Waw magazine

Waw magazine

Menu
Image (62x44 OBLIGATOIRE !!): 
Image rose (taile : 62x44px OBLIGATOIRE): 

Zentech, BIOTECHNOLOGIE IN DE VIER WINDSTREKEN

Bij ons en bij de meeste van onze Europese buren, krijgen alle pasgeborenen in de kraaminrichting een neonatale test. Er worden wat bloeddruppels afgenomen om eventuele ziekten op te sporen en te verhinderen dat ze zich ontwikkelen of doorbreken. Er wordt onder meer gescreend op  ucoviscidose of congenitale hypothyreoïdie.

In Europa wordt elke pasgeborene systematisch getest op 5 of 6 genetische afwijkingen. Het is een snel en pijnloos onderzoek, om positieve gevallen snel te kunnen behandelen.’ Jean-Claude Havaux is algemeen directeur van Zentech, een Luiks bedrijf dat gespecialiseerd is in het stellen van diagnoses. ‘Het principe van de neonatale opsporing is dus dat we die ziekten identificeren voordat ze onherstelbare gevolgen met zich meebrengen.’ Om
deze procedures optimaal en efficiënt uit te voeren, heeft het bedrijf diagnosekits ontwikkeld en op de markt gebracht. Daarmee kun je de markers van immuunsysteemziekten opsporen en doseren. Het gaat o.a. om auto-immuunziekten, allergieën en voedselintolerantie.

In 2001 werd de Belgische afdeling van een Italiaanse groep overgenomen door een aantal kaderleden. Dat was de start van Zentech. Het bedrijf bevindt zich in het Liège Science Park van Sart-Tilman en heeft bijna veertig personeelsleden. Ze realiseren 60% van de omzet (3.700.000 euro) in meer dan 60 landen en groeien hard op het Aziatische continent. ‘Als je weet dat daar meer dan 60% van de mensen geboren worden, is het belangrijk dat we er blijvend aanwezig zijn. Ook al omdat de plaatselijke overheid in die landen zich nu bewust begint te worden van het belang van neonataal en in vitro-onderzoek. Er is nog veel groei mogelijk, want er worden maar weinig baby’s getest, maar de mentaliteit is aan het veranderen’, vertelt Jean-Claude Havaux. En om daar nieuwe markten te veroveren, maakt Zentech ter plaatse gebruik van de diensten en bemiddelaars van AWEX (het Waalse export- en investeringsagentschap). ‘Dankzij de handelsmissies van het Waalse agentschap kunnen we kostbare tijd besparen en komen we meteen in contact met de lokale spelers.’

'Belgïë heet wereldfaam om het gebied van immunologie en we beschikken over een bijzondere en erkende knowhow die we dringend moeten  erzilveren. Maar we moeten blijven reageren op de nieuwe tendensen die voortkomen uit de informatisering.’

 

Om zijnaanwezigheid in dat deel van de wereld duurzaam te maken, heeft het bedrijf pas een filiaal geopend in Maleisië. Zo kunnen ze makkelijker de landen van de ASEAN-zone (Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties) bespelen. ‘België heeft wereldfaam op het gebied van immunologie en we beschikken over een bijzondere en erkende knowhow die we dringend moeten verzilveren. Maar we moeten blijven reageren op de nieuwe tendensen die voortkomen uit de informatisering.’ Door de evolutie van de technologie is er nu een tendens naar decentralisatie van de diagnostiek. Het is niet meer nodig om staaltjes naar verschillende laboratoria te sturen en dagen op de resultaten te wachten. Met een klein toestelletje heb je nu al in recordtijd resultaten. ‘We hebben een diagnoserobot geperfectioneerd waarmee je tests kunt uitvoeren bij het ziekbed, maar die de resultaten ook kan lezen en interpreteren. In een paar minuten weet je of de patiënt beschermd is tegen een bepaald type ziekte.’ Het is een ontzettend efficiënte tool in bepaalde streken waar de infrastructuur nog beperkt is.

HET WILDE WOUD VOOR IEDEREEN

In dit uitgestrekte bosdomein in Theux, aan de voet van de Hoge Venen, overheerst de natuur op twee manieren. In het dierenpark komen de wilde dieren uit onze streken tot hun recht, terwijl het avonturenpark een hele reeks uitzonderlijke boomklimtrajecten aanbiedt.


Om sporen te vinden van de laatste wilde beren in de Waalse wouden, moet je al teruggaan tot de 12
e eeuw. Sindsdien leefde die zoolganger nog enkel voort in onze verbeelding, in soms angstaanjagende en soms onschuldige en geruststellende sprookjes en verhalen. We kijken dus altijd met gemengde gevoelens naar de wijze waarop die fascinerende dieren ravotten in de streken die ooit hun natuurlijke omgeving vormden. Net zoals wolven, lynxen, bizons en nog vele andere dieren, vind je die beren nu terug in het dierenpark van Forestia, waar ze in halve vrijheid leven.

Dit aan de voet van de Hoge Venen gelegen domein van 44 hectare ontstond in de jaren 70 als wildpark. Privéondernemers die zeer onder de indruk waren van de prachtige site, besloten in 2002 om er het middelpunt van een activiteitenpark van te maken, dat voor iedereen open zou staan. De nieuwe beheerders, die zich lieten inspireren door het unieke naast elkaar bestaan van loof en naaldbomen, kwamen op het idee daar de eerste boomklimtrajecten in België uit te zetten.

Elf boomklimtrajecten

We zochten informatie in verscheidene landen, zoals in Frankrijk, waar het concept ontstond op initiatief van technici uit wintersportcentra die nieuwe activiteiten zochten voor de zomer, maar ook in Canada en in Polen”, vertelt Philippe Lafontaine, de directeur van het park. “Daarna hebben we contact opgenomen met touwtechnici voor het uitwerken van ons concept, dat we in de loop der jaren hebben aangepast om het beter en aangenamer voor de gebruikers te maken.

Nu bestaat het avonturenpark uit elf trajecten met obstakels waarvan de moeilijkheidsgraad verschilt. De deelnemers gaan over loopbruggen die tussen de stammen of het gebladerte van de bomen zijn gespannen op hoogten tussen 2 en 17 meter, met een uniek uitzicht. “We hebben de trajecten zo uitgestippeld, dat hele gezinnen ze veilig en begeleid kunnen afleggen. Zelfs kinderen vanaf 4 jaar kunnen eraan deelnemen. We hebben zelfs een klein traject voor peuters vanaf 2 jaar. Met helmpjes op en klimgordeltjes aan, kunnen ze daar aan ramping doen, wat ze heel leuk en avontuurlijk vinden.” Naast het Coccinelle-traject voor kinderen vanaf 4 jaar en het Puma-traject voor de liefhebbers van sterke gewaarwordingen, is er een aanbod voor elk wat wils en voor alle mogelijke lichaamscondities.

We kijken dus altijd met gemengde gevoelens naar de wijze waarop die fascinerende dieren ravotten in de streken die ooit hun natuurlijke omgeving vormden.


Forestia
Rue du Parc 1
B-4910 Theux
+32 (0) 87 54 10 75

www.forestia.be

300 dieren, 30 soorten

Het dierenpark is opgevat als een uitnodiging om 3 tot 5 kilometer te wandelen tussen omheinde erven waar driehonderd dieren van een dertigtal verschillende soorten leven. “De erven zijn soms zo groot, dat je wel eens 5 tot 10 minuten stil moet blijven staan eer je de dieren ziet. Uiteindelijk zie je ze altijd, want het traject is zodanig uitgetekend, dat je helemaal rond de erven loopt. Alles is ontworpen opdat je vroeg of laat de dieren zou zien. Je moet enkel een beetje geduld hebben.

Er zijn zes beren, drie bruine en drie zwarte. Die laatste zijn wat kleiner en ze kwamen ook later in het park. Ze werden geschonken door een Amerikaans opvangasiel, dat ze na de dood van hun moeder in het woud had aangetroffen. Ze werden ondergebracht op een groot erf, dat gescheiden is van dat van de bruine beren en ze hebben zich perfect aangepast. Er zijn ook acht uit Canada afkomstige wolven, die nu een volledig in het Waalse woud geïntegreerde meute vormen. Forestia heeft besloten die dieren te steriliseren om te vermijden dat ze zich zouden voortplanten. “Er zijn in de wereld al genoeg dieren die op slechte wijze worden gevangen gehouden, dat we er nog niet méér willen laten geboren worden.” Ondanks die voorzorgen, kunnen er toch onverwacht nieuwe komen, zoals Kinder, in 2010, een prachtig beertje van Gamin en Fifille, de twee beren die vanaf het begin in het park aanwezig waren.

Didactische trajecten

Als dicht bij de natuur gelegen wandelpark, heeft Forestia ook besloten geen opvoeringen te organiseren, die niet altijd van goede smaak getuigen, maar liever didactische uiteenzettingen te geven, tijdens dewelke beren en wolven zich laten zien om de hun aangeboden versnaperingen op te eten. Om de ter beschikking van de bezoekers gestelde voorzieningen aan te vullen, biedt de Forest Bar gezellige gezinsmaaltijden aan. “We hebben gekozen voor kwaliteit en zorgen voor bediening aan tafel. Bij ons vind je geen plateaus van plastic en hoef je niet eindeloos aan te schuiven, zoals in sommige pretparken.

