Cockerill : 200 jaar innovatie
- ,
- ,
- ,
- ,
Er zijn weinig vrouwen die een restaurant uitbaten. Florence Colin bestuurt het hare met stevige hand en met veel passie.
Restaurant “Les Roches Grises” bevindt zich in Comblain-au-Pont, een dorp aan de Ourthe, dat bekendstaat voor zijn indrukwekkende rotsen. Parkeren kun je gemakkelijk vóór het restaurant, aan de kant van de weg of op een aangrenzend pleintje. Het gebouw in plaatselijke natuursteen is ideaal gelegen in een idyllische omgeving met een wilde tuin, een beek en een weids uitzicht op de waterloop en de vallei. Voor het restaurant werd rond de benedenverdieping een uitbreiding van hout en glas gebouwd, met daarnaast een prachtig terras met open haard. De muren van blote steen en de schitterende verlichtingstoestellen scheppen een uitgesproken hedendaagse sfeer.
Loopbaan
Nadat ze haar diploma aan de hotelschool van Spa had behaald, volgde Florence Colin een specialisatie in hotelbeheer. Haar eerste beroepservaringen ging ze opdoen in de bruisende en magische wereld van de grote hotelketens, eerst bij Sheraton in Brussel en later bij Ramada, Mercure en Holiday Inn in Luik. Tijdens die zeven jaar waarin ze in contact komt met zakenmensen en toeristen verwerft en ontwikkelt ze de kwaliteiten om van haar een ideale gastvrouw te maken. Met die bagage opent Florence een restaurant in Comblain-au-Pont, namelijk de eerste versie van ‘Les Roches Grises’. Dat avontuur zal opnieuw zeven jaar duren, tot ze moet uitbreiden. Haar keuze valt op een nieuwe vestiging, die beter gelegen en groter is.
Het was echter geen gemakkelijke verandering. Ze mocht haar bestaande publiek van aficionado’s niet verliezen, ze moest openstaan voor alle generaties en ze moest een meer gastronomische keuken bieden. Daarvoor moest ze een chef vinden. John Lebrun had al rijkelijk zijn sporen verdiend in de keuken. Eerst bij Alain Montigny in de ‘Dolce’ in Chantilly en dan bij de gebroeders Pourcel in Montpellier (*** Michelin). In België opende hij vervolgens ‘L’Atelier des Saveurs’ in Flémalle. Hij werd ook gekozen om de opening van het befaamde restaurant ‘Le Notger’ in Luik in goede banen te leiden. Ten slotte kwam hij dus aan het hoofd van de keuken in ‘Les Roches Grises’.

Toutefois, la difficulté de sa mission était de ne pas perdre l’ancien public d’afficionados, d’y faire croiser toutes les générations en y pratiquant une cuisine plus gastronomique. Pour cela, il fallait trouver un chef. John Lebrun bénéficiait déjà d’un beau parcours en cuisine. D’abord chez Alain Montigny au Dolce à Chantilly, Les Frères Pourcel à Montpellier (*** Michelin). Ensuite en Belgique, il crée L’Atelier des Saveurs à Flemalle. Il a également été choisi pour diriger la mise en route du fameux restaurant Le Notger à Liège pour finir par rejoindre Florence Colin aux commandes des fourneaux des Roches Grises.
Familietrots
Maar valt een restaurant echt te verzoenen met een gezinsleven en alle gemeenplaatsen over de keukenwereld met moeilijke werkuren? Florence antwoordt daar heel sereen op. “In de jaren 1980 was het zeker gemakkelijker om een dorpsrestaurant uit te baten aan de rand van de Ardennen. Ik wilde mijn eigen bedrijf hebben. Een terugkeer naar de bron en een knipoog naar mijn grootouders, die het ‘Hôtel du Vicinal’ hadden in Burnontige, niet ver van hier. Hun reclameslogans waren eenvoudig: ‘Prettige vakantie in een prachtige streek met dennenbossen en heide. Verzorgde keuken, warm en koud stromend water’. Dat was een andere tijd. Joseph en Rosalie Colin waren uitstekende en voorbeeldige uitbaters. Ik heb hun DNA voor onthaal en gezelligheid geërfd. Ik wilde een vrouwelijk restaurant maken, materialen combineren, steen, grote vensters, edele houtsoorten. Mijn beide dochters hebben me altijd gesteund en geholpen. Om in de horeca te werken, moet je het op een akkoordje gooien met het gezin: altijd weekendwerk en avonden waarop je papa meer ziet dan mama. Maar op belangrijke ogenblikken (verjaardagen, studies...) was mama er altijd. Beetje bij beetje hebben Louise en Mathilde hun plaats gevonden in het restaurantleven en in de maatschappij over het algemeen. Daar zijn ze trots op, en ik ook.”
En op het bord
Het avontuur kan beginnen met voordelige menu’s (3 gangen voor € 40 - bijbehorende wijnen voor € 15; 4 gangen voor € 50 - bijbehorende wijnen voor € 20; en 5 gangen voor € 65 - bijbehorende wijnen voor € 25). Die dag neem ik de lunch van € 25, met een keuze uit twee voorgerechten en hoofdschotels volgens marktaanbod. Na de aperitiefhapjes komen er twee grote klassiekers van John: een met ganzenlever gevulde aardappel en champignonroomsoep met bieslook. Dan is het de beurt aan een copieuze runderlonghaas met sjalotjes, een emulsie van aardappel en minigroenten met rodewijnsaus. Het vlees smelt in de mond en de kleine groenten zijn mooi geserveerd en goed knapperig. Dit zijn topproducten en wijnen voor een uitstekende bistronomie.
De kelder van Florence bevat allerlei Franse en wereldwijnen. Liefhebbers kunnen er hun hart ophalen aan mooie flessen uit Spanje, Italië, Australië en Zuid-Afrika. De LanguedocRoussillon bekleedt er een ruime plaats. En probeer eens de speciale wijnen van Gérard Bertrand: Château l’Hospitalet, Cuvées Cigalus, Pinot Noir Vérité du Terroir. Heerlijk is ook de Château de Gaure, van Pierre Fabre, wijnmaker en meester-bakker van Chimay-taarten, die in Rouffiac een biologische wijn maakt op basis van 80 % Chardonnay en 20% Mauzac: een wonderlijk luchtige wijn vol mineralen, alsook de Noir de Katz van René Meyer uit Katzental met Pinot Noir Veille Vignes.
Op een klein terras kunnen er in zomer en winter recepties worden gehouden. In de lente kan men er als aperitief een kleine rosé of een mooie champagne drinken, terwijl men uitziet op een grote tuin met beek. Prachtig! Ga er eens op een middag langs en u zult opgetogen zijn!

Quai de l’Ourthe, 17
B-4170 Comblain-au-Pont
+32 (0)4 369 17 08
[email protected]
www.lesrochesgrises.be
De Condroz vouwt zijn landschappen uit over flauwe dalen en hellingen die een weids uitzicht bieden op het zuiden of het noorden. In die rustige grond liggen resten van vreselijke historische gebeurtenissen verborgen.
De wegen en de dorpen van de Luikse Condroz tussen Les Avins en Clavier worden in de lente van 1635, meer bepaald op 20 mei, overspoeld door een vloedgolf van mensen. Zwaar bewapende soldaten rukken op naar het noorden… Anderen komen uit Hoei en Luik, en trekken naar het zuiden. Verkenners te paard keren terug naar de groep ruiters die op een kleine hoogte heeft postgevat… De vijand komt, dáár is hij, aan de overkant… De strijd zal dus hier worden geleverd. Bevelen vliegen in het rond, de troepen stellen zich op in slagorde en vormen een ongeveer twee kilometer breed front. Aan de overkant draven ruiters heen en weer. Kanonnen en veldslangen worden in stelling gebracht. De piekeniers rukken in rijen op. Drieduizend man sterke infanterieformaties gaan vooruit, haakschutters en kruisboogschutters nemen hun plaatsen in.
