Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Dit tweepersoonsvakantiehuisje uit lokale ruwe zandsteen in Rouvreux (Sprimont) is ideaal voor koppels die de landschappen van de vallei van Ourthe en Amblève te voet willen ontdekken.

I Christian Sonon Als u van de autosnelweg E25 komt en Sprimont binnenrijdt, zult u waarschijnlijk worden begeleid door enkele stoffige vrachtwagens, terwijl lichte witte wolken u bij aankomst in het dorp tegemoet waaien. Dit geeft aan dat de steengroeven van Sprimont en Chanxhe nog steeds in volle bedrijvigheid zijn en samen met de Carrières du Hainaut en de Carrières de la pierre bleue belge (steengroeve voor de ontginning van Belgische blauwe hardsteen) in Soignies (Zinnik) bijdragen tot het versterken van de reputatie van hardsteen tot ver buiten onze grenzen. Ook al is die blauwe steen hier en daar aanwezig, in kleine hoeveelheden als versiering, toch is het de zandsteen die zich in deze rustige uithoek van het land van Ourthe en Amblève het leeuwendeel toe-eigent. Met deze zandkleurige rotssteen werden dan ook tal van oude huizen en boerderijtjes gebouwd in het dorp Rouvreux, dat je bereikt als je Sprimont langs het zuiden via de rue d’Aywaille verlaat. Aan een van de uiteinden van de rue du Houmier, een beetje hoger gelegen dan de buren, bevindt zich het eigendom van Thierry en Dominique Lamarche. Het is een prachtig voorbeeld van wat je met geduld, ideeën en goede smaak met een oude boerderij kunt doen.

‘Toen mijn man en ik besloten Luik te verlaten om op het platteland te komen wonen, kozen we voor een terrein aan het andere uiteinde van deze straat, in het naburige dorp Florzé,’ vertelt de eigenares. ‘Maar we woonden pas in onze nieuwe woning toen ik verliefd werd op dit oude boerderijtje. Toen enkele jaren later de eigenaar stierf, zijn we snel zijn nicht gaan opzoeken die het had geërfd. De zaak was snel beklonken. In de loop der jaren zijn we het in orde beginnen te maken: dak, zolder, kamers, keuken, directe omgeving… Toen we klaar waren met de werkzaamheden, keken we naar het lager gelegen huisje aan de straat. Daarin bevond zich een oude bakoven, zoals er vroeger in het dorp wel meer geweest schijnen te zijn. Maar het was volledig vervallen. Wat moesten we ermee aanvangen ?’

Houtskelet en breuksteen van de streek

Het koppel wendt zich dan tot de Fédération des Gîtes de Wallonie waar ze vernemen dat er in de streek vraag is naar vakantiehuisjes voor twee personen. De administratieve en juridische romp slomp was beslist niet gemakkelijk, maar uiteindelijk kregen Thierry en Dominique hun vergunning. De wankele structuur van het huisje werd afgebroken en de breukzandstenen afkomstig uit de steengroeve van Anthisnes werden gerecupereerd. Omdat het terrein helt, werd de woning op de verdieping ingericht en is er beneden enkel een inkom met trap die leidt naar een gelambriseerde kamer met tweepersoonsbed, een ruime badkamer, een wc, een open keuken en een woonkamer die uitgeeft op de tuin en het zwembad van de eigenaars. Het geheel – in houtskeletbouw en stenen uit de streek – is eenvoudig, maar voldoende. Leuk ingericht trouwens, want Dominique is erg handig en heeft zich duidelijk geamuseerd met originele vondsten.

‘Door op een kussen te stuiten waarop de tekst Un air de campagne was geborduurd, wisten we wat het thema van ons vakantiehuisje zou worden. Bij het rustieke meubilair en de decoratieve voorwerpen die we in huis hadden verzameld, hebben zich enkele cadeaus gevoegd die we van familie en vrienden kregen. Maar het meeste plezier heb ik beleefd aan het achternazitten van de kippen…’

 ‘COT, COT’ of ‘TOC, TOC’?

Wees gerust: ook al bestaat er een plan voor een kippenhok in de tuin, de kippen waarvan sprake maken deel uit van het geheel, staan op wandlampen en de kapstok, lopen over muren en meubels, in afbeeldingen, op kalenders of als beeldjes. En wanneer we aan de eigenares vragen waar de meerderheid van haar klanten vandaan komt, wijst ze naar de houten letters op de kast in de eethoek. ‘Kijk, er staat ‘TOC TOC’, terwijl ik ze zo had neergezet dat ze de woorden ‘COT COT’ vormen. Onze Nederlandse gasten hebben ze vorig weekend echter omgewisseld, zodat ze in het Nederlands de onomatopee voor het gekakel van een kip vormen.’

‘Of ze nu voor een weekend of een week komen, onze gasten zijn meestal koppels die willen genieten van het uitgebreide netwerk wandelpaden rond Sprimont. Ze mogen ook onze mountainbikes gebruiken, maar wie ze huurt, brengt ze meestal snel terug: de RAVeL van de Ourthe is niet ver, maar rond het dorp is het erg heuvelachtig.’

Inlichtingen :

Un Air de Campagne
Rue du Houmier 3
B-4140 Rouvreux
[email protected]
www.unairdecampagne.be

 

WAT TE BEZICHTIGEN, WAT TE DOEN?

 Of ze nu uit Nederland, Vlaanderen, Wallonië of andere buurlanden komen, de gasten van Thierry en Dominique Lamarche maken van hun verblijf in Sprimont gebruik om toeristische trekpleisters in de buurt te bezoeken (La Roche, Durbuy, Luik,…), evenals enkele bekende parken en attracties zoals de Grotten van Remouchamps en Monde Sauvage in Aywaille. Niettemin zijn de wandelingen hun eerste prioriteit. De eigenaars vinden de wandeling van Ninglinspo de beste keuze. Langs dit kleine bergriviertje dat zich tussen de rotsen slingert, geniet je van prachtige landschappen. Bovendien zijn er tal van watervalletjes en natuurlijke waterbekkens met betoverende namen (Bain du Cerf, Bain de Diane…). Om dit valleitje, dat op de lijst van uitzonderlijk erfgoed van het Waalse Gewest staat, te bereiken moet je de auto nemen tot het gehucht Sedoz (Aywaille), tussen Remouchamps en Stoumont. ‘Er zijn nog andere erg mooie wandelingen die van hier vertrekken, bijvoorbeeld de wandeling naar de ruïnes van het kasteel van Amblève die uitsteken boven de rivier’, suggereert Dominique.