“ Alles is ontworpen opdat je vroeg of laat de dieren zou zien. Je moet enkel een beetje geduld hebben.”


Ondanks de economische weerslag van de door het coronavirus veroorzaakte crisis, ziet Philippe Lafontaine de toekomst met vertrouwen tegemoet. Forestia zal, zoals altijd, blijven evolueren met nieuwe activiteiten, waarover hij nu nog niet wilt spreken. “Wat niet zal veranderen, is dat we trouw zullen blijven aan ons DNA, dat gebaseerd is op het verwelkomen van een familiaal publiek in een nabije natuur, waar dieren uit de noordelijke streken van Europa leven.

DIERENKLINIEK ‘LE MARTINET’

Wat het publiek niet ziet, is dat er in Forestia ook een VZW bestaat die belangrijk werk levert, waardoor gewonde of verzwakte wilde dieren hun natuurlijke habitat kunnen terugvinden. ‘Le Martinet’, die op de site gevestigd is sinds 2011, is tegenwoordig het belangrijkste CREAVES-centrum (revalidatiecentrum voor in het wild levende diersoorten) van Wallonië. Elk jaar worden daar 1200 tot 1300 dieren opgevangen en verzorgd, vooraleer ze weer in vrijheid worden gesteld. Vogels vormen 80% van de klanten van die kliniek. Daar zijn veel roofvogels bij, maar ook kleinere vogels zoals merels en mussen, waaraan de dertig vrijwilligers en de drie dierenartsen evenveel aandacht besteden. Alle opgenomen dieren werden door het publiek in de natuur aangetroffen en werden tijdens de opvanguren of via de 24 op 24 uur toegankelijke opvanginfrastructuur binnengebracht.

Tot groot genoegen van het team, kan 65% van de gevonden en naar het centrum gebrachte dieren na verzorging en herstel terugkeren naar hun natuurlijke omgeving. “Elk dierlijk leven is belangrijk. Wanneer we een ooievaar weer zien wegvliegen of een egel naar zijn schuilplaats zien weerkeren, zijn we tevreden omdat we een bijdrage hebben kunnen leveren aan de natuurlijke keten”, besluit Mélanie Krings, die aan het hoofd van de VZW staat.

 

le Martinet
+32 (0) 496 76 83 55

www.lemartinet.be

SMUL JE VAN DE GESCHIEDENIS


© Préhistomuseum

In Flémalle voegde het Préhistomuseum een ‘archeocompatibel’ restaurant toe aan zijn museale project. Hier beleef je een ervaring die het midden houdt tussen gastronomie, geschiedenis en archeologie. Een unieke beleving in Europa!


De voormalige Préhistosite in Ramioul werd 25 jaar geleden geopend en in 2014 volledig gerenoveerd. Twee jaar later opende het Préhistomuseum, een heus avonturenpark van de prehistorie in de openlucht, zijn deuren. De locatie, gelegen in het hart van een beschermd Natura 2000-bos van 30 hectare, biedt naast het bezoek van de beroemde grot, tevens twaalf permanente tentoonstellingen aan (binnen of buiten), een boerderij, blotenvoetenparcours, workshops, een plantendoolhof en tal van paden waarlangs de bezoeker de reconstructie van een prehistorisch huis kan bewonderen, of een mammoet op ware grootte.

Toen we de locatie weer openden na de werken, die noodzakelijk waren om ons aanbod te kunnen uitbreiden, zo vertelt Isaline Raskin, de verantwoordelijke voor de communicatie van het park, vonden we het belangrijk dat er een plek kwam waar de bezoekers een hapje konden eten. Zo groeide de kleine cafetaria die er eerst was, uit tot de ‘Archéobistrot’ : niet alleen een plaats om iets te eten en te drinken, maar je proeft er letterlijk van de Geschiedenis. Zoals iedereen weet, is voeding een culturele marker – ‘zeg me wat je eet, en ik zeg je wie je bent’ – en daar moesten we in het Préhistomuseum natuurlijk iets mee doen.

Eerder dan een tentoonstelling samen te stellen met voorwerpen die vroeger werden gebruikt, koos het team van het museum ervoor om 70.000 jaar van gastronomie te verkennen en zijn bezoekers verschillende degustatie-ervaringen aan te bieden, zoals de maandelijkse lezingen van Pierre Leclercq, historicus van de gastronomie.

Met de hulp van slager Vincent Vanderbyse, vervolgt de archeologe, reizen we door de tijd en bieden we gerechten aan, hetzij in hun originele recept met het eetgerei uit de betreffende periode, voor de echte diehards, hetzij aangepast aan de hedendaagse smaak, prehistorische fusionkeuken als het ware.

Het team van het museum ervoor om 70.000 jaar van gastronomie te verkennen en zijn bezoekers verschillende degustatie-ervaringen aan te bieden.


De BigMouth, een … prehistorische burger

Na een historisch aperitief (mede, saliewijn of hypocras) kunnen de gasten kiezen tussen een koud buffet met een assortiment van salades en pasteitjes volgens de recepten van de beroemde chef en culinair auteur Auguste Escoffier – de man achter de haute cuisine in de luxehotels uit de Belle Epoque –, de echte Luikse gehaktbal op basis van een recept uit 1604, de neolithische cassoulet en het varkensvlees met abrikozen uit de Oudheid. Over een reis door de tijd gesproken !

Alle gerechten worden bereid door slager-charcutier-traiteur Vincent Vanderbyse, gevestigd te Villers-l’Evêque en Ans, die voor groot en klein ook de ‘BigMouth’ bedacht. “Een burger met een knipoog naar de Prehistorie, gemaakt van rundsvlees, geitenkaas, veldsla (jonge scheuten) en rode ui, in een broodje met zaadjes, vertelt de slager. Er komt een seizoensalade bij en een sausje dat ik heb bedacht, op basis van mayonaise, met honing en tijm. We bieden het gerecht ook aan in een vegetarische versie.

EEN AANTAL CIJFERS
€ 2 600 000 jaarbudget
40 % eigen inkomsten
€ 9 400 000 investeringen in 2014-2016
40 werknemers
60 000 bezoekers per jaar

 


© Préhistomuseum
De « BigMouth », een burger met een knipoog naar de Prehistorie !

Préhistomuseum en Archéobistrot
Rue de la Grotte 128
B-4400 Flémalle
+32 (0) 4 275 49 75
[email protected]

www.prehisto.museum

EEN SNUIFJE ZO(U)T IN JE BORD

Vincent Ronsse, inwoner van Embourg, startte een bedrijf op rond een op zijn minst gezegd origineel idee: fleur de sel, geïmpregneerd met producten van lokale of regionale partners. Vandaar de naam “à la belge”.


Om zijn gamma uit te breiden en de beste producten te kunnen aanbieden, liet Vincent Ronsse (36 jaar oud) zich omringen door Belgische referenties als chocolatier Jean-Philippe Darcis, kaasmakerij Herve of koekjesfabrikant Spécul’House. Na de Saint-Jacques ‘cacao’ te hebben getest – en op het eerste gezicht verrassende combinatie, maar een lekkernij in de mond – gingen we eens een kijkje nemen in de zaak van Vincent Ronsse.



Fromage de Herve, Moutarde, Curry spécial, Echalote jaune, Spéculoos, Piment rouge, Fleur de sel folle, Poivre 5 baies, Tapenade noire, Bleu des moines, Ail & persil, Poêlée de champignons, Basilic, Barbecue

Vincent, stel ons je producten eens even voor ?

Het gaat om een gamma van veertien varianten fleur de sel, geïmpregneerd met originele, verrassende producten. We hebben het hier niet over gearomatiseerd zout. Het is de bedoeling om de fleur de sel in zijn oorspronkelijke vorm te behouden en er door impregnatie een extra toets aan toe te voegen, een beetje pit. Ik transformeer de fleur de sel met voedingsmiddelen die werden geproduceerd, getransformeerd of geteeld op Belgische bodem. Het originele zit in het feit dat het gaat om natuurlijke producten zonder smaak- of kleurstoffen, zoals Hervekaas, bier, chocolade en zelfs speculaas. Een aantal producten zijn zonder meer uniek!

Vertel ons eens wat meer over die originele impregnatiemethode?

Dankzij die methode is de smaak van elke korrel fleur de sel identiek en veel uitgesprokener dan bij een traditionele melange. Bovendien ogen de natuurlijke kleuren erg mooi. De fabricatiemethode verschilt van product tot product. Een productie met Hervekaas verschilt van die met speculaas of mosterd met dragon. Ik moest al die verschillende technieken, die licht van elkaar verschillen, ontdekken en uitwerken. Het duurde twee jaar voor ik de verschillende productiewijzen onder de knie had en de producten kon stabiliseren zonder ze te verknoeien. Ik herinner me nog mijn eerste probeersels met Hervekaas: ik had de productie nog niet in de vingers, en de hele machine zat vol kaas. Twee machines hebben dat niet overleefd …

“ Het duurde twee jaar voor ik de verschillende productiewijzen onder de knie had en de producten kon stabiliseren zonder ze
te verknoeien.”

 
Hoe bent u op dit idee gekomen?