![]() |
De infanterie wordt gegroepeerd in drie massieve blokken piekeniers met “manga’s” van haakschutters of musketiers. De Spanjaarden sturen er een voorhoede van haakschutters en musketiers opuit om de vijand in verwarring te brengen. De ruiterij bezet de flanken. Dat is het Spaanse leger van Filips IV, de koning van Spanje. Het is 14.000 man sterk en staat onder het bevel van Prins Thomas van Savoie. Aan de overkant staat het leger van Lodewijk XIII: 35.000 soldaten, met de maarschalken Brézé en Châtillon als bevelhebbers.
Door het gebruik van blanke wapens en de beperkte schootsafstand van de vuurwapens ontstaan er al vlug lijf-aan-lijfgevechten. De geschiedschrijver Olivier Chalines geeft een idee van wat de in die massa strijdende soldaten meemaken. “Wie zich in de massa bevindt, ondergaat een oorverdovend lawaai: musketsalvo’s en losse schoten, kogelregens op de harnassen en de slagen van ijzeren pieken, gehinnik, aanvalskreten en het angstaanjagende geschreeuw van soldaten die met man en macht de pieken afweren, slaan en duwen. Gereutel en gebrul van doorboorde en verpletterde lichamen.” Niemand verstaat een ander nog, horen en zien vergaan, de geur van bloed en zweet en de stank van uitwerpselen van mensen en paarden voltooien dat ijzingwekkende tafereel.
De Spaanse troepen werden in de val gelokt door het Franse leger, dat in Rochefort in tweeën was gesplitst. De Spanjaarden werden in de tang genomen en onverhoeds aangevallen door de vijand, die alleen maar zoveel mogelijk soldaten wil uitschakelen. Afgezien van de gewonden, lieten beide legers 12.000 doden achter, ongeveer 7000 aan de Spaanse kant en 5000 aan de Franse. Voor die tijd was dat enorm en monsterlijk. Een heuvelachtige plaats op het slagveld werd later de “Dodenravijn” genoemd, in het Waals “Li Xhavée des mwerts”. Die plek en die naam zouden lang in het geheugen van de plaatselijke bevolking gebrand blijven. Naar het schijnt konden de in ontbinding verkerende lijken niet worden begraven, maar werden ze in de grond geëgd! De slag van Les Avins kende geen echte winnaar. Hij diende geen ander strategisch doel dan de oorlog te verklaren en een onveilige situatie te creëren. De gevolgen van die slag waren vreselijk voor de toenmalige plaatselijke boerenbevolking, die niet enkel plunderingen en vernielingen moest ondergaan, maar ook aan haar lot werd overgelaten en weerloos ten prooi viel aan pest- en cholera-epidemieën.
Beroeps- en amateurhistorici hebben slechts luttele regels gewijd aan het verhaal van die veldslag, die uitsluitend zou dienen als oorlogsverklaring tussen het Frankrijk van Lodewijk XIII en van kardinaal Richelieu enerzijds en Spanje anderzijds. In een van de eerste zalen op de benedenverdieping van het kasteel van Versailles herinnert een groot anoniem schilderij aan de veldslag die in dat Waalse gehucht werd geleverd.

De collegiale kerk van het Heilig Kruis is een van de zeven die op het Luikse grondgebied werden gebouwd. De geschiedenis van een opmerkelijk monument en van zijn zeer nabije verrijzenis.
De kerk van het Heilig Kruis staat al meer dan twintig jaar in de steigers. Ze lijdt aan allerlei kwalen en ziet er treurig uit. Het is zo erg, dat ze gesloten werd voor de eredienst en de gelovigen. In 2015 moesten de verantwoordelijken de deuren ervan sluiten uit schrik voor een of ander ongeval. Sinds 1998 zamelt het comité “SOS Collégiale Sainte Croix” geld in voor de noodzakelijke herstellingen. Maar het geduld werd beloond en in februari kwam er een goede oplossing uit de bus: voor deze langverwachte restauratie werd € 15.000.000 vrijgemaakt (op 10 jaar). De Luikenaars en andere bezoekers zullen echter nog flink wat geduld moeten oefenen: de duur van de werken wordt immers op vijf tot zes jaar geraamd.
De Luikse collegiale kerken
De zone waarbinnen de zeven Luikse collegiale kerken in het centrum van de stad werden gebouwd, is een voorschoot groot. Ze staan heel dicht bij elkaar in een boogvormige lijn die uitstak boven de Sint-Lambertuskathedraal naast het Prinsbisschoppelijk Paleis. Op een oude reproductie ziet men duidelijk de verschillende plaatsen ervan, die in één vlak liggen. Dikwijls schrijft men de bouw van die collegiale kerken toe aan eredienstredenen en aan de ontvangst van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders. Maar de beslissers hebben het aantal ook om uiteenlopende redenen vergroot, meer bepaald om de goddelijke bescherming af te smeken door het gebed van de kanunniken. De kerken vormden dus een verdedigingschild om de veiligheid van de stad te waarborgen.
In de loop der tijden heeft de collegiale kerk een groot aantal veranderingen ondergaan. Ze werd rond het jaar 980 gesticht door bisschop Notger. Deze opvolger van bisschip Eraclus kreeg onder Keizer Otto de titel van prins-bisschop, die hem al het militair, gerechtelijk en financieel gezag zou opleveren in het prinsbisdom. Deze bouwlustige prins-bisschop was ook een slimme strateeg. Toen hij vernam dat een machtig heer een kasteel wilde bouwen op de plaats van de toekomstige collegiale kerk, vlakbij het bisschoppelijk paleis, besloot hij een nieuwe kerk te bouwen die aan het Heilig Kruis zou worden toegewijd. Samen met de Onze-Lieve-Vrouwekerk en die van Sint-Jan, vormt het Heilig Kruis een Golgotha dat beantwoordde aan een religieus urbanisme dat men ook tegenkomt in andere steden van Neder-Lotharingen.
Twee koren
Van het oorspronkelijke gebouw blijft slechts een stuk muur van steenkoolhoudend gres over aan het begin van de enige resterende kloostergang. De kerk van het Heilig Kruis is buitengewoon omdat de kerk twee tegenover elkaar opgestelde koren van verschillende stijl bevat, gotisch aan de westkant en romaans aan de oostkant. Dit laatste doet nu als baptisterium dienst. De drie beuken van het “Halle”-type hebben dezelfde hoogte en verbinden de twee uiteinden van het gebouw met elkaar. Boven het westelijke koor bevindt zich een achthoekige klokkentoren. Het koor zelf wordt verlengd door een apsis in de vorm van een cirkelboog, die voorzien is van een doorgangsgalerij. Het bouwen van de zijbeuken heeft waarschijnlijk van 1283 tot 1332 geduurd, terwijl de laatste aangrenzende kapellen tussen de steunberen van de zijbeuken pas aan het einde van de 14de eeuw werden voltooid. De collegiale kerk is 57 m lang, 17 m hoog op het hoogste punt onder het gewelf en 25 m breed. Indrukwekkend!
Van de klokken zijn er slechts twee tegen de tijd bestand geweest, een uit de 17de en een andere uit de 20ste eeuw. In zijn glorietijd bevatte de toren er meer, waaronder een beiaard met een twintigtal elementen.

Bewaarde schatten
Op lange termijn valt er wat schade te betreuren. Gelukkig zetten de “SOS Collégiale Sainte Croix” en de plaatselijke verantwoordelijken zich in voor het restaureren en veiligstellen van de voornaamste bedreigde stukken, waaronder het schilderij “De Heilige Kruisvinding” (1674) van Berthollet FLEMAL, dat zich nu in de SintPauluskathedraal bevindt. Er blijven ook interessante sporen achter, waardoor men het historische traject van de plaats kan ontdekken.