Door haar ideale ligging in het Land van Herve, aan de grens met Duitsland en Nederland, trekt golfclub Henri-Chapelle niet alleen fans van het witte balletje aan, maar ook zakenlui die deze uitzonderlijke omgeving willen benutten voor hun marketingactiviteiten.

UEen groen en heuvelachtig landschap, golfbanen omgeven door hagen, bomen, velden en fruitbomen, adembenemende uitzichten over de heuvels van de Ardennen en de Eifel. Het minste wat je kunt zeggen is dat Henri-Chapelle de prestigieuze Belgische of buitenlandse golfclubs niet hoeft te benijden. ‘Per seizoen ontvangen we zo’n 9000 internationale bezoekers, naast onze 1250 aangesloten leden’, vertelt directeur Ralph Laberger. Het domein heeft drie golfbanen op ongeveer honderd hectare, waardoor het een van de grootste in België is: ‘La Chapelle’ (9 holes), ‘Les Viviers’ en ‘Le Charlemagne’ (allebei 18 holes). ‘Bij ons is iedereen welkom, van de beginnende golfer tot de meest ervaren speler. We vragen geen inkomgeld, noch peterschap. En we hebben ook geen wachtlijst.’

Een prachtige en gemoedelijke sport

De toon is gezet. In Henri-Chapelle gaat de charme van de locatie hand in hand met de vaste wil om een openluchtactiviteit te democratiseren die nog al te vaak als elitair wordt bestempeld. ‘Golf is een prachtige en zeer complete sport die bijdraagt tot een goede conditie, aangezien je vele kilometers moet lopen, en die nauwkeurigheid, precisie en concentratie vergt. Daarom verdient deze sport het om binnen ieders bereik te liggen’, benadrukt Ralph Laberger, die stelt dat Henri-Chapelle niet duurder is dan een tennisclub. Het is een sterk concept, dat werkt. Werd de golfbaan aanvankelijk gemeden door het Waalse publiek, dan ontvangt ze de laatste jaren steeds meer Franstaligen, naast de gebruikelijke Duitse en Nederlandse gasten. Golf is ook een uitnodiging tot contacten leggen en gezelligheid. Van die aantrekkelijke troef zijn de aandeelhouders van Henri-Chapelle zich terdege bewust. Het elegante Club House in Engelse stijl heeft een brasserie met terras en een gastronomisch restaurant waar je van smakelijke streekgerechten kunt genieten. Voor bedrijven die dat wensen zijn er ook een conferentiezaal met 150 plaatsen en verschillende vergaderruimten. Een comfortabel hotel met elf kamers maakt deze voorziening, die ‘zowel in het hoog- als in het laagseizoen zeven dagen per week open is’, helemaal compleet. Bezoekers kunnen er interessante arrangementen boeken om te genieten van een ontspannend weekend op het platteland. Kortom, de ideale bestemming voor golfers en niet-golfers!

Drie Nederlandse investeerders

Toch vergde het tijd en doorzettingsvermogen om zover te geraken. Toen drie zakenmannen in 1988 besloten het golfterrein van Henri-Chapelle over te kopen van ene Sütterling, die een warenhuis aan de Duitse grens had, verkeerde het domein in erbarmelijke staat. Op 34 hectare waren er slechts 4 holes en 20 parkeerplaatsen, terwijl er in het Club House wel 500 plaatsen zijn! ‘Sütterling, toen 72 jaar, was met onbekwame mensen in zee gegaan om zijn investering te laten renderen. Hij stond op het randje van het faillissement’, legt Guus Loo uit, een van de drie oorspronkelijke aandeelhouders. ‘Wij daarentegen hadden een duidelijke, commerciële visie. Wij wilden een internationaal publiek naar Henri-Chapelle lokken dat op zoek was naar een andere omgeving en aangenamere temperaturen. Wij zagen toen al de markt en het groeipotentieel, maar om het golfterrein rendabel te maken moesten we de oppervlakte uitbreiden.’ Met de hulp van André Gijzen en Cees Jongmans − bedrijfsleiders die hun sporen hadden verdiend, de ene met de verkoop van ijs, de andere met snacks en koekjes − zet Guus Loo zich aan de ‘herverkaveling’ van het domein. Als man met golf bloed in de aderen − vóór Henri- Chapelle heeft Guus verschillende golfbanen aangelegd en beheerd – gaat hij methodisch en met fingerspitzengefühl te werk. Eén na één overtuigt hij de boeren in de buurt om hem de nodige percelen te verkopen zodat hij een nieuw complex kan creëren. ‘Het ging maar om koeienweiden, maar omdat niemand in onze onderneming geloofde, was het geen gemakkelijke opdracht’, herinnert hij zich. Het golfterrein ging naar 27 holes, vervolgens naar 45. Elk jaar bracht wel iets nieuws: de restauratie van de 300 jaar oude kapel op de golfbaan die naar die kapel is genoemd, de bouw van een indoortrainingshal en golfschool, de verbetering van sommige fairways, enz. Het resultaat weerspiegelt de geleverde inspanningen. ‘In Golf Henri- Chapelle hebben we alles zelf gefinancierd. We hebben nooit de hulp van een of andere bank ingeroepen om de golfbaan uit te breiden of te verfraaien. En meer dan ooit gaan we door met de ontwikkeling ervan.’

 

Synergie creëren in de Euregio

Het project past in het kader van het samenwerkingsverband Euregio Maas-Rijn. Sinds 2012 is Golf Henri-Chapelle immers ‘verbroederd’ met die van Maastricht in Nederland. Allebei behoren ze tot dezelfde groep en de leden van de ene zijn automatisch lid van de andere. ‘Onze strategie bestaat erin de Euregio beter te bedienen’, stelt Guus Loo onomwonden. Volgens hem wordt deze streek − waartoe de steden Luik, Eupen, Maastricht en Aken behoren, maar ook Eindhoven en Leuven als je de grenzen wat oprekt − een van de welvarendste regio’s ter wereld. Er staat de regio ook een economische boom te wachten, tenminste als Belgen, Nederlanders en Duitsers hun talenten verenigen. ‘Grensoverschrijdende initiatieven zijn zeldzaam, terwijl er zoveel mogelijkheden zijn, in het bijzonder op technologisch en commercieel gebied. Wij willen de dingen zien veranderen, door het golfspel willen wij bruggen bouwen tussen Waalse, Vlaamse, Nederlandse en Duitse zakenlui, en zo nieuwe vormen van samenwerking tot stand zien komen.’ Volgens de heer Loo kom je tijdens een rondje golf meer te weten over iemand, over zijn diepste drijfveren en zijn intenties, dan tijdens een reeks zakelijke ontmoetingen, want je speelt golf zoals je in het leven staat. Bovendien is het een uitstekende manier om het nuttige aan het aangename te paren!

