Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Een chef met een eigen identiteit

De chef-kok van Le Coq aux Champs, in Soheit-Tinlot, is een liefhebber van het terroir en biedt een keuken naar zijn evenbeeld: modern, geraffineerd, subtiel en pretentieloos. Ontmoeting met een door zowel Michelin als Gault&Millau gelauwerde chef, die zijn geluksster heeft gevonden zonder van zijn pad af te wijken.

 

Christophe Pauly, oorspronkelijk afkomstig uit Seraing, heeft altijd geschipperd tussen Luik ‘om te feesten’ en Namen voor zijn boekhoudstudies. Tenminste in het begin want hij besefte al snel dat hij op het verkeerde spoor zat. Als student werkte hij als bordenwasser in de Hôtellerie de la Poste (Hamoir), waar hij al snel de basis van het koken - en de eerste geheimen - ontdekte, meer bepaald de bereiding van  kreeft, een detail dat richtinggevend zou worden.

Mijn eerste baan was het schillen van zilveruitjes, maar dan wel stapels kisten tot wel twee meter hoog.”

Deze ‘inwijding’ zette hem ertoe aan zich in te schrijven in de hotelschool van Spa, maar hij blijft er slechts twee dagen ! “Ik herinner me deze workshop en de zeer gemotiveerde leraar, die zijn liefde voor mooie producten uitlegde tot hij trots twee wortelen en een diepvrieskreeft tevoorschijn haalde. Misschien op een wat arrogante toon, zei ik hem dat ik niet gewend was met dezelfde producten te werken als hij. Ik werd uit de klas gezet, naar de directeur gestuurd aan wie ik zei dat ik niet op zijn school wilde blijven …”

Na de uitbrander van zijn ouders uitte Christophe Pauly de wens om in de leer te gaan. In 1994 tekent hij zijn eerste contract bij Le Pré Mondain*, in Somme-Leuze, waar Daniel Van Lint, na hem te hebben afgewezen, uiteindelijk werd verleid door zijn motivatie en besloot hem op de proef te stellen door hem weinig dankbare taken toe te vertrouwen. “Mijn eerste baan was het schillen van zilveruitjes, maar dan wel stapels kisten tot wel twee meter hoog, daarna Japanse andoorn, een groente met een meer dan onwaarschijnlijke vorm. Niets dan dat soort dingen, wekenlang. Ik had snel heimwee naar de bevroren kreeft uit Spa.”

Een ommetje via Frankrijk

Na deze geslaagde test blijft onze leerling drie jaar in de leer, waarna hem verschillende mogelijkheden worden geboden, met name bij Eric Martin, in het Château de Lavaux-Sainte-Anne. “Ik hield van Eric's ingesteldheid, heel natuurlijk, een chef die werkte met het product, maar die ook grote banketten deed ; het was heel interessant om ook eens iets anders te zien.”

Drie jaar later, in 2000, werkt Christophe
Pauly in Roanne anderhalf jaar voor Michel Troisgros***, die een minimalistischere keuken beoefende, perfect gebruik makend van zure smaken in een keuken die openstond voor de natuur en het platteland. Terug in België zet hij zijn leerperiode verder bij René Mathieu, in Le Capucin Gourmand, in Baillonville (Somme-Leuze), waarna hij op zoek gaat naar een plek om zijn eigen restaurant op te starten, samen met zijn vrouw Catherine.

“Ik ging op zoek naar een plek in mijn regio, de Luikse Condroz. Omdat Catherine uit Ciney komt, zocht ik een locatie tussen Ciney en Neupré. Op aanraden van een bevriende wijnhandelaar ging ik praten met Albert Horenbach, die sinds 1973 chef was van Le Coq aux Champs, in Tinlot, en waar ik al met mijn ouders naartoe ging. Maar de aankoop was te zwaar voor ons, ik had de bankgaranties niet. Twee weken later belde Albert ons terug en zei dat hij mijn parcours had gecontroleerd bij alle chefs waar ik had gewerkt en dat hij me, omdat ik serieus was, een huurcontract met koopoptie aanbood. We hebben niet lang getwijfeld en in juni 2003 hebben we getekend.”

Alle aanpassingswerken werden gefinancierd met hun schamele spaargeld en met de hulp van vrienden. Zoals gebruikelijk bij dit soort projecten, was er veel te doen en uiteindelijk is alleen de stenen vloer van de hal gebleven!

  • /

MOTORRIJDEN, MOTORRIJDEN EN NOG EENS MOTORRIJDEN !


©Zelos NTS

Talent is leeftijdsloos, wordt weleens gezegd. En Barry Baltus wil dat vanaf dit seizoen bewijzen. Dit boegbeeld van Zelos, met Freddy Tacheny aan het hoofd, rijdt op zijn zeventiende al mee in de Moto2. En heeft 17.000 volgers op Facebook !


Barry, die in Héron woont, is momenteel de jongste coureur in de Moto2, wat tekenend is voor zijn vroegrijpheid. Hij droomt ervan om ooit de Spaanse kampioen Marc Marquez tegen te komen in de MotoGP, de hoogste klasse in de motorsport. Wij spraken met hem in het voorjaar, terwijl hij herstelde van een val met zijn motorfiets.

Barry, hoe kan het dat jij op jouw leeftijd al zulke racemonsters bestuurt ?

Ik ben in de motorsport beland toen ik klein was. Dat zit in de familie. Mijn vader en mijn broer zijn verzot op motorrijden en vooral op racen. Ik was pas drie jaar toen ik mijn eerste motorfiets kreeg. Ik begon met motorcrossen, maar werd kort daarna gegrepen door het racevirus.

Welke weg heb je bewandeld om nu al aan de Moto2 mee te doen ?

Op mijn achtste reed ik mijn eerste race op een minimotor. Na twee jaar wedstrijden rijden, vooral in België, trok ik naar Spanje. Daar worden de meeste toekomstige motorsportkampioenen opgeleid. Er zijn daar enorm veel circuits. Maar in België train ik bijna uitsluitend in Mettet. Ter vergelijking zou je kunnen zeggen dat de motorsport in Spanje dezelfde status heeft als de wielersport in België. Er is een echte traditie, een school. Dat verklaart waarom er in alle klassen ontzettend veel Spanjaarden te vinden zijn. Daarna komen de Italianen, dat zijn ook hartstochtelijke liefhebbers. Ik nam het op tegen de besten van mijn leeftijd door met name te strijden om het wereldkampioenschap voor junioren, de European Talent Cup en door Dorna Sports (de initiatiefnemer van de MotoGP-races, red.) georganiseerde wedstrijden. De weg was uitgestippeld om snel de Moto3 te bereiken in juli 2020.

Wegens de lockdown als gevolg van de coronapandemie heb je maar een deel van het seizoen in deze klasse gereden, zonder ook maar één punt te halen. En toch ben je nu doorgestoten tot de Moto2. Hoe verklaar je dat ?

Ik weeg gemiddeld zo’n tien kilo meer dan mijn tegenstanders. Ik weeg 69 kilo en ben 1,80 meter lang, wat een handicap is in de Moto3, want met een motor van 60 pk zijn die machines niet zo krachtig. Mijn contract is niet verlengd, maar dankzij de Zelos-organisatie die door Freddy Tacheny is opgericht, had ik het geluk om een plek te vinden in de Moto2. Ik ben hem echt dankbaar dat hij me heeft weten onder te brengen bij NTS RW Racing GP, net zoals ik dit Nederlandse team bedank voor het vertrouwen dat ze in me stellen. Ik heb een contract voor twee jaar. Dat geeft me de tijd om me te ontwikkelen. Als ik achttien ben, heb ik al twee jaar ervaring op een heel hoog niveau.

Laten we het eens hebben over Zelos. Is dat een belangrijke partner ?

Heel belangrijk. We werken al vijf jaar samen. Samen met Xavier Simeon, die schittert in enduranceraces, ben ik zogezegd het topje van de ijsberg van deze organisatie. Vergis je niet, in België is enorm veel talent aanwezig, maar dat wordt vaak miskend, want anders dan in Spanje zijn er niet altijd begeleidingsstructuren. Zelos heeft een keten opgezet om Belgisch talent te ontdekken en daarna te helpen om door te breken. Je hebt ook de Belgian Motorcycle Academy, die coureurs vanaf zeven jaar ondersteunt. De grootste beloften doen mee aan de races van Dorna Sports en kunnen zich zo meten met de beste buitenlanders.

