumentisme. Als u mijn pamfletten leest, zult u veel lachen.

 

Welk hedendaags architecturaal werk «raakt» u speciaal?

R.R. — Gaudi en heel de 19de eeuw. Maar vooral een architectuur die vele uren handenarbeid vergt. Handenarbeid is voor mij heel emotioneel, want hij komt op tegen de verschuiving van werkgelegenheid naar het buitenland. Daarin schuilt de politieke finaliteit van ons vak… De beroepenverdedigen en meewerken aan de wederopbouw van het geheugen ervan. Werk kan opnieuw een sleutel worden om rijkdom te herverdelen en om de sociale cohesie te bevorderen. Maar natuurlijk moet men het nog tot zijn recht kunnen doen komen…

 

Hebt u nog interessante projecten voor ons?

R.R. — Natuurlijk, maar ik toon ze niet zolang ze niet af zijn. Het jongste werk dat werd opgeleverd, namelijk het Memoriaal van het Kamp van Rivesaltes, dat in Zuid- Frankrijk ligt, is alle belangstelling waard. Dat geldt ook voor het MuCEM in Marseille, voor het Jean-Bouinstadion in Parijs, voor de Vleugel voor Islamkunst in het Louvre en voor het hoofdkantoor van de ITER in Cadarache.

 


BIO EXPRESS

1952 — Geboren op 22 augustus in Algiers (Algerije)

1974 — Ingenieursschool van Genève (Zwitserland)

1980 — Architectuurschool van Marseille (Frankrijk) / Oprichting van het agentschap Rudy Ricciotti in Bandol (Frankrijk)

 

Bekende projecten

2000 — Vredesbrug over de Hanrivier in Seoul (Korea) / Filharmonische concertzaal Nikolaisaal in Postdam (Duitsland)

2007 — Hoofdkantoor van de ITER (International Thermonuclear Experimental Reactor) in Cadarache(Frankrijk)

2012 — Afdeling Islamkunst in het Parijse Louvre (Frankrijk)

2013 — Jean-Bouinstadion in Parijs (Frankrijk) / Museum voor de Beschavingen van Europa en deMiddellandse Zee (MuCEM) in Marseille (Frankrijk)

 

Bekroningen

— Grote nationale Architectuurprijs

— Gouden medaille van de Stichting van de Architectuuracademie

— Ridder in het Legioen van Eer

— Commandeur in de Orde van Kunsten en Letteren

— Officier in de nationale Orde van Verdienste

— Lid van de Technologische Academie

 

Publicaties

Le béton en garde à vue, Lemieux Éditeur, 2015.

— Ricciotti, architecte, Le Gac Press, 2013.

L’architecture est un sport de combat, Textuel, 2013.

Parijs komt naar Luik

 Met zijn 8,7 miljoen bezoekers in 2015 is het Louvre het drukst bezochte museum ter wereld. En dat Louvre komt nu naar Luik! De Boverie verwelkomt die Parijse instelling in het kader van een artistieke adviesopdracht die van 2016 tot 2018 loopt. De tijdelijke tentoonstelling ‘En Plein Air’ opent het bal.

 

La Boverie stelt zich open voor de wereld en voor haar buitenlandse confraters. In deze optiek deed de culturele instelling een beroep op die prestigieuze partner. De samenwerking past in een beleid om samen met internationale partners dichter bij het publiek te komen. Een publiek dat grotendeels bestaat uit Belgen die het Louvre-Lens bezoeken, dat in 2012 in het departement Nord-Pas-de- Calais werd geopend, vlak bij ons.

Parijs en Luik onderhouden al verscheidene jaren een wetenschappelijke en culturele relatie met elkaar, die meer bepaald vorm kreeg door toedoen van Vincent Pomarède, algemeen erfgoedconservator en directeur Bemiddeling en Culturele Programmatie bij het Louvre en de musea van de Stad Luik.

 

In de Openlucht

De Adviestak van het Franse museum zorgt samen met La Boverie voor de artistieke begeleiding. Hij brengt ook zijn deskundigheid in op het gebied van publieksbeleid, pedagogische actie enauditoriumprogrammering. Op het programma van 2016-2018 staan drie tentoonstellingen: om te beginnen En Plein Air, in 2017 een die Le Voyage en Italie zou kunnen heten, en een derde waarvanhet thema nog niet bekend werd gemaakt.

Vanaf de opening kunt u een overzicht krijgen van de samenwerking tussen beide centra. De eerste tijdelijke tentoonstelling, En Plein Air, handelt logischerwijze over schilderen in de openlucht.Bewegingen zoals de pre-impressionisten, de impressionisten en de School van Barbizon verlaten hun ateliers om zich te laten doordringen van de eenvoud en de inspirerende sfeer van de natuur. De tentoonstelling geeft een chronologisch overzicht aan de hand van een honderdtal werken. Op de achtergrond daarvan “twee esthetische en technische problemen: de praktijk van schilderen in de openlucht en het zoeken naar onderwerpen en motieven die toen hedendaags waren”, schrijftGrégory Desauvage, conservator bij het Museum voor Schone Kunsten en coördinator aan de Luikse kant. Doeken van schilders zoals Claude- Joseph Vernet en Louis-Gabriel Moreau geven in de 18de eeuw de aanzet tot belangstelling voor het onmiddellijke en voor een realistische kijk. In de 19de eeuw wordt het werk van de schilders vergemakkelijkt door de opkomst van verf in tubes. Daardoor kunnen anderen de voetsporen drukken van voorlopers zoals Cézanne, Monet, BonnardCorot en de Belg Evenepoel.

De verhouding tot de natuur bestaat niet enkel uit contemplatie, maar ook – en vooral – uit hetopslaan van vermakelijke herinneringen. Plezier, ontspanning en gezelligheid zetten de toon voor de taferelen uit die tijd. Aan de oevers van de Seine en op de kades van de Maas en de Ourthe koestert men dezelfde ambitie. De schilders zetten zich in parken om te genieten van die plaatsen voor ontmoeting en sociale omgang.

 

INLICHTINGEN:
La Boverie
Parc de la Boverie 
B-4020 Liège
+32 (0)4 221 93 02
 

KUNST ONDER HOGE BESCHERMING

Om bestand te zijn tegen de tand des tijds, vergt kunst heel wat aandacht. Temperatuur,luchtvochtigheid en blootstelling worden streng gecontroleerd. De conservering houdt rekening met het materiaal.

Schilderijen worden bijvoorbeeld bewaard op een temperatuur van 21 tot 23°C en een vochtigheidsgraad van 50 %, zoals in La Boverie. Natuurlijk licht schijnt er niet rechtstreeks op, maar wordt gefilterd door tegen het plafond gespannen doeken. Er moet ook speciale aandacht worden besteed aan ultraviolet- en infraroodstraling. Kwetsbare werken, zoals tekeningen en etsen van de16de tot de 21ste eeuw, worden bewaard in een ruimte met zwart geschilderde muren. Die in het donker bewaarde werken worden enkel belicht op verzoek, wanneer iemand de ruimte binnenkomt.De onveranderlijkheid van de parameters is een van de belangrijkste elementen. Hout kan bijvoorbeeld heel slecht tegen verandering. Het zwelt en het schilderij wordt langer bij een te hoge vochtigheid, wat de verflagen beschadigt. Is de lucht daarentegen te droog, dan barst het hout en droogt het werk uit. Sommige werken, zoals die van Chagall, Monet en Gauguin, worden zelfsgeplaatst in beschermingskasten met een vertragingssysteem en UV-werende ruiten.


EEN MUSEUM IN EEN TUIN

Het Boveriepark is altijd een ontspannings en wandeloord geweest. Vanaf de 18de eeuw is La Boverieeen deftige buurt waar de burgerij komt rondslenteren en waar ze in landhuizen wonen. Ver van destedelijke drukte ademen de Luikenaars er de zuivere lucht van hun paradijselijk hoekje in. Ruiters doorkruisen de lanen en sportbeoefenaars komen er zwemmen (het zwembad verdwijnt in 1903 voor de Wereldtentoonstelling) of kanovaren op de Maas.