Toen we terugkwamen van vakantie had ik het in de keuken eens met mijn vrouw over wat we in de loop van de week hadden gegeten. Plots gooide ik een grote pot zout om. De pot rolde om, ik rapte een paar korreltjes op, en op dat moment veranderde ik letterlijk van onderwerp en begon ik na te denken over de mogelijkheid om fleur de sel aan te bieden, gecombineerd met Belgische producten. De smaken die ik die dag in mijn hoofd had waren spruitjes, tomaat, chocolade en bier. Sommige haalden het gamma, en andere niet.

Hoe zag je professionele parcours eruit ?

Ik behaalde een master politieke wetenschappen aan de HEC Liège. Mijn eerste beroepservaring deed ik op bij Lampiris. Daar kreeg ik veel autonomie, zodat ik verschillende functies binnen de onderneming leerde kennen en vooral zin kreeg om zelf iets op te starten. Vervolgens nam ik het familiebedrijf over en richtte ik ‘à la belge’ op. Het was de bedoeling om het product op eigen tempo te lanceren en tegelijkertijd de activiteit van het familiebedrijf voort te zetten. Maar na vier jaar nam ‘à la belge’ de overhand, en ik koos ervoor om me uitsluitend daarop toe te leggen. Ik doe nu al een jaar niets anders meer. Mijn moeder heeft me enorm geholpen, maar afgelopen november nam ik ook een commercieel medewerker in dienst en het team zal de komende maanden nog uitbreiden. We willen graag gaan exporteren en denken ook aan andere originele producten. Ons atelier is nog altijd thuis gevestigd, maar we hopen in de loop van de komende twee jaar te kunnen verhuizen. Vooral voor de geuren (lacht).

Hoe verloopt de verkoop ?

Omdat fleur de sel een sterke smaak heeft, heb je er minder van nodig vergeleken met gewoon tafelzout. Om je een idee te geven van het verbruik en de prijs : met één molen, die 4,90 euro kost, kan je ongeveer zeventig borden kruiden. We verkopen voornamelijk aan delicatessenzaken, kaaswinkels en slagers. Een deel van de producten verkopen we aan bedrijven die originele geschenken met een lokale toets willen aanbieden.

En de export ?

Daar zijn we rustig mee bezig. We hebben al een paar verkooppunten in Luxemburg. Tegen het eind van het jaar willen we van start gaan op het Franse grondgebied, waar we zullen deelnemen aan een internationale beurs in Parijs. Onze producten zullen ook worden verkocht in de Grande Epicerie de Paris en we nemen deel aan de wedstrijd Epicures de l’Epicerie Fine.

“ Omdat fleur de sel een sterke smaak heeft, heb je er minder van nodig vergeleken met gewoon tafelzout. Om je een idee te geven van het verbruik en de prijs: met één molen, die 4,90 euro kost, kan je ongeveer zeventig borden kruiden.”


Welke combinatie met gerechten – recepten beveel u aan ?

Je kunt ons gamma voor heel uiteenlopende gerechten gebruiken : pasta : vis ; vlees, brood met verse kaas, soep, salade … Ik gebruik regelmatig de mix ‘look en peterselie’ in een salade, want die geeft veel smaak. In originelere gerechten kan je bijvoorbeeld gaan voor de combinatie fleur de sel met cacao en een carpaccio van sint-jacobsvruchten, speculaas met geroosterde vijgen of Hervekaas op Zweedse aardappels … Het is iets wat je aan het bereide gerecht toevoegt, rechtstreeks op het bord, eerder dan tijdens het koken. Het is echt de kers op de taart !

LA FLEUR DE SEL
Fleur de sel heeft een specifieke textuur die ontstaat door de inwerking van de wind in de zoutpannen. De wind droogt de bovenste laag van het water, die een erg hoge zoutconcentratie bevat, en dit levert erg fijne kristallen op : fleur de sel. Je kunt dit ook makkelijk in de keuken nabootsen: dan krijg je fleur de sel maison.


www.alabelge.be

 

in het land van Arabelle

Arabelle Meirlaen is één van de vier vrouwelijke sterrenchefs in België (1). In Marchin, in haar gelijknamige restaurant, brengt ze elegantie en harmonie in een natuurlijke en intuïtieve keuken. Een bezoek staat gelijk aan een zintuigelijk reis.


De ontmoeting met Arabelle Meirlaen is een bijzonder moment. Het is net als loskomen van onze wortels richting het universele, een meervoudige reis waarin filosofie met culinaire kunst wedijvert. Een reis naar de landen met smaken die al te vaak verdraaid worden in onze cleane samenlevingen. Een reis naar het land van harmonie tussen mens en lichaam, en wat de natuur ons zo genereus schenkt. Een zintuiglijke, quasi tijdloze reis!

Deze reis vindt zijn oorsprong in de smaken uit Huy, de geboortestreek van Arabelle Meirlaen die worden verrijkt met de wereldse specerijen die de chef-kok teelt in haar “buitengewone tuin” grenzend aan haar restaurant. We vinden ze terug in haar gerechten die haar tuin weerspiegelen: lekker, vrolijk, sensueel, persoonlijk en verrassend. Zoals de “verrassende carpaccio van toon op toon” samengesteld uit plakjes ... watermeloen! Gerechten die het resultaat zijn van zowel intuïtie als een filosofie en voortdurend onderzoek. “Voor Hippocrates kan elk voedsel je medicijn zijn”, verklaart de chef. Arabelle Meirlaen beweert echter geen enkele vorm van geneeskunde te beoefenen. Ze past het toe op een zeer persoonlijke, intuïtieve keuken, haar “handelsmerk”.

Deze reis vindt zijn oorsprong in de smaken uit Huy, de geboortestreek van Arabelle Meirlaen die worden verrijkt met de wereldse specerijen die de chef-kok teelt in haar “buitengewone tuin” grenzend aan haar restaurant.


Van bloemenkunst naar kookkunst

Een absolute reis, zeiden we, met de familieboerderij als vertrekpunt. Arabelle Meirlaen is de “jongste” in de familie. Drie broers, een zus, allen kinderen van een landbouwer en uitvinder van machines aangepast aan zijn beroep, en een Arabelle verankerd in de eigen bodem, nieuwsgierig naar alles. “Ik heb gewerkt in binnenhuisinrichting, styling, bloemsierkunst; ik heb ook even muziek geprobeerd ...” Tot de klik er kwam toen haar moeder volgende waarheid sprak: “Iedereen zal altijd moeten eten!

Arabelle gaat dus naar de hotelschool, passeert in de loges van Standard Luik en Val-Saint-Lambert om vervolgens restaurant “Li Cwerneu” in Huy over te nemen. Ze ontmoet haar man, Pierre Thirifays, een elektromecanicien van beroep, die aan haar zijde werkt en later de beste sommelier van België wordt! Hier is excellentie essentieel, net zoals complementariteit. Maar pas op: de chef-kok is een vrouw! “Koken is een vrouwenzaak, toch? De man is de jager die het eten brengt, terwijl de vrouw bereidt en creëert”, glimlacht ze. “Ik maak er geen strijd van, er is evenwicht nodig!

In de loop der seizoenen

Diezelfde notie van evenwicht en harmonie is ook de handtekening van Arabelle Meirlaen. “Mijn keuken is in harmonie met de seizoenen en de behoeften van het lichaam. In de herfst gaan we bijvoorbeeld richting pittigere smaken of ingrediënten; in de winter kiezen we eerder voor gerechten die de nieren zuiveren; in het voorjaar is een beetje zuur goed voor de milt en de alvleesklier; chlorofyl bevordert ook de spijsvertering.

Ze is een fervent aanhanger van het echte lokale product en van een keuken die zowel met het lichaam als met de aarde is verbonden, maar onze gesprekspartner wil geen etiket op zich geplakt krijgen: “Het lichaam heeft alle voedingsstoffen nodig, inclusief dierlijke eiwitten en ik ben van plan gerechten te bieden die iedereen plezier doen.” Het uiteindelijke doel is immers: “Elk gerecht, elke hap moet eerst en vooral plezier geven. En een gerecht is voor mij geslaagd als ik dat plezier voel na het proeven. Koken, gastronomie, dat is zinnenprikkelend en zintuigelijk!

Sterrenrestaurant “Arabelle Meirlaen”, met een beoordeling “18/20” bij Gault&Millau, werd in 2019 ook uitgeroepen tot “Beste Groenterestaurant”.


Een ayurvedische keuken

De culinaire technieken die Arabelle Meirlaen gebruikt worden allemaal gekenmerkt door respect voor het product. In dat opzicht gaat er niets boven oeroude technieken die te vaak vergeten of verwaarloosd worden, zoals fermentatie die terug te vinden is in de “gefermenteerde rode kool, sakurabladeren en geroosterde sesam”. “Dat soort conservering en verwerking van producten die door onze voorouders werd toegepast, helpt de smaken van een voedingsmiddel te behouden en zelfs te accentueren. Persoonlijk haal ik de essentie eruit en die koppel ik aan het gunstige effect dat het op het lichaam kan hebben.

Dat resulteert in een ayurvedische keuken, genoemd naar de Indiase wetenschap die dicht bij yoga staat, waaraan de chef zich regelmatig tegoed doet als ze naar India gaat, soms in het gezelschap van de Frans-Indiase arts Nathalie Babouraj.

Een 2de ster?