Het westelijk koor bevat verscheidene prachtige elementen, zoals het mausoleum van kanunnik Hubert Milemans, de schatbewaarder van prins-bisschop Joris van Oostenrijk. Het is in Luikse renaissancestijl gebouwd met gepolijste zwarte kalksteen van Theux (B). Op de pilasters staan enkele raadselachtige hiërogliefen. Ook het baptisterium is goed bewaard en heeft nog gediend voor de doop van componist César Franck (1822-1890), die vlakbij de kerk werd geboren. Een gedenkplaat in het koor getuigt daarvan. Noteer ook de zeer mooie poort van geslagen messing, die werd gemaakt door Arnold de Nalinne (1758). Het orgel heeft ook een prestigieuze geschiedenis. Het bevindt zich in een opmerkelijke kast en werd gebouwd door Arnold Clérinx (1861). Onder die kast vormt een deur van opengewerkt messing in Lodewijk XIII-stijl (1662) de scheiding tussen het klooster en de kerk.
![]() |
Het oostelijke koor dateert uit de 14de eeuw. In het midden staat een zeer mooi en sober altaar, dat uit één enkel blok kalksteen is gemaakt. Zoals tot aan de sluiting zal het later opnieuw voor de eredienst worden gebruikt. Rechts van het altaar zijn de mooie koorstoelen bewaard gebleven. Wegens de eindeloze gebeden en andere vieringen in de collegiale kerk, kon men moeilijk heel de tijd blijven rechtstaan in het koor. Men kon echter steun vinden op kleine klapstoeltjes – die “miséricordes” werden genoemd – terwijl men toch de indruk gaf rechtop te staan.
In de schatkamer worden we aangenaam verrast door enkele zeldzame stukken die tijdens de werken elders zullen moeten worden ondergebracht. Juist achter de deur bevindt zich een geheel met, links en rechts van een kruisbeeld, de buste van de heilige Cordula en die van de heilige Sentina (16de eeuw). Er staat ook een houten groep (16de eeuw) met de heilige Anna, Onze-LieveVrouw en het Kind Jezus. Verder zien we twee kisten met antifoonboeken (16de eeuw), in leer gebonden handgeschreven liedboeken van perkament. Die boeken zijn zeldzaam en verkeren in groot gevaar, zodat ze elders moeten worden opgeslagen. De vele in zwart en rood gekalligrafeerde bladzijden zien zwart van het stof en dreigen door verwaarlozing te worden aangevreten. Achteraan in de ruimte staat een echte brandkast, die om veiligheidsredenen gesloten moet blijven. Naast enkele kerkelijke voorwerpen van edelsmeedwerk is er ook de beroemde sleutel van de heilige Hubertus. Volgens het verhaal zou die symbolisch sleutel hem in 722 tijdens een bezoek aan Rome zijn overhandigd door paus Gregorius II. Hij diende om de crypte van de Vaticaanse basiliek te openen, waar het graf van de eerste paus zich bevond.
De reliektriptiek van het echte Kruis maakt ook deel uit van de schat van de collegiale kerk. Hij dateert van de 12de eeuw en is gemaakt van hout dat bedekt is met verguld, geëmailleerd en gedreven koper. Het is een zeldzame schat van edelsmeedwerk uit de Maasstreek. Gelukkig werd de triptiek gerestaureerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIKP) en wordt het veilig bewaard in het Luikse “Musée d’art religieux et d’art mosan” (MARAM).
Aan de vooravond van een mooi avontuur staat de kerk van het Heilig Kruis voor een nieuw begin met culturele en toeristische projecten, die het erfgoed van de Vurige Stede nog zullen verrijken.
Onder invloed van de grote brouwerijconcerns ondergaat de consumptie van cider de laatste jaren een echte kentering, met producten die voortdurend worden vernieuwd. Ciderfabriek Stassen in Aubel is een van de wereldleiders in deze sector. Sinds 2012 is dit bedrijf het ‘Cider Innovation Center’ van de Nederlandse gigant Heineken.
Leon Stassen, die landbouwer, imker en burgemeester van Aubel is tot 1929, gebruikt de appels uit zijn boomgaarden vanaf 1895 om ambachtelijke cider voor eigen consumptie te maken. Het succes blijft niet uit, zodat hij zijn cider in de streek van Aubel begint te verkopen. Het bedrijf blijft floreren, omdat cider in die tijd een alternatief is voor champagne, een drank die te duur en te schaars is. In 1944 neemt Jean Stassen het bedrijf over. Hij verzamelt zijn drie zonen om zich heen: Jean-Pierre in 1979, Philippe in 1982 en Luc in 1983. Samen ontwikkelen ze nieuwe recepten en in 1987 introduceren ze een aantal fruitciders (o.a. perzik, lychee en bosvruchten). Onder het merk Degré Zéro brengen ze in 1991 de eerste echte alcoholvrije cider op de markt, die in verschillende varianten wordt aangeboden. Daarmee hebben ze meteen succes. Tussen 1987 en 1992 groeit de cidermarkt van 4 naar 12 miljoen liter, waarvan 65% door Stassen wordt geproduceerd!
In 1992 gaat Jean Stassen met pensioen. Om zijn naamsbekendheid te vergroten en zich internationaal te ontwikkelen, besluit het bedrijf uit Aubel dan om HP Bulmers over te nemen. Dit Engelse concern is nog steeds de grootste ciderproducent ter wereld. Twee jaar later ontwikkelt Stassen een nieuw segment in de markt voor alcoholvrije dranken en introduceert het bedrijf Kidibul, het feestdrankje bij uitstek voor kinderen dat een echt topmerk zal worden. Het overnameverhaal krijgt een vervolg in 2003, wanneer HP Bulmers wordt gekocht door de groep Scottish & Newcastle (S&N), de op twee na grootste brouwer van Europa, die op dat moment eigenaar is van Alken Maes, Foster en Kronenbourg, maar die in 2008 zelf wordt overgenomen door Heineken en Carlsberg. De familie Stassen, die getuige is van de ontmanteling van S&N door die twee giganten, koopt haar aandelen eerst terug om ze in 2012 voor 100 procent door te verkopen aan Heineken.
![]() |
Innovatie
In 2014 koopt Philippe Stassen de merken Kidibul, Vintense (alcoholvrije wijn) en Vivaro (gearomatiseerde wijn) terug van Heineken en richt hij zijn nieuwe bedrijf Neobulle op. Omdat Luc Stassen eind 2012 al is vertrokken om een handelsmaatschappij in textiel over te nemen (hoewel hij in 2016 naar het bedrijf is teruggekeerd als verpakkingsexpert), is Jean-Pierre de enige vertegenwoordiger van de familie Stassen in de ciderfabriek en wordt hij benoemd tot hoofd van het Heineken Cider Innovation Center.
“Tegenwoordig”, legt hij uit, “zijn we het Cider Innovation Center van Heineken. Bij het bedrijf in Aubel werken nu 110 mensen in de productie (tegenover 14 in 1979, toen ik erbij kwam), van wie 10 in het Innovation Center. In 2016 bedroeg de productie 45 miljoen liter, waarvan 40 miljoen liter cider.”
