Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

‘Vurig’ is het adjectief dat vaak gebruikt wordt om Luik en zijn bewoners, echte fuifnummers, te omschrijven. Maar daarnaast is de stad ook bijzonder dynamisch en creatief! Zo ondergingen sommige wijken een complete gedaanteverwisseling: het werden architecturale pareltjes met een eigen levensritme dat elke dag een beetje hipper wordt. Een markant voorbeeld is de rue Souverain-Pont. We nemen een kijkje.

Een straatje dat er op het eerste gezicht niet uitziet – dat is vóór de facelift. Verlaten winkels, lege panden, verweerde en verwaarloosde gevels. Maar wel met een enorm potentieel, en dat beseft Luik. Heel wat façaden hebben namelijk een beschermd statuut. Bovendien grenst de wijk aan de Place Saint-Lambert, een perfecte ligging om woningen en handelszaken te ontwikkelen. Nu is er alleen nog nood aan bezieling en inzet om het straatje een eigen cachet te geven.

In het kader van het stadsproject ‘2012-2022’ besluit de stad Luik om geld vrij te maken om de bestaande gebouwen te saneren en om te vormen tot woningen en handelsruimten. In bredere zin gaat het erom om de wijk nieuw leven in te blazen als commerciële en economische trekpleister. De panden in deze straat heten een ‘hoog erfgoedkundig potentieel’ te hebben. Voor de grootschalige renovatie wordt een budget van € 6.000.000 uitgetrokken. In samenwerking met Job’In wordt het project opgestart in 2007, en dat in het kader van de operatie ‘Créashop’.

In de praktijk worden 23 nieuwe wooneenheden ingericht, naast vier handelszaken op de nummers 7, 13, 15 en 17 van de straat. ‘Créashop’ staat voor innovatie én voor de wil om jonge Belgische ontwerpers en designers kansen te geven. In oktober 2012 wordt een aanbesteding gelanceerd. De bonus is een voorkeurcontract voor de huur, uitgerekend een zetje dat jonge ondernemers nodig hebben, en projectbegeleiding door Job’in. Uiteindelijk krijgen vier winnaars een toegangskaartje om in de rue Souverain-Pont hun ding te doen: Emmanuelle Wégria en haar boetiek die exclusief gewijd is aan Waalse ontwerpen; de modeontwerper Fabrice Bertrang; Séverine Langhor en haar textielcreaties met (wereld)stoffen; en de juwelenontwerpster Lara Malherbe.

Wattitude, 100 % Waals

Wattitude is een bij uitstek Waalse boetiek. De naam zegt het al, het is de verheerlijking van de Waalse attitude. In een periode waarin ‘Made in France’ stilaan weer in de belangstelling komt, is het wellicht niet slecht om hetzelfde te doen voor ‘Made in Wallonia’ of toch zeker ’Made by Walloons’. Bij Wattitude is dan ook alles Waals! Bij de keuze van haar producten is Emmanuelle Wégria bijzonder streng, want ze laat alleen toe wat ontworpen of geproduceerd wordt in Wallonië.

In 2009 lanceert Emmanuelle Wégria, van opleiding architecte en decorontwerpster, ‘Madame Manu’, een pittige kledinglijn voor kinderen, al is dat op dat moment maar een nevenactiviteit. In 2011 stopt ze haar samenwerking met het Théâtre Arsenic, een van de grootste reizende toneelgezelschappen in ons land. Het is een keerpunt in het leven van de jonge Luikse, want onverwacht moet ze zich vragen stellen en wordt ze geconfronteerd met nieuwe levenskeuzen. Moet ze haar bijberoep verder ontwikkelen? Een winkel openen om haar ontwerpen te tonen? Geen tekort aan ideeën. ‘Door mijn activiteiten voor “Madame Manu” kreeg ik de kans om deel te nemen aan heel wat designerbeurzen en kwam ik in aanraking met ongelooflijk veel Belgische en Waalse ontwerpers met schitterende ideeën’, verduidelijkt Emmanuelle. Dankzij die vaststelling krijgt ze steeds meer zin om een boetiek met haar eigen creaties te openen, al wil ze evenmin voorbijgaan aan andere Waalse ontwerpers. ‘Ik heb nogal wat creatieve vriendinnen en ik besloot om hen ook een plek te geven.’ Stilaan ziet ze het concept ruimer en denkt ze ook aan design – wellicht zit haar architectuuropleiding daar voor iets tussen. Vervolgens suggereert haar partner om ook Waalse bieren en levensmiddelen onder de aandacht te brengen. Het concept ‘Wattitude’ is een feit.

Een strenge selectie

De pittige brunette is heel enthousiast: ‘Al die producten hebben mijn hart gestolen. Aanvankelijk gingen mijn partner en ik overal op zoek naar ontwerpers of producenten met wie we onze zaak konden vullen. Maar vrij snel moesten we afremmen, want er zijn nogal wat getalenteerde Walen en zo groot is onze winkel nu ook weer niet.’ Emmanuelle volgt haar hart bij de keuze van de ontwerpen, al hecht ze minstens evenveel belang aan vakkundigheid. ‘We proberen de nadruk te leggen op al wie professioneel bezig is met ontwerpen, al hebben we eveneens oog voor wie een kwaliteitsvolle ambachtelijke nevenactiviteit heeft.’ Bij gebrek aan ruimte moet ze nu al sommige ontwerpers weigeren, want haar winkelruimte bedraagt slechts 100 m2.

Vier ruimten

Omdat de boetiek opgedeeld is in afdelingen krijgt elke ontwerper de nodige zichtbaarheid. ‘De ruimte is zodanig georganiseerd dat iedereen fraai voorgesteld wordt. Op de website van de winkel probeer ik ook iedereen weer te geven en geef ik meer uitleg over de aanpak’, verduidelijkt Emmanuelle. Bij elk voorwerp staat een kaartje met daarop de naam van de ontwerper en de plaats waar hij of zij vandaan komt: Amandine Jehin – Namen; Florence Beauloye – Engis; Jean-François D’Or – Luik… En uiteraard zijn ze allemaal Walen. De voorwerpen kregen een plaatsje in vier ruimten: om te beginnen, zijn dat Waalse bieren en voedingswaren. Dan heb je design, met daarbij een selectie boeken die een plaatsje kregen in de rekken van de Luikse ontwerper Alix Welter. Vervolgens is er de kinderhoek, met haar eigen ontwerpen van ‘Madame Manu’. En tot slot heb je de afdeling ‘Juwelen en modeaccessoires’. De achterkant van de winkel is ingericht als atelier, waar Emmanuelle elke maand allerlei creatieve workshops houdt. ‘Het zijn de ontwerpers zelf die de workshops bedenken en organiseren.’ Voor de deelnemers een mooie gelegenheid om creatief uit de hoek te komen onder het toeziend oog van enthousiaste pro’s. Daarnaast organiseert het koppel ook regelmatig evenementen, telkens met hetzelfde doel: getalenteerde Walen voorstellen aan het publiek. Op de binnenplaats houden ze bijvoorbeeld showcases met jonge muziekgroepen die net een eerste album uitbrachten. Feestelijke gelegenheden die de kans bieden om de nieuwste Waalse bieren uit de winkel te proeven. Om de twee maanden staat er ook een nieuwe kunstenaar in de kijker. De winkel zelf is te klein om nog nieuwe voorwerpen te plaatsen, maar er zijn nog altijd de wanden! ‘We zullen dat bij toerbeurt doen! Sophie Vanghor stelt als eerste tentoon, van 3 april tot 30 mei.’

De jonge onderneemster heeft geen spijt van de keuzes die ze gemaakt heeft. Haar winkel is een groot succes, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. ‘Het is een enorme meevaller. Ik vind het heel interessant om rechtstreeks in contact te komen met ontwerpers en producenten, om hun verhaal te horen en te zien hoe ze werken. En ik denk dat het publiek het ook wel fijn vindt om het resultaat van zoveel Waalse kunstzin samen onder één dak te vinden.’ Elk voorwerp is een echte ontdekking en de ruimte is een pareltje. Inderdaad een samenvatting van Waals talent. WAW!

 

informatie

Wattitude
Rue Souverain-Pont, 7
B-4000 Liège
+32 (0)497 62 53 53
[email protected]
www.wattitude.be

 

LOONT EVENEENS DE MOEITE

De rue En Neuvice, want deze Luikse straat heeft haar oorspronkelijke middeleeuwse structuur bewaard. Je vindt er:
het bevallige Hotel Neuvice, waar de eigenaars je warm onthalen;
REstore, een boetiek met als basisconcept slow design, of de kunst om mooie dingen te maken met huishoudelijk of industrieel afval;
kaasmaker Uguzon, waar je zorgvuldig geselecteerde kazen en wijnen kunt proeven én kopen;
het atelier van Salvador Renzo, een luitenbouwer die zich gespecialiseerd heeft in de bouw en de restauratie van tokkelinstrumenten.

In de 18de eeuw vormt Spa met zijn geneeskrachtige water een trekpleister voor de beau monde van heel Europa. Keizers, koningen, mensen van adel, schrijvers, acteurs en avonturiers stromen er toe. De familie Bourbon strijkt tijdens het kuren graag neer in een hotel dat vandaag haar naam draagt.