Sterrenrestaurant "Arabelle Meirlaen", met een beoordeling “18/20” bij Gault&Millau, werd in 2019 ook uitgeroepen tot “Beste Groente-
restaurant” (het werd 8e in Europa). Een grote erkenning die niet te veel druk op de chef lijkt te zetten: “Het is een plezier omdat het betekent dat de gerechten die ik aanbied met mijn intuïtieve kant, de steun van zowel mijn collega's als het publiek krijgen. Ik zal mijn manier van werken echter niet opofferen voor een tweede ster. Als ze komt, is dat goed, maar het zal niet komen door een koersverandering van mijn kant!”

En dat is heel goed, want de zaak van Arabelle is het hele jaar door volgeboekt. Haar menu verandert elke maand en wordt in het voorjaar misschien verrijkt met nieuwe tijdloze en zintuiglijke smaken die de chef-kok uit India meebracht waar ze drie weken aan het begin van het jaar doorbracht. Om op te laden, maar ook om de zintuigen aan te scherpen.

Het staat vast: de reis van Arabelle Meirlaen naar het land van het universele is nog lang niet voorbij. Tot grote vreugde van onze ogen, onze zintuigen en onze smaakpapillen.

Arabelle Meirlaen
Chemin de Bertrandfontaine 7
B-4570 Marchin
+32 (0) 85 25 55 55
[email protected]
www.arabelle.be

(1) De andere chefs bekroond met een ster in België: Stéphanie Thunus (Au Gré du Vent, Seneffe), Ricarda Grommes (Quadras, Saint-Vith) en Lydia Glacé (Les Gourmands, Quévy).

 

I presume ?

Wist u dat u in het treinstation van Luik-Guillemins kunt inschepen om de Nijl op te varen tot aan het Dal der Koningen en daar het graf van Toetanchamon kunt bezoeken zonder getroffen te worden door de vloek? Neen? Ga dan vlug uw kaartje kopen, want deze uitzonderlijke tentoonstelling sluit haar deuren op 31 mei.


Een tentoonstelling over de “vergeten farao” in Luik? Sommigen vroegen zich af of de organisatoren geen groot risico namen, aangezien de schitterende tentoonstelling over Toetanchamon die in 2011 in Brussels Expo plaatsvond, nog vers in het geheugen ligt, maar ook en vooral wegens de 1.420.000 bezoekers die tussen maart en september 2019 naar Parijs trokken om er de “Schat van de Farao” te bewonderen, met talrijke stukken uit de vaste verzamelingen van het museum van Caïro. “Een risico? Neen! In de eerste maand telden we trouwens al 30.000 bezoekers”, antwoordt Marie Kupper met een glimlach. Zelf was ze nog niet eens geboren toen haar grootvader, René Schyns, de eerste tentoonstelling over Hergé organiseerde in Welkenraedt. Nu, op haar 25e, wordt ze stilaan diens opvolgster aan het hoofd van Europa Expo.

De jonge directrice, die instaat voor de organisatie en de financiën, legt een en ander uit: “We hebben er altijd naar gestreefd grote evenementen op een andere wijze aan te bieden. Voor deze tentoonstelling wilden we de bezoekers in de voetsporen van Howard Carter laten treden, hun zijn hoop en zijn twijfels laten delen, maar ook zijn verrukking toen hij plots voor dat graf stond, waar iedereen vruchteloos naar had gezocht. En dan, nadat ze, zoals de archeoloog, de drie identiek nagemaakte grafkamers hebben ontdekt, kunnen de bezoekers zich een juist beeld vormen van de wereld waarin de jonge farao heeft geleefd, dankzij de talloze voorwerpen die ter plaatse werden gevonden en die we in de vijftien themazalen van de expo terug in hun historische context geplaatst hebben. Het is ongetwijfeld die kennis, die de werkelijke schat van Toetanchamon vormt!

Op haar 25e bereidt Marie Kupper zich stilaan voor om haar grootvader René Schyns aan het hoofd van Europa Expo op te volgen.


Twee wereldprimeurs

Van de honderden emblematische kunstwerken die in Luik worden getoond, zijn er een 200-tal originele stukken uit musea (het MET-museum van New York, het Louvre, de musea van Mariemont, Manchester …) en uit privéverzamelingen. En 250 stukken zijn getrouwe kopies uit de werkplaatsen van het museum van Caïro, die werden uitgeleend door het ministerie voor Egyptisch oudheden. “Onze tentoonstelling brengt ook twee ‘wereldprimeurs’: de weergave van een deel van het koninklijk paleis en de replica van het atelier van Tuthmosis, de officiële koninklijke beeldhouwer”, aldus Marie Kupper, die benadrukt dat de muurschilderingen van het paleis werden gemaakt door de kunstenaars van de werkplaatsen van Europa Expo, die daarvoor pigmenten, zoals in die tijd, hebben gebruikt en daarbij zelfs de schimmels hebben nagebootst! Wie schrik heeft van vervloekingen, kan gerust zijn: de schimmels werden goed nagemaakt, maar zijn niet echt. Niemand zal dus allergeen stof inademen …

www.europaexpo.be

Belangrijke data
• 4 november 1922 : ontdekking van de trap die naar het graf van Toetanchamon leidt.
• 26 november 1922 : Howard Carter gaat, samen met Lord Carnavaron, het voorvertrek van het graf binnen.
• 17 februari 1923 : opening van de grafkamer in aanwezigheid van koningin Elisabeth en van de beroemde Belgische egyptoloog Jean Capart.
• 28 oktober 1925 : opening van 3e doodskist, waarin de mummie zich bevindt.


Toetanchamon en het Oude Egypte

De beschaving van het Oude Egypte begon omstreeks 3150 vóór Christus, met de politieke eenmaking van Opper- en Neder-Egypte en ze ontwikkelde zich tot aan het bewind van Ptolemaeus XV (de zoon van Cleopatra VII), de laatste farao, die in 30 werd geëxecuteerd door Octavius (die de eerste Romeinse keizer zou worden). Die tweeëndertig eeuwen werden onderverdeeld in drieëndertig dynastieën. Toetanchamon (-1335 tot -1327) behoorde tot de XVIIIe dynastie, tijdens dewelke Egypte macht en roem kende – terwijl Ramses II zijn stempel drukte op de XIXe dynastie. Toetanchamon was 8 jaar toen hij de troon besteeg en hij stierf kinderloos op zijn 17e of 18e.


De reproductie van de inrichting van een koninklijk paleis, een wereldprimeur.

Achnaton, de “godslasterlijke” farao

Toetanchamon was de zoon van farao Amenotep IV, die het veelgodendom wilde vervangen door een monotheïstische eredienst aan de zonnegod Aton. Uit eerbetoon aan die god, liet hij zich Achnaton (‘dienaar van Aton’) noemen en bouwde hij, tussen Memphis (Caïro) en Thebe (Luxor), de stad Achetaton (‘uitzicht op Aton’) waarvan hij de nieuwe hoofdstad van Egypte maakte. Toen hij overleed na een in militair opzicht weinig roemrijk bewind, werd de oude eredienst hersteld en werd de stad van de “godslasterlijke” farao aan haar lot overgelaten. De archeologische site van Achetaton werd onderzocht onder de naam Amarna.

“Mister Carter is een degelijke jonge man, die uitsluitend belangstelling heeft voor schilderkunst en voor natuurlijke historie ... Ik zie er voor mij geen nut in om van hem een opgraver te maken!” (de archeoloog Sir Flinders Petrie, in wiens dienst Howard Carter op zijn 17e werkte).


Het schitterende voorvertrek

In 1922, na vijf seizoenen vruchteloze opzoekingen, ontdekte de Britse archeoloog Howard Carter, die voor rekening van Lord Carnavaron werkte, het graf van Toetanchamon in het Dal der Koningen, in de buurt van Luxor. Het was een aangrijpend moment voor zijn team, toen een arbeider op 4 november van dat jaar een eerste trede blootlegde. Nadat ze de trap hadden vrijgemaakt en een lange gang doorlopen, kon de archeoloog door een in de deur gemaakt gat een blik werpen in het voorvertrek van het graf. “Enkele seconden lang – die een eeuwigheid moeten hebben geduurd voor mijn medewerkers – stond ik stom van verbazing. Toen Lord Carnarvon me ten slotte vroeg: “Ziet u iets?”, kon ik alleen maar antwoorden: “Ja, wonderen!”

In elkaar geplaatste doodskisten

Na de ontdekking van het graf was er nog veel geduld en spierkracht nodig vooraleer het team van Howard Carter tot bij de mummie kwam. Die schuilde immers in een 110 kilogram zware sarcofaag van massief goud, die omhuld was door twee andere sarcofagen die op hun beurt in een grote sarcofaag van kwartsiet lagen, die zich op haar beurt onder vier uitschuifbare kapellen of vergulde schrijnen bevond. “Het was 28 oktober 1925. We verwijderden voorzichtig de lange spijkers van massief goud en tilden het deksel dan op met de gouden handgrepen. Onder onze ogen lag een indrukwekkende, zuivere en verzorgde mummie. Een prachtig masker van schitterend goud stelde het gezicht van de farao voor ...

