Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

De gebruikelijke regels breken en 100% Waalse meubels maken, dat was de uitdaging die twee neven uit de streek van Luik met succes aangingen en die aan de basis lag van het merk BANDI. In 2017 werd er al een vijftigtal combinaties (tafel en stoelen) verkocht en dit jaar zou de productie moeten verdubbelen.

 

Soms leidt frustratie tot het ontstaan van mooie dingen. Omdat Thomas Crucifix het vier jaar geleden beu was showrooms af te dweilen om banken voor zijn salontafel te vinden, tekende hij zelf het geschikte meubel en liet het door een ambachtsman uit zijn buurt maken. «Ik vond alles ofwel te duur ofwel niet naar mijn zin», legt hij uit. «Ik wilde iets lichts dat uit één stuk bestond». De man is nochtans helemaal geen ontwerper, doch handelsingenieur. Maar iets heel persoonlijks ontwerpen, is verleidelijk. «Al vlug vroegen vrienden en familieleden me waar ik die bank gevonden had. Ze wilden er ook zo een. En bovendien een tafel voor hun terras. Toen vroeg ik me af of er misschien iets te doen viel...». 

Om zijn plan ten uitvoer te brengen, deed Thomas een beroep op zijn neef Olivier Collette, een architect. Beiden vullen elkaar aan. De ene barst van de ideeën terwijl de andere zakelijker is. «Toen er moest worden nagedacht over technische oplossingen voor een grootschalige productie, of toen we sommige lijnen moesten verfijnen om het product te verbeteren en de kosten te drukken, bleken de kennis en kunde van Olivier zeer belangrijk», legt Thomas uit. Er ontstond al snel een ontwerp. Een tafel en een bank die zowel binnen  als buitenshuis konden worden gebruikt. Het BANDI-gamma was geboren. «Een terras met mooie meubelen verfraait alles en geeft persoonlijkheid aan het geheel. Ik kan u verzekeren dat onze witte tafel (de meest verkochte kleur, NVDR) in de zomerzon een prachtig effect heeft!»

In Wallonië gemaakt

Maar beide mannen denken al veel verder. Ze willen dat die creaties betaalbaar en duurzaam zijn en – heel belangrijk – in Wallonië worden gemaakt. «Alles wordt dicht bij ons gefabriceerd en hier niet enkel afgewerkt, zoals bij sommige van onze concurrenten», benadrukt Olivier. «We bevinden ons in een streek, namelijk Luik, die door en voor metaal heeft geleefd. Het gereedschap bestaat en de kennis is er ook nog. Die industrie en dat ambacht moeten opnieuw worden uitgevonden. Waarom iets in het buitenland fabriceren, terwijl we hier een echt potentieel bezitten?» 

Verscheidene maanden lang tekenen, verbeteren en verfijnen de twee neven het concept. Meerdere onderaannemers sluiten zich bij hen aan en brengen ook hun vakmanschap in. «Het is ongelooflijk te zien wat je hier allemaal kunt doen», vervolgt Olivier. «Een voorbeeld: een van onze leveranciers heeft nog een oude pers om platen te plooien. Met die machine kunnen we doen wat we willen. Onze concurrenten hebben die flexibiliteit niet meer». 

Maar al vlug krijgen de neven te maken met de werkelijke toestand op de markt en met de productiekosten in België. Ze laten zich echter niet ontmoedigen, doch passen hun product en hun productiecriteria aan. «Wij bieden industrieel vakmanschap aan», legt Olivier uit. «We moeten voldoende produceren om de kosten te verlagen en tegelijk ‘ambachtelijk werk’ te blijven leveren.» En Thomas geeft meer uitleg : «Het is duidelijk dat 2.500 euro voor een tafel en 1.000 euro voor een bank veel geld blijft. Daarom moeten we een tijdeloos design aanbieden, dat het terras of de tuin echt zal verfraaien. En dat heel lang meegaat!»

De nadruk op kwaliteit

Elke tafel en elke bank van BANDI is gemaakt van aluminium, een materiaal dat in grafisch opzicht even fijn is als robuust in het gebruik. Ook de schildering is van het industriële type en staat borg voor een lange levensduur. «We hebben echt de nadruk willen leggen op kwaliteit. Die verf is zeer sterk. Kijk maar eens hoe sommige minder dure houten tafels er na enkele jaren uitzien. Zoiets willen wij absoluut vermijden», besluit Olivier. 

Vandaag kent BANDI meer en meer succes. In 2017 werd er een vijftigtal combinaties (tafel en banken) verkocht en dit jaar zou de productie dubbel zo groot moeten worden. «Er bestaat een echte trend om bij ons geproduceerde topproducten te kopen», gaat Thomas voort. «Men is er trots op een stuk ‘made in Wallonia’ te bezitten. Het zijn onze klanten zelf die dat zeggen. Ze zoeken plaatselijke producten, zowel voor hun eten als voor de andere aspecten van het dagelijks leven. En wat maakt daar meer deel van uit dan het huis en de inrichting ervan?» 

Vlaanderen overtuigen ?

Een andere reden waaraan het merk zijn succes misschien te danken heeft, is het verkoopcircuit met een korte keten en zonder tussenpersonen. «Met de marge die tussenpersonen nemen, hadden we geen betaalbaar prijzengamma kunnen aanhouden», geeft Olivier toe. «We werken dus anders. De sociale netwerken en de mond-tot-mondreclame zijn vandaag onze beste bondgenoten». En Thomas voegt daaraan toe : «We amuseren ons met een beetje uit de toon vallende campagnes. Als je iemand aan het lachen brengt, win je waarschijnlijk een klant. Maar het is ook heel belangrijk dat die klant de tafel kan aanraken en op de banken kan zitten. Daarom werken we met regionale ambassadeurs. Firma’s en merken, maar ook particulieren die van onze producten houden en ze tonen». 

Gezeten op het terras van hun kantoor en leunend op de jongste versie van hun tafel, zien beide vennoten de toekomst met een zekere opwinding tegemoet. «We zouden met ‘made in Wallonia’ heel graag gaan prospecteren in Vlaanderen», bevestigt Thomas. «De markt is veel groter voor topproducten», legt Olivier uit. «We zouden ook graag onze eigen productiewerkplaats oprichten. Door het werk aan onderaannemers uit te besteden, hebben we tot nu toe niet veel risico genomen, maar binnenkort zullen we wel een keuze moeten maken».

In gedachten zien beide mannen het BANDI-gamma al anders evolueren. Meer komen we daar echter niet van te weten. «Daarover zullen we het te zijner tijd hebben», zeggen ze met een brede glimlach.