In 1853 doen de werken voor de aanleg van de Dérivation’, de aftakking van de Maas, de Luikenaars vrezen dat ze hun groene ontspanningszone gaan verliezen. De Stad schrijft dan een wedstrijd uit voor het aanleggen van een openbaar park. In 1862 wordt het Boveriepark, vlak voor de opening ervan, het slachtoffer van een petitie. De Koninklijke Vereniging voor Tuinbouw en Natuurbehoud wil op die grond een tuin aanleggen.

Uiteindelijk staat de Stad iets meer dan 3 ha af in het noordelijke deel van het park. In ruil daarvoor moet de Vereniging een reeks werken uitvoeren: wegen, gazons, vijvers, aanplantingen, bruggen, rustplaatsen enz. De meeste daarvan bestaan tot op vandaag. In 1865 wordt er een didactische tuin aangelegd voor exotische soorten, zowel fauna als flora. Men kan zich nog moeilijk voorstellen dat ertoen wilde dieren in het park huisden! De stad nam de gronden terug voor de Wereldtentoonstelling en de dierentuin verdween.

Evenmin kan men zich inbeelden dat er in 1892 een velodroom in het park werd gebouwd. Op de plaats van de huidige rozentuin ging de eerste wielerwedstrijd Luik-Bastenaken-Luik van start. De Royal Football Club de Liège (1892-93) en daarna Standard (1900-04) zouden nog op diezelfde grasmat spelen. Net zoals andere gebouwen zou de velodroom de Wereldtentoonstelling van 1905 niet overleven.

Vier verzamelingen die eindelijk verenigd zijn

Na 50 jaar gemeenschappelijke geschiedenis, zijn vier verschillende maar elkaar aanvullende verzamelingen uiteindelijk samengebracht op één en dezelfde plaats. Het is in La Boverie dat de bezoekers het beste van de Schone Kunsten van Luik zullen vinden: de vier verzamelingen, van de renaissance tot op heden.

 

Het Museum voor Schone Kunsten (BAL), het Museum voor de Waalse Kunst (MAW), het Prenten- en Tekeningenkabinet (CED) en het Fonds voor Oude Kunst zijn eindelijk samengebracht na meer dan vijftig jaar afwisselende verenigingen en scheidingen. Er was meer dan anderhalf jaar werk nodig om de werken te kiezen, deskundigen te raadplegen, teksten te schrijven en, ten slotte, de catalogus te publiceren. Régine Remon, eerste conservatrice van het Museum voor Schone Kunsten van de Stad Luik, is daar heel verheugd over: “We wilden al een hele tijd een gezamenlijke catalogus maken voor de vier verzamelingen. De moeilijkheid bestond erin belangrijke meesterwerken samen te brengen en tegelijk de Luikse kunstenaars tot hun recht te doen komen, zonder ze te verzwakken.” Een aantalwerken dat niet beschikbaar is in La Boverie, kan op afspraak door de bezoekers worden bekeken in de museumreserves van het ‘Îlot Saint-Georges’.

De 2500 m2 grote kelder van La Boverie werd speciaal ingericht om plaats te bieden aan de permanente verzamelingen die van Schone Kunsten komen. De ruimte is voorbehouden aan de kostbaarste werken, die niet aan natuurlijk licht mogen worden blootgesteld.

 

De Luikenaars

Lambert Lombard (1506-1566), een erkende renaissanceschilder en humanist, heeft een belangrijke rol gespeeld voor de toenmalige ontsluiting van de streek van Luik. “Wij hebben een verzameling van 800 unieke en in goede staat verkerende tekeningen van de kunstenaar en zijn atelier. Om de drie maanden gaan we daar vijf of zes van tentoonstellen. We moeten met een rotatiesysteem werken,want het papier vergeelt en de inkt verbleekt”, legt Régine Remon uit.

Naast Lambert Lombard is er Gérard de Lairesse (1641-1711), een andere 17de eeuwse schilder uit de Vurige Stede. Deze kunstenaar van bij ons verdient het om in de belangstelling te worden geplaatst; hij was immers vooral bekend in Nederland. Toen hij pas 22 jaar oud was, maakte hij meer bepaald een beroemd schilderij, La Descente d’Orphée aux Enfers.

Gilles-François-Joseph Closson (1798-1842), een Luikse schilder en tekenaar, dient ook te worden vermeld. Hij verbleef vier jaar in Rome, in dezelfde periode als de Franse schilder Jean-Baptiste Camille Corot, en hij maakte meer dan 600 werken, waarvan de meeste in de openlucht werden geschilderd (zie de bijdrage over de tentoonstelling En Plein Air hier).

 Lambert Lombard Lambert Lombard et sa famille. © Ville de Liège – Musée des Beaux-Arts

Lambert Lombard. Lambert Lombard et sa famille. © Ville de Liège – Musée des Beaux-Arts 

De buitenlandse kunstenaars

Onder de voornaamste stukken die door de Stad Luik werden verworven, vindt men een van de beroemdste werken van Pablo Picasso, Familie Soler (1903). Om te vernemen hoe dat belangrijke werk in de Vurige Stede geraakte, moeten we verscheidene decennia teruggaan in de tijd, meer bepaald tot 30 juni 1939. Die dag organiseerde het naziregime in Luzern, Zwitserland, een grote veiling van kunstwerken die als ‘ontaard’ werden beschouwd. Een Luikse delegatie die daarbij aanwezig was, kocht negen uitzonderlijke schilderijen1. Die verzameling wordt vandaag als een ‘schat’ beschermd door de Federatie Brussel-Wallonië. Aangezien Luik zijn budget niet volledig had besteed in Luzern, ging de delegatie op 1 augustus 1939 ook naar Parijs. Daar kocht de Stad nog negen andere doeken2.

De aangekochte werken bleven niet beperkt tot Luzern en Parijs. In de loop der jaren verwierf Luik nog heel wat andere schilderijen. “We hebben indrukwekkende verzamelingen uit de moderne en de hedendaagse tijd: Picasso, GauginChagall, Monet, KokoshkaEnsorIngres. En dat is ook dankzij de schenking die Fernand Graindorge in 1981 deed”, legt Régine Remon uit. De verzamelaar en industrieel Fernand Graindorge heeft immers 70 werken uit zijn verzameling (Toulouse-Lautrec, Matisse, Arp, MagnelliDufyPoliakoff, Picasso, Vasarely) aan de vroegere Franse Gemeenschap geschonken voor Luik.

 

Paul Gauguin, Le Sorcier d'Hiva Oa. © Ville de Liège – Musée des Beaux-Arts 

Een radicale keuze

De selectie van de werken was geen gemakkelijke stap. Er moest worden gekozen uit duizenden doeken, beeldhouwwerken, tekeningen en etsen. Een vijftiental medewerkers van het museum en de wetenschappelijke instellingen hebben het werk onder elkaar verdeeld en teksten opgesteld. Hoe moest men de werken kiezen? Régine Remon gaf enkele criteria: de representativiteit van de kunstenaar (periode, beweging) en van het werk in zijn loopbaan, de goede staat van bewaring, de beschikbare documentatie en de aanwezigheid van verschillende kunsttakken (etsen, tekeningen en foto’s).

Van de eigen manifestaties van het Museum voor Schone Kunsten bleven de ‘Biennale de la Gravure’(12e editie) en de ‘Espace Jeunes Artistes’ behouden in La Boverie. Naast die evenementen, wordt er elk seizoen een (gerestaureerd, geleend of geïdentificeerd) werk onder de aandacht gebracht door het wetenschappelijk personeel. “Zopas werd er een doek van de Luikse schilder Léonard Defrancegerestaureerd. Onderaan het schilderij ontdekten we een hond, die onder het vernis verborgen zat”,vertelt Régine Remon.