Tal van bedrijven nodigen hun (reguliere of potentiële) klanten en leveranciers al uit op de greens om met hen langdurige vertrouwensrelaties op te bouwen. De markt is nu klaar voor de volgende stap: ‘Van golf een communicatiemiddel maken dat de economische ontwikkeling van een regio, in dit geval de Euregio, bevordert.’ Guus Loo en zijn partners weten het zeker: de golfclubs van Henri-Chapelle en Maastricht hebben een rol te vervullen in dit grotere geheel. Hopelijk vinden ze tussen twee netwerkvergaderingen in nog de tijd om hun swing te vervolmaken.

 

Inlichtingen :

Golf & Hôtel Henri-Chapelle

Rue du Vivier, 3

B-4841 Henri-Chapelle

+ 32 (0)87 88 19 91 [email protected]

www.golfhenrichapelle.be

 

GOLFCLUB & HOTEL HENRI-CHAPELLE IN CIJFERS

110 : De beschikbare oppervlakte voor het golfterrein (in ha).

10 : het aantal werknemers dat elke dag de greens maait.

1250 : het aantal vaste leden in 2014, zonder rekening te houden met de 9000 unieke bezoekers (niet-leden).

Minder vaak chronische migraine zonder medicatie? Cefaly kreeg het voor elkaar.

Iedereen heeft wel eens last van stekende hoofdpijn. Hoe onaangenaam dat ook is, het zegt veel over hoe we in elkaar zitten. Letten we even niet op, dan luidt ons lichaam de alarmbel. Een teken dat het tijd is voor verandering, of medicatie. Te veel stress, te weinig slaap, te weinig water, te veel alcohol… hoofdpijn gaat meestal snel weer over en vaak brengt een aspirientje uitkomst. Sommige mensen hebben dit soort pijn echter bijna dagelijks te verduren. Dat is heel wat anders dan de hoofdpijn waar we allemaal wel eens last van hebben. Naar schatting heeft 15% van de bevolking, hoofdzakelijk bestaand uit vrouwen, regelmatig last van migraine. Ze krijgen meestal als kind of jongvolwassene voor het eerst migraineaanvallen. Vanaf hun veertigste komen die minder vaak voor en na hun vijftigste verdwijnen ze vaak helemaal. Bepaalde genetische factoren of trauma’s kunnen een verklaring zijn voor migraine. Toch is nog niet duidelijk waarom sommige mensen er last van hebben en andere niet. De meeste migrainepatiënten hebben een of meer aanvallen per maand, hoewel die frequentie varieert per persoon. De aanvallen zijn heel heftig, want ze gaan soms gepaard met misselijkheid, overgeven, gevoeligheid voor licht of geluid, enz. Migraine uit zich bovendien in diverse vormen: voortdurend geklop of gedreun in een deel van het hoofd, de indruk dat er een band te strak om je hoofd zit, voortdurende stekende pijn, enz. Wie een migraineaanval heeft, kan niet anders dan veel rusten en aspirines of medicijnen nemen, wat niet bij iedereen even goed werkt. Vaak is het gewoon ‘wachten tot het overgaat’.

Haarband biedt verlichting

‘We merken al jaren dat intensief gebruik van anti- migrainemedicatie de migraine op den duur juist versterkt.’ Dat mondt uit in een vicieuze cirkel: wie voortdurend hoofdpijn heeft, neemt steeds meer pijnstillers, wat de hoofdpijn nog verergert. ‘Dat is de eerste factor die van migraine een chronische ziekte maakt. Mensen die elke week aanvallen hebben, overdrijven soms met medicatie, wat nog meer migraine veroorzaakt, en zo verder. Medicatie werkt echter beter als deze met mate gebruikt wordt’, vertelt Dr. Pierre Rigaux, directeur van Cefaly. Die vaststelling stimuleerde Pierre Rigaux en Pierre-Yves Muller om andere paden voor de behandeling van migraine te verkennen. De twee werkten bij Compex, een Zwitsers bedrijf dat gespecialiseerd is in elektrostimulatie. Daar kregen ze het idee om een apparaatje te ontwikkelen dat migraine behandelt voordat het optreedt. ‘We besloten om het tot nu toe weinig gebruikte spoor van de craniale neurostimulatie te verkennen, om migraineaanvallen te voorkomen. We voelden dat daar iets te ontdekken viel.’ Twee jaar lang volgen onderzoeken en testen elkaar op. In 2009 brengen Rigaux en Muller het eerste antimigrainemiddel met externe neurostimulatie succesvol op de markt. De productie vindt volledig in Wallonië plaats. De diadeem lijkt wel uit de wereld van Star Trek te komen, maar blijkt al snel heel efficiënt. Bijna 75% van de patiënten is er tevreden over. ‘Het apparaat werkt op standaardbatterijen en stuurt precieze micro-impulsen naar de bovenste tak van de drielingzenuw. De elektrode wordt aangebracht op het voorhoofd en werkt rechtstreeks in op de zenuw. Het heeft een kalmerend effect, waardoor de hersenen minder snel geprikkeld worden’, legt Dr. Rigaux uit. Bij regelmatig gebruik van de Cefaly daalt het aantal migraineaanvallen. ‘Bij patiënten met chronische aanvallen zorgt een dagelijkse sessie van 20 tot 30 minuten dat de frequentie en de intensiteit van de aanvallen aanzienlijk dalen en het medicijngebruik afneemt.’