«Met de marge die tussenpersonen nemen, hadden we geen betaalbaar prijzengamma kunnen aanhouden. We werken dus anders. De sociale netwerken en de mond-tot-mondreclame zijn vandaag onze beste bondgenoten»

 

 
 
 
 
 
 
 
 WADD sprl
Zone industrielle d'Awans
Rue de la Chaudronnerie 2
B-4340 Awans
+32 4 290 29 30

www.bandi.design

Kennismaken met de geschiedenis van een steenkoolmijn en met het werk van de kompels door 60 meter onder de grond liggende galerijen te bezoeken, is verre van banaal. Maar in Blegny kan dat bezoek bovendien met de ontdekking van nieuwe smaken gecombineerd worden.

 

 

De gemeente Blegny ligt ten noordoosten van Luik, aan het begin van het Land van Herve, in het gebied van de Benedenmaas. De steenkoolmijn van Argenteau-Trembleur is een van de belangrijke Waalse mijnsites die, onder de naam «Blegny-Mine», door de Unesco is erkend als Werelderfgoed. Jacques Crul, de directeur ervan, geeft enthousiast en dynamisch leiding aan een toegewijd team dat deze laatste mijnconcessie uit de streek tot haar recht wil doen komen en, onder de hoede van de Provincie, de originele reconversie ervan tot toeristisch domein en gedenkplaats tot een goed einde wil brengen.

Aangezien de site de enige in België is waarvan de ondergrondse gangen nog via een oorspronkelijke schacht toegankelijk zijn voor bezoekers, kan deze mysterieuze en fascinerende wereld heel authentiek worden getoond tijdens boeiende rondleidingen. Ongewoon toerisme ? Zeker en vast, maar echt origineel wordt het pas wanneer de smaakpapillen betrokken worden bij de dorst naar kennis. De eerste vrijdag van elke maand (tot oktober) biedt «Blegny-Mine» immers een «Mijnaperitief» aan, waarvoor men dient te boeken. 

Afdalen in een kooi

Om dit mooie avontuur mee te beleven, sluiten we ons aan bij een groepje. We krijgen eerst een film te zien over de geschiedenis van en het leven op de plaats. Dan komt het grote ogenblik. De kleine Thomas (8 jaar) houdt de hand van zijn mama wat steviger vast. Valérie, die al bijna 12 is, kijkt ernstig maar is ook een beetje bang. Een bejaard koppel vraagt zich af of heup, knieën en enkels het wel zullen uithouden. Maar de gesprekken verstommen al. De bezoekers trekken de felgekleurde jassen aan en zetten de helmen op. Alles is klaar om met een «mijnkooi» af te dalen naar de ingewanden der aarde, eerst tot 30 en vervolgens tot 60 meter diep... Geen geluid meer in deze gedenkplaats, waar men ons deskundig en met een vleugje humor onbekende plekken toont : steengangen, lange mijngangen, pijlers en vooral het lawaai van de machines, het afmattende werk van de kompels.

Het bier van de «Houyeux» en de «Hèrtcheûses»

 

Het is in die boeiende wereld, die alle recht doet aan de rol en het lijden van de mensen in die onherbergzame omgeving, dat er enkele streekproducten worden aangeboden tijdens twee versnaperingspauzes om weer op adem te komen… Op het menu : kazen van de Fromagerie du Vieux Moulin (zie kaderstuk), heerlijke ambachtelijke vleeswaren van de Waide-hoeve in Blegny en bieren van de Houyeux en de Hèrtcheûses (die speciaal werden gemaakt door de brouwerij van de Abbaye du Val-Dieu). 

 

Zodra onze groep, nog nauwelijks van zijn emotie bekomen, weer het daglicht ziet, kan hij de weg volgen die de steenkool aflegde naar de sorteer  en waseenheden. Alle stappen worden getoond. Men valt van de ene verbazing in de andere verrukking bij het zien van die gebouwen, die nog in alle authenticiteit en eenvoud de geest van weleer uitstralen. En op het gezicht van de «mijnwerkers van één dag» verschijnt een glimlach…

In de mijn opgelegde wijn  

Sinds een jaar is er een duizendtal flessen Château du Coureau (een Graves-wijn uit Bordeaux) opgelegd in de ondergrondse gangen van de mijn en in het zich onder water bevindende deel van de Put. Die wijn werd «Rouge de la Mine» gedoopt en werd dus opgelegd in speciale omstandigheden (buiten het bereik van licht, lawaai en thermische schokken, bij constante temperatuur). Men kan er de wijn proeven en kopen. Dankzij dat unieke experiment op initiatief van de gespecialiseerde wijnbouwer Franck Labeyrie, verkrijgt men een wijn met unieke kenmerken, die zeer op prijs wordt gesteld door vinologen en ervaren kenners: een mooie neus van zwarte vruchten, een volle mond en een mooie lange afdronk.

 

Een klompje geluk

Het Land van Herve bestaat uit weiden, heggenlandschappen en beken. De koeien grazen er vreedzaam. Daar ontstond in de 13e eeuw de authentieke en hoogwaardige Hervekaas. In 1996 kende de Europese Commissie enkel aan de Hervekaas een «beschermde oorsprongsbenaming» toe. Dat BOB-label beschermt «de naam van een product waarvan de productie, de verwerking en de uitwerking plaats moeten vinden binnen een bepaalde geografische zone en met een erkende en vastgestelde knowhow.»

De onnavolgbare bijzonderheid van het erfgoedsymbool is te danken aan het klimaat en de aard van het weidegras : een smaak die de aroma’s ervan onthult. Hij heeft een krachtige geur, karakter en persoonlijkheid. Zijn opvallende smaak verleent hem een plaats op de beste kaasschotels. 

Volledig in de lijn van de traditie wordt Hervekaas heel eenvoudig met Luikse siroop op een snee brood gesmeerd. Daarbij kan men een goede kop koffie drinken (ine clapante jate di neur cafè), een halfzachte witte wijn, of een streekbier. Hij wordt hermetisch verpakt in de koelkast bewaard, waaruit hij één uur vóór de maaltijd wordt gehaald om hem zachter en romiger te maken. De Fromagerie du Vieux Moulin wordt geleid door Madeleine Hanssen-Polinard, die instaat voor de productie en de distributie van Hervekaas van ruwe melk, die wordt gemaakt zoals vroeger, maar dan met de technieken van vandaag.

 

 
Blegny-Mine
Rue Lambert Marlet 23 
B - 4670 Blegny 
+32 4 387 43 33


www.blegnymine.be

  • /

Deze 25ste editie  is gewijd aan twee grote artiesten die dit jaar zijn overleden en die, elk op hun eigen manier, een stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van het festival : Maurane en Mario Guccio.