Het mooie, neoklassieke hotel Bourbon wordt gebouwd in 1774 , tijdens de eerste bloeitijd van stad Spa. Het hotel is ideaal gelegen, dicht bij de waterbron Pouhon Pierre-le-Grand, en leeft op het ritme van zijn kuurgasten. In 1807 ontsnapt het gebouw aan een brand, die talrijke gebouwen uit de 18de eeuw in de as legt. De gevel is sober en symmetrisch, opgetrokken uit bakstenen en kalksteen. Drie verdiepingen die afnemen in hoogte, een statige trap, een balkon met een leuning in siersmeedwerk en hoge ramen in de voorgevel doen een functioneel, elegant interieur vermoeden dat baadt in het licht. Maar dat is slechts een vermoeden, want er rest niets meer van het oorspronkelijke interieur: de schoorsteenmantels zijn verdwenen, de trap en de eiken meubels werden verkocht door de vorige eigenaar.

Nieuwe huurders

Sinds 1985 zijn de gevel en het dak van hotel Bourbon een beschermd monument. In 2000 koopt het Institut du Patrimoine wallon (Instituut voor het Waals Erfgoed) het hotel, dat toen al een hele tijd leeg stond. Alleen de kelders van het hotel staan nog bekend bij de inwoners van Spa voor de nachtclub die er ooit onderdak vond. ‘Het IPW zette dus een renovatieproject op, in samenwerking met de lokale huisvestingsmaatschappij, Logivesdre en de stad Spa’, vertelt Vanessa Krins, projectmanager bij de afdeling onroerend goed van het IPW. ‘Het gebouw is geschikt om bewoond te worden. Er werd dus beslist om het om te vormen tot zes sociale woningen. Er volgde een lange opstartprocedure: het aanstellen van een ontwerper, architectenbureau Lejeune-Giovanelli, het aanvragen van een patrimoniumsattest en een stedenbouwkundige vergunning, het verkrijgen van subsidies, het uitschrijven van aanbestedingen en de overdracht van goederen in erfpacht aan Logisvesdre. In augustus 2009 gaan de werkzaamheden eindelijk van start. Sinds 2012 is het hotel definitief gered van het verval en klaar om zijn nieuwe ‘reizigers’ te ontvangen.’

Zien en gezien worden

De reizigers die hier nu verblijven zijn in ieder geval discreter dan de ‘Bobelins’ in de 18de eeuw, zoals de inwoners van Spa de mondaine, buitenlandse kuurgasten noemden, en wat ‘zot’ of ‘onnozel’ kan betekenen. Of zou de term voor ‘goede drinkers’ staan? Aan het eind van de 18de eeuw vormt Spa een ‘een hart van plezier’, zoals Casanova schrijft in zijn Memoires. De stad staat bekend voor de heilzame werking van haar water, dat rijk is aan ijzer en minerale zouten. Spa is ook het ‘café van Europa’, waar toeristen samenkomen. ‘(...) Het water is voor de meesten slechts een voorwendsel. Mensen gaan er alleen naartoe voor de affaires, de intriges, om te spelen, de liefde te bedrijven en te spioneren (...)’, schrijft Casanova. Een dag in het leven van een kuurgast is inderdaad niet bepaald een straf. De gasten staan op om 6 uur ’s morgens. Ze beginnen de dag met een glas mineraalwater van de bron Pouhon Pierre-le-Grand op de nuchtere maag. Daarna maken ze samen met de andere gasten een tocht te voet of te paard langs de bronnen in de bossen boven de stad. Na een dag vol ijzerhoudend water drinken ze chocolademelk in de Waux-Hall en bezoeken ze kennissen die net als zij in de hotels van de stad logeren. Die kennissen zijn in de tweede helft van de 18de eeuw makkelijk op te sporen aan de hand van de ‘Lijsten van heren en dames’ waarop de naam, aankomstdatum en verblijfplaats van de bezoekers geregistreerd worden. ’s Avonds gaan de kuurgasten dansen in de Redoute, het casino in het centrum of ze gaan naar een concert. Spa kan bogen op een intens cultureel leven en het nodige vertier voor de vorstelijke en aristocratische families die er verblijven. De zaken draaien goed voor de kappers, stoffenhandelaars, kleermakers, hoedenmakers en hoteliers. De handel bloeit dankzij de beau monde, maar ook mensen met slechte bedoelingen profiteren van de concentratie aan rijkdom. ‘Spa brengt een hoge graad van ontwikkeling in het prinsbisdom Luik. De straten in de stad worden al snel geplaveid, de huizen zijn genummerd en een poststation zorgt voor een goede communicatie’, zegt Vanessa Krins.

Kuurtoerisme vindt zijn oorsprong in Spa. Halverwege de 16de eeuw ontvangt de stad al buitenlandse bezoekers, die afkomen op de befaamde waterbronnen. In dezelfde periode wordt het water van Spa voor het eerst verhandeld en uitgevoerd in Europa.


De ‘spa’ in Spa

Kuurtoerisme vindt zijn oorsprong in de stad Spa. Halverwege de 16de eeuw ontvangt de stad al buitenlandse bezoekers, die afkomen op de befaamde waterbronnen. In dezelfde periode wordt het water van Spa voor het eerst verhandeld en uitgevoerd in Europa. In het begin drinken de kuurgasten vooral grote hoeveelheden water van de fonteinen. Behandelingen met kuurbaden doen hun intrede pas in de tweede helft van de 19de eeuw. Verschillende talen gebruiken ondertussen de naam van de stad Spa om een kuuroord aan te duiden. In de tweede helft van de 19de eeuw kent het kuren in Spa opnieuw hoogdagen. De stad zet haar naam weer op de kaart, maar de internationale faam is getaand. ‘In die periode komt vooral de bourgeoisie uit Luik en Verviers er op vakantie. Het water wordt nog gedronken, maar nu wordt er voornamelijk gebaad. Het buitenleven en een gezonde levensstijl zijn in de mode. Vakantieverblijven waren er al. Daarnaast worden er moderne thermen gebouwd boven aan de stad, een renbaan, een vliegterrein, er worden sportwedstrijden georganiseerd (en niet alleen met auto’s) en het spoornetwerk wordt uitgebouwd. Spa herleeft. Klein probleem: Spa ligt in een bekken, is daardoor minder goed toegankelijk en beschikt niet over een schitterend klimaat. Heeft de stad daarom misschien minder succes dan steden als Vichy en Evian in Frankrijk of Baden in Duitsland?’ Spa blijft echter de voorloper van de thermale steden in Europa. De stad heeft dan ook samen met een aantal andere kuuroorden een aanvraag ingediend om erkend te worden als Unesco Werelderfgoed.

 

informatie

Toerismebureau van Spa
Rue du Marché, 1a
B-4900 Spa
+32 (0)87 79 53 53
[email protected]
www.spatourisme.be

 

HET GASTENBOEK VAN SPA

Antoine Fontaine maakte een schilderij van 9 m lang, waarop in niet-chronologische volgorde 91 personages afgebeeld staan die kwamen kuren in Spa. Enkele bekende namen: Montaigne (1580), Hendrik III van Frankrijk (1584), Descartes (1645), Karel II van Engeland (1664) en Victor Hugo (1865).

Oude boerderij krijgt slimme verbouwing

Maar weinig Waalse dorpen kunnen er zich op beroemen ooit leengoederen van de Tempeliers te zijn geweest. Villers-le-Temple, gelegen tussen Hoei en Luik, is er één van, samen met Saint-Léger, Templeuve, Doornik, Rumes en Hagrimont. Kort na zijn terugkeer uit het Heilig Land in 1260 liet Gérard de Villers, ridder van de Tempelorde, een commanderij bouwen in Villers-en-Condroz. Dit goed, bestaande uit een versterkte woning met vier torens, een kapel en agrarische gebouwen met stallen en schuren, werd het centrum van de Orde van de Tempeliers in Haspengouw en lag aan de basis van de benaming Villers-le-Temple.

Circa 750 jaar later stoppen er geen ridders in wapenrusting meer in deze deelgemeente van Nandrin, maar wel reizigers, die voornamelijk afkomstig zijn uit België, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Het is de ideale plek om samen met het hele gezin te genieten van de natuur en het rijke erfgoed in de regio. En tenzij om een blik te werpen op de overblijvende gebouwen houdt men niet langer halt voor de toegangspoort van de commanderij, midden in het dorp. Neen, nu trekt men naar een voormalige, 19de-eeuwse boerderij, opgetrokken met de typische natuursteen uit de streek. Ruim twee jaar geleden werd ze namelijk omgebouwd tot een aantrekkelijke vakantiewoning voor 8 à 9 personen.

Vier huisjes in één

De gastheren zijn Marianne de Laminne en Marc de Biseau, jonggepensioneerden uit Rotheux (Neupré). We zullen hier niet hun herkomst schetsen, maar kunnen wel zeggen dat, ook al stammen ze niet uit een geslacht van bouwers, ze toch samen een passie voor renovatie delen. “Vóór dit pand hebben we al verschillende andere stijlvolle huizen gerestaureerd,” verklaren de twee doe-het-zelvers. We denken graag na over de nieuwe bestemming van de vertrekken, over de manier om ze te veranderen en te verfraaien, en pas dan gaan we aan de slag en werken we alles zorgvuldig af. Een geslaagde inrichting is de kers op de taart. Het bijzondere aan dit pand is dat het eigenlijk bestaat uit vier oude huisjes waarvan de deur niet uitgeeft op het huidige wegennet, maar wel op een steegje aan de achterkant. We hebben daar een ruim, zuidgericht terras van gemaakt. Vroeger was het huis de eigendom van een timmerman, een bekende figuur in het dorp, die zijn werkplaats had in het haakse gebouw, waarvan de benedenverdieping ooit dienstdeed als stal, terwijl de etage gebruikt werd als hooizolder. Vrij snel kwamen we op het idee om het hoofdgebouw te vergroten door een van de muren van de werkplaats uit te breken, maar omdat een kleine doorgang het afscheidde van het huis, moesten we een soort verbinding maken.