Komt de Moto2 niet een beetje te vroeg ?

Je bent nooit te jong om te leren. Ik voel geen bijzondere druk op mijn schouders. En die zwaardere, krachtigere motorfietsen (140 pk) passen ook beter bij mijn lichaamsbouw. Ik hoop daar snel de aandacht op me te vestigen. In deze klasse heeft iedereen dezelfde motor, alleen het chassis is anders. Maar ik zal een beetje geduld moeten oefenen, want in maart heb ik mijn pols gebroken door een val tijdens de trainingen voor de eerste Grand Prix van het seizoen in Qatar. Dat is jammer ! Ik kan die val nog steeds niet verklaren. Ik heb geen fouten gemaakt, maar het was ontzettend warm : 42 graden buiten en 60 op de baan. De operatie aan mijn pols is goed verlopen. Eind mei, tijdens de Grand Prix van Le mans, hoop ik de draad weer op te pakken. Op het moment van mijn val had ik de veertiende tijd. Dat is heel bemoedigend.

“ Je bent nooit te jong om te leren. Ik voel geen bijzondere druk op mijn schouders. En die zwaardere, krachtigere motorfietsen passen ook beter bij mijn lichaamsbouw. Ik hoop daar snel de aandacht op me te vestigen.”


Droom je ervan om uit te komen in de MotoGP, de F1 van de motorsport ?

Dat is uiteraard de droom van alle motorcoureurs. Maar de plaatsen zijn duur, want wereldwijd krijgen slechts 27 coureurs dat voorrecht. Ik moet erin geloven. Sinds vijf jaar word ik ontzettend goed begeleid door Zelos en doe ik er alles aan om dat niveau te halen. Ik heb een physical trainer, Eric Lambert, met wie ik elke dag werk (zwemmen, joggen, fietsen) en een sportpsycholoog, Philippe Godin, die me helpt met mijn ademhaling. Dat is een heel belangrijk aspect. De toeschouwer beseft niet altijd hoe belangrijk de lichamelijke conditie en de psychologische benadering van een race zijn. Je moet op de juiste manier ademhalen en niet verkrampen. Wat betreft het sturen, ben ik meer een autodidact (lacht) onder het deskundige oog van Didier de Radigues (oud-coureur en tegenwoordig adviseur bij de RTBF, red.), die me heel wat tips geeft.

“ De MotoGP, de F1 van de motorsport, dat is uiteraard de droom van alle motorcoureurs. Maar de plaatsen zijn duur, want wereldwijd krijgen slechts 27 coureurs dat voorrecht. ”


Is er iemand die je als voorbeeld ziet in de MotoGP ?

Ik heb niet echt een idool. Marc Marquez is uiteraard de meest indrukwekkende coureur. En de lange loopbaan en het talent van Valentino Rossi zijn ongelooflijk !

Droom je er ook van om in Spa een MotoGP-race te rijden ?

Dat zou fantastisch zijn, ook al weet ik niet of de MotoGP op middellange termijn naar Spa zal terugkomen. Ik heb de kans gehad om vier of vijf keer op dat circuit te rijden. Dat is echt heel bijzonder. In Spa rijden is een ervaring die je niet vergeet en die levenslang een stempel op je drukt. Je moet het meemaken. Op een motorfiets de Raidillon nemen is echt buitengewoon. Qua indrukken is het uniek. Als je zegt dat Spa het mooiste circuit ter wereld is, doe je de waarheid geen geweld aan. Ook al is het circuit van Mugello in Italië net zo fantastisch voor een motorrijder. Dat heeft ook iets bijzonders, iets heel eigens vergeleken met de andere circuits, die globaal gezien allemaal op elkaar lijken als het gaat om wedstrijdinzicht.

“Ik heb een physical trainer, Eric Lambert, met wie ik elke dag werk (zwemmen, joggen, fietsen) en een sportpsycholoog, Philippe Godin, die me helpt met mijn ademhaling.”


Hoe ziet het leven van een zeventienjarige coureur eruit ?

Ik heb niet echt een gewone jeugd gehad. Ik ga maar één of twee keer per week naar school (het CEFA in Luik, red.) en ik loop stage als monteur in een motorwerkplaats. Voor de rest is het motorrijden, motorrijden en nog eens motorrijden. Met veel reizen naar het buitenland. Vrienden van mijn leeftijd zijn grote sportliefhebbers en houden vooral van motorsport. Ik heb altijd volwassenen om me heen gehad. Daar ben ik aan gewend.

Heb je echt geen andere hobby’s dan motorrijden ?

Daar heb ik te weinig tijd voor en ik ga helemaal op in mijn huidige passie. Wanneer ik nieuwe energie moet opdoen, ben ik graag in de buitenlucht. Voor en na de races wandel ik graag door het stille natuurgebied van Sclaigneux, in de buurt van Andenne. Een schitterende en vredige plek. Daardoor kan ik ontspannen blijven.

MIJLPALEN

• 2004 Wordt geboren in Namen

• 2007 Krijgt zijn eerste motorfiets

• 2012 Rijdt zijn eerste wedstrijd op een minimotor

• 2018 Doet mee aan het CEV-kampioenschap voor junioren (één zege, drie podiumplaatsen) en de European Talent Cup (één zege)

• 2019 Begint aan zijn internationale carrière in de Red Bull Rookies Cup (twee podiumplaatsen)

• 2020 Wordt beroepscoureur en doet mee aan het WK motorracen in de Moto3-klasse op een KTM. Beste resultaat: 16de (Grand Prix van Portugal). Eindklassement : 26ste

• 2021 Debuteert in de Moto2-klasse als lid van het NTS RW Racing GP-team (Nederland). Valt en geeft op tijdens de trainingen voor de eerste Grand Prix van het seizoen in maart in Qatar.

EEN CIRCUIT WAAR GEEN PRIJS OP STAAT

Dit jaar viert het Circuit van Spa-Francorchamps zijn 100-jarig bestaan, maar het blijft verder evolueren. De eerstvolgende werken zullen zorgen voor een groter contact met het publiek.

 


© Marc Vanel
Er werd dertig kilometer vezelkabel uitgerold voor het controlecentrum.

In 1920, na vijfentwintig jaar heuvelklim, die door de Automobielclub van België werd georganiseerd in Barisart en in Malchamps, op het grondgebied van Spa, besloten ridder Jules de Thier (CEO van de krant ‘La Meuse’), baron Joseph de Crawez (burgemeester van Spa) en Henry Langlois (ACB) het Circuit van Francorchamps op te richten. Een jaar later vond daar de eerste wedstrijd plaats, namelijk een race voor motoren van 350 cc. In 1922 was het de beurt aan de auto’s. In die tijd stond het snelheidsrecord op slechts 88,9 kilometer per uur, maar de race werd dan ook op onverharde wegen gereden. Pas in 1928 werd heel de racebaan geasfalteerd.

Het snelste circuit ter wereld

De vijftien kilometer lange racebaan werd voortdurend verbeterd, met een onderbreking van 1939 tot 1948, wegens de wereldoorlog. In 1950 worden de activiteiten hervat met een magistrale eerste wedstrijd voor ‘toerwagens’ en met het eerste wereldkampioenschap voor piloten, wat dus de start van de moderne Formule I betekende. In 1958 wordt Spa-Francorchamps het snelste FI circuit ter wereld.

Onder impuls van Jacky Ickx, de toenmalige gedelegeerd bestuurder, werd er in 1978 een nieuw raceparcours uitgetekend. Dat zou nog verscheidene keren worden gewijzigd en aangepast om ten slotte nog slechts zeven kilometer lang te zijn en zo te voldoen aan de normen van de Internationale Automobielfederatie (FIA). Van de racebaan ligt 80 % op het grondgebied van de gemeente Stavelot en de rest op dat van Malmedy.

Sinds 2007 werd het circuit versterkt als belangrijk Waals economisch centrum. Het organiseren van de Formule I-wedstrijden behoort niet meer tot de bevoegdheid ervan (daar staat de NV Spa Grand Prix voor in), maar wel het organiseren en promoten van de activiteiten, en vooral het beheren van de infrastructuur met het oog op de economische ontwikkeling ervan.