 

 

Na twee jaar afwezigheid bereidde Maurane haar terugkeer voor met een eerbetoon aan Jacques Brel. Helaas besloot het lot er anders over: de mooiste stem van het Franse chanson heeft ons verlaten, terwijl we ons zo op haar terugkeer verheugden.

Ze stond op elke bühne van het festival: het podium Pierre Rapsat, de grote Salle des Fêtes van het Casino en trad op in het Petit Théâtre, in een intiemere sfeer.

Ze hield van artistieke ontmoetingen, gasten en duo’s : we zagen haar in het Fête à Fugain, voor een memorabel duet met haar vriendin Lara Fabian, met Jean-Louis en Marie Daulne (Zap Mama), Jean-Jacques Vannier en natuurlijk Philippe Lafontaine.

We denken hierbij ook terug aan de onvergetelijke « collectieve » Belgomania-avond, een creatief optreden op de Francos van La Rochelle in het Théâtre de la Coursive.

Een onvergetelijke avond met 100 % gegarandeerd Belgisch talent dat nog lange tijd één van de grote successen zal blijven van de Francos de Spa, geëxporteerd met Carton, Marka, Jeff Bodart, Philippe Lafontaine en Maurane. Kortom, een cocktail van de sfeer en productie Made in Belgium!

Maurane betekent ook een geweldige muzikale ervaring: van Starmania tot Les Enfoirés met experimentele ontmoetingen, waaronder het zeer mooie HLM-trio (Steve Houben, Charles Loos en Maurane). Geweldige herinneringen, die ons voor altijd bijblijven.

Al onze dank voor deze prachtige momenten.

Met of zonder Machiavel heeft ook Mario Guccio de geschiedenis van de Francofolies geschreven.

Je hoeft maar te denken aan het beroemde «Fête à Sttellla» in 1996, waarbij Machiavel weer optrad en de band nieuw leven inblies. Er was een hechte band ontstaan.  

Trouw aan het festival en in nauwe samenwerking met de organisatoren, heeft Mario onder alle omstandigheden het beste van zichzelf gegeven.

Ook hij, een groot zanger, componist, schrijver in zijn vrije tijd met een fantasievolle persoonlijkheid, heeft ons té snel verlaten. Hij hield van de Francofolies en dit was wederzijds.

Zeker is dat deze artiesten met uitzonderlijke stemmen daarboven allemaal zingen met Pierre Rapsat, Jeff Bodart en Jean-Louis Foulquier, oprichter van de Francofolies en grote radiopersoonlijkheid die ze altijd bijstond.

  • /

The place to be !

 

 

Het festival in Spa heeft zich in 24 edities ontpopt als HET must-attend zomerevent waar elk jaar topfiguren uit de artistieke, sportieve, economische, media- of politieke wereld elkaar ontmoeten in een bijzondere VIP-infrastructuur die uitermate geschikt is voor het onderhouden en uitbreiden van zakelijke relaties.

Voor deze 25ste editie van het festival bieden de Francos in 2018 totaal nieuwe VIP-pakketten aan die alleen maar voordelen bieden :

• Een beveiligde VIP-parking met shuttle die u naar de VIP-receptie van het festival brengt.

• Een persoonlijke ontvangst in de prachtige Salon Bleu van het Casino of in het Radisson Blu Palace Hotel in het centrum van Spa.

• Toegang tot ALLE op die dag geplande concerten : maar liefst 25 shows in plaats van 3 !

• Een aparte VIP-ingang met directe toegang tot de VIP-zone van de Place Royale. 

• Verbeterde maaltijdformules.

• U woont de belangrijkste shows bij vanaf een VIP-zone tegenover het grote podium.

• Permanente toegang tot de VIP-bars en -terrassen in een rustige, sfeervolle   omgeving in het centrum van het festival.

• Toegang tot de afterparty's na afloop van de concerten.

 

Een VIP-dag op de Francos 

12u30
Aanvang van de concerten op de verschillende podia van het festival en opening van de VIP-ruimte op de Place Royale, met toegang tot de VIP-bars en -terrassen.
 
17u30
Maaltijd (naargelang de formule, walking dinner of aan tafel geserveerd).
 
19u30
Eerste hoofdact op het podium Pierre Rapsat.
 
22u45
Belangrijkste hoofdact.
 
23u00
Opening van de afterparty.
 
03u00
Afsluiting van de dag.
 
 

Meer informatie en reservaties: 

www.francofoliesvip.be

  • /

 

 

De 25ste editie staat symbool voor wat het DNA van de Francofolies is: een subtiel cocktail van Franstalige hoofdacts, een stevige dosis Belgische artiesten en om opkomend talent te steunen, een grote portie ontdekkingen. Een subtiele cocktail rijk aan muzikale diversiteit.

Met de nieuwe locaties wordt het aanbieden van deze cocktail makkelijker want voortaan is elk concert en elke artiest toegankelijk voor alle festivalgangers.

Beknopt overzicht van de artiesten, van alle scenes gecombineerd.

Het festival behoudt zijn Franstalige wortels met Francis Cabrel, Calogero, Christophe Willem, Cœur de Pirate, Suarez, Daran, en met de nieuwe Franstalige generatie : Tim Dup, Amir, Aliose, Clara Luciani, Lea Paci, Arcadian, Foé, Hoshi... En de Belgen Samir Barris, Charlotte, Faon Faon, Paleis Zappeur, Isolde, Ebbene, Greg Houben, Simon Delannoy, Atomic Spliff's reggae... en de coming back van Chance en Jérôme Mardaga, die beiden terugkeren met heel verschillende projecten dan wat ze eerder presenteerden. Twee échte, mooie verrassingen.

Dit jaar heeft de Belgische hiphop ook zijn plaats veroverd aan de top van de affiche met Roméo Elvis x Le Motel, Caballero & Jeanjass, L'Or du Commun en de terugkeer van La Smala. 

Electro zal ook in de spotlights staan en wel op een hele bijzondere manier, namelijk met Lost Fréquencies en Henri PFR op de affiche ! De eerste komt deze zomer als primeur in Spa in een live-formule tijdens een uniek concert in Franstalig België; de tweede zal het festival afsluiten!

Verder zien we nog Todiefor, Alex Germys en Mosimann, die elke avond het dagprogramma afsluiten en het gezelschap St-James Hiphoptronics dat het allereerste concert op de nieuwe locatie van het podium Pierre Rapsat zal geven. En last but not least wordt op deze 25ste editie een gedegen delegatie DJ’s uit Spa in de bloemetjes gezet.