Een hapje voor onderweg

Carter heeft tien jaar tijd nodig gehad om de inventaris te maken van de 5398 voorwerpen die in het graf werden gevonden en waarvan er ongeveer 200 onder de windsels van de mummie staken. Tot die voorwerpen behoorden strijdwagens, wapens (zwaarden, bijlen, knotsen, kurassen, schilden …), juwelen, kledingstukken, maar ook veel eetwaren
(48 dozen rundvlees en gevogelte, 28 grote kruiken wijn …). De Egyptenaren geloofden immers in het eeuwige leven en in een beloning of vergelding voor de tijdens ons aardse leven gestelde daden. Na hun dood begonnen ze dus aan een echte reis om voor een rechtbank van tweeënveertig goden te verschijnen. Die eetwaren, kleren en rijkdommen moesten de jonge farao niet alleen in staat stellen om de reis te maken, maar ook om offers te brengen aan de goden.

Tuthmosis, de beeldhouwer van het vrouwelijke ideaal

De weergave van het atelier van Tuthmosis, de hofbeeldhouwer van Achnaton, is een wereldprimeur. Dankzij de opgravingen in Amarna, konden de te beeldhouwen gips en steenblokken worden nagemaakt met de toenmalige instrumenten. De bezoekers kunnen stap voor stap het werk volgen van een kunstenaar die steeds op zoek was naar absolute volmaaktheid, zoals blijkt uit de beroemde Nefertiti-buste die in zijn werkplaats werd gevonden. De koningin was ongetwijfeld heel mooi, maar wanneer men weet dat lichamelijke schoonheid voor de Egyptenaren de spiegel was van geestelijke schoonheid, kan men vermoeden dat de beeldhouwer zichzelf heeft overtroffen om die aan volmaaktheid grenzende trekken vast te leggen.

De vloek: wanneer de legende wordt ontkracht

Tijd om veel te doen heeft Toetanchamon niet gehad tijdens zijn kort bewind. De farao is vooral bekend wegens de vloek in verband met het schenden van zijn graf. Verscheidene leden van het team van Howard Carter en ook enkele van zijn kennissen overleden enige jaren na de ontdekking van de mummie, zoals Lord Carnavaron, de opdrachtgever van de opgravingen, die slecht vijf maanden daarna overleed. Bij het scheren verwondde hij zich op de plek waar een mug hem had gestoken en de infectie leidde tot een bloedvergiftiging. Hij was 56 jaar.


Volgens wetenschappers zou die ‘vloek’ hoofdzakelijk veroorzaakt zijn door de in de graftombe aanwezige organische stoffen (fruit of groenten). In de loop der eeuwen zouden die producten tot ontbinding zijn overgegaan en allergene stofdeeltjes hebben gevormd.

EUROPA EXPO
Europa Expo nam het initiatief voor een tiental grote tentoonstellingen, die drie miljoen bezoekers trokken: ‘Tout Hergé’ in Welkenraedt (1991), ‘Tout Simenon’ in Luik (1993), ‘Ik was 20 in 45’ (1995), ‘Made in Belgium’ (2005) en ‘Leonardo Da Vinci’ in Brussel (2007-2008). Sinds de oprichting van de Calatrava-museumruimte in het station van Luik-Guillemins, heeft Europa Expo er de culturele ontmoetingsplaats van de stad Luik van gemaakt. Zo werd daar een hele reeks tentoonstellingen gemaakt: ‘SOS Planet’ (2010-2011), ‘Golden Sixties’ (2012-2013), ‘Liège Expo 14/18’ (2014-2015), ‘Van Salvador tot Dali’ (2016), ‘Het terracottaleger’ (2017), ‘Ik zal 20 zijn in 2030’ (2017-2018) en ‘Generation 80 Experience’ (2018-2019).


Koningin Elisabeth was een slechte profetes

In maart 1923, toen koningin Elisabeth vernam dat Lord Carnarvon ziek was, zei ze tot haar zoon, de latere Leopold III: ‘Al wie in het graf van Toetanchamon is geweest, mijzelf inbegrepen, zal spoedig sterven.’ Elisabeth was een van de eersten die over de vloek sprak.
 Gelukkig was ze beter als koningin dan als profetes, aangezien ze 89 jaar werd. Zelf ben ik, in 1939, op mijn 64e aan kanker gestorven.” (Howard Carter, audiogids)

Zoek niet langer de moeder: het is Nefertiti

Uittreksel uit de biografie van Achnaton, van de hand van Dimitri Laboury en in 2010 gepubliceerd bij Pygmalion / Flammarion

Ook al blijven er nog enige twijfels, toch zijn veel wetenschappers het erover eens dat koningin Nefertiti, de echtgenote van Achnaton, de moeder van Toetanchamon was. Dimitri Laboury, adjunct-professor aan de Luikse universiteit en specialist in de kunstgeschiedenis en de archeologie van het Egypte van de farao’s, die voorzitter is van de wetenschappelijke commissie van de tentoonstelling, is één van hen.

De egyptologische gegevens zijn eigenlijk heel duidelijk”, legt hij uit. “Om te beginnen is er het feit dat die knaap van 8 of 9 jaar tot farao wordt gekroond op een moeilijk moment in de geschiedenis van Egypte, waar het feitelijke gezag in handen was van hoge militairen, die de kindkoning trouwens zouden opvolgen, maar hem toen niettemin vóór lieten gaan. Dit laatste betekent zonder de minste twijfel dat dit kind van koninklijk afkomst was, want op die leeftijd kon het enkel voorrang hebben door zijn bloed. De epigrafische informatie op de site van Amarna spreekt van een ‘eigen zoon van de koning, Toetanchaton’, waarvan we perfect weten dat het de oorspronkelijke geboortenaam was van de toekomstige Toetanchamon. Wat betreft de moeder van de kindkoning (die noodzakelijkerwijze een intieme band moest hebben met farao Achnaton), beeldt een rouwtafereel op de koninklijke graftombe in Amarna – en dus een zeer officieel monument – het koningspaar uit dat de dood beweent van hun tweede dochter, prinses Meketaten, in het gezelschap van een voedster (met het typische kapsel voor voedsters uit die tijd), die een zeer jong kind draagt. Uit de bijbehorende titulatuur (het ceremoniële paneel, zie afbeelding), blijkt zonder de minste twijfel dat het gaat om een koninklijk kind, wiens naam het element ‘Toet ’ bevat, terwijl het determinatief (het teken aan het einde van de persoonsnaam in het hiëroglyfisch schrift) duidelijk mannelijk is; de titulatuur eindigt bovendien met de bijzonderheid ‘gebaard door’ Nefertiti. Er bestaat dus geen twijfel over de afstamming van Toetanchamon (te meer daar de berekening van zijn geboortejaar uitkomt op enige tijd vóór het overlijden van het Meketaten).

Vanuit egyptologisch oogpunt is Nefertiti dus de moeder van Toetanchamon. Uit het paleogenetisch onderzoek op de mummies van personen die vermoedelijk tot de familie van Toetanchamon behoorden, blijkt bovendien dat mummie KV35 YL (young lady) genetisch de moeder van Toetanchamon is. Het verband is duidelijk: mummie KV35 YL is het lichaam van Nefertiti.

Er zijn nog wel enkele collega’s die het graf van de koningin zoeken, maar ik denk dat dit volstrekt nutteloos is, want wanneer we haar mummie hebben, waarom dan nog zoeken naar haar graf?

Sophie Roscheck heeft een passie voor paarden en nieuwe technologieën. De Luikse, die afkomstig is uit de pers- en marketingwereld, had oog voor de kansen die ze onderweg tegenkwam en speelde in op actuele trends. We volgen de levensloop van een paardenliefhebster.

 


«Ik heb altijd van paarden gehouden. Hoewel we het thuis niet breed hadden, kreeg ik op een dag een manegepony van mijn vader. Daardoor heb ik ontzettend veel geleerd van het leven. Het paard houdt je een spiegel voor. Omdat je met het dier leert communiceren, is het eigenlijk een grote leraar. De paarden hebben mij geleerd om streng, dapper, meelevend en respectvol te zijn.

Voor Sophie, die twee tot drie uur per dag paardrijdt, blijft die liefde voor paarden altijd bestaan. Tegelijkertijd ontstaat er een andere passie, want volgens haar heeft digitale technologie de toekomst. Voor haar communie vraagt Sophie een computer. En zo schrijft ze op 12-jarige leeftijd haar eerste programma! Ze is vastberaden om zelfstandig te worden en haar eigen bedrijf op te zetten. Ze richt zich op het kappersvak, haar eerste carrièrestap. “Ook toen was ik al vaker op mijn computer in het achterkamertje te vinden dan in de salon. Ik leerde mezelf op internet om een Excel-werkblad te maken, de voorraden te beheren, de bestellingen te digitaliseren enz.

Sophie gaat vervolgens als verkoopster werken bij de Gouden Gids. “Ik begeleidde zelfstandige ondernemers bij het ontwerpen van hun site en hun online catalogus. Daar heb ik pas echt de kracht van digitale technologie ontdekt.

“Met Ekism ID volg je van dag tot dag de training en verzorging van je paard of pony. De Waalse paardensector, die weer volledig opleeft, verdiende wel zo’n digitale oplossing.”


Mobiele apps voor moderne ruiters

Gaandeweg, met name na een kort verblijf op het kabinet van Didier Reynders, bouwt Sophie een netwerk op waardoor ze interessante mensen kan ontmoeten. “Dat was voor mij de mooiste periode in mijn carrière als werkneemster. Ik was omringd door briljante en aardige mensen. Alles is dus mogelijk, zelfs wanneer je als kapster begint!”, zegt ze lachend. “Daar zijn mijn ogen geopend voor de macht van de pers.