De ‘premières



1896 Eerste heuvelklim in Spa-Barisart
1921 Eerste race voor motoren van 350cc
1922 Eerste snelheidsrace voor auto’s
1924 Eerste 24u van Spa
1930 Eerste (en laatste) deelname van de Belgische Imperia-auto’s
1950 Eerste Wereldkampioenschap voor Piloten
1955 Eerste Belgisch nationaal team
1966 Eerste overwinning van Jacky Ickx van de 24u van Francorchamps voor toerwagens
1970 Eerste overwinning van een Porsche 917
1973 Eerste 24u voor Motoren
1984 Eerste overwinning van Jaguar in een endurancerace sinds 1957
1986 Eerste 24u voor 2 PK’s
1992 Eerste overwinning van Michaël Schumacher en eerste Duitse overwinning


Een nieuw keerpunt in 2016

In 2016 neemt Nathalie Maillet, een gewezen pilote, het bestuur over en beslist van Spa-Francorchamps een uitmuntend circuit te maken door middel van een nieuw en op de digitale wereld gericht economisch model. “Dat strategisch plan”, legt ze uit, “omvat drie delen : de racebaan, de infrastructuur en een geconnecteerd circuit onder het motto ‘het publiek is onze baas’. Ik wilde het voortbestaan van de bestaande kampioenschappen verzekeren, maar ook nieuwe en andere evenementen aantrekken. In 2016 hadden we zeventien races of evenementen ; nu zijn er dat vijfentwintig tijdens het seizoen dat van half maart tot half november loopt.

Er werd een nieuwe baan aangelegd, alsook een echt tribunestadion, terwijl de voetgangerszone van de Kemmel werd verbreed om de veiligheid van het publiek te verbeteren. “We hebben ook dertig kilometer vezelkabel aangelegd voor ons controlecentrum, gratis wifi geïnstalleerd en een app met veel diensten ontwikkeld. Dat maakt deel uit van een tienjareninvestering van
80 miljoen, die eind vorig jaar werd aangekondigd voor de terugkeer van de enduranceraces voor motoren in 2022. Het in zijn geschiedenis verankerde en toekomstgerichte Circuit van Spa-Francorchamps levert winsten op die worden geïnvesteerd in infrastructuren en toekomstplannen. Om te blijven groeien, versterken we ook onze toeristische aantrekkingskracht.

Een uitstalraam voor Wallonië

Het 100-jarige circuit is meer dan ooit een troef voor Wallonië. “De directe en indirecte economische opbrengsten zijn belangrijk voor de streek”, besluit Nathalie Maillet, “maar ze zijn moeilijk te becijferen. Het is duidelijk dat hotels, restaurants, verblijven, campings, lokale winkels … volop profiteren van het publiek dat naar de races komt kijken. Dat werd jammer genoeg nog maar eens bewezen door de plotse terugval tijdens de vier maanden durende sluiting van verleden jaar.

Op onze internationale faam staat dan ook geen prijs. Zowat iedereen kent ons Circuit, dat een geweldig uitstalraam is voor Wallonië. Iedereen is er welkom en ik moedig de liefhebbers van motorsporten aan om hun gezin mee te brengen, want we ontwerpen momenteel speciale gezinsactiviteiten die nauw aansluiten bij onze groene omgeving.

« Nous sommes passés de dix-sept week-ends de course ou événements en 2016 à plus de vingt-cinq sur la saison qui s’étend de mi-mars à mi-novembre. »


Een jaar vol feestelijkheden


Nathalie Maillet is sinds 2016 de directrice van het circuit.

In pandemietijden valt een verjaardagsfeest moeilijk voor te bereiden, maar toch zullen er verscheidene evenementen plaatsvinden in verband met het Circuit van Spa-Francorchamps. Aangezien de geschiedenis van het circuit in augustus 1921 begon, zal het honderdjarig bestaan ervan gevierd worden vanaf aanstaande maand augustus – als het coronavirus dat ten minste toelaat. “Verscheidene initiatieven zullen over een heel jaar worden gespreid”, legt Nathalie Maillet uit. “We hebben verscheidene partnerschappen gevormd, die deze zomer bekend zullen worden gemaakt, onder meer met het Museum van het Circuit, waar de befaamde bocht van Stavelot te zien zal zijn, die geen deel meer uitmaakt van het huidige raceparcours. Zo zullen er verscheidene panelen worden geplaatst om de vroegere configuratie ervan te tonen.” En de directrice voegt daaraan toe : “Die viering zal focussen op het organiseren van races, op trackdays, op de teams en de piloten, maar ook op het publiek. We mogen niet vergeten dat de geschiedenis van het circuit ook werd geschreven door onze fans en onze toeschouwers ! 


© Marc Vanel

In de kelder van de gerestaureerde abdij van Stavelot bewaart het Museum van het Circuit van Spa-Francorchamps een rijke verzameling auto’s en motoren, alsook video’s en een adembenemende rijsimulator.


Autoraces hebben de inwoners van Stavelot altijd geboeid”, aldus Herman Maudoux, de gedelegeerd bestuurder van het museum. “Omdat 80 % van de racebaan op hun grondgebied ligt, maar ook omdat de verschillende renstallen vóór de modernisering van de racebaan vijf garages in Stavelot gebruikten. De bolides reden dan over de openbare weg naar de koers. Dat zorgde voor veel opwinding in de stad en langs de route.

In mei 1984 maakten enkele motorsportliefhebbers uit Stavelot hun droom waar door een museum van het Circuit op te richten. Dankzij de gulheid van de bazen van de autoclubs, van auto-eigenaars en verzamelaars en niet het minst van vrijwilligers, trekt dit originele museum elk jaar 40.000 tot 50.000 bezoekers van overal aan om eer te bewijzen aan de racewagens.

In 1999 geeft het restauratieprogramma voor de abdij van Stavelot een nieuwe impuls aan het Museum van het Circuit van Spa-Francorchamps, aangezien de subsidies van de Waalse regering het mogelijk maken 80 % – ofwel 380.000 euro – van een volledig nieuwe scenografie te financieren. Het museum, dat wordt beheerd door de gelijknamige vzw, heeft echter geen structurele band met het circuit, ook al bestaan er contacten, meer bepaald voor de viering van het 100-jarig bestaan.


© Marc Vanel

Een zeventigtal wagens staan permanent tentoongesteld in de gewelfde kelder van de abdij van Stavelot.


Racewagens in een gewelfde kelder

In een prachtige gewelfde kelder, de zogenaamde ‘Zuilenzaal’, ontdekken de bezoekers vijfendertig auto’s en evenveel motoren, die in de loop van het jaar worden vervangen in overleg met de eigenaars ervan. Meertalige panelen geven uitleg over de races en foto’s en video’s roepen de sfeer ervan op of vertellen het verhaal van de grote overwinnaars. De inrichting en de architectuur van de plaats nodigen uit tot stilte en zelfs haast tot bezinning.

Sinds de opening”, vervolgt de heer Maudoux, “organiseert het museum activiteiten en tijdelijke tentoonstellingen in verband met auto’s : ‘40 jaar 24 uur van Spa-Francorchamps’, ‘De Formule I wereld’, ‘De auto in stripverhalen’ en ‘De fabelachtige pedaalwagens’ … De vzw organiseert ook geregeld door het museum beveiligde en beheerde activiteiten voor iedereen, zoals de befaamde ‘Original Track Francorchamps’-wandelingen over het oude omlooptracé.

Voeg daar nog de spelconsoles aan toe, alsook een reusachtig schaalmodel en een gelede rijsimulator met drie ‘full HD’-schermen, en u begrijpt dat elke bezoeker ongeacht zijn leeftijd er iets naar zijn gading vindt en de beste herinneringen aan het museum bewaart.

EEN SMELTKROES VAN IDEEËN

Goed verborgen in een plooi van een vallei in de Luikse Ardennen, ligt, afgezonderd van de weg naar Werbomont, in de kromming van een krappe bocht, een klein landhuis genesteld aan de voet van een beboste steile helling. Dit is de thuisbasis van Misery Beer Co, een nieuwe brouwerij die barst van ideeën.

 


Het team van de brouwerij Misery.