De Engelstalige poprockscène blijft in al haar diversiteit zeer dynamiek in België en heeft haar plaats in de Francos, en niet alleen de Belgen: Girls in Hawaï, Ozark Henry, Cats on Trees, Typh Barrow, Piano Club, Daan, Sonnfjord, Pale Grey, Fugu Mango, Mat Bastard, Bacon Caravan Creek, Lylac, Yew, Mathilde Renault, Ykons, Tanaë, Monday Penny, de terugkeer van Huy!... Alsook Blanche, die haar eerste tournee begint, en de artiesten uit Quebec die dankzij de Québécofolies altijd naar Spa komen: Les Hôtesses d'Hilaire, Gabriella en Joseph Edgar.

Tot slot, The Human League, symbool van de Engelse electro-pop 80's, op en top in vorm én in volle wereldtour die hun talloze fans zullen verrukken!

Francos Juniors 

Er zijn ook kindershows opgenomen in het algemene programma van het festival. Drie zullen op het Playright/Vitrines-podium te zien zijn: Les Déménageurs, Geneviève Laloy en AnA. Een vierde voorstelling is gepland op het Proximus-podium: Zombie Kids, van en met Saule.

Gratis toegang voor kinderen onder de 10 jaar. Ouders moeten natuurlijk een ticket of abonnement kopen om ze te begeleiden.

Le Franc’Off

Traditie kan je niet veranderen en de Franc'off zal altijd een springplank zijn als opstart voor jonge artiesten. 

  • /

Van 19 tot 22 juli

 

 

De Francofolies de Spa werden in 1994 opgericht en zijn geïnspireerd op de Francofolies van La Rochelle en Montreal. Heel snel zijn de Francofolies de Spa dé zomerreferentie voor Franstalige artiesten en, in het bijzonder, voor de Belgische bühne geworden.

Het festival uit Spa, dat aan muziek, meer bepaald aan alle soorten Franstalige muziek is gewijd, heeft zich aan de muzikale ontwikkelingen aangepast zonder zijn eigen DNA te verliezen : hoofdacts en ontdekkingen in een gezellige familiale sfeer in het hart van de thermenstad.

Het merendeel van de Franstalige sterren stond ooit al op het festivalpodium en talloze Belgische kunstenaars zijn ook in het begin van hun carrière tijdens de Francos opgetreden.

In 25 edities hebben de Francofolies de Spa duizenden concerten aangeboden, tienduizenden muzikanten ondersteund en honderdduizenden festivalgangers verwelkomd ! Het is zeker niet makkelijk om uit zoveel goede momenten te kiezen, maar hier dan, in tien afbeeldingen, enkele markante herinneringen aan de Francofolies.

Pierre Rapsat zette zich met hart en ziel in voor de creatie van het festival: zonder hem waren er misschien geen Francofolies geweest in Spa. Na een «Fête à» in 1994 nam hij in 1996 de gewaagde opening act van Johnny voor zijn rekening en zou in 1999 nog eens terugkomen. Na zijn tragische dood in 2002 hebben de organisatoren het hoofdpodium naar hem vernoemd.

In 1994 zat Indochine in Frankrijk enigszins in een dieptepunt maar niet in Spa waar de groep van Nicola Sirkis de hoofdact van deze eerste editie verzorgde en deelnam aan de lancering van het festival. Later zou de groep nog twee keer terugkomen.

Hét evenement van 1996 : Johnny Hallyday staat voor de derde editie op de affiche van de Francofolies, die voor het eerst uitverkocht waren! Nodeloos te zeggen, hoe blij zijn fans waren.

Met zijn groep Les Charts, trad Calogero in 1995 voor het eerst op in de Francos. Een paar jaar later barstte zijn solocarrière los maar toch bleef hij trouw aan het festival. In 2011 bood hij de Francofous een exclusief concert aan met zijn symfonietournee. 

10 jaar

In 1996 begint de fantastische carrière van Pascal Obispo. Na zijn optreden in het Parc de 7 Heures keert hij als hoofdact terug in het Casino en geeft hij geregeld een concerten op de Place de l'Hôtel de Ville. Een buitengewone showman en zanger.

Sinds het uitbarsten van de Bruelmania in het begin van de jaren '90 heeft het succes van Patrick Bruel nooit aan intensiteit ingeboet en zijn al zijn concerten uitverkocht ! Een grandioos podiumartiest, die zowel omringd door muzikanten als solo op zijn gemak is.

Na een eerste concert in 2008 triomfeerde het toen nog onbekende magische trio Puggy meerdere malen in het Village Francofou. Hier staan ze in 2016 naast de festivalvrijwilligers voor een emotionele finale.

Stromae verovert de wereld in 2014. Zijn ongelooflijke show zet de Place de l'Hôtel de Ville in vuur en vlam. Om hem te kunnen verwelkomen met zijn overvolle agenda is het festival gedwongen, een avond eerder te beginnen dan gepland. Een unicum.

De onmiskenbare Belgische kunstenaar Loïc Nottet van 2017 presenteerde in de zomer zijn allereerste ambitieuze show waarin zang, dans en strakke visuals op elkaar werden afgestemd. De typische Belgische regenbuien tijdens het concert in Spa hebben in geen geval het enthousiasme van de vele fans bedorven.

In 2015 en 2017 waren beide concerten van Bigflo & Oli in het Village uitverkocht. Niet alleen zetten de twee broers de scène in vuur en vlam, maar ze gooien er ook met glans en talent intelligente teksten uit. Schitterend !

  • /

 

 Emmanuel Prévinaire is afkomstig uit Vottem, bij Rocourt, maar tegenwoordig verdeelt hij zijn tijd over Hollywood, Hongkong, Parijs, Londen en... Oupeye. Want daar bevindt zich het hoofdkantoor van Flying-Cam, het bedrijf dat hij in 1988 oprichtte. Flying-Cam werd al heel snel wereldleider voor het maken van beelden vanuit een onbemande helikopter. 

Flying-Cam telt nu drie sites: een eerste hier in Oupeye, een tweede in Los Angeles en een derde in Hongkong, die in 2005 het licht zag.

Sinds 1979 weet Emmanuel zijn passie voor film en luchtvaart te combineren door, veelal Amerikaanse, superproducties te voorzien van luchtopnames die goedkoper, minder gevaarlijk en vaak nog preciezer zijn dan opnames die vanuit een echte helikopter worden gemaakt. En zijn reputatie blijft groeien: Flying-Cam mag inmiddels op veel erkenning rekenen dankzij de recente medewerking aan de opnames van Harry Potter, Mission Impossible, Adèle Blanc-Sec van Luc Besson of nog de jongste Robin Hood met Russell Crowe... Wat zou Hollywood vandaag zijn zonder zijn 'Holy Walloon'?