Vervolgens gaat ze voor Apptree werken als freelance adviseur op het gebied van mobiele apps. Dat is de springplank die haar in staat stelt om een sprong voorwaarts te maken en de applicatiesuite Ekism te ontwikkelen. Dat zijn gratis apps die ruiters helpen om de verzorging van hun paard, hun identiteitsbewijs, hun training enzovoort te beheren. “Met Ekism ID volg je van dag tot dag de training en verzorging van je paard of pony. De Waalse paardensector, die weer volledig opleeft, verdiende wel zo’n digitale oplossing.

Ze wordt op het idee gebracht door haar dochter, die een wit bord gebruikt om het verzorgings- en trainingsprogramma voor de komende week op te stellen, zoals alle maneges dat destijds deden. Aan het einde van de week moet je het bord wissen en gaan alle gegevens verloren. Dat probleem is nu opgelost dankzij Sophie!

Een nieuw tijdperk voor ruiters

De nieuwe versie van de Ekism ID-app telt nu 10.000 gebruikers, die 15.000 paardenprofielen in de app hebben aangemaakt! De gebruiker kan in de app een profiel van zijn paard aanmaken, zijn training en verzorging noteren en een samenvatting van zijn activiteiten maken. Maar hij kan ook aangeven met wie hij zijn gegevens wil delen, zien hoe lang hij bezig is en wat het kost om een nieuw paard te kopen! Een soort afgeschermd Facebook-profiel in combinatie met een app die vergelijkbaar is met een mobiel trainingsprogramma voor sporters. “Ik ben het Zwitserse zakmes van de moderne ruiter”, legt Sophie uit.

“Zal ik een concreet voorbeeld geven? Stel dat ik met twee paarden op weg ben naar een concours en pech krijg op de autosnelweg. Ik ga dan naar Ekism Pro, doorzoek in de categorie ‘Transport’ de lijst van transporteurs, bepaal mijn locatie en stel tot mijn opluchting vast dat er vlakbij een transporteur is die ik kan bellen.” De betaalde versie voor de verkoop van paarden stelt Sophie in staat om te leven van haar app.

Voor blinde ruiters

Maar Sophie is niet van plan om het daarbij te laten. Ze wil haar app graag ontwikkelen om blinde ruiters te helpen. “Ik maak deel uit van de Commissie Middelen van de vzw ‘La Lumière’. Ik heb negen jaar samengeleefd met iemand die geleidehonden fokte en ik heb veel contact met blinde ruiters. Het is dus logisch dat ik iets nuttigs ontwikkel om hun dagelijks leven te verbeteren.”

Omdat blinde ruiters hoorbare aanwijzingen nodig hebben, krijgen ze hulp van een ‘roeper’, die aangeeft welke weg ze moeten volgen. Met de app zou het mogelijk zijn om geluidsbakens te maken die de ruiter zelf langs de route kan plaatsen, zodat hij zelfstandig kan paardrijden.

‘In de ogen van Ophélie’

Dit project heeft aanleiding gegeven tot een ander idee. ‘L’aventure humaine’ is een reeks documentaires die Sophie Roscheck met regisseur Ludovic Daxhelet gaat maken. De eerste aflevering vertelt het verhaal van Ophélie, een blinde paardrijdster die de beste ruiters vergezelt tijdens een zesdaagse tocht door Jordanië. Een mooi avontuur om te volgen!

EKISM sprl
Sophie Roscheck
+32 (0) 483 07 56 59
[email protected]

17 jaar vol uitdagingen

In 1984, vlak voor haar diploma-uitreiking, hoort Agnès Flémal van haar vader dat het familiebedrijf failliet is. Als oudste kind van het gezin staat ze dan voor de keuze om directeur te worden. Als onderneemster in hart en nieren gaat de pas afgestudeerde ingenieur de uitdaging aan. In het nieuwe millennium krijgt ze de leiding over WSL. Een organisatie die op dat moment nog een onbeschreven blad is.


"Ik ben op mijn 24ste onderneemster geworden. Dat was niet wat ik hoopte, maar ik ben in het diepe gesprongen omdat ik niet wilde dat zestig mensen werkloos zouden worden. En ik ben nooit teruggekomen op die beslissing. Toen het Waals Gewest mij in 2002 aannam om de eerste technologie-incubator van Europa te leiden, was dat zowel vanwege mijn ervaring als vanwege het feit dat ik een vrouw ben. Het lag voor de hand dat ik de kleine spin-offs zou bemoederen. Maar ik bemoeder niet, ik daag juist uit!”, benadrukt Agnès Flémal.

Eerst alleen en daarna in teamverband ontwikkelt en structureert ze een uniek en innovatief ecosysteem. WSL, dat deels als incubator en deels als accelerator fungeert, is nu de voorkeurspartner van 83 technologieondernemers die een bedrijf willen starten of aan het hoofd staan van een ‘deep-tech’ start-up van maximaal vijf jaar oud. “Wij zorgen voortdurend voor follow-up en doen dat ‘hands-on’. We ontwikkelen diensten, houden elke raad van bestuur in het oog en geven adviezen op het gebied van human resources, over de verkoopstructuur of over de manier om fondsen te werven. Wij werken niet in plaats van maar als ondersteuning”, benadrukt de directrice.

Van Luik naar Wallonië

Hoewel WSL in het Liège Science Park op de heuvels ten zuiden van Luik – dus dicht bij de universiteit – is ontstaan, is de organisatie tegenwoordig in alle Waalse provincies aanwezig. Door deze gespreide aanwezigheid is er minder afstand tot de bedrijven in de incubator, de universiteiten en de hogescholen. WSL werkt ook samen met de concurrentieclusters en het Agence wallonne à l’Exportation et aux Investissements étrangers (Awex). “Gezien de activiteiten van de ondernemingen die we begeleiden, is het logisch dat de uitbreiding naar Wallonië gepaard gaat met een internationale expansie ten dienste van onze start-ups”, merkt de directrice op.

Zo heeft WSL bijzondere betrekkingen aangeknoopt met de Research Valley Partnership van de Texas A&M-universiteit in Houston en de California Polytechnic State University (Cal Poly). WSL wordt erkend door de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) en kreeg in 2007 als eerste incubator buiten de Verenigde Staten een erkenning van de National Business Incubation Association (NBIA). In datzelfde jaar werd WSL gekozen tot beste Europese incubator voor technologieondernemers en in 2019 kwam de organisatie in de mondiale top 10 (zie ander artikel).

WSL in cijfers
124 start-ups
107 miljoen euro: gezamenlijke omzet van de bedrijven in de incubator
43 miljoen euro: toegevoegde waarde van de bedrijven in de incubator
85 % overlevingspercentage na 5 jaar van de ondernemingen die door WSL worden gevolgd
11 % jaarlijkse groei van de werkgelegenheid bij de ondernemingen die door WSL worden gevolgd
866 directe arbeidsplaatsen


Technologie, dienstverlening en HR

Elke onderneming die wij steunen, vormt een ander en op zijn eigen manier ingewikkeld avontuur. Je moet rekening houden met de menselijke kant, met ego’s en met belangen die niet altijd over en weer bekend zijn. Maar wat leuk is en ons vooruithelpt, is de gedachte dat we op heel veel momenten en plaatsen nuttig zijn dankzij een intern team van specialisten die snel reageren en multidisciplinair kunnen werken. We weten dat zoiets als een uitgemaakte zaak niet bestaat en dat we overal op moeten letten. We hebben een afschuw van comfortzones”, benadrukt de directrice, terwijl ze naar de betekenis van WSL verwijst: ‘Will Stretch your Limits’.

Een van de beste presterende incubators

Tijdens een onderzoek door de Zweedse internationale vereniging UBI Global eindigde WSL in 2019 als zesde in de top 10 van best presterende overheidsincubators ter wereld. In 2018 was de organisatie ook al eens bekroond. Een mooie erkenning voor WSL, dat zich hiermee in het gezelschap bevindt van zwaargewichten die in grote steden als Baltimore, Turijn en Peking zijn gevestigd.

Op Europees niveau neemt WSL de derde plaats in. Naast overheidsincubators omvat de ranglijst van UBI Global verschillende andere categorieën, zoals universiteitsincubators, privé-incubators, hybride projecten en verschillende soorten accelerators voor start-ups. Tot de criteria die het verschil maakten voor de Waalse incubator, behoren de omzet die door zijn start-ups wordt gegenereerd en het percentage bedrijven dat behouden blijft voor Wallonië.