 

INLICHTINGEN:
La Boverie
Parc de la Boverie 
B-4020 Liège
+32 (0)4 221 93 02
 

PICASSO MET ESCORTE IN JAPAN

Wereldwijd wordt er veel uitgeleend tussen musea. En het Museum voor Schone Kunsten van Luik maakt daarop geen uitzondering. “Het BAL is vrijgevig. Wij leggen vertrouwenscontacten en vormen partnerschappen. Le Port du Havre van Claude Monet is in het Musée Marmettan in Parijs, terwijl het portret van Napoleon Bonaparte van Ingres in het Prado in Madrid is.” Zo zat Régine Remon eens in een vrachtvliegtuig naar Japan... met als enig gezelschap de twee piloten, de conservator van hetPicassomuseum en Familie Soler van Pablo Picasso dat naast automotoren was gezet. Een reis van bijna 36 uur, via Alaska!


 

— La Maison bleue van Marc ChagallDe dood en de maskers van James EnsorLe Sorcier d’Hiva-Oa van Paul GauguinMonte-Carlo van Oscar Kokoschka, Grazende paarden van Franz Marc, Portrait de jeune fille van Marie LaurencinRuiter op het strand van Max LiebermanLe déjeuner van Jules Pascinen en Familie Soler van Pablo Picasso.

— Schelpen van James Ensor, Le Port d’Anvers van Othon Friesz, Paysan au fagot van MarcelGromaire, L’écluse du moulin Bouchardon à Crozant van Armand Guillaumin, Nu van Charles Picart le Doux, Le château de Comblat van Paul Signac, Le moulin de la Galette van Maurice Utrillo, De violiste van Kees Van Dongen en Fleurs rouges van Maurice de Vlaminck.

 
 
  • /

Lood in goud of water in wijn veranderen kan helaas niet. Maar zou je wel geld kunnen maken van makarons? Een student van 23 jaar heeft dat voor elkaar gekregen. Michaël Labro, arts in opleiding en sinds zijn kinderjaren bezeten van gebak, is de hoofdpersoon van een succesverhaal dat naar amandelen smaakt.

 

Michaël Labro wordt geboren onder een gelukkig gesternte. Samen met zijn ouders, die allebei ingenieur zijn, hangt hij als kind vaak rond op een manege, waar hij al het talent heeft om zijn hobby te combineren met gevoel voor zaken. Elk weekend maakt hij zoetigheid, die hij aan de ruiters verkoopt. “Ik verkocht mijn gebakjes voor een paar euro’s. Het doel was niet om winst te maken,maar alleen om de kosten van de grondstoffen terug te verdienen, zodat ik elke week verder kon”, herinnert hij zich. In 2010 krijgt hij een FNACcadeaubon van 20 euro, die hij besteedt aan een boek over makarons. Die lekkernijen zijn een trend aan het worden, zodat Michaël een waardige uitdaging vindt voor zijn ambities. Zelf experimenteren is niet meer genoeg om een bevredigend resultaat tehalen en omdat de jonge Labro een perfectionistische durfal is, wendt hij zich tot de culinair journaliste Mercotte om zijn producten te verfijnen. De Franse gastronome, die het tv-programma ‘LeMeilleur Pâtissier’ presenteert, reageert op het verzoek van de Luikenaar en geeft hem enkele tips.

Door zijn volharding en nieuwsgierigheid lukt het Michaël om de makarons van zijn dromen temaken. Michaëls beste vriend Antoine is helemaal weg van deze makarons en komt op het idee om ze te gaan verkopen. De jongens zitten in het laatste jaar van de middelbare school wanneer ze met hun lekkernijen langs de deuren gaan. Samen bereiden en verpakken ze de makarons, en leveren en beheren ze de bestellingen, die direct een stijgende lijn vertonen. Buren, kennissen en mensen die het van anderen hebben gehoord, zijn zodanig gecharmeerd van hun producten dat het aantal klanten in de honderden loopt.

Als gevolg van dit onverwachte succes moet Michaël Labro snel een alternatief vinden voor de ouderlijke keuken, die inmiddels te klein is geworden. Op 18-jarige leeftijd opent hij daarom in Grivegnée zijn eerste werkplaats voor de vervaardiging van makarons. In deze ruimte van 80 m², die aan alle eisen van het FAVV voldoet, kan hij enkele honderden makarons per week maken. Dat is het begin van M&A Macarons, het eigen bedrijfje van Michaël en Antoine.

 

Toekomstige arts en jonge ondernemer

Michaël is een van die zeldzame mensen bij wie altijd alles lukt. Zo doorloopt hij zonder moeite in één ruk de eerste vier jaar van zijn geneeskundestudie, terwijl hij daarnaast M&A Macaronsopbouwt. In die periode besluit Antoine uit het bedrijf te stappen, omdat hij zich volledig aan zijnstudie wil wijden. Michaël blijft echter zijn weg vervolgen, zonder te weten dat het lot hem kortdaarna opnieuw een duwtje in de rug zal geven. In 2014 erkent het college van bestuur van deUniversiteit van Luik (ULg) namelijk officieel de status van studentondernemer. Na de UniversiteitGent, die drie jaar eerder hetzelfde heeft gedaan, biedt ook de ULg bepaalde studenten op die manier de mogelijkheid om hun universitaire studie gemakkelijker te combineren met een eigen bedrijf. Dat is een zegen voor Michaël, die daardoor in aanmerking komt voor aangepaste college- en examenroosters en spreiding van zijn studie. In het academisch jaar 2015- 2016 begint hij zo aan het tweede deel van zijn artsenopleiding, die hij over twee jaar mag uitsmeren. Naast aangepaste roosters kunnen Michaël en andere studentondernemers van de ULg tegenwoordig hulp krijgen bijhun ondernemingsplan. Aan iedere ondernemer in opleiding worden tutors uit de academische wereld en het bedrijfsleven toegewezen, die hen bij hun economische en commerciële ontwikkeling helpen. Omdat Michaël voor het vervolg van zijn studie voornamelijk praktijkstages moet lopen, zet de jonge ondernemer zijn artsenopleiding voorlopig even in de ijskast. Wettelijk gezien heeft hij vijf jaar de tijd om met zijn stages te beginnen voordat zijn theoretische kennis niet meer geldig is. Hij gaat zich dus vijf jaar inzetten om M&A Macarons volledig tot ontwikkeling te brengen. En we hebben zo’n vermoeden dat hij al aardig op weg is…

 

Groot worden

Terwijl Michaël zijn derde reeks examens aan het einde van het jaar afsluit, tekent hij een samenwerkingsovereenkomst met de Belgische tak van de keten Point Chaud. Door deze voordelige zet kan zijn bedrijfje zich ontwikkelen en kan hij het productieapparaat met eigen middelen versterken. Datzelfde jaar laat Philippe Lhoest, die tot dan toe levensmiddelenadviseur is, zich doorMichaël overhalen. Samen beginnen ze in 2014 met PMSweet SPRL en brengen ze het productieapparaat over naar een groter pand. Tegenwoordig hebben ze 280 m² aan kantoren en werkplaatsen aan de rue de la Brasserie in Luik, waar dertien fulltime werknemers alle fasen van de productie verzorgen, inclusief het handmatig verpakken van de makarons.

Dankzij de inspanningen van beide partners blijft PMSweet SPRL maar groeien. Alleen al in België heeft het bedrijf momenteel zo’n honderd klanten, waaronder de keten Delhaize. Maar de Belgische markt volstaat niet meer voor de ambitieuze fijnproevers. Hongkong, China, de Verenigde Staten en het Filmfestival van Cannes – alleen dat al – vechten tegenwoordig om de makarons uit Luik. Met een orderboek dat elk jaar beter gevuld is, boekte PMSweet SPRL een omzet van 250.000 euro in 2014 en 1.300.000 euro in 2015.