Het is daar, in de gemeente Aywaille, in Harzée, dat Samia Patsalides en Rémy Perée hun miserie kwamen verbergen. Hun landhuis heeft zijn authentieke, historische karakter behouden. Het oorspronkelijke gebouw was kleiner en werd in het midden van de 19e eeuw vergroot om een kuuroord te worden. Dankzij een bron kon men er van de heilzame werking van het water komen genieten. Vandaag wordt er bier geschonken. Aan de muur van één van de kamers herinneren enkele foto's eraan dat het Amerikaanse leger hier halt hield tijdens de Slag om de Ardennen. En vóór de Geallieerden er zich vestigden, gebruikte het Duitse leger het gebouw als zijn telecommunicatiecentrum.

Geïnspireerd door Stephen King

Samia en Rémy hebben er een originele brouwerij van gemaakt. De inwoners uit de streek en fijnproevers komen van ver om er voor een paar centen een collectie bieren te vinden die geïnspireerd is op de fusie van Angelsaksische invloeden en Belgische tradities. De brouwerij ligt in het beschermde Bru-watergebied, maar krijgt haar water uit het waterleidingnet van Spa ! Een ijzerhoudend water dat vóór het brouwen moet worden klaargemaakt. Bier maken met bronwater blijft een voorrecht dat gedeeld wordt door enkele micro-brouwerijen in het oosten van Wallonië (de Lienne, de Lupulus, de Chouffe …).

In feite werd de naam Misery gekozen als verwijzing naar de gelijknamige roman van de succesvolle Amerikaanse schrijver Stephen King. Maar het is ook de staat waarin dit project begonnen is … Het Misery brouwerijteam. Samia en Remy werken al zeven jaar aan de site en nu pas wordt alles in gereedheid gebracht om te “bestaan” te midden van een gezondheidscrisis. Het noodlot slaat werkelijk toe, en dat is geen grapje.

Het eerste brouwsel werd in juni 2020 gemaakt. Daaruit zijn tijdens de gezondheidscrisis dertien bieren in blik ontstaan.


Een Noord-Amerikaanse tocht

Om de grillen van het lot te trotseren, heeft Rémy, brouwer van beroep, solide referenties. Hij keerde terug naar België, nadat hij door heel Noord-Amerika gereisd had, voornamelijk door Vermont en Quebec (in Montréal en de Gaspé), om zijn vakkennis te perfectioneren. “Het was in Quebec dat ik echt leerde hoe ik het water moest bereiden voordat ik een brouwsel maakte, ” zegt hij. Een verrassend parcours ? De uitleg is eigenlijk simpel. De kunst van het brouwen werd door de Europeanen ingevoerd, en dwong tot een vruchtbare kruising, die de brouwers van het oude continent versteld deed staan. Europa heeft zich pas laat door deze creativiteit laten inspireren want de brouwtradities zijn om redenen van cultureel en commercieel erfgoed te gesloten. Vandaag is de cirkel rond. De terugkeer naar het historische grondgebied van de brouwkunst kan het concept alleen maar versterken. De waarde van dat imago werd versterkt met de oprichting van een brouwerij, opgericht door een Belg in Fort Collins, ten noorden van Denver, Colorado. Hij koos de naam New Belgium Brewing Company. De waarde van de bekendheid van de Belgische brouwkunst wordt erkend tot op het punt dat het een commercieel label wordt. Het is miljoenen dollars waard in communicatie en marketing.


De brouwerij ligt in het beschermde Bru-watergebied, maar krijgt haar water uit het waterleidingnet van Spa !

Een Ardense bar met een internationale visie

Het principe van de micro-brouwerijen die in de jaren '90 in Noord-Amerika bedacht werden, omvat vaak een degustatiebar, of zelfs een speciale taverne, zoals die overal te vinden is in de dorpen en steden in Franken, of in Keulen en Düsseldorf. Die dynamiek heeft aanleiding gegeven tot een wedijver in de historische bakermat van de brouwkunst (België, Noord-Frankrijk, Rijnland, Franken en Bohemen). De brouwerij Misery heeft dit model ook overgenomen want haar bieren kunnen worden gedronken in de bar die in het landhuis is ingericht.

Samia benadrukt het familiale karakter van hun onderneming. “Wij wonen op de eerste verdieping van het landhuis, wat een bijzondere sfeer geeft aan deze brouwerij. De crisis is uiteindelijk heilzaam gebleken. Wij leerden snel onafhankelijk te zijn en een zekere commerciële autonomie te verwerven.” Ze voegt er nog het volgende aan toe : “Omdat ik in Californië ben opgegroeid, is het voor mij een stuk comfortabeler om in het Engels te communiceren. Daardoor hoeven wij niet vast te houden aan een exclusief regionaal of nationaal cliënteel.” Sinds 2017 wordt er op sociale netwerken in het Engels en Frans gecommuniceerd. En 50 % van onze klanten is Nederlandstalig. Deze liefhebbers zijn ontvankelijker voor Angelsaksische bieren.

Er zijn ook bieren in beperkte oplage, geïnspireerd door het seizoen en bosproducten, en bieren gebrouwen volgens de stemming van de brouwer.


Op vat gerijpte bieren

Het eerste brouwsel werd in juni 2020 gemaakt. Daaruit zijn tijdens de gezondheidscrisis dertien bieren in blik ontstaan. Maar het ontwikkelingsplan is een op de Angelsaksische traditie geïnspireerd gamma, dat hoofdzakelijk op vat wordt gerijpt en af en toe in blikjes wordt aangeboden. Dit zijn bieren die snel geconsumeerd moeten worden.

Maar de parels van brouwerij Misery zijn de bieren die gerijpt zijn in eiken vaten van witte wijn uit Bordeaux of in Amerikaanse eiken vaten waarin Bourbon of Cognac werd bewaard. Zo wordt 15 tot 20 % van de productie aangeboden in flessen met een muselet.

Momenteel bedraagt de productie 500 hectoliter per jaar. Het gamma bieren omvat IPA's, stouts, op vat (van eikenhout) gerijpte bieren, pale ales en meer. Er zijn ook bieren in beperkte oplage, geïnspireerd door het seizoen en bosproducten, en bieren gebrouwen volgens de stemming van de brouwer. Een unieke versie van de Imperial Stout wordt zes maanden gerijpt in eiken vaten die eerst Bourbon en dan Cognac bevatten !

Een brouwerij rijk aan creativiteit, projecten en internationale ontwikkelingsmogelijkheden ? Zoek niet verder ! U vindt deze brouwerij in Harzée, in een klein landhuis, een oord van miserie …

Misery Beer Co

Pouhon 22
B-4920 Harzé
+32 (0) 498 59 10 48

www.miserybeerco.be

EEN STERKE DRAAD TUSSEN WALLONIË EN HET OOSTEN

Bausol is een familiebedrijf dat prestigieuze, op maat gemaakte tapijten aanbiedt die door de beste wevers in India, Nepal en China vervaardigd worden.
Het bedrijf is in Blégny gevestigd en werkt samen met Waalse ontwerpers en kunstenaars om exclusieve en originele collecties aan te bieden.


Robert Schinckus, afgestudeerd in bedrijfskunde en reserveofficier in het Belgische leger, trad in 1974 toe tot het familiebedrijf dat zo'n twintig jaar eerder door zijn vader was opgericht. Een ontmoeting met de CEO van Bausol, die nauwe banden heeft geweven tussen Europa en Azië, van oosterse tapijten tot uitzonderlijke tapijten.

Waarom hebt u zich tot het Oosten gewend ?

Zodra ik klaar was met mijn universitaire studies, wilde ik reizen en ik vertrok liftend naar het Oosten, om uiteindelijk in Katmandu te belanden. Drie maanden lang ontdekte ik een vredig, geduldig en hartelijk volk met een onvergelijkbare beheersing van het weefgetouw. Ik bezoek deze fabrikanten en de dorpelingen nog steeds twee of drie keer per jaar. India is levendig, dynamisch, en zijn ambachtslieden produceren er in recordtijd werk van uitstekende kwaliteit. China daarentegen heeft een zeer hoog kwaliteitsniveau ontwikkeld, dat het mogelijk maakt complexe tapijten te vervaardigen. Natuurlijk passen wij ethische milieu- en sociale normen toe, met respect voor de uitzonderlijke knowhow van de wevers.


Hoe is deze samenwerking met de Waalse kunstenaars tot stand gekomen ?