Op elke site beschikken we over twee helikopters, kantoren en een vliegzone voor de 'warm-up flights' want we leggen onszelf een heel strikte voorbereiding op. In de filmwereld worden geen fouten geduld: wanneer duizend figuranten en sterren zoals Tom Cruise of Bruce Willis op een shot van Flying-Cam wachten, kom je maar beter niet te laat.

We verplichten onszelf om vóór elke prestatie twee helikopters in vlucht voor te bereiden op het terrein: elke prestatie wordt voorafgegaan door een volledige voorbereidingsdag. Het team komt hier samen, brengt de machines in de lucht en controleert en bergt het materieel op basis van een heel strikte checklist op.

Zo heeft Flying-Cam meegewerkt aan Adèle Blanc-Sec van Luc Besson, waarvoor we luchtopnames verzorgden vanuit het standpunt van de vliegende pterodactylus. We hebben daarvoor met een speciale vergunning kunnen draaien in de tuinen van het Elysée toen president Sarkozy afwezig was voor de G7-top.

Dat vergde een nauwgezette voorbereiding en repetities in het kasteel van Limont in Haspengouw.

Ons werkgebied ligt tussen kunst en wetenschap in. Die wetenschap, dat is luchtvaart, transmissie, mechanica, aerodynamica, elektronica.... We bevinden ons op het kruispunt van al die technologieën. Daarom moeten we de nauwgezetheid van de luchtvaart combineren met de artistieke en flexibele visie van een regisseur, een cameraman of een director of photography die hun creativiteit laten spelen bij de opnames.

 

Streamer: "Ons werkgebied ligt tussen kunst en wetenschap in."

 

Maar in het begin waren er ook modelvliegtuigen...

Inderdaad. Ik was Belgisch kampioen, eerst voor zweefvliegtuigen en daarna voor helikopters.

 

Was dat uw passie vóór de film?

Nee, beide hebben me altijd al geboeid. Mijn moeder had die artistieke kant en dankzij haar kreeg ik al snel de smaak van de fotografie te pakken. Bovendien schilderde ze ook en speelde ze piano... Ze was zangeres...

Mijn vader vertegenwoordigde eerder de wetenschappelijke kant. Mijn grootvader, zijn vader, wilde echter niet dat hij ingenieur werd, wat hem zijn hele leven gefrustreerd heeft. Maar hoewel hij uiteindelijk notaris is geworden, is hij altijd weer nieuwe procedés blijven ontwikkelen. In de jaren 60 was hij de eerste die zijn studie informatiseerde. Hij heeft bijen gekweekt, een windturbine gebouwd en hij heeft me ook besmet met het virus van de luchtvaart en de modelbouw. Al snel mocht ik kleine en grote vliegtuigen besturen. Ik werd me dan ook al heel jong bewust van iets ongewoons in de modelbouwwereld: als piloot van een vliegtuig staat je leven op het spel. Vóór, tijdens en na het opstijgen moeten daarom bepaalde uiterst strikte controleregels worden gevolgd. De nauwgezetheid die ik in de luchtvaart had geleerd, paste ik ook toe op de modelbouw om een einde te maken aan het vaak pejoratieve en amateuristische etiket dat daaraan vast hangt.

In het begin van uw carrière werd u in België trouwens niet echt serieus genomen...

Zelfs Eddy Merckx ging tegen de grond toen hij begon te fietsen... Zodra alle moeilijkheden bij de start in eigen land zijn overwonnen, begin je onvermijdelijk daarbuiten bekend te worden als hij die het voor elkaar heeft gekregen. Toen ik in de Verenigde Staten kwam, vroegen de filmlui me: "Are you the Belgian guy? Yes? That's the one we want!"... Terug in België was ik slechts die vent die maar wat had aangerommeld. Dankzij het wereldwijde succes van Flying-Cam ben ik vandaag een Waal die het gemaakt heeft: het internationale succes wist het verleden uit.

Het bedrijf gaat van start, het groeit, u neemt mensen in dienst... Over hoeveel mensen gaat het vandaag?

We zijn met vijftien in Oupeye en een twintigtal in totaal als daar de freelancers worden bijgeteld.

Het plezier dat je uit het werk haalt, schuilt vooral in de kunde van een piloot en een cameraman om in team te werken. De piloot, dat zijn de vleugels, terwijl de cameraman het hoofd is: allebei besturen ze een machine die moet reageren op hun kleinste aanwijzingen. Niettemin is het voornamelijk mensenwerk want het vereist een perfecte communicatie tussen piloot, cameraman en regisseur. Die symbiose moet zelfs worden doorgetrokken tot in de taal tussen de piloot en de cameraman: die taal moet precies en ondubbelzinnig zijn om direct te kunnen communiceren.

De nieuwe ontwikkelingen waar we de laatste hand aan leggen – de reden waarom we het team hebben uitgebreid – zullen dit mensenwerk gemakkelijker maken: de computer en de informatica bieden nieuwe mogelijkheden. Vandaag neemt de computer het vervelende leerproces om de bewegingen te coördineren op zich. Zeven jaar geleden zijn we begonnen om het toestel uit te rusten met een geïntegreerd brein.

De machine wordt intelligent, of in elk geval intelligenter t.o.v. haar omgeving: voortaan zal de helikopter zijn positie in de lucht kennen. De piloot zal niet meer de enige zijn die zijn positie bepaalt: dankzij gps zal de vliegende camera zijn positie kennen met een grotere precisie dan die van de mens, want nu kunnen we de positie van de machine bepalen met een precisie van 2,5 cm.

Aerial Robotics maakt die precisie nu mogelijk. Flying-Cam werkt aan die stap met de hulp van vijf ingenieurs die op drie domeinen tegelijk werken: het vliegtoestel, het brein en de sensoren (bijvoorbeeld gyrostabilisatie).

Deze drie aspecten worden dus samen aangepakt. Voor zover ik weet, is er in de hele wereld geen enkel ander bedrijf waar deze drie competenties onder hetzelfde dak verenigd zijn.

Het is een enorme uitdaging, maar hierdoor kunnen we een product ontwikkelen dat nog beter presteert en waarmee we voorsprong kunnen nemen t.o.v. andere bedrijven.

Is de razendsnelle ontwikkeling van de informatica geen nadeel? Zullen de informatici u op een dag niet meer nodig hebben om opnames te maken?

Dat werd tien jaar geleden al voorspeld, maar zo is het niet gelopen. Het kost heel veel werk om een decor te maken met computergegenereerde beelden, bijvoorbeeld een berglandschap, terwijl Flying-Cam dat in enkele seconden voor mekaar krijgt.