 

Jezelf onderscheiden

Hoewel Michaël Labro zijn succes voor een deel te danken heeft aan zijn banketbakkerstalent, is de marketingstrategie ook belangrijk. Hij heeft er namelijk voor gekozen om als groothandel te fungeren. Zo kan hij zijn distributeurs concurrerende prijzen bieden. Hij hoeft niet voor merkbekendheid te zorgen en beperkt zich ertoe om zijn producten rechtstreeks aan te bieden aan grote internationale winkelketens, die grote hoeveelheden afnemen. Ook particulieren kunnen producten op bestelling rechtstreeks bij de werkplaats betrekken.

Wat betreft smaak en kwaliteit, onderscheiden de lekkernijen van Michaël zich van de producten die je in de supermarkt vindt. De gebruikte chocolade is rechtstreeks afkomstig van Valrhona. In plaats van jam wordt uitsluitend ganache gebruikt en er wordt alleen gewerkt met natuurlijke kleurstoffen. De eindproducten hebben allemaal een mooi formaat en met uitzondering van de speculaasmakaron worden alle varianten zonder gluten gemaakt. Maar de jonge ondernemer-banketbakker-arts heeft vooral de enige techniek ter wereld ontwikkeld die het mogelijk maakt om het suikergehalte van de makaron te verlagen. En dat is uitstekend nieuws voor de liefhebbers van zoute makarons.

 

www.macaronsma.com


STUDENTONDERNEMERS, EEN RAS IN OPKOMST

M&A MacaronsFirstFace, Easy-NoteNote Campus, Constellar en Copy Sim zijn enkele voorbeeldenvan start-ups die studentondernemers van de Universiteit van Luik sinds 2014 hebben opgericht. Zestuderen om arts, handelsingenieur, IT’er, dierenarts of boekhandelaar te worden en zetten ondertussen hun eigen bedrijfje op poten. Maar marktleider word je niet door in de schoolbanken te gaan zitten. Bijna twintig jaar geleden startte de Université catholique de Louvain (UCL) met een programma dat destijds uniek was in de wereld. Sinds 1997 verzorgt de UCL namelijk een interdisciplinaire ondernemersopleiding. En in 2011 voerde de Universiteit Gent voor het eerst inBelgië de status van studentondernemer in. De ULg volgde dit voorbeeld in 2014 en de UCL inseptember 2015. Tijdens de opening van het voorbije academische jaar heeft de UCL haar ‘Projetpour Étudiants a Profil Spécifique’ (PEPS) uitgebreid naar studentondernemers. Tot die tijd was de PEPS-status voorbehouden aan studenten die op hoog niveau aan kunst of sport deden en aan studenten die een handicap of bijzonder ernstige gezondheidsproblemen hadden. De PEPS-status bood deze studenten de mogelijkheid om hun roosters en studieprogramma’s aan hun verplichtingen en beperkingen aan te passen. Sinds september vorig jaar kent de UCL deze status dus ook toe aan studentondernemers en activiteitenontwikkelaars. Twintig studenten hebben in dit verband een concreet ondernemingsplan met een sociaal of commercieel doel gepresenteerd. Dertien van hen zijn geselecteerd voor het proefproject van het afgelopen jaar. Deze dertien ambitieuze jongeren vertegenwoordigen elf ondernemingsplannen (sommigen werken namelijk met zijn tweeën). Enkele studenten vormen bovendien teams die verdeeld zijn over Bergen en Louvain-la-Neuve, de twee locaties van de UCL.

“De keuze is gevallen op goed uitgewerkte plannen, die het stadium van idee al zijn gepasseerd”, zegt Léa Eeckhout, trainingsmanager van de UCL. “De aanvraag moet gebaseerd zijn op een activiteit die al groei vertoont. Belangrijk is ook dat wordt gekeken naar de universitaire loopbaan van elke student, zodat hij de nodige bagage heeft om eventueel iets anders te gaan doen.” Zestig verdiende studiepunten zijn dus noodzakelijk. Aan het einde van het eerste jaar constateert de UCL dat de beste ideeën afkomstig zijn van multidisciplinaire teams. “De winnende teams bestaan vaak uit meerdere studenten van verschillende faculteiten. We zijn opmerkelijke en bijzonder vernieuwende projecten tegengekomen op basis van de combinatie van zeer uiteenlopende capaciteiten”, zegt Léa Eeckhoutblij. Hoewel de studenten over het algemeen wel belangstelling hebben voor de status van studentondernemer, lijken ze vooral te streven naar officiële erkenning. Een aangepast rooster of studiespreiding is dus niet hun voornaamste doel. “Studentondernemers zijn vaak heel dapperejongeren, die hun uren niet tellen en die gemotiveerd en ambitieus zijn. Ze zijn zonder meer in staat om alles tegelijk aan te pakken. We hebben trouwens maar heel weinig studiespreidingsaanvragengekregen. Wat ze vooral willen, is erkenning van hun status, zowel door hun faculteit als door hunzakelijke contactpersonen of toekomstige werkgever”, verzekert Léa Eeckhout. De Waalse economielijkt dus mooie tijden tegemoet te gaan. Onderwijs, ambitie en goede ideeën beloven binnenkort eengeduchte drie-eenheid te vormen. En de glazen toren met 1500 makarons van Labro op hetFilmfestival van Cannes spreekt dat niet tegen.

  • /

De oren vol noten en de ogen vol sterren. Het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Luik (OrchestrePhilharmonique Royal de Liège of OPRL) maakt elk publiek enthousiast, ook het jongste. 

 

Het OPRL is het enige professioneel symfonisch orkest van de Federatie Wallonië-Brussel. Buiten zijn “klassieke” concerten (die niet altijd even klassiek zijn) positioneert het zich ook als een echt resource centre. Het stelt zijn muzikale middelen immers ter beschikking van al wie cultuur voor iedereen toegankelijk wil maken. Dit orkest munt uit in alle genres en vertegenwoordigt ons land in de grootste internationale muziekzalen. Het brengt ook kinderen – alle kinderen! – in aanraking met muziek.

L’Orchestre à la portée des enfants” (Het orkest op kindermaat), “Music Factory”, “Samedis en famille (Gezinszaterdagen) staan op het programma van het volgende seizoen. Achter de schermen komt daar nog een hele reeks pedagogische producties voor scholen bij, voor heel jonge kinderen en voor tieners. Daarnaast heeft het orkest een educatief muziekproject ter bevordering vanmaatschappelijke diversiteit.

 

El Sistema

Dit concept ontstond in Venezuela, onder impuls van een economist en musicus die straatkinderen een betere opvoeding en toekomst wilde bieden. Het verhaal begon in 1975, met twaalf kinderen in een garage in Caracas. Ze konden er gratis enkele uren per dag een instrument leren bespelen of leren zingen, op voorwaarde dat ze de rest van de dag terug naar school zouden gaan. Het aanleren gebeurde altijd collectief, door als een orkest te spelen of volgens de instrumentengroepen. Mettertijd heeft dit gedurfde project schitterende muzikanten voortgebracht. Een van de beroemdste is Gustavo Dudamel, die muziekdirecteur is geworden van het prestigieuze Filharmonisch Orkest van Los Angeles, het LA Phil. Tegenwoordig zijn er wereldwijd 700.000 kinderen betrokken bij El Sistema!

In Luik krijgen 160 kinderen met de steun van de Stad muzieklessen onder de bescherming van de vzw ReMuA en het OPRL. Het avontuur begon in oktober 2015 en de voorbije maand mei vond er al een concert plaats, dat werd uitgevoerd door kinderen en muzikanten van het orkest.