Het is weinig bekend, maar de activiteiten van Heineken zijn gericht op twee pijlers: bier natuurlijk, maar ook cider, dat een strategisch product is voor het Nederlandse bedrijf. Heineken bezit diverse fabrieken in de wereld die merken produceren waar iedereen wel eens van heeft gehoord en die in drie categorieën zijn ingedeeld. De eerste categorie zijn de ‘Accessible Premium’ciders, zoals Strongbow (de meest verkochte cider ter wereld) en Apple Bandit (ook wel Orchard Thieves genoemd). Dan komen de ‘Premium’ciders met Bulmers en Old Mout. De ‘Super Premium’-categorie omvat het Stassenassortiment en een reeks ciders die met gedistilleerde dranken zijn gemengd. Bijna alle recepten van deze ciders zijn afkomstig uit het laboratorium en de proeffabriek van Stassen, die vorig jaar bijna vijftig nieuwe producten hebben ontwikkeld. Twee derde daarvan wordt echt in de handel gebracht en sluit aan bij de smaakvoorkeuren in de landen van bestemming. Deze recepten worden ook gebruikt in zeven andere productiebedrijven in de wereld, onder andere in Nigeria, Zuid-Afrika en Singapore. Stassen produceert ook Strongbow voor de Verenigde Staten en Strongbow Cherry Blossom voor Taiwan.
Voor zijn productie exploiteert Stassen 150 ha boomgaarden met 350 ciderappelsoorten in Aubel, in de provincie Luik en in de Franse Ardennen. Het gaat om heel wrange appeltjes, met veel looizuur, die niet bestemd zijn om uit de hand te eten. Deze worden aangevuld met keukenappels uit boomgaarden die zich hoofdzakelijk in België en de omringende landen bevinden.
De teams van Stassen hebben acht jaar onderzoek in samenwerking met het Centre wallon de recherches agronomiques (CRW-A) gedaan om een appel met rood vruchtvlees te kweken, die het mogelijk maakt om een cider te produceren die van nature lichtroze is. De bloemen en takken van deze appelvariëteit met de naam Geneva zijn ook rood!
Terug naar de oorsprong
Terug naar de oorsprong Jean-Pierre Stassen geniet het volle vertrouwen (en de middelen) van de groep Heineken en kent persoonlijk de familie die nog steeds 52% van het kapitaal in handen heeft. Vol trots maakt hij bekend dat het bedrijf zich tegenwoordig weer op zijn oorspronkelijke product, de appel, richt. “We willen terugkeren naar de kern van het vak”, vertelt hij ons in vertrouwen, “zoals mijn overgrootvader ermee is begonnen, met een centrale rol voor de appel, en een traditionele cider van hoge kwaliteit produceren. Om deze ontwikkeling kenbaar te maken, hebben we een jaar geleden al onze etiketten vervangen door een chiquer label, dat trouwens net een gouden medaille in Florida heeft gewonnen, en ons productaanbod beperkt, vooral internationaal. De productie van de gearomatiseerde Stassen-ciders is nu trouwens gereserveerd voor België.”
Het assortiment bestaat tegenwoordig uit een Cidre Brut, een Cidre Cuvée Rosé, twee Cidres de l’Abbaye du Val-Dieu (blond en bruin), een Cidre Grand Cru du Pays d’Aubel, een Cidre de Glace (op basis van ingevroren pure vruchtensappen) en natuurlijk twee niet-mousserende ciders. Deze producten zijn te koop in de supermarkten en in cafés en restaurants. Ze zijn een echt alternatief voor koolzuurhoudende dranken met meer alcohol en vooral een hogere prijs.
HOE WORDT DE CIDER VAN STASSEN GEMAAKT?
Cider is een drank die wordt verkregen door appelsap te laten fermenteren. In de oudheid was cider een sterkedrank, die bekend was onder de naam ‘shekbar’ en door de Romeinen in Europa werd geïntroduceerd. De Arabieren deden hetzelfde in Spanje en de Normandiërs in Groot-Brittannië, dat nog steeds het grootste ciderdrinkende land ter wereld is. De drank kende door de eeuwen heen zowel voor- als tegenspoed. In de periode tussen de twee wereldoorlogen werd zelfs in Frankrijk meer cider dan bier gemaakt. Op het moment van de oogst worden de appelbomen (3,5 tot 4 m hoog) bij Stassen geschud, waarna de vruchten naar gelang de soort mechanisch of met de hand worden verzameld. Na te zijn gereinigd, worden de appels geperst en wordt het sap in een verhouding van 8 op 1 geconcentreerd om het gemakkelijker te kunnen vervoeren en opslaan of als vers sap bij de fermentatie voor bepaalde producten gebruikt. Onder invloed van een champagnegist, die de suiker in alcohol omzet, neemt de fermentatie vervolgens een periode van 10 tot 15 dagen in beslag. De toekomstige cider wordt dan geklaard, gefilterd en opgeslagen. Vlak voor het afvullen en etiketteren wordt de cider dan geassembleerd, tot 2 °C gekoeld, opnieuw gefilterd en met koolzuurgas aangevuld. Voor sommige merken wordt het product los in tankwagens gedaan, waarna het op andere locaties in het buitenland wordt gebotteld.

De spin-off PhysIOL biedt al 30 jaar innovatieve oplossingen op het gebied van oogimplantaten, die in samenspraak met chirurgen en in nauwe samenwerking met universiteiten en gespecialiseerde onderzoekscentra worden ontwikkeld. Een echt succesverhaal, dat toegang geeft tot de Scandinavische markten!
Staar, de voornaamste oorzaak van gezichtsstoornissen in de wereld, is een aandoening die vaker voorkomt naarmate mensen ouder worden. Staar ontstaat vooral na het 65ste levensjaar. In België wordt naar schatting één op de tien ouderen erdoor getroffen. De aandoening, die sinds de oudheid bekend is, wordt gekenmerkt door een troebeling van de ooglens, die zich achter de pupil bevindt. Deze troebeling verhindert dat de lichtstralen goed convergeren op het netvlies. Op termijn wordt de ooglens hard en zwart, wat een algemene verslechtering van het gezichtsvermogen en zelfs het totale verlies ervan tot gevolg heeft.
Veel onderzoekers hebben zich over de genezing van deze ziekte gebogen, maar het was de Engelse oogarts Sir Harold Ridley (1906-2001) die in de jaren 1950 de weg baande met zijn werkzaamheden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog constateerde hij namelijk dat plexiglas niet door de ogen werd afgestoten bij piloten die door scherven uit hun cockpit waren geraakt en dat dit materiaal dus biocompatibel was. Hij ontwikkelde toen een nieuw soort lens die bestemd was om de ooglens te vervangen en voerde in 1949 de eerste implantatie van een lens van plexiglas uit. De volgende twintig jaar probeerde hij de bijwerkingen van deze implantaten te verminderen en zijn werkzaamheden werden met succes bekroond. De technische vooruitgang, waaronder de introductie van lasertechnologie, maakte het vervolgens mogelijk om het product te verfijnen en complicaties te vermijden.
In 1986 begint Michel Delmelle, hoogleraar in de natuurkunde aan de Universiteit van Luik, met de spin-off PhysIOL, die gespecialiseerd is in oogchirurgie. Zijn gedachte is om intraoculaire implantaten van acryl voor de behandeling van staar te ontwerpen, vervaardigen en distribueren. De knowhow van PhysIOL omvat algauw alle stappen voor de ontwikkeling en vervaardiging van intraoculaire lenzen. Daarbij valt te denken aan polymeerchemie, modellering, beheersing van de risico’s in verband met implanteerbare materialen en sterilisatieprocedés.

Trifocaal
Elf jaar later neemt ingenieur Marc Nolet de spin-off over van professor Delmelle, terwijl de eerste internationale relaties worden aangeknoopt, vooral met Turkije. Het team bestaat in die tijd uit zo’n twaalf mensen en produceert duizend monofocale implantaten per maand.