Toen ik van mijn reis terugkwam, en na mijn militaire dienstplicht vervuld te hebben, begon ik met mijn vader te werken. Het concept van op maat gemaakte tapijten ontstond op natuurlijke wijze toen de klanten zich geleidelijk van de traditionele tapijten afwendden. En, op avant-gardistisch advies van Fernand Flausch, heb ik in 1993 een beroep gedaan op het talent van Luikse kunstenaars om de collectie nieuw leven in te blazen. Het plan, hoewel het zeer geprezen werd, heeft helaas niet het verwachte succes gehad. Wij zijn dus blijven werken aan projecten op maat voor grote namen uit de modewereld, 5-sterrenhotels en particulieren, zowel in België als in het buitenland. Pas in 2018 werd dit verlangen naar artistieke samenwerking weer aangewakkerd en kwam het eindelijk van de grond. Als kunstliefhebber omringde ik mij met een grote gemeenschap van kunstenaars wier werk mij raakte. Tijdens bezoeken aan tentoonstellingen aarzelde ik niet om deze kunstenaars te benaderen om banden te leggen. In de loop der jaren is deze lijst met namen gegroeid. In het algemeen is de feedback zeer positief wanneer ik een samenwerking voorstel.

Hoe worden de ontwerpen van de kunstenaars doorgegeven aan de wevers ?

Het is zeer boeiend om een bestaand werk op een doek over te zetten of om voor de gelegenheid iets geheel nieuws te creëren. De uitdaging ligt in het feit dat een tapijt de nuances en kleurgradaties van de verf niet kan reproduceren. Het oorspronkelijke schilderij moet dus aangepast worden om met deze dimensie rekening te houden. Wij voeren het ontwerp in een computerprogramma in dat in Nepal werd ontwikkeld en door alle fabrikanten wordt gebruikt om een uitvoerbaar project te verkrijgen. De knoopspanning wordt bepaald, evenals de 10, 12 of 15 garenkleuren die gebruikt zullen worden. Kunstenaars zijn vaak verrast door het eindresultaat. Dan beslissen we welke textuur we gaan gebruiken : zijde, wol, linnen of bamboe-viscose ? Ten slotte kunnen we met onze software het tapijt visualiseren in een compleet virtueel interieur. Aan het eind van deze vier stappen vertrouwen wij de uitvoering toe aan een van onze werkplaatsen in India, China of Nepal.

Wat zijn de productiefasen in Azië ?

Het ontwerp wordt aan de uitgekozen fabrikant verstrekt om de productie te beginnen op een even oude als indrukwekkende machine. In Nepal zitten soms negen mensen naast elkaar, met de hand draad na draad te knopen, met een nauwgezetheid en een know-how die van generatie op generatie wordt doorgegeven. De meester verver, de spil van het werk, stelt geheimzinnige recepten samen op basis van pigmenten, om kleuren op maat te verkrijgen. Met een theelepeltje als uitrusting oefent hij zijn toverkunsten uit in een ketel die boven een houtvuur hangt. Eenmaal geknoopt, geweven of getuft, wordt het werk gewassen, geborsteld en lange tijd gedroogd in de zon en de wind. Wij verwachten dus altijd tragere leveringen tijdens de moessontijd ! Deze stappen zorgen voor zachtheid, glans en soepelheid in het tapijt. Deze wordt dan geschoren, en soms gebeiteld, om de scherpte van de tekeningen te onthullen.

Mogen wij de prijs van deze tapijten weten ?

Voor de verwezenlijking van een luxueus, uniek en handgemaakt tapijt moet men rekenen op enkele maanden wachttijd en een prijs die gaat van 300 tot 900 euro per vierkante meter. Dat kan overdreven lijken, maar een Tibetaans tapijt kan tot 230.000 knopen per vierkante meter hebben ! Maar de wereld van op maat gemaakte producten is grenzeloos, en mijn team gaat graag nieuwe uitdagingen aan …

Met een theelepeltje als uitrusting, de meester verver, de spil van het werk, oefent zijn toverkunsten uit in een ketel die boven een houtvuur hangt.

 

Vier Luikse kunstenaars

Anne Truyers


Haar universum bestaat uit geknoopte tapijten met plantaardige en organische motieven, verstrengelde lijnen, afdrukken, een kronkelig pad naar zichzelf toe. Een oneindig aantal paden, vezels en groeven, uitgesneden in levendige en rustgevende natuurtinten.

Philippe Waxweiler

De kunstenaar weigert banaliteit en gaat er prat op dat hij doet wat hij wil. Zijn scheppingen springen met beide voeten in de wereld van betovering, dagdromen, het spel van licht en textuur, humor en ironie.

Moshi Moshi

Philippe Knoops creëert getufte, geknoopte of geweven tapijten, vlak of in reliëf, unieke stukken of in beperkte oplagen, die totaal niet alledaags zijn. Een knotsgekke tekening, net zo overdadig als meesterlijk, in een nogal stedelijke, stripachtige stijl die er vrij en uitgelaten uitziet.

Françoise Gresse

Als schilderes, beeldend kunstenares en binnenhuisarchitecte creëert zij diepe, getextureerde en boeiende ontwerpen, waarbij zij zich uitdrukt door middel van repetitieve geometrische plantenmotieven, met een voorliefde voor natuurlijke tinten, Chinese kalligrafie en ruwe pigmenten.

EEN UITERMATE ‘NATUURLIJKE’ CHEF IN FONTIN

Stéphane Diffels is sinds de zomer van 2020 gevestigd aan de place du Tilleul, nog steeds in Fontin, waar hij een oude boerderij renoveerde in een stijl die zowel eigentijds als rustgevend aandoet. In het midden bevindt zich achter glas de open keuken van het restaurant. Een portret van de atypische chef van ‘L’Air de Rien’.

 


© Anrtone Melis

Stéphane Diffels ontdekte zijn passie pas op latere leeftijd, na een carrière in de supermarktsector. “Het duurde tot ik 33 was voor ik begon te koken. Na mijn eerste stagedag zag ik het licht : dit was iets voor mij ! Ik opende dan ook meteen mijn eerste restaurant.” Een enorm risico dus voor een chef die met helemaal niets begon. Omdat hij ook zijn gezin meesleurde in zijn avontuur, moest hij wel slagen : mislukken was geen optie. En, goed nieuws voor uw smaakpapillen, dit mooie avontuur zet zich al bijna twaalf jaar door. “Ik heb alles zelf geleerd en heb altijd mijn uiterste best gedaan. Als ik erop terugkijk, zou ik starters zoals ik toch één à twee jaar ervaring aanraden, zodat je beginnersfouten kan vermijden. Ik heb veel geluk gehad, denk ik.

Het jaar 2020 en de lockdown waren voor onze chef al bij al gunstig, want hij kon L’Air de Rien op de nieuwe locatie openen, ondanks de vertraging die de werken hadden opgelopen. Het gaat om een boerderij die werd gerenoveerd met natuurlijke materialen, zoals hout en klei, in rustgevende kleuren en met een warme uitstraling. Bij de heropening in juni 2020 was het een overrompeling : het restaurant was drieënhalve maand lang een voltreffer, en toen ging de sector dicht. “De lockdown heeft me echt goed gedaan. De werken aan de boerderij hadden vertraging opgelopen, en we werden stilaan gek in de kleine keuken van het oude restaurant. We hadden wat afstand nodig. Ik kon dan ook stoppen met werken zonder me schuldig te voelen, en mijn batterijen opladen zodat ik me volledig op mijn nieuwe project kon storten”.

De verhuizing heeft vandaag het grote voordeel dat er meer bewegingsruimte is, want de chef kan zijn talent voortaan recht aandoen in een grotere keuken. Binnenkort komt er ook een terras bij.

De lokroep van de natuur en van lokale producten

Eerst had het restaurant een klassieke kaart, maar al snel vond het idee ingang om slechts één menu aan te bieden met lokale producten. Vandaag ligt de keuken erg dicht bij de natuur, in een gebouw dat is opgetrokken uit hout en klei. “De inspiratie kwam vanzelf, ik voelde automatisch wat ik moest doen.” Voor Stéphane is het essentieel om met seizoensproducten te werken. Hij maakt gebruik van het gistingsproces en gaat op zoek naar de techniek of cuisson die het product centraal plaatst. Het verlangen om met lokale producten te werken, vormt tegelijkertijd natuurlijk ook een beperking en dwingt je ertoe je creativiteit de vrije loop te laten.