Sociale diversiteit krijgt een concrete vorm wanneer men anderen begint te ontmoeten buiten de culturele context. Wanneer men steun krijgt van de overheid, dan heeft men verplichtingen tegenover de samenleving. We moeten ons werk toegankelijk maken voor zoveel mogelijk mensen, voor personen die minder in aanraking komen met cultuur, die minder bevoorrecht zijn, en voor kinderen...”. Voor Daniel Weissmann, de nieuwe directeur van het OPRL, is klassieke muziek er niet enkel voor een elite! Daar is hij echt van overtuigd. Zelf is hij altviolist van opleiding. 

Vroeger bracht hij zelf muziek naar de scholen en werd hij aan het denken gezet door de reacties van de kinderen. “ ‘Dat hebben we al in de bioscoop gehoord!’ Kinderen vergeten dikwijls dat de muziek al vóór de film bestond”. Daniel Weissmann spreekt heel bescheiden maar scherpzinnig over wat er in de toekomst op het spel staat voor zijn orkest. “Klassieke muziek is niet populair. Wanneer we ze niet voor elk soort publiek spelen, is ze gedoemd om te verdwijnen. Dankzij de nieuwe media hebben we nu de middelen om ze beter en op een meer internationale schaal bekend te maken en dichter bij de mensen te brengen… Ik heb niets uitgevonden, ik zet gewoon voort wat er vóór mijn komst begonnen was. Wat wel veranderde, is de wijze waarop wij communiceren”. En hij voegt er glimlachend aan toe: “Ik heb gewoon vorm gegeven aan het idee van El Sistema”.

Bij het Luikse orkest wordt dit project ook gesteund door de teams achter de schermen: de programmatie, de productie, de administratie, de communicatie en, natuurlijk, de pedagogie. Iedereen is verheugd over de positieve weerslag van het initiatief. Marie-Caroline Lefin, de pittige chef van de pedagogie bij het OPRL en zelf moeder van drie jongens, is diep getroffen door ditproject. “Eerst was ik verbaasd over de snelheid waarmee die kinderen iets leren. Je moet weten dat sommigen vóór oktober jongstleden nog nooit een instrument hadden gezien! Maar wat me het meeste raakt, is de positieve houding die ze snel binnen de groep aannemen. Op school zijn het ettertjes die zich verzetten tegen de leraar. Hier gehoorzamen ze de dirigent, leren ze luisteren en respect opbrengen. Natuurlijk, als ze niet goed naar hun buren luisteren, lopen ze verloren in hun partituur, maar hier hoeft niemand hun te zeggen dat ze moeten zwijgen of zich goed gedragen. Dat komt vanzelf, omdat ze weten dat ze deel uitmaken van een groot project. Ik ben verrast door de discipline die ze aan de dag leggen, zonder enige dwang”.

De bij het project betrokken kinderen komen uit alle Luikse wijken, ook uit de meest verpauperde. Om het avontuur mogelijk te maken, wordt er op het terrein gewerkt met scholen en buurthuizen. Dat leidt tot sterke en heel verschillende emoties. Séverine Meers, de persattachée van het OPRL, is ontroerd. “De ene dag komt een meisje aan het team zeggen dat ze met het project stopt. Ze leeft in een gezin met zeven kinderen en heeft geen tijd meer om samen met de groep les te volgen. Een andere keer is het een jongen van twaalf die vertelt dat hij moest kiezen tussen basket en viool en dat hij voor viool heeft gekozen”.

 

Pedagogische projecten

Wie een orkest live hoort spelen, ervaart een hele waaier aan emoties. Sommigen krijgen tranen in de ogen bij het horen van de violen in het Adagio van Barber of in Le fabuleux destin d’AméliePoulain. Anderen houden van de luide klanken van het koper en het slagwerk, zoals in de muziek van Star Wars. Nog anderen krijgen dan weer kippenvel wanneer het koor de Carmina Burana van CarlOrff krachtig opent met O Fortuna.

Klassieke muziek is dikwijls onbekend. Bij het OPRL zegt men luid en duidelijk dat ze voor iedereen toegankelijk is. Het pedagogische team wil ze dus concreter maken. Door middel van aftelrijmpjes, het verhaal van het droevige beertje, sprookjes en filmmuziek, leren de kinderen voelen hoeveel impact de muziek heeft. Séverine Meers legt uit dat, wanneer muziek een verhaal ondersteunt, ze er de emotionele kracht van vergroot, zonder die ooit in een vast kader op te sluiten. Het gaat om een echte aansporing tot creativiteit. Een recent project, dat Wanneer muziek vorm(en) krijgt, werd gedoopt, illustreert dat verschijnsel. Aan studenten van kunstscholen werd gevraagd een beeldend werk te maken op een thema zoals de Dodendans van Saint-Saëns. Ze moesten een bijkomende dimensie geven aan een schilderij of een beeldhouwwerk. “Het is heel mooi om te zien”, zegt Marie-Caroline Lefin vol bewondering. “Je staat tegenover jongvolwassenen die al keuzes hebben gemaaktin hun leven en klassieke muziek maakt daar niet echt deel van uit. Toch hebben ze het spel meegespeeld en hebben ze zich laten inspireren”. En wanneer ze de sterren telt in de ogen van peuters van tweeënhalf jaar, dan geniet ze van de enthousiaste reacties van de kleintjes bij hun ouders. Wat een genoegen als men weet dat ze er thuis heel positief over praten en dat ze weten wat een cello en wat een dirigent is! ”. Die activiteiten, die momenteel enkel in scholen plaatsvinden, kennen steeds meer succes. De ene na de andere klas verschijnt op de orkestvloer. Ja, op het toneel!Zo kan het jonge publiek de trillingen voelen, de instrumenten aanraken en de muzikanten leren kennen. Ook voor deze laatsten is het een leerrijke ervaring. Marie-Caroline merkt dat die pedagogische activiteiten de waarneming veranderen. “Vroeger vonden muzikanten pedagogie tamelijk vervelend. Ze hadden niet het gevoel dat ze echt muziek speelden voor een echt publiek. Later hebben we voorstellen gedaan die steeds kwalitatiever werden. De Directie gaf ons de middelen daarvoor. De scholen worden er ook meer bij betrokken. Nu vinden de muzikanten het plezant! Ze merken hoe er wordt gekeken en geglimlacht, horen de spontane bedenkingen en de onthutsende vragen en beschouwen die als kansen om een band te scheppen tussen hun nieuwe publiek en hun passie. Die emoties verrijken ook hun werk”.

Wanneer u het kind dat in u sluimert, wilt wekken en de kracht van uw emoties versterken door muziek, ga dan naar de zaal van de filharmonie. En als u nog aarzelt, denk dan aan wat u voelde toen u de soundtrack van 2001 A Space Odyssey hoorde. En wat ervoer u bij de eerst noten van de celesta uit de filmmuziek van Harry Potter! Of bij de generiek van Game of Thrones… Classic is coming!

 

INLICHTINGEN: 
Orchestre Philharmonique Royal de Liège
Boulevard Piercot, 25-27
B-4000 Liège
+32 (0)4 220 00 00
 
 

 

NIET TE MISSEN DATA

MUSIC FACTORY 

Once Upon a Time 

28 september — Luik 

GEZINSZATERDAGEN 

Ciné-concert Le voyage dans la lune

1 oktober — Luik

HET ORKEST OP KINDERMAAT

Merlin l’enchanteur

14 oktober — Luik

15 oktober — Brussel

MUSIC FACTORY

Viva la libertà

9 november — Luik

GEZINSZATERDAGEN

Un Noël à Buenos Aires 

17 december — Luik 

Voor het volledige programma: www.oprl.be


KLEINE GIDS VAN DE CONCERTEN VOOR EEN JONG PUBLIEK 

Het OPRL geeft niet enkel traditionele concerten waarbij de muzikanten een rokkostuum of een lange jurk dragen. Behalve de klassieke concerten, tijdens dewelke u misschien schrik hebt dat u zultmoeten niezen of op het verkeerde moment zult applaudisseren (en beschaamd zult zijn, hoewel u toch alleen maar uiting gaf aan uw groot enthousiasme), biedt het OPRL drie concertreeksen waarbij u minder gestresseerd zult zijn wanneer uw kind er in zijn onbekommerde onschuld zomaar uitflapt wat het te binnen schiet. “Hé, als de triangel zijn noot vergeet te spelen, dan is dat slecht!