In 2002 komt Christophe Pagnoulle, die gespecialiseerd is in polymeerchemie, aan het hoofd van de R&D-afdeling van PhysIOL. Hij zal belangrijke verbeteringen in het materiaal, de optische eigenschappen en de ‘injecteerbaarheid’ van het implantaat doorvoeren. De ontwikkeling van het bedrijf krijgt in 2010 een impuls door de optimalisering van een trifocale lens, die het mogelijk maakt om volledig zonder bril te functioneren en op alle afstanden goed te zien, ook wanneer iemand een boek leest of aan een computer zit. Zonder bang te hoeven zijn dat de staar terugkomt! Het principe is eenvoudig: een intraoculaire lens van buigzaam acryl wordt opgerold in een injectiecapsule, die via een spuit rechtstreeks in het oogkapsel zonder lens van de patiënt wordt ingebracht, waar de intraoculaire lens zich ontvouwt en vastzet. Dat lijkt simpel, maar het procedé heeft jaren van onderzoek, uitvindingen en octrooien vereist. Daarvoor is met name samengewerkt met het Centre spatial liégois (CSL) en Lambda-X, een bedrijf uit Nijvel dat gespecialiseerd is in het ontwerp van optische systemen.
BIJZIEND, VERZIEND OF ASTIGMATISCH?
Bijziendheid is een aandoening van het gezichtsvermogen waarbij een voorwerp op afstand onscherp wordt waargenomen. Iemand die bijziend is, ziet dus van veraf minder goed dan van dichtbij. Ouderdomsverziendheid is daarentegen een aandoening die het moeilijk maakt om scherp te zien als iemand wil lezen of van dichtbij wil werken. Deze aandoening ontstaat tijdens de normale veroudering van het oog en meer bepaald van de ooglens, die door verkalking verhardt. Het verschijnsel treft een groot deel van de bevolking vanaf het 40ste levensjaar. Astigmatisme is een afwijking waarbij het hoornvlies en de ooglens gekromd zijn. De lens is dan niet meer bolvormig, zoals het geval zou moeten zijn, maar licht ovaal en lijkt daarmee een beetje op een rugbybal. De lichtstralen worden niet goed overgebracht, wat leidt tot een vervorming van het beeld en een wazig zicht, dat op alle afstanden onnauwkeurig is. Verticale, horizontale of schuine lijnen lopen door elkaar en sommige letters kunnen niet van dichtbij worden onderscheiden.
Snelle groei
Naast dit trifocale implantaat voor de correctie van ouderdomsverziendheid ontwikkelt het R&D-team samen met het CSL ook een torisch implantaat voor de correctie van astigmatisme en een torisch trifocaal implantaat dat niet alleen ouderdomsverziendheid en astigmatisme maar ook staar corrigeert.
PhysIOL heeft hiermee meteen succes en kan daardoor internationaal zijn vleugels uitslaan. Een cross-licensing overeenkomst met de Duitse optiekgigant Zeiss zorgt er bovendien voor dat de exclusiviteit van deze technologie wordt gedeeld en dat de groei ervan wordt gestimuleerd. In 2016 heeft PhysIOL precies 238.973 intraoculaire lenzen verkocht en in 2017 verwacht het bedrijf nog eens 20 procent meer te verkopen! En dat allemaal vanuit de productiehal van het bedrijf, die ook in het ‘Scientific Park’ van Luik in Sart-Tilman is gevestigd, in een gebouw naast de kantoren.
Meer dan 60 procent van de productie is bestemd voor de export naar andere landen dan België en Frankrijk. Om de afzet van zijn producten te garanderen, heeft de groot geworden Luikse spinoff in 2001 een verkoopmaatschappij in Toulouse geopend. Daar werken momenteel 24 mensen, die het team van 123 personen in Luik versterken.

In december 2016 heeft PhysIOL het Zweedse bedrijf Alyko Medical AB overgenomen, dat zijn assortiment oogimplantaten al sinds 2011 in Scandinavië distribueerde. Deze integratie, die voor beide partners zeer veelbelovend is, zal hun aanwezigheid in Zweden, Noorwegen, Denemarken, Finland en IJsland versterken en ontwikkelen. Het Zweedse team telt momenteel acht personen.
Sinds de overname van het bedrijf door Marc Nolet is de omzet gestegen van € 1,5 miljoen tot € 40 miljoen en is het personeel vertienvoudigd. PhysIOL wordt tegenwoordig door de medische wereld beschouwd als een van de drie wereldleiders op dit gebied (de concurrenten komen uit Duitsland en Amerika) en de activiteiten van het bedrijf zijn vorig jaar beloond met de Trends Gazelle-prijs voor grote bedrijven en met de Grand Prix Wallonie à l’Exportation van het Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements étrangers (Awex).
En wat betreft de vooruitzichten voor 2017, gaat het bedrijf nieuwe distributienetwerken opzetten in Brazilië, Canada en Taiwan. PhysIOL kijkt vooruit, als we het zo mogen zeggen!
KERNCIJFERS
155 medewerkers in 2017 (123 in Luik, 24 in Toulouse en 8 in Bjärred, Zweden), interimkrachten en agenten inbegrepen.
238.973 verkochte lenzen in 2016.
60% van de productie wordt uitgevoerd buiten België en Frankrijk.
90% van de € 40.000.000 omzet in 2016 is afkomstig van geoctrooieerde producten.
Sinds meer dan veertig jaar is Galler wereldwijd synoniem geworden voor fijne chocolade. Een smakelijke reis tijdens een gesprek van de hak op de tak met Jean Galler.
Jean Galler was 16 jaar toen hij oog kreeg voor chocolade. Tijdens zijn banketbakkerstudies leert hij chocolade kennen wanneer zijn moeder hem een boek van een grote Parijse banketbakker geeft. Pagina 169, die over chocolade gaat, is voor hem een openbaring. Liefde op het eerste gezicht! Een passie die hem zijn eigen onderneming zal doen stichten. Veertig jaar later is de basis nog steeds dezelfde: passie voor chocolade, zin voor perfectie, voortdurende creativiteit. Vandaag heeft hij 190 medewerkers (waarvan 70 voor de productie) en ontwerpt, fabriceert en verkoopt hij pralines, roomijs, banketgebak, repen, tabletten, kattentongen, smeerpasta... Van al die specialiteiten wordt overal ter wereld met evenveel plezier genoten. Jean Galler zegt duidelijk wat zijn waarden zijn: edelmoedigheid, vrijheid, respect, nederigheid en knowhow. Hij meent dat het zijn taak is plezier te geven door een creatieve en kwalitatief hoogwaardige chocolade-ervaring. Wanneer men hem vraagt over zijn eigen persoonlijkheid te spreken, duiken er woorden op zoals passie, ondernemingszin, kennis en enthousiasme. Tegelijk benadrukt hij zijn trots over zijn Belg-zijn.
Zoeken naar de juiste smaak
Zin voor details, kiezen van natuurlijke smaken, liefde voor innovatie en het voortdurend nastreven van het schone en het goede hebben de firma Galler in staat gesteld om de consument te doen dromen en nieuwe horizonten voor hem te openen. “Chocolade is vrijheid”, zegt de door zijn beroep gepassioneerde Jean Galler met klem. Hij heeft nieuwe partners aangetrokken. Dankzij die uitbreiding kan hij gemakkelijker heel de wereld en dus nieuwe consumenten bereiken, die op zoek zijn naar originele dingen en perfecte smaken. De basis bestaat uit passie voor chocolade, voortdurende creativiteit en zin voor perfectie. Tegelijk is er een subtiele combinatie van fijnproeverij (zichzelf genoegen doen) en van blijvende toegankelijkheid (in de tijd en door de prijzen en de geografische ligging).