Het menu bestaat uit verschillende gangen, want hij werkt dan wel met weinig producten, maar die worden op verschillende manieren bereid. “Ik wil de klant een reis laten maken met producten van bij ons. Mijn keuken is vrij ruw en ziet er eenvoudig uit, maar de smaak is bijzonder subtiel, verfijnd, genuanceerd en verrassend. Het daglicht valt volop binnen in de keuken, en op die manier kunnen we de seizoenen echt volgen, dat is bijzonder fijn. Er zijn geen grenzen. In de tuin hebben we bomen geplant, en op de binnenplaats aromatische kruiden. We werken met plaatselijke wilde kruiden, en dat zet ons ertoe aan op een andere manier te koken.

Een andere nieuwigheid : de keuken met houtvuur. Stéphane plaatste een barbecue om terug te keren naar de basis, de essentie, “want er bestaat geen natuurlijker manier om te koken”. Ook dat is weer een beperking, die hem ertoe aanzet creatief te denken. Al die keuzes ademen de passie van de chef voor zowel het koken als voor zijn streek. “Ik hoef niet per se mijn techniek te laten zien, maar ik wil schoonheid tonen, in zijn pure vorm, eenvoudig, zonder al te veel opsmuk.” Die visie geldt ook voor de sfeer in het restaurant en de ontvangst van de klanten. In L’Air de Rien voelen die zich thuis. Als je binnenkomt, ruik je het houtvuur, er hangt een warme sfeer die doet denken aan kampvuren, warmte, … Je voelt dat je hier welkom bent.

Ik heb alles zelf geleerd en heb altijd mijn uiterste best gedaan. Als ik erop terugkijk, zou ik starters zoals ik toch één à twee jaar ervaring aanraden, zodat je beginnersfouten kan vermijden. Ik heb veel geluk gehad, denk ik.”

 


© Anrtone Melis

Een familiale geest

Het is geen makkelijk vak, maar het past wel bij Stéphane, die eerder teruggetrokken van aard is en pas later op de avond echt loskomt. “Ik hou van een familiale, gezellige sfeer, waarin iedereen werkt alsof het voor zichzelf was. Ik geef veel verantwoordelijkheid en delegeer in een participatieve geest. Ik bepaal de richting, maar geef iedereen veel vrijheid. Als ik over een nieuw gerecht nadenk bijvoorbeeld, leg ik het aan het team voor en mag iedereen erover nadenken, zijn mening laten horen, voorstellen doen, enz.” Op die manier kan iedereen zich thuis voelen en zich optimaal ontplooien in zijn werk.

Een stijl die zichtbaar vruchten afwerpt, want er zit geen groot verloop in het team van Stéphane, en dat is in deze sector uitermate zeldzaam. De vier personen die met hem samenwerken, in de keuken en de zaal, waaronder Bertrand die zijn vennoot is geworden, werken er al jarenlang. “Ik stop heel veel energie in een goede dynamiek en in een team dat gelukkig is op het werk. Dat is erg belangrijk voor me.” 

Score 16/20 van Gault & Millau


© Anrtone Melis

In de lente van vorig jaar begon Stéphane Diffels tijdens de lockdown met take away onder de naam ‘Menu à 4 mains’. Hoewel hij daarmee niet op dezelfde manier kon koken en ook niet dezelfde inkomsten genereerde, was het voor hem toch een verrijkende ervaring. “
Dat soort dienstverlening zorgt voor een nieuwe dynamiek. We brengen een hele week samen door om het menu samen te stellen en de gerechten te perfectioneren. We verdienen weliswaar minder, maar het is wel aangenamer en het biedt je de kans nieuwe werkwijzen te ontdekken.
2020 was dus niet alleen maar negatief, want het was ook het jaar waarin het restaurant de bijzonder mooie score van 16/20 kreeg van de guide Gault & Millau.
Ik ben natuurlijk erg blij met die erkenning. Wat de toekomst betreft zal ik al heel blij zijn als mijn team en mezelf weer van ons vak kunnen leven, onze klanten weer kunnen ontvangen en het succes voortzetten dat we op ons vorige adres hadden. Dat zou de mooiste overwinning zijn.


L’Air de Rien
Place du vieux Tilleul 14
B-4130 Fontin
+32 (0) 4 225 26 24

www.lairderien.be

DUURZAME SKI’S OP MAAT


Wie op zoek is naar exclusieve houten ski’s, kan niet om Pierre Gerondal heen. Deze ambachtelijke timmerman uit Malmedy maakt supersterke hightechproducten met een kleine ecologische voetafdruk. Ontmoeting met een hartstochtelijke skiliefhebber.


Het is heel chic om met Belgisch materiaal te skiën ! En het zal u misschien verbazen, maar de Belgen staan bekend als skifans. Op dat punt laten ze de Fransen ver achter zich. Skiën is een passie die Pierre Gerondal, een ambachtelijke timmerman uit Malmedy, nooit is kwijtgeraakt. Sinds zijn tienerjaren vervaardigt hij zelf zijn sportbenodigdheden. Dat begon met windsurfplanken en surfboards. In eerste instantie wilde hij daarmee geld besparen, maar gaandeweg leerde hij het composiet beheersen, terwijl zijn vrienden het materiaal echt van goede kwaliteit vonden. Stap voor stap legde hij zich ook toe op het maken van ski’s, die dankzij mond-tot-mondreclame steeds meer aftrek vonden.

In het begin was het een activiteit ernaast, mijn hobby. Maar toen ik zag dat mijn familie, vrienden en kennissen de voorkeur gaven aan mijn ski’s boven de meer industriële merken, begon ik na te denken. Ik heb eerst een sabbatical van twee jaar genomen. Daarna heb ik mijn baan opgezegd en ben ik begonnen.

Duurzame ski’s met traceerbaarheidsgarantie

Ik heb een duurzamere en milieuvriendelijkere ski ontwikkeld. Dat lag me aan het hart, want skiën is helaas een van de meest vervuilende sporten. Voor mij is het dus belangrijk om daaraan te werken. Ik wilde een andere kijk geven op mijn passie.

Het is mogelijk om snelle en duurzame ski’s te maken. Het geheim zit aan de binnenkant. In zijn werkplaats gebruikt Pierre niet meer dan drie materialen voor de fabricage : glasvezel, epoxy en hout.

Het gebruikte hout komt uit België of naburige landen, waarbij een straal van maximaal 250 kilometer wordt aangehouden : Belgische Ardennen, Duitsland en Frankrijk. Pierre werkt met lokale inheemse houtsoorten, zoals essen, douglas, populier, beuken en notenhout. En als kunststofvervanger gebruikt hij robinia, dat bestand is tegen kou en regen. De andere houtsoorten worden gemengd naar gelang de skiër en de vorm van skiën die hij of zij beoefent.

Die garantie van oorsprong en traceerbaarheid voor de gebruikte materialen is zo’n beetje ons handelsmerk, onze belofte ten aanzien van duurzaamheid en milieuvriendelijkheid. Als blijk van vertrouwen vermelden we de herkomst van elk gebruikt materiaal op de factuur.

De ski’s hebben een levensduur van ongeveer tien jaar, maar omdat ze na afloop van elk seizoen gerepareerd kunnen worden, heeft nog niemand een paar weggegooid. Zoals hij het heeft ontworpen, kan het houten gedeelte altijd gerenoveerd worden. “We hebben nog geen ski’s weggegooid. Een anekdote die bij ons de ronde doet, gaat over klanten die zeggen : ‘Zo, mijn ski’s zijn tien jaar oud, nu ga ik een nieuw paar proberen. Maar jullie moeten ze nog één keer opknappen, zodat ik ze in mijn woonkamer kan uitstallen ! 

Dit Belgische goudhaantje verleidt steeds meer liefhebbers. Ondanks de coronacrisis verwacht het bedrijf vóór het einde van het jaar 225 paar ski’s te verkopen.


Ski’s op maat : een wereldprimeur

Pierre Gerondal beschikt over een showroom in Brussel, waar vaak de eerste contacten worden gelegd. Elk type ski wordt aangeboden in zes modellen. Als de klant een keuze heeft gemaakt, worden de ski’s aangepast aan zijn gewicht, lengte, manier van skiën, favoriete pistes enz. “De klant kan ze dan een week lang testen en terugkomen om bepaalde wijzigingen te laten aanbrengen. Als de skiër zegt : ‘Het trilt daar een beetje’, wijzigen we het karakter van de ski met composietmateriaal. We gebruiken geen carbon, behalve aan het einde om de wijzigingen definitief te maken. Het resultaat is een eindproduct op maat ! Dat is een exclusieve service die we bieden.