In beide richtingen is er vooruitgang geboekt. Uit een echt beeld kunnen we nu een heleboel informatie halen om een artificieel universum te creëren. Dankzij het basisbeeldmateriaal dat we erin stoppen, kan de computer een 3D-universum uitwerken dat ons vroeger verschrikkelijk veel tijd zou hebben gekost. Bovendien zal de computer er artificiële decorelementen aan kunnen toevoegen.

In de jongste Robin Hood heeft Flying-Cam beelden gemaakt vanuit het standpunt van de pijl waarmee de badguy in de slotscène wordt gedood. De opname vond plaats op een verlaten strand. Al de rest, ook het paard, werd nadien door de computer gegenereerd.

Behalve de vliegende beweging over het strand zijn alle decorelementen later toegevoegd: wij hebben voor de basis-shot gezorgd waaraan de verschillende elementen zijn opgehangen. Kortom, op een bepaald moment zal er altijd wel een toestel nodig zijn om de realiteit vast te leggen.

Je kunt uitgaan van een computergegenereerd universum en er echte beelden aan toevoegen, je kunt uitgaan van echte beelden en er computergegenereerde beelden aan toevoegen of je kunt gewoon de pure realiteit behouden die altijd zal bestaan. We zullen altijd nog een liveconcert met echte muzikanten bijwonen...

U hebt waarschijnlijk weinig tijd meer om te vliegen. Mist u het niet?

Ik vlieg af en toe wel nog, hoor. Ik blijf plezier beleven aan vliegen door op de grond te oefenen met schaalmodellen waardoor ik de vingers soepel hou. De modelbouw is spectaculair veranderd. De band blijft vooral bestaan door de piloten die ik opleid, die ik selecteer en aan het werk zet. Ik probeer zelfs om met hen mee te gaan op het veld en wat camerawerk te doen om te zien wat er allemaal gebeurt...

Welk werk doet u het liefst?

Er zijn verschillende facetten: in de eerste plaats de R&D, die altijd heel belangrijk geweest is. De afstandsbediende helikopter werd ten onrechte als een speeltje bestempeld, maar vandaag is het een bijzonder stukje hightech.

We zijn al twintig jaar wereldleider. Het nieuwe prototype waaraan we werken, dat de lieflijke naam SARAH (Special Aerial Response Autonomous Helicopter) heeft meegekregen, is het neusje van de zalm: al 22 jaar laten we de Amerikanen, Japanners en Israëli's achter ons in de categorie van toestellen van minder dan 150 kg.

Dit aspect is veel minder bekend en glamoureus dan onze bijdrage aan Harry Potter, maar om dat te bereiken, was er veel werk nodig en moest de technologie worden ontwikkeld.

Dat boeit me net zo sterk als het werk ter plaatse: reizen en mensen ontmoeten, meewerken aan een project, nl. een film waarmee ideeën, gevoelens en emoties worden uitgedrukt.

Ten slotte is er het bedrijf zelf, dat met de tijd groot geworden is. Het verwerft een eigen bestaan en groeit zoals het lichaam van een kind. Flying-Cam eist voortdurend aandacht in zijn groeiproces. Dat is bijzonder boeiend, maar leidt ook tot veel frustratie. We zijn met mensen van wie de capaciteiten moeten worden ontwikkeld. Als we daarin slagen, dan kunnen we buitengewone dingen realiseren. Dat is zo voor SARAH: slechts één bedrijf, één groep mensen kan dat realiseren.

 

Streamer: We zijn al twintig jaar wereldleider. Met ons nieuwe prototype, het neusje van de zalm, laten we de Amerikanen, Japanners en Israëli's achter ons.

 

 

Zijn er overeenkomsten tussen uw rol als ondernemer en uw werk als regisseur?

Jazeker. Je bent de spil van een team. Filmmensen worden vaak een beetje als bohemiens beschouwd. Gek genoeg vind ik steeds meer overeenkomsten: wanneer je een film wilt maken, moet je geld vinden, een goede ploeg, een goed verhaal... Maar hetzelfde geldt voor een bedrijf... Eigenlijk is Flying-Cam een 22 jaar durende langspeelfilm (lacht).

Lijkt het u wat om zelf een film te maken?

Ik droom ervan, maar ik wacht. Ik hoop dat de nieuwe helikopter het waar kan maken op het veld. We hebben al een Oscar for Technical Achievement gekregen. De volgende stap zou zijn om een Scientific and Technical Achievement Award te mogen ontvangen. En met SARAH is dat mogelijk. Wanneer dat doel bereikt is, kan ik me op andere dingen gaan richten (glimlacht).

 

 

Inlichtingen

Flying-Cam Europe
Rue du Passage d’Eau 1a
B-4681 Oupeye
04 227 31 03
[email protected]

www.flying-cam.com

Sinds 1979 weet Emmanuel zijn passie voor film en luchtvaart te combineren door, veelal Amerikaanse, superproducties te voorzien van luchtopnames die goedkoper, minder gevaarlijk en vaak nog preciezer zijn dan opnames die vanuit een echte helikopter worden gemaakt. En zijn reputatie blijft groeien: Flying-Cam mag inmiddels op veel erkenning rekenen dankzij de recente medewerking aan de opnames van Harry Potter, Mission Impossible, Adèle Blanc-Sec van Luc Besson of nog de jongste Robin Hood met Russell Crowe... Wat zou Hollywood vandaag zijn zonder zijn 'Holy Walloon'?

 

  • /
  • /
  • /

Le Grand Curtius

 

Het sneeuwt niet meer op Luik,  een cultuurwind blaast de vlokken

 