Van stal tot salon

Die realisatie mag men zowel gedurfd als uitgekiend noemen. Door aan de kant van het terras twee grote ramen te plaatsen, is de vroegere stal uitgegroeid tot een heldere, gezellige salon met houtkachel en televisie. De architect adviseerde het koppel om de plafondgewelven gedeeltelijk door te breken en zo de verdieping te openen. De oude hooizolder is nu verdeeld in drie delen: een mezzanine met twee eenpersoonsbedden die vooral kinderen aanspreken, en een ruime kamer met tweepersoonsbed en badkamer. Een bijzonder prettige suite die naar verluidt in de smaak valt bij de gasten.

Het hoofdgebouw werd ook compleet verbouwd,”leggen de eigenaars uit. De verdieping telt drie slaapkamers, een badkamer en een douchekamer. Alle ramen bevinden zich aan de zuidkant en kijken uit op het terras en de tuin, evenals op de uitgestrekte boomgaard van de buur. Zowel ’s winters als ’s zomers dartelen hier enkele paarden rond.

Tussen het rustieke meubilair en de decoratievoorwerpen die de eigenaars opspoorden op eBay of in speciaalzaken ontdekken de verbaasde gasten nog enkele oude werktuigen die de vroegere eigenaars achterlieten op zolder. Vandaag draagt dat gereedschap bij tot de ietwat aparte, maar toch stijlvolle decoratie van het huis. We denken hierbij aan een eg, een grote hark of gritsel, een blokschaaf, en een couvier, een instrument dat gebruikt werd als houder voor de aanzetsteen van de zeis – de boer hing dat etui aan zijn riem. Geen twijfel mogelijk, we zijn hier op het platteland!

 

Adres van ‘La Musardière’

Thier du Marnave, 7

B-4550 Villers-le-Temple (Éghezée)

+32 (0)475 44 58 12

[email protected]

http://gitelamusardiere.blogspot.be

 

WAT IS ER TE ZIEN EN TE DOEN?

Het kasteel van Modave

Terwijl de vrouw des huizes de teugels van La Musardière in handen heeft, is haar echtgenoot belast met een andere taak. Hij moet zijn gasten inlichten over de vele toeristische bezienswaardigheden in de regio. Het koppel steekt het niet onder stoelen of banken: voor hen is het kasteel van Modave, of kasteel van de graven van Marchin, een absolute aanrader. Marchin verwijst naar de naam van de man die dit kleinood in de 17de eeuw liet heropbouwen. Hij hield ook toezicht op de constructie van het hydraulische rad dat het water van de Hoyoux oppompte, om het naar het kasteel te leiden. Dit toestel stond model voor de befaamde machine van Marly, die ten tijde van Lodewijk XIV het water uit de Seine opstuwde naar het kasteel van Versailles (zie WAW nr. 13, juni 2011).

Tussen de uitgebreide documentatie die de toeristen kunnen raadplegen, vindt men ook informatie over de stad Hoei, het recreatiepark Mont Mosan, de kristalfabrieken van Val-Saint-Lambert en het kasteel van Jehay… “En uiteraard moet men hier ook proeven van de vele streekproducten,” benadrukken de eigenaars. “Op amper tien kilometer van de vakantiewoning bevinden zich de Ferme de l’Abbaye (boter, room en melk), de Ferme de la Commanderie (vlees en zelfgemaakte bereidingen), de Ferme de Limet (gevogelte) en de Ferme de Neuville (zuivelproducten, kippen en kaas). Men kan hier dus vertrekken met een mand vol lekkers.

 

Met de steun van het Algemeen Commissariaat voor Toerisme

Aan de slag met : 

Het is een feest om François Dethier te horen praten over het bier dat hij samen met zijn vriend Renaud Pirotte heeft gecreëerd. En hun bier is dat ook, als we de geluksvogels mogen geloven die de ‘Curtius’, die in september in productie is gegaan, al hebben geproefd. De brouwerij bevindt zich in de… Brouwerijstraat. Dat kan geen toeval meer zijn.

In Luik komen de industriële genen na een paar generaties soms weer bovendrijven. Denk maar aan de avonturen van Krugger, de fabrikant van motorfietsen – wereldkampioen in zijn categorie! – die de fakkel heeft overgenomen van de ontwerpers van ‘F.N.’, ‘Gillet’ of ‘Saroléa’.* Denk ook eens aan de uitdaging die Yves Toussaint en zijn team zijn aangegaan toen ze een nieuwe ‘Imperia’** bouwden, een solide roadster met hybride motor die het merk, dat in 1922 de eerste Grand Prix van Spa won, weer op de wereldkaart zette. En nu zijn er de ‘erfgenamen’ van Jean-Théodore Piedboeuf, in 1853 de oprichter van de brouwerij met dezelfde naam die nu behoort aan INBEV, de grootste brouwerijgroep ter wereld. Ze heten Renaud Pirotte (23 jaar) en François Dethier (25 jaar), twee brouwers die zich zich op de productie van de Curtius hebben gericht.

* WAW Wallonie Magazine nr 14
** WAW Wallonie Magazine nr 15

De smaak van de vriendschap

Het is een mooi verhaal, over een jongeman die in Achouffe werd geboren en een beetje zoals Obelix en zijn toverdrankje, ‘in de ketel viel toen hij nog klein was.’ ‘Renaud heeft van nabij het mooie verhaal van de Chouffe gevolgd’, legt zijn vriend François Dethier uit, ‘want hij woonde vlak naast de brouwerij. Daardoor heeft hij natuurlijk de smaak van dat heerlijke product te pakken gekregen, maar ook de zin om verder te gaan, om te weten hoe het wordt geproduceerd en, waarom niet, om zelf een bier te creëren.’

François Dethier, die uit Verviers komt, deelt in hoge mate diezelfde passie. Een passie die groeit terwijl de twee studeren aan het Provinciaal Instituut voor Agronomische Studies in La Reid. ‘We hebben er niet alleen studies gevolgd waarmee we de ingrediënten van bier en de manier waarop je ze kunt gebruiken leerden kennen’, vertelt de jonge ondernemer, ‘maar ook geleerd over bedrijfsvoering en management. Meer nog, we hebben zelfs de kans gehad om te leren hoe je in theorie een minibrouwerij begint.’ Het mag ons dan ook niet verbazen dat met een dergelijke bagage de drang om het zelf te doen snel begon te… gisten.

Toen ze eenmaal waren afgestudeerd, begonnen Renaud en François aan hun avontuur, maar niet halsoverkop. ‘We hebben eerst geprobeerd de kenmerken te bepalen die we ons product wilden geven’, legt François uit. ‘We zijn na een aantal pogingen uitgekomen op een blond bier, een tripel, met de rijkdom van tarwe toegevoegd aan de gerst en de hop, wat het een beetje de zachtheid van een witbier geeft. De bitterheid wordt dus verzacht. Dat maakt van de Curtius een bier om echt te proeven met een rijke en bloemige smaak. Hij is lichtjes fruitig.’ Het is alsof je een vinoloog over een Château Cheval Blanc 1990 hoort praten.

Financiële steun uit verschillende hoeken

Een marktstudie bevestigde de intuïtie van de twee vrienden: er was vraag naar een dergelijk product. Maar er was ook nog het financiële aspect en de verschillende types van economische steun waarop elk jong Waals bedrijf een beroep kan doen. ‘We wisten wel dat we een goed idee hadden en bezaten ook de kennis. Verder hadden we het product dat in de smaak ging vallen en waarin we geloofden en nog steeds, meer en meer’, vertelt François. ‘We moesten alleen nog de Curtius bekend maken en de financiering vinden om te kunnen fabriceren. En daar hebben we een mooie opsteker gekregen voor een vliegende start.’ François heeft het over ‘Starter’, de uitzending van de Waalse tv-zender RTBF die nieuwe ondernemingen wil ondersteunen en die onze twee slimme kerels in april onder de aandacht brachten. ‘De bank Belfius was één van de partners van het programma. Ze hebben voorgesteld om ons te steunen in het kader van het garantieakkoord dat het Europese Investeringsfonds hen had verleend. We zijn opgenomen in het programma dat het voor starters makkelijker wil maken om een financiering te krijgen. Tegelijkertijd konden we ook rekenen op steun van het Agentschap voor Economische Stimulatie van het Waalse gewest (A.S.E.). Zij hebben ons een beurs verleend om materiaal te kopen.’

En dan moesten ze alleen nog een plek vinden om te fabriceren. ‘We wilden allebei dat het in Luik was,’ vertelt François. ‘Luik is in de eerste plaats dé bierstad, maar we hebben ons product ook de naam van een bekend Luiks personage gegeven. Curtius was een hele grote industrieel die onder het Spaanse bewind de Luikse industrie en knowhow in heel Europa bekend heeft gemaakt. We hebben een leeg industriegebouw gevonden dat eigendom is van de ‘Société Provinciale d’Industrialisation’, in de Brouwerijstraat… Je begrijpt wel dat we niet lang hebben getwijfeld’, vertelt de jonge industrieel met een glimlach.

Het is een ideale plek voor het publiek waar ze in eerste instantie op mikken. In september komen de eerste vaten en de eerste flessen op de markt. Ze krijgen een stop van kurk, want het is dan wel geen luxeproduct, maar toch een degustatiedrank en het design van de fles is heel apart. ‘Een bevriende ontwerper heeft ons geholpen om een stijl te vinden die een beetje ingaat tegen de huidige tendens met veel kleuren en versieringen. Wij wilden een pure en sobere stijl met een zekere elegantie. Deze filosofie zie je ook in de vorm van de fles terug, zodat de consument zijn Curtius kan proeven zoals hij dat met een goede champagne doet.’