Zelfs skifabrikanten kijken van een afstand toe wat Pierre doet om te zien wat werkt en aanslaat bij het publiek. “Met onze omvang en gepassioneerde klanten hebben we de middelen om dingen te testen en proefondervindelijk te werk te gaan. De industrie kan zich dat niet veroorloven, maar laat zich wel erdoor inspireren. Zo waren wij het eerste bedrijf dat linnenvezel in al zijn ski’s gebruikte. Dat is namelijk een materiaal dat trillingen bijzonder goed absorbeert. Tegenwoordig wordt het door alle fabrikanten gebruikt.

Hoewel de ski’s uit Malmedy in het begin voor wedstrijdskiërs werden gemaakt, is Gerondal tegenwoordig een merk dat voor iedereen toegankelijk is. Aan deze kwaliteit hangt natuurlijk wel een prijskaartje. Het instapmodel kost 1.400 euro zonder bindingen, inclusief heen en weer reizen. En dat is heel normaal, gezien de kwaliteit van de gebruikte materialen en de tijd die nodig is om de ski’s te fabriceren. Per paar moet worden gerekend op ongeveer dertig uur.

Dit Belgische goudhaantje verleidt steeds meer liefhebbers. Ondanks de coronacrisis verwacht het bedrijf vóór het einde van het jaar 225 paar ski’s te verkopen. “Bij ons zijn klanten soms al aan hun tweede of derde paar toe, omdat ze bijvoorbeeld van de piste overstappen op freeriden.

“Ik heb weleens een ski tien keer met verschillende materialen hersteld om het gewenste resultaat te bereiken.”


Resultaat van jarenlange ervaring

Het kost enorm veel werk, ervaring en heen en weer reizen om zover te komen”, zegt Pierre. We proberen veel uit en laten ski’s door andere mensen testen om feedback te krijgen. Ik heb weleens een ski tien keer met verschillende materialen hersteld om het gewenste resultaat te bereiken. Na twintig jaar heb ik nu de nodige ervaring om te weten wat van invloed is op de ski en wat de skiër prettig vindt.

In de houtbewerkerij in Malmedy, waar hij samen met Justine Corman en twee arbeiders werkt, kiest Pierre de houtsoorten en vervaardigt hij de ski’s. Die knowhow past hij ook toe bij het maken van meubels, waarbij hij het milieu ontziet en stevigheid en duurzaamheid vooropstelt. Van het hout wordt 65 % gebruikt om ski’s te maken, terwijl de rest bestemd is voor meubels. Zijn vriendin, die interieurarchitect is, gebruikt de materialen uit de werkplaats bijvoorbeeld voor haar ontwerpen : een terras van robinia, een wellnesscenter of douche van carbon enzovoort. Zij profiteert van de kennis die de werkplaats van composiet heeft en zo ontstaat een win-winsituatie. “We zouden twee mensen in dienst kunnen nemen om het team aan te vullen. De moeilijkheid is dat er geen opleiding voor dit werk bestaat. Je zou dus de tijd moeten vinden om ze op te leiden. En in dit vak duurt het drie tot vijf jaar voordat iemand zelfstandig kan werken ...


De vriendin van Pierre Gerondal is interieurarchitecte en gebruikt materiaal uit het atelier voor haar creaties.

www.gerondal.com

EEN GOED LOPEND HIJSBEDRIJF

Europa-Levage sprl, de laatste fabrikant van bovenloopkranen met kokerbalken in Wallonië, is sinds 1966 gevestigd in Verlaine. Meer dan 1400 projecten, die tot nu toe vrijwel overal ter wereld zijn uitgevoerd, getuigen van de dynamiek van het bedrijf.

 

Elk industrieel bedrijf heeft een hijsinrichting nodig, bijvoorbeeld om vrachtwagens te lossen of lasten veilig binnen of buiten een gebouw te verplaatsen. Heftrucks zijn weliswaar flexibel, maar wanneer er een vrije ruimte op het nuttige vloeroppervlak aanwezig is, kunnen ze die niet gebruiken. Onder andere voor dat soort situaties kan Europa-Levage een deskundige oplossing bieden met zijn bovenloopkranen, die tot 250 ton kunnen hijsen over een bereik van 40 meter.

Het bedrijf is in 1966 opgericht door mijn vader”, zegt directeur Bernard Rousseau. “Hij werkte als industrieel ingenieur bij een bedrijf in Huy dat bovenloopkranen maakte en failliet ging. Hij heeft toen drie mensen overgenomen en is hier in Verlaine voor eigen rekening begonnen, in ditzelfde gebouw dat hij eerst gehuurd en daarna gekocht heeft. Wij zijn het laatste bedrijf dat deze hijsinrichtingen volledig zelf vervaardigt op basis van plaatstaal dat we inkopen en stomplassen om er kokerbalken van te maken. Ik zet trouwens ‘Made in Belgium’ op die kokerbalken, want ik ben er trots op dat we ze hier vervaardigen. Wat we in de werkplaats fabriceren, is voor bijna 100 % Waals : het lakwerk en de elektrische aandrijving komen uit de provincie Luik en het plaatstaal is afkomstig van Arcelor Mittal België.

Luisteren naar de klant

Voor zijn opleiding aan het Institut Gramme in Luik (tegenwoordig HELMo Gramme), waar hij in 1988 afstudeert als industrieel ingenieur, schrijft Bernard Rousseau een scriptie over bovenloopkranen met kokerbalken. Nadat hij zijn dienstplicht heeft vervuld als reserveofficier bij de genie, werkt hij een jaar als manager en volgt hij enkele stages in het buitenland.

Na negen jaar te hebben geprofiteerd van de professionele ervaring en morele waarden van zijn vader krijgt hij in 1999 de leiding over het bedrijf. “Er wordt vaak gezegd dat je beter ergens anders je sporen kunt verdienen, maar ze hadden me nodig in het bedrijf. Ik ben direct begonnen om de productie van begin tot eind te verzorgen, inclusief ontwerp en calculatie. We exporteerden ooit naar een stuk of dertig landen, vooral naar Algerije, maar de globalisering heeft daar een einde aan gemaakt. Niettemin blijven we concurrerend, ondanks de afstand. We verpakken alles in Verlaine en laden het op vrachtwagens, die het materiaal via een haven bij onze klanten afleveren. Meestal is ter plaatse een monteur aanwezig ; vergelijk het met een bouwpakket voor een meubelstuk. Maar we kunnen natuurlijk ook technische bijstand verlenen. Het is belangrijk om naar de klant te luisteren en storingen snel te verhelpen.


In 1999 neemt Bernard Rousseau de leiding van Europa-Levage over van zijn vader.

“ Ik wil mijn kennis aan iemand overdragen. Als hij goed is, krijgt hij een goed salaris en wordt hij later misschien wel directeur van de zaak. Je kunt hier een mooie toekomst opbouwen, maar dan moet je wel geduldig zijn.”


Een opleiding van lange duur

Europa-Levage bouwt ongeveer dertig kranen per jaar, die in prijs variëren van 15.000 tot 300.000 euro, afhankelijk van het soort kraan en takel. En dat allemaal met slechts tien mensen ! “We zijn met vijf man in de werkplaats (elektricien-werktuigkundige, lasser, lasser-monteur) en vijf op kantoor, waarbij altijd een technicus en een ingenieur klaarstaan om een storing op te lossen bij de klant. Daardoor kunnen we heel flexibel zijn en binnen vier uur bijstand verlenen.

In de werkplaats zijn alle medewerkers tussen 28 en 40 jaar oud. Hoewel hun toekomst verzekerd is, zijn er maar weinig nieuwkomers die echt gemotiveerd zijn. “Je kunt het vak nergens leren, alleen door te werken”, vervolgt Bernard Rousseau. “Maar het kost tijd om met een hijsinrichting te leren werken. Minimaal vijf jaar om het vak te leren kennen en tien om het te beheersen. Zelfs voor een lasser is een interne opleiding van één of twee jaar nodig. Als je iemand aanneemt die na twee jaar weer vertrekt, moet je helemaal opnieuw beginnen met de volgende. En dat is behoorlijk vermoeiend. De mensen die hier komen, stellen vaak al looneisen voordat we over het werk hebben gesproken. Dat is niet mijn manier van denken. Ik wil mijn kennis aan iemand overdragen. Als hij goed is, krijgt hij een goed salaris en wordt hij later misschien wel directeur van de zaak. Je kunt hier een mooie toekomst opbouwen, maar dan moet je wel geduldig zijn.