Wij zijn een heel kleine organisatie tussen veel grote, op een ranglijst die rekening houdt met in totaal 21 criteria”, benadrukt Agnès Flémal. “We zijn bijzonder goed in het behouden van talent, want iedereen blijft in Wallonië. En de omzet die binnen drie jaar door onze start-ups wordt gegenereerd, is veelzeggend. Dat geldt ook voor het effect van deze bedrijven op het Waalse BBP, dat het hoofddoel blijft van het werk van WSL.

www.wsl.be

Succes gedurende drie generaties

WSL begeleidt doorgaans een zeventigtal start-ups en scale-ups, die gemiddeld drie tot vijf jaar blijven. In 2019 werden twee ‘goudhaantjes’ overgenomen die de Waalse incubator onder zijn vleugels had. Cefaly, dat de laatste jaren sterk was gegroeid, is overgenomen door een Amerikaans investeringsfonds, terwijl Smartnodes (dat nog steeds in de incubator verbleef) in handen is gekomen van de Franse groep Lacroix. “Ondersteuning van onze spin-offs houdt ook in dat we ze helpen om een kans aan te grijpen wanneer die zich voordoet”, merkt Agnès Flémal op. “In het geval van Smartnodes heeft Lacroix zowel een bijzondere competentie als een meertalig team verworven, waardoor de groep zich kan ontwikkelen in Noord-Europa en Duitsland.”

Van de drie generaties projecten die haar incubator heeft begeleid, zijn er drie in het geheugen van de directrice gegrift:

• Aerospace Lab, dat anderhalf jaar geleden twee personen telde en nu een stuk of veertig mensen in dienst heeft, na twee fondsenwervingen en een lopende serie A-financiering.

• Coretech, een van de eerste projecten, dat zich tegenwoordig als een technology, service en strategy integrator positioneert die de energierekeningen van zijn zakelijke klanten kan verlagen.

• Axinesis, een spin-off van de Université catholique de Louvain (UCL), die zich inzet om het functionele herstel van patiënten te verbeteren dankzij innovatieve en toegankelijke technologieën, die gericht zijn op de revalidatie van de bovenste ledematen van patiënten met hersenletsel.

WSL wordt gefinancierd door een ‘variabele’ begrotingspost van het Waals Gewest om deep-tech bedrijven te ondersteunen. “We accepteren alleen projecten met een disruptieve technologie, die geleid worden door mensen die over technologische kennis beschikken”, verduidelijkt Agnès Flémal. “Het niveau van de toelatingseisen is verhoogd, zodat het aantal dossiers dat we jaarlijks accepteren voortaan rond de tien ligt, terwijl dat er eerst ongeveer vijftien waren. Maar we ontvangen nog steeds evenveel aanvragen.”

Doe-het-zelver met beeld en klank

Digitaal kunstenaar Ronald Dagonnier werd reeds meermaals bekroond door en opgevoerd in de media dankzij zijn originele manier om ons te verrassen. Hij vindt dat hij moeilijk onder één noemer te vangen is. Een kennismaking.

 

Ronald Dagonnier Crédit photographique Dominique Houcmant

Ronald Dagonnier werd in 1967 geboren te Messancy, in de provincie Luxemburg. Hij studeerde fotografie en video in Luik, waarna hij werd toegelaten tot het Institut Supérieur des Arts (INSAS) in Brussel. Zijn studie verveelde hem, en dat is een paradox, geeft hij toe, nu hij zelf video en digitale kunst doceert aan de Ecole Supérieur des Arts de la Ville de Liège (ESAVL). Hij stelt alles in het werk om dat onbehagen van zijn jeugd en de onaangename herinnering aan een te etherische opleiding niet aan zijn studenten door te geven. “Ik probeer mijn lessen zo in te richten dat ze zowel theoretisch als praktisch zijn en ik werk met voorbeelden. Een docent moet, ongeacht zijn vak, een voorbeeld zijn. Tonen dat kunst geen abstract iets is, dat je kunt exposeren, performances organiseren, dingen kunt realiseren en dat kunst wel degelijk een toekomst heeft.”

Daar is Dagonnier zelf het levende bewijs van. Een snelle blik op zijn museografie doet ons duizelen! Sinds 1999 – een niet toevallig gekozen jaar, want het moment waarop hij met zijn digitale experimenten begon – is Dagonnier op artistiek vlak onverminderd actief gebleven: persoonlijke en collectieve tentoonstellingen, video- en digitaal werk, multimedia-installaties en dan hebben we het nog niet gehad over wat we in de rubriek ‘Varia’ zouden kunnen onderbrengen. Een lange, lange museografische lijst. Op de leeftijd van 53 jaar heeft Dagonnier zijn belofte waargemaakt: deze doe-het-zelver met beeld en klank is uitgegroeid tot erkend voorbeeld, misschien zelfs mentor voor een generatie die online is geboren. 

De kunst van het mogelijke
De eerste intentie van het werk van Dagonnier is zonder enige twijfel artistiek. Dat doet echter op geen enkele wijze afbreuk aan de tweede intentie ervan, namelijk het concept of idee dat aan zijn werk ten grondslag ligt. De kunstenaar laat een afgewerkt project los en legt de verantwoordelijkheid voor de interpretatie ervan bij zijn publiek. “Ik stel mijn publiek vragen en geef het kleine tips mee om de communicatie tot stand te brengen, maar het eind blijft open.” Alleen de eigen emoties van het publiek kunnen een antwoord bieden. Hij vergelijkt het met een voorbeeld uit de cinema: “Neem nu een film van David Lynch. Nadat je die hebt bekeken, blijf je met heel uiteenlopende gevoelens en een soort van nieuwsgierige verwachting achter. Ik hou veel meer van kunst die vragen stelt en geen antwoorden geeft, kunst die interactie tussen twee breinen teweegbrengt: het jouwe en het mijne, zodat er verschillende interpretaties kunnen aan worden gegeven”, besluit hij.

Die manier van werken zou Dagonnier zeker niet als filosofisch en nog minder als politiek willen bestempelen, want hij wil op geen enkele manier in een vakje geduwd worden. “Ik geef les zoals ik creëer: het is een uitnodiging om de platgetreden paden te verlaten, over de complexiteit van de wereld na te denken in beelden, klanken, voorwerpen, op welke manier ook, als mijn studenten maar een standpunt innemen en dat meedelen.” En hij maakt van de gelegenheid gebruik om het verouderde model van de academie op de korrel te nemen, dat gebaseerd is op een strikte categorisering, terwijl hedendaagse kunst “daar niets meer mee te maken heeft, kunstenaars drukken zich immers op verschillende manieren uit”.

“Ik stel alles in het werk om de toeschouwer te verbazen wanneer hij kennismaakt met een werk. Ik sta daar niet alleen in, tal van andere hedendaagse kunstenaars doen net hetzelfde”

 

De mens graaft zijn eigen put

Je wilde emoties? Emoties zal je krijgen! In zijn installatie Maelstrom(digitale film van 4min 40) laat Ronald Dagonnier ons verwonderd kijken naar een vloeibare massa die beweegt, opborrelt, schuimt, bruist, goudblauw kleurt, dan weer mercurochroomrood wordt, en vervolgens een zwarte, bedreigende afgrond graaft. Gaat het om het oog van de cycloon, de stilte voor de storm? Of is het een verwijzing naar de Chaos van de Genesis? Een beeld van het stijgen van de oceanen? Of de grote leegte van ons dagelijks leven? Wie zal het zeggen … Weet Ronald Dagonnier het zelf wel? “Dit werk is ontstaan uit een bespiegeling over een ‘mise en abîme’, een duik in de dieptes. Daaruit volgde een complexe ontwikkeling van steeds evoluerende ideeën. Ik zou mezelf moeten analyseren om je uit te leggen hoe ik erbij ben gekomen!” Het antwoord heeft verder geen enkel belang, want alleen de vraag is van tel.  Op de tentoonstelling afgelopen november tijdens de 54e Fêtes de la Saint-Martin de Tourinnes-la-Grosse, en in de Space Collection te Luik met zijn geluidsinstallatie Maelstrom wordt Dagonnier voorgesteld als “een geëngageerd kunstenaar met een kritische kijk op de vedettes van onze tijd en op de uitwassen van een economisch systeem dat geen rekening houdt met de Mensheid”. Op de affiche lezen we verder: “Lichtprojecties, 3D-druk, hologrammen … een verkenning van de ijdelheid van onze geschiedenis.” Denk daarbij aan de ledigheid van de menselijke passies en activiteiten, die hij kundig en met een vleugje oneerbiedigheid voor het voetlicht plaatst, vooral wanneer ze hem choqueren.

De wereld als speeltuin
Geloofsovertuigingen, religie, politiek, conflicten, ecologie, allerhande driften, er is materiaal voorhanden. Zelfs het statuut van het kunstwerk, van kunst in het algemeen, is een van zijn favoriete onderwerpen. En Dagonnier heeft het geluk te leven in een millennium waarin de vooruitgang van de digitale technologieën hem ongelooflijke fictieve mogelijkheden biedt om de realiteit uit te beelden, een uniek gebruiksgemak en de kans om voor elk nieuw project weer een nieuw experiment op te starten. “Ik ben geëvolueerd van video naar digitale kunst naar interactiviteit. Soms zet ik weer een stapje terug en kom ik weer bij de video terecht. Misschien ga ik op een dag wel weer tekenen!” gekscheert hij.

Gekscheren? Spelen? Ja, daar is Dagonnier een groot voorstander van. Zijn multimedia-installatie, Play it again Marcel,kon in 2005, bij de installatie ervan op de Biënnale van Venetië (Festival Off), op heel wat aandacht rekenen. Een virtuele schaakwedstrijd waarbij politieke figuren met internationale uitstraling (en uitstekende demagogen) geformateerde waarheden debiteren aan een in gedachten verdiepte Marcel Duchamp. Op het plateau, als gevangen tussen de gesprekken, lopen de bezoekers rond.