Een veelbelovend onthaal

In afwachting van de productie in de eigen brouwerij, werd het bier in de zomer al op verschillende lokale feesten, maar vooral in Luik, de wieg van de Curtius, aan het publiek voorgesteld. ‘Ja’, bevestigt François, ‘we willen echt graag dat de Luikenaars zich herkennen in ons bier, dat ze het opnemen in hun culturele erfgoed. Dat wordt onze eerste doelgroep. Later pakken we andere markten aan. We hebben nu al interessante orders, want er zijn al grote merken die contact met ons hebben opgenomen. Maar we willen het behoedzaam doen en stap voor stap zetten.’

De twee vrienden volgen al vanaf het begin die filosofie van de weg der geleidelijkheid. Als we met Renaud Pirotte willen praten, zegt François met spijt: ‘Hij is op zijn werk. Ik ben op dit moment het enige personeelslid van ons nieuwe bedrijf. Renaud houdt zijn baan voorlopig nog aan. Hij komt er zo snel als mogelijk is bij.’

In de zomer werd er meer dan 3.000 liter gebrouwen in de brouwerij van een partner. Daardoor kon de Curtius in Luik en omstreken bekend worden. ‘We willen in het eerste jaar zo’n 500 hectoliter brouwen’, vertelt François Dethier tot slot. ‘Daarna willen we de positie die we eventueel op de markt hebben ingenomen versterken en dingen verbeteren als dat nodig is. En dan drijven we het tempo op’, zegt hij lachend. En wat François niet hardop zegt, nadien willen ze andere producten brouwen om zo tot een heel scala uit te bouwen. Met deze twee ondernemende heren zal de reputatie van de Luikse bieren niet snel ver vagen. Jean-Théodore Piedboeuf kan trots zijn op zijn twee jonge ‘erfgenamen’. Zoals ze zeggen in restaurants: ‘Geniet ervan.’ Met mate, dat spreekt, maar denk er toch maar aan.

 

informatie

La Curtius
Rue de la Brasserie, 8
B-4000 Liège
www.lacurtius.com

De Internationale Designbiënnale van Luik heeft tien jaar lang een stijgend succes gekend. In 2002 kwamen er zo’n 4.700 bezoekers en in 2010 waren dat er al 33.000. Nu is het moment gekomen om te vervellen, zich open te stellen, te delen. Ze doet dat onder een nieuwe naam, ReciprOcity, waarin de begrippen ‘wederkerigheid’ en ‘stad’ schuilgaan. Ze is internationaler dan ooit, en versterkt haar rangen met een artistieke directrice, de Milanese afkomst Giovanna Massoni, en een algemene directie die door Wallonie Design wordt verzorgd.

Tien jaar geleden nam de Luikse provinciaal gedeputeerde voor cultuur, Paul-Emile Mottard, het initiatief voor de biënnale, om de lokale en bovenlokale designers een duwtje in de rug te geven. Langzaamaan is het uitgegroeid tot een echt platform waar kennis en ervaring worden uitgewisseld. In de loop van het decennium heeft de biënnale haar tentoonstellingsruimtes en thema’s gediversifieerd en is ze iedere keer meer gaan kijken naar de natuur – een thema dat in 2010 in al zijn facetten werd onderzocht – en naar duurzame ontwikkeling. Maar de expo bleef te lang stilstaan bij flora, fauna, het organische, biomorfisme en biomemetisme en besloot nu een stuk concreter te worden door zijn bezoekers er actief bij te betrekken.

Het projet inspireert zich op de visie van de Italiaanse designer Ezio Manzini, een koploper van het ecodesign. ‘Je moet de designer niet meer zien als een professionele en geïsoleerde expert,’ legt hij uit, ‘maar wel als een groep van verscheidene actoren die samen werken aan de co-conceptie van rijpere, leefbaarder en reproduceerbare oplossingen’ 1. De website van de biënnale wil representatief zijn voor die voortdurende verandering. Je ziet er de evolutie van het project in de vorm van interviews, foto- en videoreportages, voor, tijdens en na de biënnale.

1 Ezio Manzini, Desis Newsletter 3: Design as agent of sustainable changes.

 

Iedereen een actor

‘We willen van ReciprOcity meer dan een event maken, door de grenzen van een biënnale op te rekken,’ gaat Paul-Emile Mottard voort. ‘Het gaat er niet meer over dat we het juiste publiek aantrekken – als toeschouwers – maar dat we actief hun ervaring opnemen in de constructie en toepassing van duurzame oplossingen. ReciprOcity moet een systeem zijn dat mogelijkheden tot synergie biedt, dat de creatie begeleidt van een nieuwe dynamiek en van projecten die relevant zijn voor de designwereld en de hele maatschappij.’

’Het gaat er niet meer over dat we het juiste publiek aantrekken maar dat we actief hun ervaring opnemen in de constructie en toepassing van duurzame oplossingen.’


Een concreet voorbeeld uit de vele? Het project ‘Welcome to Saint-Gilles’ 2. De Luikse Saint-Gilles-wijk is de grens tussen het binnenste centrum en het centrum. Beneden in de straat met dezelfde naam bruist het van de studenten en de handelszaken, en boven in de straat heerst er een veeleer residentiëler sfeer. In het midden van deze drukke straat sta je met een paar passen in het park van de botanische tuin. De Luikse architectuurstudenten zijn nogal verwend: ze hebben onderdak gevonden in dit natuurparadijsje in volle stad, waar de tentoonstelling ‘Welcome to Saint-Gilles’ plaats zal vinden. Het is het resultaat van een collectief project dat kleine ingrepen in de wijk wil uitvoeren, in samenspraak met de wijkbewoners. ‘Dit project is het resultaat van een systeem van uitwisselen en delen tussen de betrokken scholen, leraren en studenten, de designwereld en de burgers enerzijds en de openbare administraties anderzijds,’ krijgen we te horen bij Recentre (Centre for Sustainable Design), een partner van deze tentoonstelling. Acht designscholen van de Euregio Maas-Rijn hebben in het academiejaar 2011-2012 deelgenomen aan dit project, onder supervisie van de Brusselse designer Thomas Lommée en een aantal gerenommeerde experts. En omdat ‘wederkerigheid’ ook ‘delen’ inhoudt, kan iedereen het proces en de resultaten volgen op het internet.

2 Rue Courtois 1 in Luik, open van maandag tot zaterdag tussen 11 en 18 uur.

 

Internationaler dan ooit

Deze editie van de biënnale en alle volgende zullen in het teken van ‘delen’ staan. Dat is onder meer omdat ReciprOcity meer nog dan vroeger internationaal wil gaan, en in de eerste plaats naar de Euregio kijkt. De biënnale wordt gesteund door Wallonië, de Waals-Brusselse federatie en de Stichting Maastricht 2018. Daarom staat de biënnale natuurlijk achter de kandidatuur van Luik voor de Expo van 2017, maar ook achter die van Maastricht & de Euregio voor de Europese Cultuurhoofdstad in 2018.

De expositie en de wedstrijd Memorabilia – designing souvenirs is de beste getuige van deze opening naar de wereld. Zo’n 400 kandidaten uit 31 landen hebben gereageerd op de oproep om voor de biënnale een project in te dienen. Een internationale jury heeft 60 projecten geselecteerd die zullen worden tentoongesteld en die allemaal het duidelijke stempel van hun ontwerper dragen: hun geboorteplaats, hun culturele erfgoed, hun etnische afkomst. Deze nieuwe ‘madeleines de Proust’ in een multiculturele versie zijn heel veelzijdig. De platte knuffels van de Japanner Jun Takagi, de gestileerde wasknijpers van de Duitser Björn Kwapp, de ‘Cookie Cutting Roll Animals’ van de Italiaan Simone Pallotto… Het zijn objecten uit het verleden die met een nieuwe blik worden bekeken en worden tentoongesteld in de Espace Saint-Antoine (Musée de la Vie Wallonne, cour des Mineurs in Luik).

Onder het zegel van de creativiteit

En dan is er ReciprOcity, een reusachtige tentoonstelling met heel wat facetten, die de hele stad in een creatieve koorts onderdompelt. Op verschillende belangrijke historische en culturele plekken, zowel uit het verleden als het heden, zullen gratis expo’s, conferenties en events worden gehouden: in musea, galerieën, de universiteit… De tentoonstellingen werden toevertrouwd aan onafhankelijke commissarissen, om zoveel mogelijk standpunten en ideeën aan bod te laten komen.

We lichten er één event uit: KDD - Kids Driven Design, een bijzonder project dat door de Belgische designer Michaël Bihain wordt gesuperviseerd. Hij zal in een prachtig gebouw, het museum Grand Curtius, het resultaat exposeren van de zoektocht die hij met een groep Luikse kinderen van 9 tot 12 jaar heeft uitgevoerd rond het thema ‘water vervoeren’.

Op de biënnale zijn er ook tentoonstellingen op uitnodiging. In de oude Vleeshal, quai de la Goffe, worden onder de naam ‘Belgian Design on Tour’ de verwezenlijkingen van designers en bedrijven tentoongesteld die tijdens het jaar in het buitenland te zien waren. In de kapittelzaal van het Institut Saint-Luc vindt de tentoonstelling ‘Tales of heroes’ (verhalen van helden) onderdak, met het werk van 24 samenwerkende of solo-artiesten. Het thema is de band tussen design en de wereld van de multimedia. In het Musée d’Ansembourg, rue Feronstrée ten slotte, vindt de expo ‘Secrets d’objets’ (geheimen van objecten) plaats, rond tien kortfilms die het leven van alledaagse gebruiksvoorwerpen vertellen. Hoe banaler een object lijkt, hoe langer soms de zoektocht naar een ontwerp is.