wat is er in Luik aan de hand? Een paar jaar geleden leek de stad vastgeroest in haar verleden. Ze stond, handen in de zakken, te turen naar de Maas die traag voorbijgleed. Ze mijmerde over de tijd toen de gouden muntjes schitterden, maar toen nog niet door hun afwezigheid. En opeens gebeurde het. Niemand had het zien aankomen, maar opeens was de stad daar weer, getooid als de mooiste prinses. Met de steun van het Waalse Gewest en op basis van een strategisch plan en een stadsproject, is ze erin geslaagd haar financiën te saneren en haar economische dynamiek terug te vinden. Met 107.000 werknemers en 10.000 bedrijven baant ze zich vandaag een weg naar de top als culturele metropool op het kruispunt van de grote Europese stromingen. En ze heeft het terrein al goed voorbereid. De manege van de Fonckkazerne is vernieuwd en opnieuw ingericht, de projectoren van de Grignoux-bioscoopzalen flikkeren in het hart van de stad, het station van Guillemins, gebouwd door Santiago Calatrava, zal binnenkort de HST verwelkomen, en de Médiacité en haar Pôle Image verrijzen niet ver van het park la Boverie uit de grond. Er is ook al een lijst van stadspareltjes die binnenkort worden opgeknapt: het Théâtre de la Place, de Opera, het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst, het Grétrymuseum, enz. weer één geheel. Tussen 1904 en 1909 was het “paleis” al gerestaureerd door architect Lousberg, die de toren helemaal liet verbouwen. Dit gebouw is typisch voor de Maasarchitectuur van de 17de eeuw, met kruisramen met zes tot negen openingen, opgetrokken in kalk- en baksteen, onder een hoog dak van leisteen, dat rijkelijk versierd en verguld is. De mascarons van Maaslandse turfkrijtsteen die de gevel sieren, voegen decoratieve en symbolische elementen toe aan de prachtige decoratie binnenin. Maar vandaag vieren we feest voor het Grand Curtius. Met de steun van de subsidiërende overheden is de stad geslaagd in een reusachtige uitdaging: op één plek, in een totaal gerestaureerd architecturaal pareltje, heeft ze de prestigieuze collecties samengebracht van de Musea voor Archeologie en Kunstnijverheid, het Glasmuseum, het Wapenmuseum, en het Museum van Religieuze Kunst en Kunst uit de Maasstreek. Op 6 maart 2009 zal het publiek kennis kunnen maken met dit geheel, dat kunst en geschiedenis van het Land van Luik slim aan elkaar koppelt. En met een lekkere peket erbij wordt het genieten. (meer info)

 

De Rascasse, Casino en Portier in Monaco, de Karrussel op de Nürburgring, de Tamburello in Imola, de Blanchimont en La Source in Francorchamps. Namen van wereldberoemde bochten die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken van alle liefhebbers van de Formule 1. Mythische bochten die allemaal deel uitmaken van al even mythische circuits.

En dan is er de Raidillon, die waanzinnig steile helling die op het circuit van Francorchamps de reputatie van scherprechter heeft gekregen. Dit is de plaats op het hete asfalt waar volgens Dan Gurney, winnaar van de Belgische F1 Grand Prix in 1967, de jongens van de mannen worden gescheiden. Deze legendarische bocht werd aangelegd in 1939 en is wellicht de eerste bocht in Europa die werd aangelegd voor de auto- en motorencompetitie. Dat wil zeggen dat de Raidillon dit jaar zijn 75ste verjaardag viert

Eerst geplet worden, dan vliegen

De Raidillon is een aaneenschakeling van een linkse, rechtse en opnieuw een linkse bocht, gekenmerkt door een duizelingwekkende stijging van de bocht naar rechts, waar je links uitkomt en die daarna uitgeeft op een lange rechte lijn. Als de chauffeur dus met zowat 300 kilometer per uur aankomt waar de bochtenreeks begint, doemt daar plots die muur voor hem op met een helling van 17%. In de bocht wordt hij eerst in zijn cockpit platgedrukt met een laterale kracht van 4G. Even ziet hij de lucht, om dan weer met een kracht van 1G omhoog gekatapulteerd te worden, waarna het aan het einde van de bocht net is of hij vleugels krijgt omdat de wagen zich daar volgens de ingenieurs bijna in een toestand van gewichtloosheid bevindt. De betreurde Jacques Villeneuve was een grote fan van de Raidillon: “Bij elke passage is er een gevecht tussen je overlevingsinstinct dat je beveelt om je voet van het gaspedaal te halen en de zin om je grenzen te verleggen. Je moet heel moedig zijn, telkens als je deze beklimming aanvat. Maar als dat risico er niet zou zijn, zou het rijden ook niet zo’n fantastisch gevoel geven.”

De Oude Douane gaat eruit

In 1920 vatten Jules de Thier, directeur van de krant La Meuse en zijn vriend Henry Langlois Van Ophem, voorzitter van de sportcommissie van de Koninklijke Belgische Automobielbond R.A.C.B., het idee op om een autocircuit aan te leggen in Francorchamps. Ze hadden er geen idee van dat ze daarmee de naam van deze kleine gemeente in gouden letters zouden bijschrijven in de annalen van de auto- en motorencompetitie. Met de steun van de burgemeester van Spa, Joseph de Crawhez, werd het circuit zelf snel aangelegd. De wegen die Malmedy, Stavelot en Francorchamps met elkaar verbonden, waren vlug klaar en vanaf 1921 werd er al geracet op het bijzonder snelle, ruim vijftien kilometer lange circuit. Francorchamps opende als eerste een nieuw tijdperk van circuits. In 1922 volgde dat van Monza in Italië, in 1927 de Nürburgring in Duitsland, terwijl het stratencircuit van Monaco werd ingehuldigd in 1929. In de ogen van zijn makers moest het circuit van Francorchamps op alle vlakken een must worden in het autowereldje, maar vooral ook het snelste. En net daar wrong het schoentje. Want een van de bochten, of beter gezegd, een haarspeldbocht in de buurt van de Eau Rouge, die de Oude Douane genoemd werd, vertraagde de piloten aanzienlijk. De racebazen besloten dan maar om in 1939 die bocht door te snijden en te vervangen door een lange, steile bocht naar rechts. Daar komt ook de naam Raidillon (steile helling) vandaan. Daarmee kwam ook de droom uit van Henry Langlois die het circuit negentien jaar eerder had uitgetekend. “De ligging van de vallei van de Eau Rouge is ideaal. We kunnen de helling van Burenville helemaal volgen.” En zo geschiedde. 

Liefde voor het snelste circuit ter wereld

De sterren van die tijd hadden die wijziging snel onder de knie, ondanks het feit dat het er nu veel gevaarlijker was geworden. Vergeet niet dat de bolides in die tijd tot 300 kilometer per uur konden halen, terwijl de racers niet eens een gewone veiligheidsgordel droegen. De Italiaan Tazio Nuvolari reed eerst met Saroléa-motoren, voordat hij een succesvolle carrière in de automobielsport begon. Hij stak zijn bewondering voor deze bocht niet onder stoelen of banken: “Deze nieuwe bocht maakt het tracé nog veel selectiever, want hier komt de wegligging van een wagen het best tot uiting. Precies op een plaats waar er altijd veel toeschouwers staan.” Die toeschouwers zullen dan toch nog tot na de oorlog moeten wachten om de nieuwste bocht te komen bewonderen, ook al omdat er door de gevechten redelijk veel schade was aangericht aan de installaties op en rond het circuit. Er worden een nieuwe piste en nieuwe tribunes gebouwd en in 1946 wordt het nieuwe Nationaal Circuit van Francorchamps ingehuldigd. Een tijdelijk bestuur neemt de zaken waar. Twee jaar later wordt de intercommunale van het circuit opgericht. Die bestaat uit de provincie Luik, de vijf gemeenten langs het circuit, de Belgische overheid, de Koninklijke Automobielclub van België en de Belgische motorrijdersfederatie FMB. 