Het beeld weer heilig verklaren
Nog buitengewoner: in 1999 gaf Ronald Dagonnier, in de expositie La faim de l’image, uitdrukking aan de overdaad aan beelden. Is het voor een kunstenaar die zelf beelden creëert dan niet alsof hij in eigen voet schiet wanneer hij de overdosis aan dagelijkse afbeeldingen aan de kaak stelt? “Nee, verre van! Voor La faim de l’image selecteerde ik 1024 beelden uit video’s die ik tijdens reizen had gemaakt en die ik op een reeks monitors in 40 seconden tijd liet afspelen.” Daar word je echt misselijk van. “Het was, en is nog steeds de bedoeling om aan te tonen dat je die beelden niet meer kunt bekijken omdat de opeenvolging ervan vaag is geworden. Ik denk dat er op dit moment al 3000 YouTube-video’s per seconde worden gedownload! Dat geldt trouwens ook voor Instagram. Die beelden uit het dagelijkse leven hebben geen betekenis. Het beeld moet weer heilig worden verklaard.” 

“Een digitale installatie, dat is een soort van non-voorwerp. Door de korte levensduur van de onderdelen ervan, verstoort het digitale het kunstwerk als marktwaarde. Moet kunst verkocht worden om te kunnen bestaan?”


www.ronalddagonnier.be

de Bobeline

Na drie jaar werken is het ‘place Royale’, dat in het centrum van Spa onderaan de kabelbaan van de Thermen gelegen is, eindelijk gerenoveerd. Op dat plein bevindt zich het vroegere ‘Pavillon des Petits-Jeux’, waarin tegenwoordig een microbrouwerij en een restaurant gevestigd zijn, namelijk de ‘Brasserie des Bobelines’.

 

La Bobeline

Vanaf de 17e eeuw begon de stad Spa te leven van de thermen, die toen werden bezocht door vreemdelingen, aristocraten en burgers, die de bijnaam ‘les Bobelins’ kregen en die er ijzerhoudend bronwater kwamen drinken, dat in die tijd werd aanbevolen tegen ziekten zoals bloedarmoede. Victor Hugo, Offenbach, Montaigne, Joseph II, Willem II, tsaar Peter de Grote en nog vele anderen verbleven toen in dat kuuroord waar het, zo zei men, “verboden was zich te vervelen”, aangezien ontspanning ook deel uitmaakte van het doktersvoorschrift.

De eerste Europese casino’s, La Redoute en de Waux-Hall, die hun deuren respectievelijk openden in 1763 en 1770, kenden een twintig jaar durende bloeitijd. Na een neergaande fase als gevolg van de Luikse revolutie en meer bepaald van het verbod op gokspelen, werden de activiteiten van het kuuroord hervat dankzij een uitgebreid programma dat werd gesteund door koning Leopold II.

Er werden nieuwe gebouwen opgetrokken, zoals de overdekte Leopold II-galerij in het ‘parc de Sept-Heures’. Die 130 meter lange galerij had aan haar uiteinden twee paviljoenen, een vierkant dat was genoemd naar koningin Marie-Henriette, de gemalin van de koning, en een ovaal ‘Petits Jeux’-paviljoen, waaraan we nu aandacht besteden en waar men ‘gematigde’ kansspelen beoefende, namelijk als ongevaarlijk bekend staande spelen zoals biljart, backgammon, dammen, schaken enz.

In de jaren 1930 tot ’50 was het paviljoen een soort lunapark en kreeg het verschillende bestemmingen, tot het de zetel van de Toeristische Dienst van Spa werd. Het in 1982 beschermde gebouw werd voor veel geld gerestaureerd door de Stad en het Waals Gewest, maar het bleef leegstaan vanaf 2012. De Stad schreef toen een projectenwedstrijd uit om dat prachtige gebouw weer tot leven te brengen.

Na enkele wederwaardigheden werd de wedstrijd gewonnen door Didier Dumalin en zijn vennoot Carole Menga, en zo opende de ‘Brasserie des Bobelines’ haar deuren in juni jongstleden. “Dat project is nauw verbonden met mijn leven”, legt eerstgenoemde uit. “Ik ben van Luik en mijn ouders namen van 1962 tot 1992 vakantie op enkele kilometers van Spa. In die stad leerde ik lopen en fietsen, ik verloor er mijn hart aan en woon er al sinds 1993.”

Het bier van Spa sinds 1991
Het was de ontdekking van ‘La Vielsalm’ in een Luikse winkel voor speciaalbieren, die Didier Dumalin op het idee bracht een bier voor Spa te maken. Aangezien hij in de sector van het personenvervoer werkte en niet beschikte over de nodige installaties om zijn plan ten uitvoer te brengen, liet hij zijn ‘Bobeline’ brouwen in Melle, bij Gent, door de brouwerij Huyghe, die beroemd is voor haar ‘Delirium Tremens’.

Het begin was moeilijk maar het bier werd tamelijk goed geëxporteerd. In 2006 kwam een bruin bier het merk versterken en de verkoop schoot omhoog. In 2017 komt de bvba ‘Bobeline & Cie’ met het plan om een microbrouwerij-restaurant op te richten. Het was de bedoeling om de ‘Bobeline’ eindelijk in het Paviljoen in Spa te brouwen en het publiek aldus direct kennis te laten maken met het brouwerswerk. Bovendien wilde men evenementen organiseren en een restaurant openen.

Voor de goede uitvoering van het plan wordt ‘Bobeline & Cie’ een naamloze vennootschap met nieuwe partners: Alain Felgenhauer en de firma Expendo, die gespecialiseerd is in het begeleiden van bedrijfsleiders van KMO’s en ZKO’s, en ook Noshaq (ex-Meusinvest) als financiële partner en Belfius voor het financieren van het productiematerieel.

Voor het beheer van de microbrouwerij zorgt Bruno De Ghorain, meester-brouwer van de ‘Brasserie La Binchoise’ (zie WAW nr. 45, zomer 2019), die twee jaar lang de operationele partner zal zijn. Hij zal de eerste brouwsels maken en de eerste brouwer opleiden, die in 2020 in Spa zal worden aangeworven. De vroegere recepten van de eerste drie bieren werden door ‘La Binchoise’ aangepast en het gamma wordt geleidelijk uitgebreid. De microbrouwerij heeft een capaciteit van 2000 hectoliter per jaar en zeven brouwsels van 10 hl werden al ter plaatse gemaakt en verkocht.

 

La Bobeline

Aan tafel
Wat de gastronomie betreft, is de ‘Bobelin’ een halfverhitte hoevekaas van ruwe koemelk, die geaffineerd wordt met de ‘Bobeline Black’ en aangeboden in de vorm van kaaswielen van 8 tot 12 kg. Voor bij het aperitief, tijdens de maaltijd, als fondue of vóór het dessert. In het restaurant, dat eind september werd ingewijd, worden er een tiental biergerechten uitgewerkt met verschillende ‘Bobelines’. De door traiteur Les Cours (Joël Rademaker) beheerde zaal telt 70 plaatsen en kent een zeer goede start. In het hoogseizoen en voor evenementen komen er zelfs jobstudenten helpen.

“Ik ben eigenlijk niet verrast door het succes, want de inwoners van Spa en de toeristen koesterden hoge verwachtingen”, zegt Didier Dumalin met genoegen. “De ligging is uitstekend en het terras baadt het grootste deel van de dag in de zon. We organiseren ook verscheidene evenementen (toneel, concerten ...) en ontvangen groepen voor seminars met 100 zitplaatsen op de verdieping.” Op termijn wil de promotor 8 of 9 banen creëren. Dat zal vlug gebeuren!

La Bobeline

Het Bobeline-gamma
De Bobeline Triple is het allereerste bier van Didier Dumalin. Het is gemaakt met blonde gerstemout en biedt mooie fruitige toetsen en een lichte bitterheid. Het alcoholgehalte bedraagt 5,5° en het laat zich heel vlot drinken. De Bobeline Black, een lichte en lekker gekruide stout, is een nieuwe versie van het donkere bier dat in 2006 uitkwam. Dit bier op basis van gebrande mout is van hoge gisting, het hergist op de fles en heeft licht gekaramelliseerde smaken met een snuifje cacao en drop. Het bevat 8% alcohol.
Sinds 2009 is er een derde bier in de handel, namelijk een witbier op basis van tarwe en van een mengsel van natuurlijk aardbeiensap en aroma. De zeer lichte en weinig gesuikerde Bobeline Fraise heeft 3,6° alcohol en is een perfect aperitief. De Bobeline Ambrée (7°), ten slotte, is een van de door Bruno De Ghorain ingevoerde nieuwigheden. Het bier wordt gebrouwen op basis van gekookte gerstemout en ruwe hop. Het is meer gekruid dan de andere bieren, met de frisheid van moutbiscuit en toetsen van drop en steranijs.
Die bieren zijn momenteel verkrijgbaar in vaten voor cafés en restaurants, en in flesjes van 33cl die zowat overal in België te vinden zijn, maar ook in Taiwan, China en Japan. Binnenkort zullen er flessen van 75 cl in de rekken van de supermarkten verschijnen.

 

La Brasserie des Bobelines

Place Royale

B-4900 Spa

+32 (0) 87 70 88 37 ou +32 (0) 479 33 13 00

www.bobeline.be

Your opinion counts