Er zijn ook tien satellietexpo’s, een zoveelste bewijs dat de biënnale zich integreert in het sociale en culturele weefsel van Luik. We halen twee favorieten aan, waarmee een lange neus wordt gemaakt naar iedereen die bij de creatie van objecten zijn creativiteit aan banden laat leggen. De prettig gestoorde leden van Mon Colonel et Spit vinden een toevluchtsoord – het woord is goed gekozen – in de Gallerie Uhoda, rue Souverain-pont in het oude Luik, waar ze gedurende de tentoonstelling een hut-woning zullen bouwen, een installatie waarin ze zullen wonen en al hun inspiratie de vrije loop zullen laten. Niet ver daarvandaan, in de Fiacre, place Saint-Étienne, werkt het collectief R7 AGNC op de ‘Pratique de l’inutile’ (praktijk van het nutteloze). Ze nodigen designers uit om geen object te ontwerpen dat nuttig is, maar wel een object dat nergens toe dient.

In de Luikse hoofdstad heeft het design zonder grenzen en zonder limieten als nooit tevoren een plaats gekregen.

 

informatie

ReciprOcity
Internationale designbiënnale in Luik
Van 5 tot 28 oktober 2012
www.designliege.be

Séverine Langhor – Koxinel’s

Knopen, draad, vilt, kant… Trekken dezen jou aan? Dan zal je niet het project van Séverine Langhor kunnen weerstaan, de 2012-laureaat van de oproep voor projecten die tijdens de handeling « Créashop » gelanceerd werd. Garen-en-bandwinkel en scheppingsatelier tegelijkertijd ontvangt het winkeltje « Koxinel’s » jou rue Souverain-Pont in een gezellige sfeer. Je hebt een scheppingsproject maar je weet niet waar te beginnen? Dit is precies de situatie die Séverine Langhor wel kent. Neem plaats rond de tafel van textielschepping en verdeel jouw naaienliefde.

Koxinel’s

Rue Souverain-Pont, 17

B-4000 Liège

+32 (0)498 79 61 90

[email protected]

www.koxinels.be


 

Fabrice Bertrang

Hoewel hij een opleiding van historicus heeft, lanceert Fabrice Bertrang zich in 2012 in het gekke project van de naaienschepping. Als vurige autodidact stelt hij voor zijn eerste collectie in een Luikse café en was heel succesvol. Dan neemt hij deel aan een oproep voor projecten die door de Ville de Liège gelanceerd werd in het kader van de handeling « Créashop » en hij krijgt dus de mogelijkheid om zijn atelier-winkel te openen in rue Souverain-Pont, die gerenoveerd word.

Zijn creaties tonen zuivere lijnen, vloeiende silhouetten en een 100% handmade in Liège werk. Fabrice Bertrang is duidelijk een Luikenaar te volgen!

Fabrice Bertrang Couturier Créateur

Rue Souverain-Pont, 15

B-4000 Liège

+32 (0)4 237 05 61

[email protected]

www.fabricebertrang.be


 

Lara Malherbe

Luikse ambachtsvrouw Lara Malherbe opent haar atelier-winkeltje in rue Souverain-Pont. Haar eerste doel: het onthullen van het geheim dat rond het beroep van juwelierster bestaat en het kennis ervan voor het brede publiek. Als verbond tussen op maat creaties, reparaties, maar ook thema’s collecties voor vrouwen en kinderen voeren haar juwelen aan de sensualiteit en elegantie van het vrouwelijke lichaam. Deze juwelen worden ook in de traditie vervaardigd. 100% Luiske accessoires!

Atelier boutique Lara Malherbe

Rue Souverain Pont, 13

B-4000 Liège

+32 (0)477 75 80 77

[email protected]

www.laramalherbe.be

Virginie Harzé is productiehoofd in de brouwerij van de abdij Notre-Dame du Val-Dieu in het Land van Herve. De jonge vrouw van 33 is landbouwkundige van opleiding en steekt haar liefde voor kwaliteitsbieren niet onder stoelen of banken.

De abdij van Notre-Dame du Val- Dieu houdt haar schatten goed verborgen, ook de bieren die ontspringen uit het hart van de brouwerij. Schattenbewaakster van dienst is Virginie Harzé. Ze is dol op haar vak en beschikt over een diploma van meester- brouwer, maar noemt zich liever “productiehoofd”. Ze waakt zorgvuldig over de bierproductie en let erop dat de recepten nauwkeurig worden gevolgd. Sinds een paar jaar vallen ook steeds meer consumenten voor de charmes van de kwaliteitsbieren.

Controle over de elementen

Het productieproces van de bieren van Val- Dieu heeft geen geheimen meer voor haar. Blonde, Brune, Triple, Grand-Cru of kerstbier, ze kent ze allemaal op haar duimpje. We ontmoeten haar op een winterse dag. Ze is al van zes uur ’s morgens in de weer en checkt hier en daar bij de mannen in de brouwerij of alles goed verloopt. Het hele productieproces moet immers goed gevolgd worden, van het beslaan van de mout tot het brouwen en het afvullen in flessen of vaten. “Bier wordt geproduceerd op basis van een recept. Elk bier heeft zijn eigen recept en dat moet je respecteren”, legt ze uit. “Maar bier is een levend product. Er spelen verschillende elementen tijdens de productie. En er is altijd wel iets dat de kwaliteit kan aantasten of de smaak kan wijzigen. Je moet jongleren met de basisingrediënten mout, hop, water en gist, en daarna waken over de verschillende productiefases, zoals de temperatuur tijdens het brouwen of de correcte fermentatie van het bier in de gistkuip.” Bier brouwen op zich is misschien niet zo moeilijk, maar altijd hetzelfde bier maken, dat is een ander verhaal. Alle meester-brouwers zullen dat bevestigen. “We proberen voortdurend om de kwaliteit van het bier te verbeteren zonder de smaak of de kleur te veranderen”, zegt Harzé. “Dat maakt ons beroep net zo boeiend.”

Liever bier dan chocolade

De dynamische Virginie startte acht jaar geleden in de brouwerij van Val-Dieu. Met haar opleiding landbouwkunde wilde ze graag aan de slag in de voedingsmiddelensector. “Eigenlijk twijfelde ik tussen bier en chocolade. Toen ik in mijn laatste jaar een stage moest zoeken, koos ik een brouwerij omdat ik de chocoladesector al redelijk goed kende”, vertelt ze. Het was een beslissend moment. “Ik raakte gefascineerd door het product, het ingewikkelde proces, al die factoren waarmee je rekening moet houden om een goed bier te maken. Ik ontdekte er een heel bijzonder product. Je moet weten dat ik daarvoor totaal geen bierdrinker was. Maar in de brouwerij ontdekte ik ook de warme en gezellige sfeer die rond bier hangt.. Ik kan u verzekeren dat ik intussen mijn schade ruimschoots ingehaald heb”, lacht ze.

“Ik raakte gefascineerd door het product, het ingewikkelde proces, al die factoren waarmee je rekening moet houden om een goed bier te maken. Ik ontdekte er een heel bijzonder product.”

 

Na haar studie kwam Virginie terecht in een bedrijf dat niets met bier te maken had. Maar al snel kwam ze op haar stappen terug. Ze begon als laborante bij een grote Belgische brouwerij en controleerde er de kwaliteit van het bier. “Het was een heel andere manier van werken dan hier, in een kleine brouwerij. Bij mijn vorige werkgever gebeurde alles op grote schaal. In de brouwerij van Val-Dieu gaat het er heel anders aan toe. Hier kom ik met alle fases van het productieproces in aanraking en dat is heel verrijkend.”

Iedereen helpt elkaar

Het lot gaf haar een duwtje in de goede richting en zo belandde ze in de cisterciënzerabdij van Val-Dieu uit 1216. Virginie wou terug naar het platteland waar ze is opgegroeid en stuurde een spontane sollicitatie naar de kleine brouwerij. “Ik was op het juiste moment op de juiste plaats. Ze zochten net iemand voor de kwaliteitscontrole en om mee te werken bij het brouwen”, vertelt ze. Dat was acht jaar geleden. De jaren die volgden, leerde ze veel bij door samen te werken met de twee vennoten van de brouwerij, Alain Pinckaers en Benoît Humblet. Pinckaers hield zich meer bezig met de commerciële groei, terwijl landbouwingenieur Humblet de verschillende recepten ontwikkelde. “Ik zat dus niet de hele dag in het laboratorium, maar kon me ook onderdompelen in het productieproces van bier. Zo zag ik hoe we de kwaliteit nog konden verbeteren. Al doende heb ik heel veel geleerd over de productie. Dat was een grote meevaller. Ook al heb ik nog vaak de indruk dat ik nog veel moet leren”, geeft ze toe. Ze leerde ook de sector beter kennen en kon de sfeer aan den lijve ondervinden. “Er is veel concurrentie in België, want ons land telt heel wat bierproducenten, maar toch zit de sfeer goed. Ik ben goed opgevangen en heb altijd veel steun gekregen.” Ook al is de brouwerijsector vooral een mannenwereld, toch vond ze er makkelijk haar draai. Ze drinkt graag een lekkere ‘spéciale’ met haar collega’s en wisselt tips met hen uit om hun bieren of productieproces nog beter te maken. “We begrijpen elkaar en steken een handje toe waar het nodig is. Dat doet deugd. In het begin was het vooral een mannenwereld, maar stilaan trekt de sector ook meer vrouwen aan.”