 

Het orkest opent zijn deuren voor de kinderen

Onder de leiding van een verteller kunnen kinderen vanaf vier jaar aan de hand van een boeiend verhaal kennismaken met het orkest. Tijdens het seizoen 2016-2017 staan Merlijn de Tovenaar en DeKleine Prins op het programma. Door de regie en het lichtspel kunnen de kleuters direct in het verhaal stappen. Die concerten worden georganiseerd in samenwerking met de Jeunesses Musicales’ (de Franstalige tegenhanger van ‘Jeugd en Muziek’), die als taak heeft kinderen vertrouwd te maken met muziek.

 

Gezinszaterdagen

Het is de bedoeling het publiek met behulp van een video kennis te laten maken met een groot muziekstuk. Het beeld stelt de toehoorders in staat om de door het orkest gespeelde melodieën beter aan te voelen. Deze concertreeks is bedoeld voor gezinnen ( ja, op zaterdagen!) en wordt aangeboden tegen een nogal merkwaardig tarief: € 36 voor één plaats, maar € 39 voor drie plaatsen. Zoals dat het geval is tijdens heel het “klassieke” concertseizoen, zijn de uitvoeringen gratis voor jongeren van minder dan 16 jaar.

 

Music Factory

Deze concertreeks mikt speciaal op tieners. Er wordt heel ontspannen muzikaal gezapt onder leiding van dirigent Fayçal Karoui. Het filharmonisch orkest maakt daarbij duidelijk hoezeer muziek de emoties versterkt: angst, vreugde, verrassing, heimwee… De dirigent schept er genoegen in met zijn publiek te spelen en bijvoorbeeld uit te leggen hoe je met een viool een sfeer kunt scheppen zoals in Psycho van Hitchcock. Echt bloedstollend!


EEN BEETJE GESCHIEDENIS

Het Orkest van Luik werd in oktober 1960 opgericht door Fernand Quinet, directeur van het Conservatorium van Luik. Aanvankelijk bestond het uit 71 muzikanten. Bij de oprichting ervan speelde het hoofdzakelijk voor de Concertvereniging van het Conservatorium en verkende het de klassieke en romantische repertoires (van Mozart tot Brahms), de Franse muziek en de componisten uit het Oosten. Dankzij Pierre Bartholomée (1977-1999) laat het ook de voornaamste werken uit de 19de en de 20ste eeuw tot hun recht komen. In 1983 wordt het omgedoopt tot “OrchestrePhilharmonique de Liège”. In oktober 2010 krijgt het officieel de titel van “Société Royale” (Koninklijke Maatschappij) en verandert het zijn naam in Orchestre Philharmonique Royal de Liège”. 

Vanaf 2001 zoeken de opeenvolgende muziekdirecteurs, Louis Langrée, Pascal Rophé, François- Xavier Roth en Christian Arming, nieuwe concertformules en streven ze naar een uitbreiding van het repertoire. De in 1971 in Wenen geboren Christian Arming kent een schitterende internationaleloopbaan en wordt in 2011 muziekdirecteur van het orkest. In juni 2014 stopt Jean-Pierre Rousseau als directeur van het OPRL en wordt hij vervangen door Daniel Weissmann, die er prat kan op gaan dat hij zijn doelstellingen heeft verwezenlijkt door een jaarlijkse toename van het publiek met 25%, dankzij een voortdurend zoeken naar dynamiek, een betere toegankelijkheid voor het “publiek vanmorgen” en een rijke verbeelding die tot veel nieuwe muzikale aanbiedingen leidde. Als enigprofessioneel symfonisch orkest van de Federatie Wallonië- Brussel, treedt het OPRL overal op en herbekijkt daarvoor zijn productiewijzen: concerten met een kleine bezetting en meer pedagogische producties. Het OPRL is een hart dat klopt in het hart van de Vurige Stede. Sinds 2000 beheert het orkest ook de “Salle Philharmonique de Liège”, waarbij het zijn concertaanbod uitbreidt. Jaarlijksworden er meer dan zestig concerten in uiteenlopende stijlen gegeven, die door ongeveer 45.000 personen per seizoen worden bijgewoond. De uit 1887 daterende filharmoniezaal heeft 1129 zitplaatsen en werd gebouwd naar het model van het Italiaanse theater. Ze heeft een symfonisch orgel. De zaal heeft een uitzonderlijk goede akoestiek en is zeer gegeerd voor het maken van opnames.

  • /

Veel jonge wijnkelnerinnen zijn er niet. Maar Catherine Jarbinet, die geologie studeerde, is daar een van. Een ontmoeting met deze jonge en enthousiaste wijnkenster van de ‘Coq aux Champs’ uit Soheit-Tinot

 

De ‘Coq aux Champs’ is een mooi gebouw dat aan de rand van de velden werd opgetrokken metblauwachtige natuursteen uit de streek. We zijn hier in de Luikse Condroz. De indruk dat men zich ver van de bewoonde wereld bevindt, is bedrieglijk, want het restaurant ligt op amper 25 km van Luik en slechts 14 km van Hoei, vlak bij de grote verkeerswegen. De “zintuiglijke, essentiële en zinvolle” keuken van chef Christophe Pauly doet haar omschrijving alle eer aan. Ze is niet bevreemdend, kent geen ijdel vertoon en heeft geen andere zin dan respect voor de andere en aandacht voor het ogenblik zelf, om ons volop te laten genieten van de verstandhouding tussen de chef, zijn team en de tafelgast. Catherine Pauly heeft zelf voor de huiselijke, hedendaagse en gezellige inrichting van de zaal gezorgd.

De chef is een veeleisende verkenner van de diepste paden van de smaak en zoekt met begeesteringnaar de waarheid ervan. “Een gerecht creëren, is ook een innerlijk avontuur, een oefening inzuiverheid om tot het wezen van de smaak door te dringen, dat ultieme punt van de osmose”, vertrouwt Christophe ons toe, terwijl hij benadrukt hoe weinig hij geeft om nieuwigheden. De disgenoten hebben alle waardering voor de persoonlijkheid van de chef en voor de interpretaties waardoor hij zijn stempel op de gerechten drukt. Hoe onwrikbaar Christophe ook trouw blijft aan dievolmaakte producten, toch geeft hij ze bij elke seizoenstremolo een nieuwe en heldere interpretatie,die de juiste toon treft in de voortdurend verfijnde harmonie van enkele zuivere akkoorden. De stempel van de chef vinden we ook terug in de desserts, die hij graag “zoete keuken” noemt, want ze hebben meer weg van in de keuken bereide gerechten dan van banketgebak.

In 2003 nam het paar het restaurant ‘Le Coq aux Champs’ over. In januari 2004 kregen ze een ‘Bib gourmand’ en in januari 2005 een ster in de Michelingids – als het ware een geschenk voor de 26e verjaardag van de meester-kok! Christophe Pauly is een van de tien stichters van de Waalse culinaire kern ‘Génération W’.