Over de grenzen heen

Sinds de lancering heeft het bedrijf over de hele wereld al meer dan 100.000 apparaten verkocht. Daar heeft hun originele commerciële aanpak zeker mee te maken. Maar hoe kwamen ze daarop? In 2008 heeft Cefaly na een reeks testen de nodige certificeringen op zak. Het bedrijf maakt zich klaar om het nieuwe product te lanceren. De economische crisis is echter net uitgebroken en investeerders vinden het niet het geschikte moment om nieuwe markten aan te boren. ‘Het leek ons dus niet interessant om in elk land een distributeur te zoeken die zou werken met een eigen vertegenwoordiger, die op zijn beurt contact zou leggen met apothekers of zorgcentra. Daarom besloten we om het aantal tussenpersonen te beperken door ons rechtstreeks te wenden tot de patiënt via ons onlineverkoopplatform.’ Die rechtstreekse link met de patiënt biedt heel wat voordelen. ‘Dankzij de feedback van de gebruikers konden we snel de tevredenheid meten, maar ook de ergonomie van het apparaat lichtjes wijzigen om het nog gebruiksvriendelijker te maken’, vervolgt Dr. Rigaux. De Cefaly is een vernieuwende en niet-invasieve oplossing. Het apparaat wordt erkend door de internationale wetenschappelijke gemeenschap en kreeg ook groen licht van de strenge Food and Drug Administration (FDA). Dat opent de deuren van de belangrijke Amerikaanse markt en verzekert de Cefaly van juridische bescherming. Een concurrerend product zou voor goedkeuring van de FDA moeten aantonen dat het wezenlijk gelijkwaardig is aan de Cefaly op het vlak van methode en techniek. Dat zou tegelijkertijd het Amerikaanse patent van het Luikse bedrijf schenden, waardoor de aanvraag vervalt. Een waterdicht systeem dus. Met de nodige erkenning en expertise op zak zet Cefaly nu volop in op nieuw onderzoek om gelijksoortige apparaten te ontwikkelen voor het behandelen van epilepsie, slapeloosheid, depressie en evenwichtsstoornissen.

 

CEFALY Technology

Rue de Wallonie, 11

B-4460 Grâce-Hollogne

+32 (0)4 367 67 22 [email protected] www.cefaly.com 

 

€ 4.900.000 : Het omzetcijfer van 2014 (96% meer dan in 2013).

100.000 : Het aantal Cefalyapparaatjes dat wereldwijd verkocht werd.

30 : Verkrijgbaar in meer dan 30 landen. Eind 2016 is een nieuwe vestiging gepland in het Liège Science Park.

15 : In 2017 is het bedrijf van plan om vijftien nieuwe werknemers aan te werven.

Als precisiechauffeur en opleider stelt Pierre-Yves Rosoux zijn expertise en talenten ten dienste van ondernemingen… en het witte doek!

Met zijn elegantie, een vrijmoedige blik en een glimlach om de mond boezemt Pierre- Yves Rosoux automatisch vertrouwen in. Meer nog, hij straalt sympathie en professionalisme uit. Met zijn scherp silhouet en vastberaden tred komt hij erg zelfverzekerd over en maakt hij op zijn gesprekspartner meteen een onuitwisbare indruk. Niet zo verwonderlijk dus dat deze Luikenaar bedrijfsleiders van grote ondernemingen weet te verleiden. Want onder de stadskleding van Pierre-Yves zit het pak van een professionele autocoureur. Controle, veiligheid, zuinigheid, dat is zijn handelswaar. Risico ook, maar enkel indien nodig. Zijn vaardigheid en zijn ervaring biedt hij op verschillende manieren aan ondernemingen aan: van zuinig en defensief leren rijden, tot de eerste beginselen van het rijden met een raceauto op een circuit.

Ontstaan van een passie

Zijn familie was niet rijk en niet geïnteresseerd in autosport maar Pierre-Yves, die van jongs af aan verzot was op auto’s, kiest voor de wereld van de motorsport. Op drieëntwintigjarige leeftijd begint hij aan kartingwedstrijden deel te nemen ‘in een tijd waarin een sponsor je nog betaalde, zelfs al was het maar het loontje van een kelner’. Op zijn palmares staan 200 wedstrijden, hij was zes keer kampioen van België. Om in zijn levensonderhoud te voorzien volgt hij een cursus defensief en offensief rijden om vervolgens zelf les te geven, naast zijn presentaties voor grote automerken, demonstraties, circuitdopen, enz. Zijn wedstrijden en jarenlange ervaring zijn onmiskenbaar troeven in een wereldje dat steeds meer door het geld wordt beheerst en waarin amateurs welig tieren. ‘Toen ik begon, waren alleen professionele coureurs aan de slag, maar nu doen sommige “gentlemen drivers” zich ten onrechte voor als beroepslui. De meeste onder hen zijn correct, maar sommigen breken niet alleen de markt open; door hun gebrek aan ervaring verwonden ze bovendien anderen. Het is hoog tijd dat België deze sector reguleert. Raceauto’s besturen is geen spelletje.’

Zuinig en dynamisch rijden

Precies omdat het geen spel is, is Pierre-Yves zijn eigen opleidingen beginnen opzetten. Hij geeft onder meer een opleiding eco-driving, die heel wat succes kent bij grote Belgische en Luxemburgse ondernemingen. Deze opleiding is bedoeld voor werknemers die in veel gevallen dagelijks de wagen gebruiken. ‘Ik vond de klassieke methoden nogal vervelend en lastig, onmogelijk ook om dagelijks toe te passen. Daarom heb ik mijn eigen techniek ontwikkeld, gebaseerd op de principes van de autosport. Mijn methode is juist niet lastig en gemakkelijk te begrijpen. Ik probeer niet iemands rijstijl te veranderen, maar wel zijn mentaliteit.’ Pierre-Yves rijdt als passagier mee met zijn ‘leerling’ op een vooraf vastgelegd traject, dicht bij de werkplek en in de wagen van de werknemer. Hij zelf observeert, maakt aantekeningen, vermeldt genummerde herkenningstekens. Dan volgt een les theorie die in de praktijk wordt gebracht wanneer hetzelfde traject opnieuw wordt afgelegd. ‘In 2014 had ik een grote Luxemburgse verzekeringsgroep als klant. Ik heb 51 kaderleden opgeleid. Twee en een halve maand na de opleiding kreeg ik de resultaten van een enquête hierover. Een interessante en waardevolle feedback. Volgens 64% van de deelnemers is hun verbruik met 1 à 1,5 l verminderd. Velen onder hen hebben vastgesteld dat − in tegenstelling tot wat ze dachten − hun gemiddelde snelheid is gestegen, terwijl ze toch zuiniger rijden. Voor de onderneming betekent dat een besparing van 13.000 euro per jaar. Na zes maanden had de onderneming de kostprijs van de opleiding terugverdiend (nvdr: ongeveer 110 euro per persoon).’ Dat zegt genoeg, zeker als je weet dat deze opleiding een score van 4 op 5 behaalde tijdens een audit door de firma PWC (die nadien overigens zelf klant werd). Waar Pierre-Yves bijzonder trots op is, is dat het theoretische gedeelte – a priori het meest vervelende onderdeel – uitsluitend positieve beoordelingen krijgt. De humor, de vriendelijkheid en het totale gebrek aan arrogantie van deze man dragen wellicht bij tot die enthousiaste reacties.