Twee jaar geleden verliet Benoît Humblet de brouwerij. Hij maakt nu andere bieren in de buurt van Gembloux en Virginie kreeg de verantwoordelijkheid over de productie. Naast Alain Pinckaers, die zich nu ook meer bezig houdt met de productie, heeft Virginie het meeste ervaring van het hele team. Tegenwoordig werkt ze samen met de nieuwe vennoot van de brouwerij, Michaël Peisser, de neef van Pinckaers, en met twee mensen die haar ondersteunen op het niveau van de productie. Haar werk maakte een hele evolutie door, net als de doelstellingen van de brouwerij. “We staan voor grote uitdagingen. We moeten de nieuwe werknemers opleiden, de kwaliteit van het bier voortdurend verbeteren door een goede follow-up in het lab, efficiënt brouwen en manieren zoeken om de productie op middellange termijn te verdubbelen. Dat zijn veel dingen tegelijk, maar het is ook waarom ik mijn werk zo graag doe.”

Nieuwe creatie op komst?

Op dit moment produceert de abdij van Val- Dieu 7.500 hectoliter bier per jaar. Afwisselend is dat de Blonde (met een alcoholgehalte van 6%), de Brune (8%), de Triple (9%) en de Grand-Cru (10,5% ). Rond Kerstmis wordt ook de “Val-Dieu de Noël” gebrouwen. Daarnaast is er nog een reeks gelegenheidsbieren, die 10% van de productie uitmaken. Tegen 2015-2016 streeft de brouwer ij naa r een product ie van 15.000 hectoliter. Een hogere productie heeft uiteraard gevolgen voor het productieproces. Dat moet verbeterd en uitgebreid worden, zonder de kwaliteit van het bier aan te tasten. Ook het huidige team van vijf mensen heeft versterking nodig. Geen kleine uitdagingen dus, maar Virginie Harzé en haar collega’s zijn klaar om er tegenaan te gaan.

Tijd voor het productiehoofd om haar eigen recept te creëren en te produceren? Tot nu toe werkt Harzé de recepten van Benoît Humblet uit. De productie van een eigen bier is dus een volgende stap. “Ik heb er wel zin in, ook al is het geen prioriteit. Het is een heel andere ervaring voor mij. Ik moet alles nog leren” zegt ze. In 2016 bestaat de abdij 800 jaar en dat moet gevierd worden. Wellicht het ideale moment om dat eerste bier te creëren... “We denken erover na op dit moment. Ik zou voor de gelegenheid wel willen proberen om een biobier te creëren. Maar ik ben niet de enige die daarover beslist. We zullen wel zien wat er mogelijk is.” Het eindresultaat blijft voorlopig dus een verrassing, maar ongetwijfeld zal het bier de ervaring weerspiegelen die Harzé al die jaren heeft opgebouwd. Een nieuw bier betekent een nieuwe schat voor de abdij van Val-Dieu. Gelukkig stelt die graag haar deuren open, zodat iedereen kan genieten van al haar rijkdom.

 

Een imposant geheel

De abdij van Val-Dieu dateert van 1216 en heeft een lange geschiedenis. De culturele trekpleister van het Land van Herve was vroeger een toevluchtsoord voor cisterciënzermonniken. De meeste gebouwen die er nog staan, moesten heropgebouwd worden nadat ze in 1574 geplunderd werden door calvinistische troepen. De abdijkerk zelf stortte in 1839 gedeeltelijk in. De wederopbouw duurde tot 1884. In de imposante kerk staan er nog prachtige koorstoelen uit de renaissance van een andere Luikse cisterciënzerabdij, die van Paix-Dieu in Amay.

In 2001 verlieten de laatste drie cisterciënzermonniken de abdij. Daarna kwam een lekengemeenschap op de plek wonen en zette er de christelijke waarden voort volgens de principes van de cisterciënzerorde. De abdij en de brouwerij kunnen bezocht worden op afspraak. In de molen van Val-Dieu, tegenover de abdij, schuilt een restaurant waar Belgische en buitenlandse toeristen sinds januari 2013 kunnen genieten van streekproducten. Dankzij het bier is de naam Val-Dieu immers ook buiten de landsgrenzen bekend. 30% van de productie van de brouwerij is bestemd voor export naar 17 landen: Verenigde Staten, Italië, Frankrijk, Nederland, Spanje, China, Oekraïne, Zwitserland, Engeland, Canada, Polen…

 

informatie

Abbaye du Val Dieu
Val-Dieu, 227
B-4880 Aubel
[email protected]
www.abbaye-du-val-dieu.be

Aan de rand van het mooiste circuit ter wereld, in het hartje van de Ardennen, blinkt het Hôtel de la Source uit door zijn architectuur en vrouwelijk management.

Het Hôtel de la Source werd bijna drie jaar geleden gebouwd door Luxemburgse investeerders. Weinig alledaags is dat vier vrouwen hier de touwtjes in handen hebben. En wat dan nog? Euh, niets. Maar als je Hôtel de la Source heet omdat je uitkijkt op de bocht met dezelfde naam en aan de Route du Circuit in Spa bent gelegen, zou je denken dat de sfeer hier van ver of van dichtbij te maken heeft met de autowereld, die toch eerder mannelijk is… “De periode van de Grote Prijs is inderdaad erg belangrijk voor ons wat omzet en naamsbekendheid betreft”, zegt Muriel Defosse, de commercieel directeur. “Maar we richten ons niet uitsluitend op autoraces, we hebben onze klanten nog veel meer te bieden.”

De architectuur is trendy en de decoratie verwijst naar de motorsport… zonder verstikkend te zijn. Architect Stefano Moreno getuigde van goede smaak door te kiezen voor een hightechuniversum en design in plaats van luxueuze paddocks voor dit grote hotel met 90 kamers (waarvan 4 suites) dat zich zowel tot zakenlui als toeristen richt. “We beschikken over bijna 500 m² moduleerbare vergaderruimte”, vertelt Muriel Defosse. “Hier worden veel seminaries en teamtrainingen georganiseerd, zakentoerisme dus.” De infrastructuur en de omgeving zijn uiterst geschikt voor dit soort professionele activiteiten. “Er zijn het Ravel-netwerk en de bossen. Uiteraard zijn er de activiteiten op het circuit die, het moet gezegd, hun eigen publiek meebrengen. Verder is er de stad Spa met haar bronnen, charme en Francofolies. En vlakbij is er de abdij van Stavelot en haar automuseum. Er valt zo veel te ontdekken in de omgeving.”

Spa, toch?

Maar hoe beland je in Spa om een hotel uit te baten? “Ik ben oorspronkelijk van Spa, ook al woon ik hier niet meer”, gaat de commercieel directeur verder, vertaalster van opleiding. “Dankzij mijn talenkennis kon ik aan de slag als artsenbezoeker bij een farmaceutisch bedrijf. Ik moest dus regelmatig ‘incentives’ organiseren, dat waren mijn eerste contacten met de wereld van horeca en evenementen. De Sanglier des Ardennes stelde me voor om van kamp te wisselen en zo ben ik erin gerold. Na enkele jaren in Durbuy kwam deze aanbieding.” Zo’n uitdagend aanbod kon ik niet afslaan. Op het overigens prachtige gebouw na moest alles worden opgebouwd.

De drie andere dames aan het roer hebben een minstens even interessant parcours afgelegd. Alexia Ponghis, verantwoordelijk voor de seminaries, is licentiaat in de psychologie en behaalde een master in toerisme. Algemeen directeur Sophie Coumont werd aanvankelijk, in juli 2010, aangenomen als commercieel directeur, maar nam enkele maanden later, in maart 2011, de functie van algemeen directeur over. De vier belangrijkste functies zijn sindsdien in handen van vrouwen. Een bewuste keuze? “Het is toeval, want er werd op basis van competenties geselecteerd. Om een viersterrenhotel te leiden improviseer je niet. Al is het wel waar dat weinig mannen zich kandidaat hebben gesteld voor deze functies. Het toeval heeft zich royaal getoond”, verduidelijkt de algemeen directeur, licentiaat in management, die gedurende tien jaar haar sporen heeft verdiend bij Dorint en Accor. Net zoals haar medewerkster Monia Belli is ze altijd werkzaam geweest in de horeca. Een voordeel of een nadeel? “Wanneer je werk hebt dat je graag doet, doe je dat goed”, gaat Sophie Coumont verder. “Onze opleidingen en ervaringen zijn complementair. In het geval van Alexia, die naast haar stressbestendigheid ook een ‘psychologische’ bagage heeft, is haar profiel essentieel om de klant, zijn wensen en behoeften te begrijpen. Deze klantgerichtheid in combinatie met managementvaardigheden is een onbetwistbare troef voor een hotel zoals het onze.”

Voorrang aan contact

“Onze werkmethode is gebaseerd op de menselijke kant van het beroep en dat maakt het verschil”, zegt Monia Belli, ook aan boord sinds het begin van het avontuur. “Wanneer ons een offerte wordt gevraagd, maken we ons sterk die binnen 48 uur persoonlijk te overhandigen. Het hotel is meer dan een uithangbord, het zijn mensen die de klanten zich hopelijk zullen herinneren…”

 

Zaken of ontspanning?

Gezien de kwaliteit en de ligging van het hotel trekt het zowel nationale als internationale gasten aan. ‘We hebben veel Vlaamse klanten’, verduidelijkt Muriel Defosse. ‘Ons modern design valt in de smaak.’ Dit Nederlandstalige publiek uit Vlaanderen of Brussel komt vooral een weekendje ontspannen. Op de podiumplaatsen voor ontspanning staan de Vlamingen, Waals-Brabanders en Nederlanders, gevolgd door de Engelsen en Fransen, die vooral aangetrokken worden door de autosport. Als het over zaken gaat, maken de Nederlanders 10% van de clientèle uit (30% in het geval van ontspanning), terwijl de Duitsers ondervertegenwoordigd zijn. ‘In tegenstelling tot de Luxemburgers die goed vertegenwoordigd zijn, blijven de Duitsers erg behoudsgezind. Hun MICEnetwerk (Meetings, Incentives, Conferencing, Exhibitions) breekt de prijzen om hun klanten aan zich te binden in Duitsland zelf.’ Nochtans is dit een publiek dat wordt aangetrokken door een uitmuntende gastronomie en laat Jean- Marc Harzée, de nieuwe chef, de gastronomie nu net naar een hoger niveau hebben getild…

 

Who’s who?