Europont België

Europa-Levage ontwerpt, vervaardigt, installeert, repareert en onderhoudt alle soorten bovenloopkranen (enkelligger, dubbelligger, portaal, semi-portaal) en andere hijsinrichtingen. De onderneming levert ook handbediende takels, elektrische takels (met ketting, kabel of band), drukvast materieel (bestand tegen explosies), gieken, lieren enz.

Het bedrijf Verlinde, dat in Frankrijk al 150 jaar marktleider op het gebied van hijsinrichtingen is, stelde Europa-Levage in 1991 aan als vertegenwoordiger van zijn onderdelen voor de bouw van bovenloopkranen. In 1997 werd het Europont België-netwerk opgericht, waarin Europa-Levage een centrale rol vervult.

Meer dan 1400 projecten, die tot nu toe met name in Marokko, Algerije, Mauritanië, Madagaskar, Iran, Italië, de Filipijnen, China, India, de Verenigde Staten, de Verenigde Arabische Emiraten en Jemen zijn uitgevoerd, getuigen van de dynamiek van het bedrijf.

Europa-Levage heeft zelfs een eigen certificering in het leven geroepen (‘ISO EUROPA’), waarbij elke kraan opnieuw wordt gecontroleerd door het bedrijf.

DE PRODUCTIEFASEN

Nadat de technische voorwaarden met de klant zijn opgesteld, worden de grondstoffen (staal, lak en elektrische aandrijving) besteld, waarna de onderdelen worden geassembleerd. Als de kokerbalk volledig gereed is, wordt deze in de werkplaats of bij een onderaannemer (in het geval van speciale lak) gelakt. De bovenloopkraan wordt vervolgens geëlektrificeerd en ondergaat een reeks tests in de werkplaats om te controleren of alles goed werkt (elektrisch, mechanisch en optisch). Na een controle van de montageomstandigheden ter plaatse wordt de kraan geleverd en dan bij de klant gemonteerd.
Ter plaatse voert een onafhankelijke keuringsinstantie proefbelastingen uit om de kraan nogmaals te controleren, waarna deze in bedrijf wordt gesteld.


www.europa-levage.be

3D-PRINTEN VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

Any-Shape is normaal actief op het gebied van additive manufacturing, maar zet zijn machines nu in om het coronavirus te bestrijden. Het mkb-bedrijf uit Flémalle produceert enthousiast swabs voor medische monsters en filterhouders voor mondmaskers.



Roger Cocle en Bernard Herry, stichters en leiders van Any-Shape.

Het verhaal van Any-Shape begint wanneer Roger Cocle en Bertrand Herry, die op dat moment bij het Centre de Recherche en Aéronautique (Cenaero) in Charleroi werken, elkaar ontmoeten. In 2015 worden ze vennoten en besluiten ze om Any-Shape in Flémalle op te richten, waar ze met zijn tweeën leiding aan geven. De jonge onderneming specialiseert zich vanaf het begin in additive manufacturing op basis van metaalhoudende materialen en polyamiden. “De behoefte aan 3D-printen neemt al jarenlang toe, vooral in de industrie. Het Waals Gewest had destijds veel geld geïnvesteerd en onderzoek gedaan op dit gebied, maar er was geen commercieel bedrijf dat die kennis kon omzetten in een concrete toepassing voor de markt. Dat wilden wij gaan doen”, zegt Bertrand Herry als toelichting op de ontstaansgeschiedenis. Het kapitaal wordt voor 20 % gefinancierd door de SRIW en voor 80 % door de twee vennoten, die gezelschap krijgen van Guy Janssens (GDTech) en Michel Tilmant (ex-Samtech). “Al vrij snel hadden we klanten in de defensiesector, de luchtvaart, de transport- sector en de auto-industrie”, herinnert de CEO zich.

Onderaannemer van Airbus

De laatste jaren heeft het mkb-bedrijf met name gewerkt voor een aantal Belgische klanten, zoals CMI (John Cockerill), maar vooral voor internationale zwaargewichten, waaronder Citroën, Volvo, Safran en Airbus. In 2019, terwijl de omzet van Any-Shape al meer dan 1,5 miljoen euro bedraagt, wordt het bedrijf door Airbus als onderaannemer geselecteerd om 3D-geprinte vliegtuigonderdelen te maken op basis van scandium-aluminium, een nieuw en hoogwaardig aluminiumpoeder.

Het bedrijf uit Flémalle heeft nu ongeveer tien man personeel, waarvan de helft wordt gevormd door ingenieurs en technici. “Iedereen helpt mee en verricht taken buiten het strikte kader van zijn functie. Zo hebben de technische profielen allemaal het volledige productieproces onder de knie.” De interne organisatie berust op drie pijlers : onderzoeks- en ontwerpafdeling, werkplaats en materiaal- en kwaliteitscontrole. “De kern van wat we doen, is voor elke sector hetzelfde. Een constant R&D-beleid is noodzakelijk om je van de concurrentie te onderscheiden. We hebben bijna allemaal dezelfde machines. De manier waarop je ze laat werken (snelheid, vermogen enz.), maakt het verschil. Dat is te zien aan de kwaliteit van de onderdelen.” Jaarlijks wordt 35 % tot 40 % van de omzet besteed aan onderzoek.

“ Zowel voor mondmaskers als voor swabs geldt dat het tekort wereldwijd en de vraag enorm is. Onze productie van kunststof is sindsdien volledig bestemd voor deze onderdelen.”


Bestellingen in verband met het coronavirus

Een keerpunt in de korte geschiedenis van Any-Shape is het coronavirus, dat de bestellingen overhoop haalt en een beroep doet op alle werkzame krachten binnen het bedrijf. “Aan het begin van de crisis merkten we dat onze activiteiten echt afnamen”, herinnert de CEO zich. Hij grijpt daarom de kans om mee te doen aan een door het CHU de Liège gecoördineerd project om verschillende soorten mondmaskers te maken.Onze rol was om beschermende vizieren, filterhouders voor FFP2-maskers en geïntegreerde debietmeters in de beademingstoestellen te maken. Door op die manier een bijdrage te leveren, konden we de activiteit in de onderneming herstellen en onze medewerkers inschakelen.

Het mkb-bedrijf uit Flémalle produceert vervolgens neus- en keelswabs, die gebruikt worden om monsters te nemen tijdens virologische screeningtests. “Dit project is een voorbeeld van de knowhow die we in vier jaar hebben opgebouwd, hoewel we specifieke parameters moesten ontwikkelen om onderdelen met zulke kleine details te kunnen printen. De uitdaging was om een ontwerp te vinden dat de traditionele wattenstructuur vervangt, maar toch vergelijkbare resultaten oplevert.

100.000 swabs per week

Als het prototype gereed is, organiseert het CHU een klinische laboratoriumstudie en een proef onder 150 patiënten om het hulpmiddel te testen. Eind april geeft het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) zijn goedkeuring, waarmee de weg vrij is om deze onderdelen op de markt te brengen. “Zowel voor mondmaskers als voor swabs geldt dat het tekort wereldwijd en de vraag enorm is”, vervolgt Bertrand Herry. “Onze productie van kunststof is sindsdien volledig bestemd voor deze onderdelen. De teams hebben continu gewerkt om in serie te kunnen produceren. De werkroosters van alle medewerkers zijn aangepast om de niet-productieve tijd zo veel mogelijk te beperken.

Zo draaien de machines sinds april op volle toeren en kunnen ze per week 100.000 buigzame swabs van nylon produceren. Er wordt voorrang gegeven aan de federale overheid. “We zijn trots dat we mogen helpen om de pandemie te bestrijden. Daarnaast stelt deze nieuwe productie ons in staat om voor de gezondheidszorg te werken. Een nieuwe afzetmarkt voor Any-Shape.

www.any-shape.com

Your opinion counts