Veiligheid voor alles

Naast het aspect zuinigheid heeft Pierre-Yves natuurlijk ook aandacht voor het aspect veiligheid. Ook voor ondernemingen organiseert hij een cursus safety driving om enkele noodzakelijke reflexen aan te leren om ongelukken te vermijden. Net zoals bij eco-driving past hij zich aan het dagelijkse traject van de cursisten aan, maar niet uitsluitend. Dat is trouwens een van zijn troeven: een soepel eendagsprogramma dat aanpasbaar is, maatwerk dus. Het hele jaar is hij consultant bij Baloise Luxembourg en hij houdt een blog bij waarop hij regelmatig rijtips voor de werknemers post. Het is trouwens na een vraag van de CEO van Baloise Luxembourg dat Pierre-Yves over een nieuw concept is beginnen na te denken dat hij nu aan het ontwikkelen is. Het betreft het geven van theoretische en praktische lessen aan ouders die hun kinderen leren rijden. Een manier om een zekere angst weg te nemen die sommigen kunnen ervaren wanneer ze voor deze uitdaging staan. Met als bonus een les safety driving voor de jonge bestuurders.

Privé-evenementen

De privé-evenementen die Pierre-Yves organiseert voor de kaderleden of partners van een bedrijf zijn waarschijnlijk wat ludieker, maar minstens even informatief. Hij huurt dan een circuit af – gewoonlijk dat van Spa- Francorchamps – en leert een GT (de afkorting van Gran Turismo, luxueuze en erg sportieve auto’s) besturen. Een typische dag ziet er als volgt uit: na een seminarie komen de deelnemers tegen 15 u naar het circuit. Daar hebben ze de keuze tussen een slipcursus op een piste of karting. Tussen 18 en 20 u mogen ze tijdens de rijopleiding een Aston Martin, Porsche of BMW besturen. Wanneer de deelnemers uitgehongerd en opgewonden zijn na al hun avonturen, wacht hen om 20 u een goed restaurant in de buurt. In Spa is dat vaak het Hôtel de la Source, dat zich naast de piste bevindt.

De organisator heeft ook een heel eigen roadbook te koop: het ‘Roadbook Golf Challenge’ dat uit een aantal precisieproeven bestaat die op zijn minst origineel te noemen zijn en waarin hij zijn twee passies, rijden en golfen, heeft gecombineerd.

Cinema, cinemaaaa !

Naast al die activiteiten kan hij ook bogen op een mooi cv als precisiechauffeur (niet te verwarren met een stuntman) in de filmwereld. In september vorig jaar stond hij nog in Nice voor de opnamen van ‘Transporter 4’. In 2014 konden we zijn prestaties bewonderen in ‘Lucy’, de laatste film van Luc Besson. ‘Het is een achtervolgingsscène in gewoon verkeer. Lucy (Scarlett Johansson gedoubleerd door de Franse stuntman David Julienne) komt aangestoven, we kunnen elkaar pas op het laatste nippertje ontwijken.’ Voordien zagen we hem al aan het werk in ‘Mister Bean 2’, ‘Rush Hour 3’, ‘Taxi 4’, ‘Transporter 3’, ‘Eyjafjallajökull, le volcan’, ‘Red 2’ en ‘3 days to kill’ met Kevin Costner. De voorbije maanden heeft Pierre-Yves meegewerkt aan de tv-film ‘L’Emprise’ met Fred Testot (van het duo ‘Omar et Fred’), waarin hij de dochter van Isabelle Huppert, Lolita Chammah, doubleert. Ook in ‘Belles familles’ is hij te zien, deze keer als doubleur van Mathieu Amalric. Hij voerde ook stunts uit voor de tv-film ‘La Route des Lacs’ van Rachid Bouchareb (regisseur van ‘Indigènes’ in 2006). In voorbereiding: een kortfilm van Stéphane Hénocque, ‘Hold- Bus’, waarin naast Pierre-Yves als buschauffeur ook Renaud Ruten en Arnaud Tsamère zijn gecast. Verder kun je onze coureur ook ontdekken op de RTBF in het programma ‘Ça n’arrive pas qu’aux autres’ waarin hij deelneemt aan verborgencameragrappen. Het succes van de eerste drie afleveringen heeft hem ertoe aangezet te tekenen voor toekomstige afleveringen. Grote en middelgrote producties dus voor deze Luikenaar die per toeval in de jaren 2000 in de filmwereld rolde. ‘Om 21 u belde een bevriende coureur me. Hij stond op de set van “Michel Vaillant” in Le Mans. Ze hadden gekwalificeerde coureurs nodig om racewagens op het circuit te besturen. Hij vroeg me: ‘Wil jij Michel Vaillant zijn?’. Ik heb de hele nacht gereden. Toen ik daar ‘s morgens aankwam, haalden ze mij uit mijn wagen, trokken mij een pak aan en zetten mij meteen in een Porsche RSR op de piste. Een gevaarlijk beestje wanneer de motor koud is… en bovendien had ik niet geslapen! In de eerste bocht, terwijl ik 140 km/u reed, zag ik een helikopter recht op mij af komen. Ik kon hem ternauwernood ontwijken. Nog nooit was ik zo bang geweest! Zo ben ik in de filmwereld terechtgekomen.’ Hij kwam voor twee dagen, maar werd uiteindelijk gevraagd acht dagen langer te blijven. ‘Ik word verondersteld alles te kunnen met een auto op het gebied van “car-control”. Mensen denken dat wij gek zijn, maar dat is niet zo, anders blijf je niet meegaan. Het is waar dat ik graag een beetje bang ben, maar ik moet die angst kunnen beheersen. Ik ben moedig, maar niet stom! Ik neem geen risico’s alleen maar voor de kick.’