Een gamma dat uit exclusieve nieuwigheden bestaat
Galler is aanwezig in de voornaamste distributiekanalen die zich onophoudelijk uitbreiden in Namen, in Brussel, aan de Belgische kust, langs de grote Parijse boulevards, in Dubai... Zowel in hotels en restaurants, als in de sector van de selectieve distributie, de relatiegeschenken, de boetieks en de befaamde chocoladebars, gaat het om een creatie die met succes haar plaats inneemt in handelscentra zoals de Médiacité van Luik. Met een productie van ongeveer 1800 ton per jaar, is Galler de nummer één van de Belgische premiummerken voor chocoladerepen en -eieren. Over heel de wereld zijn er meer dan 3000 verkooppunten. Indrukwekkend!
De reep was de eerste die Galler succes en faam bracht. Zoals men hier zegt: “enkel en alleen maar plezier”. Van die vier beroemde reepvierkantjes geniet men op zijn eentje, als verliefd koppel, als gezin en met vrienden. De repen bestaan in een twintigtal parfums die eindeloos kunnen worden gecombineerd voor een intens plezier dat even smakelijk als kleurrijk is. De minirepen, van hun kant, zijn natuurlijk klein, maar even lekker voor een kort smakelijk moment. De tabletten en minitabletten kunnen worden beschouwd als het summum voor kenners van delicatessen: met hun krachtige persoonlijkheid openen ze een waaier aan zachte aroma’s. De smeuïge smeerpasta’s zijn authentieke producten die men kan degusteren met een lepel of met de vinger: pure chocolade, karamel en hazelnoten op een verse snee brood. Het paaseitjesassortiment is heel rijk en omvat een schitterend gamma aroma’s die, met hun verschillende smaken, texturen en hemelse verrassingen, één voor één smelten in de mond. Voor ons, Belgen, is een praline een chocoladebonbon die uitzicht geeft op een magische wereld van duizend-en-één verschillende smaken waarmee men zich in de loop van de dag kan verwennen. De chocoladewafels bestaan uit een zachte knapperige deklaag, met een smeltende chocoladekern; dit originele product kan, ver van afgunstige blikken, zowel warm, als lauw of koud worden gegeten. De ‘Chocolats du Chat’ ontstond uit een toevallige ontmoeting van Jean Galler met Philippe Geluck, twee slimme lekkerbekken, die elkaar grappige dingen wilden vertellen. Om te genieten van truffels, studentenhaver, makarons en sinaasappelpartjes met chocolade, wacht men niet altijd tot aan het einde van de maaltijd!

De ondernemer
Chocolaterie Galler is tegenwoordig aanwezig in meer dan dertig landen en heeft in België en in het buitenland haar eigen netwerk van gefranchiseerde boetieks. In 2002 ontving de onderneming op het Franchisesalon van Brussel de Innovatieprijs voor het ontwikkelen van haar “Chocolade-Thee”-concept, namelijk degustatiesalons voor chocolade in al zijn vormen en thee van uiteenlopende herkomst. De producten van Galler worden uitgevoerd naar Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Japan, de Verenigde Staten, Australië, de Verenigde Arabische Emiraten... In 2006 stapten twee leden van de koninklijke familie van Qatar in het kapitaal van de Belgische onderneming. Een ander deel van het kapitaal is in handen van de stafmedewerkers van de firma. De spreiding van de aandelen valt onder een geheimhoudingsakkoord.
Toen een Europese richtlijn in 2000 zei dat er andere plantaardige vetstof dan cacaoboter aan chocolade mocht worden toegevoegd, besloot Galler de vermelding “Pure cocoa” (“zuivere cacao”) mee te geven aan zijn producten. Later zal ze worden vervangen door “Chocolatier”. Sinds jaren steunt de chocoladefabriek verscheidene liefdadige verenigingen, alsook cacaoarbeiders.
Vormen, kleuren, smaken
Om het genot en de glimlachende extase ter vergroten door eindeloos vormen van zingenot met elkaar te combineren, doet Jean Galler niets liever dan spelen met vormen, kleuren en smaken. Wanneer hij iets nieuws bedenkt, vraagt hij graag het advies van zijn naaste medewerkers. Om tot een voortdurende diversificatie te komen, luistert hij naar kritiek en adviezen. Zijn echtgenote en zijn dochter staan altijd aan zijn zijde om beter te ondernemen. Ze streven allemaal naar perfectie, hebben zin voor details en zoeken onophoudelijk het goede en het schone voor het plezier van wie verliefd is op chocolade.
Wanneer Jean Galler interessante adviezen begint te geven aan de “goede gebruiker” van zijn producten, dan geraakt hij nooit uitgepraat. Maar wat hij in alle geval vooropstelt, is dat u moet doen wat U prettig vindt. Of het nu gaat over de volgorde waarin u de chocolades eet, dan wel over wat u er samen mee eet of over de bevoorrechte momenten, hij laat iedereen meester van zijn reacties volgens het ogenblik: droommomenten... Het is op die smakelijke en subtiele wandeling in gezelschap van wie het leven en de goede momenten ervan liefheeft, dat Jean Galler ons meeneemt. Onweerstaanbaar. Laat u bij de hand nemen…
BELANGRIJKE DATA
1930 — Oprichting van de familiale bakkerij.
1976 — Oprichting van de chocoladefabriek, die oorspronkelijk een klein productieatelier voor dikke chocoladerepen was.
1979 — Eerste groot succes met de reep “Café liégeois”.
1989 — Ontmoeting met de De Kat (Philippe Geluck), begin van een mooie samenwerking.
1993 — Creatie van pure chocolade van 70%, de eerste op de Belgische markt.
1994 — Galler mag toetreden tot de beperkte kring van Belgische Hofleveranciers.
1995 — Op de Grote Markt van Brussel wordt, na het moederhuis in Vaux-sousChèvremont, een eerste boetiek geopend.
1996 — Voorloper van de combinatie wijn-chocolade.
2006 — Introductie van de Chocoladebar.
2008 — Ontstaan van Kaori, de eerste kameleonchocolade.
2014 — Komst van Quentin, de schoonzoon van Jean Galler, om het voortbestaan te verzekeren.
2016 — Het 40-jarig bestaan van het merk Galler.

Terug naar de Ijstijd. De mammoeten bezetten het Prehistomuseum tot 19 april. Een internationale tentoonstelling die ook de 30 ha van dit nieuwe prehistoriepark onthult.
Gedaan met de Prehistosite van Ramioul! Leve het Prehistomuseum. Na twee jaar werken, opende het Prehistomuseum zijn deuren in februari jongstleden. “De Prehistosite van Ramioul was te klein geworden voor de 42.000 bezoekers per jaar”, benadrukt directeur Fernand Collin. “Met twintig jaar ervaring en een goede kennis van de verwachtingen van het publiek, vooral inzake de behoeften aan natuur en wetenschappelijke cultuur, hebben we een museum gecreëerd dat erfgoed, natuur en wetenschap bijeenbrengt en dat in alle weersomstandigheden kan worden bezocht.” Het nieuwe museum, dat de vrucht is van een investering van bijna 10.000.000 euro, is duidelijk interactief voor eender welke bezoekers – en vooral voor gezinnen – die in een spectaculaire architectuur en landschapsomgeving worden verwelkomd. Het Prehistomuseum gaat voortdurend heen en weer tussen verleden en heden, en nodigt iedereen uit om allerlei ontdekkingen te doen. Echt iedereen: zowel zij die van musea houden, als zij die er niet van houden. Het Prehistomuseum breidt trouwens zijn wetenschappelijke activiteiten uit, meer bepaald met de ontwikkeling van een Centrum voor Conservatie, Studie en Documentatie. “Ons Prehistomuseum staat ook voor een aanpak die de complexiteit van het menselijk gedrag wil uitleggen naargelang het tijdperk of de plaats waar men zich bevindt”, onderstreept Fernand Collin.