Muriel Defosse

Opleiding
Licentiaat vertaler-tolk (UMH), Master in Management (ULG)
Vorige ervaringen
Sales & Marketing Manager (Hostellerie Sanglier des Ardennes), Communication Manager (Laboratoires Lohmann & Rauscher)
Indiensttreding
Juli 2011
Functie
Senior Sales Manager Hôtel de la Source Spa- Francorchamps, Board Member van de Club MI CE Wallonie-Bruxelles Tourisme

Alexia Ponghis

Opleiding
Licentie in de psychologische wetenschappen (ULG), Master in Toerisme (UJC Madrid)
Vorige ervaringen
Events Manager (Modelenvironment), Project Manager (Instele)
Indiensttreding
Augustus 2011
Functie
Meetings & Events Coordinator Hôtel de la Source Spa- Francorchamps

Monia Belli

Opleiding
Graduaat in Toerisme (Haute École Charlemagne, campus les Rivageois)
Vorige ervaringen
Front Office Manager (Hôtel Spa Balmoral)
Indiensttreding
Juli 2010
Functie
Front Office Manager Hôtel de la Source Spa-Francorchamps

Sophie Coumont

Opleiding
Licentie in Management (Toerisme), ULB
Vorige ervaringen
Marketing & Sales Coordinator, Sales Manager, Director of Sales (hotelketens Dorint en Accor)
Indiensttreding
Juli 2010
Functie
General Manager Hôtel de la Source Spa-Francorchamps, Voorzitter SI TE Belgium 2013-2014

 

informatie

Hôtel de la Source
Route du Circuit, 22
B-4970 Francorchamps
+32 (0)87 79 58 00
[email protected]
www.hotel-de-la-source.com

Valérie Gordenne, industrieapotheker bij Mithra, blikt terug op haar loopbaan, een rijkgevuld traject vol interessante ontmoetingen en uitdagingen binnen een sector die volop in de lift zit in Wallonië.

Meer dan een uur lang over zichzelf praten is niet meteen het stokpaardje van Valér ie Gordenne. Toch komen de woorden vlot, en de anekdotes die haar parcours sieren, rijgen zich aan elkaar op het ritme van haar lach. Wie durft er te beweren dat industrieapothekers een saai beroep hebben? In een recent verleden was Valérie nog productiechef bij Uteron Pharma, maar voortaan behoort ze tot het directieteam van het moederbedrijf Mithra, waar ze nieuwe activiteiten ontwikkelt. Uteron wordt immer s sinds kor t geleid door de Amerikaanse gigant Watson.

Haar beslissing hield echter niet zozeer verband met het feit dat ze in een nieuwe structuur zou terechtkomen. Het was vooral de wil om innoverende projecten te blijven ontwikkelen, die de doorslag gaf. “Ik had een mooie periode bij Uteron achter de rug en de zin om een nieuw verhaal te beginnen was gewoon te sterk”, verklaart ze.

‘Zin’ is het woord dat haar loopbaan misschien wel het meest typeert. In 1995 studeert ze af aan de Université de Liège en, in tegenstelling tot veel van haar medestudenten, besluit ze zich te wijden aan de industriële farmacie in plaats van aan de klassieke officina. “Enkele maanden stage in een apotheek waren voldoende om me te laten inzien dat zoiets niet aan mij besteed was. En al waren de opleidingen in die tijd niet specifiek gericht op industriële farmacie, toch waren er wel degelijk overstapmogelijkheden. Die overstap is bij mij – tot mijn grote vreugde – heel spontaan gebeurd.”

Bij Galephar in Marche-en-Famenne zal Valérie Gordenne haar eerste beroepservaring opdoen en de mensen die ze er ontmoet, zullen haar toekomst uiteindelijk een beslissende wending geven. Binnen dit familiebedrijf op mensenmaat is er veel werk aan de winkel en Valérie doet er heel wat nieuwe inzichten op. Op het eind van haar stage heeft ze het geluk dat ze een contract krijgt aangeboden. “Op het ogenblik dat ik daar terechtkwam, wou het bedrijf zijn activiteiten uitbreiden en was het op zoek naar een profiel zoals het mijne. Bruno Streel, manager bij Galephar, wou een productievestiging openen die gericht was op klinisch onderzoek.” Valérie Gordenne wordt er ingezet binnen de afdeling onderzoek en ontwikkeling, en al snel weet ze de vrijheid te waarderen die elke medewerker binnen het team er krijgt. “We evolueerden in een uitermate stimulerende omgeving, waar je het recht had om fouten te maken. Ik bedoel natuurlijk kleine fouten, maar we konden er in ons eigen ritme werken, nieuwe ideeën aanbrengen, nieuwe protocollen bedenken, zonder een helse druk te moeten ervaren. En dankzij de permanente competitiegeest die er heerste, kwamen de resultaten als vanzelf. Deze manier van werken is echt typisch voor kleine structuren. Ik vind ze bijzonder motiverend.”

Met Mithra het avontuur tegemoet

Hoewel Valérie Gordenne bij Galephar heel veel voldoening ervaart, voelt ze nog altijd de kriebels om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ze heeft er nog altijd evenveel zin in en het geluk gunt haar een nieuwe carrièrewending. Tijdens een gesprek verneemt ze dat François Fornieri, directeur van Mithra – dat in die tijd een jonge spin-off van de ULg is – op zoek is naar een industrieapotheker om zijn activiteiten te ontwikkelen. Haar kandidatuur wordt voorgesteld, er vindt een sollicitatiegesprek plaats en het duurt niet lang of de zaak is beklonken. “Twee uur lang heeft hij mij verteld over zijn project, zijn visie en zijn toekomstperspectieven. Zijn enthousiasme was aanstekelijk en hij wist me al snel te overhalen om zijn team te versterken”, herinnert ze zich. In 2004 – Mithra bestaat dan amper vijf jaar – begint het bedrijf generische producten te ontwikkelen. De competenties van Valérie Gordenne blijken daarbij al snel van pas te komen, vooral bij de lancering van het hormonale spiraaltje Levorsert. “De productontwikkeling was in 2002 gestart, maar zonder de specifieke hulp van een apotheker. Het bedrijf werkte immers nog altijd samen met de UL g. Ik heb de farmaceutische dimensie in het bedrijf binnengebracht, maar ook een hele reeks reglementaire aspecten.”

De farmaceutische sector is internationaal gericht, met reglementeringen die van regio tot regio verschillen. Je moet constant vernieuwend uit de hoek komen, op de hoogte blijven van de recentste ontwikkelingen en anticiperen op veranderingen.


Een volledige productielijn van begin tot einde in goede banen leiden doe je echter niet zomaar. En ook al blijkt het “complexe maar meeslepende” proces van productontwikkeling lang niet zo eenvoudig te zijn, toch blijven de “innovatie en de nieuwe procedures uitgesproken high level, zodat je als vanzelf grenzen verlegt.” En waardoor je sowieso meteen uitkijkt naar een vervolgscenario. “Na de lancering van de klinische studies was het zaak om het spiraaltje ook effectief te produceren. We hadden nog niet erg veel ervaring op dat vlak, maar toch waren we nergens bang voor. François Fornieri en het directieteam, met professor Jean-Michel Foidart en Stijn van Rompay, hadden voldoende daadkracht om snel werk te maken van de investeringen.” Zo ontstaat in 2007, uit de structuur van Odyssea, het kersverse Uteron. Een nieuw avontuur begint, waarbij zo’n zeventig werknemers in dienst worden genomen, er een productielijn wordt opgericht in Grâce- Hollogne, en een kenniscentrum dat kan rekenen op erkenning door het Waalse Gewest. Vijf jaar lang ontwikkelt het bedrijf zich rond dit innovat ieve concept , geschraagd door een sterke universitaire verankering “die een andere creatieve invalshoek mogelijk maakt en waaraan onze activiteit haar specificieke karakter te danken heeft,” voegt Valérie Gordenne eraan toe. “Het voordeel van dit spiraaltje is de werking van een hormoon dat de bloedingen vermindert, en het feit dat er veel minder hormoon vrijkomt dan bij de klassieke anticonceptiepil. Het concept is interessant binnen het ruime aanbod van anticonceptiemiddelen en wordt tegen een bijzonder haalbare prijs aangeboden, terwijl het de levenskwaliteit van de vrouw aanzienlijk kan verbeteren.” 2013 luidt nieuwe veranderingen en nieuwe mogelijkheden in voor Uteron. Het bedrijf wordt immers overgenomen door Watson. Valérie Gordenne kan het avontuur voortzetten in de nieuwe structuur, maar ze gaat niet in op het aanbod en besluit om terug te keren naar het moederbedrijf Mithra. “We willen onze industriële activiteiten in het Waalse Gewest blijven ontwikkelen en nieuwe projecten op het getouw zetten: dat is nu net wat me zo aanspreekt in mijn werk.” Zonder nog maar te spreken over het relationele aspect dat kenmerkend is voor een lichtere structuur. Als voormalige volleybalspeelster “speelden we zelfs een seizoen lang in de eredivisie”, zegt ze. Valérie Gordenne vergelijkt het bedrijfsleven met een groepssport, waar precies het creëren van synergieën en het groepsgevoel een cruciale rol spelen. “Ik ben sterk voorstander van groepssporten. Mijn twee kinderen beoefenen er trouwens een. Deel uitmaken van een groep, bij overwinningen én bij nederlagen, het is niet altijd even evident. Maar het is een ongelooflijke leerschool. Je hoort bij een groep en die groep bouwt samen aan een toekomst.”