www.pyrosoux.com

Modelbouwer, schrijnwerker, timmerman, kunstenaar… omschrijvingen genoeg voor deze meester-ambachtsman, met zijn verrassend gamma houten badkamermeubelenModelbouwer, schrijnwerker, timmerman, kunstenaar… omschrijvingen genoeg voor deze meester-ambachtsman, met zijn verrassend gamma houten badkamermeubelen

Kunstenaar of ambachtsman? Op zijn 54ste stelt Walthère Ceccato zich die vraag niet meer. Niet omdat het te laat zou zijn, maar omdat hij niet wil kiezen. Alles lijkt wel een beetje dubbel, als het over hem gaat. Zijn Italiaanse afkomst wordt vertroebeld door zijn Luiks accent, zijn nederigheid als vakman staat in schril contrast met zijn succes, tot en met zijn blauw atelier in Seraing, dat het visitekaartje van een kunstenaar zou kunnen zijn. Ongrijpbaar, mysterieus… Walthère Ceccato is een man die leeft voor zijn werk en zijn gevoeligheid ten dienste van zijn werkstukken stelt.

Eerst arbeider, dan kunstenaar

Walthère Ceccato is Italiaan van geboorte, maar koos de streek rond Luik als zijn tweede thuis. Zoals veel van zijn landgenoten begon hij te werken in de Waalse gieterij, waar hij adembenemend precieze maquettes maakte. ‘Modelbouwers werken altijd tot op de tiende millimeter’, verduidelijkt hij. Zijn maquettes worden gebruikt om industriële mallen te maken. In 1991 is er door de opkomst van nieuwe technologieën minder werk en aarzelt hij niet om zich alleen nog op modelbouw in hout en de realisatie van prototypes toe te leggen. Zijn carrière neemt een onverwachte wending en de bestellingen volgen elkaar op. Walthère Ceccato kan zich eindelijk wijden aan dat waarvoor hij een absolute voorkeur heeft: houtbewerking, want daarvoor was hij voorbestemd. Op zestienjarige leeftijd repareert deze kunstenaar in de dop immers in zijn eentje het kapotte houten plafond van de ouderlijke woning. Enkele jaren later, wanneer hij in het Institut Saint-Laurent in Luik start, wordt hij opgemerkt door ‘oude’ modelbouwers die deze jonge belofte de grondbeginselen bijbrengen. Vandaag is het grote liefde tussen Walthère Ceccato en hout. Hij werkt uitsluitend met iroko, een bleke houtsoort met onopvallende nerven uit Afrika. Hij tekent zijn plannen eerst op brede panelen en kiest vervolgens elk stuk, dat hij nummert en zaagt. Dan volgt de assemblage. De stukken worden op elkaar gelijmd met behulp van onzichtbare zwaluwstaarten en een uiterst krachtige lijm - een puzzel, waarvoor hij al zijn knowhow van industrieel modelbouwer aanwendt. Hij combineert inderdaad schrijnwerk en modelbouw, twee competenties die zelden samen worden gebruikt en waardoor hij zijn productiemethode heeft kunnen patenteren. De laatste fase is die van de afwerking. Walthère Ceccato schuurt het hout en strijkt het vervolgens in met een vernis die het hout een buitengewone glans geeft en bestand maakt tegen chemische producten en waterdamp. Elk stuk dat zijn atelier verlaat is uniek, genummerd en getekend, zoals dat vaak het geval is bij kunstwerken.

Kwaliteit boven alles

Reken ongeveer drie maanden voor de realisatie van een badkuip. Walthère Ceccato werkt alleen, van ontwerp tot afwerking van een product. Als professional legt hij veel geduld en zin voor detail aan de dag, de sleutel van zijn succes. ‘Ik ben nauwkeurig, precies en systematisch, dat heeft de modelbouw mij geleerd.’ Het prototype van zijn bad werd bekroond op de Designwedstrijd van de elfde editie van de beurs Bois & Habitat, het kostte hem vijf jaar van nadenken, ontwerpen en finetunen. Aan weerskanten zijn de streelzachte stukken iroko waaruit het bad is opgebouwd identiek en symmetrisch. Zijn werk, dat door iedereen wordt geprezen, heeft een prijs die zijn klanten bereid zijn te betalen. Qatar, de koninklijke familie van Marokko… Zijn werkstukken op maat worden naar de vier windstreken verzonden, zo uniek zijn ze. ‘Ik ben wereldwijd bekend’, zegt hij trots. De meeste van zijn stukken worden geëxporteerd, vooral ‘omdat we in België bang zijn voor het contact van water met hout. Die combinatie behoort niet tot onze ambachtscultuur. Toch wordt alles hydrometrisch strikt gecontroleerd en is elk stuk hout dat wordt gebruikt het resultaat van een zorgvuldige selectie.’ Die terughoudendheid van de Belgen brengt Walthère Ceccato ertoe de meest prestigieuze designbeurzen te bezoeken (Marseille, Monaco, Milaan), ook al is hij discreet van aard en zoekt hij de publiciteit niet op. Hij is bekend van mond-tot-mondreclame. ‘Mijn klanten worden vaak vrienden; ik breng veel tijd met hen door om te luisteren naar hun wensen. Eerlijk gezegd maak ik mijn bestellingen alsof ze voor mezelf zouden zijn.’

Modellen bouwen, een bedreigd bestaan

Als hij succesvol is, komt dat omdat hij schrijnwerk combineert met fabricageprocessen. Die knowhow is uniek. Voor de meerderheid van de modelbouwers zijn de dagen echter geteld. Doordat ze voortdurend worden ingehaald door de spitstechnologie en steeds minder werkzaamheden nog manueel werk vereisen, worden ze in steeds minder domeinen gevraagd. De Waalse gieterij kreeg concurrentie van de landen uit het oosten, die minder dure mallen produceren ten koste van eerlijke lonen. Maar nog erger is dat er geen opvolging is. Walthère Ceccato beseft het: als hij zijn onderneming wil uitbouwen, moet hij een beroep op gekwalificeerde arbeiders, maar in het technisch en beroepsonderwijs is de afdeling ‘modelbouw’ verdwenen. Bovendien, ‘waarom wilt u dat ik een jongere opleid als die naar alle waarschijnlijkheid geen enkel toekomstperspectief heeft?’ betreurt de kunstenaar. Momenteel legt hij zich volledig toe op het perfectioneren van zijn techniek. Hij heeft zich trouwens net een precisie-instrument aangeschaft, fabrieksmateriaal voor de bescheiden prijs van € 200.000. Het is een machine die de stukken voorbewerkt, wat hem in staat stelt nieuwe creatieve mogelijkheden te onderzoeken. Een noodzakelijke investering als hij de golf van bestellingen wil kunnen opvangen. Dus kunstenaar of vakman − Walthère Ceccato is ongetwijfeld beide. Bovenal is hij een fenomeen, een ufo in de wereld van de modelbouw. Op zijn eentje incarneert hij de opleving van het Waalse ambacht. Een kunstnijverheid, een luxe ambacht, een nijverheid die innoveert en eeuwenoude knowhow ten dienste stelt van prestigieuze producten.