 

Een jonge wijnkelnerin

Catherine Jarbinet, sinds bijna twee jaar de beminnelijke wijnkelnerin van de ‘Coq aux Champs’, heeft een parcours afgelegd dat men op zijn minst atypisch kan noemen. Ze haalde aan de Luikse universiteit immers haar licentie Geologie en haar aggregaat Scheikunde. “Wanneer ik dat aan onze klanten vertel, zien die daar dikwijls een verband in met mijn huidig beroep als wijnkelnerin”, zegt ze ons. “En ja, dankzij mijn studies voel ik me meer op mijn gemak met de streekbegrippen, maar ik denk dat ik daardoor vooral een zin voor scherp waarnemen heb ontwikkeld en dat de nauwkeurigheid die wetenschappelijke studies eisen, me misschien ook doet verlangen naar een voortdurende verdieping en structurering van mijn wijnkennis”. Bovendien, zo voegt ze daaraan toe, “is wijn leren kennen vooral een permanente bijscholing. Als je belangstelling hebt voor wijnproeven, dan kun je alle dagen bijleren. Welke wijn is het fruitigst? Welke heeft het hoogste tanninegehalte? Zo kun je je gehemelte gevoeliger maken. Door tijd te nemen om de aroma’s op te sporen, kun je een beroep doen op je herinneringen en je zonder meer geheugen oefenen”.

Catherine zet haar opleiding voort en wil volgend najaar deelnemen aan de Prosper Montagné-wedstrijd voor de beste wijnkelner van België: een ideale stimulans om meer en sneller te studeren, minder bekende wijnen te proeven en zo haar kennis te verruimen. Dat enthousiasme voor wijn kreeg ze mee tijdens de uitzonderlijke momenten waarop er in het gezin een topwijn werd geschonken.

Door mijn ervaring in het Crowne Plaza’ (waar ze bijna vier jaar als wijnkelnerin werkte) kon ik veel nieuwe kennis opdoen en veelzijdiger worden om beter tegemoet te komen aan de wensen van veeleisende klanten. Ik had daar verschillende taken, van management tot bediening, tot het kiezen van de wijnen en het samenstellen van de wijnkaarten voor de verschillende afdelingen van het hotel. Ik zou graag hebben dat jonge mensen in het beroep van kelner iets meer zien dan het ronddragen van borden. Voor mij is er altijd het zoeken naar kennis, naar het juiste gebaar, naar de goede aaneenschakeling, om tot een vorm van volmaaktheid te komen. Je kunt zeggen dat het beroep vankelner een soort ambacht is. Een ambacht houdt voor mij verschillende begrippen in: maatwerk en het voortdurend verbeteren van je gebaren om tot een goede ergonomie te komen. Mijn dagelijks werk bestaat erin die ervaring mee te delen en de meest geschikte wijn te vinden en voor te stellen aan mijn klanten. Met andere woorden: ik tracht bruggen te bouwen tussen hun comfortzone en nieuwe emoties.

Catherine, die nu vooraan in de 30 is, wil ooit haar eigen plek openen, waar ze zich kan wijden aan haar drie passies: wijn, keuken en producten. Ideaal gesproken zou dat een plaats zijn waar ze over wijn kan praten zonder taboes en zonder kouwe drukte, waar ze vinologie van haar geheimzinnigheidkan ontdoen en, vooral, waar ze met anderen kan delen wat ze zelf over wijn heeft geleerd. Er zijn veel goede wijnen, zegt ze, maar ze verzekert ons dat haar voorkeur uitgaat naar wijnen die nauw verbonden zijn met een emotie.

 

INLICHTINGEN:
Le Coq aux Champs
Rue du Montys, 71
B-4557 Soheit-Tinlot
+32 (0)85 51 20 14
Gesloten op zaterdagmiddag, zondag en maandag.

NOIR Artist

  • ,
  • ,

“Kleur heeft geen belang. Het contrast tussen zwart en wit is voor mij de zuiverste vorm.”

 

NOIR Artist, pseudoniem van Lucien Gilson, is een jong beeldend kunstenaar en muurschilder die zijn opleiding kreeg in Saint-Luc Luik. Zijn pseudoniem werd ingegeven door het feit dat zwart het enige pigment is dat hij gebruikt – hij komt zelfs niet aan grijs of wit. Op 27-jarige leeftijd maakt hij schilderingen en muurfresco’s op vrijwel alle mogelijke dragers en in alle denkbare formaten. Zijninspiratie zoekt hij in de reclame, de barokkunst, tatoeages en popart. Zijn creativiteit is onbeperkt, want hij maakt schilderijen, tekeningen, muurfresco’s, muurkunst, trompe-l’oeil, decoratie en streetart. En niemand blijft onbewogen bij het zien van al dat ‘zwart’.

  • /

Carat Duchatelet, een specialist in de bepantsering, verlenging en interieuraanpassing van luxewagens, is een sieraad voor de stad Luik.

De strategie van de oorspronkelijke oprichter wordt tegenwoordig voortgezet door de ondernemer Jean-Paul Rosette.

De reputatie van dit schitterende bedrijf berust op een hoge ballistische bescherming, ambachtelijke kwaliteit en bijna volmaakt maatwerk.

 

Wie zijn blik laat rusten op de auto’s die in de Luikse fabriek staan, ziet geen verschil met de oorspronkelijke modellen. Pas als je van dichterbij kijkt, besef je de omvang van het werk dat is verricht. Zo is een Mercedes S 600 eerst gedemonteerd en daarna volledig opnieuw opgebouwd. De auto is daarbij 60 cm langer en 10 cm hoger gemaakt. De ruiten zijn 50 mm dikker geworden. Als de banden van het type Michelin Pax lek raken, kan de auto nog 80 tot 100 km doorrijden om aan zijn belagers te ontkomen. De luxueuze interieuraanpassing en nieuwe technologieën zorgen voor een optimaal comfort. De Mercedes, die voor € 60.000 was gekocht, is dankzij deze voorzieningen nu € 700.000 waard. Binnenkort gaat hij op transport naar het Midden-Oosten.

 
©DOC Carat Duchatelet
Vakwerk

De hele ‘customizing’, van demontage tot assemblage, wordt in eigen huis gedaan. Dertien specialismen werken onder één dak samen op het gebied van ontwerp, techniek, metaalbewerking en bepantsering (chassis en portieren), lakwerk, elektriciteit, elektronica, schrijnwerk, paneelwerk, leren bekleding, keuze van composietmaterialen en aanpassingen. Echt edelsmeedwerk. Het is trouwens lastiger om goede vaklui te vinden dan het orderboek vol te krijgen.

Frédéric Duchatelet, oprichter en momenteel adviseur voor de Aziatische markt, heeft wel geprobeerd om samen te werken met onderaannemers, maar de vereiste mate van precisie en kwaliteit is niet voor iedereen haalbaar. “In de loop der jaren heb ik specialisten aangetrokken om alles in eigen huis te kunnen maken. Dat is een sterk punt ten opzichte van onze concurrenten, die wel werk uitbesteden. Zo bereiken we een hoog kwaliteitsniveau.” De grootste concurrenten zijn overigens voornamelijk autofabrikanten. “Onze afwerking is perfect, de bepantsering volgt precies de vorm van de wagen”, verzekert Jean-Paul Rosette, de huidige president-directeur van Carat Duchatelet. Dat verklaart waarom het vier tot zes maanden duurt voordat een wagen gereed is. Hier wordt beslist niet aan de lopende band gewerkt. Alles is mogelijk volgens de wensen van de klant, maar de auto’s blijven altijd onopvallend: er is geen sprake van uiterlijk vertoon.

 ©DOC Carat Duchatelet

Kogelwerende betrouwbaarheid

Deze verfijnde juweeltjes zijn voornamelijk bestemd voor regeringsleiders, staatshoofden en leden van koninklijke families in Azië, Afrika en het Midden-Oosten. Deze bijzondere klanten, die als VVIP’s (Very Very Important Persons) worden aangeduid, nemen geen loopje met hun veiligheid en bezuinigen daarom niet op de kosten. Het bedrijf biedt een hoge mate van ballistische bescherming. “Carat Duchatelet loopt voorop als het om precisie gaat”, verzekert Frédéric Duchatelet. De kogelwerende materialen worden door en door getest. Een schietbaan maakt het mogelijk om de werkzaamheid ervan te controleren. Een ruit die bestand is tegen pantserdoorborende kogels, heeft een gewicht van 47 kg, terwijl een normale ruit niet meer dan 3 kg weegt.