Wereldpremière
In 1829 graaft Philippe-Charles Schmerling beenderen van dieren en bewerkte vuurstenen op, waardoor hij voor de eerste keer ter wereld kan vaststellen dat de mens al vóór de zondvloed bestond. Tot dan verklaarde men de wereld vanuit de Bijbel. Overigens ontdekken de “Chercheurs de Wallonie” de grot en de archeologische site van Ramioul, waar ze het museum voor de prehistorie in Wallonië oprichten, dat zal leiden tot het ontstaan van de Prehistosite en later van het huidige Prehistomuseum. De grot is uniek door haar geschiedenis en door de plaats die ze in het hart van de mensen inneemt. Ze bewaart de herinnering aan de enthousiastelingen die de site blootlegden en er sporen uit het verleden hebben gezocht, die ze hebben verdedigd en bewaard omdat ze deel uitmaakten van hun erfgoed. Het was de eerste grot in België die van elektriciteit werd voorzien om ze toegankelijk te maken voor het grote publiek, maar vandaag is ze weer in de oorspronkelijke duisternis gedompeld. Doof het licht en laat de voorwerpen spreken. Vandaag verkennen we de grot met haar drie niveaus zoals speleologen. Men gaat er binnen langs het middelste netwerk en komt, via een trap van 18 meter, weer buiten langs het bovenste. Het bezoek eindigt op het terras, dat het archeologische deel van de site vormt. Ondertussen heeft men de kristalvorming en andere schoonheden kunnen bewonderen, die de natuur in miljoenen jaren heeft gemaakt. Men kan er ook voorwerpen zoeken die er de geschiedenis van vertellen. Lichtreflectoren duiden de plaats ervan aan.
We nodigen u uit voor een bezoek aan al die emblematische plaatsen die in de loop der maanden steeds meer succes kennen, en aan de tijdelijke tentoonstellingen. Naast een beschermde grot bevat de ruimte liefst negen openluchtattracties, twaalf praktijkateliers en tentoonstellingen (die permanent of tijdelijk zijn, naargelang de seizoenen), 8 km wandelingen door het woud, een uniek en origineel Archeorestaurant, onderzoeks- en opleidingscentra, een activiteitenzone voor ondernemingen, een speelplein, een auditorium met 160 plaatsen en de onvermijdelijke boetiek.
Het is een plezier al die activiteiten beter te leren begrijpen. Bij openluchtattracties zal u, uitgerust met een voorhistorisch werptuig en een boog, dieren uit de ijstijd en de gematigde periode ontmoeten. Er wordt u gevraagd met een boog of werptuig te schieten, om de onbestendigheid van de biotopen in tijd en ruimte te begrijpen, om te ontdekken welke technische en strategische keuzes de jagersvolken maakten en om na te denken over de verhouding tussen mens en dier. Bezoek de verschillende trajecten en volg de pootafdrukken om uw wild terug te vinden. Onderweg zal uw puntenboekje u enkele anekdoten vertellen, die deel uitmaken van een boeiend jachtverhaal .
U zet uw weg verder langs praktijkateliers die geleid worden door een archeoloog en waar u de gebaren uit de prehistorie kunt leren: vuursteen bewerken, vuur maken, klei vormgeven. Die praktijkateliers liggen verspreid over de 30 ha van de site en zijn toegankelijk voor groot en klein die actief willen proberen de gebaren van onze verre voorouders na te bootsen. Door die gebaren uit het verleden vastbesloten na te doen, kunt u niet alleen de archeologische resten beter begrijpen, maar ook en vooral de denkwijze van onze verre of misschien toch niet zo verre voorouders.
Aan de hand van permanente tentoonstellingen nodigt het museum u ook uit om, door het overlopen van een reeks archeologische voorwerpen die representatief zijn voor 500.000 jaar prehistorie, kennis te maken met de veelzijdigheid van de mensheid. Daar ontdekt u dat Wallonië de streek van de prehistorie is. De tentoonstelling brengt op originele wijze de best of van de verzamelingen van de instelling. Er worden onderwerpen aangesneden die zowel tot de prehistorie als tot onze tijd behoren: milieu, economie, mobiliteit, voeding, dood, samenleving, denken... Ongeacht het tijdperk, is het de cultuur die ons van elkaar doet verschillen: de manier van consumeren, produceren, samenleven, het beantwoorden van onze existentiële vragen...

IJstijd
Sinds september jongstleden vindt er op de site een tijdelijke tentoonstelling plaats onder de titel “De Wereld van de Reuzen uit de IJstijd”. De mammoeten zijn in het Prehistomuseum aangekomen! Tot 19 april 2017 zal de internationale tentoonstelling de bezoekers onderdompelen in de wereld van de mensen en dieren uit de IJstijd. Na het bezoek aan de tentoonstelling kunnen de belangstellenden het leven van de jagers uit de IJstijd leren kennen aan de hand van verscheidene unieke belevenissen, zoals jagen op de natuurlijke steppe, op zoek gaan naar de in 3D weergegeven dieren, al dan niet gewapend met een werptuig, diep in de ingewanden van de aarde kruipen voor een onuitgegeven bezoek aan de onverlichte grot van Ramioul, een archeologische site die tijdens de jongste IJstijd werd bewoond door neanderthalers en cro-magnonmensen, in de verzamelingen van het Prehistomuseum de Belgische getuigen uit de IJstijd bewonderen en ten slotte van het menu en de speciale IJstijdgerechten genieten in het Archeorestaurant en het Archeobistrot.
De 8 km woudwandelingen zullen u aan de hand van acht miljoen jaar menselijke evolutie tot in het hart van een plantenlabyrint voeren. Een tocht door het struikgewas om miljoenen jaren evolutie te doorlopen. Aan de ingang van dat labyrint bevindt u zich ergens in het Afrika van acht miljoen jaar geleden. U moet dan de weg vinden die u naar ons huidig tijdperk brengt. Verdwaal, amuseer u en kom “menselijker” uit dit avontuur... Of bent u zo slim als een aap?
Préhistomuseum
Rue de la Grotte, 128
B-4400 Flémalle
+32 (0)4 275 49 75
www.prehisto.museum
IN HET KORT
500.000: Het aantal archeologische stukken dat in de reserves van het Prehistomuseum wordt bewaard.
1907: het jaar waarin de grot door de “Chercheurs de Wallonie” werd ontdekt.
13: de unieke, originele, wetenschappelijke, ludieke, eigenaardige tentoonstellingen en belevenissen...
5: de historische tijdperken waarmee historicus-kok Pierre Leclercq van het Archeorestaurant u laat kennismaken.
30 hectare: dit is is dit de oppervlakte van het Prehistomuseum te midden van het woud van Ramioul.
ARCHÉORESTAURANT
![]() |
Als u zin hebt om te eten aan de tafel van Lodewijk XV of van Caesar, aan het hof van de Engelse koning in de middeleeuwen of in het Bagdad van Duizend-en-een-nacht, kunt u in het Archeorestaurant van het Prehistomuseum een tocht door de eeuwen maken en proeven van de meest verbluffende en lekkerste gerechten uit elke periode, van het Romeinse keizerrijk tot het 18de-eeuwse Versailles. Een unieke belevenis die u zeker niet mag missen! Alle op de kaart van het Archeorestaurant vermelde gerechten komen uit oude kookboeken en werden bestudeerd door historicus-kok Pierre Leclercq, die een gediplomeerde geschiedkundige en wetenschappelijke medewerker is van de Universiteit van Luik. De even heerlijke als verrassende schotels vormen evenveel gelegenheden om vergeten ingrediënten opnieuw te ontdekken en u te laten verleiden door de favoriete smaakcombinaties van onze voorouders. U zal uw bezoek aan het Prehistomuseum moeten verlengen ofwel speciaal naar het Archeorestaurant terugkeren om er een onvergetelijke tijd te beleven met collega’s, vrienden of met uw gezin. We kunnen niet nalaten u hier enkele door ons geproefde gerechten op te sommen: sint-jakobscrepinette met kweeperensaus, struisvogelfilet met dadelsaus, karperfilet met zuur druivensap, gehaktbrood met sinaasappelschillen, runderlever met ganzenlever en een trio van kolen met room. Smakelijk!