 

Walthère Ceccato

Rue de la Province 83

B-4100 Seraing

+32 (0)4 337 38 27 i

[email protected] www.ceccato.be

Jean-Philippe Darcis is een goedlachse veertiger, afkomstig uit het Land van Herve. Hij maakt van chocolade een luxeproduct. Zijn passie? Adembenemende smaakcombinaties creëren. Een bron van puur geluk!

Darcis’ avontuur gaat van start in 1996, wanneer hij en zijn echtgenote hun eerste winkel openen. ‘Waarom in Verviers? Omdat Verviers altijd bekend heeft gestaan voor haar patissiers en chocolatiers. En op dat moment was er niet echt een bijzondere patissier meer in de streek.’ De zaak is een succes. Ze investeren in een grotere ruimte en installeren er een mooie winkel met een degustatiesalon en een grote werkplaats. Volgens Darcis heeft hij het succes te danken aan zijn deelname aan tal van prestigieuze wedstrijden. In 2001 wint hij de Trophée Prosper Montagné als beste patissier- chocolatier van België. Hij wordt Ambassadeur van de Belgische chocolade. Er volgen nog andere competities, de wereldbeker patisserie en de wereldkampioenschappen. ‘ Dankzij die wedstrijden kon ik naast mijn professionele carrière blijven bijleren over het vak, vooral door het contact met andere grote namen. Ik kreeg de kans om met topmensen samen te werken en ging tegelijk voluit voor het ondernemerschap. Je moet je grenzen blijven verleggen. Zin om te ondernemen, dat heb je of je hebt het niet. Ik heb het van mijn vader, die altijd een harde werker was. Net als hij wil ik altijd verder gaan, iets bereiken in het leven.’

Een passie voor ondernemen

In 2002 krijgt Darcis het lumineuze idee om zijn eigen chocolade te creëren. ‘Patisserie en chocolade zijn producten die elkaar aanvullen. Vroeger haalde ik mijn chocolade bij leveranciers. Maar het is altijd frustrerend om producten te verkopen die je zelf niet gemaakt hebt. Als je passie hebt voor je product en de zaken grondig wilt aanpakken, dan doe je graag alles zelf.’ Het vervolg laat niet op zich wachten. Vanaf 2005 opent Darcis een reeks winkels en corners in Wallonië en Brussel. Later volgen ook Vlaanderen, en zelfs Spanje en Japan. Zijn merk omvat een scala aan voedingswaren: brood, patisserie, Parijse ‘makarons’, pralines in talloze varianten en zelfs ijs in de zomer. Het bedrijf in Verviers vervaardigt alle producten en draait op volle toeren. Bakkers, patissiers, makaroniers en chocolatiers werken er dag en nacht. Het familiebedrijf heeft intussen zo’n veertig werknemers in dienst, onder wie arbeiders, verkopers, bezorgers enz. ‘Die drukte is niet van vandaag op morgen gekomen. Je hebt ongelooflijk veel ervaring en inzet nodig om er te geraken. Dat is de betekenis van echt ondernemerschap! Zaakvoerder zijn is een boeiende job en gaat veel verder dan het bedenken van producten. Alle dagen ben ik rond 5 uur in de werkplaats. Ik heb een blind vertrouwen in mijn mensen, maar ik hou toch graag een oogje in het zeil,’ vertelt de meester-chocolatier.

Sinds het begin van zijn avontuur maakt Darcis er een erezaak van om uitsluitend grondstoffen van hoge kwaliteit te gebruiken. Niet verwonderlijk dus dat hij van plan is om binnenkort zijn eigen chocolade te maken van cacaobonen die rechtstreeks van de landbouwers komen. ‘In België zijn er maar zes chocolatiers die op die manier werken. Die beweging wordt bean to bar (van boon tot chocolade) genoemd en bestaat nog niet zo lang. Professionals die hun product van A tot Z willen creëren, gebruiken de methode steeds meer. Zo kunnen ze hun chocolade echt een persoonlijke toets geven. Ik heb er een jaar over gedaan om tot de verfijnde chocolade te komen die ik wou. Er is tijd nodig om het product te maken dat bij je past, in de lijn van wat je al deed en waarin je gelooft. Het is die aanpak die ons interesseert.’

Levensproject

De jaren verstrijken en het bedrijf blijft groeien. Resultaat: de huidige werkplaats is te klein geworden om nog te kunnen beantwoorden aan de vraag. Op naar iets groters dus, maar met behoud van de familiale structuur en de ambachtelijke traditie. Eind 2015, na zes jaar denkwerk, opent ‘La Chocolaterie, Belgium chocolate factory by Darcis’ haar deuren voor lekkerbekken in het hart van de Euregio. Het hedendaagse gebouw is grotendeels opgetrokken uit glas, beslaat 2.800 m² en telt vier verdiepingen, die stuk voor stuk in het teken van chocolade staan. Jean-Philippe Darcis glimlacht en is duidelijk tevreden. ‘La Chocolaterie is mijn levensproject. In 18 jaar tijd ben ik gegroeid van een kleine benedenverdieping van 35 m² naar een immense, multifunctionele ruimte. Eindelijk is daar het project waar ik altijd al van droomde: reusachtig en uniek, maar toch op mensenmaat.’

Sinds het begin van zijn avontuur maakt Darcis er een erezaak van om uitsluitend grondstoffen van hoge kwaliteit te gebruiken.