 

Een schitterende gedaanteverwisseling

Frédéric Duchatelet heeft altijd al een passie gehad voor prestigewagens. Als eigenaar van een plaatwerk- en spuitbedrijf en getalenteerd monteur begint hij in de jaren 1960 te knutselen aan een oude Porsche, die hij zowel van binnen als van buiten volledig renoveert. Hij blaast de auto nieuw leven in. Omdat hij trots is op zijn werk, wijdt hij de Porsche in gezelschap van een vriend in aan de Côte d’Azur. Hij besluit de auto voor grote hotels in Cannes en Saint-Tropez te parkeren, naast exclusieve Ferrari’s en Rolls-Royces. Zijn bijzondere werk wekt de aandacht en bewondering van voorbijgangers. “Het was een enorm succes en ik zei tegen mijn vriend dat ik daar absoluut iets mee moest doen. Ik heb een stuk of dertig Porsches onder handen genomen en nog meer veranderingen en aanpassingen doorgevoerd”, vertelt de oprichter van het Luikse bedrijf in vertrouwen. Er is dus een gat in de markt voor exclusieve, op maat gemaakte luxeauto’s.

Tijdens een zakenreis naar het Midden-Oosten krijgt hij een nieuw idee. In die tijd werd de Mercedes S-klasse, die minder prestigieus was dan een Porsche, een Rolls of een Bentley, als ‘de beste reisauto ter wereld’ beschouwd. Sommige klanten gebruikten door de week de Mercedes voor hun werk, terwijl ze in het weekend de Rolls uit de garage haalden. Frédéric Duchatelet besluit daarom de Mercedes te personaliseren om er een superde- luxe auto van te maken. Hij presenteert zijn eerste resultaat eind jaren 1970 op de Autosalon van Genève. Daar ontdekt hij ook dat er een levendige belangstelling bestaat voor nieuwe diensten, namelijk het pantseren en verlengen van auto’s. “Ik wilde wagens met een zekere klasse bouwen voor klanten die een bijzondere maar onopvallende auto wilden. Ik voerde aanpassingen door die Mercedes destijds niet deed.” Frédéric Duchatelet boorde als pionier een nieuwe markt aan, waar daarna ook anderen zich op begaven. “Ik wil niet opscheppen, maar die hadden niet dezelfde strategie. Onze strategie gaat uit van kwaliteit en klanttevredenheid. Op die manier heb ik het imago van Carat Duchatelet opgebouwd.” En daarbij heeft het merk een internationale uitstraling gekregen.

 J-P Rosette, PDG, et F. Duchatelet, fondateur - ©DOC Carat Duchatelet

Continuïteit

Vlak na de eeuwwisseling verkoopt de oprichter zijn bedrijf aan een groot Amerikaans concern, dat slecht op de zaak past, waarna de Luikse onderneming in mei 2014 failliet wordt verklaard. Via zijn bedrijf Capital People begint de Luikse zakenman Jean-Paul Rosette aan een reddingspoging. Met name dankzij de inbreng van overheidsgeld en de steun van het Waals Gewest via de Société de gestion et de participation (Sogepa) komt Carat Duchatelet weer in goede en bovendien Waalse handen.

De overname van Carat Duchatelet is voor Jean- Paul Rosette een “grote kans”. Als autosportfanaat en snelheidsliefhebber vergelijkt hij mooie auto’s met kunstvoorwerpen. Als ondernemer heeft hij al ervaring met de overname van bedrijven in moeilijkheden. Zijn bedrijf FleXos Holding heeft eind 2011 het Franse softwarehuis ClariLog overgenomen. In het zakenleven bestaan volgens hem geen wonderen. “Door de problemen die de onderneming had gekend, moesten we van voren af aan beginnen. Sommige mensen geloofden er niet in, ik was vrijwel de enige. Als je succes wilt hebben, moet je erin geloven en vertrouwen hebben in de mensen met wie je werkt. Je moet je bewust zijn van je verantwoordelijkheden.” Frédéric Duchatelet is erg opgetogen over het management. “De nieuwe eigenaren volgen de strategie waarmee ik Carat Duchatelet groot heb gemaakt in de hele wereld. Dat was daarvoor niet het geval. Het geeft mij veel voldoening om met dit nieuwe team samen te werken.”

“Het opstijgen is gelukt, nu moeten we hoogte blijven winnen”, zegt Jean-Paul Rosette. Bijna twee jaar na de overname staat de onderneming er dus zeer goed voor nu ze haar activiteiten in twee richtingen wil diversifiëren. Naast de auto’s die op bestelling worden gemaakt, wil het bedrijf een voorraad gepantserde wagens uit het topsegment aanleggen om het effect van de lange productietijd te verzachten. Daarnaast keert Carat Duchatelet terug naar de eerste liefde van zijn oprichter: het restaureren en aanpassen van bijzondere oude auto’s.

De lijn ‘Carat Duchatelet Classic’ is bedoeld om Belgische eigenaren – en Europese eigenaren in het algemeen – te laten profiteren van de knowhow waarmee de onderneming een wereldwijde reputatie heeft opgebouwd. Jean-Paul Rosette licht de werkwijze van het huidige management toe: “Zo kunnen we ook de taken stroomlijnen en werk verschaffen aan het personeel wanneer er gaten in de planning zijn. De lijn is gericht op eigenaren van waardevolle auto’s met een zekere standing.” Sommige eigenaren willen een oldtimer op exact dezelfde wijze laten restaureren, maar anderen geven liever meerwaarde aan hun auto. Het doel is dus om van de klassieke basis uit te gaan en er een ‘neo-retro’ look aan te geven. Het model wordt opnieuw geïnterpreteerd in de stijl van Carat Duchatelet, legt de ambitieuze president-directeur uit. Voorlopig wordt er nog gewerkt aan de kleuren, de bedrukte stoffen en de materialen voor de interieuraanpassing om met name het Luikse karakter te beklemtonen.

Het bedrijf uit Luik klimt dapper en vastberaden uit het dal en beschikt over de middelen om zijn ambities waar te maken. Het orderboek is al gevuld tot het einde van het jaar. Van de € 16.000.000 omzet die voor 2016 wordt verwacht, is al € 12.000.000 binnengehaald. Tussen nu en 2020 hoopt Carat Duchatelet uit te komen op een omzet van € 50.000.000 en een winst van € 5.500.000.

 ©DOC Carat Duchatelet

www.caratbyduchatelet.com


 

ANEKDOTE: DE AUTO VAN ALBERT

Herinnert u zich nog het huwelijk van prins Albert van Monaco en Charlene Wittstock in juli 2011? Het ultramoderne prinselijk paar had in plaats van een koets gekozen voor een Lexus Hybride. Dankzij de LS 600h Landaulet uit de werkplaats van Carat Duchatelet konden de tortelduifjes door het vorstendom paraderen. Een bijzonder kenmerk van de auto was vooral het afneembare dak van plexiglas, dat ontworpen was voor als het zou regenen.


 

CARAT DUCHATELET IN ENKELE CIJFERS
13

Specialismen onder één dak: ontwerp, techniek en productie

49

Bij de overname werden 29 mensen in dienst genomen. Na 21 maanden werken er momenteel 49 mense

120

Aanpassing van wagens tot 120 cm in de lengte en 10 cm in de hoogt

1 000 k

Een auto kost gemiddeld € 1.000.000

20

Het duurt 4 tot 10 maanden om een wagen te maken Per jaar verlaten ongeveer 20 auto’s de fabriek

Your opinion counts