De racebazen besloten dan maar om in 1939 die bocht door te snijden en te vervangen door een lange, steile bocht naar rechts. Daar komt ook de naam Raidillon (steile helling) vandaan. Daarmee kwam ook de droom uit van Henry Langlois die het circuit negentien jaar eerder had uitgetekend.

 

Een spektakel over heel de lijn

Maar in de loop der jaren gingen de racewagens door allerlei technologische verbeteringen almaar sneller door de bochten, terwijl de uitwijkstroken langs de Raidillon niet meer aangepast waren aan die hoge snelheden en te smal bleken. De weg werd daarom verbreed in 1970, maar de belangrijkste aanpassing vond plaats in 1983, toen de bocht 10 meter naar rechts werd opgeschoven. Op die manier werd de hoek van de bocht verkleind, maar tegelijkertijd en misschien zelfs tegenstrijdig daaraan, verhoogde dat de snelheden in de bocht. Met als gevolg dat er uitgebreide uitwijkstroken bijkwamen, mogelijk gemaakt door de verplaatsing van de bocht, en dat daardoor het spektakelgehalte over heel de lijn toenam. Zo zullen de liefhebbers van Formule 1 zich nog lang de ongeziene inhaalbeweging herinneren van Mark Webber, toen die tijdens de Grand Prix van 2011 met zijn Red Bull de Ferrari van Fernando Alonso het nakijken gaf. En er zullen zeker mensen zijn die dromen van een terugkeer van de Moto GP naar Francorchamps om opnieuw de homerische gevechten te beleven tussen de Marquez, Lorenzo’s, Rossi’s en andere Pedrosas van deze wereld. Terwijl ze zich de even heroïsche duels herinneren van mannen zoals Surtees, Hailwood, Agostini of Read. Maar dat is weer een ander verhaal. .

Het geheugen van de mythe: René Bovy! 

WAW stelt u het vervolg van dit verhaal voor aan de hand van onze gids, die al even mythisch is als het circuit: René Bovy, levend geheugen van Francorchamps en zijn geschiedenis. René Bovy, geboren in 1922, in de bocht van Masta – midden op het circuit - was de eerste secretaris- penningmeester van het Nationaal Circuit van Francorchamps. Hij kent er alle plekjes en heel de geschiedenis op zijn duimpje. Tot vandaag bezielt hij, samen met onder meer Herman Maudoux en Pierre Christophe het Museum van het Circuit. Met zulke mannen is het einde van de legende van Francorchamps nog lang niet in zicht.

  • /

Relab

Het Relab, het eerste Fab Lab van Wallonië, is een digitale werkplaats die openstaat voor het publiek en tevens een plaatselijke creatieve ontwikkelingsstructuur. Het speciale karakter van het Relab schuilt in het gebruik van teruggewonnen materialen als grondstof en in het bestuderen van nieuwe sociale, creatieve en zuinige upcycling-methodes, in combinatie met nieuwe digitale productie‑ en communicatiemiddelen. Als dat niet ongewoon is!

www.relab.be

 

 

 
Schöffertoren

De Schöffertoren werd in 1961 opgericht in het park van La Boverie. Die cybernetische toren is het werk van de Frans-Hongaarse kunstenaar Nicolas Schöffer en vormt een abstract beeldhouwwerk van 52 meter hoog, dat bestaat uit een luchtig geraamte van stalen buizen. Dat geraamte is voorzien van bladen van verschillende vormen en afmetingen en wordt bewogen door motoren die worden gestuurd door een elektronisch brein. Behalve de metalen structuur, steunt de beweging van het cybernetisch toestel op drie organen: een verlichtingssysteem, een geluidsysteem en, om alles te besturen, een elektronisch brein dat drie actietypes opstart: beweging, muziek en verlichting van de toren. Alleszins ongewoon!

 


Inter-geallieerdenmonument

Dat de Luikse chocolade de Weense overtroefde, komt doordat onze dappere Luikenaars en de Vurige Stede tijdens de Eerste Wereldoorlog bijzonder veel moed aan de dag legden. Minder anekdotisch is dat het toen zwaar vernielde Luik werd uitgekozen voor het oprichten van het eerste Inter-geallieerdenmonument als aandenken aan de Eerste Wereldoorlog. De werken begonnen in 1928 onder het toeziend oog van de Antwerpse architect Jozef Smolderen. Dat religieus gebouw in neo-byzantijnse stijl (dat de Luikenaars verkeerdelijk ‘basiliek’ noemden) werd ingewijd in 1936. De koepel ervan bestaat uit 13 ton vellen Katangees koper (uit ex-Belgisch Congo), die waren gewalst in de fabrieken van ‘Cuivre et Zinc’ uit Chênée. Historisch en... ongewoon!
 

 

 
Get Out

‘Live Escape Game GetOut!’, een onderzoeksteamspel, in Luik dient om uw geschiktheid voor samenhang en teamspel te testen. Tijdens dat levensgrote ontsnappingsspel vormen uw scherpzinnigheid als detective en uw team de beste bondgenoten om te ontsnappen uit de kamer vol aanwijzingen. Om binnen de limiet van 60 minuten vrij te komen, moet u een stevig team vormen. Vind de aanwijzingen, bestudeer ze en leg de verbanden ertussen bloot. Vanuit eenieders standpunt en door de mening van elke inspecteur zal de sleutel van het raadsel geleidelijk aan het licht komen. Het succes van uw onderzoek zal te danken zijn aan de vele aanwijzingen rondom u, maar ook aan uw zin voor samenhang en uw teamgeest, waardoor u tijdens het spel de betekenis van en het verband tussen elke aanwijzing zult begrijpen. Ongewoon en... ludiek!

http://getoutliege.be

Het veld van mogelijkheden

Dit is een project voor biologische groenteteelt en zelf oogsten op basis van het vertrouwensprincipe tussen de consument/speler en de producent. Biologisch en... ongewoon!

www.champdespossibles.be
 
 
Schuilplaats tegen luchtaanvallen en de "Cité-Miroir" (Spiegelstad)

Onder de spiegel ligt de schuilplaats. Een vreemde band tussen een vroeger zwembad en een museum dat aan de Tweede Wereldoorlog en de sporen ervan gewijd is. Als bijkomend pedagogisch document ligt er een schuilplaats tegen luchtaanvallen onder het zwembad dat omgevormd werd tot een monument tegen vergetelheid en banalisering. Pedagogisch en... ongewoon!

www.citemiroir.be
Your opinion counts