Het gebouw bevindt zich op de Esplanade de la Grâce in Verviers, strategisch gelegen tussen winkelcentrum Crescendo en Hotel Verviers. Met het hotel wordt een samenwerking opgestart voor workshops, teambuildings, stages, seminaries over chocolade en andere activiteiten voor bedrijven, culinaire professionals en uiteraard ook voor particulieren van alle leeftijden. ‘Mensen willen zien, aanraken, ontdekken. En voor de chocolatiers is het een hele eer om hun werk te kunnen tonen en zo het vertrouwen van de mensen te winnen.’ Alle chocolade, makarons en patisserie zullen ter plaatse bereid worden. Bezoekers vinden er een luxueuze winkel, een degustatiesalon en een interactief en kleurrijk didactisch parcours van de hand van een decorontwerper. Op het programma: branden en bakken, geuren, melanges, ganache, de artistieke kant, cacaobonen en tal van andere ontdekkingen. Oh, en probeer maar niet om die heerlijke geur te weerstaan, dat is verloren moeite…

 

informatie

Darcis Chocolat et Pâtisserie SPRL
Crapaurue, 121-123
B-4800 Verviers
+32 (0)87 33 98 15
[email protected]
www.darcis.com

Het oubollige beeld van regionale televisie heeft afgedaan. Tijd voor technologische vernieuwing en verhoogde efficiëntie. Télévesdre blijft trouw aan de lokale sfeer, maar kijkt letterlijk en figuurlijk over de grenzen.

Twee jaar geleden werd de organisatie van de zender letterlijk gerestyled. Dat viel samen met de verhuizing naar nieuwe kantoren en vooral met de wil om over te schakelen op een echte bedrijfscultuur. ‘Ik benadruk dat woord bedrijf’, verduidelijkt algemeen directeur Urbain Ortmans. ‘Lokale tv-zenders hebben immers altijd het stempel gehad van socio-culturele vzw’s. Wij werken er hard aan om van dat beeld af te geraken en meer de kaart van de onderneming te trekken. In deze tijd is die evolutie noodzakelijk. Vanzelfsprekend behouden we ons statuut van televisiestation als openbare dienst maar tegelijk gaan we voluit voor professionalisering.’ Een lokale zender werkt net als elk ander bedrijf met een streng financieel beleid, een project, een strategie en ook met humanresourcesmanagement.

De nieuwe werkruimte bevindt zich op het terrein dat Le Tremplin genoemd wordt, de springplank, meer bepaald in een oude melkfabriek die onlangs door de gemeente Dison werd opgeknapt. ‘In dit gebouw zie je de wil om hier een echt mediacentrum te maken voor de streek van Verviers, maar ook een plaats waar cultuur en economie naast elkaar kunnen bestaan.’ Op de gelijkvloerse verdieping bevindt zich een commerciële ruimte. Dan is er de redactie van het magazine Télépro en – opmerkelijk en uniek in België – een evenementenzaal die aansluit bij het lokale tv-station. Die zaal, waar 160 mensen kunnen zitten of 400 mensen staan, wordt geregeld ter beschikking gesteld van de lokale zender voor uitzendingen of allerhande opnames (conferenties, seminaries, …). ‘Naast onze allereerste opdracht (dagelijkse televisiejournaals en uitzendingen over cultuur, sport en human interest) hebben we ook ingezet op evenementen. Dat bepaalt nu de eigenheid van onze zender.’

‘Naast onze allereerste opdracht (dagelijkse televisiejournaals en uitzendingen over cultuur, sport en human interest) hebben we ook ingezet op evenementen. Dat bepaalt nu de eigenheid van onze zender.’


Via Euregio

Sinds twee jaar zendt Télévesdre het tweemaandelijks programma Via Euregio uit. Dat heeft alles te maken met de geografische ligging van de zender, vlak bij Nederland en Duitsland. Het programma bestaat uit een reeks reportages rond een gemeenschappelijk thema en brengt verschillende partners samen uit diverse culturen. ‘Iedereen maakt een stuk over zijn regio, in zijn taal. We brengen die reportages samen en ondertitelen ze. De opnames vinden plaats in de evenementenhal van Dison. Deze uitzending is een geweldige doorbraak. Want vergeet niet dat het geen gemakkelijke opgave was om drie culturen met drie talen rond de tafel te krijgen. Maar het project houdt stand, ook omdat alle partners zich soepel opstellen’, verheugt de informatiedirecteur zich. Niet alleen is er hier een groot potentieel publiek van vijf miljoen mensen voor de Euregio Maas-Rijn, maar het programma geeft ook een enorme zichtbaarheid aan de stad Verviers en de gemeenten in de omgeving. Trouwens, het initiatief kreeg in 2013 van het Europees Parlement de Prijs van de Europese Burger.

Hightech en low cost

Met een jaarlijks budget van amper twee miljoen euro is Télévesdre een van de productiefste lokale tv-zenders. Vijfentwintig voltijdse mensen en een tiental freelancejournalisten houden dagelijks de boel draaiend bij Télévesdre. ‘Met weinig medewerkers doen we veel werk. Efficiëntie is heel belangrijk. We zijn dus zowel hightech als low cost. Met low cost is niets mis, maar we proberen met weinig middelen toch goed werk af te leveren’, legt Urbain Ortmans uit.

Wat de low cost betreft, alle installaties zijn afgestemd op zuinig werken. Zo is er in alle studio’s ledverlichting. En als we over hightech spreken, zien we dat Télévesdre de enige lokale tv-zender is die uitzendt in high-definition, wat een geweldige vooruitgang is. ‘Nu andere stations zich nog aan het afvragen zijn of ze op HD zouden overschakelen, zijn wij daar al twee jaar mee bezig.’ Ook de glasvezelkabel heeft zijn intrede gemaakt. Qua technologie is alles mogelijk.

Télévesdre wil zijn stempel drukken op de media en Verviers een grotere culturele uitstraling geven. Momenteel heeft de zender zowat 40.000 kijkers en een potentieel publiek van meer dan 260.000 mensen. De organisatie wil niet alleen een traditionele tv-zender zijn, maar ook meegaan met de tijd door constant de website te updaten en door steeds meer aanwezig te zijn op sociale media zoals Facebook, Twitter en – wat de ondernemingen betreft − LinkedIn. ‘Andere lokale stations moeten vechten om te overleven, maar wij verdedigen een concept dat werkt − dat van een kleine zender die een financieel evenwicht weet te bewaren terwijl we ons toch almaar verder ontwikkelen’, besluit de algemeen directeur.

 

informatie

Télévesdre ASBL
Rue du Moulin, 30A
B-4820 Dison
+32 (0)87 33 76 25
[email protected]
www.televesdre.eu

Your opinion counts