OP ZOEK NAAR ONZE VOOROUDER
![]() |
Vier onderzoekscentra openen de weg voor wetenschappelijke teams die op ontdekkingen uit zijn.

In het Diamant Liège Conference & Business Centre zijn de beste technische en bouwkundige innovaties geconcentreerd. Technologie die ten dienste staat van de gebruiker om functionaliteit in alle opzichten te bieden.
Vlak voor het punt waar de Ourthe zich in de Maas stort, ligt Vennes, een wijk van Luik die sinds enkele jaren een positieve verandering ondergaat. Midden in deze wijk, op slechts enkele minuten van het stadscentrum en het door Calatrava ontworpen station Luik-Guillemins, staat het nieuwe Diamant Liège. In de directe nabijheid bevindt zich bovendien een belangrijk knooppunt van autosnelwegen. Met het oog op de bereikbaarheid en de mobiliteit zijn dat onmiskenbare voordelen. Het centrum heeft verder een overdekte en beveiligde ondergrondse parking met 130 plaatsen en is toegankelijk voor mensen met een beperkte mobiliteit.
Sinds 1969 stond hier het Centre d’Affaires Archipel, zoals het destijds werd genoemd, een gebouw van twee verdiepingen dat onderdak bood aan FABRIMETAL Liège-Luxembourg en de daaraan verbonden instellingen. Door bouwkundige problemen en het krachtige en vastberaden ‘optreden’ van enkele fanatici die een enorme rotzooi maakten in de ernstig verwaarloosde ruimtes, rees de vraag of verbouwingen en aanpassingen noodzakelijk waren. In 2001 werd heel snel geconstateerd dat het omhulsel en de ruimtelijke indeling niet meer aan de behoeften van de tijd voldeden en dat het energieverbruik veel te hoog was.
Een witte reus
Na een energie-audit nam Agoria Real Estate, de eigenaar van het pand, in 2009 eindelijk het wijze besluit om zijn bedrijvencentrum op het bestaande terrein te bouwen. Naast de absolute noodzaak om het gebouw aan de huidige normen te laten voldoen, werd de grote vraag naar een bedrijvencentrum in de regio bevestigd door een behoefteanalyse en een marktonderzoek. Hoewel de wijk voornamelijk voor woningen en winkels is bestemd (het tegenovergelegen winkelcentrum Belle-Île trekt dagelijks de nodige klanten), wilde men een flink stuk van het terrein onbebouwd laten. Door deze natuurlijke uitbreiding kon het gebied zijn oorspronkelijke bestemming van groene oase krijgen. Via een opening tussen de boulevard en het achterterrein draagt deze ecologische verbinding bovendien rechtstreeks bij aan het functioneren van het gebouw.
Dit centrum is in de eerste plaats bedoeld als werk- en ontmoetingsplek met een breed en dynamisch aanbod van zeer hoogstaande, technologisch geavanceerde diensten met een goede prijs-kwaliteitverhouding. Het Diamant Conference & Business Centre, dat in januari 2016 officieel is geopend, torent met zijn smetteloos witte silhouet 26 meter boven de stad uit. Het gebouw, dat door de samenwerkende architectenbureaus Greisch en Archeops is ontworpen, wil als etalage fungeren voor de dynamische en bloeiende technologiesector. Door de toepassing van glas en staal komen de lichte constructie en het daglicht goed tot hun recht. Het gebouw wordt gevormd door vier statige muren zonder blinde gevels.
Wat betreft daglicht, compactheid en uitzicht naar buiten, is ook de kwaliteit van de binnenruimtes aanzienlijk verbeterd. “Binnen deze woonwijk probeert het gebouw zijn omgeving niet te imiteren. Het wil expliciet maar niet demonstratief de activiteit weerspiegelen die er plaatsvindt … Het gebouw wil meer dan een tentoongesteld voorwerp zijn. De verschillende gevels zijn allemaal anders van vorm om aan de eisen ten aanzien van de windrichting, het uitzicht op de stad, de interne functies enzovoort te voldoen. Vanaf het begin is rekening gehouden met de technische beperkingen, zodat het gebouw zelf de uitdrukking van het externe omhulsel is geworden.”
Vergaderen aan de top
“De receptie van het gebouw coördineert drie activiteiten: het Business Centre, het Conference Centre en het Catering Centre”, zegt locatiemanager Benoit De Smedt. “Elk van deze centra heeft zijn eigen kenmerken en taken. Het Business Centre met een oppervlakte van meer dan 3000 m2 biedt momenteel onderdak aan een stuk of tien bedrijven en organisaties, waaronder Agoria, AWEX Liège, Explor, Attentia en Dela. Zelfstandigen, starters, projectontwikkelaars en liefhebbers van telewerken zijn voor korte of middellange duur welkom in het Flex Office van meer dan 200 m2 op de zevende verdieping. De werkplekken, die gericht zijn op optimale ergonomie, zijn opgesteld in een goed verlicht en vriendelijk decor, zodat mensen in alle rust kunnen werken, terwijl ze van een adembenemend uitzicht op Luik en zijn omgeving genieten.”
Het 1000 m² grote Conference Centre op de begane grond bestaat uit zeven aanpasbare vergaderzalen, die beschikbaar zijn voor vergaderingen, seminars, banketten of andere bijeenkomsten van maximaal 400 personen. Al deze zalen zijn voorzien van apparatuur volgens de laatste stand van de technologie: dubbele projectie op 8 meter-scherm, Bose-geluidssysteem, ergonomische stoelen, in hoogte verstelbaar verlicht plafond, perfecte geluidsisolatie en akoestiek, en gratis wifitoegang. De zalen worden op natuurlijke wijze verlicht en geven rechtstreeks toegang tot afgeschermde buitenruimtes.
“Vergeet niet dat Agoria, de eigenaar van het gebouw, de federatie van technologieondernemingen is. Het is dus logisch dat we voor elk bestanddeel van het gebouw een beroep op onze leden hebben gedaan. Dit gebouw is dus een laboratorium en anders wel een etalage van best practices op het gebied van geluidsisolatie, energiebesparing, glasconstructie of gebruik van andere materialen. Ook de communicatietechnologieën zijn natuurlijk duidelijk aanwezig!”, zegt Benoit De Smedt.
Het Catering Centre (restaurantgedeelte), dat zich op de begane grond aan de voorkant van het gebouw bevindt, bestaat uit à-la-carterestaurant Le Cabochon (zie kadertekst) en lunchroom Moment’to. De lunchroom, waar zowel huurders, bezoekers als mensen van buiten terecht kunnen, biedt gerechten aan via een innovatief concept waarbij de gasten zelf hun favoriete ingrediënten kunnen kiezen. Daarnaast zijn een dagmenu, soep en diverse dranken en desserts verkrijgbaar.
“Als we kijken naar het gebruik van het Conference Centre, verloopt de beginfase precies zoals verwacht. De klanten lijken bovendien tevreden over de kwaliteit van de geboden diensten. In 2017 zullen we onze verkoopdoelen halen en waarschijnlijk zelfs overtreffen. Voor de verdere groei van de locatie en onze positionering in 2018 mogen we daarom ambitieus zijn”, besluit Benoit De Smedt.
ENKELE CIJFERS
14.000.000 aan totale investering 7 verdiepingen 26 meter hoog centraal gedeelte 3 groene daken
10.000 m² bebouwde oppervlakte, waarvan 3000 m² kantoorruimte, 1000 m² vergaderzalen, 1000 m² restaurantgedeelte, 1000 m² parkeergarage en kelders, en 1000 m² terrassen en tuinen.