Wat haar eigen toekomst betreft, hoopt deze lezeres van Patricia Cornwell op een rijkgevuld en boeiend vervolg. Moge ze veel zin hebben om ook in de toekomst door te gaan en actief bij te dragen aan innoverende projecten. “De farmaceutische sector is internationaal gericht, met reglementeringen die van regio tot regio verschillen. Je moet constant vernieuwend uit de hoek komen, op de hoogte blijven van de recentste ontwikkelingen en anticiperen op veranderingen. Dat is heel motiverend en het geeft me niet het gevoel dat ik constant hetzelfde werk doe. Ik zou trouwens niet kunnen aarden in een repetitief beroep of in een te beperkende sfeer.”

 

informatie

SA Mithra Pharmaceuticals
Rue Saint-Georges 5
B-4000 Liège
+32 (0)4 349 28 22
[email protected]
www.mithra.be

 

Boost Belgium

Energieke mama wint de wedstrijd Boost Belgium voor Belgische ondernemers!

Dankzij deze wedstrijd wilden Belfius en MasterCard de hand reiken aan ondernemers van wie het project een boost kon geven aan de Belgische economie. In totaal schreven 243 ondernemers zich in, stuk voor stuk met baanbrekende projecten. De finalisten mochten hun project voorstellen aan een jury van acht vakspecialisten. Naast de publieksjury brachten zij een beslissende stem uit.

De beslissing viel op 20 februari. Het was Jasmine De Wulf uit de provincie Luxemburg die de eerste prijs wegkaapte met haar ontwerp Skinoo, dat inmiddels al een Belgisch en een Europees octrooi heeft. Haar eigen ervaring met borstvoeding bracht deze mama van vier ertoe om een eenvoudig systeem, een katoenen ring, te bedenken waarmee jonge moeders tijdens de eerste weken van de borstvoeding tepelkloven en infecties kunnen voorkomen. Het prijzengeld ter waarde van € 15.000 zal deze initiatiefrijke mama flink helpen om in de nabije toekomst de productie van Skinoo op te starten.

sites.google.com/a/skinoo.eu/skinoo/home
www.boostbelgium.be

Videos

Zeven jaar geleden nam Dominique Boccar het bedrijf over waar ze toen werkte, Biospeedhome in Manhay. Als vrouwelijke ondernemer vindt ze het belangrijk om zich niet laten intimideren.

Dominique Boccar is ondernemer in een zogenaamde “mannenwereld”: de bouwsector. Ze is gespecialiseerd in massief houten woningen en houtskeletbouw. Hoe kwam ze daarbij? “Toen ik hier begon te werken, had ik mijn doctoraal in de chemie en een diploma boekhouding, maar ik wist niets van de bouwsector en al helemaal niets van massief houten woningen. Ik was meteen verkocht. Ik heb er zelf een laten bouwen in 2003. Het jaar daarop stelden de vorige eigenaren voor dat ik een groot deel van de verkoop voor mijn rekening zou nemen. Later volgde de volledige overname van het bedrijf.”

Is het niet moeilijk om je mannetje te staan in een sector die bepaald geen vrouwvriendelijke reputatie heeft? “Het eerste bedrijf van de vorige eigenaren was een zagerij. Ik heb er jaren als enige vrouw tussen de mannen gewerkt, dus ik was het wel gewend.” Ze relativeert ook het idee dat het allemaal moeilijker is voor een vrouw: “Voor mij was het niet het lastigste dat ik een vrouw was, maar wel dat ik ineens niet meer hun collega was, maar hun directeur. Dat is niet altijd makkelijk, maar het heeft niets te maken met het feit dat je vrouw of man bent.” Boccar geeft toe dat ze buiten het bedrijf niet vaak vrouwelijke collega’s ontmoet, behalve in de grafische sector of de architectuur. “Ik heb dat nooit een probleem gevonden. Je moet gewoon weten wat je wilt en je niet laten intimideren. Ik maak me geen zorgen op dat vlak. Maar niet iedereen is in staat om zich te laten gelden. Daar moet je een bepaald karakter voor hebben. Het is natuurlijk wel bijzonder als een vrouw een bedrijf leidt. Zeker in de bouwsector. Daarom is het heel goed om bij de dagelijkse contacten iemand te hebben die tussen mijzelf en de medewerkers in staat.”

Haar ondernemingszin dankt de bazin van Biospeedhome naar eigen zeggen aan het feit dat ze graag zelfstandig werkt. “Toen ze me vroegen of ik het bedrijf wilde overnemen, hoefde ik niet lang na te denken.”

De vooroordelen voorbij

Hoe wordt er gedacht over een vrouw aan het hoofd van een bedrijf, en dan nog wel in de houtsector? “Er zijn veel vooroordelen. Veel mensen gaan ervan uit dat vrouwen niet de benodigde technische kennis en vaardigheden hebben. Zodra je je op dat vlak kunt bewijzen, zijn er geen obstakels meer. Maar eerst moet je dus het stadium van de vooroordelen voorbij zien te komen. Ik heb trouwens nooit problemen gehad met klanten of andere contactpersonen toen ik me met de verkoop bezighield. Maar ik hou me natuurlijk niet bezig met het binnenhalen van orders, dat doen ingenieurs. Misschien had ik het daar lastiger mee gehad.”

Volgens Boccar zitten er wel degelijk vrouwelijke trekjes in de manier waarop ze haar bedrijf leidt. “Organisatie”, glimlacht ze meteen. “Ik ben een heel georganiseerd persoon. Misschien is dat niet typisch vrouwelijk, maar ik zie het zelden om me heen. En ze zeggen toch altijd dat vrouwen verschillende dingen tegelijk kunnen, en mannen niet.” Die vrouwelijke “touch” zie je ook terug in de omgang met haar werknemers. “Ik vind het belangrijk dat de sfeer goed is. Ik ben heel open en makkelijk aanspreekbaar. Natuurlijk zeg ik wat ik denk, maar ik ben geen autoritair persoon die zich om het minste of geringste druk maakt. Ik sta alleen op mijn strepen als het echt nodig is.” En hoe zit het met haar gezin? “Het is niet altijd makkelijk, maar gelukkig heeft mijn partner f lexibele werktijden. Daardoor kunnen we allebei voor ons kleintje van vierenhalf zorgen. Ik zie hem inderdaad minder dan ik zou willen, maar ik let erop dat ik genoeg tijd voor mijn gezin reserveer, vooral in het weekend. Je tijd goed indelen is heel belangrijk om goed in balans te blijven.”

Het is ook niet omdat ze een vrouw is, dat ze sneller vrouwen dan mannen aanneemt. “Ik kies op basis van de competenties, de ervaring en de kwaliteit van het werk. De enige baan in mijn bedrijf die misschien moeilijker is voor een vrouw, is die van acquisitieleider. Ik zeg niet dat het niet kan – er zijn vrouwelijke architecten die het doen en heel goed zelfs – maar het vraagt een nogal specifiek profiel. Daarvoor moet je de juiste persoon vinden, die autoriteit uitstraalt en toch veel tact heeft.”

Hoe staan andere bedrijfsleiders tegenover vrouwen als zaakvoerder, zeker in de bouwsector? Hebben zij nog vooroordelen of is die tijd al voorbij? “Ik vind het moeilijk om te doorgronden hoe er over mij gedacht wordt. We zijn nu een samenwerking aan het opzetten met verschillende bedrijven in de houtbouw. Daar zitten alleen mannen in, maar ik heb ze nog nooit iets negatiefs over mij horen zeggen. Ik denk echt dat je gewoon de juiste competenties moet hebben en je werk goed moet doen. Net zoals de mannen weten dat ik wellicht ook troeven heb die zij niet hebben.”

 

Bio Express

1992 : Dominique Boccar behaalt een doctoraal in de chemie. In 1996 sluit ze een graduaat boekhouding af.
2003 : Ze gaat aan de slag als commercieel manager bij de firma Biospeedhome.
2005 : Samen met twee andere vennoten neemt ze het bedrijf over.

 

informatie

Biospeedhome
Rue des Boussines, 46
B-6960 Manhay
+32 (0)86 45 51 24
[email protected]
www.biospeedhome.be

 

Bois & Habitat 2013 editie

Bois & Habitat is al 15 jaar hét evenement voor iedereen die hout wil gebruiken in zijn woning. Bijna 200 exposanten laten er hun producten en laatste innovaties zien op het gebied van bouwen en renoveren, interieur en exterieur en meubels en design. Uiteraard mocht ook Biospeedhome hier niet ontbreken.

Voor deze feesteditie wordt er een grote tentoonstelling op touw gezet in samenwerking met het tijdschrift ‘Déco Idées’. De overzichtstentoonstelling zet ontwerpers in de kijker die ooit deelnamen aan de wedstrijd ‘Design & Bois’ en intussen over de hele wereld bekend zijn. Gedurende de vier dagen dat de beurs plaatsvindt, staan er nog heel veel andere evenementen op het programma: lezingen, ontmoetingen, de Wonderful World-tentoonstelling… Op 25 maart hebben vrouwen gratis entree tijdens “Ladies’ Day”.


informatie

Salon Bois & Habitat
Van 22 tot 25 maart 2013
Namur Expo
Avenue Sergent Vrithoff, 2
B-5000 Namur
www.bois-habitat.com

Your opinion counts